Inleiding van een tussentijdse herzieningsprocedure en een herzieningsprocedure bij het vervallen van de antidumpingmaatregelen ten aanzien van bepaalde naadloze buizen en pijpen, van ijzer of niet-gelegeerd staal, uit Polen, Rusland, Tsjechië, Roemenië en Slowakije
Publicatieblad Nr. C 288 van 23/11/2002 blz. 0002 - 0005
Inleiding van een tussentijdse herzieningsprocedure en een herzieningsprocedure bij het vervallen van de antidumpingmaatregelen ten aanzien van bepaalde naadloze buizen en pijpen, van ijzer of niet-gelegeerd staal, uit Polen, Rusland, Tsjechië, Roemenië en Slowakije (2002/C 288/02) Na de publicatie van het bericht dat de antidumpingmaatregelen ten aanzien van bepaalde naadloze buizen en pijpen, van ijzer of niet-gelegeerd staal, uit Polen, Rusland, Tsjechië, Roemenië en Slowakije binnenkort zouden vervallen(1), heeft de Commissie het verzoek ontvangen een nieuw onderzoek te openen op grond van artikel 11, leden 2 en 3, van Verordening (EG) nr. 384/96 van de Raad(2), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1972/2002 van de Raad(3) (hierna "de basisverordening" genoemd). 1. Indiener van het verzoek Het verzoek werd op 23 augustus 2002 ingediend door het "Defence Committee of the Seamless Steel Tube Industry of the European Union" namens producenten die goed zijn voor een groot deel, namelijk meer dan 75 %, van de productie van bepaalde naadloze buizen en pijpen, van ijzer of niet-gelegeerd staal, in de Gemeenschap. 2. Product Het verzoek heeft betrekking op: a) naadloze buizen, van ijzer of van niet-gelegeerd staal, van de soort gebruikt voor olie- of gasbuizen, met een uitwendige diameter van niet meer dan 406,4 mm, b) naadloze pijpen met rond profiel, van ijzer of van niet-gelegeerd staal, koud getrokken of koud gewalst, andere dan precisiebuizen, en c) andere pijpen met rondprofiel, van ijzer of van niet-gelegeerd staal, andere dan met schroefdraad of van schroefdraad te voorzien, met een uitwendige diameter van niet meer dan 406,4 mm, ingedeeld onder de GN-codes ex 7304 10 10, ex 7304 10 30, 7304 31 99, 7304 39 91 en 7304 39 93, hierna "het betrokken product" genoemd, van oorsprong uit Polen, Rusland, Tsjechië, Roemenië en Slowakije. De GN-codes worden slechts ter informatie vermeld. 3. Thans geldende maatregel Momenteel zijn definitieve antidumpingrechten van toepassing die werden vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 2320/97 van de Raad(4), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 190/2000 van de Raad(5), en verbintenissen die werden aanvaard bij Besluit 97/790/EG van de Commissie(6) en Besluit 2000/70/EG van de Commissie(7). 4. Motivering 4.1. Motivering van de herzieningsprocedure bij het vervallen van de maatregelen Het verzoek is ingediend omdat het vervallen van de maatregelen waarschijnlijk zal leiden tot een voortzetting of herhaling van dumping en van schade voor de bedrijfstak van de Gemeenschap. De bewering dat de invoer met dumping vanuit Tsjechië zal worden voortgezet is gebaseerd op een vergelijking van de normale waarde van het betrokken product, vastgesteld aan de hand van de prijzen op de binnenlandse markt, met de prijzen bij uitvoer naar de Gemeenschap. De bewering dat de invoer met dumping vanuit Polen, Roemenië en Slowakije zal worden voortgezet is gebaseerd op een vergelijking van de berekende normale waarde van het betrokken product met de prijzen bij uitvoer naar de Gemeenschap. De bewering dat het betrokken product met dumping vanuit Rusland wordt ingevoerd is, overeenkomstig artikel 2, lid 7, van de basisverordening, gebaseerd op de vergelijking van de prijzen in het in punt 5.1 d) genoemde derde land met markteconomie met de prijzen bij uitvoer uit Rusland naar de Gemeenschap. De aldus vastgestelde dumpingmarges zijn voor alle genoemde landen aanzienlijk. De indiener van het verzoek heeft bewijsmateriaal ingediend waaruit blijkt dat de invoer van het betrokken product uit Polen, Rusland, Tsjechië, Roemenië en Slowakije zowel absoluut als in termen van marktaandeel is gestegen. De hoeveelheden waarin en de prijzen waartegen het betrokken product uit de betrokken landen wordt ingevoerd zouden, onder meer, een ongunstige invloed hebben gehad op het marktaandeel, de omzet en het prijsniveau van de producenten in de Gemeenschap, waardoor de bedrijfsresultaten en de financiële situatie van deze producenten aanzienlijk zijn verslechterd en arbeidsplaatsen verloren zijn gegaan. Tenslotte voert de indiener van het verzoek aan dat de bedrijfstak van de Gemeenschap waarschijnlijk weer schade zal lijden indien de aanzienlijke invoer tegen dumpingprijzen uit de betrokken landen bij het vervallen van de antidumpingmaatregelen wordt hervat. 4.2. Motivering van de tussentijdse herzieningsprocedure Het verzoek op grond van artikel 11, lid 3, wordt gemotiveerd door het feit dat vorm en niveau van de maatregelen niet toereikend zijn om de schadeveroorzakende dumping tegen te gaan. Ondanks de antidumpingmaatregelen lijken de dumpingmarges nog aanzienlijk. De maatregelen zijn niet toereikend om een einde te maken aan de schade die de bedrijfstak van de Gemeenschap lijdt. Voorts lijkt het erop dat bepaalde maatregelen in de vorm van verbintenissen tot de geringe doeltreffendheid van de maatregelen hebben bijgedragen. Deze verbintenissen bestonden uit een prijsovereenkomst tot een bepaalde hoeveelheid per jaar en een ad-valoremrecht bij overschrijding van die hoeveelheid. 5. Procedure Na overleg in het Raadgevend Comité is de Commissie tot de conclusie gekomen dat er voldoende bewijsmateriaal is om over te gaan tot de inleiding van een herzieningsprocedure bij het vervallen van de maatregelen en van een tussentijdse herzieningsprocedure. Zij opent hierbij een onderzoek overeenkomstig artikel 11, leden 2 en 3, van de basisverordening. 5.1. Procedure voor het vaststellen van de waarschijnlijkheid van dumping en schade Bij het onderzoek zal worden vastgesteld of het waarschijnlijk is, indien de maatregelen vervallen, dat de invoer met dumping zal worden voortgezet of zich opnieuw zal voordoen en dat hierdoor schade zal ontstaan. Tevens zal worden vastgesteld of de thans geldende maatregelen moeten worden gehandhaafd, gewijzigd of ingetrokken. a) Steekproef Gezien het grote aantal partijen dat kennelijk bij deze procedure is betrokken, kan de Commissie, overeenkomstig artikel 17 van de basisverordening, besluiten van steekproeven gebruik te maken. i) Steekproef van producenten/exporteurs in Rusland Om te kunnen beoordelen of het noodzakelijk is van een steekproef gebruik te maken en, indien dit het geval is, deze te kunnen samenstellen, verzoekt de Commissie alle producenten/exporteurs, of hun vertegenwoordigers, binnen de onder punt 6 b) i) vermelde termijn contact met haar op te nemen en haar de volgende gegevens over hun bedrijf of bedrijven te verstrekken: - naam, adres, e-mailadres, telefoon-, fax- en/of telexnummer en naam van een contactpersoon; - de hoeveelheid (in ton) van het betrokken product die in de periode van 1 oktober 2001 tot en met 30 september 2002 naar de Gemeenschap werd uitgevoerd en de waarde van deze export in plaatselijke valuta; - of om de vaststelling van een individuele dumpingmarge zal worden verzocht (alleen voor producenten); de hoeveelheid (in ton) van het betrokken product die in de periode van 1 oktober 2001 tot en met 30 september 2002 op de binnenlandse markt is verkocht en de waarde van die verkoop in plaatselijke valuta, - een nauwkeurige omschrijving van de activiteiten van het bedrijf in verband met de productie van het betrokken product; - de namen en een nauwkeurige omschrijving van de activiteiten van alle verbonden bedrijven(8) die betrokken zijn bij de productie en/of verkoop (in binnen- en buitenland) van het betrokken product; - alle andere inlichtingen die de Commissie bij het samenstellen van de steekproef van nut kunnen zijn; - of het bedrijf bereid is in de steekproef te worden opgenomen, hetgeen betekent dat een vragenlijst moet worden beantwoord en dat de antwoorden ter plaatse zullen worden gecontroleerd. Ten einde de informatie te verkrijgen die zij voor het samenstellen van de steekproef van producenten/exporteurs nodig heeft, zal de Commissie bovendien contact opnemen met de Russische autoriteiten en met de haar bekende organisaties van producenten/exporteurs. ii) Steekproef van importeurs Om te kunnen beoordelen of het noodzakelijk is van een steekproef gebruik te maken en, indien dit het geval is, deze te kunnen samenstellen, verzoekt de Commissie alle importeurs, of hun vertegenwoordigers, binnen de onder punt 6 b) i) vermelde termijn contact met haar op te nemen en haar de volgende gegevens over hun bedrijf of bedrijven te verstrekken: - naam, adres, e-mailadres, telefoon-, fax- en/of telexnummer en naam van een contactpersoon; - de totale omzet van het bedrijf in euro in de periode van 1 oktober 2001 tot en met 30 september 2002; - het aantal werknemers; - een nauwkeurige omschrijving van de activiteiten van het bedrijf in verband met het betrokken product; - de hoeveelheid (in ton) van het betrokken product uit Polen, Rusland, Tsjechië, Roemenië en Slowakije die in de periode van 1 oktober 2001 tot en met 30 september 2002 in de Gemeenschap is ingevoerd en verkocht en de waarde van die verkoop in euro; - de namen en een nauwkeurige omschrijving van de activiteiten van alle verbonden bedrijven(9) die betrokken zijn bij de productie en/of verkoop van het betrokken product; - alle andere inlichtingen die de Commissie bij het samenstellen van de steekproef van nut kunnen zijn; - of het bedrijf bereid is in de steekproef te worden opgenomen, hetgeen betekent dat een vragenlijst moet worden beantwoord en dat de antwoorden ter plaatse zullen worden gecontroleerd. Teneinde de informatie te verkrijgen die zij voor het samenstellen van de steekproef van importeurs nodig heeft, zal de Commissie bovendien contact opnemen met de haar bekende organisaties van importeurs. iii) Definitieve samenstelling van de steekproef Op- of aanmerkingen over de samenstelling van de steekproef moeten binnen de onder punt 6 b) ii) vermelde termijn worden toegezonden. De Commissie zal de steekproef eerst definitief samenstellen na de bedrijven te hebben geraadpleegd die zich bereid hebben verklaard daarin te worden opgenomen. De in de steekproef opgenomen bedrijven moeten binnen de onder punt 6 b) iii) vermelde termijn een vragenlijst beantwoorden en medewerking verlenen bij het onderzoek. Indien geen voldoende medewerking wordt verleend, zal de Commissie haar bevindingen, overeenkomstig artikel 17, lid 4, en artikel 18 van de basisverordening, op de beschikbare gegevens baseren. b) Vragenlijsten Om de informatie te verkrijgen die zij voor haar onderzoek nodig heeft, zal de Commissie vragenlijsten toezenden aan de producenten in de Gemeenschap, aan organisaties van producenten in de Gemeenschap, aan de in de steekproef opgenomen producenten/exporteurs in Rusland, aan producenten/exporteurs in Polen, Tsjechië, Roemenië en Slowakije, aan organisaties van producenten/exporteurs, aan de in de steekproef opgenomen importeurs en aan organisaties van importeurs die in het verzoek zijn genoemd of die medewerking hebben verleend aan het onderzoek dat tot de thans geldende maatregelen heeft geleid en aan de autoriteiten van de betrokken exportlanden. Alle belanghebbenden dienen in ieder geval zo spoedig mogelijk per fax contact op te nemen met de Commissie om te vernemen of zij in het verzoek zijn genoemd zodat zij zo nodig een vragenlijst kunnen aanvragen. Deze vragenlijst moet worden aangevraagd binnen de in punt 6 a) i) vermelde termijn, daar de in punt 6 a) ii) vermelde termijn op alle belanghebbenden van toepassing is. Producenten/exporteurs in Rusland die, met het oog op de toepassing van artikel 17, lid 3, en artikel 9, lid 6, van de basisverordening, een verzoek om de vaststelling van een individuele dumpingmarge wensen in te dienen, moeten binnen de onder punt 6 a) ii) vermelde termijn een volledig ingevulde vragenlijst inzenden. Deze vragenlijst moet binnen de onder punt 6 a) i) vermelde termijn worden aangevraagd. Indien de Commissie van een steekproef van producenten/exporteurs gebruik maakt, kan zij niettemin besluiten geen individuele dumpingmarges te berekenen, wanneer individuele onderzoeken een te grote werklast vormen en een tijdige voltooiing van het onderzoek in de weg staan. c) Het schriftelijk en mondeling verstrekken van inlichtingen Belanghebbenden wordt verzocht hun standpunt schriftelijk uiteen te zetten, andere informatie dan de antwoorden op de vragenlijst en bewijsmateriaal toe te zenden. Deze informatie en het bewijsmateriaal moeten binnen de onder punt 6 a) ii) vermelde termijn door de Commissie zijn ontvangen. Voorts zal de Commissie alle partijen horen die dit schriftelijk aanvragen, mits deze kunnen aantonen dat er bijzondere redenen zijn om hen te horen. Deze aanvraag moet binnen de onder punt 6 a) iii) vermelde termijn worden ingediend. d) Berekening van de normale waarde voor Russische producenten/exporteurs In het vorige onderzoek werd Tsjechië gebruikt als vergelijkbaar derde land voor het vaststellen van de normale waarde voor Rusland. De EG-producenten die het verzoek hebben ingediend zijn bij de berekening van dumping voor Rusland uitgegaan van de prijzen in Tsjechië. Sinds de inwerkingtreding van Verordening (EG) nr. 1972/2002 van de Raad tot wijziging van de basisverordening, moet de normale waarde voor Russische producenten/exporteurs in het kader van dit onderzoek worden vastgesteld overeenkomstig artikel 2, leden 1 tot en met 6, van de basisverordening. Daar in dit geval wellicht gebruik zal worden gemaakt van een steekproef, zal de normale waarde voor de Russische producenten/exporteurs daarom worden vastgesteld overeenkomstig artikel 2, leden 1 tot en met 6, met inachtneming van artikel 17 en artikel 9, lid 6, van de basisverordening. 5.2. Procedure voor het beoordelen van het belang van de Gemeenschap Overeenkomstig artikel 21 van de basisverordening zal worden onderzocht of het niet tegen het belang van de Gemeenschap is de antidumpingmaatregelen te handhaven indien wordt vastgesteld dat het waarschijnlijk is dat de invoer met dumping zal worden voorgezet en dat hierdoor schade zal ontstaan. Producenten in de Gemeenschap, importeurs en representatieve organisaties van producenten, importeurs, verwerkende bedrijven en de consument die aantonen dat er een objectieve band is tussen hun activiteiten en het betrokken product, kunnen binnen de onder punt 6 a) ii) genoemde termijn, contact met de Commissie opnemen en inlichtingen verstrekken. Deze partijen kunnen, binnen de onder punt 6 a) iii) vermelde termijn, ook verzoeken te worden gehoord. Met informatie die op grond van artikel 21 wordt verstrekt, wordt slechts rekening gehouden indien daarbij, op het moment dat deze wordt verstrekt, het nodige bewijsmateriaal is gevoegd. 6. Termijnen a) Algemene termijn i) Om een vragenlijst aan te vragen Belanghebbenden die geen medewerking hebben verleend aan het onderzoek dat tot de thans geldende maatregelen heeft geleid dienen zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen 15 dagen na de bekendmaking van dit bericht in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen, een vragenlijst aan te vragen. ii) Om zich aan te melden en antwoorden op de vragenlijst en andere gegevens toe te zenden Belanghebbenden die wensen dat bij het onderzoek met hun opmerkingen rekening wordt gehouden, dienen binnen 40 dagen na de bekendmaking van dit bericht in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen, tenzij anders vermeld, hun standpunt uiteen te zetten en de antwoorden op de vragenlijst en eventuele andere gegevens te doen toekomen. Er wordt op gewezen dat de meeste in de basisverordening vermelde procedurerechten slechts kunnen worden uitgeoefend indien de betrokkene zich binnen de genoemde termijn bij de Commissie aanmeldt. De in de steekproef opgenomen bedrijven moeten de antwoorden op de vragenlijst doen toekomen binnen de onder punt 6 b) iii) vermelde termijn. iii) Om een mondeling onderhoud aan te vragen Binnen dezelfde termijn van 40 dagen kunnen belanghebbenden ook vragen door de Commissie te worden gehoord. b) Bijzondere termijn voor het samenstellen van de steekproef i) De in de punten 5.1 a) i) en 5.1 a) ii) bedoelde gegevens dienen uiterlijk 15 dagen na publicatie van dit bericht in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen bij de Commissie te zijn ingediend, daar de Commissie voornemens is de bedrijven die zich bereid hebben verklaard in de steekproef te worden opgenomen binnen 21 dagen na publicatie van dit bericht in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen te raadplegen over de definitieve samenstelling van de steekproef. ii) Alle andere gegevens die voor het samenstellen van de steekproef van nut kunnen zijn, als bedoeld in punt 5.1 a) iii) moeten binnen 21 dagen na de publicatie van dit bericht in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen bij de Commissie zijn ingediend. iii) De antwoorden op de vragenlijst van de in de steekproef opgenomen bedrijven moeten binnen 37 dagen nadat deze bedrijven is medegedeeld dat zij in de steekproef zijn opgenomen, door de Commissie zijn ontvangen. 7. Schriftelijke opmerkingen, antwoorden op de vragenlijst en andere correspondentie Alle opmerkingen en verzoeken moeten schriftelijk worden ingediend (niet elektronisch, tenzij anders vermeld) onder opgave van naam, adres, e-mailadres, telefoon-, fax- en/of telexnummer van de betrokkene. Correspondentieadres van de Commissie Europese Commissie Directoraat-generaal Trade Directoraat B Kamer: J-79 5/16 B - 1049 Brussel Fax (32-2) 295 65 05 Telex: COMEU B 21877. 8. Medewerking Indien belanghebbenden binnen de gestelde termijnen geen toegang geven tot de nodige informatie, deze anderszins niet verstrekken of het onderzoek ernstig belemmeren, kunnen, overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening, op grond van de beschikbare gegevens conclusies worden getrokken, zowel in positieve als in negatieve zin. De Commissie kan de verstrekte informatie, indien deze onjuist of misleidend blijkt, buiten beschouwing laten en van beschikbare gegevens gebruik maken. (1) PB C 51 van 26.2.2002, blz. 12. (2) PB L 56 van 6.3.1996, blz. 1. (3) PB L 305 van 7.11.2002, blz. 1. (4) PB L 322 van 25.11.1997, blz. 1. (5) PB L 23 van 28.1.2000, blz. 1. (6) PB L 322 van 25.11.1997, blz. 63. (7) PB L 23 van 28.1.2000, blz. 78. (8) Voor de betekenis van het begrip "verbonden bedrijf" zie artikel 143, lid 1, van Verordening (EG) nr. 2454/93 van de Commissie houdende bepalingen ter uitvoering van het communautaire douanewetboek (PB L 253 van 11.10.1993, blz. 1). (9) Voor de betekenis van het begrip "verbonden bedrijf" zie artikel 143, lid 1, van Verordening (EG) nr. 2454/93 van de Commissie houdende bepalingen ter uitvoering van het communautaire douanewetboek (PB L 253 van 11.10.1993, blz. 1).