52003SC0366

Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement overeenkomstig artikel 251, lid 2, tweede alinea, van het EG-Verdrag over het gemeenschappelijk standpunt van de Raad met het oog op de aanneming van een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor werken, leveringen en diensten /* SEC/2003/0366 def. - COD 2000/0115 */


MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT overeenkomstig artikel 251, lid 2, tweede alinea, van het EG-Verdrag over het gemeenschappelijk standpunt van de Raad met het oog op de aanneming van een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor werken, leveringen en diensten

2000/0115 (COD)

MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT overeenkomstig artikel 251, lid 2, tweede alinea, van het EG-Verdrag over het gemeenschappelijk standpunt van de Raad met het oog op de aanneming van een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor werken, leveringen en diensten

1. CHRONOLOGISCH OVERZICHT

Indiening voorstel bij het EP en de Raad (document COM(2000) 275 definitief - 2000/0115 COD): // 12 juli 2000

Advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité: // 26 april 2001

Advies van het Comité van de Regio's: // 13 december 2000

Advies van het Europees Parlement in eerste lezing: // 17 januari 2002

Indiening gewijzigd voorstel: // 6 mei 2002

Vaststelling van het gemeenschappelijk standpunt: // 20 maart 2003

2. DOEL VAN HET VOORSTEL VAN DE COMMISSIE

Dit voorstel betreft een herziening van de Gemeenschapswetgeving inzake overheidsopdrachten met het oog op de vorming van een daadwerkelijke Europese interne markt op dit terrein. Deze wetgeving is niet bedoeld ter vervanging van de nationale wetgeving, maar om te waarborgen dat in alle lidstaten de beginselen van gelijke behandeling, non-discriminatie en doorzichtigheid worden nageleefd bij het plaatsen van overheidsopdrachten.

Het voorstel, dat aansluit bij het debat naar aanleiding van het Groenboek over overheidsopdrachten, heeft een drieledig doel: modernisering, vereenvoudiging en flexibilisering van het bestaande rechtskader op dit gebied:

- modernisering om rekening te houden met nieuwe technologie en veranderingen in de economische omgeving,

- vereenvoudiging om de bestaande teksten begrijpelijker te maken voor de gebruikers zodat de plaatsing van opdrachten geheel volgens de normen en beginselen op dit gebied kan verlopen en de betrokken ondernemers beter op de hoogte kunnen zijn van hun rechten,

- en flexibilisering van de procedures om aan de behoeften van de aanbestedende diensten en ondernemers te voldoen.

Bovendien leidt de herziening van de huidige drie wetteksten ertoe dat ondernemers, aanbestedende diensten en de Europese burgers de beschikking krijgen over één duidelijke en doorzichtige tekst.

3. OPMERKINGEN OVER HET GEMEENSCHAPPELIJK STANDPUNT

3.1. Algemene opmerkingen

De essentie van het oorspronkelijke voorstel van de Commissie, zoals geamendeerd bij het gewijzigde voorstel, is in het gemeenschappelijk standpunt van de Raad behouden gebleven. Bovendien versterkt het gemeenschappelijk standpunt bepaalde middelen om de doelstellingen te bereiken die met de voorstellen van de Commissie werden beoogd. Toch kon de Commissie het met eenparigheid van stemmen bereikte akkoord van de Raad niet steunen vanwege de erin opgenomen bepalingen betreffende de financiële diensten.

Het politieke akkoord dat de Raad op 21 mei 2002 met eenparigheid van stemmen heeft bereikt, is overgenomen in het gemeenschappelijk standpunt dat op 20 maart 2003 is vastgesteld.

De bij het gemeenschappelijk standpunt aangebrachte wijzigingen betreffen met name de volgende aspecten:

- er wordt beter rekening gehouden met nieuwe informatietechnologie voor het plaatsen van opdrachten, wat overeenkomt met de moderniseringsdoelstelling van de voorstellen van de Commissie. In dit verband moet met name worden gewezen op de invoering van dynamische aankoopsystemen voor courant gebruik, die bedoeld zijn om enerzijds de aanbestedende diensten de beschikking te geven over geheel elektronische systemen waarmee de aankoopprocedures kunnen worden vereenvoudigd en geautomatiseerd, en anderzijds de deelname van elke geïnteresseerde ondernemer mogelijk te maken, in voorkomend geval door gebruik te maken van hun elektronische catalogus. Bovendien zijn in het gemeenschappelijk standpunt ten aanzien van het algemene kader van aankopen met elektronische middelen de regels voor elektronische veilingen gepreciseerd en de verplichtingen inzake vertrouwelijkheid versterkt door in het dispositief te verwijzen naar bijlage X, waarin amendement 117 van het Parlement in essentie is overgenomen;

- de Raad heeft de gewijzigde voorstellen van de Commissie naar aanleiding van de amendementen van het Parlement betreffende het in aanmerking nemen van milieuaspecten en sociale aspecten overgenomen, en heeft bovendien in een overweging (nr. 44) verduidelijkt op welke wijze bij de beoordeling van inschrijvingen in de gunningsfase rekening kan worden gehouden met milieuoverwegingen en sociale overwegingen;

- de uitvoering van uitsluitingen in verband met de persoonlijke situatie van ondernemers is verduidelijkt doordat wordt gepreciseerd dat de lidstaten de voorwaarden voor de toepassing van uitsluitingen bepalen. De uitvoering van de verplichte uitsluiting is verbeterd door samenwerking tussen de lidstaten. Ook is rekening gehouden met situaties waarin om dwingende redenen van algemeen belang moet worden afgezien van de toepassing van de verplichte uitsluiting;

- gezien het lopende proces van openstelling van de postmarkt voor mededinging op Gemeenschapsniveau, is een mechanisme ingevoerd om opdrachten die door exploitanten van postdiensten, voor de uitoefening van bepaalde van hun activiteiten worden geplaatst, over te brengen van het toepassingsgebied van de "klassieke" richtlijn naar dat van de richtlijn "bijzondere sectoren".

Bovendien bevat het gemeenschappelijk standpunt wijzigingen betreffende financiële diensten, betreffende gevallen waarin de toepassing van de procedure van gunning door onderhandelingen gerechtvaardigd is en betreffende de weging van bepaalde gunningscriteria.

De Commissie is van mening dat de wijziging betreffende financiële diensten die de Raad met eenparigheid van stemmen heeft goedgekeurd, en die aansluit bij amendement 37 van het Europees Parlement, kan leiden tot verwarring over de vraag of deze diensten onder het toepassingsgebied van de richtlijn vallen. Daarom heeft zij in een verklaring in de notulen van de Raad van 21 mei 2002, die als bijlage bij deze mededeling is gevoegd, het standpunt herhaald dat zij reeds in haar gewijzigde voorstel heeft uiteengezet in verband met de afwijzing van amendement 37 van het Parlement.

De Commissie heeft aanvaard dat de toepassing van de procedure van gunning door onderhandelingen iets flexibeler wordt, want het betreft zeer uitzonderlijke situaties (artikel 30) of duidelijk afgebakende en gereglementeerde situaties (artikel 31).

De verplichting om de weging van de gunningscriteria aan te geven is bevestigd; de Commissie heeft echter erkend dat ook rekening moet worden gehouden met gevallen waarin de aanbestedende dienst kan aantonen dat hij onmogelijk een weging kan aangeven - in het bijzonder in geval van zeer complexe opdrachten - en dat in deze gevallen moet worden toegestaan dat de aanbestedende dienst uitsluitend een afnemende volgorde van belang van de criteria aangeeft.

3.2. Amendementen van het Parlement waarmee rekening is gehouden in het gemeenschappelijk standpunt

3.2.1. Amendementen die in het gewijzigde voorstel en in het gemeenschappelijk standpunt zijn overgenomen

Overweging 4 - amendement 1: dit amendement is aanvaard ten aanzien van de bepaling dat de lidstaten moeten voorkomen dat de deelname van publiekrechtelijk lichamen aan overheidsopdrachten concurrentieverstorende gevolgen heeft. De tweede zin van het amendement - betreffende de mogelijkheid dat de lidstaten regels vaststellen voor de wijze van berekening van de reële prijs/kosten van inschrijvingen - is geschrapt, omdat het slechts een van de vele mogelijkheden betreft die de lidstaten hebben om dergelijke verstoringen te voorkomen; deze zin werd daarom overbodig geacht.

Overweging 5 - amendement 2: de tekst van het gewijzigde voorstel, betreffende de integratie van milieueisen, als bedoeld in artikel 6 van het Verdrag, is ongewijzigd overgenomen.

Overweging 6 - amendement 141: dit amendement, betreffende de uitzonderingen krachtens artikel 30 van het Verdrag, is overgenomen, waarbij het enigszins is gewijzigd om de bewoordingen van dat artikel precies over te nemen wat de bescherming van planten betreft. Bovendien is "niet discriminerend zijn en niet in strijd zijn met het streven naar openstelling van de markten op het gebied van overheidsopdrachten, noch met het Verdrag" vervangen door "in overeenstemming zijn met het Verdrag": de reden hiervoor ligt in de voorrang van het Verdrag, zoals uitgelegd door het Hof, boven het afgeleide recht, wat inhoudt dat de door de richtlijn beoogde doelstelling van openstelling van markten geen afbreuk mag doen aan rechten die krachtens het Verdrag aan de lidstaten zijn toegekend.

Overweging 9 - amendementen 142, 7 en 171-145: de tekst van het gewijzigde voorstel, betreffende de gunning van opdrachten voor diensten en werken, is overgenomen, behoudens één wijziging om strikt taalkundige redenen: in het Frans is "passation globale" vervangen door "passation conjointe".

Overweging 14, artikel 1, lid 10 en artikel 11 - amendementen 5 en 168, 126-172, 21 en 175: de tekst van het gewijzigde voorstel, betreffende aankoopcentrales, is ongewijzigd overgenomen.

Overweging 27, artikel 23 en bijlage VI - amendementen 45, 46, 47-123 en 109: de bepalingen van het gewijzigde voorstel (overweging 25, artikel 24 en bijlage VI), betreffende de technische specificaties, zijn ongewijzigd overgenomen, behoudens drie taalkundige wijzigingen in bijlage VI (punt 1, onder a) en b): "productieprocessen en -methoden" in plaats van "productieprocedures en -methoden", en punt 1, onder a): "de overeenstemmingsbeoordeling" in plaats van "het niveau van overeenstemmingsbeoordeling").

Overweging 29, artikel 1, lid 11, derde alinea, en artikel 29 - amendementen 9, 137 en 138: de tekst van het gewijzigde voorstel, betreffende de concurrentiële dialoog, is ongewijzigd overgenomen, met uitzondering van artikel 29, lid 8, waarin de verplichting om prijzen of betalingen voor de deelnemers aan de dialoog vast te stellen is veranderd in een mogelijkheid. Deze wijziging maakt een bredere deelname van mededingers aan de procedures van concurrentiële dialogen mogelijk: indien prijzen of betalingen verplicht zijn, worden de aanbestedende diensten gedwongen het aantal deelnemers tot het minimum te beperken om kosten te vermijden, waardoor - uitsluitend op grond van objectieve criteria - ondernemers zouden worden uitgesloten die, indien zij tot de dialoog zouden worden toegelaten, de opdracht zouden kunnen krijgen op grond van hun kennis en innoverende ideeën.

Overweging 31 en artikel 26 - amendementen 10 en 127: de tekst van het gewijzigde voorstel, betreffende de voorwaarden voor de uitvoering van de opdracht (overweging 29 en artikel 26 bis) en met name het gebruik van deze voorwaarden voor sociale doeleinden of voor milieudoeleinden, is ongewijzigd overgenomen, behoudens een kleine wijziging van strikt taalkundige aard in de overweging.

Overweging 32 - amendementen 11, 51, 86, 87 en 89: de tekst van het gewijzigde voorstel, betreffende de naleving van sociale regelgeving, is overgenomen, waarbij de bewoording zodanig is aangepast dat expliciet wordt bepaald dat op grond van artikel 45, lid 2, onder c) en d), ondernemers die schuldig zijn bevonden aan het niet-naleven van deze regels, van opdrachten kunnen worden uitgesloten.

Overweging 41 - amendement 170: de tekst van het gewijzigde voorstel, betreffende de uitsluiting van ondernemers die veroordeeld zijn voor ernstige delicten, is overgenomen, waarbij de bewoording op enkele punten enigszins is aangepast. Met deze aanpassingen wordt beoogd: te verduidelijken dat het definitieve karakter van het rechterlijke vonnis inhoudt dat dit kracht van gewijsde krijgt; de tekst aan te passen aan verschillende juridische situaties op grond van de toepasselijke nationale wetgeving inzake onwettige activiteiten ("beslissing" in plaats van "sancties"); de uitsluiting op grond van een "beslissing" gelijk te trekken met die op grond van een "vonnis" ("een beslissing met vergelijkbare werking"), namelijk te eisen dat de aanbestedende diensten uitsluitend op basis van een onherroepelijke beslissing ondernemers kunnen uitsluiten.

Overweging 42 - amendementen 30, 93 en 95: overweging 40 van het gewijzigde voorstel, betreffende milieubeheersystemen, is ongewijzigd overgenomen.

Overweging 45 - amendement 125: dit amendement - toevoeging van "ingenieurs" aan de lijst van beroepen waarvoor geldt dat de gunningscriteria geen afbreuk mogen doen aan de op nationaal niveau gereglementeerde beloning - is ongewijzigd overgenomen.

Artikel 1, lid 5 - amendement 24: de tekst van het gewijzigde voorstel, betreffende de definitie van "raamovereenkomst", is ongewijzigd overgenomen.

Artikel 1, lid 7, en artikel 54 - amendementen 23, 54 en 65: de definitie van "elektronische veiling" van het gewijzigde voorstel is herschreven - "die een klassering op basis van elektronische verwerking mogelijk maakt" in plaats van "dat automatische beoordeling van de inschrijvingen mogelijk maakt" - omdat het woord "beoordeling" een evaluerende activiteit impliceert, die door de aanbestedende dienst moet worden uitgevoerd, terwijl een elektronische veiling slechts een klassering mogelijk maakt.

In artikel 54 is de tekst van artikel 53 bis van het gewijzigde voorstel overgenomen met de nodige aanpassingen om rekening te houden met de invoering van nieuwe dynamische aankoopsystemen en met kleine correcties in verband met het in aanmerking nemen van andere waarden dan de prijs.

Artikel 6 - amendement 31: de tekst van het gewijzigde voorstel, betreffende de vertrouwelijkheid, is overgenomen, waarbij deze echter zodanig is aangepast dat de niet-vertrouwelijke aspecten van inschrijvingen openbaar kunnen worden gemaakt overeenkomstig het toepasselijke nationale recht, wat met name van belang is voor bepaalde gegevens die in aankondigingen van geplaatste opdrachten worden vermeld.

Artikel 9 en bijlage VII, Aankondiging van overheidsopdrachten, punt 6, onder a), eerste streepje, onder b), eerste streepje, en onder c), eerste streepje - amendementen 34 en 35: in artikel 9 is de tekst overgenomen van artikel 10 van het gewijzigde voorstel, betreffende de methoden voor de berekening van de waarde van opdrachten, waarbij de titel is aangepast aan de invoering van dynamische aankoopsystemen. Bovendien wordt rekening gehouden met meer soorten verlengingen: "stilzwijgende verlengingen" wordt vervangen door "verlengingen", zodat bij de berekening van de waarde van de opdracht rekening wordt gehouden met elke vorm van verlenging. In bijlage VII is de informatieverstrekking over aanbestedingen verbeterd door verplicht te stellen dat verlengingen in de aankondiging van overheidsopdrachten worden vermeld.

Artikel 16, onder b) - amendement 121: de tekst van het gewijzigde voorstel is vereenvoudigd, waarbij de reikwijdte van de uitsluiting van opdrachten die door radio-omroeporganisaties worden geplaatst duidelijk wordt aangegeven.

Artikel 18 - amendement 38: artikel 19 van het gewijzigde voorstel, betreffende opdrachten die op basis van een bijzonder recht of een exclusief recht aan een aanbestedende dienst worden gegund, is ongewijzigd overgenomen.

Artikel 19 - amendement 36: artikel 19 ter van het gewijzigde voorstel, betreffende het voorbehouden van opdrachten aan werkplaatsen voor gehandicapten, is ongewijzigd overgenomen.

Artikel 27 - amendement 50: de tekst van artikel 27, betreffende de verplichtingen ten aanzien van belastingen, milieubescherming, arbeidsbescherming en arbeidsvoorwaarden, die het gevolg is van de opname van amendement 50 in het gewijzigde voorstel, is gewijzigd. Ten aanzien van de rechtstreeks op de aanbestedende diensten rustende verplichting om in het bestek aan te geven waar informatie over de toepasselijke wetgeving op dit terrein kan worden verkregen geeft de Raad de voorkeur aan een bewoording die lijkt op die van het oorspronkelijke voorstel van de Commissie, waarin het dispositief van de nu geldende richtlijnen werd weergegeven. Volgens het gemeenschappelijk standpunt kan deze verplichting dan ook alleen door de lidstaten worden opgelegd. Bij ontbreken van een dergelijke verplichting op nationaal niveau, kunnen de aanbestedende diensten deze gegevens echter uit vrije wil opnemen. Bovendien is de tekst van het artikel in overeenstemming gebracht met de titel ervan (in het Frans: "...les informations pertinentes sur les obligations relatives à la fiscalité,..." in plaats van "les informations pertinentes sur la fiscalité,...") en is aangegeven dat deze wetgeving niet van toepassing is op verrichtingen die in een ander land dan dat van de aanbestedende dienst worden verricht.

Artikel 30 - amendement 57: procedures van gunning door onderhandelingen met bekendmaking van een aankondiging van een opdracht. Artikel 29, lid 1, onder c), van het gewijzigde voorstel is ongewijzigd overgenomen.

Lid 1, onder b), van het oorspronkelijke voorstel is geschrapt vanwege de omzetting van de concurrentiële dialoog in een volwaardige procedure. In lid 1, onder b), is de mogelijkheid tot onderhandelen uitgebreid tot leveringen, zoals was voorzien in lid 2 van het oorspronkelijke voorstel.

In de nieuwe leden 2 en 3 zijn bepalingen ingevoegd om een kader te geven voor de onderhandelingen, de doorzichtigheid van de onderhandelingen te vergroten en een betere toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van ondernemers te waarborgen:

- lid 2 bepaalt dat de onderhandelingen plaatsvinden op basis van inschrijvingen teneinde deze aan te passen aan de eisen die van tevoren door de aanbestedende dienst zijn gesteld en teneinde de aanbestedende dienst in staat te stellen de voordeligste inschrijving te zoeken;

- het nieuwe lid 3 bepaalt expliciet dat de gelijke behandeling van alle inschrijvers moet worden gewaarborgd en dat geen informatie mag worden gegeven die sommige inschrijvers kan bevoordelen boven andere.

Het nieuwe lid 4 voorziet uitdrukkelijk in de mogelijkheid de procedures in opeenvolgende fasen te doen verlopen (zie de opmerkingen over overweging 39).

Artikel 41 - amendement 46: de tekst van het gewijzigde voorstel, betreffende de informatieverstrekking aan gegadigden en inschrijvers, is overgenomen en geïntegreerd om rekening te houden met dynamische aankoopsystemen.

Artikel 42 - amendement 74: de tekst van het gewijzigde voorstel, betreffende de regels voor communicatiemiddelen, is ongewijzigd overgenomen. De tekst is aangevuld met de nieuwe bijlage X, waarin de eisen ten aanzien van middelen voor de elektronische ontvangst van inschrijvingen, verzoeken tot deelneming of plannen en ontwerpen bij prijsvragen zijn vastgelegd.

Artikel 44 - amendementen 77-132: artikel 43 bis van het gewijzigde voorstel, betreffende de controle van de geschiktheid van de deelnemers en betreffende de gunning van de opdrachten, is overgenomen, waarbij lid 2 is herschreven om te verduidelijken dat de aanbestedende diensten niet verplicht zijn minimumeisen inzake draagkracht en bekwaamheden te stellen. Indien zij deze stellen, zijn zij echter verplicht deze te vermelden.

Artikel 45 - amendementen 80, 85 en 88: in lid 1, betreffende de verplichte uitsluiting vanwege criminele activiteiten, is amendement 80 ongewijzigd overgenomen. Amendement 85 (lid 2, onder c)) is overgenomen met strikt redactionele wijzigingen. De met amendement 88 beoogde doorhaling (lid 2, onder h)) is overgenomen.

Lid 1 van het oorspronkelijke voorstel is aangevuld met:

- de tweede alinea, die bedoeld is om te verduidelijken dat de voorwaarden voor de toepassing van de verplichte uitsluiting door de lidstaten worden bepaald, in het bijzonder indien hiervoor het strafrecht geldt, dat deze richtlijn niet beoogt te harmoniseren;

- de derde alinea, die uitdrukkelijk bepaalt dat de jurisprudentie inzake dwingende redenen van algemeen belang toepasselijk is;

- de vierde alinea, die verduidelijkt op welke wijze de aanbestedende diensten de informatie kunnen krijgen die nodig is voor de toepassing van de verplichte uitsluitingen, waarbij in het bijzonder wordt voorzien in samenwerking met de bevoegde autoriteiten van andere lidstaten.

De onder alinea 3 genoemde gevallen zijn gevallen waarin de door het verdrag voorziene uitzonderingsgronden zouden kunnen spelen omwille van de primauteit van het Verdrag (zie hogervermeld commentaar betreffende considerans 6), bijvoorbeeld in geval van problemen mbt de publieke gezondheid, - erg zware ziektes waarvoor het enige geneesmiddel zou komen van een marktdeelnemer die zich in één van de onder paragraaf 1 voorziene uitsluitingsgronden zou bevinden. Zoals elke uitzondering zou ook deze gerechtvaardigd moeten zijn door een in verhouding staan tot het nagestreefd doel.

Lid 2, betreffende facultatieve uitsluitingen, is met name aangevuld met de tweede alinea, die dezelfde verduidelijking bevat als is aangebracht in lid 1, tweede alinea.

Artikelen 47 en 48 - amendementen 30, 93 en 95: artikelen 48 van het gewijzigde voorstel, betreffende de economische en financiële draagkracht, is ongewijzigd overgenomen; artikel 49, betreffende de technische bekwaamheid en/of beroepsbekwaamheid, is eveneens overgenomen, waarbij echter de in lid 4 bedoelde mogelijkheid om bij opdrachten voor werken en diensten rekening te houden met de vakkundigheid, doelmatigheid, ervaring en betrouwbaarheid van gegadigden/inschrijvers, is uitgebreid tot opdrachten voor leveringen waarvoor plaatsings- of installatiewerkzaamheden nodig zijn.

Artikel 50 - amendement 97: de tekst van het amendement is overgenomen, waarbij is verduidelijkt dat de vraag om overlegging van EMAS-verklaringen verband houdt met de eventuele eisen uit hoofde van artikel 48, lid 2, onder f), betreffende de technische bekwaamheid. Bovendien zijn - in overeenstemming met de wijziging in artikel 49 - de mogelijkheden voor ondernemers om aan opdrachten deel te nemen verruimd, door het beginsel van gelijkstelling van middelen waarmee hetzelfde, door de aanbestedende dienst verlangde, niveau van milieubeheer wordt gewaarborgd, te veralgemeniseren (door de woorden "wanneer de economische subjecten niet voor de genoemde verklaringen in aanmerking komen of deze niet binnen de gestelde termijnen kunnen verkrijgen" te schrappen).

Artikel 52 - amendement 153: de tekst van het gewijzigde voorstel, betreffende de officiële lijsten van erkende ondernemingen en de certificering door publiekrechtelijke of privaatrechtelijke instellingen, is overgenomen behoudens de volgende wijzigingen:

- lid 1, derde alinea: deze is aangevuld om te waarborgen dat ondernemers die hun middelen aan een andere ondernemer ter beschikking stellen met het oog op de inschrijving of de certificering van die ondernemer, dit gedurende de hele geldigheidsduur van de inschrijving of van het certificaat zullen kunnen blijven doen;

- het nieuwe lid 6: hierin worden de voorwaarden voor inschrijving of voor het verkrijgen van een certificaat in overeenstemming gebracht met die voor de inschrijving op een dynamisch aankoopsysteem: bepaald wordt dat ondernemers te allen tijde om de opneming op een officiële lijst of om de afgifte van een certificaat kunnen verzoeken en dat zij er recht op hebben binnen een redelijk korte termijn te vernemen of hun verzoek is ingewilligd.

Artikel 55 - amendementen 15 en 100: de tekst van het gewijzigde voorstel, betreffende abnormaal lage inschrijvingen, is ongewijzigd overgenomen.

Artikel 61 - amendement 150: artikel 73 bis van het gewijzigde voorstel, betreffende de gunning van aanvullende werken aan de concessiehouder, is overgenomen, waarbij strikt taalkundige wijzigingen in de eerste alinea zijn aangebracht.

Hoofdstuk II en hoofdstuk III van titel III: hoofdstuk II van het oorspronkelijke voorstel, dat regels bevat die van toepassing zijn op concessiehouders die zelf aanbestedende dienst zijn en op concessiehouders die zelf geen aanbestedende dienst zijn, is omwille van de duidelijkheid in twee hoofdstukken gesplitst. Hierdoor wordt een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de regels voor beide soorten concessiehouders.

Artikel 71 - amendement 104: de tekst van het gewijzigde voorstel, betreffende de communicatiemiddelen en de erdoor gewaarborgde vertrouwelijkheid bij prijsvragen, is ongewijzigd overgenomen.

Bijlage VII: de tekst van het gewijzigde voorstel, betreffende de aankondigingen, is als volgt overgenomen:

- amendementen 110 en 113: de tekst is overgenomen, met uitzondering van de vermelding van de naam, het adres, enz. van de diensten waar informatie kan worden verkregen over de belasting-, milieu- en arbeidswetgeving in aankondigingen van opdrachten. Overeenkomst artikel 27, lid 1, zijn aanbestedende diensten die dergelijke informatie doorgeven verplicht de informatie in het bestek te vermelden (zoals voorgesteld bij amendement 50);

- amendement 112: de tekst betreffende de volledige vermelding van de gegevens van de aanbestedende dienst in aankondigingen van overheidsopdrachten is ongewijzigd overgenomen;

- amendementen 113 en 114: de teksten betreffende de vermelding van de gegevens van de beroepsinstantie in aankondigingen van opdrachten en in aankondigingen van geplaatste opdrachten zijn overgenomen, waarbij echter de alternatieve mogelijkheid wordt geboden om de gegevens te vermelden van de dienst waar deze inlichtingen kunnen worden verkregen. Deze toevoeging houdt verband met bepaalde nationale situaties waarin deze vermelding buitensporig ingewikkeld zou zijn en tot desinformatie van ondernemers zou kunnen leiden. Deze wijziging houdt dus rekening met de essentie van de amendementen door te waarborgen dat de ondernemers zich tot een bevoegde dienst kunnen wenden en over alle nodige details kunnen beschikken. De vermelding van deze gegevens is ook verplicht gesteld voor aankondigingen betreffende concessieovereenkomsten voor openbare werken.

Bovendien is deze bijlage aangevuld in verband met de wijzigingen betreffende de concurrentiële dialoog, elektronische veilingen en dynamische aankoopsystemen.

3.2.2. Amendementen die in het gewijzigde voorstel zijn geïntegreerd, maar niet in het gemeenschappelijk standpunt zijn overgenomen

Overweging 2 - amendement 147: de tekst van het oorspronkelijke voorstel van de Commissie is overgenomen en niet die van het gewijzigde voorstel. Uit juridisch oogpunt werd het niet passend geacht en uit het oogpunt van wetgevingseconomie werd het overbodig geacht eraan te herinneren dat het Verdrag van toepassing is op opdrachten die niet onder het toepassingsgebied van de richtlijn vallen. Aangezien dit de juridische status van opdrachten die onder de drempels liggen onverlet laat (deze moeten overeenkomstig het Verdrag worden geplaatst) kan de Commissie deze tekst aanvaarden.

Amendementen 4 en 40: deze amendementen betreffen de voorwaarden waaronder aanbestedende diensten overheidsopdrachten rechtstreeks kunnen gunnen aan een formeel afzonderlijke instantie, waarover ze echter een soortgelijk toezicht uitoefenen als het toezicht dat ze op hun eigen diensten uitoefenen. Ze zijn niet overgenomen omdat de door de Commissie in het gewijzigde voorstel voorgestelde tekst niet door een gekwalificeerde meerderheid werd gesteund.

Amendement 17: omdat de Raad het niet passend achtte in de tekst van de richtlijn een verzoek aan de Commissie op te nemen om te onderzoeken of de rechtszekerheid in de sector concessies en publiek-private partnerschappen kan worden versterkt, heeft de Commissie een unilaterale verklaring in de zin van het amendement van het Parlement afgelegd, die in de notulen is opgenomen (zie bijlagen).

Amendement 13: dit amendement, waarbij een nieuwe overweging werd voorgesteld waarin werd benadrukt dat de lidstaten de nodige maatregelen moeten treffen voor de handhaving en tenuitvoerlegging van de richtlijn en in overweging moeten nemen of het noodzakelijk is een onafhankelijke instantie voor overheidsaanbestedingen in het leven te roepen, is niet overgenomen. Dit is gerechtvaardigd door, enerzijds, de reeds uit het Verdrag voortvloeiende algemene verplichting alle maatregelen te nemen die nodig zijn voor de tenuitvoerlegging van richtlijnen, die niet hoeft te worden herhaald, en anderzijds de mogelijke overlappingen met de beroepsinstanties die zijn ingesteld ter uitvoering van de richtlijnen inzake "beroep".

Artikel 38, lid 3, onder a) - amendement 70: de in het gewijzigde voorstel (artikel 37) voorgestelde verlenging van de minimumtermijn voor de ontvangst van aanvragen tot deelneming - van 37 naar 40 dagen - bij niet-openbare procedures, procedures van gunning door onderhandelingen met bekendmaking van een aankondiging van een opdracht en in geval van concurrentiële dialoog, is door de Raad met eenparigheid van stemmen afgewezen.

3.2.3. Punten waarop het gewijzigde voorstel en het gemeenschappelijk standpunt van elkaar verschillen

Overweging 26: aan overweging 13 van het oorspronkelijke voorstel van de Commissie is toegevoegd: "Conform de Overeenkomst" inzake overheidsopdrachten die in het kader van de WTO is gesloten "omvatten de in deze richtlijn bedoelde financiële diensten niet de instrumenten (...) van enig ander beleid dat verrichtingen met effecten of andere financiële instrumenten behelst, met name verrichtingen om de aanbestedende diensten van geld of kapitaal te voorzien."

Artikel 16, onder d): artikel 18, onder d), van het oorspronkelijke voorstel is in dezelfde zin gewijzigd als de bovengenoemde overweging, namelijk na "inzake financiële diensten betreffende de uitgifte, de aankoop, de verkoop en de overdracht van effecten of andere financiële instrumenten" wordt de volgende precisering toegevoegd: "met name verrichtingen om de aanbestedende diensten van geld of kapitaal te voorzien".

De Commissie is van mening dat de wijzigingen die de Raad met eenparigheid van stemmen heeft goedgekeurd, en die aansluit bij amendement 37 van het Europees Parlement, kan leiden tot verwarring over de vraag of deze diensten onder het toepassingsgebied van de richtlijn vallen voor wat de financiële diensten betreft. Daarom heeft zij in een verklaring in de notulen van de Raad van 21 mei 2002, die als bijlage bij deze mededeling is gevoegd, het standpunt herhaald dat zij reeds in haar gewijzigde voorstel heeft uiteengezet in verband met de afwijzing van amendement 37 van het Parlement.

3.3. Nieuwe bepalingen

3.3.1. Bepalingen waarvoor geen amendement is voorgesteld en die in het gemeenschappelijk standpunt zijn herschreven of die in het verlengde liggen van de bepalingen van het oorspronkelijke voorstel

Algemene opmerking: de onderstaande wijzigingen kunnen goeddeels worden verklaard als logisch uitvloeisel van bepaalde wijzigingen elders in de tekst; dit geldt bijvoorbeeld voor elektronische aankopen, voor dynamische aankoopsystemen en voor de omzetting van de concurrentiële dialoog in een volwaardige procedure, maar ook voor aanpassingen van de bepalingen voor concessieovereenkomsten en voor prijsvragen die nodig zijn in verband met wijzigingen van de bepalingen voor opdrachten.

Overweging 10: deze overweging introduceert de bepalingen in artikel 1, lid 5, en in artikel 32 betreffende raamovereenkomsten. De tekst van overweging 19 van het oorspronkelijke voorstel wordt hierin geherformuleerd, waarbij met name het sluiten van raamovereenkomsten wordt verduidelijkt. De maximale looptijd van raamovereenkomsten is met een jaar verlengd (vier jaar in plaats van drie).

Overweging 11: in deze nieuwe overweging wordt benadrukt dat de nieuwe elektronische aankooptechnieken aan de bepalingen van de richtlijn en de eraan ten grondslag liggende beginselen moeten voldoen; tevens wordt verduidelijkt op welke wijze inschrijvingen de vorm van elektronische catalogus kunnen aannemen.

Overweging 13: deze nieuwe overweging introduceert artikel 1, lid 7, en artikel 54, betreffende elektronische veilingen en het gebruik ervan.

Overweging 15: verduidelijkt is dat de lidstaten kunnen kiezen of zij gebruikmaken van de nieuwe aankoopmethoden waarin de richtlijn voorziet: raamovereenkomsten, aankoopcentrales, concurrentiële dialoog, dynamische aankoopsystemen en elektronische veilingen.

Overweging 19 en artikel 12: gezien het lopende proces van openstelling van de postmarkt voor mededinging op Gemeenschapsniveau, is de tekst van overweging 6 en van artikel 14 van het oorspronkelijke voorstel van de Commissie zodanig aangepast dat opdrachten die geplaatst worden door aanbestedende diensten die belast zijn met postdiensten worden overgebracht naar het toepassingsgebied van de richtlijn "bijzondere sectoren" indien deze opdrachten worden geplaatst voor de uitoefening van activiteiten betreffende het verlenen van postdiensten, zoals gedefinieerd in die richtlijn. Deze overgang is afhankelijk van de tenuitvoerlegging door de betrokken lidstaat van de bepalingen van de richtlijn "bijzondere sectoren" inzake postdiensten.

Overweging 23: omdat deze uitsluiting alleen bedoeld is voor opdrachten voor diensten (de verwerving van reeds bestaande onroerende zaken enz.), is de tekst in deze zin gepreciseerd (toevoeging van "In het kader van diensten").

Overweging 24: de reikwijdte van de uitsluiting van opdrachten op audiovisueel gebied is duidelijker omschreven, zonder dat het gebied waarop de uitsluiting van toepassing is wordt gewijzigd.

Overweging 35: de tekst van overweging 24 van het oorspronkelijke voorstel, betreffende de doorgifte van informatie langs elektronische weg, is aangevuld, waarbij het belang van specifieke veiligheids- en vertrouwelijkheidseisen voor overheidsopdrachten en prijsvragen wordt benadrukt en gewezen wordt op het nut van vrijwillige accreditatieregelingen voor dit doeleinde.

Overweging 37: overweging 27 van het oorspronkelijke voorstel, betreffende de selectiecriteria voor deelnemers aan opdrachten, is geherformuleerd waarbij is verduidelijkt dat de beoordeling van de bekwaamheden van ondernemers moet plaatsvinden bij elk soort aanbestedingsprocedure, met inbegrip van openbare procedures.

Overweging 38: in deze nieuwe overweging worden de voorwaarden uitgelegd die de aanbestedende diensten moeten naleven/toepassen bij het beperken van het aantal gegadigden die tot niet-openbare procedures, procedures van gunning door onderhandelingen en tot een concurrentiële dialoog worden toegelaten.

Overweging 39: deze overweging introduceert en verduidelijkt de mogelijkheden om concurrentiële dialogen en procedures van gunning door onderhandelingen (opgenomen in artikel 29, lid 4, respectievelijk in artikel 30, lid 4) in opeenvolgende fasen te laten verlopen, alsook de mogelijkheden om tijdens elke fase het aantal inschrijvingen waarover verder wordt gesproken of onderhandeld te beperken.

Overweging 43: deze nieuwe overweging introduceert artikel 52 (dat is gewijzigd om rekening te houden met amendement 153), betreffende de officiële lijsten van erkende ondernemingen en de certificering door publiekrechtelijke of privaatrechtelijke instellingen. In het bijzonder is verduidelijkt op welke wijze een ondernemer die deel uitmaakt van een groep voor de inschrijving of certificering gebruik kan maken van middelen die hem door andere ondernemers van de groep ter beschikking worden gesteld.

Overweging 44: de overwegingen 29 en 30 van het oorspronkelijke voorstel, betreffende de gunningscriteria, zijn geherformuleerd. De mogelijkheden om in de gunningscriteria die gebruikt worden om de economisch voordeligste inschrijving te bepalen rekening te houden met milieuoverwegingen en sociale overwegingen, zijn versterkt en verduidelijkt. In het bijzonder is in deze overweging verduidelijkt dat een aanbestedende dienst bij het vaststellen van zijn behoeften en selectiecriteria rekening kan houden met de belangen van het openbare lichaam waarmee hij belast is. Deze behoeften en de criteria om te beoordelen in welke mate hieraan tegemoet wordt gekomen, hoeven niet uitsluitend van economische aard zijn.

Artikel 1: de volgorde van de leden is aangepast aan de volgorde waarin de gedefinieerde elementen in de richtlijn voorkomen.

Artikel 1, lid 2: dit betreft een wijziging van artikel 1, leden 2 en 3, van het oorspronkelijke voorstel. De wijzigingen hebben betrekking op de definitie van overheidsopdrachten, waaraan is toegevoegd dat de opdracht door "meer aanbestedende diensten" kan worden gesloten, op de definitie van overheidsopdrachten voor leveringen ("andere dan de onder b) hierboven bedoelde overheidsopdrachten") en op de definitie van overheidsopdrachten voor diensten ("andere overheidsopdrachten dan overheidsopdrachten voor werken of leveringen"). De eerste wijziging is nodig in verband met de eisen van vereenvoudiging van de procedures, bijvoorbeeld in geval van samenwerking tussen aanbestedende diensten om dezelfde doelstelling te bereiken. De andere wijzigingen onderstrepen de ontstaansgeschiedenis van de basisrichtlijnen.

Artikel 1, lid 11, eerste, tweede en vierde alinea: de tekst van het oorspronkelijke voorstel is overgenomen, waarbij "nationale" is geschrapt. Deze wijziging heeft geen juridische gevolgen.

Artikel 1, lid 14, bijlage I (eerste voetnoot toegevoegd) en bijlage II (eerste voetnoot toegevoegd): deze wijzigingen zijn aangebracht om te verduidelijken dat het toepassingsgebied van de richtlijn niet kan worden gewijzigd vanwege het gebruik van de "Gemeenschappelijke woordenlijst overheidsopdrachten".

Artikel 1, lid 15, onder d): verduidelijkt is dat radio-omroep- en televisiediensten geen telecommunicatiediensten zijn.

Artikel 2: de toepassing van de in artikel 2 van het oorspronkelijke voorstel bedoelde beginselen van gelijke behandeling, transparantie en niet-discriminatie is versterkt doordat de aanbestedende diensten rechtstreeks worden verplicht deze na te leven.

Artikel 3: artikel 55 van het oorspronkelijke voorstel is gewijzigd. De woorden "ongeacht de rechtsvorm van deze instantie" zijn geschrapt omdat deze overbodig worden geacht. De verplichting om de voorschriften en beginselen van het Verdrag in acht te nemen is vervangen door de verplichting dat men "het beginsel van niet-discriminatie op grond van de nationaliteit moet naleven", zoals artikel 2, tweede alinea, van de nu geldende Richtlijn 93/36/EEG bepaalt. Omdat de uit het Verdrag voortvloeiende verplichtingen volgens de uitlegging van het Hof in elk geval van toepassing zijn, heeft de Commissie het unanieme standpunt van de Raad in dit opzicht aanvaard, hoewel zij deze wijziging, waarin de jurisprudentie van het Hof niet tot uiting komt, betreurt.

Artikel 4: artikel 3 van het oorspronkelijke voorstel, betreffende combinaties van ondernemers, is gewijzigd en geherformuleerd. De mogelijkheid om te verlangen dat wordt aangegeven welke personen met de uitvoering van de verrichtingen worden belast, is uitgebreid tot opdrachten voor werken en tot opdrachten voor leveringen waarvoor werkzaamheden voor aanbrengen en installeren nodig zijn. Dit wordt gerechtvaardigd door het voor dit type prestaties vereiste vertrouwen in de kennis, doelmatigheid, ervaring en betrouwbaarheid, en hierin komt de wijziging van artikel 48, lid 5, tot uitdrukking.

Artikel 7: artikel 8 van het oorspronkelijke voorstel is herschreven en geactualiseerd. De uitsluiting van bepaalde opdrachten is gepreciseerd en de drempelbedragen zijn aangepast aan de voor de periode 2002-2004 geldende bedragen, die opnieuw zijn berekend volgens het tweejaarlijkse herzieningsmechanisme voor de drempels dat is ingesteld om deze aan te passen aan de wijzigingen in de verhouding Europese munten/BTR. De hogere drempels in het gemeenschappelijk standpunt ten opzichte van die in het oorspronkelijke voorstel vloeien voort uit de in BTR (bijzondere trekkingsrechten) uitgedrukte drempels in de overeenkomst inzake overheidsopdrachten.

Bovendien is een hogere drempel ingesteld voor bepaalde telecommunicatiediensten die niet onder de overeenkomst inzake overheidsopdrachten vallen, waarmee naar de situatie van de bestaande wetgeving wordt teruggekeerd; het voorstel van de Commissie om één drempel in te stellen voor overheidsopdrachten voor diensten teneinde de juridische regeling te vereenvoudigen is bijgevolg niet overgenomen, omdat dit een aanzienlijke verlaging van de geldende drempel zou inhouden.

Artikel 8: artikel 9 van het oorspronkelijke voorstel is herschreven en de drempels zijn - om dezelfde redenen - aangepast aan die van artikel 7. De herformulering houdt geen wijziging van het toepassingsgebied van de richtlijn in, dat moet overeenkomen met de toepassingsgebieden van de geldende richtlijnen "werken" en "diensten". De herformulering is nodig in verband met de in artikel 1, lid 14, en in de bijlagen I en II aangegeven voorrang van de nomenclaturen CPC en NACE bij uiteenlopende interpretaties tussen deze nomenclaturen en de CPV.

Artikel 10: artikel 7 van het oorspronkelijke voorstel, betreffende opdrachten op het gebied van defensie, is herschreven zonder de strekking ervan te wijzigen, die verbonden blijft met de toepassing van artikel 296 van het Verdrag.

Artikel 17: dit nieuwe artikel sluit expliciet concessieovereenkomsten voor diensten uit van het toepassingsgebied van Richtlijn 92/50/EEG teneinde de juridische situatie te verduidelijken.

Artikel 24 en bijlage VII, aankondigingen van overheidsopdrachten, punt 9: de tekst van artikel 25 van het oorspronkelijke voorstel, betreffende varianten, die op de bestaande wetgeving berustte, is zodanig verduidelijkt dat de ondernemers zeker weten of varianten zijn toegestaan of niet (verplichte vermelding van beide situaties in de aankondiging van de opdracht) en onder welke voorwaarden hun varianten zullen worden aanvaard (uitsluitend varianten die aan de aangegeven minimumeisen voldoen worden in aanmerking genomen).

Artikel 25: artikel 26 van het oorspronkelijke voorstel is gewijzigd om te verduidelijken dat de lidstaten de aanbestedende diensten kunnen verplichten te vragen naar onderaanneming. Bovendien is "welke onderaannemers hij heeft aangewezen" vervangen door "welke onderaannemers hij voorstelt", waardoor de ondernemers een zekere flexibiliteit wordt geboden om rekening te houden met situaties waarin het met zekerheid aanwijzen van onderaannemers een belemmering voor het indienen van een inschrijving zou kunnen vormen.

Artikel 28: dit artikel is herschreven om te verduidelijken dat de aanbestedende diensten gebruikmaken van de nationale procedures en om rekening te houden met de omzetting van de concurrentiële dialoog in een volwaardige procedure.

Artikel 32: artikel 32 van het oorspronkelijke voorstel, betreffende raamovereenkomsten, is herschreven, waarbij de maximale looptijd van deze overeenkomsten is gewijzigd (zie opmerkingen over overweging 10) en waarbij de mogelijkheid is gecreëerd om een raamovereenkomst met één ondernemer te sluiten. Gepreciseerd is dat de lidstaten beslissen of zij raamovereenkomsten toestaan en of zij deze beperken tot bepaalde soorten opdrachten, aangezien de doelstelling van de richtlijn is dat bij de eventuele uitvoering van deze overeenkomsten het beginsel van gelijke behandeling wordt nageleefd.

Artikel 35: de tekst van artikel 34 van het oorspronkelijke voorstel, betreffende de aankondigingen, is overgenomen, waarbij deze is aangepast aan de omzetting van de concurrentiële dialoog in een volwaardige procedure en aan de invoering van dynamische aankoopsystemen. Twee inhoudelijke wijzigingen zijn aangebracht. De eerste betreft de mogelijkheid een vooraankondiging te publiceren via het kopersprofiel van de aanbestedende dienst. Deze mogelijkheid is aangevuld met de verplichting "een kennisgeving toe (te zenden) waarin de bekendmaking van de vooraankondiging in het kopersprofiel wordt meegedeeld". Deze wijziging versterkt de rol van elektronische middelen bij overheidsaankopen en waarborgt tegelijkertijd de gelijke toegang voor alle potentiële inschrijvers door publicatie.

De tweede wijziging betreft de beperking van de verplichting een dergelijke aankondiging bekend te maken tot de gevallen waarin de aanbestedende dienst gebruikmaakt van de mogelijkheid om de termijnen voor de ontvangst van inschrijvingen overeenkomstig artikel 38, lid 4, te bekorten. Hoewel deze oplossing een stap terug betekent ten opzichte van het oorspronkelijke voorstel, dat voorzag in verplichte vooraankondigingen, heeft de Commissie haar toch aanvaard omdat de lidstaten op basis hiervan overeenstemming hebben bereikt.

Artikel 43: het artikel van het oorspronkelijke voorstel betreffende de processen-verbaal is aangepast aan de invoering van dynamische aankoopsystemen, en er is een precisering aangebracht ten aanzien van de verplichtingen betreffende raamovereenkomsten. Bovendien is de verplichting opgenomen dat de aanbestedende diensten het verloop van de langs elektronische weg gevoerde gunningsprocedures moeten documenteren, om de transparantie van dergelijke procedures te vergroten.

Artikel 49: artikel 50 van het oorspronkelijke voorstel, betreffende kwaliteitsnormen, is aangepast overeenkomstig de in punt 3.3.1 beschreven wijziging van amendement 97.

Artikel 53: de structuur van lid 1 van de tekst betreffende gunningscriteria is gewijzigd en in lid 2 zijn wijzigingen aangebracht.

In lid 1 is de volgorde van de gunningscriteria omgewisseld: de economisch voordeligste inschrijving wordt nu als eerste criterium genoemd om de gangbare opvatting dat overheidsopdrachten uitsluitend op grond van de prijs worden gegund tegen te gaan. Bovendien is "die rechtstreeks met het voorwerp van de overheidsopdracht verband houden" vervangen door "die gerechtvaardigd worden door het voorwerp van de opdracht" om aan te geven dat het criterium voor de beoordeling van de inschrijvingen per se verband moet houden met het voorwerp van de opdracht, zonder dat dit verband "rechtstreeks" hoeft te zijn.

Lid 2 is als volgt gewijzigd: de eerste en de derde alinea zijn samengevoegd in de eerste alinea, die is aangepast aan de omzetting van de concurrentiële dialoog in een volwaardige procedure; de mogelijkheid om de weging of de afnemende volgorde van belang van de criteria in de uitnodiging tot inschrijving, tot deelneming aan de dialoog of tot onderhandelen te vermelden is om redenen van wetgevingseconomie geschrapt (deze mogelijkheid is reeds opgenomen in artikel 40, lid 5, onder e)); de mogelijkheid om de weging uit te drukken in een marge is beter afgebakend; het is nuttig geacht te erkennen dat de aanbestedende dienst in bepaalde gevallen, om aantoonbare redenen, geen weging kan aangeven. Alleen in deze gevallen kan de weging worden vervangen door het aangeven van een afnemende volgorde van belang van de criteria.

Artikel 56: artikel 64 van het oorspronkelijke voorstel is zodanig gewijzigd dat de drempel die geldt voor concessieovereenkomsten voor openbare werken gelijk wordt getrokken met de opnieuw berekende drempel voor overheidsopdrachten voor werken; ook is gepreciseerd dat de waarde van concessieovereenkomsten wordt berekend volgens de regels voor overheidsopdrachten.

Artikel 57: artikel 65 van het oorspronkelijke voorstel, betreffende de uitsluitingen van het toepassingsgebied van de regels op het gebied van concessieovereenkomsten voor openbare werken, is vereenvoudigd door te verwijzen naar de bepalingen die gelden voor overheidsopdrachten. De tekst betreffende concessieovereenkomsten die worden gesloten door aanbestedende diensten die een activiteit uitoefenen waarop de richtlijn "bijzondere sectoren" betrekking heeft, is gebaseerd op die van artikel 12 voor overheidsopdrachten.

Artikel 58: artikel 66 is vereenvoudigd door voor de bekendmaking van de aankondiging betreffende concessieovereenkomsten te verwijzen naar de bepalingen voor overheidsopdrachten.

Artikel 59: aan artikel 67 van het oorspronkelijke voorstel, betreffende de termijn voor de indiening van de inschrijvingen, is de mogelijkheid toegevoegd om de termijn te verkorten indien elektronische middelen worden gebruikt, zoals in artikel 38, lid 5, is bepaald voor overheidsopdrachten. Bovendien is bepaald dat deze termijn moet worden verlengd overeenkomstig artikel 38, lid 7.

Artikel 63: artikel 71 is overgenomen, waarbij de drempel voor overheidsopdrachten die worden geplaatst door concessiehouders die geen aanbestedende dienst zijn is aangepast aan de opnieuw berekende drempel voor overheidsopdrachten voor werken, en waarbij aan lid 1 een derde alinea is toegevoegd waarin de regels voor de berekening van de waarde van de opdrachten zijn gepreciseerd.

Artikel 65: artikel 73 is aangevuld met een tweede alinea waarin wordt toegestaan de termijn voor de ontvangst van inschrijvingen in te korten vanwege het gebruik van elektronische middelen (artikel 38, leden 5 en 6) en waarin een verlenging van deze termijn wordt voorgeschreven indien de inschrijvingen slechts na een bezichtiging ter plaatse kunnen worden opgesteld (artikel 38, lid 7).

Artikel 67: artikel 57, lid 1, van het oorspronkelijke voorstel is gewijzigd om de drempels voor prijsvragen in overeenstemming te brengen met de drempels voor overheidsopdrachten voor diensten. Lid 2, tweede en derde alinea's, bevat preciseringen betreffende de wijze van berekening van de waarde van prijsvragen.

Artikel 68: artikel 58 van het oorspronkelijke voorstel, betreffende uitsluitingen van het toepassingsgebied van de regels voor prijsvragen, is vereenvoudigd door te verwijzen naar de bepalingen die gelden voor overheidsopdrachten. De tekst betreffende prijsvragen die worden uitgeschreven door aanbestedende diensten die een activiteit uitoefenen waarop de richtlijn "bijzondere sectoren" betrekking heeft, is gebaseerd die van artikel 12 voor overheidsopdrachten.

Artikelen 69 en 70: artikel 59, lid 2, tweede alinea, artikel 59, lid 3, en artikel 60 zijn aangepast door te verwijzen naar de overeenkomstige artikelen voor overheidsopdrachten die van toepassing zijn op prijsvragen op het gebied van diensten.

Artikel 73: omwille van de duidelijkheid zijn de bepalingen van artikel 63 van het oorspronkelijke voorstel verdeeld over twee artikelen: artikel 73 betreft de samenstelling van de jury en artikel 74 betreft beslissingen van de jury.

Artikel 74: de bepalingen van artikel 63, lid 2, van het oorspronkelijke voorstel, zijn als volgt gewijzigd: de verplichtingen ten aanzien van anonimiteit zijn gepreciseerd, de transparantie van het verloop van de werkzaamheden van de jury is vergroot door het opstellen van notulen verplicht te stellen en de beoordeling door de jury is verbeterd doordat de jury in voorkomend geval de deelnemers kan vragen de projecten toe te lichten.

Artikel 76: de statistische verplichtingen van artikel 75, lid 1, tweede alinea, onder b), van het oorspronkelijke voorstel, zijn vereenvoudigd door te bepalen dat voor het statistische overzicht van diensten en werken uitsluitend de CPV-nomenclatuur wordt gebruikt, zoals al was bepaald voor leveringen.

Artikel 77: lid 2 van artikel 76 van het oorspronkelijke voorstel, betreffende het Raadgevend Comité, is om strikt taalkundige redenen herschreven. Lid 3 is aangepast aan de comitologieregels.

Artikel 78: artikel 77 van het oorspronkelijke voorstel, betreffende de herziening van de drempels, is overgenomen, waarbij lid 1 op een punt is verduidelijkt (eerste alinea: automatische tweejaarlijkse controle en aanpassing uitsluitend indien nodig, dat wil zeggen indien gerechtvaardigd door de wijziging van de verhouding euro/BTR) en de afronding van de drempels bij de herziening is gewijzigd ("op het duizendtal" in plaats van "op het tienduizendtal").

Artikel 79: artikel 78 van het oorspronkelijke voorstel, betreffende de wijzigingen die volgens de comitologieprocedure kunnen worden aangebracht, is omwille van de duidelijkheid herschreven en is in verband met de nieuwe bijlage X aangevuld met de letter i).

Artikel 80: de uiterste datum voor de tenuitvoerlegging van de richtlijn is gewijzigd in 21 maanden na de inwerkingtreding ervan.

Artikel 81: de tekst betreffende de datum waarop de nu geldende richtlijnen worden ingetrokken, is uitgebreid (met "en toepassing") om de uit de richtlijnen voortvloeiende verplichtingen voor de lidstaten weer te geven.

Artikel 82: dit is een nieuw artikel waarin de datum van inwerkingtreding van de richtlijn wordt vermeld.

Bijlage III (Lijst van de publiekrechtelijke instellingen), bijlage IV (Centrale overheidsinstanties) en bijlage IX (Registers): deze bijlagen zijn aangepast aan de ontwikkelingen op nationaal niveau.

Bijlage VII A (Aankondiging van bekendmaking van een vooraankondiging via een kopersprofiel): vloeit voort uit de wijzigingen van artikel 35.

3.3.2. Nieuwe inhoudelijke bepalingen

Overweging 12, artikel 1, lid 6, artikel 33 en bijlage VII A "Vereenvoudigde aankondiging van een overheidsopdracht in het kader van een dynamisch aankoopsysteem": deze bepalingen introduceren het dynamische aankoopsysteem: een nieuw, geheel elektronisch aankoopinstrument voor courant gebruik. Het betreft een instrument dat past in de doelstelling van modernisering van de Gemeenschapsregels voor coördinatie om optimaal te profiteren van de door de informatietechnologie geboden mogelijkheden tot vereenvoudiging en tot vergroting van de efficiëntie. Elke opdracht in het kader van dit systeem moet volledig openstaan voor mededinging: elke ondernemer die deel uitmaakt van het systeem, wordt automatisch uitgenodigd in te schrijven, terwijl ook nieuwe ondernemers kunnen inschrijven.

Dit instrument voorziet in de opstelling van een lijst van ondernemers die automatisch worden uitgenodigd definitief in te schrijven op elke specifieke opdracht waarvoor tot mededinging wordt opgeroepen. Gedurende de hele looptijd van het systeem, die maximaal vier jaar bedraagt, kunnen ondernemers zich echter op de lijst inschrijven. Ondernemers worden van het bestaan van het systeem op de hoogte gebracht door de bekendmaking van een aankondiging bij de instelling van het systeem en door de bekendmaking van een vereenvoudigde aankondiging bij de gunning van elke specifieke opdracht.

De inschrijving op deze lijsten vindt plaats op basis van "indicatieve" inschrijvingen die elke ondernemer kan indienen op elk moment nadat de aankondiging betreffende de instelling van het dynamische aankoopsysteem is bekendgemaakt. De aanbestedende dienst stelt hiervoor vanaf het begin het bestek en de eventuele andere stukken elektronisch ter beschikking van belangstellende ondernemers.

Dit systeem moet worden gezien in het licht van het door het Parlement goedgekeurde amendement 78, waarin wordt voorgesteld een erkenningsregeling in de klassieke richtlijn op te nemen. De Commissie heeft dit amendement verworpen omdat een dergelijk systeem zou leiden tot een onaanvaardbaar verlies van transparantie, omdat uitsluitend van tevoren erkende ondernemingen voor het plaatsen van opdrachten zouden worden geraadpleegd. In haar gewijzigde voorstel heeft de Commissie echter benadrukt dat zij voorstander van dergelijke systemen zou zijn indien hierbij de opdrachten op passende wijze voor mededinging zouden worden opengesteld en de doorzichtigheid en de gelijke behandeling zouden kunnen worden gewaarborgd. Ook werd de mogelijkheid genoemd hiervoor elektronische middelen te gebruiken. Het dynamische aankoopsysteem, zoals dat in het gemeenschappelijk standpunt is opgenomen, voldoet volgens de Commissie aan bovengenoemde eisen en kan een passend antwoord vormen op het verzoek dat het Parlement in amendement 78 heeft gedaan.

Artikel 1, lid 4: in dit lid wordt een definitie gegeven van "concessieovereenkomsten voor diensten" in verband met de expliciete uitsluiting in het nieuwe artikel 17. Deze definitie is gebaseerd op die van concessieovereenkomsten voor openbare werken en is bedoeld om de uitsluiting van concessieovereenkomsten voor diensten te verduidelijken.

Artikel 31: in dit artikel zijn nieuwe gevallen opgenomen waarin de toepassing van de procedure van gunning door onderhandelingen zonder bekendmaking van een aankondiging van een opdracht gerechtvaardigd is. Het betreft op een grondstoffenmarkt genoteerde en aangekochte leveringen (lid 2, onder c)), waarvoor reeds een bepaling in Richtlijn 77/62/EEG is opgenomen, en leveringen tegen bijzonder gunstige voorwaarden als gevolg van in de lidstaten duidelijk gereglementeerde situaties (lid 2, onder d)).

Bijlage X: deze nieuwe bijlage betreft de eisen ten aanzien van middelen voor de elektronische ontvangst van inschrijvingen, verzoeken tot deelneming of plannen en ontwerpen bij prijsvragen. Hiermee wordt tegemoetgekomen aan de bezorgdheid over de vertrouwelijkheid die tot uitdrukking kwam in amendement 117 van het Parlement, dat niet om inhoudelijke redenen door de Commissie is afgewezen, maar uitsluitend omdat het niet gepaard ging met een amendement van het dispositief ter introductie van de voorgestelde bijlage.

4. CONCLUSIE

De Commissie is van mening dat de essentiële elementen van haar oorspronkelijke voorstel en van de amendementen van het Europees Parlement die zij in haar gewijzigde voorstel heeft overgenomen, in de tekst van het gemeenschappelijk standpunt behouden zijn gebleven. Zij heeft het gemeenschappelijk standpunt dat de Raad met eenparigheid van stemmen heeft vastgesteld, vanwege de situatie van de financiële diensten echter niet gesteund. Ten aanzien van de overige aspecten voldoet het gemeenschappelijk standpunt aan de met het oorspronkelijke voorstel van de Commissie beoogde doelstellingen van verduidelijking, vereenvoudiging en modernisering.

BIJLAGEN

Verklaringen in de notulen van de Raad van 21 mei 2002

Verklaring van de Commissie betreffende overweging 13 en artikel 18, onder d) (in het Gemeenschappelijk Standpunt respectievelijk overweging 26 en artikel 16, onder d) geworden):

"De Commissie is van oordeel dat richtlijnen betreffende overheidsopdrachten onderworpen zijn aan verplichtingen van de Gemeenschap welke voortvloeien uit de Overeenkomst inzake overheidsopdrachten, en zij zal derhalve deze richtlijnen uitleggen op een wijze die verenigbaar is met deze Overeenkomst. Om die reden is de Commissie van oordeel dat overweging 13 en artikel 18, onder d) niet zo kunnen worden uitgelegd dat, onder andere, overheidsopdrachten betreffende leningen van aanbestedende diensten, in het bijzonder lokale diensten, uitgesloten zouden zijn, met uitzondering van leningen voor "de uitgifte, de aankoop, de verkoop en de overdracht van effecten of andere financiële instrumenten."

Daarenboven herhaalt de Commissie dat ingeval de richtlijnen niet van toepassing zijn, bijvoorbeeld wanneer de drempelwaarde te laag is, de bepalingen en beginselen van het Verdrag nageleefd dienen te worden. Overeenkomstig de rechtspraak van het Hof impliceert dit met name de verplichting tot doorzichtigheid die erin bestaat dat voldoende openbaarheid gewaarborgd wordt, opdat opdrachten voor de concurrentie kunnen worden opengesteld."

Verklaring van de Commissie betreffende concessieovereenkomsten voor diensten en publiek-privaat partnerschap (artikel 1, lid 3bis en artikel 18 (bis) (in het Gemeenschappelijk standpunt respectievelijk artikel 1, vierde lid en artikel 17 geworden):

"De Commissie is van oordeel dat kwesties betreffende concessieovereenkomsten voor diensten en publiek-private partnerschappen verder onderzocht dienen te worden om na te gaan of er behoefte is aan een specifiek rechtsinstrument om de economische actoren een betere toegang tot concessieovereenkomsten en de verschillende vormen van publiek-private partnerschappen te verlenen en om ervoor te zorgen dat deze actoren ten volle van hun in het Verdrag neergelegde rechten gebruik kunnen maken."