52003PC0263

Voorstel voor een Besluit van de Raad betreffende de ondertekening, namens de Europese Gemeenschap, van het Protocol betreffende wettelijke aansprakelijkheid en vergoeding voor schade veroorzaakt door de grensoverschrijdende effecten van industriële ongevallen op grensoverschrijdende wateren /* COM/2003/0263 def. */


Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende de ondertekening, namens de Europese Gemeenschap, van het Protocol betreffende wettelijke aansprakelijkheid en vergoeding voor schade veroorzaakt door de grensoverschrijdende effecten van industriële ongevallen op grensoverschrijdende wateren

(door de Commissie ingediend)

TOELICHTING

Na het weglekken van cyanide in Baia Mare in Roemenië in januari 2000 en de daarop volgende initiatieven die werden genomen door de regering van Zwitserland besloten de bestuurslichamen van het Verdrag inzake de bescherming en het gebruik van grensoverschrijdende waterlopen en internationale meren van de VN/ECE van Helsinki van 1992 ("Waterbeschermingsverdrag") en van het Verdrag inzake de grensoverschrijdende gevolgen van industriële ongevallen van de VN/ECE van Helsinki van 1992 ("Verdrag Industriële Ongevallen") een intergouvernementeel onderhandelingsproces te beginnen gericht op het aannemen van een wettelijk bindend instrument inzake wettelijke aansprakelijkheid voor grensoverschrijdende schade veroorzaakt door gevaarlijke activiteiten, een en ander in het kader van beide verdragen.

De onderhandelingen over dit wettelijk bindend instrument (hierna het protocol) inzake wettelijke aansprakelijkheid en vergoeding voor schade veroorzaakt door de grensoverschrijdende effecten van industriële ongevallen op grensoverschrijdende wateren begonnen in 2001 en eindigden in februari 2003 in het kader van de VN/ECE. Toetredingslanden en kandidaat-lidstaten namen aan de onderhandelingen deel. Het protocol moet worden opengesteld voor ondertekening tijdens de vijfde ministeriële conferentie "Environment for Europe" die gehouden wordt in Kiev in mei 2003.

De waarde van het toepassen van de beginselen dat milieuschade prioritair aan de bron moet worden hersteld, dat preventieve maatregelen moeten worden genomen en dat "de vervuiler betaalt" zijn essentieel voor de milieubescherming en zijn op ruime schaal erkend als basis voor internationale en nationale aansprakelijkheidsregelingen.

Het protocol beoogt de wettelijke aansprakelijkheid te reguleren voor schade die voortvloeit uit gevallen die onder de werkingssfeer vallen van de twee bovenvermelde verdragen. Aldus is de doelstelling van het protocol te voorzien in een algemene wettelijke aansprakelijkheidsregeling, en in adequate en prompte vergoeding voor schade veroorzaakt door de grensoverschrijdende effecten van industriële ongevallen op grensoverschrijdende waterlopen die wordt geleden in een andere partij dan de partij waar het industriële ongeval zich heeft voorgedaan.

Het protocol verleent recht van beroep voor een rechterlijke instantie tegen de verontreiniger en derde die de schade heeft veroorzaakt. De notie schade omvat traditionele schade (persoonlijk letsel en eigendomsschade) alsook milieuschade (als vergoeding voor de kosten van herstel en responsieve maatregelen). Met dit doel stelt het protocol financiële grenzen aan de risicoaansprakelijkheid van de exploitant en ongelimiteerde schuldaansprakelijkheid in aangevuld met een systeem van verplichte financiële zekerheid.

Er is ook sprake van het verlenen van toegang tot informatie en dienovereenkomstig toegang tot de rechter teneinde de doelstellingen van het protocol te bevorderen (artikel 8, lid 5). In dit opzicht is het protocol volledig verenigbaar met bestaande EG-wetgeving inzake toegang tot milieu-informatie [1].

[1] Publicatieblad van de Europese Unie L 41 van 14/2/2003, blz. 26. Richtlijn 2003/4/EG van 28 januari 2003 inzake de toegang van het publiek tot milieu-informatie.

Wat de procedures betreft bevat het protocol onder meer bepalingen betreffende bevoegde rechterlijke instanties (artikel 13), scheidsrechtspraak (artikel 14), aanhangigheid en samenhang (artikel 15) en wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen (artikel 18).

Het protocol voorziet in een specifiek artikel waarin het verband wordt vastgesteld van het protocol en bestaande regels van de EG betreffende aangelegenheden die tot de exclusieve bevoegdheid ervan behoren (rechterlijke bevoegdheid, samenhangende acties, erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen). In deze aangelegenheden hebben de EG-regels voorrang boven de toepassing van de protocolbepalingen onder de krachtens het protocol zelf vastgestelde voorwaarden.

Er moet ook worden opgemerkt dat het protocol beoogt discriminerende behandeling te voorkomen tussen nationale en grensoverschrijdende slachtoffers betreffende hetzelfde incident door deze laatste slachtoffers op hun verzoek "keuze van recht" te geven.

De Europese Gemeenschap is partij bij zowel het Waterbeschermingsverdrag als het Verdrag Industriële Ongevallen. Net als alle partijen is de Gemeenschap gebonden aan de gemeenschappelijke bepaling ervan op grond waarvan de partijen passende internationale inspanningen steunen om regels, criteria en procedures op het gebied van verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid uit te werken.

Tengevolge van deze factoren en omdat het protocol bestaande maatregelen betreffende veiligheid en preventie van door industriële ongevallen veroorzaakte schade versterkt, zal het bijdragen tot het verwezenlijken en uitvoeren van de doelstellingen van het milieubeleid van de Gemeenschap in overeenstemming met artikel 174 van het Verdrag.

Met het oog op de bovenstaande overwegingen dient de Gemeenschap, behoudens eropvolgende sluiting, het protocol te ondertekenen inzake wettelijke aansprakelijkheid en vergoeding voor schade veroorzaakt door de grensoverschrijdende effecten van industriële ongevallen op grensoverschrijdende wateren. In dat verband dient te worden aangestipt dat de Gemeenschap gebonden zal zijn aan de eisen van het protocol voorzover haar activiteiten binnen de werkingssfeer ervan vallen.

Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende de ondertekening, namens de Europese Gemeenschap, van het Protocol betreffende wettelijke aansprakelijkheid en vergoeding voor schade veroorzaakt door de grensoverschrijdende effecten van industriële ongevallen op grensoverschrijdende wateren

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 175, lid 1 en artikel 67 juncto artikel 300, lid 2, eerste zin van de eerste alinea,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) De Europese Gemeenschap is partij bij de Verdragen inzake de bescherming en het gebruik van grensoverschrijdende waterlopen en internationale meren [2] en inzake de grensoverschrijdende gevolgen van industriële ongevallen [3] van de VN/ECE. De Europese Gemeenschap is gebonden aan de gemeenschappelijke bepaling dat de partijen passende internationale inspanningen dienen te steunen om regels uit te werken op het gebied van aansprakelijkheid.

[2] Publicatieblad L 186 van 05/08/1995, blz. 0042 - 0058.

[3] Publicatieblad L 326 van 03/12/1998, blz. 0001 - 0004.

(2) Krachtens een besluit van de Raad van 24 februari 2003 heeft de Commissie namens de Gemeenschap, in overleg met de vertegenwoordigers van de lidstaten, deelgenomen aan de onderhandelingen in de open werkgroep inzake het Protocol betreffende wettelijke aansprakelijkheid en vergoeding voor schade veroorzaakt door de grensoverschrijdende effecten van industriële ongevallen op grensoverschrijdende waterlopen.

(3) Ten gevolge van deze onderhandelingen is de tekst van het protocol afgerond op 27 februari 2003 en staat het protocol open voor ondertekening ter gelegenheid van de vijfde ministeriële conferentie "Environment for Europe" in Kiev, Oekraïne, op 21-23 mei 2003.

(4) Het protocol zal helpen bij het beschermen van het milieu door te voorzien in effectieve toepassing van de beginselen dat milieuschade prioritair aan de bron moet worden hersteld, dat preventieve maatregelen moeten worden genomen en dat "de vervuiler betaalt"; de Europese Gemeenschap, in overeenstemming met het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name artikel 175, lid 1, is bevoegd om internationale overeenkomsten aan te gaan en de daaruit voortvloeiende verplichtingen na te komen die bijdragen aan het nastreven van de doelstellingen opgenomen in artikel 174, lid 1, van het EG-Verdrag.

(5) De artikelen 13, 15 en 18 van het protocol regelen aangelegenheden die van invloed zijn op de communautaire regels zoals neergelegd in Verordening 44/2001 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in bugerlijke en handelszaken [4]. Het protocol bevat echter de nodige bepalingen waardoor de bestaande communautaire regels kunnen worden toegepast in plaats van de desbetreffende bepalingen van het protocol.

[4] Publicatieblad L 12 van 16/01/2001, blz. 001 - 0023.

(6) De Commissie heeft namens de Gemeenschap onderhandeld over een overeenkomst inzake wettelijke aansprakelijkheid voor grensoverschrijdende schade veroorzaakt door gevaarlijke activiteiten binnen het kader van het Verdrag inzake de bescherming en het gebruik van grensoverschrijdende waterlopen en internationale meren en het Verdrag inzake de grensoverschrijdende gevolgen van industriële ongevallen.

(7) Het is passend dat het Protocol betreffende wettelijke aansprakelijkheid en vergoeding voor schade veroorzaakt door de grensoverschrijdende effecten van industriële ongevallen op grensoverschrijdende wateren namens de Gemeenschap wordt ondertekend, behoudens eropvolgende sluiting,

BESLUIT:

Enig artikel

De Voorzitter van de Raad wordt hierbij gemachtigd de persoon of personen aan te wijzen die bevoegd zijn om namens de Gemeenschap, behoudens eropvolgende sluiting, het Protocol betreffende wettelijke aansprakelijkheid en vergoeding voor schade veroorzaakt door de grensoverschrijdende effecten van industriële ongevallen op grensoverschrijdende wateren, zoals aangehecht in bijlage A, te ondertekenen en aan hen de bevoegdheden te verlenen die met dit doel noodzakelijk zijn.

Gedaan te

Voor de Raad

De Voorzitter

BIJLAGE A: ONTWERP-PROTOCOL BETREFFENDE WETTELIJKE AANSPRAKELIJKHEID EN VERGOEDING VOOR SCHADE VEROORZAAKT DOOR DE GRENSOVERSCHRIJDENDE EFFECTEN VAN INDUSTRIËLE ONGEVALLEN OP GRENSOVERSCHRIJDENDE WATEREN

De partijen bij het protocol,

Herinnerend aan de relevante bepalingen van het Verdrag inzake de bescherming en het gebruik van grensoverschrijdende waterlopen en internationale meren, met name artikel 7, en van het Verdrag inzake de grensoverschrijdende gevolgen van industriële ongevallen, met name artikel 13,

In gedachten hebbend de relevante bepalingen van beginselen 13 en 16 van de Verklaring van Rio inzake milieu en ontwikkeling,

Rekening houdend met het beginsel dat de vervuiler betaalt als een algemeen beginsel van internationaal milieurecht, eveneens aanvaard door de partijen bij de bovenvermelde verdragen,

Nota nemend van de Code of Conduct on Accidental Pollution of Transboundary Inland Waters van de UNECE,

Zich bewust van het risico van schade aan menselijke gezondheid, goederen en het milieu veroorzaakt door de grensoverschrijdende effecten van industriële ongevallen,

Overtuigd van de noodzaak te voorzien in wettelijke aansprakelijkheid en milieuaansprakelijkheid teneinde te verzekeren dat adequate en prompte vergoeding beschikbaar is,

Erkennend de wenselijkheid het protocol in een later stadium te herzien om in voorkomende gevallen de werkingssfeer ervan te verbreden,

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel 1

Doelstelling

De doelstelling van dit protocol is te voorzien in een algemene regeling inzake wettelijke aansprakelijkheid en in adequate en prompte vergoeding voor schade veroorzaakt door de grensoverschrijdende effecten van industriële ongevallen op grensoverschrijdende wateren.

Artikel 2

Definities

1. De definities van de termen in de verdragen gelden voor dit protocol tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald in dit protocol.

2. In dit protocol wordt verstaan onder:

(a) "de verdragen": het Verdrag inzake de bescherming en het gebruik van grensoverschrijdende waterlopen en internationale meren en het Verdrag inzake de grensoverschrijdende gevolgen van industriële ongevallen, gedaan te Helsinki op 17 maart 1992;

(b) "protocol": dit protocol;

(c) "partij": een partij bij het protocol;

(d) "schade":

(i) verlies van leven of persoonlijk letsel;

(ii) verlies van, of schade aan, goederen behalve goederen in het bezit van de persoon die aansprakelijk is in overeenstemming met het protocol;

(iii) verlies van inkomsten rechtstreeks voortkomend uit een aantasting van een wettelijk beschermd belang in enig gebruik van grensoverschrijdende wateren voor economische doeleinden, opgelopen ten gevolge van de aantasting van grensoverschrijdende wateren, rekening houdend met besparingen en kosten;

(iv) de kosten van de maatregelen tot herstel van aangetaste grensoverschrijdende wateren, beperkt tot de kosten van de maatregelen die werkelijk genomen worden of moeten worden ondernomen;

(v) de kosten van responsieve maatregelen, inclusief enig verlies of schade veroorzaakt door dergelijke maatregelen, voor zover de schade is veroorzaakt door de grensoverschrijdende effecten van een industrieel ongeval op grensoverschrijdende wateren;

(e) "industrieel ongeval": een voorval ten gevolge van een ongecontroleerde ontwikkeling in de loop van een gevaarlijke activiteit:

(i) in een installatie, inclusief residubekkens, bijvoorbeeld gedurende de productie, het gebruik, de opslag, de behandeling of de verwijdering;

(ii) gedurende vervoer op het terrein van een gevaarlijke activiteit; of

(iii) gedurende vervoer buiten het terrein via pijpleidingen;

(f) "gevaarlijke activiteit": iedere activiteit waarbij een of meer gevaarlijke stoffen betrokken zijn of kunnen zijn in hoeveelheden gelijk aan of groter dan de in bijlage I vermelde drempelhoeveelheden, en die grensoverschrijdende effecten kan teweegbrengen op grensoverschrijdende wateren en het gebruik van water ervan bij een industrieel ongeval;

(g) "herstelmaatregelen": alle redelijke maatregelen die ten doel hebben beschadigde of vernietigde componenten van grensoverschrijdende wateren te herstellen of terug te brengen in de toestand die zou hebben bestaan indien het industriële ongeval niet zou hebben plaatsgehad, of, voor zover dit niet mogelijk is, in voorkomende gevallen het equivalent van deze componenten in de grensoverschrijdende wateren te introduceren. In het interne recht kan worden aangegeven wie dergelijke maatregelen mag nemen;

(h) "responsieve maatregelen": alle na een industrieel ongeval door enige persoon, inclusief overheidsinstantie, genomen redelijke maatregelen om mogelijk verlies of mogelijke schade te voorkomen, minimaliseren of mitigeren of om te zorgen voor sanering van het milieu. In het interne recht kan worden aangegeven wie dergelijke maatregelen mag nemen;

(i) "rekeneenheid": het bijzondere trekkingsrecht als vastgesteld door het Internationaal Monetair Fonds.

Artikel 3

Toepassingsgebied

1. Het protocol is van toepassing op schade veroorzaakt door de grensoverschrijdende effecten van een industrieel ongeval op grensoverschrijdende wateren.

2. Het protocol is enkel van toepassing op schade die wordt geleden in een andere partij dan de partij waar het industriële ongeval zich heeft voorgedaan.

Artikel 4

Risicoaansprakelijkheid

1. De exploitant is aansprakelijk voor de schade veroorzaakt door een industrieel ongeval.

2. De exploitant is niet aansprakelijk in de zin van dit artikel indien hij of zij aantoont dat, ondanks het feit dat de nodige veiligheidsmaatregelen waren getroffen, de schade:

(a) het resultaat was van een gewapend conflict, vijandelijkheden, burgeroorlog of oproer;

(b) het resultaat was van een natuurverschijnsel van uitzonderlijke, onontkoombare, onvoorzienbare en onbedwingbare aard;

(c) geheel het resultaat was van de naleving van een dwingende maatregel van een overheidsinstantie van de partij waar het industriële ongeval zich heeft voorgedaan; of

(d) geheel het resultaat was van het onrechtmatige opzettelijke gedrag van een derde.

3. Indien de persoon die de schade heeft geleden of een persoon voor wie hij of zij krachtens intern recht verantwoordelijk is door zijn of haar eigen schuld de schade heeft veroorzaakt of ertoe heeft bijgedragen, kan de vergoeding worden verminderd of niet worden toegekend met inachtneming van alle omstandigheden.

4. Indien twee of meer exploitanten aansprakelijk zijn overeenkomstig dit artikel heeft de eiser het recht volledige schadevergoeding te eisen van ieder van de of alle aansprakelijke exploitanten. De exploitant die aantoont dat slechts een deel van de schade door een industrieel ongeval is veroorzaakt is echter alleen voor dat deel van de schade aansprakelijk.

Artikel 5

Schuldaansprakelijkheid

Onverminderd artikel 4, en in overeenstemming met de relevante regels van het toepasselijke interne recht inclusief de wetgeving betreffende de aansprakelijkheid van personeelsleden en agenten, is elke persoon aansprakelijk voor schade die is veroorzaakt of waartoe is bijgedragen door onrechtmatige opzettelijke, roekeloze of nalatige handelingen of omissies van deze persoon.

Artikel 6

Responsieve maatregelen

1. Behoudens enige eis van het toepasselijke interne recht en andere relevante bepalingen van de verdragen neemt de exploitant na een industrieel ongeval alle redelijke responsieve maatregelen.

2. Niettegenstaande enige andere bepaling in het protocol is elke andere persoon dan de exploitant die handelt met als enige doel het nemen van responsieve maatregelen, mits deze persoon redelijk en in overeenstemming met het toepasselijke interne recht heeft gehandeld, niet als gevolg daarvan vatbaar voor aansprakelijkheid krachtens het protocol.

Artikel 7

Regres

1. Elke krachtens het protocol aansprakelijke persoon heeft, in overeenstemming met de procesorde van de bevoegde rechtbank of het scheidsgerecht opgericht krachtens artikel 14, regres tegen enige andere persoon die eveneens aansprakelijk is krachtens het protocol.

2. Niets in het protocol doet afbreuk aan enig regres dat de aansprakelijke persoon kan hebben hetzij zoals uitdrukkelijk bepaald in contractuele regelingen hetzij ingevolge het recht van de bevoegde rechtbank.

Artikel 8

Uitvoering

1. De partijen stellen elke wettelijke en bestuurrechtelijke maatregel vast die nodig kan zijn om het protocol uit te voeren.

2. Teneinde transparantie te bevorderen stellen de partijen het secretariaat, zoals gedefinieerd in artikel 22, op de hoogte van elke dergelijke maatregel die is vastgesteld om het protocol uit te voeren.

3. De bepalingen van het protocol en krachtens lid 1 vastgestelde maatregelen worden onder de partijen toegepast zonder discriminatie gebaseerd op nationaliteit, woon- of verblijfplaats.

4. De partijen voorzien in nauwe samenwerking teneinde de uitvoering te bevorderen van het protocol overeenkomstig hun verplichtingen krachtens het internationale recht.

5. Onverminderd bestaande internationale verplichtingen voorzien de partijen, met inachtneming van het legitieme belang van de persoon die de informatie bezit, dienovereenkomstig in toegang tot informatie en toegang tot de rechter teneinde de doelstelling van het protocol te bevorderen.

Artikel 9

Financiële grenzen

1. De aansprakelijkheid krachtens artikel 4 is gelimiteerd tot de in deel één van bijlage II gespecificeerde bedragen. Dergelijke grenzen omvatten geen interesten of kosten waarin door de bevoegde rechtbank wordt verwezen.

2. De in deel één van bijlage II gespecificeerde aansprakelijkheidsgrenzen worden door de vergadering van de partijen regelmatig geëvalueerd rekening houdend met de risico's van de gevaarlijke activiteiten alsook de aard, hoeveelheid en eigenschappen van gevaarlijke stoffen die aanwezig zijn of aanwezig kunnen zijn bij dergelijke activiteiten.

3. Er geldt geen financiële grens voor de aansprakelijkheid krachtens artikel 5.

Artikel 10

Aansprakelijkheidstermijn

1. Schade-eisen krachtens het protocol zijn niet toelaatbaar tenzij zij worden ingesteld binnen vijftien jaar gerekend vanaf de datum van het industriële ongeval.

2. Schade-eisen krachtens het protocol zijn niet toelaatbaar tenzij zij worden ingesteld binnen drie jaar vanaf de datum dat de eiser op de hoogte was of redelijkerwijs op de hoogte had moeten zijn van de schade en van de aansprakelijke persoon, mits de ingevolge lid 1 ingestelde termijnen niet worden overschreden.

3. Daar waar het industriële ongeval bestaat uit een reeks voorvallen die dezelfde oorzaak hebben, gaan de ingevolge dit artikel ingestelde termijnen in vanaf de datum van het laatste dergelijke voorval. Daar waar het industriële ongeval bestaat uit een ononderbroken voorval gaan dergelijk termijnen in vanaf het einde van dat ononderbroken voorval.

Artikel 11

Financiële zekerheid

1. De exploitant zorgt ervoor dat de aansprakelijkheid krachtens artikel 4, voor bedragen die niet kleiner zijn dan de in deel twee van bijlage II gespecificeerde minimumgrenzen voor de financiële zekerheden, gedekt wordt en blijft door een financiële zekerheid zoals een verzekering, borgsommen of andere financiële garanties inclusief financiële mechanismen die vergoeding verschaffen bij insolventie. Bovendien kunnen de partijen hun verplichtingen krachtens dit lid met betrekking tot overheidsexploitanten vervullen door een verklaring van zelfverzekering.

2. De in deel twee van bijlage II gespecificeerde minimumgrenzen voor de financiële zekerheden worden door de vergadering van de partijen regelmatig geëvalueerd rekening houdend met de risico's van de gevaarlijke activiteiten alsook de aard, hoeveelheid en eigenschappen van gevaarlijke stoffen die aanwezig zijn of aanwezig kunnen zijn bij dergelijke activiteiten.

3. Elke eis krachtens het protocol kan rechtstreeks worden ingesteld tegen elke persoon die financiële dekking verschaft krachtens lid 1. De verzekeraar of de persoon die de financiële dekking verschaft heeft het recht te eisen dat de krachtens artikel 4 aansprakelijke persoon betrokken wordt bij de procedure. Verzekeraars en personen die financiële dekking verschaffen mogen het verweer voeren dat de krachtens artikel 4 aansprakelijke persoon gerechtigd is te voeren. Niets in dit lid belet het gebruik van eigen risico of medebetalingen tussen de verzekeraar en de verzekerde, maar niet-betaling door de verzekerde van enig eigen risico of niet-medebetaling door de verzekerde is geen verweer tegen de persoon die de schade heeft geleden.

4. Niettegenstaande lid 3 geeft een partij door middel van een schriftelijk kennisgeving aan de depositaris op het moment van ondertekening, bekrachtiging, goedkeuring of toetreding tot het protocol te kennen of zij niet voorziet in een recht om een rechtstreekse actie in te stellen ingevolge lid 3. Het secretariaat houdt een register bij van de partijen die kennisgeving hebben gedaan ingevolge dit lid.

Artikel 12

Internationale verantwoordelijkheid van staten

Het protocol doet geen afbreuk aan de rechten en verplichtingen van de partijen krachtens de regels van het algemene internationale recht met betrekking tot de internationale verantwoordelijkheid van staten.

PROCEDURES

Artikel 13

Bevoegde rechtbanken

1. Schade-eisen krachtens het protocol kunnen enkel voor de rechtbanken van een partij worden gebracht waar:

(a) de schade geleden is;

(b) het industriële ongeval zich heeft voorgedaan; of

(c) de gedaagde zijn of haar gewone verblijfplaats heeft of, indien de gedaagde een bedrijf is of een andere rechtspersoon of een vereniging van natuurlijke of rechtspersonen, waar deze zijn hoofdvestiging, statutaire zetel of hoofdbestuur heeft.

2. Elke partij zorgt ervoor dat haar rechtbanken de nodige bevoegdheid bezitten om kennis te nemen van dergelijke schade-eisen.

Artikel 14

Arbitrage

Bij een geschil tussen personen die schadevergoeding eisen ingevolge het protocol en personen die aansprakelijk zijn krachtens het protocol, en voor zover overeengekomen door beide of alle partijen, kan het geschil worden voorgelegd voor definitieve en bindende arbitrage in overeenstemming met het Facultatief Reglement van het Permanente Hof van Arbitrage voor arbitrage van geschillen betreffende natuurlijke hulpbronnen en/of het milieu.

Artikel 15

Aanhangigheid en samenhang

1. Wanneer voor gerechten van verschillende partijen tussen dezelfde partijen vorderingen aanhangig zijn, die hetzelfde onderwerp betreffen en op dezelfde oorzaak berusten, houdt het gerecht waarbij de zaak het laatst is aangebracht zijn uitspraak ambtshalve aan totdat de bevoegdheid van het gerecht waarbij de zaak het eerst is aangebracht, vaststaat.

2. Wanneer de bevoegdheid van het gerecht waarbij de zaak het eerst is aangebracht, vaststaat, verklaart het gerecht waarbij de zaak het laatst is aangebracht, zich onbevoegd.

3. Wanneer samenhangende vorderingen aanhangig zijn voor gerechten van verschillende partijen, kan het gerecht waarbij de zaak het laatst is aangebracht, zijn uitspraak aanhouden

4. Wanneer deze vorderingen in eerste aanleg aanhangig zijn, kan dit gerecht, op verzoek van een der partijen, ook tot verwijzing overgaan mits het gerecht waarbij de zaak het eerst is aangebracht bevoegd is van de betreffende vorderingen kennis te nemen en zijn wetgeving de voeging ervan toestaat.

5. Samenhangend in de zin van dit artikel zijn vorderingen waartussen een zo nauwe band bestaat dat een goede rechtsbedeling vraagt om hun gelijktijdige behandeling en berechting, teneinde te vermijden dat bij afzonderlijke berechting van de zaken onverenigbare beslissingen worden gegeven.

Artikel 16

Toepasselijk recht

1. Behoudens lid 2 zijn alle materiële of procedurele kwesties betreffende vorderingen voor de bevoegde rechtbank die niet specifiek in het protocol zijn geregeld onderworpen aan het recht van die rechtbank, inclusief elke regel van dergelijk recht betreffende collisie.

2. Op verzoek van de persoon die de schade heeft geleden zijn alle materiële kwesties betreffende vorderingen voor de bevoegde rechtbank onderworpen aan het recht van de partij waar het industriële ongeval zich heeft voorgedaan, alsof de schade in deze partij is geleden.

Artikel 17

Verband tussen het protocol en het toepasselijke interne recht

Het protocol doet geen afbreuk aan enig recht van personen die schade hebben geleden of aan enige maatregel voor de bescherming of het herstel van het milieu waarin kan zijn voorzien krachtens het toepasselijke interne recht.

Artikel 18

Wederzijdse erkenning en uitvoering van vonnissen en scheidsrechterlijke uitspraken

1. Elk vonnis van een in overeenstemming met artikel 13 bevoegde rechtbank of elke scheidsrechterlijke uitspraak die uitvoerbaar is in de staat van oorsprong van het vonnis en waartegen geen gewoon rechtsmiddel meer openstaat, wordt erkend in elke partij zodra de in de partij vereiste formaliteiten zijn vervuld, behalve:

(a) voor zover het vonnis of de scheidsrechterlijke uitspraak is verkregen door bedrog;

(b) voor zover aan de gedaagde geen redelijke termijnen zijn toegekend en deze geen eerlijke kans heeft gekregen om zijn of haar zaak uiteen te zetten;

(c) voor zover het vonnis of de scheidsrechterlijke uitspraak onverenigbaar is met een eerder vonnis of scheidsrechterlijke uitspraak die rechtsgeldig is gegeven in een andere partij met betrekking tot dezelfde procesgrond en dezelfde partijen; of

(d) voor zover het vonnis of de scheidsrechterlijke uitspraak in strijd is met de openbare orde van de partij waarin erkenning ervan wordt nagestreefd.

2. Een krachtens lid 1 erkend vonnis of scheidsrechterlijke uitspraak is uitvoerbaar in elke partij zodra de in die partij vereiste formaliteiten zijn vervuld. De formaliteiten laten geen heropening van de zaak ten gronde toe.

3. De bepalingen van de leden 1 en 2 zijn tussen partijen niet van toepassing op een geldende overeenkomst of regeling betreffende de wederzijdse erkenning en uitvoering van vonnissen of scheidsrechterlijke uitspraken op grond waarvan het vonnis of de scheidsrechterlijke uitspraak erkenbaar en uitvoerbaar zou zijn.

Artikel 19

Verband tussen het protocol en bilaterale, multilaterale of regionale aansprakelijkheidsovereenkomsten

Telkens wanneer de bepalingen van het protocol en de bepalingen van een bilaterale, multilaterale of regionale overeenkomst van toepassing zijn op de aansprakelijkheid en vergoeding voor schade veroorzaakt door de grensoverschrijdende effecten van industriële ongevallen op grensoverschrijdende wateren is het protocol niet van toepassing mits de andere overeenkomst van kracht is voor de betrokken partijen en voor ondertekening was opengesteld toen het protocol voor ondertekening is opengesteld, zelfs indien de overeenkomst later is gewijzigd.

Artikel 20

Verband tussen het protocol en de regels van de Europese Gemeenschap

inzake rechtsmacht, erkenning en uitvoering van vonnissen

1. De rechtbanken van partijen die lid zijn van de Europese Gemeenschap passen de relevante communautaire regels toe in plaats van artikel 13 telkens als de gedaagde zijn domicilie heeft in een lidstaat van de Europese Gemeenschap, of de partijen rechtsmacht hebben toegekend aan een rechtbank van een lidstaat van de Europese Gemeenschap en één of meer van de partijen zijn domicilie heeft in een lidstaat van de Europese Gemeenschap.

2. In hun wederzijdse betrekkingen passen partijen die lid zijn van de Europese Gemeenschap de relevante communautaire regels toe in plaats van de artikelen 15 en 18.

SLOTBEPALINGEN

Artikel 21

Vergadering van de partijen

1. Hierbij wordt een vergadering van de partijen ingesteld.

2. De eerste vergadering van de partijen wordt bijeengeroepen uiterlijk achttien maanden na de datum van de inwerkingtreding van het protocol en, zo mogelijk, samen met een vergadering van de bestuursinstantie van één van de verdragen. Daarna worden gewone vergaderingen gehouden op door de vergadering van de partijen bij het protocol vast te stellen datums en, in voorkomende gevallen, samen met een vergadering van de bestuursinstantie van één van de verdragen. Buitengewone vergaderingen van de partijen worden gehouden op elk ander moment waarop de vergadering van de partijen dit nodig acht, of op schriftelijk verzoek van enige partij, mits het, binnen zes maanden nadat een dergelijk verzoek door het secretariaat aan de partijen is medegedeeld, door minstens één derde van de partijen wordt gesteund.

3. De partijen nemen tijdens hun eerste vergadering bij consensus een reglement van orde aan voor hun vergaderingen en nemen elke nodige financiële bepaling in overweging.

4. De taken van de vergadering van de partijen zijn:

(a) evalueren van de uitvoering en naleving van het protocol inclusief door de partijen verschafte relevante jurisprudentie;

(b) overwegen en zo nodig aannemen van voorstellen voor wijziging van het protocol of elke bijlage en voor elke nieuwe bijlage;

(c) overwegen en ondernemen van elke bijkomende actie die nodig kan zijn voor de toepassing van het protocol.

Artikel 22

Secretariaat

Het uitvoerend secretariaat van de Economische Commissie voor Europa verricht de volgende secretariaatstaken voor het protocol:

(a) het beleggen en voorbereiden van vergaderingen van de partijen;

(b) het toezenden aan de partijen van verslagen en andere informatie die overeenkomstig de bepalingen van het protocol worden ontvangen;

(c) het verrichten van de overige taken die door de vergadering van de partijen kunnen worden vastgesteld op basis van de beschikbare middelen.

Artikel 23

Bijlagen

De bijlagen bij dit protocol maken een integrerend deel uit van het protocol

Artikel 24

Wijzigingen van het protocol

1. Iedere partij kan voorstellen doen tot wijziging van het protocol.

2. Voorstellen voor wijziging van het protocol worden overwogen tijdens de vergadering van de partijen.

3. Elk voorstel tot wijziging van het protocol wordt schriftelijk ingediend bij het secretariaat, dat het ten minste zes maanden vóór de vergadering waarop het voorstel moet worden goedgekeurd doet toekomen aan alle partijen, aan de andere staten en regionale organisaties voor economische integratie die hebben aanvaard gebonden te zijn door het protocol en waarvoor het nog niet in werking is getreden, alsmede aan de ondertekenaars.

4. De partijen stellen alles in het werk om over elke voorgestelde wijziging van het protocol overeenstemming te bereiken bij consensus. Indien alles in het werk is gesteld om tot consensus te komen en geen overeenstemming is bereikt, wordt het voorstel in laatste instantie aangenomen met een meerderheid van drie vierde van de stemmen van de partijen die aanwezig zijn en hun stem uitbrengen op de vergadering.

5. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder "de partijen die aanwezig zijn en hun stem uitbrengen" verstaan de partijen die aanwezig zijn en een stem vóór of tegen een voorstel uitbrengen.

6. Elke in overeenstemming met lid 4 aangenomen wijziging van het protocol wordt door het secretariaat medegedeeld aan de depositaris, die deze doet toekomen aan alle partijen, aan de andere staten en regionale organisaties voor economische integratie die hebben aanvaard gebonden te zijn door het protocol en waarvoor het nog niet in werking is getreden, alsmede aan de ondertekenaars.

7. Een wijziging, voor zover het geen wijziging van bijlage I of II betreft, treedt in werking voor die partijen welke deze hebben bekrachtigd, aanvaard of goedgekeurd op de negentigste dag na de datum van ontvangst door de depositaris van de akten van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring van ten minste drie vierde van diegenen die ten tijde van de goedkeuring partij waren. Daarna treedt zij voor iedere andere partij in werking op de negentigste dag nadat die partij haar akte van bekrachtiging, goedkeuring of aanvaarding van de wijziging heeft nedergelegd.

8. In geval van een wijziging van bijlage I of II stelt een partij die deze wijziging niet aanvaardt de depositaris hiervan, binnen twaalf maanden na de datum van de mededeling ervan door de depositaris, schriftelijk in kennis. De depositaris stelt alle partijen onverwijld in kennis van elke ontvangen kennisgeving. Een partij kan te allen tijde een eerdere verklaring van bezwaar herroepen, waarna de wijziging van bijlage I of II voor die partij van kracht wordt.

9. Na verloop van twaalf maanden gerekend vanaf de datum van de mededeling door de depositaris als bedoeld in bovenstaand lid 6, wordt een wijziging van bijlage I of II van kracht voor die partijen die geen kennisgeving bij de depositaris hebben ingediend overeenkomstig lid 8, mits op dat moment niet meer dan een derde van diegenen die ten tijde van de goedkeuring van de wijziging partij waren, een dergelijke kennisgeving heeft ingediend.

10. Indien een wijziging van een bijlage rechtstreeks samenhangt met een wijziging van het protocol die geen betrekking heeft op bijlage I, II of III, wordt deze pas van kracht wanneer de wijziging van het protocol van kracht wordt.

Artikel 25

Stemrecht

1. Behalve het bepaalde in lid 2 heeft elke partij één stem.

2. Regionale organisaties voor economische integratie oefenen ten aanzien van aangelegenheden die onder hun bevoegdheid vallen hun stemrecht uit met een aantal stemmen dat gelijk is aan het aantal van hun lidstaten dat partij is. Deze organisaties oefenen hun stemrecht niet uit indien hun lidstaten hun stemrecht uitoefenen, en omgekeerd.

Artikel 26

Regeling van geschillen

1. Indien tussen twee of meer partijen een geschil ontstaat over de uitlegging of de toepassing van het protocol, trachten zij dit op te lossen door onderhandeling of volgens een andere voor de partijen bij het geschil aanvaardbare methode voor de regeling van geschillen.

2. Een partij kan bij haar ondertekening, bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring van of toetreding tot het protocol, of te allen tijde daarna, schriftelijk aan de depositaris mededelen dat zij, in geval van een geschil dat niet wordt opgelost in overeenstemming met het eerste lid van dit artikel, de toepassing van de volgende twee methoden voor het regelen van geschillen, dan wel een van beide, als verplicht aanvaardt ten aanzien van iedere partij die dezelfde verplichting aanvaardt:

(a) voorlegging van het geschil aan het Internationale Gerechtshof;

(b) arbitrage volgens de in bijlage III beschreven procedure.

3. Indien de partijen bij het geschil beide in het tweede lid van dit artikel genoemde methoden voor de regeling van geschillen hebben aanvaard, kan het geschil alleen aan het Internationaal Gerechtshof worden voorgelegd, tenzij de partijen bij het geschil anders overeenkomen.

Artikel 27

Ondertekening

1. Het protocol staat open voor ondertekening te Kiev (Oekraïne) van 21 tot 23 mei 2003 en daarna op het hoofdkwartier van de Verenigde Naties te New York tot 31 december 2003 door staten die lid zijn van de Economische Commissie voor Europa, alsmede staten die een raadgevende status bij de Economische Commissie voor Europa hebben overeenkomstig paragraaf 8 van resolutie 36 (IV) van de Economische en Sociale Raad van 28 maart 1947, en door regionale organisaties voor economische integratie bestaande uit soevereine lidstaten van de Economische Commissie voor Europa, aan welke organisaties de aangesloten staten de bevoegdheid hebben overgedragen inzake onder het protocol vallende aangelegenheden, met inbegrip van de bevoegdheid ter zake van deze aangelegenheden verdragen te sluiten.

2. Bij ondertekening legt een regionale organisatie voor economische integratie een verklaring af onder specificering van de onder het protocol vallende aangelegenheden ten aanzien waarvan de bevoegdheid aan deze organisatie is overgedragen door de lidstaten ervan, de aard en de omvang van deze bevoegdheid, inclusief de bevoegdheid verdragen aan te gaan met betrekking tot deze aangelegenheden.

Artikel 28

Bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring en toetreding

1. Het protocol dient te worden bekrachtigd, aanvaard of goedgekeurd door de ondertekenende staten en regionale organisaties voor economische integratie bedoeld in artikel 27, mits de betrokken staten en organisaties partij zijn bij één of beide verdragen.

2. Het protocol staat open voor toetreding door staten en organisaties bedoeld in artikel 27, mits de betrokken staten en organisaties partij zijn bij één of beide verdragen.

3. Iedere andere niet in lid 2 bedoelde staat die lid is van de Verenigde Naties kan toetreden tot het protocol na goedkeuring door de vergadering van de partijen. In zijn akte van toetreding verklaart een dergelijke staat dat goedkeuring voor zijn toetreding tot het protocol is verkregen van de vergadering van de partijen en specificeert hij de datum waarop de goedkeuring is ontvangen.

4. Iedere organisatie bedoeld in artikel 27 die partij wordt bij het protocol zonder dat een van de lidstaten ervan partij is, is gebonden aan alle verplichtingen krachtens het protocol. Indien één of meer lidstaten van een dergelijke organisatie partij is bij het protocol nemen de organisatie en haar lidstaten een beslissing over hun respectieve verantwoordelijkheden voor de nakoming van hun verplichtingen krachtens het protocol. In dergelijke gevallen zijn de organisatie en de lidstaten niet gerechtigd rechten krachtens het protocol gelijktijdig uit te oefenen.

5. In hun akten van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding geven de in artikel 27 bedoelde regionale organisaties voor economische integratie de reikwijdte aan van hun bevoegdheid ten aanzien van de aangelegenheden die onder het protocol vallen. Deze organisaties doen de depositaris tevens mededeling van iedere substantiële wijziging in de reikwijdte van hun bevoegdheid.

Artikel 29

Inwerkingtreding

1. Behoudens lid 2 treedt het protocol in werking op de negentigste dag na de datum van nederlegging van de zestiende akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding.

2. Artikel 2, lid 2, onder (e), (iii) treedt in werking wanneer de drempels, aansprakelijkheidsgrenzen en minimumgrenzen van de financiële zekerheden voor de pijpleidingen zijn vastgesteld in de bijlage I en II in overeenstemming met artikel 24, leden 8 en 9.

3. Voor de toepassing van lid 1 wordt enige door een in artikel 27 bedoelde organisatie nedergelegde akte niet opgeteld bij de akten die zijn nedergelegd door lidstaten van een dergelijke organisatie.

4. Ten aanzien van elke in artikel 27 bedoelde staat of organisatie die dit protocol bekrachtigt, aanvaardt of goedkeurt of ertoe toetreedt na de nederlegging van de zestiende akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding, treedt het protocol in werking op de negentigste dag na de datum van nederlegging door een dergelijk staat of organisatie van zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding.

Artikel 30

Voorbehouden

Ten aanzien van het protocol kan geen enkel voorbehoud worden gemaakt.

Artikel 31

Opzegging

1. Op elk moment na drie jaar gerekend vanaf de datum waarop het protocol voor een partij in werking is getreden, kan die partij het protocol opzeggen door middel van een schriftelijke kennisgeving aan de depositaris.

2. Elke dergelijke opzegging gaat in na één jaar gerekend vanaf de datum van ontvangst ervan door de depositaris, of op een latere datum die in de kennisgeving kan worden gespecificeerd.

Artikel 32

Depositaris

De Secretaris-generaal van de Verenigde Naties treedt op als depositaris van het protocol.

Artikel 33

Authentieke teksten

Het origineel van het protocol, waarvan de Engelse, Franse en Russische tekst gelijkelijk authentiek zijn, wordt nedergelegd bij de Secretaris-generaal van de Verenigde Naties.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe behoorlijk gemachtigd, het protocol hebben ondertekend.

GEDAAN te Kiev, deze eenentwintigste dag van mei, tweeduizendendrie.

Bijlage I

GEVAARLIJKE STOFFEN EN DE DREMPELHOEVEELHEDEN ERVAN MET HET DOEL HET DEFINIËREN VAN GEVAARLIJKE ACTIVITEITEN

1. De hieronder opgenomen drempelhoeveelheden hebben betrekking op elke gevaarlijke activiteit of groep van gevaarlijke activiteiten.

2. Voor zover een in deel twee genoemde stof of preparaat eveneens tot een categorie in deel één behoort, moet de in deel twee opgenomen drempelhoeveelheid worden gebruikt.

Deel één

CATEGORIEËN VAN STOFFEN EN PREPARATEN DIE NIET SPECIFIEK WORDEN GENOEMD IN DEEL TWEE

Categorie

// Drempelhoeveelheid (ton)

I. Zeer toxisch ..... // 20

II. Toxisch ......... // 200

III. Gevaarlijk voor het milieu .. // 200

Deel twee

MET NAME GENOEMDE STOFFEN

Stof // Drempelhoeveelheid (ton)

Aardolieproducten:

(a) Benzine en nafta,

(b) Kerosine (m.i.v. reactiemotorbrandstof),

(c) Gasolie (m.i.v. dieselolie, huisbrandolie en gasoliemengsels) // 25 000

Aantekeningen betreffende indicatieve criteria voor de in deel één gegeven categorieën van stoffen en preparaten

Bij het ontbreken van andere geschikte criteria, zoals de classificatiecriteria voor stoffen en preparaten van de Europese Unie, kunnen de partijen de volgende criteria gebruiken bij het classificeren van stoffen of preparaten voor de toepassing van deel één van deze bijlage.

I. ZEER TOXISCH

Stoffen met eigenschappen die overeenstemmen met die in tabel 1 of tabel 2 en die, vanwege hun fysische en chemische eigenschappen, gevaren van industriële ongevallen kunnen creëren:

Tabel 1

LD50(oraal) mg/kg lichaamsgewicht LD50 <= 25 // LD50(dermaal) mg/kg lichaamsgewicht LD50 <= 50

LD50 oraal bij ratten

LD50 dermaal bij ratten of konijnen

Tabel 2

Discriminerende dosis

mg/kg lichaamsgewicht < 5

in omstandigheden waar de acute orale toxiciteit bij dieren van de stof bepaald is met gebruikmaking van de vastedosismethode

II. TOXISCH

Stoffen met eigenschappen die overeenstemmen met die in tabel 3 of 4 en die fysische en chemische eigenschappen hebben die gevaren van industriële ongevallen kunnen creëren:

Tabel 3

LD50(oraal) mg/kg lichaamsgewicht 25 < LD50 <= 200 // LD50(dermaal) mg/kg lichaamsgewicht 50 < LD50 <= 400

LD50 oraal bij ratten

LD50 dermaal bij ratten of konijnen

Tabel 4

Discriminerende dosis

mg/kg lichaamsgewicht = 5

in omstandigheden waar de acute orale toxiciteit bij dieren van de stof bepaald is met gebruikmaking van de vastedosismethode

III. GEVAARLIJK VOOR HET MILIEU

Stoffen die waarden van acute toxiciteit voor het aquatische milieu vertonen die overeenkomen met de in tabel 5 genoemde:

Tabel 5

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

Lijst van afkortingen

Pow - verdelingscoëfficiënt octanol/water

BCF - bioconcentratiefactor

LD - letale dosis

LC - letale concentratie

EC - effectieve concentratie:

IC - remmende concentratie

Bijlage II

AANSPRAKELIJKHEIDSGRENZEN EN MINIMUMGRENZEN VAN DE FINANCIËLE ZEKERHEDEN

Deel één

AANSPRAKELIJKHEIDSGRENZEN

1. Met het doel het definiëren van de aansprakelijkheidsgrenzen krachtens artikel 4 worden ingevolge artikel 9 gevaarlijke activiteiten gegroepeerd in drie verschillende categorieën, overeenkomstig hun gevarenpotentieel.

2. Deze categorieën zijn als volgt:

Categorie A: gevaarlijke activiteiten waarbij één of meer gevaarlijke stoffen die behoren tot de in deel één van bijlage I gespecificeerde categorieën aanwezig zijn of kunnen zijn in hoeveelheden die niet viermaal hoger liggen dan de in bijlage I gespecificeerde drempelhoeveelheden;

Categorie B: gevaarlijke activiteiten waarbij één of meer gevaarlijkste stoffen die behoren tot de in deel één van bijlage I gespecificeerde categorieën aanwezig zijn of kunnen zijn in hoeveelheden die viermaal hoger liggen dan de in bijlage I gespecificeerde hoeveelheden;

Categorie C: gevaarlijke activiteiten waarbij één of meer gevaarlijkste stoffen die genoemd worden in deel twee van bijlage I aanwezig zijn of kunnen zijn in hoeveelheden gelijk aan of groter dan de in bijlage I gespecificeerde drempelhoeveelheid.

3. De aansprakelijkheidsgrenzen voor de drie categorieën van gevaarlijke activiteiten zijn als volgt:

Gevaarlijke activiteiten van categorie A.. ... 10 miljoen rekeneenheden;

Gevaarlijke activiteiten van categorie B............................... 40 miljoen rekeneenheden;

Gevaarlijke activiteiten van categorie C............................... 40 miljoen rekeneenheden.

Deel 2

MINIMUMGRENZEN VAN DE FINANCIËLE ZEKERHEDEN

4. Met het doel het definiëren van de minimumgrenzen van de financiële zekerheden krachtens artikel 11 worden gevaarlijke activiteiten gegroepeerd in drie verschillende categorieën, overeenkomstig hun gevarenpotentieel.

5. Deze categorieën zijn als volgt:

Categorie A: gevaarlijke activiteiten waarbij één of meer gevaarlijkste stoffen die behoren tot de in deel één van bijlage I gespecificeerde categorieën aanwezig zijn of kunnen zijn in hoeveelheden die niet viermaal hoger liggen dan de in bijlage I gespecificeerde drempelhoeveelheden;

Categorie B: gevaarlijke activiteiten waarbij één of meer gevaarlijkste stoffen die behoren tot de in deel één van bijlage I gespecificeerde categorieën aanwezig zijn of kunnen zijn in hoeveelheden die viermaal hoger liggen dan de in bijlage I gespecificeerde hoeveelheden;

Categorie C: gevaarlijke activiteiten waarbij één of meer gevaarlijkste stoffen die genoemd worden in deel twee van bijlage I aanwezig zijn of kunnen zijn in hoeveelheden gelijk aan of groter dan de in bijlage I gespecificeerde drempelhoeveelheid

6. De minimumgrenzen van de financiële zekerheden voor de drie categorieën van gevaarlijke activiteiten zijn als volgt:

Gevaarlijke activiteiten van categorie A .............................2,5 miljoen rekeneenheden;

Gevaarlijke activiteiten van categorie B ............................... 10 miljoen rekeneenheden;

Gevaarlijke activiteiten van categorie C ............................... 10 miljoen rekeneenheden.

Bijlage III

ARBITRAGE

1. Wanneer een geschil overeenkomstig artikel 26, lid 2, aan arbitrage wordt onderworpen, stellen een partij of partijen het secretariaat in kennis van het onderwerp van arbitrage, en met name van de artikelen van het protocol over de uitlegging of toepassing waarvan een geschil is ontstaan. Het secretariaat zendt de ontvangen informatie toe aan alle partijen bij het protocol.

2. Het scheidsgerecht bestaat uit drie leden. De eisende partij(en) en de andere partij(en) bij het geschil benoemen een arbiter, en de twee aldus benoemde arbiters wijzen met gezamenlijke instemming de derde arbiter aan, die voorzitter van het scheidsgerecht wordt. De derde arbiter mag geen onderdaan van een van de partijen bij het geschil zijn, noch mag hij of zij zijn of haar gewone verblijfplaats op het grondgebied van één van die partijen hebben, of in dienst zijn bij één van hen, of in een andere hoedanigheid reeds bij de aangelegenheid betrokken zijn geweest.

3. Indien de voorzitter van het scheidsgerecht niet is aangewezen binnen twee maanden na de benoeming van de tweede arbiter, wijst de Uitvoerend Secretaris van de Economische Commissie voor Europa, op verzoek van een van beide partijen bij het geschil, binnen een volgens tijdvak van twee maanden de voorzitter aan.

4. Indien een van de partijen bij het geschil niet binnen twee maanden nadat zij het verzoek daartoe heeft ontvangen, een arbiter heeft benoemd, kan de andere partij dit mededelen aan de Uitvoerend Secretaris van de Economische Commissie voor Europa, die binnen een volgend tijdvak van twee maanden de voorzitter van het scheidsgerecht aanwijst. Vervolgens verzoekt de voorzitter van het scheidsgerecht de partij die nog geen arbiter heeft benoemd, dit binnen twee maanden te doen. Indien die partij dit na het verstrijken van dat tijdvak niet heeft gedaan, deelt de voorzitter dit mede aan de Uitvoerend Secretaris van de Economische Commissie voor Europa, die vervolgens binnen twee maanden de benoeming verricht.

5. Het scheidsgerecht neemt zijn beslissing in overeenstemming met het internationale recht en met de bepalingen van het verdrag.

6. Ieder krachtens de bepalingen van deze bijlage ingesteld scheidsgerecht stelt zijn eigen procedureregels vast.

7. De beslissingen van het scheidsgerecht betreffende zowel procedures als aan hen voorgelegde aangelegenheden, worden genomen met een meerderheid van de stemmen van zijn leden.

8. Het scheidsgerecht kan alle passende maatregelen nemen ter vaststelling van de feiten.

9. De partijen bij het geschil doen alles wat in hun vermogen ligt om het werk van het scheidsgerecht te vergemakkelijken, met name door:

(a) het scheidsgerecht alle relevante documenten, voorzieningen en informatie te verstrekken;

(b) het scheidsgerecht indien nodig in staat te stellen getuigen of deskundigen op te roepen en verklaringen van hen te verkrijgen.

10. De partijen en de arbiters beschermen de vertrouwelijkheid van de informatie die zij gedurende het werk van het scheidsgerecht in vertrouwen verkrijgen.

11. Het scheidsgerecht kan, op verzoek van een van de partijen, tussentijdse maatregelen ter bescherming aanbevelen.

12. Indien een van de partijen bij het geschil niet voor het scheidsgerecht verschijnt of haar zaak niet verdedigt, kan de andere partij het scheidsgerecht verzoeken de procedure voort te zetten en zijn uiteindelijke beslissing te nemen. Het feit dat een partij niet voor het scheidsgerecht verschijnt of haar zaak niet verdedigt, vormt geen belemmering voor de voortzetting van de procedure.

13. Het scheidsgerecht kan tegeneisen die rechtstreeks voortkomen uit de aangelegenheid die het onderwerp van het geschil is, horen en erover beslissen.

14. Tenzij het scheidsgerecht anders bepaalt vanwege de bijzondere omstandigheden van de zaak, worden de kosten van het scheidsgerecht, met inbegrip van de honorering van zijn leden, in gelijke delen gedragen door de partijen bij het geschil. Het gerecht registreert alle kosten en legt een slotafrekening aan de partijen voor.

15. Iedere partij bij het protocol die een belang ten aanzien van het recht heeft bij de aangelegenheid die het onderwerp van het geschil is, en waarvoor de beslissing van het scheidsgerecht gevolgen kan hebben, kan zich met instemming van het scheidsgerecht voegen in de procedure.

16. Het scheidsgerecht doet zijn uitspraak binnen vijf maanden na de datum waarop het gerecht ingesteld is, tenzij het het noodzakelijk acht deze termijn te verlengen met een tijdvak van ten hoogste vijf maanden.

17. De uitspraak van het scheidsgerecht dient vergezeld te gaan van een uiteenzetting van de gronden. De uitspraak is onherroepelijk en bindend voor alle Partijen bij het geschil. De uitspraak wordt door het scheidsgerecht toegezonden aan de Partijen bij het geschil en aan het secretariaat. Het secretariaat zendt de ontvangen informatie toe aan alle partijen bij het protocol.

18. Ieder geschil dat tussen partijen ontstaat betreffende de uitlegging of tenuitvoerlegging van de uitspraak kan door elk van de partijen worden voorgelegd aan het scheidsgerecht dat uitspraak heeft gedaan of indien het daaraan niet kan worden voorgelegd, aan een ander scheidsgerecht dat hiertoe wordt ingesteld op dezelfde wijze als het eerstbedoelde scheidsgerecht.

BIJLAGE B: VERKLARING DOOR DE EUROPESE GEMEENSCHAP IN OVEREENSTEMMING MET ARTIKEL 27 VAN HET PROTOCOL BETREFFENDE WETTELIJKE AANSPRAKELIJKHEID EN VERGOEDING VOOR SCHADE VEROORZAAKT DOOR DE GRENSOVERSCHRIJDENDE EFFECTEN VAN INDUSTRIËLE ONGEVALLEN OP GRENSOVERSCHRIJDENDE WATEREN

De Europese Gemeenschap verklaart dat, "in overeenstemming met het EG-Verdrag en met name de artikelen 175 en 67 ervan, de Europese Gemeenschap bevoegd is om internationale overeenkomsten aan te gaan die bijdragen tot het nastreven van haar doelstellingen op deze gebieden.