52003PC0629

Voorstel voor een Besluit van de Raad tot afsluiting van de overlegprocedure met de Centraal-Afrikaanse Republiek en tot vaststelling van passende maatregelen op grond van artikel 96 van de Overeenkomst van Cotonou /* COM/2003/0629 def. */


Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD tot afsluiting van de overlegprocedure met de Centraal-Afrikaanse Republiek en tot vaststelling van passende maatregelen op grond van artikel 96 van de Overeenkomst van Cotonou

(door de Commissie ingediend)

TOELICHTING

1. De Europese Unie heeft op 22 mei 2003 overleg met de Centraal-Afrikaanse Republiek geopend op grond van artikel 96 van de Overeenkomst van Cotonou in verband met de militaire staatsgreep van 15 maart 2003 die gevolgd werd door de schorsing van de grondwet, de beëindiging van de mandaten van de president van de Republiek en de regeringsleden, en de ontbinding van het parlement.

Deze feiten zijn in tegenspraak met de essentiële elementen van de Overeenkomst van Cotonou, zoals neergelegd in artikel 9.

2. Het overleg heeft op 12 juni 2003 in Brussel plaatsgevonden. Aan het eind van het overleg heeft de Europese Unie met voldoening vastgesteld dat de Centraal-Afrikaanse partij bepaalde verbintenissen is aangegaan, met name de terugkeer naar de constitutionele orde, de handhaving van het politieke pluralisme en een aanvang met een nationale dialoog; de sanering van de strijdkrachten en de veiligheidsdiensten; de verbetering van het beheer van de overheidsfinanciën en de bestrijding van corruptie zodat de overheidsuitgaven op regelmatige wijze worden gedekt, en met name de salarissen kunnen worden uitbetaald.

De Europese Unie is desalniettemin van oordeel dat sommige van deze verbintenissen niet concreet genoeg zijn of een onvoldoende precies tijdschema hebben om de follow-up mogelijk te maken.

De Europese Unie heeft nota genomen van de volgende verbintenissen van de overgangsregering:

(1) Binnen enkele dagen wordt de voorbereiding van een alomvattende nationale dialoog hervat. De Europese Unie hoopt dat deze dialoog brede steun zal genieten, de assimilatie van democratische waarden als streefdoel zal hebben en de grondslag zal leggen voor een nieuwe constitutionele orde, en voorts dat deze dialoog binnen de drie maanden daadwerkelijk een aanvang zal nemen met een eerste plenaire zitting.

(2) Er is een Nationale Overgangsraad ingesteld die 96 leden telt. De Europese Unie wenst dat de adviezen en aanbevelingen van deze Raad openbaar worden gemaakt en dat daarmee rekening wordt gehouden.

(3) De overgangsregering heeft er zich toe verbonden de burgerlijke vrijheden, de uitoefening van de fundamentele rechten en de toegang van de politieke partijen en de vakbonden tot de publieke media te eerbiedigen. De Europese Unie hoopt dat binnen de drie maanden een wet op het statuut van de oppositie wordt goedgekeurd.

(4) De overgangsregering heeft er zich toe verbonden termijnen voor presidents-, parlements- en lokale verkiezingen vast te leggen. De Europese Unie wenst dat deze verbintenis zich binnen de drie maanden vertaalt in een precies tijdschema waarin de stappen en middelen worden bepaald om al deze verkiezingen daadwerkelijk te laten plaatsvinden.

(5) De overgangsregering heeft er zich toe verbonden de mensenrechten te eerbiedigen. De Europese Unie wenst dat een programma wordt opgesteld om de voorwaarden voor de eerbiediging van de mensenrechten en de follow-up van de situatie in de Centraal-Afrikaanse Republiek te verbeteren.

(6) De overgangsregering heeft er zich toe verbonden de bezoldigingen op tijd te betalen. De Europese Unie acht deze verbintenis essentieel voor de handhaving van de sociale vrede en de stabiliteit.

(7) De overgangsregering heeft er zich toe verbonden een saneringsplan voor de overheidsfinanciën op te stellen. De Europese Unie is verheugd over deze verbintenis en wenst dat dit plan binnen de drie maanden wordt goedgekeurd.

(8) De overgangsregering heeft er zich toe verbonden de bestaande anticorruptiewet toe te passen en indien nodig aanvullende maatregelen te nemen om de corruptie, met name in de overheidssector, op doeltreffende wijze te bestrijden. De Europese Unie wenst dat de wet daadwerkelijk wordt toegepast.

(9) De overgangsregering heeft er zich toe verbonden het Kimberley-proces te eerbiedigen. De Europese Unie wenst dat de aanbevelingen die de Centraal-Afrikaanse Republiek goedkeurt in het kader van de Kimberley-certificeringsregeling, worden toegepast.

(10) De overgangsregering heeft er zich toe verbonden een programma op te stellen voor de sanering van de strijdkrachten en de veiligheidsdiensten en een programma voor ontwapening, demobilisering en reïntegratie. De Europese Unie wenst dat de overgangsregering binnen de drie maanden duidelijke en realistische programma's opstelt.

(11) De Europese Unie wenst dat de Centraal-Afrikaanse autoriteiten vanaf heden bij de instellingen van de Europese Unie periodiek verslag uitbrengen over de vooruitgang op de verschillende gebieden en de tenuitvoerlegging van de aangegane verbintenissen. Deze verslagen zullen aan een lokaal toezichtscomité worden voorgelegd, dat bestaat uit vertegenwoordigers van de overgangsregering en van de Europese Unie.

In de conclusies van het voorzitterschap en de Commissie was bovendien het volgende vastgesteld:

,De Europese Unie zal de dialoog voortzetten om de democratie en de rechtsstaat in de Centraal-Afrikaanse Republiek zo spoedig mogelijk te herstellen, wat een voorwaarde is voor de normalisering van haar samenwerkingsverband met dit land. Het overleg wordt gepleegd met de hoop dat aldus een bijdrage wordt geleverd tot de invoering van een duurzame constitutionele orde, die de Centraal-Afrikaanse Republiek de stabiliteit zal bieden die het nodig heeft om de armoede te bestrijden, bij te dragen tot de stabiliteit in de regio en zich beter in de wereldeconomie te integreren.

Op basis van de periodieke verslagen die de Centraal-Afrikaanse partij zal uitbrengen over de tenuitvoerlegging van haar verbintenissen, zal de Europese Unie de evolutie van de situatie op de voet volgen. Zij zal toezien op de naleving van de verbintenissen, inzonderheid deze in verband met het tijdschema voor de verkiezingen en de goedkeuring van maatregelen die moeten waarborgen dat de verkiezingen op transparante en democratische wijze verlopen.

Aan de hand van de omvang en de tenuitvoerlegging van de verbintenissen die de Centraal-Afrikaanse autoriteiten zijn aangegaan, zal worden bepaald wat de aard en de omvang zullen zijn van de passende maatregelen die in voorkomend geval uit hoofde van artikel 96, lid 2, onder c), van de Overeenkomst van Cotonou worden genomen op het eind van de periode van drie maanden waarin de dialoog en het overleg ter plaatse worden voortgezet. De Europese Unie benadrukt dat de volledige medewerking van de Centraal-Afrikaanse autoriteiten essentieel is voor de voortzetting van haar bijstand aan de inspanningen van dit land op het gebied van ontwikkeling."

Deze regelmatige en intensieve dialoog heeft in Bangui plaatsgevonden met als uitgangspunt een draaiboek en de maandelijkse verslagen die aan de leden van het lokale toezichtscomité werden voorgelegd. In samenwerking met de vertegenwoordigers van het UNDP en de ACS-ambassadeurs hebben de vertegenwoordigers van het voorzitterschap en van de Commissie ter plaatse de tenuitvoerlegging van de verbintenissen voortdurende beoordeeld. Voorts heeft de ACS-groep van 17 tot 20 augustus 2003 een onderzoeksmissie naar de Centraal-Afrikaanse Republiek gestuurd, en de conclusies van deze missie zijn opgenomen in de verslagen van de toezichtscomité van het overleg.

Hieruit valt op te maken dat sommige verbintenissen tot opmerkelijke en bemoedigende maatregelen van de Centraal-Afrikaanse autoriteiten hebben geleid. In het bijzonder kan worden vastgesteld:

* dat met een nationale dialoog een aanvang lijkt te zijn gemaakt;

* dat de Nationale Overgangsraad op normale wijze functioneert: zijn adviezen worden openbaar gemaakt en met de enkele aanbevelingen die hij heeft gedaan, is grotendeels rekening gehouden;

* dat de lopende salarissen van maart tot en met juli 2003 zijn betaald, hoewel soms met enige vertraging;

* dat de Raad van Ministers op 11 september 2003 een actieplan voor de sanering van de overheidsfinanciën heeft goedgekeurd;

* dat de aanbevelingen die in het kader van een Kimberley-missie aan de Centraal-Afrikaanse Republiek zijn gedaan, zijn toegepast.

De volgende punten geven echter nog steeds aanleiding tot bezorgheid:

* Ofschoon de politieke activiteiten op normale wijze worden voortgezet, is het statuut van de oppositie nog steeds niet ingediend bij de Nationale Overgangsraad.

* In verband met het tijdschema voor de verkiezingen dat bij de opening van het overleg werd aangekondigd, zijn nog geen concrete maatregelen getroffen of acties ondernomen, zodat er geen garantie bestaat dat het zal worden nageleefd.

* De situatie op het gebied van de mensenrechten is verslechterd tijdens de eerste helft van het jaar, zoals de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties heeft opgemerkt in zijn verslag aan de Veiligheidsraad van juni 2003. Ofschoon deze verslechtering, die verband hield met de politieke en militaire crisis, lijkt te zijn afgeremd, blijft er reden tot bezorgdheid. De pers, de Nationale Overgangsraad, de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten en andere bronnen maken melding van regelmatige schendingen van de mensenrechten, met name door militairen of ,bevrijders".

* De salarissen zijn tijdens het grootste deel van de periode min of meer op tijd betaald, wat een aanzienlijke vooruitgang is. Nochtans is de continuïteit van de betalingen, die tot nog toe grotendeels mogelijk waren dankzij de stipte betaling van externe middelen, uiterst onzeker omdat de opbrengsten van belastingen en douanerechten uiterst gering zijn.

* In deze context van gebrek aan middelen zijn pogingen ondernomen om de overheidschuld aan te zuiveren, de opbrengsten van belastingen en douanerechten te verhogen, de overheidsbedrijven te controleren en de uitgaven te beperken. Zo is op 11 september 2003 een actieplan voor de sanering van de overheidsfinanciën goedgekeurd, maar met de voorwaarden en het tijdschema van de tenuitvoerlegging moet nog een begin worden gemaakt.

* Voor de bestrijding van corruptie zijn doelgerichte acties ondernomen, waaronder aanhoudingen. Deze lijken echter geen deel uit te maken van een globaal actieplan en evenmin lijkt de anticorruptiewet systematisch te worden toegepast. Terwijl de aanhoudingen de verantwoordelijken van het oude regime betreffen, lijken de corruptiepraktijken te worden voortgezet.

* Met aanzienlijke steun van Frankrijk zijn de strijdkrachten versterkt (benoemingen, reïntegratie, oprichting van nieuwe eenheden, acties in de provincie, opleiding, enz.) Desalniettemin blijven de intenties op dit gebied onduidelijk, bij gebrek aan een duidelijk programma. Een verklaring in verband met ontwapening, demobilisering en reïntegratie wordt verwacht.

De Europese Unie is van oordeel dat globaal genomen een aanvang is gemaakt met het proces van terugkeer naar de constitutionele orde. Er blijft in dit verband grote onzekerheid bestaan over de daadkracht van de autoriteiten van het land en de precisie van hun politieke oriëntaties evenals over de capaciteit van het bestuur om deze ten uitvoer te leggen.

Uit hoofde van de in artikel 96, lid 2, onder b), van de Overeenkomst van Cotonou bedoelde passende maatregelen stelt de Commissie het volgende voor:

a) Een gedeeltelijke schorsing van de samenwerking. Deze schorsing geldt voor de werken aan de weg Bouar-Garoua Boulai, de straatwerken in Bangui en de macro-economische steun uit hoofde van het Nationaal Indicatief Programma in het kader van het negende EOF.

b) De geleidelijke voortzetting van de andere delen van de samenwerking en van de bestaande programma's om de inspanningen van de Centraal-Afrikaanse autoriteiten te begeleiden, afhankelijk van de daadwerkelijke nakoming van de verbintenissen die zijn aangegaan op de vergadering van 12 juni 2003 en van de vooruitgang bij de overgang naar de democratie. Deze aanpak kan zich als volgt concretiseren:

i) vanaf de afsluiting van het overleg wordt de samenwerking geconcentreerd op de sociale sectoren, met name de gezondheidszorg, en steun die de bevolking rechtstreeks ten goede komt. Ad hoc steun voor maatregelen die door de autoriteiten worden genomen om hun verbintenissen ten uitvoer te leggen, kan worden overwogen, met name voor de voorbereiding van de verkiezingen en voor technische bijstand voor de tenuitvoerlegging van een actieplan voor de sanering van de overheidsfinanciën.

ii) zodra de regering een duidelijke beleidsverklaring heeft afgelegd over ontwapening, demobilisering en reïntegratie, en de grote lijnen voor de sanering van het leger en de veiligheidsdiensten heeft vastgelegd, kan steun voor vredeshandhavingsoperaties en consolidering van de veiligheid in de Centraal-Afrikaanse Republiek worden overwogen;

c) dat, zodra een verkiezingsprogramma is opgesteld waarin de stadia en middelen voor de organisatie van de verschillende verkiezingen zijn beschreven en voor zover de mensenrechten worden geëerbiedigd, de macro-economische steun weer wordt hervat als aanvulling op een programma met het IMF. Voor het verlenen van deze steun wordt ervan uitgegaan dat een saneringsprogramma van de overheidsfinanciën zal zijn vastgesteld.

d) dat, zodra de democratie en de rechtsstaat zullen zijn hersteld, na de verkiezingen uiterlijk begin 2005, de samenwerking volledig wordt hervat. Dit kan een herziening van de programmering volgens de behoeften en beperkingen vergen. De Commissie en de Centraal-Afrikaanse autoriteiten kunnen hierover al van gedachten wisselen.

Indien de Centraal-Afrikaanse autoriteiten hun verbintenissen niet naleven, behoudt de Commissie zich het recht voor de toewijzing uit het negende EOF aan de Centraal-Afrikaanse Republiek vanaf de afsluiting van het overleg met 20% per jaar te verminderen.

Met de Centraal-Afrikaanse regering moet een versterkte en nauwe politieke dialoog worden gevoerd om er zeker van te zijn dat zij voortgaat op de reeds ingeslagen weg om de rechtsstaat en de sociale en economische stabiliteit in de Centraal-Afrikaanse Republiek te herstellen.

In het licht van het voorgaande en overeenkomstig de artikelen 9 en 96 van de Overeenkomst van Cotonou, stelt de Commissie de Raad voor het overleg met de Centraal-Afrikaanse Republiek af te sluiten.

Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD tot afsluiting van de overlegprocedure met de Centraal-Afrikaanse Republiek en tot vaststelling van passende maatregelen op grond van artikel 96 van de Overeenkomst van Cotonou

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op de op 23 juni 2000 in Cotonou ondertekende ACS-EG-Partnerschapsovereenkomst [1],

[1] PB L 317 van 15.12.2000, blz. 3.

Gelet op Besluit 2003/159/EG van de Raad van 19 december 2002 betreffende de sluiting van de Partnerschapsovereenkomst tussen de staten in Afrika, het Caribische gebied en de Stille Oceaan, enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, anderzijds, getekend te Cotonou op 23 juni 2000 [2], met name op artikel 3,

[2] PB L 65 van 8.3.2003, blz. 27.

Gelet op het intern akkoord inzake de maatregelen die moeten worden genomen en de procedures die moeten worden gevolgd voor de toepassing van de ACS-EG-Partnerschapsovereenkomst, zoals voorlopig van toepassing verklaard bij het besluit van de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten van 18 september 2000 [3], met name op artikel 3,

[3] PB L 317 van 15.12.2000, blz. 376.

Gezien het voorstel van de Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) De essentiële elementen van de Overeenkomst van Cotonou, bedoeld in artikel 9, zoals de eerbiediging van de democratische beginselen van de rechtsstaat, waarop de ACS-EG-Partnerschap is gebaseerd, zijn geschonden door de militaire staatsgreep van 15 maart 2003, die de Europese Unie in haar verklaring van 21 maart 2003 heeft veroordeeld.

(2) Overeenkomstig artikel 96 van de Overeenkomst van Cotonou heeft er op 12 juni 2003 met de ACS-landen en de Centraal-Afrikaanse Republiek overleg plaatsgevonden, waarbij de Centraal-Afrikaanse autoriteiten specifieke verbintenissen zijn aangegaan om binnen een periode van drie maanden, waarin een intensieve politieke dialoog gevoerd zou worden, de door de Europese Unie uiteengezette problemen te verhelpen.

(3) Aan het einde van deze periode is de Europese Unie van oordeel dat globaal genomen een aanvang is gemaakt met het proces van terugkeer naar de constitutionele orde. Er blijft in dit verband grote onzekerheid bestaan over de daadkracht van de autoriteiten van het land en de precisie van hun politieke oriëntaties evenals over de capaciteit van het bestuur om deze ten uitvoer te leggen.

BESLUIT:

Artikel 1

Het overeenkomstig artikel 96 van de Overeenkomst van Cotonou met de Centraal-Afrikaanse Republiek gevoerde overleg wordt afgesloten.

Artikel 2

De in het bijgaande ontwerp-schrijven uiteengezette maatregelen worden goedgekeurd, als passende maatregelen zoals bedoeld in artikel 96, lid 2, onder c), van de Overeenkomst van Cotonou.

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het wordt goedgekeurd. Het is geldig vanaf de dag van goedkeuring door de Raad tot en met 30 juni 2005.

Dit besluit wordt gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel,

Voor de Raad

De Voorzitter

BIJLAGE

Ontwerp-schrijven

Aan de Eerste minister, hoofd van de Nationale Overgangsregering van de Centraal-Afrikaanse Republiek

Excellentie,

De Europese Unie hecht groot belang aan de bepalingen van artikel 9 van de Overeenkomst van Cotonou. Eerbiediging van de democratische beginselen en de mensenrechten, waaronder de sociale grondrechten en de beginselen van de rechtsstaat, waarop het ACS-EG-Partnerschap is gebaseerd, zijn essentiële onderdelen van deze overeenkomst en vormen derhalve de grondslag van onze betrekkingen.

In dit licht heeft de Europese Unie de militaire staatsgreep van 15 maart j.l. streng veroordeeld in haar verklaring van 21 maart 2003.

In dit kader heeft de Raad van de Europese Unie op 22 mei 2003 besloten de autoriteiten van de Centraal-Afrikaanse Republiek en de ACS-landen uit te nodigen voor overleg teneinde de situatie nader te bezien en naar oplossingen te zoeken.

Dat overleg heeft op 12 juni 2003 in Brussel plaatsgevonden. Daarbij werden verschillende fundamentele punten aan de orde gesteld en heeft u de gelegenheid gehad om het standpunt van de Centraal-Afrikaanse autoriteiten en hun beoordeling van de situatie uiteen te zetten. De Europese Unie heeft met voldoening vastgesteld dat de Centraal-Afrikaanse partij bepaalde verbintenissen is aangegaan, namelijk de terugkeer naar de constitutionele orde, de handhaving van het politieke pluralisme en een aanvang met een nationale dialoog; de sanering van de strijdkrachten en de veiligheidsdiensten; de verbetering van het beheer van de overheidsfinanciën en de bestrijding van corruptie zodat de overheidsuitgaven op regelmatige wijze kunnen worden gedekt, en met name de salarissen regelmatig kunnen worden uitbetaald.

Voorts werd overeengekomen dat er gedurende drie maanden in Bangui een intensieve dialoog zou plaatsvinden over de diverse aan de orde gestelde punten en dat de situatie aan het eind van die periode opnieuw geëvalueerd zou worden.

Deze regelmatige en intensieve dialoog heeft in Bangui plaatsgevonden met als uitgangspunt een draaiboek en de maandelijkse verslagen die aan de leden van het lokale toezichtscomité werden voorgelegd. In samenwerking met de vertegenwoordigers van het UNDP en de ACS-ambassadeurs hebben de vertegenwoordigers van het voorzitterschap en van de Commissie ter plaatse de tenuitvoerlegging van de verbintenissen voortdurend beoordeeld. Voorts heeft de ACS-groep van 17 tot 20 augustus 2003 een onderzoeksmissie naar de Centraal-Afrikaanse Republiek gestuurd, en de conclusies van deze missie zijn opgenomen in de verslagen van de toezichtscomité van het overleg.

Hieruit valt op te maken dat sommige verbintenissen tot opmerkelijke en bemoedigende maatregelen van de Centraal-Afrikaanse autoriteiten hebben geleid. In het bijzonder kan worden vastgesteld:

* dat met een nationale dialoog een aanvang is gemaakt;

* dat de Nationale Overgangsraad op normale wijze functioneert: zijn adviezen worden openbaar gemaakt en met de enkele aanbevelingen die hij heeft gedaan, is grotendeels rekening gehouden;

* dat de lopende salarissen van maart tot en met juli 2003 zijn betaald, hoewel soms met enige vertraging;

* dat de Raad van Ministers op 11 september 2003 een actieplan voor de sanering van de overheidsfinanciën heeft goedgekeurd;

* dat de aanbevelingen die in het kader van een Kimberley-missie aan de Centraal-Afrikaanse Republiek zijn gedaan, zijn toegepast.

De volgende punten geven echter nog steeds aanleiding tot bezorgheid:

* Ofschoon de politieke activiteiten op normale wijze worden voortgezet, is het statuut van de oppositie nog steeds niet ingediend bij de Nationale Overgangsraad.

* In verband met het tijdschema voor de verkiezingen dat bij de opening van het overleg werd aangekondigd, zijn nog geen concrete maatregelen getroffen of acties ondernomen, zodat er geen garantie bestaat dat het zal worden nageleefd.

* De situatie op het gebied van de mensenrechten is verslechterd in de eerste helft van het jaar, zoals de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties heeft opgemerkt in zijn verslag aan de Veiligheidsraad van juni 2003. Hoewel deze verslechtering, die verband hield met de politieke en militaire crisis, lijkt te zijn afgeremd, blijft er reden tot bezorgdheid. De pers, de Nationale Overgangsraad, de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten en andere bronnen maken melding van regelmatige schendingen van de mensenrechten, met name door militairen of ,bevrijders".

* De salarissen zijn tijdens de grootste deel van de periode min of meer op tijd betaald, wat een aanzienlijke vooruitgang is. Nochtans is de continuïteit van de betalingen, die tot nog toe grotendeels mogelijk waren dankzij de stipte betaling van externe middelen, uiterst onzeker omdat de opbrengsten van belastingen en douanerechten uiterst gering zijn.

* In deze context van gebrek aan middelen zijn pogingen ondernomen om de overheidsschuld aan te zuiveren, de opbrengsten van belastingen en douanerechten te verhogen, de overheidsbedrijven te controleren en de uitgaven te beperken. Zo is op 11 september 2003 een actieplan voor de sanering van de overheidsfinanciën goedgekeurd, maar met de voorwaarden en het tijdschema van de tenuitvoerlegging moet nog een begin worden gemaakt.

* In de bestrijding van de corruptie zijn doelgerichte acties ondernomen, waaronder aanhoudingen. Deze lijken echter geen deel uit te maken van een globaal actieplan en evenmin lijkt de anticorruptiewet systematisch te worden toegepast. Terwijl de aanhoudingen de verantwoordelijken van het oude regime betreffen, lijken de corruptiepraktijken te worden voortgezet.

* Met aanzienlijke steun van Frankrijk zijn de strijdkrachten versterkt (benoemingen, reïntegratie, oprichting van nieuwe eenheden, acties in de provincie, opleiding, enz.) Desalniettemin blijven de intenties op dit gebied onduidelijk, bij gebrek aan een duidelijk programma. Een verklaring in verband met ontwapening, demobilisering en reïntegratie wordt verwacht.

Globaal genomen is blijkbaar een aanvang gemaakt met het proces van terugkeer naar de constitutionele orde. Er blijft in dit verband grote onzekerheid bestaan over de daadkracht van de autoriteiten van het land en de precisie van hun politieke oriëntaties evenals over de capaciteit van het bestuur om deze ten uitvoer te leggen

In het licht van deze verbintenissen en de huidige stand van de tenuitvoerlegging ervan zijn de Europese Gemeenschap en haar lidstaten bereid het overeenkomstig artikel 96 van de Overeenkomst van Cotonou af te sluiten. Aangezien er voor de tenuitvoerlegging van de verbintenissen van 12 juni 2003 nog aanzienlijke maatregelen moeten worden genomen, heeft de Raad van de Europese Unie besloten, uit hoofde van de passende maatregelen overeenkomstig artikel 96, lid 2, onder c), van de Overeenkomst van Cotonou, tot het volgende besloten:

a) Een gedeeltelijke schorsing van de samenwerking. Deze schorsing geldt voor de werken aan de weg Bouar-Garoua Boulai, de straatwerken in Bangui en de macro-economische steun in het kader van het negende EOF.

b) De geleidelijke voortzetting van de andere delen van de samenwerking om de inspanningen van de Centraal-Afrikaanse autoriteiten te begeleiden, afhankelijk van de daadwerkelijke nakoming van de verbintenissen die zijn aangegaan op de vergadering van 12 juni 2003 en van de vooruitgang bij de overgang naar een democratie. Deze aanpak kan zich als volgt concretiseren:

i) vanaf de afsluiting van het overleg wordt de samenwerking geconcentreerd op de sociale sectoren, met name de gezondheidszorg, en steun die de bevolking rechtstreeks ten goede komt. Ad hoc steun voor maatregelen die door de autoriteiten worden genomen om hun verbintenissen ten uitvoer te leggen, kan worden overwogen, met name bij de voorbereiding van de verkiezingen, van goed bestuur, en voor technische bijstand bij de tenuitvoerlegging van een actieplan voor de sanering van de overheidsfinanciën.

ii) zodra de regering een duidelijke beleidsverklaring heeft afgelegd over ontwapening, demobilisering en reïntegratie, en de grote lijnen voor de sanering van het leger en de veiligheidsdiensten heeft vastgelegd, kan steun voor vredeshandhavingsoperaties en consolidering van de veiligheid in de Centraal-Afrikaanse Republiek worden overwogen;

c) dat, zodra een verkiezingsprogramma is opgesteld waarin de stadia en middelen voor de organisatie van de verschillende verkiezingen zijn beschreven en voor zover de mensenrechten worden geëerbiedigd, de macro-economische steun weer wordt hervat als aanvulling op een programma met het IMF. Voor het verlenen van deze steun wordt ervan uitgegaan dat een saneringsprogramma van de overheidsfinanciën zal zijn vastgesteld.

d) zodra de democratie en de rechtsstaat zijn hersteld, na de verkiezingen uiterlijk begin 2005, zal de samenwerking volledig worden hervat. Dit kan een herziening van de programmering volgens de behoeften en beperkingen vergen. De Commissie en de Centraal-Afrikaanse autoriteiten kunnen hierover al van gedachten wisselen.

Indien de Centraal-Afrikaanse autoriteiten hun verbintenissen niet naleven, behoudt de Commissie zich het recht voor de toewijzing uit het negende EOF aan de Centraal-Afrikaanse Republiek vanaf de afsluiting van het overleg met 20% per jaar te verminderen.

De Europese Unie zal de situatie en de voortzetting van het overgangsproces op de voet blijven volgen. Het is haar uitdrukkelijke wens dat een versterkte en nauwe politieke dialoog met de Centraal-Afrikaanse autoriteiten wordt gevoerd om de terugkeer naar de rechtsstaat en sociale en economische stabiliteit in de Centraal-Afrikaanse Republiek te begeleiden.

Met bijzondere hoogachting.

Gedaan te Brussel,

Voor de Raad

Voor de Commissie