Mededeling van de Commissie aan de Raad over de herziening van de internationale gezondheidsregeling in het kader van de wereldgezondheidsorganisatie /* COM/2003/0545 def. */
MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN DE RAAD OVER DE HERZIENING VAN DE INTERNATIONALE GEZONDHEIDSREGELING IN HET KADER VAN DE WERELDGEZONDHEIDSORGANISATIE A. TOELICHTING 1. Inleiding 1. De Internationale gezondheidsregeling (IHR), die in 1969 door de tweeëntwintigste Wereldgezondheidsassemblee is goedgekeurd en in 1973 door de zesentwintigste Wereldgezondheidsassemblee en in 1981 door de vierendertigste Wereldgezondheidsassemblee gewijzigd is, bevat bepalingen betreffende de melding aan de WHO van gevallen van drie ziekten (cholera, pest en gele koorts) en een reeks artikelen waarin maatregelen worden beschreven die bij aankomst- en vertrekpunten (havens, vliegvelden en grensposten) en in internationale vervoermiddelen (schepen, vliegtuigen, enz.) dienen te worden genomen. 2. De huidige regeling is een multilateraal initiatief ter ontwikkeling van een doeltreffend mondiaal hulpmiddel om toezicht te houden op de grensoverschrijdende overdracht van ziekten die voor de gehele wereld van betekenis zijn. De IHR beoogt de bescherming van de volksgezondheid zonder een nodeloze verstoring van handel en verkeer. Deze regeling is de enige juridisch bindende regelgeving inzake mondiale alarmering en maatregelen in verband met besmettelijke ziekten voor lidstaten van de WHO. 3. De IHR is een mechanisme voor de uitwisseling van epidemiologische informatie over de grensoverschrijdende verspreiding van besmettelijke ziekten en heeft tot doel een optimale bescherming tegen de internationale verspreiding van ziekten te bieden, waarbij zo min mogelijk afbreuk wordt gedaan aan de internationale handel en het internationale reizigersverkeer. De huidige IHR bevat bepalingen voor de toepassing van zowel niet-urgente als directe volksgezondheidsmaatregelen op het internationale reizigers- en goederenverkeer en verplicht landen drie besmettelijke ziekten te melden indien deze zich bij mensen voordoen: namelijk cholera, pest en gele koorts. 4. De WHO vreest dat de huidige regeling - als wereldomvattend hulpmiddel voor het toezicht op ziekten en voor de bescherming van de volksgezondheid - de volgende essentiële beperkingen heeft: - beperkte reikwijdte. De IHR stelt slechts de melding van cholera, pest en gele koorts verplicht. - afhankelijkheid van kennisgeving door het betrokken land. De IHR is volledig afhankelijk van een officiële kennisgeving van gediagnosticeerde ziektegevallen door het getroffen land aan de WHO. - ontoereikende samenwerkingsmechanismen. In haar huidige vorm biedt de regeling slechts geringe mogelijkheden ter bevordering van de samenwerking tussen de WHO en een land waar infectieziekten optreden, die zich op internationale schaal zouden kunnen verspreiden. - onvoldoende prikkels. De huidige IHR bevat geen doeltreffende prikkels om naleving door de lidstaten te stimuleren. - ontoereikende risicospecifieke maatregelen. De WHO is niet in staat gerichte maatregelen voor te schrijven, die zijn toegesneden op een gezondheidsbedreigende situatie in het geval van een uitbraak en het voorkomen van de internationale verspreiding van de ziekte. 5. SARS, de eerste ernstige besmettelijke ziekte die in de eenentwintigste eeuw de kop heeft opgestoken, heeft zich door de ongekende omvang en snelheid van het luchtverkeer snel op internationale schaal kunnen verspreiden. De ziekte heeft een negatieve uitwerking gehad op de gezondheid en het bestaan van hele bevolkingsgroepen, het functioneren van gezondheidsstelsels en de economische stabiliteit en groei en duidelijk gemaakt dat intensieve regionale en mondiale samenwerking een vereiste zijn om het hoofd te kunnen bieden aan nieuwe dreigingen. De SARS-epidemie heeft de voornaamste problemen die moeten worden aangepakt bij de herziening van de Internationale gezondheidsregeling en het belang van een samenhangende benadering op communautair niveau aan het licht gebracht. 6. In 1995 heeft de Wereldgezondheidsassemblee resolutie WHA 48.7 betreffende de herziening en actualisering van de Internationale gezondheidsregeling aanvaard met het verzoek om de IHR te herzien zodat beter rekening kan worden gehouden met het gevaar dat de internationale verspreiding van nieuwe en opnieuw in opkomst zijnde ziekten met zich meebrengt. 7. In 2001 heeft de Wereldgezondheidsassemblee resolutie WHA 54.14 betreffende de universele gezondheidsveiligheid: alarmering en maatregelen in het geval van een epidemie aanvaard. De resolutie legt een expliciet verband tussen de IHR en de activiteiten van de WHO ter ondersteuning van haar lidstaten bij de vaststelling en verificatie van internationaal relevante crisissituaties op gezondheidsgebied en maatregelen naar aanleiding hiervan en de noodzaak tot toezicht op overdraagbare ziekten door de lidstaten. 8. In 2002 heeft de Wereldgezondheidsassemblee resolutie WHA 55.16 aanvaard betreffende wereldomvattende maatregelen op het gebied van de volksgezondheid naar aanleiding van het natuurlijk voorkomen, onopzettelijke vrijkomen of opzettelijke gebruik van voor de gezondheid schadelijke biologische en chemische agentia of radiologisch/nucleair materiaal en roept zij in dit verband de lidstaten en internationale organisaties op de wereldwijde controle van infectieziekten te intensiveren. De resolutie dringt aan op uiteenlopende activiteiten, waaronder de herziening van de IHR. 9. In 2003 besloot de zesenvijftigste Wereldgezondheidsassemblee bij resolutie 56.28 tot de instelling van een voor alle lidstaten van de WHO openstaande intergouvernementele werkgroep, die een ontwerp-herziening van de Internationale gezondheidsregeling diende te bestuderen en aan te bevelen. 10. De herziene IHR dient in de eerste plaats een optimale bescherming tegen de internationale verspreiding van ziekten te bieden, waarbij de wereldhandel zo min mogelijk hinder ondervindt. 11. Deze beide activiteiten zijn van invloed op verscheidene communautaire werkterreinen; zij vormen de basis voor - en vereisen - een krachtige rol en maatregelen van de Gemeenschap die samenhangend en efficiënt zijn. 2. Voorgestelde wijzigingen van de Internationale gezondheidsregeling 12. De IHR wordt momenteel zodanig verder ontwikkeld en aangepast dat zij beantwoordt aan de hedendaagse eisen inzake het toezicht op en de beheersing van internationaal relevante crisissituaties op het gebied van de volksgezondheid. Talrijke voor de herziening van de IRH voorgestelde kernconcepten zijn weliswaar nieuw, maar bepaalde elementen ervan zijn reeds te vinden in de huidige, verouderde IHR. 13. De voorgestelde WHO-structuur voor de herziene IHR zou de vorm kunnen hebben van: - een kaderdocument met (i) algemene uitgangspunten betreffende passende maatregelen inzake de volksgezondheid en (ii) wettelijke bepalingen betreffende de toepassing en wijziging van de IHR met een verwijzing naar de technische bijlagen; en - een aantal bijlagen waarin de technische bepalingen en specifieke eisen worden uiteengezet, die - als gevolg van de verwijzing naar de bijlagen in het kaderdocument - een integraal onderdeel van de IHR zullen uitmaken. Verder zullen er bij de IHR operationele richtsnoeren worden gevoegd om de toepassing ervan te vergemakkelijken (bijvoorbeeld op schepen en in vliegtuigen). 14. Naar verwachting zullen de voorgestelde kernconcepten in de herziene IHR op de volgende criteria berusten: - melding van alle internationaal relevante crisissituaties op het gebied van de volksgezondheid. - oprichting van een nationaal contactpunt voor de herziening en daaropvolgende implementatie van de IHR. - nationale capaciteit om nationale ziekterisico's snel te analyseren en te melden en om - in samenwerking met de WHO - te bepalen of deze risico's op internationaal niveau een gevaar opleveren en ook een bedreiging vormen voor andere landen; - de mogelijkheid voor lidstaten de WHO vertrouwelijke, voorlopige kennisgevingen te doen toekomen. Deze optie bestaat niet in de huidige IHR, die gemelde gevallen van cholera, pest of gele koorts automatisch in de Weekly epidemiological record (WER) vermeldt; - andere informatie dan officiële kennisgevingen, die door de WHO gebruikt zou kunnen worden om internationaal relevante crisissituaties op het gebied van de volksgezondheid vast te stellen en in de hand te houden. De lidstaten zouden verplicht moeten zijn om gehoor te geven aan verzoeken van de Organisatie om dergelijke informatie op betrouwbaarheid te toetsen; - maatregelen om het risico van economische verliezen als gevolg van internationaal relevante crisissituaties op het gebied van de volksgezondheid te vermijden door middel van aanbevelingen die een model (normen) bieden voor de ter bescherming van andere landen benodigde maatregelen; - verplichting van de WHO tot snelle hulpverlening aan lidstaten bij de beoordeling en beheersing van uitbraken. - invoering van een transparante procedure binnen de WHO voor het verstrekken van aanbevelingen. - formulering van een niet-volledige lijst van essentiële maatregelen die in een aanbeveling van de WHO gebruikt zouden kunnen worden. - oprichting van een permanent met de evaluatie van de IHR belaste instantie om de continuïteit binnen het IHR-proces te waarborgen 15. De eerste raadplegingsdocumenten zijn aan een beperkt aantal landen, waaronder EU-lidstaten, toegezonden. Hierin wordt beschreven op welke wijze een uitbraak in een lidstaat van de WHO gemeld zou kunnen worden en welke rol de WHO bij de hulpverlening en de beoordeling van de situatie zou kunnen spelen. De organisatie kan er ook naar streven een procedure in te voeren, door middel waarvan maatregelen in kaart worden gebracht, die op het aankomstpunt in een land van goederen en personen uit een door een epidemie getroffen land genomen zouden kunnen worden. Dit zou inhouden dat in het geval van een internationaal relevante crisissituatie op het gebied van de volksgezondheid de WHO en de betrokken staat (staten) van de volledige lijst de passende maatregelen zouden kiezen en deze als uitgangspunt voor aanbevelingen zouden kunnen hanteren. Deze aanbevelingen zouden voor een bepaalde termijn moeten gelden en zouden gewijzigd kunnen worden tijdens de risicoperiode. In de IHR zou een duidelijk protocol worden opgenomen voor het intrekken van de aanbevolen maatregelen. 16. De voor reizigers geplande maatregelen variëren van "geen maatregelen noodzakelijk" tot "weigering van toegang van personen uit getroffen gebieden". Voor goederen en vervoermiddelen variëren de eerste ontwerp-maatregelen van "geen maatregelen noodzakelijk" tot " weigering van toegang van vervoermiddel, lading of goederen". Voor zover het de EU betreft, spreekt het van zelf dat een samenhangende aanpak gewaarborgd moet worden. 3. Juridische Status van de ihr en het proces ter implementatie ervan 17. Bij de herzieningsprocedure van de IHR wordt gestreefd naar een brede consensus tussen de WHO-lidstaten. Het eerste, niet wettelijk bindende voorontwerp van de herziene regeling, die de door de aan de herziening "deelnemende" lidstaten van de organisatie bereikte consensus weergeeft, dient eind 2003 beschikbaar te zijn. Dit ontwerp zal vervolgens aan de lidstaten en de Commissie worden toegezonden en als uitgangspunt dienen voor een juridische formulering en een uitgebreide raadplegingsprocedure, die zal plaatsvinden in de vorm van een eind 2003 en in 2004 te houden reeks regionale consensusbijeenkomsten. 18. De ontwerp-herziening van de regeling zal vervolgens in de Intergouvernementele werkgroep, die gepland is voor 2004 en waarvoor de lidstaten en de Commissie zullen worden uitgenodigd, worden overeengekomen en definitief afgerond. De definitieve tekst zal aan de Wereldgezondheidsassemblee van 2005 ter goedkeuring worden voorgelegd. 19. De regeringen van alle lidstaten werd verzocht een officieel contactpunt aan te wijzen ten behoeve van samenwerking met de WHO met betrekking tot de herziening van de IHR. Volgens de WHO hebben thans meer dan 108 lidstaten, waaronder verscheidene EU-lidstaten, aan deze oproep gehoor gegeven. Vele belangstellende intergouvernementele en non-gouvernementele organisaties werd eveneens gevraagd dergelijke contactpunten aan te wijzen en verscheidene organisaties hebben dit verzoek ingewilligd. 20. De 56e Wereldgezondheidsassemblee besloot bij resolutie 56.28 dat krachtens artikel 55 van het reglement van orde van de Wereldgezondheidsassemblee door soevereine lidstaten van de WHO opgerichte regionale organisaties voor economische integratie, waaraan hun lidstaten hun bevoegdheid hebben overgedragen ten aanzien van onder deze resolutie vallende aangelegenheden, met inbegrip van de bevoegdheid om wettelijk bindende regelingen te sluiten, kunnen deelnemen aan de werkzaamheden van de in punt 9 vermelde Intergouvernementele werkgroep. Derhalve kan de Commissie in overeenstemming met het Verdrag als vertegenwoordigster van de Gemeenschap deelnemen. 21. De rechtsgrond van de nieuwe regeling zal artikel 21van de constitutie van de WHO blijven. 22. De WHO is ten aanzien van de rechtsstatus en het proces ter implementatie van de regeling van oordeel dat een resolutie van de Wereldgezondheidsassemblee, gezien de juridische status ervan, voor de goedkeuring van de nieuwe regeling toereikend is. De landen wordt vervolgens een bepaalde termijn geboden voor hun interne ratificatieprocedures en/of om de WHO op de hoogte te stellen van eventuele bezwaren tegen een artikel van de nieuwe regeling. Indien er gedurende deze termijn geen bezwaren worden ingebracht, zal ervan worden uitgegaan dat de regeling in het betrokken land in werking treedt. 23. Op het ogenblik kan de Gemeenschap als zodanig de regeling, die beschouwd dient te worden als een intern besluit van de WHO, niet ratificeren. Zodra zij evenwel geratificeerd is, wordt zij als internationale regeling voor de betrokken landen verbindend. Daarom zal de Gemeenschap te zijner tijd dienen te besluiten hoe zij deze kwestie wil regelen om volledig te kunnen deelnemen aan de afsluitende onderhandelingen in 2005 4. Basis voor communautaire deelname 24. Door de mondialisering vervaagt het onderscheid tussen nationale en internationale volksgezondheidsproblemen; personen en goederen bewegen zich - evenals micro-organismen - zonder enige belemmering over grenzen. De opsporing van bedreigingen van de volksgezondheid in een vroeg stadium en een doeltreffende reactie hierop wanneer het probleem nog gering van omvang is, zijn de beste manier om de internationale verspreiding van ziekten te voorkomen. Dit is slechts mogelijk indien de nationale gezondheidsbewakingssystemen de bedreigingen vroegtijdig kunnen opsporen en snel effectieve maatregelen kunnen treffen. Op internationaal niveau dient er sprake te zijn van coördinatie met het oog op een coherente en doeltreffende reactie. De voorstellen voor de herziene IHR beogen de toepassing van deze beginselen binnen een multilateraal kader, waarbij de nadruk ligt op partnerschap en samenwerking op nationaal en regionaal niveau om zo mogelijkheden te scheppen voor een internationale gezondheidsbewaking en maatregelen op dit terrein. De geplande voornaamste hoofddoelstellingen van de herziene IHR bestaan in het waarborgen van een zo groot mogelijke bescherming tegen de verspreiding van ziekten met zo min mogelijk hinder voor de wereldhandel. Deze beide activiteiten houden verband met verscheidene communautaire werkterreinen; zij vormen de basis voor - en vereisen - een krachtige rol en maatregelen van de Gemeenschap die samenhangend en efficiënt zijn. De communautaire instrumenten en activiteiten in verband met de epidemiologische surveillance en de beheersing van overdraagbare ziekten zijn in deze context van rechtstreeks belang. Ook op diverse andere, aanverwante terreinen, zoals voedselveiligheid, handelsbeperkingen, vervoer en civiele bescherming, zou het effect van de herziening van de IHR merkbaar kunnen zijn. 25. In feite vertonen de punten waarover thans binnen de WHO gediscussieerd wordt veel overeenstemming met de ideeën die ten grondslag liggen aan het krachtens Beschikking 2119/98/EG opgerichte communautaire netwerk voor epidemiologische surveillance en de beheersing van overdraagbare ziekten. Binnen dit netwerk coördineert de Commissie met behulp van door de lidstaten aangewezen contactpunten (instanties en structuren) maatregelen betreffende gezondheidsbewaking en het systeem voor vroegtijdige waarschuwing en maatregelen. Alle bedreigingen voor de volksgezondheid en genomen maatregelen dienen overeenkomstig Beschikking 2119/98/EG aan het netwerk te worden doorgegeven. 26. De herziening van de IHR zal de maatregelen van de EU-lidstaten bij het nakomen van de bepalingen van Beschikking 2119/98/EG ondersteunen doordat zo een kader wordt geboden voor een betere coördinatie op internationaal niveau in samenwerking met de WHO, met name waar het derde landen betreft. 27. Op 23 juli 2003 heeft de Europese Commissie een voorstel voor een verordening van de Raad en het Parlement ter oprichting van een Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding goedgekeurd. Als de Raad en het Parlement akkoord gaan met de verordening, zal er voor het Centrum een belangrijke rol zijn weggelegd bij de ondersteuning van de Commissie en de lidstaten met technische en wetenschappelijke adviezen betreffende de toepassing en implementatie van de nieuwe IHR, met name in verband met het mondiale netwerk voor alarmering van de WHO. 5. Communautaire werkterreinen waarop de IHR van toepassing is 5.1. Communautaire werkzaamheden op het terrein van epidemiologische surveillance en de beheersing van overdraagbare ziekten; 28. De doelstellingen van de herziene IHR en de geplande organisatie - namelijk een bestrijding van overdraagbare ziekten in het algemeen door middel van epidemiologische surveillance en een systeem voor vroegtijdige waarschuwing tussen overheidsinstanties - zullen op internationaal niveau leiden tot een systeem dat qua opzet zeer veel overeenkomsten vertoont met het door het Europees Parlement en de Raad ingevoerde stelsel op EU-niveau. 29. De WHO en de EU dienen te streven naar een intensieve samenwerking en contacten op dit terrein, zodat de staten die lid zijn van beide organisaties kunnen profiteren van deze synergie en dubbel werk vermijden. 30. De Commissie, die zelf nauw samenwerkt met de WHO - zowel op informeel als formeel vlak door middel van een briefwisseling tussen de WHO en de Commissie over de consolidering en uitbreiding van de samenwerking (PB C1, 4.1.2001, blz. 1) - dient daarom een sleutelrol te spelen om deze samenwerking een dynamisch karakter te geven. Wettelijke bepalingen van bijzondere betekenis in dit verband zijn: - de bij Beschikking 2119/98/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 september 1998 (PB L268 van 3.10.1998, blz. 1) vastgelegde procedures voor de uitwisseling van informatie in de context van het communautaire netwerk voor epidemiologische surveillance en de beheersing van overdraagbare ziekten; - het bij Beschikking 2000/57/EG van de Commissie van 22 december 1999 (PB L 21 van 26.1.2000, blz. 32) vastgelegde systeem voor vroegtijdige waarschuwing en maatregelen ter voorkoming en beheersing van overdraagbare ziekten; - de bij Beschikking 2000/96/EG van de Commissie van 22 december 1999 (PB L28 van 3.2.2000, blz. 50) vastgelegde ziekten die door het communautaire netwerk voor epidemiologische surveillance en de beheersing van overdraagbare ziekten zullen worden bestreken Gewaarborgd dient te worden dat de nieuwe IHR verenigbaar is met, een aanvulling vormt op en aansluit bij de EG-wetgeving, met name de hierboven vermelde beschikkingen die zijn vastgesteld op basis van Beschikking 2119/98/EG van het Europees Parlement en de Raad. 5.2. Voedselveiligheid: De volgende selectie illustreert de uitgebreide bevoegdheid die de Gemeenschap op het gebied van de voedselveiligheid bezit: - Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden (PB L 31, 1.2.2002, blz. 1) - Richtlijn 92/67/EEG van de Raad van 14 juli 1992 tot wijziging van Richtlijn 89/662/EEG inzake veterinaire controles in het intracommunautaire handelsverkeer in het vooruitzicht van de totstandbrenging van de interne markt. (PB L 268, 14.9.1992, blz. 73) - Richtlijn 96/90/EG van de Raad van 17 december 1996 houdende wijziging van Richtlijn 92/118/EEG tot vaststelling van de veterinairrechtelijke en de gezondheidsvoorschriften voor het handelsverkeer en de invoer in de Gemeenschap van producten waarvoor ten aanzien van deze voorschriften geen specifieke communautaire regelgeving geldt als bedoeld in bijlage A, hoofdstuk I, van Richtlijn 89/662/EEG, en, wat ziekteverwekkers betreft, van Richtlijn 90/425/EEG (PB L 13, 16.1.1997, blz. 24) - Beschikking 2002/477/EG van de Commissie van 20 juni 2002 tot vaststelling van de volksgezondheidsvoorschriften voor vers vlees en vers vlees van pluimvee, ingevoerd uit derde landen, en tot wijziging van Beschikking 94/984/EG (PB L 164, 22.6.2002 blz. 39) - Richtlijn 97/78/EG van de Raad van 18 december 1997 tot vaststelling van de beginselen voor de organisatie van de veterinaire controles voor producten die uit derde landen in de Gemeenschap worden binnengebracht (PB L 24, 30.1.1998, blz. 9) - Richtlijn 93/43/EEG van de Raad van 14 juni 1993 inzake levensmiddelenhygiëne (PB L 175, 19.7.1993, blz. 1) - Richtlijn 95/23/EG van de Raad van 22 juni 1995 tot wijziging van Richtlijn 64/433/EEG betreffende de gezondheidsvoorschriften voor de productie en het in de handel brengen van vers vlees (PB L 243, 11.10.1995, blz. 7) - Richtlijn 83/91/EEGvan de Raad van 7 februari 1983 tot wijziging van Richtlijn 72/462/EEG inzake gezondheidsvraagstukken en veterinairrechtelijke vraagstukken bij de invoer van runderen en varkens en van vers vlees uit derde landen en van Richtlijn 77/96/EEG inzake het opsporen van trichinen bij de invoer van vers vlees van varkens, huisdieren, uit derde landen (PB L 59, 5.3.1983, blz. 34) - Richtlijn 97/22/EG van de Raad van 22 april 1997 tot wijziging van Richtlijn 92/117/EEG inzake maatregelen voor de bescherming tegen bepaalde zoönoses en bepaalde zoönoseverwekkers bij dieren en in producten van dierlijke oorsprong ten einde door voedsel overgedragen infecties en vergiftigingen te voorkomen. (PB L 113, 30.4.1997, blz. 9) - Richtlijn 96/23/EG van de Raad van 29 april 1996 inzake controlemaatregelen ten aanzien van bepaalde stoffen en residuen daarvan in levende dieren en in producten daarvan en tot intrekking van de Richtlijnen 85/358/EEG en 86/469/EEG en de Beschikkingen 89/187/EEG en 91/664/EEG (PB L 125, 23.5.1996, blz. 10) - Richtlijn 96/43/EG van de Raad van 26 juni 1996 tot wijziging en codificering van Richtlijn 85/73/EEG om de financiering van de keuringen en veterinaire controles van levende dieren en bepaalde dierlijke produkten te garanderen en tot wijziging van de Richtlijnen 90/675/EEG en 91/496/EEG (PB L 162, 1.7.1996, blz. 1) 5.3. Handel: - De toepassing van de hoofddoelstellingen van de nieuwe IHR - waarborgen van een zo groot mogelijke bescherming tegen de verspreiding van ziekten met zo min mogelijk hinder voor de wereldhandel en het reizigersverkeer - dienen te worden overwogen en in de praktijk te worden gebracht in het kader van de artikelen 28, 29 en 30 van het EG-Verdrag die betrekking hebben op kwantitatieve beperkingen van het goederenverkeer tussen de lidstaten en (artikel 30) op de mogelijkheid van beperkingen op grond van de bescherming van de gezondheid. 5.4. Andere werkzaamheden en wetgeving: - Beschikking 2001/792/EG, Euratom van de Raad van 23 oktober 2001 tot vaststelling van een communautair mechanisme ter vergemakkelijking van versterkte samenwerking bij bijstandsinterventies in het kader van civiele bescherming (PB L 297, 15.11.2001, blz. 7) - Richtlijn 97/58/EG van de Commissie van 26 september 1997 tot wijziging van Richtlijn 94/57/EG van de Raad inzake gemeenschappelijke voorschriften en normen voor met de inspectie en controle van schepen belaste organisaties en voor de desbetreffende werkzaamheden van maritieme instanties (PB L 274, 7.10.1997, blz. 8) - Richtlijn 2000/61/EG van het Europees Parlement en de Raad van 10 oktober 2000 tot wijziging van Richtlijn 94/55/EG van de Raad betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg (PB L 279, 1.11.2000, blz. 40) - Richtlijn 2000/62/EG van het Europees Parlement en de Raad van 10 oktober 2000 tot wijziging van Richtlijn 96/49/EG van de Raad betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake het vervoer van gevaarlijke goederen per spoor (PB L 279, 1.11.2000, blz. 44) B. CONCLUSIES Een doeltreffende herziening van de IHR zal de internationale samenwerking op het gebied van de bescherming van de volksgezondheid intensiveren. Hierdoor zullen de Gemeenschap en de lidstaten beter in staat zijn uitbraken van ziekten te voorkomen en op de meest effectieve wijze maatregelen dienaangaande te nemen, terwijl er tegelijkertijd zo min mogelijk afbreuk wordt gedaan aan de internationale verplichtingen op handelsgebied. De nieuwe tekst van de IHR dient - door middel van een passend communautair proces - de lidstaten in staat te stellen de bepalingen ervan goed te keuren en op zo groot mogelijke schaal ten uitvoer te leggen. Het is in het belang van de Gemeenschap dat het herzieningsproces zo spoedig mogelijk wordt afgerond en - daarom - dat de lidstaten en de Commissie hiertoe samenwerken en hun werkzaamheden coördineren. "Wanneer het onderwerp van een akkoord of verdrag deels tot de bevoegdheid van de Gemeenschap en deels tot die van de lidstaten blijkt te behoren, is een nauwe samenwerking tussen de lidstaten en de gemeenschapsinstellingen vereist, zowel in de fase van de onderhandeling en sluiting als bij de uitvoering van de aangegane verbintenissen. Deze verplichting tot samenwerking, waarop in het kader van het EGA-Verdrag is gewezen, geldt eveneens in het kader van het EEG-Verdrag, daar zij voortvloeit uit het vereiste van eenheid in de internationale vertegenwoordiging van de Gemeenschap" (Advies van het Hof van 19 maart 1993. blz. I-1061. punt 36). Ergo: 1. Aangezien vele onder de voorgestelde IHR en de bijlagen ervan vallende terreinen tot het toepassingsgebied van de communautaire wetgeving behoren, dienen de Commissie en de lidstaten deel te nemen aan deze onderhandelingen en een actieve en prominente rol te spelen in het herzieningsproces, zodat de herziening van de Internationale gezondheidsregeling op zodanige wijze wordt afgerond dat zij in overeenstemming is met het communautaire acquis 2. Overeenkomstig resolutie 56.28 van de Wereldgezondheidsassemblee moet de Gemeenschap een effectieve bijdrage leveren aan de werkzaamheden van de Intergouvernementele werkgroep. Dit impliceert een actieve deelname van de lidstaten en de Commissie in overeenstemming met het Verdrag. 3. De Commissie zal op de terreinen waarop de Gemeenschap bevoegd is - met name de beheersing van overdraagbare ziekten, voedselveiligheid, handel, vervoer en civiele bescherming - de werkzaamheden van de technische deskundigen uit de lidstaten coördineren om een gezamenlijk optreden op communautair niveau te waarborgen. 4. De Commissie zal overleg plegen met de lidstaten, zodat in de technische voorontwerpen van de herziene teksten plaats wordt ingeruimd voor de communautaire standpunten en er rekening wordt gehouden met haar opinie bij het overeenkomen van de onderhandelingsprocedure voor het herzieningsproces in de context van de WHO. 5. De Commissie zal met de lidstaten deelnemen aan de door de WHO georganiseerde regionale bijeenkomsten om een gecoördineerd communautair standpunt zowel voorafgaande als tijdens de vergaderingen te kunnen garanderen. 6. De Commissie zal de Raad regelmatig op de hoogte houden van de door de Werkgroep inzake gezondheid geboekte vooruitgang. 7. De Commissie zal de lidstaten regelmatig raadplegen betreffende de geboekte voortgang door middel van het bij Beschikking 2119/98/EG ingestelde communautaire netwerk voor epidemiologische surveillance en de beheersing van overdraagbare ziekten. 8. De Commissie zal met de toetredende landen, de kandidaat-lidstaten en de EER-landen een samenhangende benadering bij het herzieningsproces nastreven. 9. De Commissie verzoekt de Raad deze conclusies goed te keuren en de Commissie bij de tenuitvoerlegging ervan te ondersteunen.