Voorstel voor Besluit van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Besluit 1419/1999/EG tot vaststelling van een communautaire actie voor het evenement "Culturele Hoofdstad van Europa" voor het tijdvak 2005 tot 2019 /* COM/2003/0700 def. - COD 2003/0274 */
Voorstel voor BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot wijziging van Besluit 1419/1999/EG tot vaststelling van een communautaire actie voor het evenement "Culturele Hoofdstad van Europa" voor het tijdvak 2005 tot 2019 (door de Commissie ingediend) TOELICHTING Het evenement "Cultuurstad van Europa" is bedacht door mevrouw Melina Mercouri met het idee "de Europese volkeren nader tot elkaar te brengen" en is op 13 juni 1985 door de Raad gelanceerd. Het concept heeft twee uitgangspunten: enerzijds heeft Europa altijd een grote rijkdom en verscheidenheid aan kunst en cultuur voortgebracht en anderzijds heeft het verschijnsel "stad" een belangrijke rol gespeeld bij het ontstaan en de verbreiding van de Europese culturen. De Cultuursteden van Europa werden tot aan het jaar 2004 op intergouvernementele basis gekozen; de lidstaten kozen unaniem de steden die voor dit evenement in aanmerking kwamen en de Europese Commissie kende elk jaar een subsidie toe aan de gekozen stad. Bij Besluit 1419/1999/EG van 25 mei 1999 [1], goedgekeurd op grond van artikel 151 van het EG-verdrag, is de selectieprocedure voor wat voortaan de "Culturele Hoofdstad van Europa" zal heten, gewijzigd voor de steden die vanaf 2005 in aanmerking komen. De Culturele Hoofdstad van Europa wordt in het vervolg elk jaar door de Raad geselecteerd op aanbeveling van de Commissie, die daarbij rekening houdt met het advies van een jury bestaande uit zeven onafhankelijke prominenten uit de culturele sector. Deze selectie vindt plaats op basis van criteria die in bovengenoemd besluit zijn vastgelegd. [1] Besluit 1419/1999/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 mei 1999 (PB L 166 van 1.7.1999). De communautaire actie ten behoeve van het evenement "Culturele Hoofdstad van Europa", die bij Besluit 1419/1999/EG is vastgesteld, heeft volgens artikel 1 van dat besluit tot doel "de rijkdom, de verscheidenheid en de gemeenschappelijke kenmerken van de Europese culturen voor het voetlicht te brengen en ertoe bij te dragen dat de burgers van de Unie elkaar beter leren kennen". Deze actie heeft de volgende doelstellingen: - culturele stromingen die de Europeanen gemeen hebben en waarvoor deze steden een bron van inspiratie zijn geweest of waartoe zij een bijdrage van betekenis hebben geleverd, tot hun recht te laten komen; - evenementen te bevorderen waarbij actoren uit de culturele sector van andere steden van de lidstaten worden betrokken en die tot duurzame culturele samenwerking leiden, en het rondreizen van de actoren in de Europese Unie te stimuleren; - scheppend werk te ondersteunen en bevorderen; - brede lagen van de bevolking te mobiliseren en bij het evenement te betrekken; - de ontvangst van de burgers van de Unie te bevorderen en een zo ruim mogelijke verspreiding van het evenement te stimuleren; - de dialoog tussen de culturen van Europa en die van andere delen van de wereld te bevorderen; - het historisch erfgoed en de stedelijke architectuur en de kwaliteit van het leven in de stad op te waarderen. Bijlage I bij Besluit 1419/1999/EG bevat een chronologische lijst, die voor elk jaar in het tijdvak 2005-2019 aangeeft welke lidstaat een kandidaat mag voordragen voor Culturele Hoofdstad van het jaar. Artikel 2 van het besluit bepaalt dat deze chronologische volgorde alleen in onderlinge overeenstemming tussen de lidstaten kan worden gewijzigd. Dit is het geval met Griekenland en Nederland: zij hebben van positie gewisseld (2006 werd dus het jaar voor de Culturele Hoofdstad in Griekenland en 2018 in Nederland), waarvan de Raad Cultuur/Audiovisuele sector op zijn bijeenkomst van 28 mei 1998 kennis heeft genomen. Volgens artikel 6 van Besluit 1419/1999/EG kan de Commissie voorstellen doen om het besluit te wijzigen, met name met het oog op de uitbreiding van de Europese Unie. Het op 16 april 2003 in Athene ondertekende toetredingsverdrag bepaalt dat de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek op de datum van de inwerkingtreding van dit verdrag, 1 mei 2004, lid van de Europese Unie worden en partij worden bij de Verdragen waarop de Unie is gegrond, in hun gewijzigde of aangevulde vorm, op voorwaarde dat alle akten van toetreding voor die datum zijn neergelegd. Gezien het symbolische belang en de consequenties van het evenement "Culturele Hoofdstad van Europa" moeten de nieuwe lidstaten, waarvan sommige al belangstelling voor deze actie hebben getoond, hieraan kunnen deelnemen zonder te moeten wachten op een aanpassing van Besluit 1419/1999/EG, waarin een nieuwe chronologische volgorde van lidstaten vanaf 2020 zou worden vastgelegd. Overigens moet de huidige volgorde van de kandidaturen van de lidstaten niet veranderen: de de kandidaturen en de projecten van de Culturele Hoofdsteden van Europa worden namelijk al enkele jaren van tevoren voorbereid. In artikel 2 van Besluit 1419/1999/EG is overigens bepaald dat de lidstaten hun kandidatuur uiterlijk 4 jaar voor de begindatum van het evenement moeten indienen. De bedoeling van dit voorstel is dus een nieuw systeem op te zetten, waarin elk jaar twee lidstaten worden aangewezen die hun kandidatuur mogen indienen voor de Culturele Hoofdstad van Europa. Elk jaar kunnen dus twee hoofdsteden in de Europese Unie worden geselecteerd op grond van artikel 2 van Besluit 1419/1999/EG, naast een eventuele hoofdstad in een derde Europees land (artikel 4 van het besluit). Hierbij moet worden aangetekend dat artikel 5 van Besluit 1419/1999/EG bepaalt dat er een link moet zijn tussen de programma's van de voor hetzelfde jaar geselecteerde steden. Dit voorstel tot wijziging is volledig in overleg met de lidstaten en de toetredende landen opgesteld; de nieuwe lidstaten konden hun voorkeur uitspreken tijdens een informeel overleg dat op initiatief van de Commissie in 2003 heeft plaatsgevonden. De andere Europese instellingen hebben eveneens de gelegenheid gehad aan te geven of zij een dergelijke wijziging in principe steunden. Dit besluit kan opnieuw gewijzigd worden. Zo zoekt de Commissie, in overleg met het Parlement en de Raad, nu al naar nieuwe mogelijkheden om de selectieprocedure voor de Culturele Hoofdstad van Europa in de toekomst te verbeteren. In het verleden is het Europese element in de projecten van de geselecteerde steden namelijk niet altijd even duidelijk naar voren gekomen; daarom moet gezamenlijk worden gezocht naar manieren om de Europese toegevoegde waarde van de acties beter tot uiting te laten komen. Het recent door de Commissie ingestelde onderzoek over de Culturele Hoofdsteden en Cultuursteden van Europa van 1995 tot 2004 kan hiervoor nuttige input leveren. Dit overleg staat echter los van dit voorstel voor een besluit, want de goedkeuring hiervan moet met het oog op de naderende toetreding van de nieuwe lidstaten niet op de lange baan worden geschoven. Tot slot moet volgens de redenering van artikel 6 van Besluit 1419/1999/EG een nieuw voorstel tot wijziging van dat besluit worden ingediend, zodat Bulgarije en Roemenië bij de komende uitbreiding van de Europese Unie op de lijst van Bijlage I worden opgenomen. De Commissie stelt derhalve voor: - artikel 2, lid 1, en bijlage I bij Besluit 1419/1999/EG zodanig te wijzigen dat de chronologische volgorde wordt aangevuld en een systeem wordt ingesteld waarin elk jaar twee steden in de lidstaten tot Culturele Hoofdstad van Europa kunnen worden uitgeroepen. 2003/0274 (COD) Voorstel voor BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot wijziging van Besluit 1419/1999/EG tot vaststelling van een communautaire actie voor het evenement "Culturele Hoofdstad van Europa" voor het tijdvak 2005 tot 2019 HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 151, Gezien het voorstel van de Commissie [2], [2] PB C [...] van [...], blz. [...]. Gezien het advies van het Comité van de Regio's [3], [3] PB C [...] van [...], blz. [...]. Volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag [4], [4] PB C [...] van [...], blz. [...]. Overwegende hetgeen volgt: (1) Besluit 1419/1999/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 mei 1999 tot vaststelling van een communautaire actie voor het evenement "Culturele Hoofdstad van Europa" voor het tijdvak 2005 tot 2019 [5] heeft tot doel de rijkdom, de verscheidenheid en de gemeenschappelijke kenmerken van de Europese culturen voor het voetlicht te brengen en ertoe bij te dragen dat de burgers van de Unie elkaar beter leren kennen. [5] PB L 166 van 1.7.1999, p.1. (2) Bijlage I bij Besluit 1419/1999/EG geeft de chronologische volgorde aan waarin de lidstaten hun kandidatuur voor dit evenement kunnen indienen. Deze bijlage beperkt zich tot de landen die ten tijde van de goedkeuring van het besluit, op 25 mei 1999, lid waren van de Europese Unie. (3) Artikel 6 van Besluit 1419/1999/EG bepaalt dat dit besluit kan worden herzien, met name met het oog op de uitbreiding van de Europese Unie. (4) Met het oog op de naderende uitbreiding moeten de toekomstige lidstaten binnen een redelijke termijn in de gelegenheid worden gesteld ook kandidaten voor het evenement "Culturele Hoofdstad van Europa" voor te dragen, zonder dat de volgorde voor de huidige lidstaten verandert, zodanig dat vanaf 2009 tot aan het einde van de huidige communautaire actie elk jaar twee hoofdsteden in de lidstaten kunnen worden aangewezen. (5) Besluit 1419/1999/EG dient derhalve te worden gewijzigd. BESLUITEN: Artikel 1 Beschikking nr. 1419/1999/EG wordt als volgt gewijzigd: (1) In artikel 2 wordt lid 1 vervangen door de volgende tekst: "1. Steden in de lidstaten worden bij toerbeurt als Culturele Hoofdstad van Europa aangewezen volgens de volgorde van de lijst in bijlage I. Tot en met 2008 wordt een stad aangewezen in de lidstaat die volgens de lijst aan de beurt is. Vanaf 2009 wordt een stad aangewezen in elk van de lidstaten die volgens de lijst aan de beurt zijn. In onderlinge overeenstemming kunnen de betrokken lidstaten deze chronologische volgorde wijzigen. Elke lidstaat die aan de beurt is, draagt uiterlijk vier jaar voor de aanvang van het evenement één of meer steden voor aan het Europees Parlement, de Raad, de Commissie en het Comité van de regio's. Eventueel gaat deze voordracht vergezeld van een aanbeveling van de betrokken lidstaat. (2) Bijlage I wordt vervangen door Bijlage I bij dit besluit. Artikel 2 Dit besluit treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van zijn bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie. Het is van toepassing vanaf de inwerkingtreding van het toetredingsverdrag van 2003. Gedaan te Brussel, op [...] Voor het Europees Parlement Voor de Raad De voorzitter De voorzitter BIJLAGE I Volgorde om culturele hoofdsteden van europa te mogen voordragen >RUIMTE VOOR DE TABEL>