Gewijzigd voorstel voor een van het Europees Parlement en van de Raad betreffende de voorwaarden voor toegang tot het net voor grensoverschrijdende handel in elektriciteit (door de Commissie overeenkomstig artikel 250, lid 2 van het EG-verdrag ingediend) /* COM/2002/0304 def. - COD 2001/0078 */
Publicatieblad Nr. 227 E van 24/09/2002 blz. 0440 - 0455
Gewijzigd voorstel voor een VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN VAN DE RAAD betreffende de voorwaarden voor toegang tot het net voor grensoverschrijdende handel in elektriciteit (door de Commissie overeenkomstig artikel 250, lid 2 van het EG-verdrag ingediend) TOELICHTING A. Principes 1. Op 13 maart 2001 heeft de Commissie een voorstel ingediend voor een verordening van het Europees Parlement en van de Raad betreffende de voorwaarden voor toegang tot het net voor grensoverschrijdende handel in elektriciteit. 2. Tijdens de plenaire zitting van 13 maart 2002 heeft het Europees Parlement, onder voorbehoud van een aantal amendementen, zijn goedkeuring gehecht aan het voorstel van de Commissie voor een verordening van het Europees Parlement en van de Raad betreffende de voorwaarden voor toegang tot het net voor grensoverschrijdende handel in elektriciteit. Het Economisch en Sociaal Comité heeft eveneens zijn steun uitgesproken aan het voorstel. Het Comité van de Regio's heeft geen advies over het voorstel uitgebracht. 3. De besprekingen binnen de Raad zijn begonnen in september 2001 en hebben ertoe geleid dat door de opeenvolgende Voorzitterschappen wijzigingen in het voorstel van de Commissie zijn voorgesteld. Veel van deze wijzigingen betreffen nuttige verduidelijkingen en zijn aanvaardbaar voor de Commissie en verenigbaar met de amendementen van het Parlement waarmee de Commissie kan instemmen. Zij zijn voor een deel ingegeven door het resultaat van het op 21 en 22 februari 2002 gehouden achtste Europees regelgevend forum voor elektriciteit. 4. In het licht van deze ontwikkelingen heeft de Commissie haar voorstel gewijzigd krachtens artikel 250, lid 2, van het Verdrag. B. Amendementen van het Europees Parlement Het Europees Parlement is het op hoofdlijnen eens met het voorstel van de Commissie, maar heeft wel een aantal amendementen geformuleerd. Van de 34 amendementen die zijn aangenomen (amendementen 1-35, behalve amendement 11), heeft de Commissie er 6 aanvaard (amendementen 1, 6, 8, 10, 12 en 14) in de door het Parlement voorgestelde vorm of met enkele redactionele aanpassingen. Twee amendementen zijn gedeeltelijk geaccepteerd (amendementen 3 en 4) en 10 amendementen in principe (18, 21, 27-34). De overige 16 zijn afgewezen. Gedeeltelijk geaccepteerde amendementen Amendement 3 Dit amendement betreft de overweging waarin wordt gesteld dat voor exporteurs en importeurs geen specifieke tarieven voor toegang tot het netwerk mogen worden vastgesteld. Het bevat suggesties voor een duidelijker formulering en is in dit opzicht een verbetering. De Commissie is het echter niet eens met het uitgangspunt dat de tarieven "niet op transacties dienen te zijn gebaseerd", aangezien dit een dubbelzinnige aanduiding is die in het verleden door de belanghebbende partijen op tegenstrijdige wijze is geïnterpreteerd. Amendement 4 Het eerste gedeelte van dit amendement beoogt de eerste zin van overweging 12 te verduidelijken, en is aanvaardbaar voor de Commissie. Het tweede gedeelte daarentegen behelst een afzwakking van het idee dat de beschikbare capaciteit van de koppelleidingen "het maximum" dient te zijn; er wordt namelijk een vagere formulering opgenomen die ruimte laat voor interpretatie. De Commissie ziet de noodzaak van deze wijziging niet in. In principe geaccepteerde amendementen Amendement 18 Dit amendement heeft betrekking op de behandeling in de verordening van de zogenoemde "commerciële koppelleidingen", namelijk koppelleidingen waarbij de investeerder alle kosten moet terugverdienen door inkomsten voor het gebruik van de koppelleiding zelf, en geen inkomsten heeft uit heffingen voor het gebruik van de door de koppelleiding verbonden netwerken. De bedoeling van het amendement is deze koppelleidingen uit te sluiten van de in de verordening vervatte strikte regels voor het gebruik van uit de toewijzing van koppelingscapaciteit voortvloeiende inkomsten. Het argument dat daarbij wordt gebruikt is dat deze regels wel geschikt zijn voor de bestaande koppelleidingen, maar wellicht te stringent zijn voor commerciële koppelleidingen omdat daardoor de winstvooruitzichten sterk worden beperkt en potentiële investeerders zouden worden afgeschrikt. Inhoudelijk is dit amendement aanvaardbaar. De procedure voor de uitsluiting van bepaalde koppelleidingen van de regels in kwestie moet echter worden aangescherpt: een dergelijke uitsluiting moet namelijk beperkt zijn in de tijd, met dien verstande dat zij moet kunnen worden verlengd, en daarvoor moet niet alleen toestemming van de nationale regelgevende instanties, maar ook van de Commissie vereist zijn, om ervoor te zorgen dat met het belang van de Gemeenschap als geheel rekening wordt gehouden. Overweging (14) is aangepast om deze in overeenstemming te brengen met de wijzigingen in de tekst. Amendementen 21 en 27-33 In de amendementen 27-33 wordt voorgesteld een Comité van Europese energieregelgevers op te richten dat een adviserende status en specifieke adviesbevoegdheden heeft. De Commissie kan dit amendement qua inhoud accepteren. Naar het voorbeeld van andere beleidsterreinen [1], is de Commissie voornemens de Groep bij besluit van de Commissie op te richten en niet, zoals het Parlement voorstelt, via een bepaling in de verordening. De Groep zou zich bezighouden met kwesties in de sfeer van de verordening, Richtlijn 96/92 (de elektriciteitsrichtlijn) en Richtlijn 98/30/EC (de gasrichtlijn). [1] Bij voorbeeld Richtlijn ... van het Europees Parlement en de Raad van ... inzake een gemeenschappelijk nationaal regelgevingskader voor elektronische communicatienetwerken en -diensten (Kaderrichtlijn) De voorgenomen maatregelen van de Commissie komen eveneens tegemoet aan amendement 21, waarin een bepaling wordt voorgesteld die inhoudt dat het Comité van Europese energieregelgevers de Commissie bijstaat bij de uitvoering van de verordening. Amendement 34 Dit amendement, waarin wordt voorgesteld de Commissie op te dragen toezicht uit te oefenen op en verslag uit te brengen over de uitvoering van de verordening, is inhoudelijk aanvaardbaar. Uit een institutioneel oogpunt kan het doel van dit verslag echter niet zijn het Europees Parlement en de Raad in staat te stellen verdere noodzakelijke bepalingen te overwegen, zoals in de tekst van het amendement wordt gesuggereerd. Het is aan de Commissie om indien nodig bij het verslag passende voorstellen en/of aanbevelingen te voegen. Afgewezen amendementen Amendementen 2 en 13 In deze amendementen wordt voorgesteld in overweging 10 en artikel 4, lid 2, van de verordening te bepalen dat de aan stroomopwekkers in rekening gebrachte nationale tarieven voor toegang tot het net worden geharmoniseerd. Deze amendementen kunnen niet worden geaccepteerd, met name om de volgende twee redenen: - Het is niet passend om in rechtstreeks toepasselijke communautaire wetgeving te bepalen dat nationale regels moeten worden geharmoniseerd zonder erbij te vermelden hoe deze harmonisatie zowel inhoudelijk als procedureel in zijn werk moet gaan. - Bij de harmonisatie van nationale tarieven moet niet alleen worden gekeken naar de voor stroomopwekkers geldende tarieven, maar ook naar de tariefstructuur in haar geheel, waarbij rekening moet worden gehouden met alle specifieke kenmerken van de betrokken nationale netten. De aanpak van harmonisatie waar in het voorstel van de Commissie voor is gekozen is bijgevolg adequaat en toereikend: artikel 7, lid 2, van de verordening voorziet in harmonisatie van de op opwekkers en verbruikers (load) toegepaste tarieven op basis van volgens de comitéprocedure vast te stellen richtsnoeren. Amendementen 5, 7, 16, 20, 22, 23, 24, 25 Met deze amendementen wordt beoogd elke verwijzing naar "nationale regelgevende instanties" uit de verordening te verwijderen, en in plaats daarvan een meer neutrale term, zoals "bevoegde instanties", te hanteren. Het is het beleid van de Commissie om alle lidstaten een of meer regelgevende instanties te laten aanwijzen, en dit komt tot uiting in de herziene versie van artikel 22 van Richtlijn 96/92, zoals voorgesteld in de richtlijn tot wijziging van de elektriciteits- en de gasrichtlijn. Deze instanties worden geacht een sleutelrol te spelen bij de uitvoering van de verordening. Een reden voor de afwijzing is ook dat deze amendementen strijdig kunnen lijken met de oprichting van een uit nationale regelgevende instanties samengesteld advieslichaam die is voorgesteld in andere amendementen van het Parlement, die door de Commissie worden gesteund (zie amendementen 21 en 27-33 hierboven). Amendementen 9 en 15 In deze twee amendementen wordt voorgesteld geïncorporeerde opwekkers, m.a.w. opwekkers die met het distributienet zijn verbonden, vrij te stellen van bepaalde netwerktarieven in het kader van de nationale tariferingssystemen. Geïncorporeerde opwekkers moeten een passende behandeling krijgen binnen de nationale tariferingssystemen, rekening houdend met de principes van non-discriminatie en op de werkelijk gemaakte kosten afgestemde tarieven die zijn vervat in artikel 4, lid 1, van de verordening en, wat betreft het belangrijkste in de praktijk voorkomende geval - elektriciteit uit duurzame energiebronnen - in artikel 7, lid 6, van Richtlijn 2001/77 betreffende de bevordering van elektriciteitsopwekking uit hernieuwbare energiebronnen. Het zou echter geen goede zaak zijn geïncorporeerde opwekkers vanaf het begin op een algemene basis uit te sluiten van bepaalde tarieven, aangezien dit een individuele benadering onmogelijk zou maken. Amendement 17 Volgens dit amendement zouden de beheerders van koppelnetten gebruik kunnen maken van uit de toewijzing van koppelingscapaciteit voortvloeiende ontvangsten ter compensering van capaciteitsbeperkingen, naast de andere drie in het artikel vermelde toegestane gebruiksmogelijkheden. In tegenstelling tot deze drie andere mogelijkheden bestaat er echter een wettelijke verplichting om dergelijke compensatiebetalingen uit te voeren. Deze betalingen zijn namelijk onderdeel van de exploitatiekosten van het koppelnet en daarmee wordt reeds rekening gehouden bij het bepalen van de beschikbare ontvangsten uit de toewijzing van koppelingscapaciteit en zij zijn bijgevolg irrelevant wanneer het er om gaat vast te stellen hoe deze ontvangsten kunnen worden benut. Amendement 19 In dit amendement wordt voorgesteld de geldigheidsduur van de procedure van het regelgevend comité waarin de verordening voorziet te beperken tot vier jaar en deze kwestie daarna, op basis van een voorstel van de Commissie, opnieuw ter beoordeling aan het Parlement en de Raad voor te leggen. De Commissie ziet de noodzaak van deze bepaling niet in, mede gezien het feit dat het nationaal regelgevend comité uiterst technische kwesties behandelt. Zij zal uiteraard in het kader van de comitéprocedure waarin de verordening voorziet ten aanzien van het Europees Parlement zorgen voor een maximale transparantie, overeenkomstig de afspraak tussen het Europees Parlement en de Commissie over procedures voor de uitvoering van Besluit 1999/468/EG van de Raad inzake de comitéprocedure. Amendement 26 Dit amendement heeft betrekking op de interpretatie van een aantal bepalingen van Richtlijn 96/92 (Elektriciteitsrichtlijn); deze hebben echter niets te maken met de grensoverschrijdende handel in elektriciteit. Het is dan ook niet duidelijk waarom het Parlement dit amendement in het kader van deze verordening heeft aangenomen. Amendement 35 In dit amendement wordt voorgesteld de inwerkingtreding van de verordening te koppelen aan die van de richtlijn tot wijziging van de bestaande gas- en elektriciteitsrichtlijnen. Bevordering van de grensoverschrijdende handel is echter hoe dan ook noodzakelijk, ongeacht of de voorgestelde wijzigingen in de huidige elektriciteitsrichtlijn al dan niet worden goedgekeurd. C. Aangebrachte wijzigingen die ontwikkelingen binnen de Raad weerspiegelen Een groot aantal van de wijzigingen die in de oorspronkelijke tekst zijn aangebracht om ontwikkelingen binnen de Raad te weerspiegelen betreffen verduidelijkingen van of toevoegingen aan de formulering van de bepalingen die de inhoud onverlet laten. De volgende wijzigingen zijn echter meer ingrijpend: - In het oorspronkelijke voorstel van de Commissie was het vergoedingsmechanisme voor elektriciteitsstromen tussen transmissienetbeheerders (artikel 3) gebaseerd op het begrip "doorvoerstromen" van elektriciteit, terwijl in het gewijzigde voorstel het begrip "grensoverschrijdende stromen" daarvoor in de plaats gekomen is. De werkzaamheden binnen het Europees regelgevend forum voor elektriciteit hebben aangetoond dat het hanteren van dit begrip waarschijnlijk tot resultaten zal leiden die de werkelijk gemaakte kosten beter weergeven. - Artikel 3, lid 2, voorzag in de toekenning van vergoedingen door de beheerders van exporterende en/of importerende transmissienetten. Dit is gewijzigd in exporterende en importerende transmissienetten. - In artikel 3, lid 6, is de beschrijving van de methode voor de berekening van de "kosten voor het verzorgen van doorvoerstromen" (nu: kosten van grensoverschrijdende stromen, zie hierboven) verder verfijnd. Deze aanpassingen zijn ingegeven door de resultaten van het achtste Europees regelgevend forum voor elektriciteit. - In artikel 4, lid 4, wordt nu duidelijk gesteld dat geen specifieke tarieven voor exporteurs/importeurs gelden, mits passende en efficiënte locatiespecifieke signalen in de tarieven worden ingebouwd. In het oorspronkelijke voorstel werd in deze bepaling reeds melding gemaakt van het begrip locatiespecifieke signalen, namelijk via een verwijzing naar artikel 4, lid 2. De twee artikelen die betrekking hebben op de comitéprocedure (artikelen 12 en 13) zijn inhoudelijk ongewijzigd gebleven. Wel is van deze twee artikelen één artikel 12 gemaakt. 2001/0078 (COD) Gewijzigd voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN VAN DE RAAD betreffende de voorwaarden voor toegang tot het net voor grensoverschrijdende handel in elektriciteit (voor de EER relevante tekst) HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel 95, Gezien het voorstel van de Commissie [2], [2] PB C ... van ..., blz. .. Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité [3], [3] PB C ... van ..., blz. .. Gezien het advies van het Comité van de Regio's [4], [4] PB C ... van ..., blz. .. Volgens de in artikel 251 van het Verdrag neergelegde procedure [5], [5] PB C ... van ..., blz. .. Overwegende hetgeen volgt: (1) Richtlijn 96/92/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 december 1996 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit [6] vormt een belangrijke stap vooruit bij de voltooiing van de interne elektriciteitsmarkt. [6] PB L 27 van 30.1.1997, blz. 20. Richtlijn gewijzigd bij Richtlijn .../.../EG (PB C ... van ..., blz. ..). (2) Op zijn bijeenkomst op 23 en 24 maart 2000 te Lissabon heeft Europese Raad gevraagd om een snelle voortgang van de voltooiing van de interne markt voor de sectoren elektriciteit en gas en om een versnelling van de liberalisering van deze sectoren, met het oog op de totstandbrenging van een volledig operationele interne markt op deze gebieden. (3) De totstandbrenging van een echte interne elektriciteitsmarkt dient te worden bevorderd door een intensivering van de handel in elektriciteit, welke, vergeleken met andere sectoren van de economie, momenteel onderontwikkeld is. (4) In aanvulling op de bepalingen van Richtlijn 96/92/EG moeten eerlijke, kostengeoriënteerde, de vergelijking met efficiënte netbeheerders uit structureel vergelijkbare gebieden in aanmerking nemende, doorzichtige en rechtstreeks toepasbare voorschriften met betrekking tot grensoverschrijdende tarifering en de toewijzing van beschikbare koppelingscapaciteit worden ingevoerd, teneinde een daadwerkelijke toegang tot de transmissienetten te verzekeren en aldus grensoverschrijdende transacties mogelijk te maken. (5) In zijn conclusies heeft de Energieraad van 30 mei 2000 de Commissie, de lidstaten en de nationale regelgevende instanties verzocht te zorgen voor een snelle invoering van een solide tariferingstelsel en methoden voor de toewijzing van beschikbare koppelingscapaciteit op langere termijn. (6) In zijn resolutie van 6 juli 2000 over het tweede verslag van de Commissie betreffende de stand van de liberalisering van de energiemarkten heeft het Europees Parlement gevraagd om voorwaarden voor het gebruik van de netten in de lidstaten die de grensoverschrijdende handel in elektriciteit niet in de weg staan en heeft het de Commissie verzocht specifieke voorstellen voor te leggen met het oogmerk alle bestaande hinderpalen voor de intracommunautaire handel weg te nemen. (7) In deze verordening dienen de grondbeginselen voor tarifering en capaciteitstoewijzing te worden vastgelegd en tegelijkertijd richtsnoeren te worden gegeven waarin de relevante beginselen en methoden nader worden uiteengezet, zodat een snelle aanpassing aan de gewijzigde omstandigheden mogelijk wordt. (8) Op een open markt met vrije concurrentie dienen de transmissienetbeheerders een vergoeding te ontvangen voor de kosten in verband met het verzorgen van grensoverschrijdende elektriciteitsstromen op hun netten, en wel van de beheerders van die transmissienetten waarvan de grensoverschrijdende stromen afkomstig zijn en van de systemen waar die stromen eindigen. (9) Bij de vaststelling van nationale nettarieven moet rekening worden gehouden met betalingen en ontvangsten in verband met verrekeningen tussen transmissienetbeheerders. (10) Het voor grensoverschrijdende toegang tot het net verschuldigde bedrag kan aanzienlijk variëren, afhankelijk van de betrokken transmissienetbeheerders en de verschillen in structuur tussen de tariferingstelsels van de lidstaten. Derhalve is een zekere mate van harmonisatie noodzakelijk. (11) Het zou niet juist zijn aan de afstand gerelateerde tarieven te hanteren of, mits passende locatiespecifieke signalen zijn ingebouwd, specifieke tarieven voor exporteurs of importeurs vast te stellen, bovenop een algemeen tarief voor toegang tot het nationale net. (12) Voorwaarde voor een goed functionerende concurrentie in de interne markt zijn niet-discriminerende en transparante tarieven voor het gebruik van het net waaronder de koppelleidingen in het transmissienet. De beschikbare capaciteit van deze lijnen dient het maximum te zijn dat in overeenstemming is met de veiligheidsnormen voor een bedrijfszeker beheer van het net. Bij eventuele discriminatie bij de toewijzing van beschikbare capaciteit moet worden aangetoond dat zulks niet tot onredelijke verstoring of belemmering van de ontwikkeling van het handelsverkeer leidt. (13) De marktdeelnemers moeten een duidelijk beeld krijgen van de beschikbare transmissiecapaciteit en de veiligheids-, plannings- en operationele normen die van invloed zijn op de beschikbare transmissiecapaciteit. (14) Er dienen regels te gelden voor het gebruik van eventuele ontvangsten uit congestiebeheersprocedures, tenzij de specifieke aard van de koppelleiding een in de tijd beperkte vrijstelling van deze regels rechtvaardigt .(15) Congestieproblemen moeten op verschillende manieren kunnen worden aangepakt, mits de gebruikte methoden de transmissienetbeheerders en marktdeelnemers maar de juiste economische signalen geven en op marktmechanismen gebaseerd zijn. (16) Om een vlotte werking van de interne markt te verzekeren, moeten er procedures komen waarmee de Commissie besluiten en richtsnoeren betreffende tarifering en capaciteitstoewijzing kan vaststellen, waarbij betrokkenheid van de regelgevende instanties van de lidstaten verzekerd is. (17) Van de lidstaten en de bevoegde nationale autoriteiten moet worden verlangd dat zij de Commissie relevante informatie verschaffen. Deze informatie moet door de Commissie vertrouwelijk worden behandeld. Waar nodig, dient de Commissie de mogelijkheid te hebben de betrokken ondernemingen rechtstreeks om de relevante informatie te verzoeken. (18) De nationale regelgevende instanties moeten erop toezien dat de in deze verordening neergelegde voorschriften en de op basis van deze verordening vastgestelde richtsnoeren in acht worden genomen. (19) De lidstaten moeten regels vaststellen inzake sancties wegens inbreuken op de bepalingen van deze verordening en erop toezien dat deze worden uitgevoerd. Deze sancties moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn. (20) Overeenkomstig het subsidiariteitsbeginsel en het evenredigheidsbeginsel, zoals neergelegd in artikel 5 van het Verdrag, kunnen de doelstellingen van het voorgestelde optreden, te weten het verschaffen van een geharmoniseerd kader voor grensoverschrijdende handel in elektriciteit, niet voldoende door de lidstaten worden verwezenlijkt, en kunnen zij derhalve wegens de omvang en de gevolgen van het optreden, beter door de Gemeenschap worden verwezenlijkt. Deze verordening beperkt zich tot het vereiste minimum om deze doelstellingen te verwezenlijken en gaat niet verder dan hiertoe nodig is. (21) Overeenkomstig artikel 2 van Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden [7] dienen de nodige maatregelen ter uitvoering van deze verordening volgens de regelgevingsprocedure van artikel 5 van Besluit 1999/468/EG, dan wel volgens de raadgevingsprocedure van artikel 3 van dat besluit te worden vastgesteld. [7] PB L 184 van 17.7.1999, blz. 23. HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD : Artikel 1 Doel en werkingssfeer Deze verordening beoogt de grensoverschrijdende handel in elektriciteit en aldus de mededinging op de interne elektriciteitsmarkt te stimuleren door middel van de totstandbrenging van een vergoedingsmechanisme voor grensoverschrijdende stromen en de vaststelling van geharmoniseerde beginselen inzake tarieven voor grensoverschrijdende transmissie en de toewijzing van beschikbare koppelingscapaciteit tussen nationale transmissienetten. Artikel 2 Definities 1. Voor de toepassing van deze verordening zijn de definities in artikel 2 van Richtlijn 96/92/EG van toepassing. 2. Tevens zijn de volgende definities van toepassing: a) Onder "grensoverschrijdende stroom" wordt verstaan een fysieke stroom van elektriciteit via een transmissienet van een lidstaat die het resultaat is van de activiteit van hetzij opwekkers, hetzij verbruikers buiten die lidstaat; b) Onder "congestie" wordt verstaan een situatie waarin een koppeling tussen nationale transmissienetten wegens onvoldoende capaciteit van de betrokken koppelleidingen en/of nationale transmissienetten niet alle uit internationale handel voortvloeiende transacties kan verwerken; (c) Onder "export" van elektriciteit wordt verstaan de verzending van elektriciteit vanuit een lidstaat waarbij tegelijkertijd in een andere lidstaat of een derde land een corresponderende ontvangst ("import") van elektriciteit plaatsvindt. Article 3 Vergoedingsmechanisme voor elektriciteitsstromen tussen transmissienetbeheerders 1. Transmissienetbeheerders ontvangen een vergoeding voor hun kosten in verband met door hen op hun net verzorgde grensoverschrijdende stromen van elektriciteit. 2. De in lid 1 bedoelde vergoeding is verschuldigd door de beheerders van nationale transmissienetten waar de grensoverschrijdende stromen hun oorsprong vinden en waar die stromen eindigen. 3. De vergoedingen worden op gezette tijden betaald over een bepaald tijdvak in het verleden. De betaalde vergoedingen worden waar nodig aangepast aan de werkelijk gemaakte en erkende kosten. Het eerste tijdvak waarover de vergoedingen moeten worden betaald, wordt in de in artikel 7 bedoelde richtsnoeren bepaald. 4. Handelend in overeenstemming met de in artikel 12, lid 4, bedoelde procedure, neemt de Commissie een besluit ten aanzien van de verschuldigde vergoedingsbedragen. 5. De omvang van de verzorgde grensoverschrijdende stromen en de omvang van de grensoverschrijdende stromen die worden aangemerkt als afkomstig van en/of eindigend in nationale transmissienetten worden vastgesteld op basis van de daadwerkelijk over een bepaald tijdvak gemeten fysieke elektriciteitsstromen. 6. De in verband met het verzorgen van grensoverschrijdende stromen te dragen kosten worden berekend op basis van de verwachte gemiddelde incrementele langetermijnkosten , rekening houdend met verliezen, investeringen in nieuwe infrastructuur en een passend aandeel in de kosten van bestaande infrastructuur, voor zover die infrastructuur werd aangelegd voor de transmissie van grensoverschrijdende stromen. Voor het bepalen van de gemaakte kosten wordt gebruik gemaakt van gestandaardiseerde kostenberekeningsmethodes. De aan een net toevloeiende baten als gevolg van het verzorgen van grensoverschrijdende stromen worden in aanmerking genomen. Artikel 4 Tarieven voor de toegang tot netten 1. De door de nationale netbeheerders gehanteerde tarieven voor toegang tot nationale netten moeten doorzichtig zijn en zijn afgestemd op de werkelijk gemaakte kosten, voor zover deze overeenkomen met die van een efficiënte en structureel vergelijkbare netbeheerder en op niet-discriminerende wijze worden toegepast. Zij mogen niet op de afstand gebaseerd zijn. 2. Aan opwekkers en verbruikers (load) kan een bedrag voor toegang tot het net in rekening worden gebracht. Het door opwekkers van elektriciteit te betalen aandeel in de totale netkosten is lager dan het door de verbruikers te betalen aandeel. Waar nodig worden in het op opwekkers en/of verbruikers van toepassing zijnde tarief locatiespecifieke signalen ingebouwd en wordt rekening gehouden met de omvang van de veroorzaakte netverliezen en congestie. 3. Bij de vaststelling van de tarieven voor nettoegang wordt rekening gehouden met de uit het vergoedingsmechanisme voortvloeiende betalingen en ontvangsten. Hierbij wordt uitgegaan van de werkelijk verrichte en ontvangen betalingen, alsmede van de over toekomstige tijdvakken verwachte betalingen, een en ander aan de hand van ramingen over tijdvakken in het verleden. 4. Mits passende en efficiënte locatiespecifieke signalen zijn ingebouwd, overeenkomstig lid 2, gelden de met betrekking tot opwekkers en verbruikers gehanteerde tarieven voor toegang tot nationale netten ongeacht het land van bestemming of herkomst van de elektriciteit als genoemd in de onderliggende handelsovereenkomst. Een en ander laat tarieven die in het kader van het in artikel 6 bedoelde congestiebeheer op export en import worden geheven onverlet. 5. Er worden geen specifieke netkosten berekend voor individuele transacties voor doorvoerstromen . Artikel 5 Verschaffing van informatie over koppelingscapaciteit 1. De transmissienetbeheerders zorgen voor coördinatie- en informatie-uitwisselingsmechanismen teneinde de veiligheid van de netten te waarborgen in het kader van een congestiebeheer. 2. Der door de transmissienetbeheerders gehanteerde veiligheids- operationele en planningsnormen worden openbaar gemaakt. Deze openbaarmaking omvat tevens een algemeen schema voor de berekening van de totale overdrachtcapaciteit en de transmissiebetrouwbaarheidsmarge, een en ander gebaseerd op de reële elektrische en fysieke eigenschappen van het net. Dergelijke schema's moeten door de in artikel 22 van Richtlijn 96/92/EG bedoelde regelgevende instanties worden goedgekeurd. 3. De transmissienetbeheerders publiceren ramingen van de voor iedere dag beschikbare overdrachtcapaciteit, met vermelding van eventuele reeds gereserveerde overdrachtscapaciteit. Deze publicaties vinden plaats op bepaalde tijdstippen vóór de dag van het transport en omvatten in elk geval ramingen voor de komende week en de komende maand, alsook een kwantitatieve aanduiding van de verwachte betrouwbaarheid van de beschikbare capaciteit. Artikel 6 Algemene beginselen inzake congestiebeheer 1. Congestieproblemen op het net worden aangepakt met niet-discriminerende, aan de markt gerelateerde oplossingen waarvan voor de marktdeelnemers en de betrokken transmissienetbeheerders efficiënte economische signalen uitgaan. 2. Procedures om transacties te beperken worden slechts in noodsituaties toegepast wanneer de transmissienetbeheerder snel moet optreden en redispatching of compensatiehandel niet mogelijk is. Dergelijke procedures worden op niet-discriminerende wijze toegepast. Behoudens in geval van overmacht worden marktdeelnemers met een capaciteitstoewijzing voor een eventuele beperking vergoed. 3. De marktdeelnemers krijgen de beschikking over de maximale koppelingscapaciteit, zulks in overeenstemming met de voor een bedrijfszekere exploitatie van het net geldende veiligheidsnormen. 4. De marktdeelnemers stellen de transmissienetbeheerders er voldoende lang vóór de aanvang van de betrokken exploitatieperiode van in kennis of zij voornemens zijn de toegewezen capaciteit te gebruiken. Eventueel niet-benutte toegewezen capaciteit wordt weer op de markt gebracht op een open, transparante en niet-discriminerende wijze. 5. De transmissienetbeheerders vereffenen, voorzover dit technisch mogelijk is, de capaciteitsbehoeften ter zake van eventuele elektriciteitsstromen in tegengestelde richting over de overbelaste koppellijn, teneinde de capaciteit van deze lijn maximaal te benutten. Transacties waarmee de congestie wordt verlicht mogen, met volledige inachtneming van de veiligheidseisen voor het netwerk, nooit worden geweigerd. 6. Eventuele ontvangsten uit de toewijzing van koppelingscapaciteit die een redelijk investeringsrendement te boven gaan worden voor een of meer van de volgende doeleinden benut: a) garanderen dat de toegewezen capaciteit daadwerkelijk beschikbaar is; b) investeringen in het net om de koppelingscapaciteit te handhaven of te vergroten; c) verlaging van de nettarieven. 7. De in artikel 22 van Richtlijn 96/92/EG bedoelde nationale regelgevende instanties van de op een koppelleiding aangesloten lidstaten kunnen per geval en gezamenlijk besluiten dat voor een koppelleiding een in de tijd beperkte vrijstelling van lid 6 geldt. Deze vrijstelling kan worden verlengd. Op een van het bepaalde in lid 6 vrijgestelde koppelleiding blijven artikel 22 van Richtlijn 96/92/EG en de mededingingsregels van het EG-Verdrag van toepassing. 8. Om in aanmerking te komen voor een vrijstelling als bedoeld in lid 7 moet een koppelleiding aan de volgende voorwaarden voldoen: (a) zij moet eigendom zijn van een natuurlijke of rechtspersoon die op zijn minst qua rechtsvorm separaat is van de transmissienetbeheerders wier netten door die koppelleiding worden verbonden; (b) er moeten tarieven worden geheven van specifieke gebruikers van de koppelleiding; (c) op geen enkel moment mag sinds de tenuitvoerlegging van Richtlijn 96/92/EG een deel van de kapitaal- of exploitatiekosten van de koppelleiding zijn terugverdiend met enig bestanddeel van voor het gebruik van door de koppelleiding verbonden transmissie- of distributienetten geheven tarieven; Een vrijstelling is uitgesloten wanneer het Gemeenschapsrecht of nationale wetgeving andere partijen dan de twee betrokken transmissie- of distributienetbeheerders verbiedt een nieuwe koppelleiding aan te leggen tussen de twee betrokken transmissie- of distributienetten. Een vrijstelling geldt normaal alleen voor rechtstreekse koppelleidingen. 9. Het besluit en de voorwaarden met betrekking tot de toekenning van een vrijstelling worden gepubliceerd en onverwijld ter kennis van de Commissie gebracht, samen met alle relevante informatie over het besluit. De informatie kan in geaggregeerde vorm aan de Commissie worden voorgelegd om haar in staat te stellen een gefundeerd besluit te nemen. Binnen vier weken na ontvangst van deze kennisgeving kan de Commissie eisen dat de betrokken nationale regelgevende instantie het besluit tot toekenning van een vrijstelling wijzigt of intrekt. Indien de betrokken nationale regelgevende instantie niet binnen vier weken aan deze eis voldoet neemt de Commissie spoedig een definitief besluit volgens de in artikel 12, lid 2, van deze verordening bedoelde procedure. De Commissie beschermt het vertrouwelijke karakter van commercieel gevoelige informatie. Artikel 7 Richtsnoeren 1. Waar toepasselijk stelt de Commissie, in overeenstemming met de in artikel 12, lid 2, bedoelde procedure, richtsnoeren vast, en wijzigt zij deze, met betrekking tot de volgende aangelegenheden betreffende het vergoedingsmechanisme voor elektriciteitsstromen tussen transmissienetbeheerders, overeenkomstig de in artikel 3 vastgestelde principes: a) bijzonderheden omtrent de beslissing welke transmissienetbeheerders de vergoedingen voor grensoverschrijdende stromen verschuldigd zijn, zulks in overeenstemming met artikel 3, lid 2; b) bijzonderheden omtrent de bij het vergoedingsmechanisme te volgen betalingsprocedure, met inbegrip van de vaststelling van het eerste tijdvak waarover een vergoeding verschuldigd is, zulks in overeenstemming met artikel 3, lid 3, tweede alinea; c) bijzonderheden omtrent de methoden ter bepaling van de omvang van de verzorgde grensoverschrijdende stromen en voor het aanmerken van die stromen als afkomstig van en/of eindigend in nationale transmissienetten van individuele lidstaten, zulks in overeenstemming met artikel 3, lid 5; d) bijzonderheden omtrent de methode tot vaststelling van de kosten die gemoeid zijn met het verzorgen van grensoverschrijdende stromen, zulks in overeenstemming met artikel 3, lid 6; (e) bijzonderheden omtrent de behandeling binnen de context van het vergoedingsmechanisme tussen transmissienetbeheerders van elektriciteitsstromen die afkomstig zijn van en/of eindigen in landen buiten de EER; f) de deelname aan het vergoedingsmechanisme van nationale systemen die via rechtstreekse stroomlijnen met elkaar verbonden zijn, zulks in overeenstemming met artikel 3. 2. In de richtsnoeren worden tevens passende regels aangegeven die leiden tot een geleidelijke harmonisatie van de uit hoofde van de nationale tariefstelsels op opwekkers en verbruikers (load) toegepaste tarieven, inclusief de doorwerking van het vergoedingsmechanisme voor elektriciteitsstromen tussen transmissienetbeheerders in nationale netwerktarieven, zulks in overeenstemming met de in artikel 4 genoemde beginselen 3. In voorkomend geval wijzigt de Commissie, in overeenstemming met de in artikel 12, lid 2, bedoelde procedure, de richtsnoeren inzake beheer en toewijzing van beschikbare overdrachtcapaciteit van koppellijnen tussen nationale netten, als genoemd in de bijlage, zulks in overeenstemming met de in de artikelen 5 en 6 genoemde beginselen. Waar van toepassing, worden bij deze wijzigingen gemeenschappelijke voorschriften inzake minimale veiligheids- en operationele normen voor het gebruik en de werking van het net, als bedoeld in artikel 5, lid 2, vastgesteld. Artikel 8 Nationale regelgevende instanties De in artikel 22 van Richtlijn 96/92/EG [8] bedoelde nationale regelgevende instanties dragen er verantwoordelijkheid voor dat er tarieven voor toegang tot het net en methoden voor congestiebeheer worden vastgesteld en toegepast, zulks in overeenstemming met deze verordening en de krachtens artikel 7 vastgestelde richtsnoeren. [8] Richtlijn gewijzigd bij Richtlijn .../.../EG (PB L ..., ..., blz. ...) Artikel 9 Verschaffing van informatie en vertrouwelijkheid 1. De lidstaten en de in artikel 22 van Richtlijn 96/92/EG [9] bedoelde nationale regelgevende instanties verstrekken de Commissie desgevraagd alle ter uitvoering van artikel 3, lid 4, en artikel 7 benodigde informatie. [9] Richtlijn gewijzigd bij Richtlijn .../.../EG (PB L ..., ..., blz. ...) In het bijzonder stellen de nationale regelgevende instanties voor de toepassing van artikel 3, lid 4 en lid 6, de Commissie op gezette tijden in kennis van de gegevens en alle relevante informatie met betrekking tot de fysieke stromen in door transmissienetbeheerders geëxploiteerde netten en de kosten van het net . 2. De lidstaten zorgen ervoor dat de nationale regelgevende instanties en overheden in staat en bevoegd zijn de uit hoofde van lid 1 vereiste informatie te verstrekken. 3. De Commissie kan alle voor de toepassing van artikel 3, lid 4, en artikel 7 benodigde informatie rechtstreeks van de betrokken ondernemingen en ondernemersverenigingen verlangen. Wanneer de Commissie een verzoek om informatie tot een onderneming of een ondernemersvereniging richt, zendt zij tegelijkertijd een afschrift van het verzoek aan de overeenkomstig artikel 22, lid 1, van Richtlijn 96/92/EG ingestelde nationale regelgevende instanties van de lidstaat op het grondgebied waarvan het hoofdkantoor van de onderneming of de ondernemersvereniging is gevestigd. 4. In haar verzoek noemt de Commissie de rechtsgrond van het verzoek, de voor de te verstrekken informatie gestelde termijn, het doel van het verzoek, alsmede de sancties waarin artikel 11, lid 2, voorziet voor het verstrekken van onjuiste, onvolledige en misleidende informatie. De Commissie stelt hiervoor een redelijke termijn, rekening houdend met de complexiteit van de gevraagde informatie en de urgentie. 5. Tot het verstrekken van de gevraagde inlichtingen zijn verplicht de eigenaren van een onderneming of degenen die hen vertegenwoordigen, en, in het geval van rechtspersonen, van vennootschappen of van verenigingen zonder rechtspersoonlijkheid, degenen die volgens het recht of de statuten bevoegd zijn hen te vertegenwoordigen. Naar behoren tot handelen gemachtigde advocaten mogen de informatie namens hun cliënten verstrekken, in welk geval de cliënt volledig verantwoordelijk blijft indien de verstrekte informatie onvolledig, onjuist of misleidend is. 6. Indien een onderneming of ondernemersvereniging de gevraagde inlichtingen binnen de door de Commissie gestelde termijn niet dan wel onvolledig verstrekt, verlangt de Commissie de inlichtingen bij beschikking. Deze beschikking omschrijft de gevraagde inlichtingen, stelt een passende termijn vast binnen welke deze moeten worden verstrekt en wijst op de in artikel 11, lid 2, bedoelde sancties, alsmede op het recht om tegen de beschikking beroep te stellen bij het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen. De Commissie doet tegelijkertijd een afschrift van haar beschikking toekomen aan de in artikel 22, lid 1, van Richtlijn 96/92/EG bedoelde nationale regelgevende instanties van de lidstaat op het grondgebied waarvan zich de verblijfplaats van de betrokken persoon bevindt, dan wel het hoofdkantoor van de onderneming of de ondernemersvereniging is gevestigd. 7. De overeenkomstig deze verordening ingewonnen informatie mag slechts ter uitvoering van artikel 3, lid 4, en artikel 7 worden aangewend. De Commissie mag uit hoofde van deze verordening verkregen inlichtingen die onder het beroepsgeheim vallen niet openbaar maken. Artikel 10 Het recht van de lidstaten om meer gedetailleerde maatregelen te treffen Deze verordening laat de rechten van de lidstaten onverlet om maatregelen te handhaven of in te voeren die meer gedetailleerde voorschriften bevatten dan die welke in deze verordening en de in artikel 7 bedoelde richtlijnen zijn vervat. Artikel 11 Sancties 1. De lidstaten stellen de regels vast inzake de sancties die van toepassing zijn op inbreuken op de bepalingen van deze verordening en nemen alle nodige maatregelen om te waarborgen dat zij worden uitgevoerd. De sancties moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn. De lidstaten stellen de Commissie uiterlijk op [datum vermelden] van deze bepalingen in kennis en delen haar onverwijld alle latere wijzigingen van die bepalingen mee. 2. De Commissie kan bij beschikking aan ondernemingen of ondernemersverenigingen boetes opleggen van ten hoogste 1% van de totale omzet over het voorgaande boekjaar, wanneer zij opzettelijk of uit onachtzaamheid onjuiste, onvolledige of misleidende informatie verschaffen in antwoord op een ingevolge artikel 9, lid 3, tot hen gericht verzoek, dan wel verzuimen informatie te verschaffen binnen de termijn vastgesteld bij de in artikel 9, lid 6, eerste alinea, bedoelde beschikking. Bij de vaststelling van het bedrag van de geldboete dient de Commissie rekening te houden met de aard en ernst van de inbreuk. 3. De in lid 1 bedoelde sancties en de krachtens lid 2 vastgestelde beschikkingen zijn niet van strafrechtelijke aard. Artikel 12 Comité 1. De Commissie wordt bijgestaan door een comité bestaande uit vertegenwoordigers van de lidstaten en voorgezeten door de vertegenwoordiger van de Commissie. 2. In de gevallen waarin naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 5 en 7 van Besluit 1999/468/EG met inachtneming van het bepaalde in artikel 8 van dat besluit van toepassing. 3. De in artikel 5, lid 6, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt op drie maanden vastgesteld. 4. In de gevallen waarin naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 3 en 7 van Besluit 1999/468/EG met inachtneming van het bepaalde in artikel 8 van dat besluit van toepassing. Artikel 13 Verslag van de Commissie De Commissie ziet toe op de uitvoering van deze verordening. Zij legt aan het Europees Parlement en de Raad uiterlijk drie jaar na inwerkingtreding van deze verordening een verslag voor over de bij de tenuitvoerlegging daarvan opgedane ervaring. Met name moet in het verslag worden onderzocht in hoeverre de verordening erin geslaagd is ervoor te zorgen dat voor de grensoverschrijdende handel in elektriciteit niet-discriminerende en op de kosten afgestemde voorwaarden voor toegang tot het net gelden, ten einde een bijdrage te leveren aan keuzemogelijkheden voor de klant in een goed functionerende interne markt en aan een gewaarborgde voorziening voor de lange termijn. Indien nodig dient het verslag vergezeld te gaan van passende voorstellen en/of aanbevelingen. Artikel 14 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen. Zij is van toepassing vanaf [datum vermelden]. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat. Gedaan te Brussel, [...] Voor het Europees Parlement Voor de Raad De Voorzitster De Voorzitter BIJLAGE Richtsnoeren inzake beheer en toewijzing van beschikbare overdrachtcapaciteit op koppelingslijnen tussen nationale systemen Algemeen 1. Bij de door hen gehanteerde congestiebeheermethode(n) dienen de lidstaten op een economisch efficiënte wijze kortetermijncongestie aan te pakken en tegelijkertijd signalen of stimulansen te verschaffen voor efficiënte net- en productie-investeringen op de juiste plaatsen. 2. De transmissienetbeheerders dienen niet-discriminerende en doorzichtige normen te verschaffen, waarin wordt beschreven wanneer zij welke congestiebeheermethoden zullen gebruiken. Deze normen, alsmede de veiligheidsnormen, moeten in voor eenieder toegankelijke documenten worden beschreven. .3. Het maken van onderscheid tussen de verschillende typen grensoverschrijdende transacties moet, ongeacht de vraag of het hier fysieke bilaterale contracten betreft, dan wel pogingen om op buitenlandse markten vaste voet aan de grond te krijgen, tot een minimum worden beperkt wanneer de regels voor specifieke congestiebeheermethoden worden uitgewerkt. De methode voor de toewijzing van schaarse overdrachtcapaciteit dient doorzichtig te zijn. Eventuele verschillen in de behandeling van transacties moeten aantoonbaar geen concurrentievervalsend effect hebben of de ontwikkeling van concurrentie in de weg staan. 4. Van congestiebeheersystemen uitgaande prijssignalen dienen richtinggebonden te zijn. 5. Transmissienetbeheerders dienen de door hen op de markt aangeboden overdrachtcapaciteit zo "zeker" mogelijk moeten maken. Voor een redelijk deel mag deze capaciteit als minder zeker op de markt worden gebracht, maar de marktdeelnemers dienen te allen tijde op de hoogte te zijn van de precieze voorwaarden voor het transport via grensoverschrijdende lijnen. 6. In aanmerking genomen dat het Europese continentale net uiterst fijnmazig is en dat het gebruik van koppellijnen de energiestromen aan beide zijden van een landsgrens beïnvloedt, moeten de nationale regelgevende instanties erop toezien dat er niet unilateraal congestiebeheersprocedures met significante effecten voor de energiestromen in andere netten worden uitgewerkt. Langlopende contracten 1. Rechten op prioritaire toegang tot koppelingscapaciteit kunnen niet worden toegewezen aan contracten die strijdig zijn met de artikelen 81 en 82 van het EG-Verdrag. 2. Bestaande langlopende contracten krijgen bij vernieuwing geen prioritaire rechten. Informatieverstrekking 1. Transmissienetbeheerders dienen voor passende coördinatie- en informatieuitwisselingsmechanismen te zorgen om de veiligheid van het net te garanderen. 2. Transmissienetbeheerders moeten alle relevante gegevens betreffende de totale grensoverschrijdende overdrachtcapaciteit publiceren. Naast de beschikbare ATC-waarden voor winter en zomer (ATC: available transmission capacity) moeten zij ramingen van de voor iedere dag beschikbare overdrachtcapaciteit publiceren, en dit op verschillende tijdstippen vóór de dag van het transport. De marktdeelnemers moeten ten minste over accurate ramingen voor de komende week kunnen beschikken en de transmissienetbeheerders dienen tevens te proberen informatie voor de komende maand te verschaffen. Een beschrijving van de betrouwbaarheid van de gegevens moet worden bijgevoegd. 3. De transmissienetbeheerders moeten een algemeen schema publiceren voor de berekening van de totale overdrachtcapaciteit en de betrouwbaarheidsmarge voor de overdracht, een en ander uitgaande van de elektrische en fysieke kenmerken van het net. Een dergelijk schema moet dan ter goedkeuring aan de regelgevende instanties van de betrokken lidstaten worden voorgelegd. De gehanteerde veiligheids-, operationele en planningsnormen dienen een integrerend deel te vormen van de informatie die de transmissienetbeheerders in openbare documenten moeten publiceren. Principes die ten grondslag liggen aan methoden voor congestiebeheer 1. Bij voorkeur dienen netcongestieproblemen te worden opgelost via van transacties losstaande methoden, d.w.z. aan de hand van methoden waarbij geen keuze tussen de contracten van afzonderlijke marktdeelnemers behoeft te worden gemaakt. 2. Het marktsplitsingssysteem, zoals in het Nordpool-gebied wordt gebruikt, is in beginsel de best op deze vereiste toegesneden congestiebeheerprocedure. 3. Op korte termijn kan voor congestiebeheer op het vasteland van Europa een methode worden gebruikt die bestaat in impliciete en expliciete veilingen en een gecoördineerde grensoverschrijdende redispatching. 4. Grensoverschrijdende gecoördineerde redispatching of compensatiehandel kan door de betrokken transmissienetbeheerders gezamenlijk worden gebruikt. De voor transmissienetbeheerders aan compensatiehandel en redispatching verbonden kosten moeten evenwel op een efficiënt niveau blijven. 5. Onmiddellijk dient een mogelijke combinatie van marktsplitsing voor het oplossen van "permanente" congestie en compensatiehandel voor het oplossen van tijdelijke congestie te worden onderzocht als een meer permanente wijze van congestiebeheer. Richtsnoeren voor expliciete veilingen 1. Het veilingsysteem moet op zodanige wijze worden opgezet dat alle beschikbare capaciteit op de markt wordt gebracht. Hiertoe kan een gecombineerde veiling worden georganiseerd waarbij capaciteiten van uiteenlopende duur en met verschillende karakteristieken (b.v. met betrekking tot de betrouwbaarheid) worden geveild. 2. Totale koppelingscapaciteit moet te koop worden aangeboden op een reeks veilingen, welke, bijvoorbeeld, jaarlijks, maandelijks, wekelijks, dagelijks of meerdere malen per dag kunnen worden gehouden, al naargelang de behoeften van de betrokken markten. Bij elk van deze veilingen moet dan een voorgeschreven fractie van de overdrachtcapaciteit worden toegewezen, alsmede eventuele resterende capaciteit die nog niet bij eerdere veilingen is toegewezen. 3. De procedures voor expliciete veilingen moeten worden uitgewerkt in nauwe samenwerking tussen de nationale regelgevende instantie en de betrokken transmissienetbeheerder en zo worden opgezet dat bieders ook kunnen deelnemen aan de veilingdagen van georganiseerde markten (d.w.z. een energiebeurs) in de bewuste landen. 4. De elektriciteitsstromen in beide richtingen via overbelaste koppelingslijnen dienen in principe te worden vereffend teneinde de transportcapaciteit in de richting van de congestie te kunnen maximaliseren. De hiertoe te volgen procedure dient echter aan de voor een bedrijfszekere exploitatie van het systeem geldende eisen te voldoen. 5. Om zoveel mogelijk capaciteit op de markt te kunnen brengen, dienen de aan de vereffening van stromen verbonden financiële risico's te berusten bij de partijen die voor de verwezenlijking van deze risico's verantwoordelijk zijn. 6. Iedere goedgekeurde veilingprocedure moet richtinggebonden prijssignalen naar de marktdeelnemers kunnen laten uitgaan. Elektriciteitstransporten in een richting tegengesteld aan de overheersende energiestroom verlichten de congestie en moeten derhalve extra transportcapaciteit over de overbelaste koppelingslijn opleveren. 7. Om mogelijke ergere problemen in verband met de dominante positie van één of meerdere marktdeelnemers te voorkomen, dienen de bevoegde regelgevende instanties bij het ontwerp van veilingmechanismen serieus te denken aan een beperking van de hoeveelheid capaciteit die één enkele marktdeelnemer op een veiling kan kopen, dan wel bezitten of gebruiken. 8. Om het ontstaan van vlot functionerende elektriciteitsmarkten te bevorderen, moet op een veiling gekochte capaciteit vrij verhandelbaar zijn tot het tijdstip van de kennisgeving aan de transmissienetbeheerder dat de gekochte capaciteit zal worden gebruikt.