Voorstel voor een Besluit van de Raad betreffende de sluiting door de Europese Gemeenschap van het Protocol tot toetreding van de Europese Gemeenschap tot de Europese Organisatie voor de veiligheid van de luchtvaart (Eurocontrol) /* COM/2003/0555 def. - AVC 2003/0214 */
Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende de sluiting door de Europese Gemeenschap van het Protocol tot toetreding van de Europese Gemeenschap tot de Europese Organisatie voor de veiligheid van de luchtvaart (Eurocontrol) (door de Commissie ingediend) TOELICHTING 1. Doel van het voorstel 1.1. De Commissie stelt voor dat de Gemeenschap het Protocol tot toetreding van de Gemeenschap tot het herziene Eurocontrol-Verdrag [1] bekrachtigd. Deze bekrachtiging is het logische gevolg van de ondertekening van het Protocol tot toetreding tot Eurocontrol op 8 oktober 2002 nadat de Raad daartoe een besluit [2] had genomen op basis van het voorstel van de Commissie van 6 juni 2002 [3]. [1] Internationaal Verdrag tot samenwerking in het belang van de veiligheid van de luchtvaart "Eurocontrol" van 13 december 1960, zoals meermalen gewijzigd en door het Protocol van 27 juni 1997 geconsolideerd, het "herziene Verdrag" genoemd. [2] Besluit 11053/02 AVIATION 121 van de Raad van 17 juli 2002. [3] Voorstel voor een besluit van de Raad betreffende de ondertekening door de Europese Gemeenschap van het Protocol van toetreding van de Europese Gemeenschap tot de Europese Organisatie voor de veiligheid van de luchtvaart (Eurocontrol) en de voorlopige toepassing daarvan (COM(2002) 292 def. van 6 juni 2002). 1.2. In het Toetredingsprotocol worden de juridische bepalingen uiteengezet die de Gemeenschap in staat stellen volwaardig lid van Eurocontrol te worden. Aangezien de Gemeenschap door toe te treden de verplichtingen aanvaardt die voortvloeien uit Eurocontrol-handelingen op gebieden waarop de medebeslissingsprocedure van toepassing is voor de goedkeuring van interne maatregelen, is de instemming van het Europees Parlement met het besluit van de Raad vereist overeenkomstig artikel 300, lid 3, van het Verdrag. 2. Voorgeschiedenis 2.1. Met de bekrachtiging van het toetredingsprotocol wordt een proces afgerond dat in 1997 is begonnen en dat in de volgende stappen is verlopen: - De aan Eurocontrol [4] deelnemende partijen hebben in juni 1997 het protocol tot consolidering van het Eurocontrol-Verdrag goedgekeurd. De lidstaten, die lid zijn van Eurocontrol, hebben verklaard dat deze goedkeuring plaatsvond onverminderd de exclusieve bevoegdheid van de Gemeenschap op bepaalde onder het herziene verdrag vallende gebieden; de toetreding van de Gemeenschap tot Eurocontrol is dan ook nodig om een dergelijke exclusieve bevoegdheid te kunnen uitoefenen. [4] De Europese Organisatie voor de veiligheid van de luchtvaart (Eurocontrol) is in 1960 opgericht bij een internationaal verdrag. Aan Eurocontrol nemen momenteel 31 Europese landen deel, waaronder de 15 lidstaten van de Gemeenschap en 6 kandidaat-lidstaten. - Tegelijkertijd heeft de Commissie de procedure gestart om tot Eurocontrol toe te treden [5] op basis van artikel 40 van het herziene Verdrag. Artikel 40 [6] maakt de toetreding mogelijk van organisaties voor regionale economische integratie, zoals de Gemeenschap. [5] Aanbeveling voor een besluit van de Raad waarbij de Commissie wordt gemachtigd om onderhandelingen aan te gaan teneinde het lidmaatschap van de Gemeenschap van Eurocontrol te bereiken (SEC(96) 2042 def. van 13.11.1996). [6] In artikel 40, lid 1, van het herziene Verdrag is bepaald dat de toetreding tot dat verdrag, als gewijzigd bij het Protocol van 12 februari 1981 en het protocol dat in 1997 te Brussel voor ondertekening is opengesteld, is opengesteld voor organisaties voor regionale economische integratie op voorwaarden die worden overeengekomen tussen de verdragsluitende partijen en die organisaties, waarvan één of meer verdragsluitende staten lid zijn, welke voorwaarden worden opgenomen in een aanvullend protocol bij het Verdrag. - Op 20 juli 1998 heeft de Raad de Commissie gemachtigd om onderhandelingen met de partijen bij Eurocontrol aan te gaan [7]. De onderhandelingen zijn in oktober 1999 afgerond. [7] Besluit 10208/98 AVIATION 38 van de Raad van 15.7.1998. - Met de start van het initiatief inzake het gemeenschappelijk Europees luchtruim eind 1999 en de concretisering van dit initiatief met de goedkeuring van de voorstellen van de Commissie in oktober 2001 kan de toetreding van de Gemeenschap tot Eurocontrol worden gezien als onderdeel van het algemene beleid om het Europese luchtruim te reorganiseren. - Nadat de onderhandelingen over het toetredingsprotocol waren afgerond is dit protocol op 8 oktober 2002 op een diplomatieke conferentie door de overeenkomstsluitende partijen ondertekend. 3. Achtergrond 3.1. De toetreding van de Gemeenschap tot Eurocontrol is gebaseerd op het feit dat het herziene verdrag Eurocontrol de mogelijkheid biedt om maatregelen vast te stellen die verbindend zijn voor zijn lidstaten. De Gemeenschap moet deelnemen aan deze organisatie zodat maatregelen kunnen worden vastgesteld op gebieden die onder de bevoegdheid van de Gemeenschap vallen. 3.2 Deze situatie is geëvolueerd dankzij het initiatief inzake het gemeenschappelijk Europees luchtruim: in de voorstellen van de Commissie die bij de Raad en het Europees Parlement in behandeling zijn [8] wordt uitgegaan van een actieve rol voor de Gemeenschap, waarbij gebruik wordt gemaakt van de technische deskundigheid van Eurocontrol. [8] Mededeling van de Commissie - Actieprogramma voor de totstandbrenging van het gemeenschappelijk Europees luchtruim en voorstel voor een verordening tot vaststelling van een kader voor de totstandbrenging van het gemeenschappelijk Europees luchtruim (COM(2001) 123 def./2 van 30.11.2001). Mededeling van de Commissie over de totstandbrenging van het gemeenschappelijk Europees luchtruim, voorstel voor een verordening betreffende de verrichting van luchtvaartnavigatiediensten in het gemeenschappelijk Europees luchtruim, voorstel voor een verordening betreffende de organisatie en het gebruik van het gemeenschappelijk Europees luchtruim en voorstel voor een verordening betreffende de interoperabiliteit van het Europese luchtverkeersbeheernetwerk (COM(2001) 564 def./2 van 11.12.2001). 3.3. De Gemeenschap en Eurocontrol moeten dan ook op twee verschillende niveaus nauw gaan samenwerken om ervoor te zorgen dat de voorschriften en strategieën op elkaar worden afgestemd en dat doublures tussen beide partijen worden vermeden: - Toetreding van de Gemeenschap tot Eurocontrol zal de Gemeenschap in staat stellen een bijdrage te leveren tot de politieke acties van Eurocontrol, zodat die acties aansluiten bij het initiatief van de Gemeenschap inzake het gemeenschappelijk Europees luchtruim, terwijl dat initiatief in een pan-Europese context wordt geplaatst. - Voor de technische werkzaamheden in verband met het opstellen van communautaire voorschriften in het kader van het gemeenschappelijk Europees luchtruim zal een beroep worden gedaan op de deskundigheid van Eurocontrol (met name het agentschap van Eurocontrol) voor vraagstukken waarvoor Eurocontrol bevoegd is en met inachtneming van voorwaarden die zullen worden opgenomen in een samenwerkingsovereenkomst tussen de Commissie en Eurocontrol. In die samenwerkingsovereenkomst, die een administratief karakter heeft, tussen de Commissie en Eurocontrol zullen die voorwaarden nader worden geregeld. 4. Het toetredingsprotocol 4.1. In het Toetredingsprotocol zijn de regels neergelegd voor de wijze waarop het herziene verdrag op de Gemeenschap en haar lidstaten van toepassing zal zijn. Deze regels betreffen de vertegenwoordiging van de Gemeenschap in de organen van Eurocontrol (artikel 5) en haar stemrecht (artikel 6). Zij stellen de Gemeenschap in staat om binnen Eurocontrol de bevoegdheden uit te oefenen die haar door haar lidstaten zijn verleend op de gebieden die onder het herziene verdrag vallen. 4.2. Het Toetredingsprotocol voorziet in gezamenlijke deelname van de Gemeenschap en haar lidstaten aan Eurocontrol, waarbij zij hun stemrecht delen. De Gemeenschap of haar lidstaten hebben stemrecht, afhankelijk van de vraag of het een gebied betreft waarvoor de Gemeenschap bevoegd is dan wel een gebied waarvoor de lidstaten bevoegd zijn. De lidstaten moeten een gemeenschappelijk standpunt bepalen op gebieden waarop het Gemeenschapsrecht van toepassing is. De Gemeenschap oefent haar stemrecht op die gebieden uit door de stemmen van haar lidstaten bij elkaar te tellen (artikel 6, lid 1). 4.3. Volgens het herziene verdrag beschikt de Gemeenschap na haar uitbreiding in mei 2004 wanneer zij stemt over de meerderheid van de stemmen (22 van de 31 stemmen) en zowel over de absolute als de gekwalificeerde meerderheid (drie vierde) van de gewogen stemmen. Het Toetredingsprotocol bevat een bepaling om het stemrecht van de minderheid te waarborgen, met name van de staten die geen deel uitmaken van de Gemeenschap. Die staten kunnen verzoeken dat de stemming over onderwerpen waarvoor de Gemeenschap bevoegd is, met maximaal zes maanden wordt uitgesteld (artikel 6, lid 2). 4.4. Deze regels inzake het stemrecht verlenen de lidstaten binnen Eurocontrol geen extra gewicht. Bijgevolg is aan de toetreding van de Gemeenschap geen financiële bijdrage van de Gemeenschap verbonden (artikel 4). 4.5. De overige partijen worden in kennis gesteld van de uitoefening van het stemrecht van de Gemeenschap en haar lidstaten op bijeenkomsten van de overlegorganen van Eurocontrol (artikel 6, lid 3). Zodoende weten zij wie hun gesprekspartner in het besluitvormingsproces is. 5. procedureaspecten 5.1. De procedure ter goedkeuring van het Toetredingsprotocol omvat twee stappen, overeenkomstig de gebruikelijke bepalingen inzake de ondertekening, goedkeuring en inwerkingtreding van internationale verdragen (artikel 300 van het Verdrag). De eerste stap, de ondertekening van de overeenkomst namens de Gemeenschap, is op 8 oktober 2002 voltooid. Het onderhavige voorstel betreft de tweede stap, de sluiting van de overeenkomst namens de Gemeenschap, overeenkomend met bekrachtiging. 5.2 Het Toetredingsprotocol treedt in werking zodra 31 landen en de Gemeenschap hun akte van bekrachtiging hebben nedergelegd. De Commissie is voornemens met de lidstaten samen te werken om dit proces te bespoedigen zodat de Gemeenschap in samenwerking met haar Europese partners kan optreden in de besluitvormende organen van de organisatie teneinde haar doelstellingen te verwezenlijken. 5.3. De juridische grondslag van het Toetredingsprotocol is artikel 40 van het herziene verdrag. Het protocol kan pas in werking treden nadat het herziene verdrag in werking is getreden [9]. Het verdient derhalve aanbeveling dat de lidstaten gelijktijdig de akten van bekrachtiging van het herziene verdrag en van het toetredingsprotocol nederleggen. De nederlegging van deze akten moet plaatsvinden op hetzelfde ogenblik als de nederlegging van de akte van bekrachtiging van het Toetredingsprotocol door de Gemeenschap. [9] Het herziene verdrag treedt in werking zodra 27 landen, aan Eurocontrol deelnemende partijen op het ogenblik waarop het protocol tot consolidatie van het Eurocontrol-Verdrag werd ondertekend, hun akte van bekrachtiging hebben nedergelegd. Tot dusverre hebben 13 landen het herziene verdrag bekrachtigd, aanvaard of goedgekeurd en hun akte van bekrachtiging nedergelegd. Hieronder zijn Finland, Portugal en Luxemburg. 5.4. In de tussentijd worden de artikelen 1 t/m 7 van het Toetredingsprotocol op voorlopige basis toegepast overeenkomstig artikel 300, lid 2, van het Verdrag en het besluit van de Raad5. Bij Besluit nr. 98 heeft de Permanente Commissie van Eurocontrol deze handelwijze bevestigd. Het Toetredingsprotocol wordt daarom sinds 10 april 2003 op voorlopige basis toegepast. 5.5. Bij de ondertekening van het Toetredingsprotocol heeft de Gemeenschap zich ertoe verbonden de andere partijen wanneer zij haar akte van bekrachtiging nederlegt een nota te verschaffen waarin zij de reikwijdte van haar bevoegdheden op de onder het herziene verdrag vallende gebieden uiteenzet. Daarom is in de bijlage een verklaring inzake haar bevoegdheden bijgevoegd. Deze is opgesteld op basis van de huidige bevoegdheden. De verklaring moet worden geactualiseerd op het ogenblik waarop de bekrachtiging plaatsvindt, om rekening te houden met de evolutie van de bevoegdheden van de Gemeenschap. Gezien het bovenstaande stelt de Commissie volgens de gebruikelijke procedures de Raad voor om het bijgaande besluit goed te keuren. 2003/0214 (AVC) Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende de sluiting door de Europese Gemeenschap van het Protocol tot toetreding van de Europese Gemeenschap tot de Europese Organisatie voor de veiligheid van de luchtvaart (Eurocontrol) DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 80, lid 2, juncto artikel 300, lid 2, eerste alinea, eerste zin en lid 3, tweede alinea, Gezien het voorstel van de Commissie [10], [10] PB C ... van ... [2003], blz. .... Gezien de instemming van het Europees Parlement [11], [11] PB C ... van ... [2003], blz. .... Overwegende hetgeen volgt: (1) In verband met de congestie van het luchtruim en de op handen zijnde tenuitvoerlegging van het gemeenschappelijk Europees luchtruim moeten op communautair niveau en in het kader van de Europese Organisatie voor de veiligheid van de luchtvaart (Eurocontrol) dringend maatregelen worden getroffen. (2) De Gemeenschap heeft exclusieve bevoegdheid of met de lidstaten gedeelde bevoegdheid op bepaalde gebieden welke vallen onder het Internationale Eurocontrol-Verdrag van 13 december 1960 tot samenwerking in het belang van de veiligheid van de luchtvaart, herhaaldelijk gewijzigd en geconsolideerd bij het Protocol dat op 27 juni 1997 voor ondertekening is opgesteld, het "Herziene Verdrag" genoemd. Artikel 40 van het Herziene Verdrag staat toe dat de Gemeenschap tot Eurocontrol toetreedt met het oog op de uitoefening van die bevoegdheden. (3) De Commissie heeft namens de Gemeenschap met de partijen bij Eurocontrol onderhandeld over een protocol tot toetreding van de Europese Gemeenschap tot Eurocontrol. (4) Dit protocol is namens de Gemeenschap op 8 oktober 2002 te Brussel ondertekend onder voorbehoud van de sluiting op een later tijdstip overeenkomstig Besluit ....../...../EG van de Raad van.......... [12]. [12] PB L ... van ... [2003], blz. .... (5) Ingevolge de verplichtingen tot samenwerking tussen de Gemeenschap en de lidstaten dienen de Gemeenschap en de lidstaten het Toetredingsprotocol en het Herziene Verdrag gelijktijdig te bekrachtigen teneinde een uniforme en volledige toepassing van de bepalingen daarvan binnen de Gemeenschap te waarborgen. (6) Dit protocol dient te worden goedgekeurd, BESLUIT: Artikel 1 Het Protocol tot toetreding van de Europese Gemeenschap tot de Europese Organisatie voor de veiligheid van de luchtvaart (Eurocontrol) wordt namens de Europese Gemeenschap goedgekeurd. De tekst van het protocol is bij dit besluit gevoegd. Artikel 2 De voorzitter van de Raad wordt gemachtigd de persoon aan te wijzen die bevoegd is namens de Europese Gemeenschap de akte van bekrachtiging, samen met de bij dit besluit gevoegde verklaring inzake bevoegdheid, neder te leggen bij de regering van het Koninkrijk België overeenkomstig artikel 9, lid 2, van het protocol. De akte van bekrachtiging van het protocol van de Europese Gemeenschap wordt op hetzelfde tijdstip nedergelegd als de akten van bekrachtiging van het protocol van alle lidstaten en de akten van bekrachtiging van het Herziene Verdrag van alle lidstaten. Gedaan te Brussel, [...] Voor de Raad de Voorzitter [...] PROTOCOL TOT TOETREDING VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAP TOT HET INTERNATIONAAL VERDRAG TOT SAMENWERKING IN HET BELANG VAN DE VEILIGHEID VAN DE LUCHTVAART "EUROCONTROL" van 13 DECEMBER 1960, ZOALS MEERMALEN GEWIJZIGD EN DOOR HET PROTOCOL VAN 27 JUNI 1997 GECONSOLIDEERD DE REPUBLIEK ALBANIË, DE BONDSREPUBLIEK DUITSLAND, DE REPUBLIEK OOSTENRIJK, HET KONINKRIJK BELGIË, DE REPUBLIEK BULGARIJE, DE REPUBLIEK CYPRUS, DE REPUBLIEK KROATIË, HET KONINKRIJK DENEMARKEN, HET KONINKRIJK SPANJE, DE REPUBLIEK CYPRUS, DE FRANSE REPUBLIEK, HET VERENIGD KONINKRIJK VAN GROOT-BRITTANNIË EN NOORD-IERLAND, DE HELLEENSE REPUBLIEK, DE REPUBLIEK HONGARIJE, IERLAND, DE ITALIAANSE REPUBLIEK, DE VOORMALIGE JOEGOSLAVISCHE REPUBLIEK MACEDONIË, HET GROOTHERTOGDOM LUXEMBURG, DE REPUBLIEK MALTA, DE REPUBLIEK MOLDAVIË, HET VORSTENDOM MONACO, HET KONINKRIJK NOORWEGEN, HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN, DE PORTUGESE REPUBLIEK, ROEMENIË, DE HELLEENSE REPUBLIEK, DE REPUBLIEK SLOVENIË, HET KONINKRIJK ZWEDEN, DE ZWITSERSE BONDSSTAAT, DE TSJECHISCHE REPUBLIEK, DE REPUBLIEK TURKIJE, EN DE EUROPESE GEMEENSCHAP, Gelet op het Internationaal Verdrag tot samenwerking in het belang van de veiligheid van de luchtvaart "EUROCONTROL" van 13 december 1960 als gewijzigd door het Additioneel Protocol van 6 juli 1970, op zijn beurt gewijzigd door het Protocol van 21 november 1978, het geheel gewijzigd door het Protocol van 12 februari 1981 en als herzien en geconsolideerd door het Protocol van 27 juni 1997, in het hiernavolgende "het Verdrag" genoemd, en inzonderheid op artikel 40 hiervan; Gelet op de verantwoordelijkheden door het Verdrag tot instelling van de Europese Gemeenschap van 25 maart 1957, als herzien door het Verdrag van Amsterdam van 2 oktober 1997, toegekend aan de Europese Gemeenschap op bepaalde, door het Verdrag bestreken gebieden; Overwegende dat de Lid-Staten van de Europese Gemeenschap, tevens Lid van EUROCONTROL zijnde, bij hun aanvaarding van het op 27 juni 1997 ter ondertekening opengestelde Protocol tot consolidatie van het Verdrag hebben verklaard dat hun ondertekening de uitsluitende bevoegdheid van de Gemeenschap op bepaalde, door het Verdrag bestreken gebieden alsook het lidmaatschap van de Gemeenschap van EUROCONTROL ten dienste van het uitoefenen van deze uitsluitende bevoegdheid onverlet laat; Overwegende dat de toetreding van de Europese Gemeenschap tot het Verdrag beoogt de Europese Organisatie voor de veiligheid van de luchtvaart, in het hiernavolgende "EUROCONTROL" genoemd, te helpen bij het nastreven van haar doeleinden zoals in het Verdrag uiteengezet en met name haar bestaan als een enkel en efficiënt orgaan voor de beleidsvorming inzake het luchtverkeersbeheer in Europa; Overwegende dat de toetreding van de Europese Gemeenschap tot EUROCONTROL opheldering vergt over de wijze waarop het Verdrag op de Europese Gemeenschap en haar Lid-Staten van toepassing zal zijn; Overwegende dat de voorwaarden van de toetreding van de Europese Gemeenschap tot het Verdrag de Gemeenschap in staat moeten stellen binnen EUROCONTROL de door haar Lid-Staten aan haar verleende bevoegdheden uit te oefenen; Overwegende dat het Koninkrijk Spanje en het Verenigd Koninkrijk op 2 december 1987 in Londen in een gezamenlijke verklaring van hun ministers van Buitenlandse Zaken regelingen zijn overeengekomen inzake meer samenwerking bij het gebruik van de luchthaven van Gibraltar, dat deze regelingen echter nog niet worden toegepast; ZIJN OVEREENGEKOMEN ALS VOLGT: Artikel 1 De Europese Gemeenschap treedt, binnen het kader van haar bevoegdheid, tot het Verdrag toe krachtens de in dit Protocol vastgelegde voorwaarden en overeenkomstig artikel 40 van het Verdrag. Artikel 2 Met betrekking tot de Europese Gemeenschap is het Verdrag in het raam van haar bevoegdheid van toepassing op "en route"-luchtvaartdiensten en de daarmede verband houdende naderings- en plaatselijke diensten ten behoeve van het luchtverkeer in de vluchtinformatiegebieden van haar Lid-Staten zoals in Bijlage II bij het Verdrag opgesomd, en binnen de begrenzing van de territoriale toepasselijkheid van het Verdrag tot instelling van de Europese Gemeenschap. De toepassing van dit Protocol op de luchthaven van Gibraltar laat de respectieve rechtsopvattingen van het Koninkrijk Spanje en het Verenigd Koninkrijk betreffende het geschil inzake de soevereiniteit over het grondgebied waarop de luchthaven is gelegen, onverlet. De toepassing van dit Protocol op de luchthaven van Gibraltar wordt opgeschort totdat de regelingen van de gezamenlijke verklaring van de ministers van Buitenlandse Zaken van het Koninkrijk Spanje en het Verenigd Koninkrijk van 2 december 1987 van toepassing worden. De regeringen van het Koninkrijk Spanje en van het Verenigd Koninkrijk zullen de overige Verdragsluitende Partijen bij dit Protocol van die datum in kennis stellen. Artikel 3 Onverminderd het in dit Protocol bepaalde worden de bepalingen van het Verdrag zodanig uitgelegd als de Europese Gemeenschap in het kader van haar bevoegdheid omsluitende, en de onderscheiden termen ter aanduiding van de Verdragsluitende Partijen en hun vertegenwoordigers moeten dienovereenkomstig worden begrepen. Artikel 4 De Europese Gemeenschap draagt niet bij aan de begroting van EUROCONTROL. Artikel 5 Onverminderd de uitoefening van haar stemrecht krachtens artikel 6 is de Europese Gemeenschap gerechtigd te zijn vertegenwoordigd in en betrokken bij de werkzaamheden van alle organen van EUROCONTROL waarin elk van haar Lid-Staten rechtens als Verdragsluitende Partij is vertegenwoordigd en waarin binnen de bevoegdheid van de Gemeenschap vallende kwesties kunnen worden behandeld, zulks met uitzondering van de met audit belaste organen. In alle lichamen van EUROCONTROL waaraan zij rechtens deelneemt doet de Europese Gemeenschap haar standpunten gelden binnen het kader van haar bevoegdheid overeenkomstig de haar eigen institutionele regels. De Europese Gemeenschap mag noch voor het lidmaatschap van verkozen EUROCONTROL-organen, noch voor ambten in die lichamen waaraan zij rechtens deelneemt, kandidaten voordragen. Artikel 6 6.1. Voor besluiten omtrent zaken waarin de Europese Gemeenschap uitsluitende bevoegdheid geniet en ter toepassing van de regels vervat in artikel 8 van het Verdrag, oefent de Europese Gemeenschap het stemrecht van haar Lid-Staten krachtens het Verdrag uit en de aldus door de Europese Gemeenschap uitgebrachte stemmen en gewogen stemmen worden gecumuleerd ter bepaling van de in voornoemd artikel 8 van het Verdrag vermelde meerderheden. Bij stemming door de Gemeenschap stemmen haar Lid-Staten niet. Ter bepaling van het aantal Verdragsluitende Partijen benodigd voor de inwilliging van een verzoek tot besluitvorming bij drie vierde meerderheid als bepaald aan het eind van de eerste alinea van lid 2 van artikel 8, wordt de Gemeenschap geacht haar Lid-Staten, tevens Lid-Staten van EUROCONTROL, te vertegenwoordigen. 6.2. Een besluit ten aanzien van een specifiek onderwerp waarover door de Europese Gemeenschap moet worden gestemd, wordt op een daartoe strekkend verzoek van een Verdragsluitende Partij, geen Lid van de Europese Gemeenschap zijnde, uitgesteld. Het uitstel wordt benut voor overleg tussen de Verdragsluitende Partijen, bijgestaan door het Agentschap EUROCONTROL, over het voorgestelde besluit. Ingeval van een dergelijk verzoek mag de besluitvorming met uiterlijk zes maanden worden verdaagd. Bij besluiten omtrent kwesties waarin de Europese Gemeenschap geen uitsluitende bevoegdheid geniet, stemmen de Lid-Staten van de Europese Gemeenschap overeenkomstig hun stemrecht als voorzien in artikel 8 van het Verdrag en neemt de Europese Gemeenschap geen deel aan de stemming. 6.3. De Europese Gemeenschap stelt de overige Verdragsluitende Partijen ad hoc in kennis van de gevallen waarin zij voor de onderscheiden agendapunten van de Algemene Vergadering, de Raad en andere overlegorganen waaraan de Algemene Vergadering en de Raad bevoegdheden hebben gedelegeerd, het onder lid 1 van dit artikel bedoelde stemrecht zal uitoefenen. Deze verplichting geldt eveneens voor per briefwisseling te nemen besluiten. Artikel 7 De draagwijdte van de aan de Gemeenschap verleende bevoegdheid is in algemene termen aangeduid in een door de Europese Gemeenschap bij de ondertekening van dit Protocol afgelegde schriftelijke verklaring. Deze verklaring kan voor zover toepasselijk worden gewijzigd door kennisgeving van de Europese Gemeenschap aan EUROCONTROL. Zij vormt geen vervanging of enigerlei inperking van de zaken die kunnen worden bestreken in de kennisgeving inzake de bevoegdheid van de Gemeenschap welke vóór de besluitvorming in EUROCONTROL door formele stemming of anderszins dient te geschieden. Artikel 8 Artikel 34 van het Verdrag is van toepassing op enig geschil ontstaan tussen twee of meer Verdragsluitende Partijen bij dit Protocol of tussen een of meer Verdragsluitende Partijen bij dit Protocol en EUROCONTROL aangaande de uitleg, toepassing of uitvoering van dit Protocol en met name zijn bestaansreden, geldigheid en opzegging. Artikel 9 9.1. Dit Protocol wordt ter ondertekening opengesteld voor alle ondertekenende Staten van het Protocol tot consolidatie van het Internationaal Verdrag tot samenwerking in het belang van de veiligheid van de luchtvaart "EUROCONTROL" van 13 december 1960, als meermalen gewijzigd en op 27 juni 1997 ter ondertekening opengesteld, in het hiernavolgende "het consoliderend Protocol" genoemd, alsmede voor de Europese Gemeenschap. Voorafgaand aan de datum van inwerkingtreding wordt het tevens ter ondertekening opengesteld voor elke Staat welke naar behoren is gemachtigd het consoliderend Protocol te ondertekenen, zulks overeenkomstig artikel II van genoemd Protocol. 9.2. Dit Protocol dient bekrachtigd, aanvaard of goedgekeurd te worden. De instrumenten van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring worden nedergelegd bij de Regering van het Koninkrijk België. 9.3. Dit Protocol wordt van kracht wanneer het is bekrachtigd, aanvaard of goedgekeurd door alle ondertekenende Staten, tevens ondertekenaars van het consoliderend Protocol zijnde, waarvan de bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring is vereist voor de inwerkingtreding van het consoliderend Protocol, alsmede door de Europese Gemeenschap, op de eerste dag van de tweede maand na de nederlegging van het laatste instrument van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring, mits het consoliderend Protocol op die datum van kracht is geworden. Indien niet aan deze voorwaarde is voldaan, wordt dit Protocol van kracht op dezelfde datum als het consoliderend Protocol. 9.4. Dit Protocol treedt in werking voor die ondertekenaars die hun instrument van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring na de datum van inwerkingtreding hebben nedergelegd, op de eerste dag van de tweede maand na de nederlegging van het desbetreffende instrument van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring. 9.5. De Regering van het Koninkrijk België stelt de Regeringen van de overige Staten, ondertekenaars van dit Protocol, alsook de Europese Gemeenschap in kennis van elke ondertekening, elke nederlegging van een instrument van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring en van elke datum van inwerkingtreding van dit Protocol krachtens bovenstaande leden 3 en 4. Artikel 10 Elke toetreding tot het Verdrag na de datum van inwerkingtreding ervan houdt tevens instemming in met de bindende kracht van dit Protocol. De artikelen 39 en 40 van het Verdrag zijn geldig voor dit Protocol. Artikel 11 11.1. Dit Protocol behoudt zijn geldigheid voor onbepaalde tijd. 11.2. Indien alle Lid-Staten van EUROCONTROL, tevens Lid-Staat van de Europese Gemeenschap zijnde, besluiten zich uit EUROCONTROL terug te trekken, wordt de kennisgeving van de terugtrekking uit het Verdrag alsmede uit dit Protocol geacht te zijn gegeven door de Europese Gemeenschap gelijktijdig met de kennisgeving van terugtrekking krachtens lid 2 van artikel 38 van het Verdrag van de laatste Lid-Staat van de Europese Gemeenschap die zich uit EUROCONTROL terugtrekt. Artikel 12 De Regering van het Koninkrijk België doet dit Protocol registreren bij de Secretaris-generaal van de Verenigde Naties ingevolge artikel 102 van het Handvest van de Verenigde Naties, alsook bij de Raad van de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie krachtens artikel 83 van het op 7 december 1944 te Chicago ondertekende Verdrag voor de Internationale Burgerluchtvaart. TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekende Gevolmachtigden, na overlegging van hun in goede en behoorlijke vorm bevonden volmachten, dit Protocol hebben ondertekend. Gedaan te Brussel, de ____________ (dag) (maand) (jaar), in elk der officiële talen van de ondertekenende Staten, in een enkel exemplaar, dat blijft berusten in het archief van de Regering van het Koninkrijk België, die een gewaarmerkt afschrift hiervan doet geworden aan de Regeringen van de overige ondertekenende Staten, alsmede aan de Europese Gemeenschap. In geval van verschil tussen de teksten is de Franse tekst doorslaggevend. Verklaring inzake de bevoegdheid van de Europese Gemeenschap ten aanzien van aangelegenheden die onder het Internationale Eurocontrol-Verdrag vallen In overeenstemming met de desbetreffende artikelen van het EG-Verdrag zoals die door het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen zijn uitgelegd, geeft deze verklaring aan wat de bevoegdheid van de Europese Gemeenschap is ten aanzien van aangelegenheden die onder het Internationale Eurocontrol-Verdrag vallen. A. Algemene beginselen 1. De uitoefening van de bevoegdheden die de lidstaten overeenkomstig het EG-Verdrag aan de Gemeenschap hebben overgedragen is uit de aard der zaak voortdurend aan ontwikkeling onderhevig. In het kader van het Verdrag kunnen de bevoegde instellingen besluiten nemen die bepalend zijn voor de omvang van de bevoegdheid van de Europese Gemeenschap. Daarom behoudt de Europese Gemeenschap zich het recht voor deze verklaring dienovereenkomstig te wijzigen, zonder dat dit een voorafgaande voorwaarde is voor de uitoefening van haar bevoegdheden in Eurocontrol. 2. In verband met Eurocontrol is alleen de externe bevoegdheid van de Europese Gemeenschap relevant. Een en ander heeft tot gevolg dat, tenzij de bevoegde instellingen uitdrukkelijk besluiten tot rechtstreekse uitoefening van een externe bevoegdheid uit hoofde van het Verdrag op een bepaald gebied, de Europese Gemeenschap alleen exclusieve bevoegdheid heeft voorzover internationale overeenkomsten of andere in het kader van internationale samenwerking tot stand gekomen regelgeving gevolgen hebben voor de interne wetgeving [13]. [13] Aldus door het Hof van Justitie bepaald in de adviezen 1/94 (Jurispr. 1994, blz. I-5267), 2/91 (Jurispr. 1993, blz. I-1061), 1/76 (Jurispr. 1977, blz. 741) en in de zaak 22/71 (Jurispr. 1971, blz. 949). B. Door de Europese Gemeenschap uitgeoefende bevoegdheden 1. Bevoegdheden inzake luchtverkeersbeheer a) Normalisatie: de harmonisatie van technische specificaties in het algemeen en met betrekking tot apparatuur en systemen voor het verstrekken van luchtvaartdiensten in het bijzonder (artikelen 95 en 80 van het EG-Verdrag). De meest relevante rechtsinstrumenten die de Europese Gemeenschap op dit gebied heeft aangenomen zijn Verordening (EEG) nr. 3922/91 van de Raad [14] en de Richtlijnen 93/65/EEG van de Raad [15] en 98/34/EG van het Europees Parlement en de Raad [16]. [14] PB L 373 van 31.12.1991, blz. 4. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1592/2002 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 240 van 7.9.2002, blz. 1). [15] PB L 187 van 29.7.1993, blz. 52. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2082/2000 van de Commissie (PB L 254 van 9.10.2000, blz. 1). [16] PB L 204 van 21.7.1998, blz. 37. Richtlijn gewijzigd bij Richtlijn 98/48/EG (PB L 217 van 5.8.1998, blz. 18). b) Beleid inzake onderzoek en technologische ontwikkeling (artikelen 163 tot en met 173 van het EG-Verdrag). Momenteel zijn de meest relevante rechtsinstrumenten die de Europese Gemeenschap op dit gebied heeft aangenomen Besluit 1513/2002/EG van het Europees Parlement en de Raad [17] en de Beschikkingen 2002/834/EG van de Raad [18] en 2002/835/EG van de Raad [19]. Deze instrumenten betreffen voornamelijk het fundamenteel wetenschappelijk onderzoek (universiteiten en researchinstituten), alsook onderzoek en technologische ontwikkeling in verband met luchtvaart en telematica, met inbegrip van systemen en apparatuur voor luchtverkeersbeheer. [17] PB L 232 van 29.8.2002, blz. 1. [18] PB L 294 van 29.10.2002, blz. 1. [19] PB L 294 van 29.10.2002, blz. 44. c) Trans-Europese netwerken (artikelen 154 tot en met 156 van het EG-Verdrag) : het gaat hier om vervoer, telecommunicatie en energie, met als doel te zorgen voor interoperabiliteit en verenigbaarheid van nationale netwerken door collectieve planning, financiële aansporingen en interoperabiliteitsnormen. De meest relevante rechtsinstrumenten die de Europese Gemeenschap op dit gebied heeft aangenomen zijn Beschikking nr. 1692/96/EG van het Europees Parlement en de Raad [20] en Verordening nr. 2236/95/EG van de Raad [21]. [20] PB L 228 van 9.9.1996, blz. 1. Beschikking gewijzigd bij Beschikking 1346/2001/EG (PB L 185 van 6.7.2001, blz. 1). [21] PB L 228 van 23.9.1995, blz. 1. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1655/1999 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 197 van 29.7.1999, blz. 1). d) Beleid inzake de harmonisatie van het radiospectrum: hier gaat het met name om de totstandbrenging van een oriëntatiekader en een juridisch kader om te zorgen voor een coördinatie van de beleidsmaatregelen en de harmonisatie van de voorwaarden met betrekking tot de beschikbaarheid en het doelmatig gebruik van het radiospectrum dat nodig is voor de totstandbrenging en de werking van de interne markt op de communautaire beleidsgebieden zoals elektronische communicatie, vervoer, onderzoek en ontwikkeling. Het meest relevante rechtsinstrument dat de Europese Gemeenschap op dit gebied heeft aangenomen is Beschikking nr. 676/2002/EG van het Europees Parlement en de Raad [22]. [22] PB L 108 van 24.4.2002, blz. 1. 2. Bevoegdheden op het gebied van de luchtvaart Het luchtvaartbeleid (artikel 80, lid 2, van het EG-Verdrag en de daaruit voortvloeiende wetgeving) heeft tot doel het verstrekken van luchtvaartdiensten in de Gemeenschap te vergemakkelijken, de veiligheid en beveiliging te bevorderen en bij te dragen aan de doeltreffende werking van de interne markt. De meest relevante rechtsinstrumenten die de Europese Gemeenschap op dit gebied heeft aangenomen zijn de Verordeningen (EEG) nr. 2407/92 van de Raad [23], (EEG) nr. 2408/92 van de Raad [24], (EEG) nr. 2409/92 van de Raad [25], (EEG) nr. 95/93 van de Raad [26] en de Verordeningen (EG) nr. 1592/2002 van het Europees Parlement en de Raad [27] en (EG) nr. 2320/2002 van het Europees Parlement en de Raad [28], ten uitvoer gelegd bij Verordening (EG) nr. 622/2003 van de Commissie [29], Verordening (EG) nr. 437/2003 van het Europees Parlement en de Raad [30] en Richtlijn 2003/42/EG van het Europees Parlement en de Raad [31]. [23] PB L 240 van 24.8.1992, blz. 1. [24] PB L 240 van 24.8.1992, blz. 8. Verordening gewijzigd bij de Akte van Toetreding van Oostenrijk, Finland en Zweden. [25] PB L 240 van 24.8.1992, blz. 15. [26] PB L 14 van 22.1.1993, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr.1554/2003 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 221 van 4.9.2003, blz. 1). [27] PB L 240 van 7.9.2002, blz. 1. [28] PB L 355 van 30.12.2002, blz. 1. [29] PB L 89 van 5.4.2003, blz. 9. [30] PB L 66 van 11.3.2003, blz. 1. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1358/2003 van de Commissie (PB L 194 van 1.8.2003, blz. 9). [31] PB L 167 van 4.7.2003, blz. 23. 3. Het is tevens mogelijk dat Eurocontrol een maatregel moet nemen die gevolgen heeft voor de bestaande reglementering op algemene beleidsterreinen van de Gemeenschap, zoals mededinging, vrij verkeer van goederen en diensten (met inbegrip van overheidsopdrachten en gegevensbescherming), milieubescherming, sociaal beleid, economische en sociale samenhang. C. Bevoegdheid van de lidstaten 1. Indien de Europese Gemeenschap geen interne regels heeft vastgesteld en er niet is besloten tot rechtstreekse uitoefening van een externe bevoegdheid, blijven de lidstaten bevoegd. 2. Hierbij zij benadrukt dat het Verdrag de Europese Gemeenschap geen bevoegdheid verleent ten aanzien van aangelegenheden die verband houden met nationale veiligheid en defensie, met als gevolg dat de organisatie en het gebruik van het luchtruim voor militaire doeleinden buiten de bevoegdheidssfeer van de Europese Gemeenschap vallen.