52003PC0465

Voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bevordering van de gelijkheid van mannen en vrouwen in het kader van de ontwikkelingssamenwerking /* COM/2003/0465 def. - COD 2003/0176 */


Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD betreffende de bevordering van de gelijkheid van mannen en vrouwen in het kader van de ontwikkelingssamenwerking

(door de Commissie ingediend)

TOELICHTING

Overeenkomstig het beleid van de Gemeenschap op het gebied van ontwikkelingssamenwerking, als bedoeld in artikel 179 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, stelt de Raad volgens de procedure van artikel 251 de maatregelen vast die noodzakelijk zijn om de doelstellingen van artikel 177 van het Verdrag te verwezenlijken.

Het beleid van de Gemeenschap op dit gebied is gericht op de bestrijding van armoede, de bevordering van de duurzame ontwikkeling van ontwikkelingslanden, en de integratie van de ontwikkelingslanden in de wereldeconomie.

De duurzame verbetering van de gelijkheid van mannen en vrouwen en de versterking van de rol van de vrouw in ontwikkelingslanden zijn belangrijke resultaten van ontwikkeling en leveren een betekenisvolle bijdrage tot armoedevermindering. Sinds de verklaring en het actieprogramma van de 4e Wereldvrouwenconferentie in Peking (1995) is wereldwijd vooruitgang geboekt bij de bevordering van de gelijkheid van mannen en vrouwen in ontwikkelingslanden. Er is met name vooruitgang geboekt bij de totstandbrenging van een omvattende horizontale-integratiestrategie binnen het algemene kader van de EU-ontwikkelingssamenwerking. Het belangrijkste beleidsdocument dat als referentie dient, is het actieprogramma voor de horizontale integratie van het gendergelijkheidsaspect [COM(2001)295 definitief]. Maar al verloopt het uitzetten van prioriteiten tot dusver volgens plan, toch rest er nog veel werk wat de beoogde resultaten betreft. Zo moet er bijvoorbeeld voor worden gezorgd dat de levensomstandigheden van vrouwen in ontwikkelingslanden op termijn verbeteren. Dit geldt met name voor de effectieve implementatie op het niveau van de verschillende landen, de inachtneming van nieuwe beleidsontwikkelingen en de sterkere profilering van lopende initiatieven.

In 1998 hechtte de Raad zijn goedkeuring aan Verordening (EG) nr. 2836/98 betreffende de integratie van de genderproblematiek in de ontwikkelingssamenwerking, die op 31 december 2003 verstrijkt. Die verordening is gericht op de horizontale integratie van gendergelijkheid in alle beleidslijnen en acties van de EU op het gebied van ontwikkelingssamenwerking, en de ondersteuning van de implementatie van nationale plannen om de voornaamste elementen van het actieprogramma van Peking om te zetten. Deze doelstellingen gelden nog steeds, maar versterkte en versnelde inspanningen zijn vereist. Overeenkomstig het EG-verdrag dient de Gemeenschap ernaar te streven de ongelijkheden tussen mannen en vrouwen op te heffen en de gelijkheid van mannen en vrouwen te bevorderen (artikel 3, lid 2).

Dit betekent dat een omvattende strategische aanpak nodig is om de huidige implementatiestrategie van het actieprogramma van 2001 te ondersteunen. Deze verordening stelt met name voor de politieke doelstelling van het beleid van de Gemeenschap inzake de gelijkheid van mannen en vrouwen duidelijker te formuleren in de context van de ontwikkelingssamenwerking. Door een sterkere oriëntatie moet het proces transparanter en zichtbaarder worden en moet de aanzet worden gegeven voor verandering, die nodig is om de gelijkheid van mannen en vrouwen in het kader van de ontwikkelingssamenwerking te bevorderen.

Deze aanpak is nodig om de horizontale-integratiestrategie effectief in te zetten in de context van armoedevermindering, als bedoeld in het actieprogramma van 2001. Verordening (EG) nr. 2836/98 richtte zich op "integratie van de genderproblematiek". Later, in 2001, is in het actieprogramma sprake van "horizontale integratie van de gelijkheid van mannen en vrouwen". Als aanvulling is nu een solide beleidsconcept nodig, dat de bevordering van de gelijkheid van mannen en vrouwen omvat, met een doelgerichte aanpak die uitdrukkelijk verwijst naar de verwezenlijking van een van de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling van de VN, namelijk bevordering van de gelijkheid van mannen en vrouwen en versterking van de rol van de vrouw.

Om de bevordering van de gelijkheid van mannen en vrouwen te steunen zijn twee elkaar aanvullende maatregelen gepland: horizontale integratie en specifieke maatregelen. Horizontale integratie van de gelijkheid van mannen en vrouwen houdt in dat de prioriteiten en behoeften van mannen en vrouwen van alle leeftijdscategorieën geïntegreerd worden in de voornaamste ontwikkelings- en samenwerkingsstrategieën. Dit proces moet worden versterkt door specifieke maatregelen die de rol van de vrouw vanuit economisch, sociaal en milieuoogpunt moeten versterken.

Omdat de bevordering van de gelijkheid van mannen en vrouwen een langetermijntaak is, is het belangrijk dat de begrotingslijn gehandhaafd wordt en de katalysatorfunctie en strategische rol van de huidige verordening worden versterkt met het oog op de omzetting van het actieprogramma van 2001. Deze oriëntatie werd bevestigd door de recente thematische evaluatie van de integratie van de gelijkheid van mannen en vrouwen in de EG-ontwikkelingssamenwerking met derde landen, die door de Commissie in maart 2003 is voorgelegd.

De maatregelen in het kader van deze verordening passen in het algemene beleid van de Gemeenschap voor de gelijkheid van mannen en vrouwen en armoedebestrijding in het kader van ontwikkelingssamenwerking. In dit verband blijven coördinatie, samenhang en complementariteit met andere steunverleningsinstrumenten van de EG en beleidsmaatregelen op nationaal, regionaal en internationaal niveau van essentieel belang.

Bij de thematische evaluatie werd bevestigd dat een nog duidelijkere politieke boodschap nodig is ter bevordering van de gelijkheid van mannen en vrouwen. Er is dan ook een duidelijke behoefte aan een aangepast juridisch instrument om de acties ook na 31 december 2003 te kunnen voortzetten. Derhalve stelt de Commissie voor dat de Raad en het Europees Parlement hun goedkeuring hechten aan deze verordening.

2000/0176 (COD)

Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD betreffende de bevordering van de gelijkheid van mannen en vrouwen in het kader van de ontwikkelingssamenwerking

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel 179,

Gezien het voorstel van de Commissie [1],

[1] PB C [...] van [...], blz. [...].

Volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) De milleniumdoelstellingen van de VN voor ontwikkeling [2] hebben onder meer betrekking op de gelijkheid van mannen en vrouwen en de versterking van de rol van de vrouw. Daarbij worden duidelijke doelen gesteld op onderwijsgebied, die uiterlijk in 2015 moeten worden gerealiseerd.

[2] http://www.un.org/millenniumgoals/

(2) Artikel 3, lid 2, van het EG-verdrag bepaalt dat de Gemeenschap er bij elk in dat artikel bedoeld optreden, met inbegrip van het beleid inzake ontwikkelingssamenwerking, naar dient te streven de ongelijkheden tussen mannen en vrouwen op te heffen en de gelijkheid van mannen en vrouwen te bevorderen.

(3) Een onevenredig deel van de armen in de wereld is vrouw. Bevordering van de gelijkheid van mannen en vrouwen is dan ook belangrijk in het kader van de algemene doelstelling van armoedevermindering vóór 2015.

(4) De gelijkheid van mannen en vrouwen van alle leeftijdscategorieën wordt algemeen erkend als een punt dat van groot belang is voor de effectieve en efficiënte bestrijding van armoede. Om de doelstelling van gelijkheid van mannen en vrouwen te bereiken door horizontale integratie, moet deze strategie worden gecombineerd met specifieke maatregelen voor vrouwen in alle leeftijdscategorieën.

(5) Vrouwen leveren een bijdrage aan ontwikkeling, ondanks tal van obstakels die het effect van hun werk beperken en de voordelen ervan voor henzelf en de samenleving als geheel verminderen. Gezien de belangrijke rol die vrouwen, vanuit economisch, sociaal en milieuoogpunt, in hun verschillende levensfases in ontwikkelingslanden spelen, groeit internationaal het besef dat hun volledige deelname zonder enige vorm van discriminatie onontbeerlijk is voor duurzame en effectieve ontwikkeling.

(6) De Gemeenschap en haar lidstaten hebben de verklaring en het actieprogramma van de 4e Wereldvrouwenconferentie van Peking (1995) mede ondertekend. Daarin wordt de nadruk gelegd op de behoefte aan actie tegen wereldwijde obstakels voor de gelijkheid van mannen en vrouwen, en staat verder dat de bevordering van de gelijkheid van mannen en vrouwen gestalte dient te krijgen via een strategie voor horizontale integratie.

(7) Volgens het VN-Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen is discriminatie van vrouwen een obstakel voor ontwikkeling. De partijen bij dat verdrag zijn dan ook overeengekomen deze vorm van discriminatie met alle passende middelen uit te roeien.

(8) Verordening (EG) nr. 2836/98 van de Raad van 22 december 1998 betreffende de integratie van de genderproblematiek in de ontwikkelingssamenwerking [3] is gericht op de ondersteuning van de horizontale integratie van de genderproblematiek in alle beleidsvormen op het gebied van ontwikkelingssamenwerking en op de ondersteuning en vergemakkelijking van de opname daarin van maatregelen ter bestrijding van de ongelijkheid tussen mannen en vrouwen. Die verordening draagt bij tot de bevordering van de gelijkheid van mannen en vrouwen in het kader van de nationale plannen die de voornaamste elementen van het actieprogramma van Peking ten uitvoer moeten leggen. De verordening verstrijkt op 31 december 2003.

[3] PB L 354 van 30.12.1998, blz. 5.

(9) Volgens de verklaring van de Raad en de Commissie over het ontwikkelingsbeleid van de Europese Gemeenschap, die op 10 november 2000 door de Raad Ontwikkeling werd aangenomen, is de gelijkheid van mannen en vrouwen een transversaal vraagstuk.

(10) In de mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement van 21 juni 2001 over het actieprogramma voor de horizontale integratie van het gendergelijkheidsaspect ("mainstreaming of gender equality") in de ontwikkelingssamenwerking van de Gemeenschap [COM(2001) 295 def.] is het beleidskader vastgesteld voor de horizontale integratie van de gelijkheid van mannen en vrouwen in de ontwikkelingssamenwerking van de EG. Het actieprogramma is door de Raad goedgekeurd in de conclusies van 8 november 2001.

(11) Het Europees Parlement wees in de resolutie van april 2002 over het actieprogramma op zijn gehechtheid aan horizontale integratie om de gelijkheid van mannen en vrouwen en de verbetering van de positie van de vrouw in ontwikkelingslanden te bevorderen.

(12) Deze verordening moet een financieel kader vastleggen dat, in de zin van punt 33 van het Interinstitutioneel akkoord van 6 mei 1999 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie over begrotingsdiscipline en de verbetering van de begrotingsprocedure [4], voor de begrotingsautoriteit het voornaamste referentiepunt vormt in de loop van de jaarlijkse begrotingsprocedure.

[4] PB L 172 van 18.6.1999, blz. 1.

(13) De voor de uitvoering van deze verordening vereiste maatregelen dienen te worden aangenomen overeenkomstig Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden [5].

[5] PB L 184 van 17.7.1999, blz. 23.

(14) Overeenkomstig de beginselen van subsidiariteit en proportionaliteit bedoeld in artikel 5 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, kan de doelstelling van het overwogen optreden, namelijk de bevordering van de gelijkheid van mannen en vrouwen in het kader van de ontwikkelingssamenwerking, niet voldoende door de lidstaten worden verwezenlijkt. Derhalve kan deze doelstelling vanwege de omvang of de gevolgen van het overwogen optreden beter door de Gemeenschap worden verwezenlijkt. Deze verordening beperkt zich tot het minimum dat nodig is om dit doel te verwezenlijken en gaat derhalve niet verder dan nodig is om die doelstelling te verwezenlijken,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD :

Hoofdstuk I

Toepassingsgebied

Artikel 1

1. Doel van deze verordening is de implementatie van maatregelen ter bevordering van de gelijkheid van mannen en vrouwen in het kader van beleid, strategieën en acties van de Gemeenschap op het gebied van ontwikkelingssamenwerking.

De Gemeenschap verstrekt daartoe financiële bijstand en relevante knowhow om de gelijkheid van mannen en vrouwen in het kader van beleid en acties van de Gemeenschap op het gebied van ontwikkelingssamenwerking in ontwikkelingslanden te bevorderen.

2. De steun van de Gemeenschap moet het beleid en de capaciteiten van ontwikkelingslanden, alsmede de in het kader van andere samenwerkingsinstrumenten verleende bijstand aanvullen en versterken.

Artikel 2

Voor de toepassing van deze verordening geldt het volgende:

a) 'horizontale integratie van de gelijkheid van mannen en vrouwen': planning, (re)organisatie, verbetering en evaluatie van beleidsprocessen, teneinde ervoor te zorgen dat de gelijkheid van mannen en vrouwen door de gewoonlijk daarbij betrokken actoren in alle beleidsvormen, strategieën en maatregelen, op alle niveaus en in alle stadia wordt geïntegreerd;

b) om te zorgen voor gelijkheid van mannen en vrouwen in de praktijk kunnen specifieke maatregelen worden gehandhaafd of genomen om bepaalde nadelen in verband met het geslacht te voorkomen of te compenseren. Dergelijke maatregelen zijn er in de eerste plaats op gericht de situatie van de vrouw op de onder deze verordening vallende terreinen te verbeteren.

Artikel 3

Overeenkomstig de in de milleniumdoelstellingen voor ontwikkeling van de Verenigde Naties genoemde bevordering van de gelijkheid van mannen en vrouwen en versterking van de rol van de vrouw, is deze verordening gericht op de volgende doelstellingen:

a) ondersteuning van horizontale integratie van de gelijkheid van mannen en vrouwen op alle terreinen van ontwikkelingssamenwerking, in samenhang met specifieke maatregelen voor vrouwen, ter bevordering van de gelijkheid van mannen en vrouwen als belangrijke factor op het gebied van armoedevermindering;

b) ondersteuning van inheemse publieke en particuliere capaciteiten in de ontwikkelingslanden, zodat die verantwoordelijkheid kunnen dragen en initiatieven kunnen nemen ter bevordering van de gelijkheid van mannen en vrouwen.

Artikel 4

1. Activiteiten op het gebied van de bevordering van de gelijkheid van mannen en vrouwen die voor financiering in aanmerking komen, zijn met name:

a) de ondersteuning van specifieke maatregelen in verband met de toegang van vrouwen tot en hun controle over middelen en diensten, bijvoorbeeld op het gebied van onderwijs, werkgelegenheid en politieke besluitvorming;

b) de ondersteuning van de analyse en de verbetering van statistieken naar geslacht en leeftijd, ontwikkeling en verspreiding van methodologieën, richtlijnen, gendereffectrapportages, thematische studies, indicatoren, en andere operationele instrumenten;

c) de ondersteuning van maatregelen op het gebied van voorlichting en belangenbehartiging;

d) de ondersteuning van maatregelen ter versterking van de institutionele en operationele capaciteiten van de belangrijkste actoren van het ontwikkelingsproces, zoals het ter beschikking stellen van genderexperts, opleidingsacties en technische bijstand.

2. In het kader van de in lid 1 hierboven bedoelde maatregelen kunnen de volgende instrumenten gefinancierd worden:

a) studies naar theoretische of praktische vraagstukken in verband met de horizontale integratie van de gelijkheid van mannen en vrouwen die relevant zijn voor alle leeftijdscategorieën;

b) technische bijstand, met inbegrip van gendereffectrapportage, opleiding of andere diensten;

c) leveringen, audits, evaluatie- en controlemissies.

3. De communautaire middelen kunnen worden gebruikt voor de financiering van:

a) uitgaven voor investeringsprojecten (met uitzondering van de aankoop van onroerend goed), en;

b) huishoudelijke uitgaven van een begunstigde instelling, inclusief vaste, administratie- en onderhoudskosten.

De financiering van exploitatiesubsidies dient stapsgewijs te worden verlaagd.

Artikel 5

Bij de selectie en implementatie van de in artikel 4, lid 1, bedoelde activiteiten dient bijzondere aandacht te worden besteed aan de volgende punten:

a) de acties en programma's dienen de potentie te hebben als katalysator en multiplicator te fungeren, ter ondersteuning van de strategie van horizontale integratie van de gelijkheid van mannen en vrouwen op grote schaal in acties van de Gemeenschap;

b) er dient een bijdrage te worden geleverd aan de versterking van strategische partnerschappen en aan grensoverschrijdende samenwerking die de regionale samenwerking op het gebied van de gelijkheid van mannen en vrouwen versterkt;

c) bij de planning van acties dient te worden gestreefd naar kosteneffectiviteit en duurzaam effect;

d) doelstellingen en indicatoren dienen duidelijk te worden gedefinieerd en gecontroleerd;

e) er dienen inspanningen te worden geleverd ter bevordering van synergieën met beleidsvormen en programma's die gericht zijn op reproductieve en seksuele gezondheid en rechten en aan armoede gerelateerde ziekten, meisjesvraagstukken en onderwijs, ouderen, en het milieu.

Hoofdstuk II

Implementatie van hulp

Artikel 6

1. De financiële steunverlening krachtens deze verordening vindt plaats in de vorm van subsidies of contracten.

2. Een subsidie mag slechts worden gebruikt voor de financiering van de volledige kosten van een maatregel indien wordt aangetoond dat dit essentieel is voor de uitvoering van die maatregel, met uitzondering van maatregelen die voortvloeien uit de implementatie van financieringsovereenkomsten met derde landen of maatregelen die worden beheerd door internationale organisaties. In alle andere gevallen dient te worden verzocht om een financiële bijdrage van de in artikel 7 gedefinieerde begunstigden. Bij de vaststelling van die bijdrage dient rekening te worden gehouden met de capaciteit van de betrokken partners en de aard van de actie.

3. De levering van financiële bijstand in het kader van deze verordening kan medefinanciering omvatten met andere donors, in het bijzonder de lidstaten, de Verenigde Naties, en internationale of regionale ontwikkelingsbanken of financiële instellingen.

Artikel 7

1. De partners die voor financiële bijstand in het kader van deze verordening in aanmerking komen, zijn:

a) overheidsinstellingen en -organen op nationaal, regionaal en plaatselijk bestuursniveau;

b) plaatselijke overheden en andere gedecentraliseerde organen;

c) plaatselijke gemeenschappen, NGO's, organisaties van plaatselijke gemeenschappen, vakbonden en andere natuurlijke en rechtspersonen uit de particuliere non-profitsector;

d) regionale organisaties;

e) internationale organisaties, zoals de Verenigde Naties en VN-organen, -fondsen en -programma's, ontwikkelingsbanken, financiële instellingen, wereldwijde initiatieven, internationale publieke/particuliere partnerschappen;

f) onderzoeksinstellingen, instituten voor ontwikkelingsstudies en universiteiten.

2. Onverminderd het bepaalde in lid 1, onder (e), verleent de Gemeenschap financiële bijstand in de vorm van subsidies aan partners waarvan het hoofdkantoor is gevestigd in een lidstaat of een derde land dat in het kader van deze verordening communautaire bijstand krijgt of daarvoor in aanmerking kan komen, mits dit kantoor het feitelijke centrum is vanwaaruit de zakelijke activiteiten worden bestuurd. In uitzonderlijke gevallen mag dit kantoor zich in een ander derde land bevinden. Prioriteit wordt verleend aan inheemse structuren die een rol kunnen spelen bij de ontwikkeling van plaatselijke capaciteiten op het gebied van gender.

Artikel 8

1. Indien deze acties onderwerp zijn van financieringsovereenkomsten tussen de Gemeenschap en het begunstigde land, dienen die overeenkomsten te bepalen dat de betaling van belastingen, heffingen en andere lasten niet door de Gemeenschap wordt gefinancierd.

2. Elke krachtens deze verordening gesloten financieringsovereenkomst, elke subsidieovereenkomst en elk krachtens deze verordening gesloten financieringscontract voorziet in controles ter plaatse door de Commissie en de Rekenkamer volgens de gebruikelijke procedures, die door de Commissie zijn vastgesteld op basis van de geldende bepalingen, met name het Financieel Reglement dat van toepassing is op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen.

3. Er worden de nodige maatregelen genomen om tot uitdrukking te laten komen dat de krachtens deze verordening verleende steun afkomstig is van de Gemeenschap.

Artikel 9

1. De deelname aan aanbestedingen en de gunning van aanbestedingsopdrachten staat op gelijke voorwaarden open voor alle natuurlijke personen en rechtspersonen uit de lidstaten, daarmee gelijkgestelde landen en alle ontwikkelingslanden. Op basis van reciprociteit staat deelname ook open voor andere derde landen. Deelname kan in uitzonderlijke en goed gemotiveerde gevallen worden opengesteld voor andere derde landen.

2. Leveringen zijn afkomstig uit de lidstaten, het begunstigde land of andere ontwikkelingslanden. In de in lid 1 genoemde gevallen mogen leveranties afkomstig zijn uit andere landen.

Artikel 10

1. Om de doelstellingen van samenhang en complementariteit, als bedoeld in het Verdrag, te verwezenlijken en om optimale doeltreffendheid van de steun te garanderen, kan de Commissie alle noodzakelijke coördinatiemaatregelen nemen, met name:

a) de totstandbrenging van een systeem voor systematische uitwisseling en analyse van gegevens over gefinancierde acties en acties die de Gemeenschap en de lidstaten overwegen te financieren;

b) de coördinatie van de acties op de plaats van uitvoering, door middel van regelmatige vergaderingen en uitwisseling van informatie tussen de vertegenwoordigers van de Commissie en de lidstaten in het begunstigde land, plaatselijke autoriteiten en andere gedecentraliseerde instanties.

2. De Commissie kan vergaderingen beleggen van vertegenwoordigers van de Commissie, de lidstaten en de partnerlanden om het bewustzijn te vergroten met betrekking tot gendervraagstukken op nieuwe terreinen van ontwikkelingssamenwerking.

3. De Commissie mag in samenwerking met de lidstaten alle nodige initiatieven nemen om te zorgen voor een optimale coördinatie met andere betrokken donoren, in het bijzonder donoren die deel uitmaken van het systeem van de Verenigde Naties.

Hoofdstuk III

Financiële bepalingen en relevante besluitvormingsprocedures

Artikel 11

1. Het financiële kader voor de uitvoering van deze verordening in de periode van 2004 tot en met 2006 wordt hierbij vastgesteld op 9 miljoen euro.

2. De jaarlijkse kredieten worden door de begrotingsautoriteit goedgekeurd binnen de grenzen van de financiële vooruitzichten.

Artikel 12

1. De Commissie is verantwoordelijk voor de opstelling van strategische programmeringsrichtlijnen, waarin de samenwerking van de Gemeenschap wordt gedefinieerd in termen van meetbare doelstellingen, prioriteiten, termijnen voor specifieke actiegebieden, uitgangspunten en verwachte resultaten. De programmering is meerjaarlijks en indicatief.

2. In het kader van een gezamenlijke vergadering van de in artikel 14, lid 1, bedoelde comités vindt eenmaal per jaar overleg plaats op basis van een uiteenzetting door de vertegenwoordiger van de Commissie van de algemene richtlijnen voor de te voeren acties.

Artikel 13

1. De Commissie is verantwoordelijk voor het voorafgaand onderzoek van, de besluitvorming inzake en het beheer van de onder deze verordening vallende acties, volgens de geldende budgettaire en andere procedures, met name die welke zijn vastgelegd in het Financieel Reglement dat van toepassing is op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen.

2. Het werkprogramma dient overeenkomstig de in artikel 14 vastgestelde procedure te worden goedgekeurd.

Artikel 14

1. De Commissie wordt bijgestaan door het geografisch comité dat bevoegd is voor ontwikkeling.

2. In gevallen waarin wordt verwezen naar dit lid is de in artikel 4 van Besluit 1999/468/EG vastgestelde beheerprocedure van toepassing, overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 7 en 8.

3. De in artikel 4, lid 3, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op 45 dagen.

Hoofdstuk IV

Rapporten

Artikel 15

1. Na elk begrotingsjaar legt de Commissie het Europees Parlement en de Raad een jaarverslag voor over het EG-beleid inzake ontwikkelingssamenwerking, met daarin informatie over de in de loop van dat begrotingsjaar gefinancierde acties en de conclusies van de Commissie betreffende de uitvoering van deze verordening in het voorgaande begrotingsjaar.

Het overzicht bevat met name informatie over de sterke en zwakke punten en de resultaten van de acties, de organisaties waarmee contracten zijn gesloten en de resultaten van eventuele onafhankelijke evaluaties van specifieke acties.

2. Een jaar vóór het verstrijken van deze verordening legt de Commissie het Europees Parlement en de Raad een onafhankelijk beoordelingsrapport voor over de uitvoering van deze verordening, met het doel vast te stellen of de beoogde doelstellingen zijn bereikt en om richtlijnen te geven om toekomstige acties doeltreffender te maken. Op basis van dit beoordelingsrapport kan de Commissie voorstellen doen voor de toekomst van deze verordening en, voor zover nodig, voorstellen deze te wijzigen.

Artikel 16

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing tot en met 31 december 2006.

Gedaan te Brussel, op

Voor het Europees Parlement Voor de Raad

De Voorzitter De Voorzitter

FINANCIEEL MEMORANDUM BIJ HET BESLUIT

Beleidsgebied(en): ontwikkeling en betrekkingen met de ACS-staten

Activiteit(en): ontwikkelingssamenwerkingsbeleid en sectorale strategieën

Benaming van de actie: bevordering van de gelijkheid van mannen en vrouwen in ontwikkelingslanden

1. BEGROTINGSPLAATS + OMSCHRIJVING: B7-622 - Bevordering van de gelijkheid van mannen en vrouwen in het kader van de ontwikkelingssamenwerking

2. ALGEMENE CIJFERS

2.1. Totale toewijzing voor de actie (deel B): EUR 9 miljoen

2.2. Duur: 1.1.2004 - 31.12.2006

2.3. Meerjarenraming van de uitgaven:

a) Tijdschema vastleggingskredieten/betalingskredieten (financiering uit de begroting). Tijdschema VK/BK, gepland voor 2004-2006, en betalingen voor de periode 2007 en daarna

in duizend euro (tot op 3 decimalen nauwkeurig)

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

b) Technische bijstand en administratieve ondersteuningsuitgaven. Tijdschema VK/BK, gepland in de periode 2004-2006

in duizend euro (tot op 3 decimalen nauwkeurig)

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

Subtotaal a+b in duizend euro (tot op 3 decimalen nauwkeurig)

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

c) Financiële gevolgen in verband met de personele middelen en andere huishoudelijke uitgaven

in duizend euro (tot op 3 decimalen nauwkeurig)

Vastleggingen/ betalingen // EUR 224 400 + EUR 100 000 per annum (2004 - 2006)

Subtotaal a+b in duizend euro (tot op 3 decimalen nauwkeurig)

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

2.4. Verenigbaarheid met de financiële programmering en de financiële vooruitzichten

[x] Voorstel verenigbaar met de bestaande financiële programmering.

ñ Dit voorstel vereist een herprogrammering van de betrokken rubriek van de financiële vooruitzichten.

ñ inclusief, in voorkomend geval, een beroep op de bepalingen van het Interinstitutioneel akkoord.

2.5. Financiële gevolgen voor de ontvangsten

[x] Geen enkele financiële implicatie (betreft technische aspecten in verband met de tenuitvoerlegging van een maatregel)

3. BEGROTINGSKENMERKEN

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

4. RECHTSGRONDSLAG

Artikel 179 van het EG-verdrag

5. BESCHRIJVING EN MOTIVERING

5.1. Doel van het communautaire optreden

5.1.1. Doelstellingen

Overeenkomstig de in de milleniumdoelstellingen voor ontwikkeling van de Verenigde Naties genoemde bevordering van de gelijkheid van mannen en vrouwen en versterking van de rol van de vrouw, is deze verordening gericht op de volgende doelstellingen:

a) ondersteuning van horizontale integratie van de gelijkheid van mannen en vrouwen op alle terreinen van ontwikkelingssamenwerking, in samenhang met specifieke maatregelen voor vrouwen, ter bevordering van de gelijkheid van mannen en vrouwen als belangrijke factor op het gebied van armoedevermindering;

b) ondersteuning van inheemse publieke en particuliere capaciteiten in de ontwikkelingslanden, zodat die verantwoordelijkheid kunnen dragen en initiatieven kunnen nemen ter bevordering van de gelijkheid van mannen en vrouwen.

5.1.2. Genomen maatregelen die onder de evaluatie ex ante vallen

De Commissie is sinds 1995 actief betrokken bij de horizontale integratie van de gelijkheid van mannen en vrouwen in de ontwikkelingssamenwerking. Zij baseert zich daarbij op beleidsbeginselen op het gebied van de gelijkheid van mannen en vrouwen in de EG-ontwikkelingssamenwerking die terug zijn te voeren op de desbetreffende resolutie van de Raad van december 1995. Op 22 december 1998 werd een verordening van de Raad goedgekeurd over de integratie van de genderproblematiek in de ontwikkelingssamenwerking. Deze fungeerde als rechtsgrondslag voor het gebruik van de begrotingslijn voor de gelijkheid van mannen en vrouwen, en zorgde met name voor een beter en flexibeler gebruik daarvan ter ondersteuning van de horizontale integratie van de gelijkheid van mannen en vrouwen in de EG-ontwikkelingssamenwerking. Artikel 11 van de verordening uit 1998 bevat de volgende bepaling: "Drie jaar na de inwerkingtreding van deze verordening legt de Commissie het Europees Parlement en de Raad een algehele evaluatie voor van de in het kader van deze verordening door de Gemeenschap gefinancierde acties, welke evaluatie vergezeld gaat van voorstellen betreffende de toekomst van de verordening."

Om een grondslag te bieden voor de aanpassing en verbetering van beleid, strategieën en uitvoering, heeft de Commissie besloten de thematische evaluatie van de horizontale integratie van de gelijkheid van mannen en vrouwen in de EG-ontwikkelingssamenwerking met derde landen te concentreren op een langetermijnperspectief (1995-2001) en een breder beleidsmatig en thematisch toepassingsgebied. De evaluatie is in maart 2003 afgesloten. De evaluatie biedt een algemene beoordeling van de acties om de gelijkheid van mannen en vrouwen te integreren in de EG-ontwikkelingssamenwerking en verschaft een goed beeld van wat de Commissie heeft bereikt om haar beleid operationeel te maken. Een aanvullende specifieke beoordeling van de projecten die zijn gefinancierd in het kader van de verordening uit 1998 vindt momenteel onder toezicht van de Commissie plaats en moet bijdragen tot de verfijning van het bestaande inzicht in het functioneren van de verordening.

Enkele van de bevindingen van de thematische evaluatie zijn bijzonder relevant voor deze verordening, omdat er lering kan worden getrokken:

- de EG-beleidsverbintenissen hebben in de periode 1995-2001 slechts ten dele gestalte gekregen. De belangrijkste verklaring daarvoor is dat de benodigde hulpbronnen, zowel in financiële als personele zin, voor de uitvoering van het beleid niet voorhanden waren.

- onvoldoende informatie en ontoereikende gegevensgrondslag maakten een systematische controle en evaluatie onmogelijk. "Op enkele uitzonderingen na (voornamelijk bepaalde aspecten op het gebied van gezondheid en onderwijs), komt dit tot uiting op het niveau van de projecten en programma's, maar ook bij de land- en sectorspecifieke ondersteuning."

- de financiële middelen waren ontoereikend. De financiële middelen voor de ondersteuning van de strategie voor horizontale integratie van de gelijkheid van mannen en vrouwen in de periode 1995-2001 zijn in de eerste plaats afkomstig van de begrotingslijn voor de gelijkheid van mannen en vrouwen (B7-6220).

- sinds 1999 zijn de feitelijke toewijzingen ten gunste van de begrotingslijn voor de gelijkheid van mannen en vrouwen flink gedaald.

Verder wordt volgens de evaluatie "de horizontale integratie van de gelijkheid van mannen en vrouwen (de strategie) in toenemende mate verward met de gelijkheid van mannen en vrouwen (de doelstelling), en wordt er vaak simpelweg gesproken over "integratie van de gelijkheid van mannen en vrouwen in" ontwikkeling, in plaats van ervoor te zorgen dat de strategie bijdraagt tot de bevordering van de gelijkheid van mannen en vrouwen. Vaak wordt "gender" gelijkgesteld met vrouwen en gelijkheid van mannen en vrouwen geïnterpreteerd als ervoor zorgen dat er evenveel mannen als vrouwen werkzaam zijn. De duale aanpak van de EG van de horizontale integratie van mannen en vrouwen - systematisch respecteren van de gelijkheid van mannen en vrouwen in alle instrumenten en acties en in alle fases van de cyclus, en in specifieke acties voorzien als dat nodig is - wordt nog niet voldoende begrepen."

Deze bevindingen en eerdere ervaringen onderstrepen niet alleen het grote belang van een nieuwe verordening, maar vormen ook een grote uitdaging voor de Commissie om de nieuwe begrotingslijn efficiënter en duurzamer te gebruiken en een heldere en zichtbare strategie voor complementariteit vast te stellen.

De negende en laatste aanbeveling van de evaluatie betreft de bijzondere krachtlijnen en beperkingen van de begrotingslijn:

"De begrotingslijn voor de gelijkheid van mannen en vrouwen dient, zoals is aangegeven in het actieprogramma, met al zijn beperkte middelen te fungeren als katalysator, waarbij wordt geïnvesteerd in experimentele maatregelen en goede praktijken worden ontwikkeld en verbreid. Het is echter van cruciaal belang dat de risico's van marginalisering uit de weg worden gegaan en ook het gebrek aan duurzaamheid van acties, die een kenmerk waren van talloze eerdere maatregelen op het gebied van horizontale integratie van de gelijkheid van mannen en vrouwen die door de betreffende begrotingslijn zijn ondersteund. Financiële duurzaamheid op de lange termijn en lokale inbreng van actoren bij experimentele maatregelen zijn enkele criteria voor de toewijzing van begrotingsmiddelen voor de gelijkheid van mannen en vrouwen, met als doel een maximale impact op het volledige spectrum van de EG-ontwikkelingssamenwerking."

5.1.3. Naar aanleiding van de evaluatie ex post genomen maatregelen

Op het beheer van de acties die uit hoofde van deze begrotingslijn worden gefinancierd, wordt toezicht uitgeoefend via een systeem waarbij de betreffende partners en actoren betrokken zijn, onder gebruikmaking van duidelijke voortgangs- en resultaatindicatoren (als bedoeld in 5.1.2.). Alle programma's of acties die uit hoofde van deze begrotingslijn worden gefinancierd, zijn onderworpen aan een evaluatie ex post in termen van de menselijke en financiële hulpbronnen die daarvoor zijn toegewezen en de resultaten die zijn geboekt, teneinde na te gaan of deze in overeenstemming zijn met de gestelde doelen. Hiertoe wordt een tijdschema vastgesteld. Zo kan met de resultaten van de evaluatie rekening worden gehouden bij het nemen van besluiten over voortzetting, wijziging of schorsing van het programma of de actie.

5.2. Voorgenomen acties en wijze van financiering uit de begroting

Financiële steun wordt verleend voor maatregelen die de hierboven beschreven doelstellingen bevorderen en, in het bijzonder, voor maatregelen die gericht zijn op:

a) de ondersteuning van specifieke maatregelen in verband met de toegang van vrouwen tot en hun controle over middelen en diensten, bijvoorbeeld op het gebied van onderwijs, werkgelegenheid en politieke besluitvorming;

b) de ondersteuning van de analyse en de verbetering van statistieken naar geslacht en leeftijd, ontwikkeling en verspreiding van methodologieën, richtlijnen, gendereffectrapportages, thematische studies, ontwikkeling van indicatoren, en andere operationele instrumenten;

c) de ondersteuning van maatregelen op het gebied van voorlichting en belangenbehartiging;

d) de ondersteuning van maatregelen ter versterking van de institutionele en operationele capaciteiten van de belangrijkste actoren van het ontwikkelingsproces, zoals het ter beschikking stellen van genderexperts, opleidingsacties en technische bijstand.

5.3. Tenuitvoerlegging

In het kader van de hierboven bedoelde acties kan de steun van de Gemeenschap worden verleend in de vorm van:

a) studies naar theoretische of praktische vraagstukken in verband met de horizontale integratie van de gelijkheid van mannen en vrouwen die relevant zijn voor alle leeftijdscategorieën;

b) technische bijstand, met inbegrip van gendereffectrapportage, opleiding of andere diensten;

c) leveringen, audits, evaluatie- en controlemissies.

Prioriteit dient te worden verleend aan de versterking van strategische partnerschappen en de totstandkoming van grensoverschrijdende samenwerking die de regionale samenwerking op het gebied van de gelijkheid van mannen en vrouwen versterkt. Bijzondere aandacht dient te worden besteed aan de potentie van de acties en programma's om als katalysator en multiplicator te fungeren, ter ondersteuning van de strategie van horizontale integratie van de gelijkheid van mannen en vrouwen op grote schaal in acties van de Gemeenschap.

De communautaire financiering mag zowel investeringsuitgaven dekken, met uitzondering van de aankoop van onroerend goed, als, in uitzonderlijke en naar behoren gemotiveerde gevallen en onder de voorwaarde dat met de maatregel, voor zover mogelijk, naar duurzaamheid op middellange termijn wordt gestreefd, vaste kosten (met inbegrip van administratie-, onderhouds- en lopende kosten) waarvan de financiering tijdelijk een last voor de partner betekent.

De communautaire steun vindt plaats in de vorm van subsidies of contracten.

De doeltreffendheid van programma's ter ondersteuning van de nationale strategieën voor de gelijkheid van mannen en vrouwen is deels afhankelijk van een betere coördinatie van de hulp op Europees en internationaal niveau en het gebruik van procedures die zijn afgestemd op de specifieke aard van de betrokken activiteiten en partners.

6. FINANCIËLE GEVOLGEN

6.1. Totale financiële gevolgen voor deel B

3,0 miljoen euro per jaar (2004 - 2006)

6.2. Berekening van de kosten per overwogen maatregel in deel B (voor de gehele programmeringsperiode) [6]

[6] Zie voor meer bijzonderheden de toelichting.

(Bij meerdere acties dienen de concrete maatregelen die voor elke actie moeten worden genomen, te worden gepreciseerd om het volume en de kosten van de prestaties te berekenen)

VK in miljoen euro (tot op 3 decimalen nauwkeurig)

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

(Zo nodig de wijze van berekening toelichten)

7. GEVOLGEN VOOR HET PERSONEELSBESTAND EN DE HUISHOUDELIJKE UITGAVEN

De behoefte aan personeel en administratieve middelen moet worden gedekt door de aan de programmerende en beherende DG toegewezen middelen.

7.1. Gevolgen voor de personele middelen

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

7.2. Algemene financiële gevolgen in verband met de personele middelen

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

De bedragen stemmen overeen met de totale uitgaven gedurende 12 maanden. De behoeften aan personele en huishoudelijke middelen zullen worden gedekt uit de toewijzing voor het DG dat met het beheer is belast, in het kader van de jaarlijkse toewijzingsprocedure.

7.3. Andere huishoudelijke uitgaven die uit de actie voortvloeien

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

De bedragen stemmen overeen met de totale uitgaven gedurende 12 maanden.

(1) De aard van het comité en de groep waar het deel van uitmaakt, vermelden.

I. Jaartotaal (7.2 + 7.3)

II. Duur van de actie

III. Totale kosten van de actie (I x II) // EUR 324 400

1 jaar

EUR 324 400

8. TOEZICHT EN EVALUATIE

8.1. Follow-upsysteem

Na elk begrotingsjaar legt de Commissie het Europees Parlement en de Raad een jaarverslag voor over het EG-beleid inzake ontwikkelingssamenwerking, met daarin informatie over de in de loop van dat begrotingsjaar gefinancierde acties en de conclusies van de Commissie betreffende de uitvoering van deze verordening in het voorgaande begrotingsjaar. Het overzicht bevat met name informatie over de sterke en zwakke punten van de acties, de organisaties waarmee contracten zijn gesloten en de resultaten van eventuele onafhankelijke evaluaties van specifieke acties.

8.2. Procedure en periodiciteit van de voorgeschreven evaluatie

Eenmaal per jaar is er een gedachtewisseling op basis van een presentatie door de vertegenwoordiger van de Commissie van de algemene richtlijnen voor de in het komende jaar te voeren acties.

Een jaar vóór het verstrijken van deze verordening legt de Commissie het Europees Parlement en de Raad een onafhankelijk beoordelingsrapport voor over de uitvoering van deze verordening, met het doel vast te stellen of de beoogde doelstellingen zijn bereikt en om richtlijnen te geven om toekomstige acties doeltreffender te maken. Op basis van dit beoordelingsrapport kan de Commissie voorstellen doen voor de toekomst van deze verordening en, voor zover nodig, voorstellen deze te wijzigen.

9. FRAUDEBESTRIJDINGSMAATREGELEN

Gezamenlijke evaluaties en controles worden verricht in overleg met donors en partnerlanden en op basis van de overeengekomen communautaire regels en normen.