52002PC0572

Voorstel voor een besluit van de Raad inzake de sluiting van een protocol tot aanpassing van de handelsaspecten van de Europaovereenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Estland, anderzijds, in verband met de resultaten van de onderhandelingen over nieuwe wederzijdse landbouwconcessies /* COM/2002/0572 def. - ACC 2002/0250 */

Publicatieblad Nr. 045 E van 25/02/2003 blz. 0097 - 0108


Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD inzake de sluiting van een protocol tot aanpassing van de handelsaspecten van de Europaovereenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Estland, anderzijds, in verband met de resultaten van de onderhandelingen over nieuwe wederzijdse landbouwconcessies

(door de Commissie ingediend)

TOELICHTING

1. Op 30 maart 1999 heeft de Raad de Commissie gemachtigd onderhandelingen te beginnen met het oog op verdere wederzijdse landbouwconcessies in het kader van de Europaovereenkomsten tussen de Europese Gemeenschap en de geassocieerde landen van Midden- en Oost-Europa.

2. De onderhandelingen met de Republiek Estland, die passen in het algemene kader van de toetredingsbesprekingen, waren gebaseerd op artikel 19, lid 4, van de Europaovereenkomst. In dit artikel is bepaald dat de Gemeenschap en Estland in de Associatieraad per product systematisch en op basis van wederkerigheid de mogelijkheden onderzoeken om elkaar verdere concessies te verlenen, waarbij zij rekening houden met de omvang van hun onderlinge handelsverkeer van landbouwproducten, de specifieke gevoeligheid van hun markten, de regels van het gemeenschappelijk landbouwbeleid van de Gemeenschap en de rol van de landbouw in de economie van Estland.

3. Overeenkomstig het richtsnoer van de Raad moeten de onderhandelingen leiden tot een eerlijk evenwicht tussen de belangen van de Europese Gemeenschap en haar lidstaten en die van de geassocieerde landen, zowel wat de uitvoer als wat de invoer betreft. Op deze basis zijn de partijen onderhandelingen aangegaan en zijn zij op 31 januari 2002 tot overeenstemming gekomen.

4. De resultaten van de onderhandelingen tussen de Commissie en Estland over verdere landbouwconcessies hebben betrekking op volledige en wederkerige liberalisering van de handel voor bepaalde landbouwproducten. Tevens werd overeenstemming bereikt over het openen van nieuwe tariefcontingenten in bepaalde sectoren en over het verhogen van bepaalde bestaande quota.

5. Beide partijen hebben de resultaten van de onderhandelingen tot nu toe ten uitvoer gelegd in de vorm van autonome maatregelen die met ingang van 1 juli 2002 van toepassing zijn. Aan Gemeenschapszijde zijn deze autonome overgangsmaatregelen ten uitvoer gelegd bij Verordening (EG) nr. 1151/2002 van de Raad. Estland heeft, overeenkomstig artikel 24, lid 3, van de Europaovereenkomst, alle tarieven voor de invoer van landbouwproducten uit de Gemeenschap afgeschaft.

6. Het onderhavige protocol inzake nieuwe landbouwconcessies vervangt de hierboven genoemde autonome overgangsmaatregelen op de datum van zijn inwerkingtreding.

2002/0250 (ACC)

Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD inzake de sluiting van een protocol tot aanpassing van de handelsaspecten van de Europaovereenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Estland, anderzijds, in verband met de resultaten van de onderhandelingen over nieuwe wederzijdse landbouwconcessies

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, met name op artikel 133 juncto artikel 300, lid 2, eerste alinea, eerste zin,

Gezien het voorstel van de Commissie [1],

[1] PB C [...] van [...], blz. [...].

Overwegende hetgeen volgt:

(1) De Europaovereenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Estland, anderzijds [2], voorziet in wederzijdse handelsconcessies voor bepaalde landbouwproducten.

[2] PB L 68 van 9.3.1998, blz. 3.

(2) In artikel 19, lid 4, van de Europaovereenkomst is bepaald dat de Gemeenschap en Estland per product systematisch en op basis van wederkerigheid de mogelijkheden onderzoeken om elkaar verdere concessies te verlenen.

(3) In de eerste verbeteringen van de preferentiële regelingen van de Europaovereenkomst met Estland was voorzien bij het Protocol tot aanpassing van de handelsaspecten van de Europaovereenkomst in verband met de toetreding van de Republiek Finland, de Republiek Oostenrijk en het Koninkrijk Zweden tot de Europese Unie en de resultaten van de landbouwonderhandelingen van de Uruguayronde, met inbegrip van de verbeteringen van de huidige preferentieregeling, goedgekeurd bij Besluit 1999/86/EG [3].

[3] PB L 29 van 3.2.1999, blz. 9.

(4) De preferentiële regelingen zijn ook verbeterd nadat bij onderhandelingen in 2000 overeenstemming was bereikt over de liberalisering van de handel in landbouwproducten. Aan Gemeenschapszijde zijn de verbeteringen met ingang van 1 juli 2000 ingevoerd bij Verordening (EG) nr. 1349/2000 van de Raad tot vaststelling van bepaalde concessies in de vorm van communautaire tariefcontingenten voor bepaalde landbouwproducten en tot aanpassing, via een autonome overgangsmaatregel, van bepaalde landbouwconcessies die zijn opgenomen in de Europaovereenkomst met Estland [4]. Deze tweede aanpassing van de preferentiële regelingen is nog niet on de Europaovereenkomst verwerkt in de vorm van een aanvullend protocol.

[4] PB L 155 van 28.6.2000, blz. 1. Verordening als laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2677/2000 (PB L 308 van 8.12.2000, blz. 7).

(5) Op 31 januari 2002 zijn de onderhandelingen over verdere verbeteringen van de preferentiële regelingen van de Europaovereenkomst met Estland afgerond. De resultaten van de onderhandelingen zijn tot nu toe ten uitvoer gelegd in de vorm van autonome maatregelen die met ingang van 1 juli 2002 van toepassing zijn. Aan Gemeenschapszijde zijn deze autonome overgangsmaatregelen ten uitvoer gelegd bij Verordening (EG) nr. 1151/2002 van de Raad [5].

[5] PB L 170 van 29.6.2002, blz. 15.

(6) Het nieuwe aanvullende protocol bij de Europaovereenkomst tot aanpassing van de handelsaspecten van de Europaovereenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Estland, anderzijds, (hierna "het protocol" genoemd) dient te worden goedgekeurd, teneinde alle concessies op het gebied van de handel in landbouwproducten tussen de twee partijen, met inbegrip van de resultaten van de in 2000 en 2002 gevoerde onderhandelingen, te consolideren.

(7) Bij Verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie van 2 juli 1993 houdende vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad tot vaststelling van het communautair douanewetboek [6] zijn de voorschriften inzake het beheer van de tariefcontingenten vastgelegd die bepalen dat de chronologische volgorde van de data van de douaneaangiften moet worden gevolgd. Bepaalde bij dit Besluit vastgestelde tariefcontingenten moeten derhalve volgens deze voorschriften worden beheerd.

[6] PB L 253 van 11.10.1993, blz. 1. Verordening als laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 444/2002 (PB L 68 van 12.3.2002, blz. 11).

(8) De verder voor de tenuitvoerlegging van dit besluit vereiste maatregelen worden vastgesteld overeenkomstig de procedure van het comité van beheer van Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden [7].

[7] PB L 184 van 17.7.1999, blz. 23.

(9) Als gevolg van bovengenoemde onderhandelingen is Verordening (EG) nr. 1151/2002 overbodig geworden en deze moet derhalve worden ingetrokken,

BESLUIT:

Artikel 1

Het aangehechte protocol tot aanpassing van de handelsaspecten van de Europaovereenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Estland, anderzijds, in verband met de resultaten van de onderhandelingen over nieuwe wederzijdse landbouwconcessies, wordt namens de Gemeenschap goedgekeurd.

Artikel 2

De Voorzitter van de Raad is gemachtigd de persoon aan te wijzen die bevoegd is om het protocol namens de Gemeenschap te ondertekenen en de in artikel 4 van het protocol bedoelde kennisgeving te verrichten.

Artikel 3

1. Vanaf de inwerkingtreding van dit besluit worden de in bijlage Va vermelde regelingen, als bedoeld in artikel 19, lid 2, als gewijzigd, van de Europaovereenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Estland, anderzijds, vervangen door de regelingen waarin is voorzien in de bijlagen van het aan dit besluit gehechte protocol.

2. De Commissie stelt volgens de in artikel 5, lid 2, bedoelde procedure de uitvoeringsbepalingen voor het protocol vast.

Artikel 4

De Commissie kan de aan de tariefcontingenten toegekende volgnummers in de bijlage bij dit besluit wijzigen overeenkomstig de in artikel 5, lid 2, bedoelde procedure. De tariefcontingenten met een volgnummer hoger dan 09.5100 worden beheerd door de Commissie overeenkomstig de artikelen 308bis, 308ter en 308quater van Verordening (EEG) nr. 2454/93.

Artikel 5

1. De Commissie wordt bijgestaan door het Comité van beheer voor granen dat is ingesteld bij artikel 23 van Verordening (EEG) nr. 1766/92 [8] of, in voorkomend geval, door het Comité dat is ingesteld bij de relevante bepalingen van de andere verordeningen betreffende gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten.

[8] PB L 181 van 1.7.1992, blz. 21.

2. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 4 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing.

De in artikel 4, lid 3, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn bedraagt één maand.

Artikel 6

Verordening (EG) nr. 1151/2002 wordt ingetrokken vanaf de inwerkingtreding van het protocol.

Gedaan te Brussel, [...]

Voor de Raad

De Voorzitter

[...]

BIJLAGE

Volgnummers voor de EU-tariefcontingenten voor producten van oorsprong uit Estland(zie artikel 4)

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

PROTOCOL

tot aanpassing van de handelsaspecten van de Europaovereenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Estland, anderzijds, in verband met de resultaten van de onderhandelingen over nieuwe wederzijdse landbouwconcessies

DE EUROPESE GEMEENSCHAP, hierna "de Gemeenschap" te noemen,

enerzijds, en

DE REPUBLIEK ESTLAND,

anderzijds,

OVERWEGENDE HETGEEN VOLGT:

(1) De Europaovereenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Estland, anderzijds, hierna "de Europaovereenkomst" te noemen, is op 12 juni 1995 te Luxemburg ondertekend en is op 1 februari 1998 in werking getreden [9].

[9] PB L 68 van 9.3.1998, blz. 3.

(2) In artikel 19, lid 4, van de Europaovereenkomst is bepaald dat de Gemeenschap en Estland in de Associatieraad per product systematisch en op basis van wederkerigheid de mogelijkheden onderzoeken om elkaar verdere concessies te verlenen. Op deze basis zijn de partijen onderhandelingen aangegaan en hebben ze overeenstemming bereikt.

(3) Voor het eerst is in het protocol tot aanpassing van de handelsaspecten van de Europaovereenkomst [10] de preferentiële landbouwregeling van de Europaovereenkomst verbeterd in verband met de laatste uitbreiding van de Gemeenschap en de resultaten van de Uruguayronde in het kader van de GATT.

[10] PB L 29 van 3.2.1999, blz. 9.

(4) Op 22 november 2000 en 31 januari 2002 zijn nog twee onderhandelingsrondes inzake de verbetering van concessies voor de handel in landbouwproducten afgerond.

(5) De Raad heeft, zijnerzijds op grond van Verordening (EG) nr. 1151/2002 [11], besloten de uit de onderhandelingsronden van 2000 en 2002 voortvloeiende concessies van de Europese Gemeenschap met ingang van 1 juli 2002 op voorlopige basis toe te passen.

[11] PB L 170 van 29.6.2002, blz. 15.

(6) De bovenstaande concessies worden bij de inwerkingtreding van dit protocol vervangen door de hierin vastgestelde concessies,

ZIJN ALS VOLGT OVEREENGEKOMEN:

Artikel 1

De regelingen voor de invoer in de Gemeenschap van bepaalde landbouwproducten van oorsprong uit de Republiek Estland als aangegeven in de bijlagen A(a) en A(b) bij dit protocol, komen in de plaats voor de regelingen die zijn vastgesteld in bijlage V(a), als bedoeld in artikel 19, lid 2, als gewijzigd, van de Europaovereenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Estland, anderzijds.

Artikel 2

De bijlagen bij dit protocol zijn een onderdeel van dit protocol. Dit protocol vormt een integrerend deel van de Europaovereenkomst.

Artikel 3

Dit Protocol wordt door de Gemeenschap en de Republiek Estland goedgekeurd overeenkomstig hun eigen procedures. De overeenkomstsluitende partijen nemen de nodige maatregelen voor de tenuitvoerlegging van dit protocol.

Artikel 4

Dit protocol treedt in werking op de eerste dag van de eerste maand volgende op de kennisgeving van de overeenkomstsluitende partijen dat de procedures als bedoeld in artikel 3 zijn afgerond.

Onder tariefcontingenten vallende hoeveelheden goederen die vanaf 1 juli 2002 in het vrije verkeer worden gebracht in het kader van de concessies die zijn vastgesteld in bijlage A(b) van Verordening (EG) nr. 1151/2002 worden volledig afgeboekt op de hoeveelheden die zijn vastgesteld in bijlage A(b) bij het aangehechte protocol, behalve voor hoeveelheden waarvoor vóór 1 juli 2002 een invoercertificaat is afgegeven.

Artikel 5

Dit protocol wordt in tweevoud opgesteld in de Deense, de Nederlandse, de Engelse, de Finse, de Franse, de Duitse, de Griekse, de Italiaanse, de Portugese, de Spaanse, de Zweedse en de Estse taal, alle taalversies zijnde gelijkelijk authentiek

Gedaan te Brussel, [...]

Voor de Europese Gemeenschap Voor de Republiek Estland

BIJLAGE A (a)

Producten van oorsprong uit Estland die in onbeperkte hoeveelheden tegen een preferentieel nultarief (0% van MFN) in de Gemeenschap mogen worden ingevoerd

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

(1) Als omschreven in Verordening (EG) nr. 2031/2001 van de Commissie van 6 augustus 2001 tot wijziging van bijlage I bij Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief, PB L 279 van 23.10.2001.

BIJLAGE A (b)

Voor invoer van de volgende producten van oorsprong uit Estland in de Gemeenschap gelden onderstaande concessies (MFN = recht voor meest begunstigde natie)

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

(1) Ongeacht de regels voor de interpretatie van de gecombineerde nomenclatuur, wordt de omschrijving van de goederen geacht slechts een indicatieve waarde te hebben, aangezien in het kader van deze bijlage de GN-codes het preferentiestelsel bepalen. Voor ex GN-codes geschiedt dit op basis van de GN-code en de betrokken omschrijving, gezamenlijk beschouwd.

(2) Indien een MFN-minimumrecht bestaat, is het geldende minimumrecht gelijk aan het MFN-minimumrecht vermenigvuldigd met het in deze kolom vermelde percentage.

(3) Het contingent voor dit product is geopend voor Tsjechië, Slowakije, Bulgarije, Roemenië, Hongarije, Polen, Estland, Letland en Litouwen Ingeval de invoer van levende runderen (huisdieren) in de Gemeenschap voor een gegeven verkoopseizoen wellicht meer bedraagt dan 500 000 stuks, mag de Gemeenschap de nodige beheersmaatregelen nemen om haar markt te beschermen, niettegenstaande andere volgens de overeenkomst gegeven rechten.

(4) Het contingent voor dit product is geopend voor Tsjechië, Slowakije, Bulgarije, Roemenië, Hongarije, Polen, Estland, Letland en Litouwen

(5) Het contingent voor dit product is geopend voor Estland, Letland en Litouwen. De Gemeenschap kan, in het kader van haar wetgeving en in voorkomend geval, rekening houden met de voorzieningsbehoeften van haar markt en met de noodzaak om het marktevenwicht te handhaven.

(6) Met uitzondering van varkenshaas, apart aangeboden.

(7) Onderworpen aan regelingen inzake minimuminvoerprijzen, die zijn vermeld in de bijlage bij deze bijlage.

(8) De reductie is alleen van toepassing op het ad valorem-gedeelte van het recht.

(9) In gedroogd-ei-equivalent (100 kg vloeibaar ei = 25,7 kg gedroogd ei).

BIJLAGE BIJ BIJLAGE C (b)

Regelingen inzake minimuminvoerprijzen voor bepaalde soorten voor verwerking bestemd kleinfruit

1. Voor de volgende voor verwerking bestemde producten van oorsprong uit Estland zijn minimuminvoerprijzen vastgesteld:

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

2. De minimuminvoerprijzen bedoeld in punt 1 worden per zending toegepast. Wanneer de in de douane-aangifte vermelde waarde lager is dan de minimuminvoerprijs, wordt een compenserend recht geheven dat gelijk is aan het verschil tussen de minimuminvoerprijs en de in de douane-aangifte vermelde waarde.

3. Wanneer de invoerprijzen van een onder deze bijlage vallend product een tendens vertonen die erop wijst dat deze prijzen op korte termijn onder het niveau van de minimuminvoerprijs kunnen dalen, stelt de Europese Commissie de autoriteiten van Estland daarvan in kennis teneinde hen in staat te stellen corrigerende maatregelen te nemen.

4. Op verzoek van de Gemeenschap of van Estland stelt de Associatieraad een onderzoek in naar de werking van het systeem of de herziening van de minimuminvoerprijzen. De Associatieraad neemt, indien nodig, passende besluiten.

5. Ter bevordering van het handelsverkeer en in het belang van alle betrokken partijen kan drie maanden voor de aanvang van elk verkoopseizoen in de Europese Gemeenschap een overlegvergadering worden georganiseerd. Dit overleg vindt plaats tussen de Europese Commissie en de belanghebbende verenigingen van Europese producenten van de betrokken producten, enerzijds, en de autoriteiten en verenigingen van producenten en exporteurs van al de geassocieerde exportlanden, anderzijds.

Tijdens deze overlegbijeenkomsten wordt van gedachten gewisseld over de marktsituatie voor kleinfruit, met inbegrip van, in het bijzonder, de ramingen van de productie, de voorraadsituatie, de prijsontwikkeling en de marktbeweging, alsmede over de maatregelen die moeten worden getroffen om vraag en aanbod met elkaar in overeenstemming te brengen.