52003PC0351

Voorstel voor een Verordening van de Raad tot instelling van tijdelijke bijzondere maatregelen betreffende de aanwerving van ambtenaren van de Europese Gemeenschappen naar aanleiding van de toetreding van Cyprus, Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Malta, Polen, Slovenië, Slowakije en Tsjechië /* COM/2003/0351 def. - CNS 2003/0123 */


Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD tot instelling van tijdelijke bijzondere maatregelen betreffende de aanwerving van ambtenaren van de Europese Gemeenschappen naar aanleiding van de toetreding van Cyprus, Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Malta, Polen, Slovenië, Slowakije en Tsjechië

(door de Commissie ingediend)

TOELICHTING

De komende uitbreiding van de Europese Unie plaatst de instelling voor tal van uitdagingen, niet het minst op het gebied van het beheer van de personele middelen. Het bijgaande voorstel voor een verordening heeft betrekking op het aanwervingsaspect van de uitbreiding.

Bij eerdere uitbreidingen zijn specifieke maatregelen vastgesteld voor de aanwerving van onderdanen van de landen die tot de Unie toetraden. Daartoe was een verordening van de Raad nodig waarbij tijdelijk werd afgeweken van de in het ambtenarenstatuut opgenomen bepalingen inzake aanwerving [1].

[1] De betrokken verordening voor Oostenrijk, Finland en Zweden is bekendgemaakt in PB L 66 van 24.3.1995, blz. 1.

Het lopende uitbreidingsproces is het omvangrijkste waarmee de Unie ooit te maken heeft gehad. Op 1 mei 2004 kunnen tot tien nieuwe lidstaten tot de Unie toetreden.

Deze uitbreiding is door haar omvang anders dan de voorgaande. Daarom is het bijgaande voorstel voor een verordening in een aantal opzichten nieuw in vergelijking met eerdere soortgelijke verordeningen. De belangrijkste kenmerken van het voorstel zijn:

1. Voorgesteld wordt de afwijking van het ambtenarenstatuut te laten duren tot 31.12.2010, wat een langere periode is dan bij eerdere uitbreidingen. Bij de toetreding van Oostenrijk, Finland en Zweden duurde de afwijking vijf jaar. De met die uitbreiding opgedane ervaring wijst uit dat vijf jaar in feite niet lang genoeg was als overgangsperiode en daarom wordt in dit geval zeven jaar voorgesteld.

2. De verordening voorziet in de organisatie van vergelijkende onderzoeken voor de selectie op nationale basis van ambtenaren uit de nieuwe lidstaten. Ambtenaren uit de huidige lidstaten zullen van deelneming aan dergelijke vergelijkende onderzoeken worden uitgesloten.

3. Nog voordat de nieuwe lidstaten daadwerkelijk tot de Unie zijn toegetreden, kunnen uitsluitend voor hun onderdanen bestemde vergelijkende onderzoeken worden gehouden en op basis daarvan lijsten van geschikte kandidaten worden opgesteld. Pas nadat een nieuwe lidstaat tot de Unie is toegetreden, kunnen zijn onderdanen als ambtenaar in een ambt bij de instellingen worden aangesteld.

4. De instellingen kunnen afwijken van het voorschrift dat vacatures binnen de instellingen moeten worden bekendgemaakt. Desgewenst kunnen zij echter ook bekendheid aan vacatures geven.

5. Zoals gezegd in het bovenstaande punt 1, duurt de overgangsperiode zeven jaar. In die periode zullen ook vertrekkende ambtenaren uit de huidige lidstaten moeten worden vervangen. De verordening voorziet daarom ook in de mogelijkheid om gedurende de overgangsperiode vergelijkende onderzoeken voor de selectie van onderdanen van de huidige 15 lidstaten te organiseren. Onderdanen van de toekomstige lidstaten zouden van deelneming aan dergelijke vergelijkende onderzoeken worden uitgesloten.

Elke instelling zou bepalen hoeveel ambtenaren uit de kandidaat-lidstaten op grond van de afwijkende bepalingen van deze verordening moeten worden aangeworven.

2003/0123 (CNS)

Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD tot instelling van tijdelijke bijzondere maatregelen betreffende de aanwerving van ambtenaren van de Europese Gemeenschappen naar aanleiding van de toetreding van Cyprus, Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Malta, Polen, Slovenië, Slowakije en Tsjechië

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel 283,

Gezien het voorstel van de Commissie, gedaan na advies van het Comité voor het statuut,

Gezien het advies van het Europees Parlement [2],

[2] PB C [...] van [....], blz. [...].

Gezien het advies van het Hof van Justitie [3]

[3] Advies uitgebracht op

Gezien het advies van de Rekenkamer [4]

[4] Advies uitgebracht op

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Naar aanleiding van de voorgenomen toetreding van Cyprus, Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Malta, Polen, Slovenië, Slowakije en Tsjechië dienen tijdelijke bijzondere maatregelen te worden vastgesteld die afwijken van het statuut van de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen.

(2) Voorts moeten, gezien het aantal toetredende landen en het aantal personen waarom het kan gaan, deze maatregelen ondanks het feit dat zij tijdelijk zijn, worden toegepast gedurende een lange periode die aan de aldus geschapen bijzondere situatie is aangepast. Een periode die op 31 december 2010 verstrijkt, lijkt daartoe passend.

(3) In verband met deze uitzonderlijke omstandigheden moeten ook algemene vergelijkende onderzoeken voor onderdanen van de huidige vijftien lidstaten kunnen worden georganiseerd om de naleving te waarborgen van het in artikel 27 van het statuut neergelegde beginsel dat de ambtenaren moeten worden aangeworven met inachtneming van een zo breed mogelijke aardrijkskundige spreiding.

(4) De uitzonderlijke omvang van deze uitbreiding rechtvaardigt ook dat deze verordening vóór de beoogde toetredingsdatum wordt vastgesteld opdat alle voorbereidende maatregelen kunnen worden getroffen die het mogelijk moeten maken dat de voorgenomen aanwervingen zo spoedig mogelijk na de feitelijke toetredingsdatum kunnen plaatsvinden,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1. Tot en met 31 december 2010 kan, in afwijking van artikel 4, tweede en derde alinea, artikel 7, lid 1, artikel 27, derde alinea, en artikel 29, lid 1, onder a), b) en c), van het statuut van de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen (hierna "het statuut" te noemen), in vacatures worden voorzien door de aanstelling van onderdanen van Cyprus, Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Malta, Polen, Slovenië, Slowakije en Tsjechië, voorzover het gaat om ambten die daartoe zijn toegewezen, in voorkomend geval met inachtneming van de beraadslagingen over de begroting.

2. Tot aanstelling in de ambten wordt overgegaan:

2.1. voor alle rangen, na de toetreding van de betrokken landen, en

2.2. behalve voor de rangen A1 en A2, na vergelijkende onderzoeken op de grondslag van schriftelijke bewijsstukken en een examen die worden georganiseerd overeenkomstig het bepaalde in bijlage III bij het statuut.

Artikel 2

Tot en met 31 december 2010 kunnen algemene vergelijkende onderzoeken worden georganiseerd die zijn voorbehouden voor onderdanen van de huidige vijftien lidstaten.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel,

Voor de Raad

De voorzitter