52002SC1036

Ontwerp verklaring van het gemengd Comité van de EER betreffende de herzieningsclausules op het gebied van meststoffen opgenomen in hoofdstuk XIV van bijlage II bij de EER-Overeenkomst - Ontwerp voor een gemeenschappelijke verklaring van de Gemeenschap /* SEC/2002/1036 def. */


Ontwerp VERKLARING VAN HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER betreffende de herzieningsclausules op het gebied van meststoffen opgenomen in hoofdstuk XIV van bijlage II bij de EER-Overeenkomst - Ontwerp voor een gemeenschappelijke verklaring van de Gemeenschap

(door de Commissie ingediend)

TOELICHTING

1. De EVA-Staten van de EER hebben altijd het recht gehad beperkingen te stellen aan de toegankelijkheid van hun markt voor cadmiumhoudende meststoffen. Oostenrijk, Finland en Zweden hebben dat recht behouden toen zijn tot de EU toetraden.

2. Het Gemengd Comité heeft op zijn 62e vergadering van 26 maart 1999 zijn goedkeuring gehecht aan een gemeenschappelijke verklaring met een behalve voor de data overeenkomstige inhoud.

3. De voorgestelde gemeenschappelijke verklaring komt in hoofdzaak overeen met de interne regeling van de Gemeenschap met betrekking tot de drie bovengenoemde lidstaten.

4. In artikel 1, lid 3, sub a), van Verordening (EG) nr. 2894/94 van de Raad houdende bepaalde wijzen van toepassing van de EER-Overeenkomst wordt bepaald dat met betrekking tot dit soort besluiten de Raad het standpunt van de Gemeenschap vaststelt.

5. De Raad wordt verzocht aan bijgaand ontwerp voor een gemeenschappelijke verklaring zijn goedkeuring te hechten met het oog op de vaststelling ervan door het Gemengd Comité van de EER. De Commissie hoopt het standpunt van de Gemeenschap in het Gemengd Comité van de EER in november 2002 te kunnen uiteenzetten.

EUROPESE ECONOMISCHE RUIMTE HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER

Gemeenschappelijke verklaring betreffende de herzieningsclausules op het gebied van meststoffen opgenomen in hoofdstuk XIV van bijlage II bij de EER-Overeenkomst

Punt 1: Richtlijn 76/116/EEG van de Raad van 18 december 1975 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de Lid-Staten inzake meststoffen (PB L 24 van 30.1.1976, blz. 21)

Volgens de aanpassingstekst bij deze Richtlijn staat het de EVA-Staten vrij beperkingen te stellen aan de toegankelijkheid van hun markt voor cadmiumhoudende meststoffen overeenkomstig de bepalingen van de bij de inwerkingtreding van de EER-Overeenkomst geldende nationale wetgeving. De overeenkomstsluitende partijen hebben in 2001 gezamenlijk de situatie geëvalueerd.

Op basis van die evaluatie zijn de overeenkomstsluitende partijen het eens geworden over een verlenging van voornoemde situatie. In 2005 zal een nieuwe gezamenlijke evaluatie plaatshebben.