52003PC0758

Voorstel voor een Besluit van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Beschikking 2000/819/EG betreffende een meerjarenprogramma voor ondernemingen en ondernemerschap, met name voor het midden- en kleinbedrijf (MKB) (2001-2005) /* COM/2003/0758 def. - COD 2003/0292 */


Voorstel voor een BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot wijziging van Beschikking 2000/819/EG betreffende een meerjarenprogramma voor ondernemingen en ondernemerschap, met name voor het midden- en kleinbedrijf (MKB) (2001-2005)

(door de Commissie ingediend)

TOELICHTING

1. Inleiding

Het evaluatieverslag over het Groei- en werkgelegenheidsinitiatief (1998-2000) werd opgesteld overeenkomstig artikel 7(2) van Besluit 98/347/EG van de Raad van 19 mei 1998. Krachtens dit besluit dient de Commissie een evaluatie te geven van het programma, met name van het totale gebruik dat ervan is gemaakt, de onmiddellijke gevolgen ervan voor het scheppen van werkgelegenheid en de vooruitzichten voor het scheppen van werkgelegenheid op lange termijn door het MKB.

Op 20 december 2000 heeft de Raad bij Beschikking 2000/819/EG besloten de financiële instrumenten van het Groei- en werkgelegenheidsinitiatief (de MKB-garantiefaciliteit, de ETF-startersregeling en het programma Joint European Venture (JEV)) op basis van deze nieuwe rechtsgrond uit te breiden. Ook werd een nieuw instrument toegevoegd, namelijk de startkapitaalactie. Er werd echter geen extra budget voor het JEV-programma gepland.

Volgens punt IV van bijlage II bij deze beschikking moest het JEV-programma worden vereenvoudigd om het beter af te stemmen op de behoeften van het MKB, ook in de kandidaat-lidstaten, en onderzocht de Commissie of een dergelijke vereenvoudiging mogelijk was. Na een zorgvuldige analyse heeft de Commissie evenwel vastgesteld dat een substantiële vereenvoudiging van het JEV-programma in het kader van Beschikking 2000/819/EG om de volgende redenen niet mogelijk is:

- deze beschikking bevat geen regels die de Commissie in staat stellen maatregelen te nemen om de structuur van het in bijlage II bij Besluit 98/347/EG van de Raad beschreven programma te wijzigen;

- deze beschikking bevat geen regels die de Commissie in staat stellen de criteria voor deelname aan het in Besluit 98/347/EG van de Raad vervatte programma aan te passen;

- het budget voor JEV werd toegewezen op basis van de raamovereenkomst tussen de Commissie en de financiële intermediairs in het JEV-netwerk. Alle substantiële wijzigingen van deze overeenkomsten, die noodzakelijk worden geacht om het programma te vereenvoudigen en de financiële belangen van de Gemeenschap afdoende te beschermen, zijn bijgevolg strijdig met artikel 6(5) van het oude Financieel Reglement (dat van kracht was op het ogenblik van de toewijzing);

- het budget voor JEV werd toegewezen in het kader van het Groei- en werkgelegenheidsinitiatief (1998-2000) en is daarom exclusief voorbehouden voor de landen die tot de Europese Unie en de Europese Economische Ruimte behoorden toen Besluit 98/347/EG van de Raad van kracht werd. Het kan dan ook niet worden aangewend voor projecten waarbij toetredingslanden en kandidaat-lidstaten betrokken zijn;

- Beschikking 2000/819/EG staat niet toe dat de Commissie de definitie van "transnationale joint venture" (de enige vorm van transnationale samenwerking die krachtens Besluit 98/347/EG in aanmerking komt) uitbreidt tot "transnationaal partnerschap" (waarnaar in Beschikking 2000/819/EG wordt verwezen), wat voor elke wijziging van het programma echter noodzakelijk wordt geacht.

Volgens de evaluatie van het Groei- en werkgelegenheidsinitiatief kunnen twee van de drie financiële instrumenten, namelijk de MKB-garantiefaciliteit en de ETF-startersregeling, als een succes worden bestempeld. Het JEV-programma daarentegen, dat bedoeld was om kleine en middelgrote ondernemingen bij de oprichting van nieuwe transnationale joint ventures binnen de Europese Unie (en later de Europese Economische Ruimte) bij te staan, was geen succes. Dit is het gevolg van de zwakke marktvraag (slechts een heel klein deel van de beschikbare begrotingsmiddelen werd aan projecten besteed), het geringe werkgelegenheidscheppende effect, de lage kosteneffectiviteit voor zowel de Commissie als het MKB en een over het algemeen geringe tevredenheid van het MKB met het instrument.

2. Doel van het voorstel van de Commissie

Het hoofddoel van het voorstel van de Commissie is het JEV-programma zo spoedig mogelijk stop te zetten en de niet-bestede fondsen (+/- 43 miljoen euro) naar de algemene begroting te doen terugvloeien.

Tegelijkertijd stelt de Commissie voor om in bijlage I bij Beschikking 2000/819/EG van de Raad diverse kleine wijzigingen aan te brengen in verband met de inwerkingtreding van het nieuwe OTO-kaderprogramma, de mogelijkheid dat OTO-activiteiten voor de ETF-startersregeling in aanmerking komen en de duur van de startperiode voor specifieke hightechsectoren.

3. Inhoud van het voorstel van de Commissie

De volgende twee documenten worden aan de Raad en het Europees Parlement overgelegd:

(1) het evaluatieverslag over het Groei- en werkgelegenheidsinitiatief;

(2) een voorstel tot wijziging van Beschikking 2000/819/EG van de Raad betreffende een meerjarenprogramma voor ondernemingen en ondernemerschap, met name voor het midden- en kleinbedrijf (MKB) (2001-2005).

Volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag wordt de Raad en het Parlement verzocht hun goedkeuring te hechten aan de voorgestelde wijziging van Beschikking 2000/819/EG van de Raad, bestaande uit:

(1) de machtiging tot stopzetting van het JEV-programma;

(2) de wijziging van bijlage 1 bij Beschikking 2000/819/EG van de Raad om explicieter te refereren aan de mogelijkheid dat OTO-activiteiten voor de ETF-startersregeling in aanmerking komen, de verwijzing naar het vijfde OTO-kaderprogramma te actualiseren (om rekening te houden met de start van het zesde kaderprogramma) en de duur van de startfase voor specifieke hightechsectoren, met name biowetenschappen, tot 10 jaar te verlengen (om rekening te houden met de doorgaans langere ontwikkelings- en testfasen voordat producten in deze specifieke sectoren in de handel worden gebracht).

2003/0292 (COD)

Voorstel voor een BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot wijziging van Beschikking 2000/819/EG betreffende een meerjarenprogramma voor ondernemingen en ondernemerschap, met name voor het midden- en kleinbedrijf (MKB) (2001-2005)

(voor de EER relevante tekst)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap en met name op artikel 157, lid 3,

Gezien het voorstel van de Commissie [1],

[1] PB C [...] van [...], blz. [...].

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité [2],

[2] PB C [...] van [...], blz. [...].

Gezien het advies van het Comité van de Regio's [3],

[3] PB C [...] van [...], blz. [...].

Volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Op 5 november 1997 heeft de Commissie haar goedkeuring gehecht aan Besluit 97/761/EG tot goedkeuring van een mechanisme voor de ondersteuning van het MKB bij de oprichting van transnationale joint ventures in de Gemeenschap [4].

[4] PB L 310 van 13.11.1997, blz. 28.

(2) De ETF-startersregeling, het programma Joint European Venture (JEV) en de MKB-garantiefaciliteit waren maatregelen die zijn genomen bij Besluit 98/347/EG van de Raad van 19 mei 1998 betreffende maatregelen voor financiële bijstand aan innoverende en werkgelegenheidscheppende kleine en middelgrote ondernemingen (KMO's) - Het groei- en werkgelegenheidsinitiatief [5].

[5] PB L 155 van 29.5.1998, blz. 43.

(3) Het bij Beschikking 2000/819/EG [6] van de Raad vastgestelde meerjarenprogramma, dat op 20 december 2000 is aangenomen, is bedoeld om het financiële klimaat voor de ondernemingen te verbeteren door met name de werking van de ETF-startersregeling te verbeteren, de MKB-garantiefaciliteit te wijzigen en, wat het JEV-programma betreft, de krachtens Besluit 98/347/EG tot 31 december 2000 verrichte vastleggingen te gebruiken voor ondernemingen die overwegen een transnationaal partnerschap aan te gaan.

[6] PB L 333 van 29.12.2000, blz. 84.

(4) Volgens punt IV van bijlage II bij Beschikking 2000/819/EG heeft de ervaring uitgewezen dat het JEV-programma moet worden vereenvoudigd opdat verzoeken van KMO's om financiële bijdragen snel door de financiële intermediairs en de Commissiediensten worden behandeld en om ervoor te zorgen dat de communautaire middelen correct worden gebruikt. Daarin stond ook dat de Commissie de mogelijkheden onderzocht om de criteria voor steunverlening aan te passen teneinde ze beter af te stemmen op de behoeften van het MKB op het gebied van grensoverschrijdende investeringen, onder meer ook in de kandidaat-lidstaten.

(5) Op 10 september 2002 heeft het Europees Parlement een resolutie [7] aangenomen met betrekking tot het verslag van de Commissie [8] over het Groei- en werkgelegenheidsinitiatief, waarin het erop wijst dat het JEV-programma in zijn huidige vorm niet meer geschikt is.

[7] http://www2.europarl.eu.int/omk/ sipade2?SAME_LEVEL=1&LEVEL=4&NAV =S&LSTDOC=Y&PUBREF=-//EP//TEXT+REPORT+A5-2002-0304+0+DOC+XML+V0//EN.

[8] Verslag van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad - Groei en werkgelegenheidsinitiatief - Maatregelen voor financiële bijstand aan innoverende en werkgelegenheidscheppende kleine en middelgrote ondernemingen (KMO's), COM(2002) 345 van 1.7.2002.

(6) De conclusie van de evaluatie van het Groei- en werkgelegenheidsinitiatief volgens de situatie op 29 mei 2002 [9] is dat de gebruikmaking van het JEV-programma door de markt gering is, het werkgelegenheidscheppend effect beperkt is en de administratieve kosten zeer hoog zijn en dat JEV zo snel mogelijk moet worden stopgezet.

[9] [COM(2003) XXX]

(7) Om redenen van kosteneffectiviteit moet de Commissie zich geleidelijk terugtrekken uit programma's waarbij kleine geldbedragen moeten worden beheerd, zoals dat het geval is met de projecten die in het kader van het JEV-programma worden gefinancierd.

(8) Na een zorgvuldige analyse moet worden besloten dat een substantiële vereenvoudiging van het JEV-programma niet mogelijk is, aangezien elke substantiële wijziging in de structuur of de steunverleningscriteria de aard van het programma zou veranderen en dus buiten het wettelijke kader (Besluit 98/347/EG van de Raad) zou vallen. Het zou dan ook niet mogelijk zijn de resterende toegewezen begrotingsmiddelen aan te wenden, laat staan ze te gebruiken voor projecten waarbij toetredingslanden en kandidaat-lidstaten betrokken zijn.

(9) Het budget voor het JEV-programma is toegewezen op basis van raamovereenkomsten met de financiële intermediairs in het JEV-netwerk, waardoor een rechtstreekse juridische band tussen de Commissie en die intermediairs is ontstaan. Het is bijgevolg niet mogelijk de bestaande raamovereenkomsten te vervangen door rechtstreekse wettelijke overeenkomsten tussen de Commissie en KMO's, wat voor dit specifieke programma tot vereenvoudiging en een betere bescherming van de financiële belangen van de Gemeenschap zou hebben geleid.

(10) Om te voorkomen dat het resterende budget verloren gaat, zijn alleen relatief kleine ingrepen in de procedure mogelijk, maar die kunnen niet garanderen dat het programma daarna opmerkelijk beter werkt.

(11) De resterende toegewezen begrotingsmiddelen kunnen niet worden gebruikt voor projecten waarbij toetredingslanden en kandidaat-lidstaten betrokken zijn, aangezien dit budget in het kader van het Groei- en werkgelegenheidsinitiatief (1998-2000) werd toegewezen en daarom exclusief voorbehouden is voor de landen die tot de Europese Unie en de Europese Economische Ruimte behoorden toen Besluit 98/347/EG van de Raad van kracht werd.

(12) Sinds de stopzetting van de overige twee Europese programma's voor transnationale joint ventures - European Community Investment Partners (ECIP) ten behoeve van de ontwikkelingslanden in Azië, Latijns-Amerika, het Middellandse-Zeegebied en Zuid-Afrika in 1999 en het JOP-programma ter bevordering van joint ventures en andere vormen van samenwerking in de MKB-sector van de landen van Midden- en Oost-Europa (LMOE) en de nieuwe onafhankelijke staten (NOS) in 2000 - hebben veel financiële intermediairs in het JEV-netwerk deze activiteit vanwege het geringe aantal JEV-aanvragen door het MKB verminderd of beëindigd, met als resultaat dat men in de meeste lidstaten niet langer kan inschrijven voor het programma.

(13) Gezien de duidelijke conclusie van de evaluatie wordt het voorstel om het JEV-programma door een soortgelijk programma te vervangen, niet passend geacht.

(14) De stopzetting van het JEV-programma mag geen afbreuk doen aan de rechten en verplichtingen van de Gemeenschap, de financiële intermediairs en de begunstigden (KMO's) in verband met de goedgekeurde projecten.

(15) Om aan de legitieme verwachtingen van het MKB te beantwoorden, moeten de financiële intermediairs gedurende een bepaalde periode na de goedkeuring van dit besluit nog in staat zijn aanvragen om financiële bijdragen ten behoeve van KMO's in te dienen.

(16) Om innovatie, O&O en ondernemerschap in het MKB te bevorderen, zoals de Raad van Barcelona heeft gevraagd, moet een klimaat worden geschapen dat gunstig is voor investeringen van de particuliere sector in onderzoek en ontwikkeling, met name door middel van risicokapitaal.

(17) De Raad Concurrentievermogen van 26 november 2002 heeft erop gewezen dat de lidstaten, de Commissie en de financiële instellingen moeten onderzoeken hoe het financiële kader voor de biotechnologie kan worden verbeterd.

(18) In zijn verslag over biowetenschappen en biotechnologie van 21 november 2002 heeft het Europees Parlement de Commissie gevraagd oplossingen te vinden voor het probleem van onvoldoende fondsenverstrekking bij het opstarten van biotechnologische bedrijven en de Europese Investeringsbank verzocht hieruit voortvloeiende maatregelen in welwillende overweging te nemen.

(19) Beschikking 2000/819/EG moet dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:

Artikel 1

Beschikking 2000/819/EG wordt als volgt gewijzigd:

(1) Bijlage I wordt als volgt gewijzigd:

a) In het eerste streepje van punt 4, onder a) i), wordt de eerste zin vervangen door:

"met deelnemingen in gespecialiseerde risicokapitaalfondsen, met name zaaikapitaalfondsen, fondsen van beperkte omvang, regionaal werkzame fondsen of fondsen die zich op specifieke bedrijfstakken of technologieën concentreren, of risicokapitaalfondsen die O&O financieren, bv. fondsen die aan onderzoekcentra en wetenschapsparken (science parks) zijn verbonden, die op hun beurt risicokapitaal voor het MKB verschaffen."

b) In punt 4, onder a) i), wordt het volgende streepje toegevoegd:

"- de startfase wordt normaliter vastgesteld op maximaal 5 jaar. Voor bedrijven in specifieke hightechsectoren, waaronder met name de biowetenschappen, kan de startfase echter maximaal 10 jaar duren vanwege de doorgaans langere ontwikkelings- en testfasen voordat producten in deze specifieke sectoren in de handel worden gebracht."

c) In punt 4, onder a) iv), worden de volgende alinea's toegevoegd:

"Het programma Joint European Venture wordt stopgezet.

De financiële intermediairs kunnen bij de Commissie aanvragen om financiële bijdragen ten behoeve van KMO's indienen tot [datum van inwerkingtreding + 115 dagen - invullen op het ogenblik van publicatie].

Aanvragen en projecten worden behandeld overeenkomstig artikel 4 en bijlage II bij Besluit 98/347/EG van de Raad."

d) In punt 5, eerste streepje, wordt in de Engelse versie het woord "fifth" geschrapt. Dit is niet van toepassing op de Nederlandse versie.

(2) In bijlage II wordt punt IV geschrapt.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van zijn bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel, [...]

Voor het Europees Parlement Voor de Raad

De voorzitter De voorzitter

>RUIMTE VOOR DE TABEL>