Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement overeenkomstig artikel 251, lid 2, tweede alinea, van het EG-Verdrag over het gemeenschappelijk standpunt van de Raad met het oog op de aanneming van een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten /* SEC/2003/0361 def. - COD 2001/0305 */
MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT overeenkomstig artikel 251, lid 2, tweede alinea, van het EG-Verdrag over het gemeenschappelijk standpunt van de Raad met het oog op de aanneming van een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten 2001/0305 (COD) MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT overeenkomstig artikel 251, lid 2, tweede alinea, van het EG-Verdrag over het gemeenschappelijk standpunt van de Raad met het oog op de aanneming van een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten 1- ACHTERGROND Datum van indiening van het voorstel bij het Europees Parlement en de Raad (document COM(2001)784 def. - C[5-0700/2001] - 2001/0305(COD)): // 21 december 2001 Datum van het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité: // 17 juli 2002 Datum van het advies van het Europees Parlement, in eerste lezing: // 24 oktober 2002 Datum van indiening van het gewijzigd voorstel: // 4 december 2002 Datum van goedkeuring van het gemeenschappelijk standpunt: // 18 maart 2003 2- DOEL VAN HET VOORSTEL VAN DE COMMISSIE In Verordening (EEG) nr. 295/91 van de Raad van 4 februari 1991 zijn regels vastgesteld voor compensatie en bijstand aan reizigers bij instapweigering in het geregeld luchtvervoer. Hoewel het een belangrijke stap vooruit is bij de bescherming van passagiers die met instapweigering te maken krijgen, daalde als gevolg van de verordening het aantal getroffen passagiers niet tot een redelijk niveau. Evenmin was er iets bepaald over annuleringen waarvoor de luchtvaartmaatschappijen verantwoordelijk waren of grote vertragingen, en dit ondanks de ernstige ongemakken die daardoor werden veroorzaakt. Om deze lacunes te vermijden keurde de Commissie een voorstel voor een nieuwe verordening goed die Verordening (EEG) nr. 295/91 verving. Wat de instapweigering betreft, was het de eerste doelstelling van de verordening om deze praktijk terug te dringen, door luchtvaartmaatschappijen ertoe te brengen vrijwilligers te vinden die hun reservering tegen bepaalde voordelen wilden opgeven, in plaats van passagiers tegen hun zin niet toe te staan aan boord te gaan. Andere maatschappijen dienden passagiers volledig te compenseren wanneer hun het instappen werd geweigerd, zodat zij in staat werden gesteld om in bevredigende omstandigheden hun vlucht te annuleren of hun reis voort te zetten en aan degenen die op een latere vlucht wachtten voldoende zorg werd geboden. In het geval van annuleringen was het de bedoeling annuleringen om commerciële reden te ontmoedigen en, indien zij zich voordeden, het ongemak voor passagiers zoveel mogelijk te beperken. Om dit te verwezenlijken werden de luchtvaartmaatschappijen ertoe aangezet om annuleringen van tevoren aan te kondigen en overeenstemming te bereiken met passagiers over de voorwaarden waaronder zij hun reservering wilden opgeven. Indien dit niet gebeurde zouden zij passagiers moeten compenseren en hulp moeten bieden alsof hun het instappen geweigerd was. Tenslotte bevat het voorstel een aantal beperkte rechten voor passagiers die met grote vertragingen werden geconfronteerd, en waardoor zij in staat werden gesteld om in bevredigende omstandigheden hun vlucht te annuleren of hun reis voort te zetten. Het toepassingsgebied van het voorstel was ruimer dan dat van Verordening nr. 295/91 aangezien het tot geregelde en niet-geregelde (charter)vluchten werd uitgebreid. Op deze manier zouden passagiers op packagetours dezelfde bescherming genieten als anderen. 3- OPMERKINGEN MET BETREKKING TOT HET GEMEENSCHAPPELIJK STANDPUNT De Raad voerde een aantal gemene wijzigingen met betrekking tot het voorstel van de Commissie in die aanvaardbaar zijn omdat hierdoor gewaarborgd wordt dat aan de doelstellingen wordt voldaan. De eerste heeft betrekking op de verantwoordelijkheid die bestaat om aan de verplichtingen van de verordening te voldoen. In haar aanvankelijke voorstel wees de Commissie vanwege de duidelijkheid en eenvoud de luchtvaartmaatschappij of de touroperator waarmee de passagiers een contract hadden afgesloten, als de verantwoordelijke aan. In eerste lezing beval het Parlement in bepaalde omstandigheden een gedeelde verantwoordelijkheid aan tussen deze partijen en de uitvoerende luchtvaartmaatschappij. De Commissie ging niet op deze wijziging in, aangezien hierdoor wettelijke onzekerheid en verwarring bij de passagiers konden ontstaan. De Raad koos toen voor een eenvoudige oplossing (artikel 3, lid 4, van het gemeenschappelijk standpunt) waarbij alle verplichtingen om de passagiers te compenseren en steun te bieden op de schouders werden gelegd van de luchtvaartmaatschappij die de vlucht uitvoert. Dit is een praktische oplossing, aangezien deze luchtvaartmaatschappij gewoonlijk het best geplaatst is om ervoor te zorgen dat de vluchten volgens plan verlopen en op luchthavens over personeel of tussenpersonen beschikt om passagiers te helpen. Het is tevens een duidelijke en eenvoudige oplossing, die gemakkelijk door de passagiers wordt begrepen. In de tweede plaats werden er door de Raad in artikel 7, compensatieniveaus goedgekeurd die aanzienlijk lager lagen dan die welke door de Commissie waren voorgesteld, namelijk 250, 400 en 600 euro. Hoewel zij liever hogere tarieven zou zien, is de Commissie van oordeel dat die welke door de Raad zijn goedgekeurd toch neerkomen op een aanzienlijke stijging vergeleken met de niveaus die in de huidige verordening zijn bepaald en voldoende zijn om luchtvaartmaatschappijen ertoe aan te zetten vrijwilligers te vinden, in plaats van passagiers tegen hun zin het instappen te weigeren, en van tevoren annuleringen aan te kondigen. De derde wijziging heeft betrekking op de rechten en verplichtingen bij annulering van een vlucht. Het voorstel van de Commissie was bedoeld om luchtvaartmaatschappijen ertoe te bewegen passagiers van tevoren te waarschuwen en alternatieve oplossingen voor hen te zoeken. Het Parlement keurde deze benadering goed doch beval aan de werkingssfeer te beperken tot annuleringen die minder dan 7 dagen voor de geplande vertrektijd plaatsvonden, hetgeen door de Commissie werd aanvaard. In zijn gemeenschappelijk standpunt (artikel 5, lid 1, onder c) volgde de Raad deze aanpak ten aanzien van de compensatie, doch niet ten aanzien van andere rechten, onder toevoeging van een tweede voorwaarde: passagiers zouden alleen worden gecompenseerd indien zij niet een nader te specificeren aantal dagen van tevoren daarvan in kennis zouden zijn gesteld en indien hun geen alternatieve vluchten waren aangeboden waardoor zij in staat zouden zijn om hun bescherming voor een nader genoemd tijdstip alsnog te bereiken. Hierdoor zou de compensatie meer in verband worden gebracht met de hinder en het ongemak waarmee annuleringen gepaard gaan. Tenslotte heeft de Raad meer uitgebreide rechten goedgekeurd voor passagiers die met grote vertragingen worden geconfronteerd. De Commissie had voorgesteld dat deze er recht op zouden hebben om te kiezen tussen een terugbetaling van hun tickets en een andere vliegroute. Het Parlement was evenwel van oordeel dat hierdoor verwarring en verdere vertragingen konden ontstaan en had aanbevolen dat passagiers het recht op verzorging krijgen (maaltijden en hotelaccommodatie) wanneer de vertraging niet was te wijten aan overmacht. De Commissie aanvaardde dit in het gewijzigd voorstel. In artikel 6 van zijn gemeenschappelijk standpunt heeft de Raad deze beide rechten aan de passagiers gegeven, waardoor zij nog beter worden beschermd. De Commissie keurde 22 van de 40 amendementen die door het Europese Parlement in eerste lezing waren voorgesteld geheel of gedeeltelijk goed. Daarvan heeft de Raad er letterlijk of in beginsel 17 in zijn gemeenschappelijk standpunt opgenomen. 4- GEDETAILLEERD COMMENTAAR VAN DE COMMISSIE 4.1 Amendementen welke door de Commissie zijn goedgekeurd en geheel of gedeeltelijk in het gemeenschappelijk standpunt zijn opgenomen De onderstaande referenties verwijzen naar overwegingen en artikelen van het gemeenschappelijk standpunt. Amendement 8 gedeeltelijk. In overweging 14 noemt de Raad een aantal omstandigheden waarin bij annuleringen en vertragingen luchtvaartmaatschappijen van verschillende verplichtingen kunnen worden vrijgesteld. Deze vertonen grote overeenkomst met de lijst die door het Parlement werd voorgesteld en door de Commissie werd opgenomen in overweging 8a van haar gewijzigde voorstel. De Raad volgde het Parlement evenwel niet door te verwijzen naar "overmacht" doch gebruikte de term "buitengewone omstandigheden die zelfs door het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen hadden kunnen worden". Amendement 9 en 10. Artikel 2, onder i) en j), heeft betrekking op de definitie van "instapweigering" en "vrijwilliger". De voorwaarden waaraan passagiers moeten voldoen om van de verordening te kunnen profiteren zijn in artikel 3 nader uiteengezet. Amendement 11. Artikel 5, lid 1, onder c), beperkt het recht op compensatie tot annuleringen die minder dan een bepaalde tijd voor het vertrek worden medegedeeld (zie derde algemene opmerking hierboven). In het gemeenschappelijk standpunt wordt geen melding gemaakt van gecomputeriseerde reserveringssystemen aangezien niet alle vluchten op deze wijze geboekt worden. Amendement 12. Op grond van artikel 2, onder h), wordt de standaarddefinitie van een "persoon met beperkte mobiliteit" van de European Civil Aviation Conference ingevoerd. Amendement 22 gedeeltelijk. In artikel 11, lid 1 wordt gesteld dat luchtvaartmaatschappijen niet alleen voorrang geven aan passagiers met beperkte mobiliteit doch ook aan officiële geleidehonden. Amendement 25 gedeeltelijk. Met artikel 8, lid 1, onder c), wordt de voorwaarde "indien een dergelijke vlucht beschikbaar is" ingevoerd. Hierdoor wordt het duidelijk dat luchtvaartmaatschappijen niet verplicht zijn om speciaal vluchten te organiseren voor passagiers die door instapweigering of annulering zijn getroffen. Amendement 26. Op grond van artikel 9, lid 2, krijgen passagiers het recht om gratis twee telefoongesprekken te voeren. Hierdoor zijn zij in staan om contact op te nemen met zowel het punt van bestemming als dat van vertrek, zoals in het amendement is vastgelegd. Amendement 27. Op grond van artikel 9, lid 1, onder c), krijgen passagiers vrij vervoer tussen de luchthaven en de plaats van de accommodatie. Amendement 29 gedeeltelijk. In artikel 5, lid 1, onder c), wordt het beginsel gevolgd dat de compensatie wordt gelimiteerd tot annuleringen die minder dan een bepaalde tijd voor het vertrek zijn meegedeeld (zie de derde algemene opmerking hierboven). Op grond daarvan zijn luchtvaartmaatschappijen tevens verplicht om uit te leggen welke alternatieve vluchten er voorhanden zijn wanneer de passagiers wordt meegedeeld dat hun vlucht geannuleerd is. Amendement 31 gedeeltelijk. In artikel 6, lid 1, stelt het gemeenschappelijk standpunt luchtvaartmaatschappijen vrij van de verplichting om bijstand te bieden aan de passagiers, wanneer zij niet verantwoordelijk is voor de vertraging. Amendement 32. Het artikel 11, lid 2, verplicht luchtvaartmaatschappijen ertoe zo snel mogelijk bijstand te bieden aan passagiers met beperkte mobiliteit en hun eventuele begeleiders, niet alleen bij vertragingen doch ook in geval van instapweigering en annulering. Amendement 33 gedeeltelijk. Overweging 14 somt een aantal buitengewone omstandigheden op waarin luchtvaartmaatschappijen niet voor vertragingen of annuleringen verantwoordelijk zijn. Amendement 34. Op grond van artikel 12, lid 2, kunnen passagiers, onverminderd de nationale wetgeving, rechtens geen verdere compensatie eisen, wanneer zij vrijwillig kun reservering hebben opgegeven. Amendement 36. Op grond van artikel 14, lid 2, zijn luchtvaartmaatschappijen die overgaan tot instapweigering of annulering verplicht de passagiers de details mee te delen over de contacten met de door de lidstaten aangewezen instantie die verantwoordelijk is voor de handhaving van de verordening en/of bepaalde klachten. Amendement 38. In de eerste zin van artikel 16, lid 2, wordt verduidelijkt dat vliegtuigpassagiers het recht houden om de nodige stappen te ondernemen bij de bevoegde rechtbanken om verdere compensatie te vragen, wanneer zij een klacht indienen bij een door een lidstaat aangewezen instantie. Amendement 42. Artikel 15, lid 2, biedt bescherming indien een maatschappij, ondanks het verbod om dat te doen, restrictieve clausules opneemt in de contracten, en indien de passagiers een lagere compensatie hebben aanvaard dan die waarin in deze verordening is voorzien. 4.2 Amendementen welke door de Commissie zijn goedgekeurd en niet in het gemeenschappelijk standpunt zijn opgenomen Amendementen 1, 6, 8 gedeeltelijk, 28 gedeeltelijk en 31 gedeeltelijk. Om de omstandigheden te definiëren waaronder luchtvaartmaatschappijen vrijgesteld zijn van bepaalde verplichtingen bij annulering en vertraging wordt in het gemeenschappelijk standpunt niet de term "overmacht" ("force majeur") gebruikt, welke door het Parlement is goedgekeurd en door de Commissie is aanvaard, doch veeleer de zinsnede "buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden". Amendement 14 gedeeltelijk. Met dit amendement wordt de tijdslimiet waarbinnen men zich moet presenteren aan de check-in-desk (indien hiervoor geen tijd is bepaald) van 30 tot 60 minuten. Amendement 31 gedeeltelijk. Met dit amendement wordt de keuze tussen een terugbetaling en een alternatieve vlucht vervangen door het recht op bijstand in afwachting van een latere vlucht, behalve indien de vertraging te wijten is aan een geval van overmacht. In het gemeenschappelijk standpunt krijgen de passagiers evenwel beide rechten (zie de laatste algemene opmerking hierboven). Amendement 39 gedeeltelijk. Dit amendement verplicht de Commissie om uiterlijk vijf jaar na de inwerkingtreding van de verordening een verslag op te stellen en niet voor 1 januari 2008, zoals in het oorspronkelijk voorstel van de Commissie. In het gemeenschappelijk standpunt wordt deze datum op 1 januari 2006 bepaald. 4.3 Amendementen welke door de Commissie zijn verworpen en niet in het gemeenschappelijk standpunt zijn opgenomen Amendementen 2, 3, 13 en 15. Hiermee zijn passagiers die all in-reizen hebben geboekt uitgesloten, zodat de verordening alleen van toepassing is op passagiers die alleen een vlucht hebben geboekt. Amendementen 4 en 21. Deze amendement willen dat bij overboeking de beschikbare plaatsen volgens uniforme criteria worden toegewezen. Amendement 5. Met dit amendement wordt voorgesteld om op de andere takken van vervoer soortgelijke regels toe te passen als in de voorgestelde verordening. Amendement 7. Met dit amendement wordt bepaald dat de eindbestemming die is welke op de laatste vluchtcoupon van het ticket vermeld staat. Dit is alleen van toepassing op tickets op papier en niet op elektronische tickets die de eerste steeds vaker plegen te vervangen. Bovendien zijn op grond van dit evenement aansluitende vluchten die zonder problemen kunnen worden uitgevoerd van de werkingssfeer van de verordening uitgesloten. Amendement 14 gedeeltelijk. Met dit amendement wordt de verplichting om het moment van inchecken schriftelijk vast te leggen ongedaan gemaakt. Amendementen 16, 17, 18, 19, 28 gedeeltelijk, 29 gedeeltelijk, 30 en 31 gedeeltelijk. Hiermee wordt een gedeelde verantwoordelijkheid ingevoerd om aan de verplichtingen van de verordening te voldoen indien er sprake is van code sharing tussen verschillende luchtvaartmaatschappijen en wanneer het logistiek gezien onmogelijk is voor een touroperator om aan deze verplichtingen te voldoen. Amendement 20. Hiermee wordt de definitie geschrapt van de prijs waarop een terugbetaling zou moeten zijn gebaseerd indien gereisd wordt in een lagere klasse. Amendement 22 gedeeltelijk. Dit amendement verbiedt luchtvaartmaatschappijen passagiers die met kleine kinderen reizen het instappen te weigeren. Amendement 23. Hiermee worden de bedragen voor schadeloosstelling verlaagd tot 200, 400 of 600 euro, al naar gelang van de afstand. Op grond van dit amendement kan de Commissie de tarieven ook om de drie jaar aan de inflatie aanpassen. Amendement 24. Als voortvloeisel van amendement 23 maakt dit amendement onderscheid tussen drie categorieën afstanden indien de vertragingen een bepaalde duur niet overschrijden. Met dit amendement wordt zelfs iedere schadevergoeding afgewezen indien er sprake is van vertragingen van minder dan één uur. Amendement 25 gedeeltelijk. Dit amendement beperkt de verplichting om biljetten terug te betalen of passagiers een alternatieve vlucht aan te bieden tot de periode van geldigheid van het ticket. Amendement 29 gedeeltelijk. Door dit amendement zou de toepassing van de verordening beperkt worden tot vluchten die minder dan 48 uur voor het geplande vertrekuur worden geannuleerd. Amendement 31. Als voortvloeisel van amendement 23 maakt dit amendement onderscheid tussen drie categorieën afstanden om de tijdslimieten vast te stellen waarbinnen bijstand moet worden verleend aan passagiers die met vertragingen geconfronteerd worden. Amendement 33 gedeeltelijk. Dit amendement beperkt de verplichting om passagiers bijstand te verlenen tot situaties waarin dit mogelijk is op grond van de plaatselijke omstandigheden. Amendement 35. Op grond van dit amendement zouden luchtvaartmaatschappijen claims kunnen indienen tegen derde partijen, en zelfs tegen overheidsinstanties. Amendement 37. Op grond van dit amendement zijn er maandelijkse vergelijkende verslagen vereist over de prestaties van de luchtvaartmaatschappijen. Amendement 39 gedeeltelijk. Dit amendement koppelt de verplichting voor de Commissie om verslag uit te brengen over de werking en de resultaten van de verordening met het aanwijzen van de voor de toepassing verantwoordelijke instantie als bedoeld in artikel 17 van het voorstel van de Commissie. 5- CONCLUSIE Hoewel de Commissie de voorkeur had gegeven aan hogere compensatieniveaus is zij van oordeel dat het gemeenschappelijk standpunt dat op 18 maart 2003 is goedgekeurd geen wijziging betekent van de doelstellingen en de aanpak van haar voorstel en kan zij daaraan derhalve haar steun geven.