Inleiding van een procedure voor een gedeeltelijke tussentijdse herziening van de antidumpingmaatregelen op de invoer van ruw, niet-gelegeerd magnesium uit de Volksrepubliek China
Publicatieblad Nr. C 140 van 13/06/2002 blz. 0014 - 0015
Inleiding van een procedure voor een gedeeltelijke tussentijdse herziening van de antidumpingmaatregelen op de invoer van ruw, niet-gelegeerd magnesium uit de Volksrepubliek China (2002/C 140/11) Overeenkomstig artikel 11, lid 3, van Verordening (EG) nr. 384/96 van de Raad(1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2238/2000(2) (hierna "de basisverordening" genoemd) heeft de Commissie besloten op eigen initiatief een gedeeltelijke tussentijdse herziening in te leiden, die uitsluitend betrekking heeft op de vorm van de huidige maatregel. 1. Product De herzieningsprocedure heeft betrekking op ruw, niet-gelegeerd magnesium uit de Volksrepubliek China, momenteel ingedeeld onder GN-codes 8104 11 00 en ex 8104 19 00 (Taric-code 8104 19 00 20 ). Deze GN-codes worden slechts ter informatie vermeld. 2. Thans geldende maatregelen Op de invoer van ruw, niet-gelegeerd magnesium uit de Volksrepubliek China is thans een definitief antidumpingrecht van toepassing dat werd ingesteld bij Verordening (EG) nr. 2402/98 van de Raad(3). Het recht is in de vorm van een minimuminvoerprijs of een ad-valoremrecht. 3. Motivering De Commissie heeft overeenkomstig artikel 11, lid 3, besloten op eigen initatief een tussentijdse herzieningsprocedure in te leiden om te onderzoeken of de thans geldende maatregel, gezien het onderstaande, gepast is. Bij de thans geldende maatregel in de vorm van een minimuminvoerprijs wordt geen onderscheid gemaakt tussen de eerste verkoop en daaropvolgende verkopen aan de Gemeenschap; er is gebleken dat dit kan leiden tot problemen bij de uitvoering van de maatregel. De huidige maatregel blijkt daarom ontoereikend te zijn om de schadeveroorzakende dumping tegen te gaan. 4. Procedure Na overleg in het Raadgevend Comité is de Commissie tot de conclusie gekomen dat er voldoende reden is om een gedeeltelijke tussentijdse herzieningsprocedure in te leiden. Zij opent hierbij een herzieningsonderzoek overeenkomstig artikel 11, lid 3, van de basisverordening, dat uitsluitend betrekking heeft op bovengenoemd aspect. a) Het schriftelijk verstrekken van informatie Om het standpunt terzake van de belanghebbenden te kennen, zal de Commissie contact opnemen met de bedrijfstak van de Gemeenschap, de organisaties van producenten in de Gemeenschap, de producenten/exporteurs in de betrokken landen, de organisaties van producenten/exporteurs in de betrokken landen, de importeurs en organisaties van importeurs die hun medewerking hebben verleend aan het onderzoek dat tot de thans geldende maatregel, die nu wordt herzien, heeft geleid en aan de bevoegde autoriteiten van de betrokken landen. Alle belanghebbenden voor wie de uitkomst van het onderzoek naar de vorm van de thans geldende maatregel waarschijnlijk gevolgen zal hebben, wordt verzocht hun standpunt schriftelijk uiteen te zetten, informatie te verstrekken en bewijsmateriaal toe te zenden. Deze informatie en het bewijsmateriaal moeten binnen de in punt 5 genoemde termijn door de Commissie zijn ontvangen. b) Het mondeling verstrekken van informatie Bovendien kan de Commissie de belanghebbenden horen die hierom schriftelijk verzoeken indien deze kunnen aantonen dat er bijzondere redenen zijn om hen te horen. Dit verzoek moet binnen de in punt 5 vermelde termijn zijn ingediend. 5. Termijnen Belanghebbenden die wensen dat bij het onderzoek met hun opmerkingen rekening wordt gehouden, dienen binnen 40 dagen na de bekendmaking van dit bericht in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen, tenzij anders vermeld, contact met de Commissie op te nemen, hun standpunt uiteen te zetten en informatie te doen toekomen. Belanghebbenden worden erop geattendeerd dat zij de meeste in de basisverordening vastgestelde procedurele rechten slechts kunnen laten gelden indien zij zich binnen de genoemde termijn van 40 dagen hebben aangemeld. Binnen dezelfde termijn van 40 dagen kunnen belanghebbenden ook vragen door de Commissie te worden gehoord. 6. Schriftelijke opmerkingen en correspondentie Alle opmerkingen en verzoeken moeten schriftelijk worden ingediend onder opgave van naam, adres, e-mailadres, telefoon-, fax- en/of telexnummer van de belanghebbende. Correspondentieadres van de Commissie: Europese Commissie Kantoor: TERV - 0/13 B - 1049 Brussel Fax (32-2) 295 65 05 Telex: COMEU B 21877. 7. Medewerking Indien belanghebbenden binnen de gestelde termijnen geen toegang geven tot de nodige informatie, deze anderszins niet verstrekken of het onderzoek ernstig belemmeren, kunnen, overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening, op grond van de beschikbare gegevens conclusies worden getrokken, zowel in positieve als in negatieve zin. De Commissie kan de verstrekte informatie, indien deze onjuist of misleidend blijkt, buiten beschouwing laten en van beschikbare gegevens gebruik maken. (1) PB L 56 van 6.3.1996, blz. 1. (2) PB L 257 van 11.10.2000, blz. 2. (3) PB L 298 van 7.11.1998, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2788/2000 (PB L 324 van 21.12.2000, blz. 4).