Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement overeenkomstig artikel 251, lid 2, tweede alinea, van het EG-Verdrag over het gemeenschappelijk standpunt van de Raad met het oog op de aanneming van een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende grensoverschrijdende betalingen in euro /* SEC/2001/1991 def. - COD 2001/0174 */
MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT overeenkomstig artikel 251, lid 2, tweede alinea, van het EG-Verdrag over het gemeenschappelijk standpunt van de Raad met het oog op de aanneming van een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende grensoverschrijdende betalingen in euro 2001/0174 (COD) MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT overeenkomstig artikel 251, lid 2, tweede alinea, van het EG-Verdrag over het gemeenschappelijk standpunt van de Raad met het oog op de aanneming van een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende grensoverschrijdende betalingen in euro 1. ACHTERGROND Datum van indiening van het voorstel bij het Europees Parlement en de Raad (COM(2001) 439 def., 2001/0174 (COD)): // 25 juli 2001 Datum van het advies van het Europees Parlement in eerste lezing: // 15 november 2001 Datum van het politieke akkoord: // 26 november 2001 Datum van het advies van het Economisch en Sociaal Comité: // 29 november 2001 Datum van de formele vaststelling van het gemeenschappelijk standpunt door de Raad: // 7 december 2001 2. DOEL VAN HET VOORSTEL VAN DE COMMISSIE Totstandbrenging van een gemeenschappelijke betalingsruimte waarbinnen de kosten van grensoverschrijdende betalingen in euro niet verschillen van de kosten van binnenlandse betalingen. Het is uiterst wenselijk dat dit voorstel vóór 1.1.2002 definitief wordt goedgekeurd. 3. COMMENTAAR OP HET GEMEENSCHAPPELIJK STANDPUNT 3.1. Algemene opmerkingen bij het gemeenschappelijk standpunt De door de Commissie voorgestelde regeling wordt vrijwel volledig in het gemeenschappelijk standpunt overgenomen, maar de invoering ervan wordt met 6 maanden uitgesteld. De bepalingen betreffende overmakingen van een bedrag van meer dan 12 500 EUR zullen pas in 2006 in werking treden. Cheques genieten een speciale behandeling. Voorts is ook een regeling toegevoegd voor transacties in de drie andere valuta's van de Unie. 3.2. Beknopte behandeling van de amendementen van het Europees Parlement in eerste lezing Het Parlement heeft 14 amendementen aangenomen. * Volledig overgenomen amendementen Amendement 1 op overweging 1 Amendement 2 op overweging 3 Amendement 5 is overweging 10 geworden Amendement 15 is overweging 13 geworden Amendement 13 op artikel 3 Amendement 11 op artikel 5 Amendement 12 op artikel 5(2) * Louter geherformuleerde amendementen. Amendement 3 is overweging 4 geworden inzake de weinige vooruitgang die de afgelopen jaren is geboekt. Amendement 6 is artikel 7 geworden betreffende de naleving van de bepalingen. De tekst is vereenvoudigd, waarbij alleen de algemene strekking bewaard is gebleven. * Overgenomen maar inhoudelijk gewijzigde amendementen In de amendementen 16, 10 en 14 is de datum van inwerkingtreding voor elektronische betalingstransacties vastgesteld op 1 maart 2002 voor transacties met behulp van een kaart en op 1 maart 2003 voor overmakingen. Om snel tot een compromis te kunnen komen, heeft de Raad deze data om haalbaarheidsredenen 4 maanden opgeschoven. De overige aspecten van deze amendementen (uitsluiting van de cheque van het beginsel van de gelijkschakeling van de kosten) zijn in het gemeenschappelijk standpunt overgenomen. Amendement 7 (artikel 8 geworden) voorzag in de invoeging van een herzieningsclausule. Dit artikel is aanzienlijk versterkt door de Raad en verplicht de Commissie thans om een verslag voor te leggen over de problematiek van de concurrentievoorwaarden en de statistische rapportage. Voorts is ook hier de oorspronkelijke datum van 1 januari 2004 6 maanden opgeschoven. * Niet-overgenomen amendement Met amendement 4 werd beoogd een overweging in te lassen waarin werd gesteld dat de inwerkingtreding van de verordening niet tot een verhoging van de kosten van binnenlandse betalingen mocht leiden. Het is het enige amendement dat de Commissie heeft afgewezen omdat het een juridisch probleem opleverde in die zin dat geen enkel artikel in het corpus van de verordening bij deze beginselverklaring aansloot. In een door de Raad ingevoegde bepaling wordt nu wel naar deze bezorgdheid verwezen: in de herzieningsclausule (artikel 8) wordt bepaald dat de Commissie een verslag dient voor te leggen over "de gevolgen die de toepassing van de verordening heeft voor de kosten voor betalingen binnen een lidstaat". 3.3. Nieuwe bepalingen die door de Raad zijn toegevoegd en standpunt van de Commissie daarover In verband met twee onderwerpen die niet door het Parlement zijn aangesneden, is de Raad van het oorspronkelijke voorstel van de Commissie afgeweken. * Statistische rapportage In het oorspronkelijke voorstel van de Commissie werd bepaald dat de systematische rapportage van transacties van meer dan 12 500 EUR met ingang van 1 januari 2004 was afgeschaft. Deze bepaling stuitte op scherpe kritiek van sommige lidstaten. Daarom heeft het voorzitterschap voorgesteld om het beginsel dat de tarieven moeten worden gelijkgeschakeld, pas vanaf 1 januari 2006 te laten gelden voor transacties van meer dan 12 500 EUR (toevoeging bij artikel 3). Ook de verplichting om de rapportage van transacties van meer dan 12 500 EUR af te schaffen, is weggevallen (wijziging van artikel 6). Er is een nieuwe overweging (nr. 12) ingevoegd waarin wordt gesteld dat deze afschaffing geleidelijk moet geschieden. Deze kwestie komt bovendien aan de orde in de herzieningsclausule en moet worden behandeld in het in 2004 door de Commissie op te stellen verslag (artikel 8). * Andere valuta's dan de euro Het voorstel voor een verordening heeft betrekking op transacties in euro op de interne markt. De werkingssfeer ervan blijft derhalve niet beperkt tot het grondgebied van de eurozone. Sommige lidstaten wensten dat het bepaalde in de verordening ook zou gelden voor grensoverschrijdende transacties in hun nationale valuta. Er is dan ook voorzien in een mechanisme dat het mogelijk maakt de werkingssfeer van de verordening tot deze valuta's te verruimen en dat in werking treedt wanneer een lidstaat de Commissie in kennis heeft gesteld van zijn besluit om de toepassing van de verordening tot zijn valuta uit te breiden. Tijdens de Raad (Interne markt) van 26 november 2001 heeft de Commissie verklaard met de in verband met beide bovenvermelde aspecten voorgestelde wijzigingen te kunnen instemmen. 4. CONCLUSIES Toen de Raad (Interne markt) op 26 november een politiek akkoord over het gemeenschappelijk standpunt bereikte, heeft de Commissie haar steun betuigd aan de compromistekst die door het voorzitterschap werd voorgesteld en uiteindelijk met gekwalificeerde meerderheid werd aangenomen. De Commissie acht het van essentieel belang dat deze verordening nog vóór 31 december 2001 wordt vastgesteld omdat zij verband houdt met het in omloop brengen van eurobankbiljetten en -munten.