Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement overeenkomstig artikel 251, lid 2, tweede alinea, van het EG-Verdrag over het gemeenschappelijk standpunt van de Raad met het oog op de aanneming van de richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake ongewenste stoffen in diervoeder /* SEC/2001/1424 def. - COD 1999/0259 */
MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT overeenkomstig artikel 251, lid 2, tweede alinea, van het EG-Verdrag over het gemeenschappelijk standpunt van de Raad met het oog op de aanneming van de richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake ongewenste stoffen in diervoeder 1- PROCEDUREVERLOOP Indiening van het voorstel bij het Europees Parlement en de Raad (document COM(1999) 654 def. - 1999/0259 (COD)): // 17.12.1999 Advies van het Economisch en Sociaal Comité: // 29.3.2000 Advies van het Europees Parlement in eerste lezing: // 4.10.2000 Indiening van het gewijzigde voorstel: // 19.12.2000 Vaststelling van het gemeenschappelijk standpunt: // 17.9.2001 2- DOEL VAN HET VOORSTEL VAN DE COMMISSIE Richtlijn 1999/29/EG van de Raad voorziet in maximumgehalten voor de aanwezigheid van ongewenste stoffen en producten in voedermiddelen en diervoeders. Wanneer die voedermiddelen en diervoeders niet beantwoorden aan de eisen inzake de maximumgehalten, mogen ze niet in het verkeer worden gebracht. Richtlijn 1999/29/EG van 22 april 1999 inzake ongewenste stoffen en producten in diervoeding [1] is een codificatie van Richtlijn 74/63/EEG, die herhaaldelijk gewijzigd is. [1] PB L 115 van 4.5.1999, blz. 32. Volgens Richtlijn 1999/29/EG mogen voedermiddelen, wanneer de vastgestelde maximumgehalten worden overschreden toch in mengvoeders worden gebruikt, voorzover daardoor het voor de mengvoeders vastgestelde maximumgehalte niet wordt overschreden. Voorts mogen de lidstaten van de maximumgehalten afwijken wanneer het gaat om voedergewassen die op een landbouwbedrijf worden geteeld en daar in dezelfde toestand worden gebruikt, voorzover dit om bijzondere redenen vereist is en mits de gezondheid van mens en dier daardoor niet wordt geschaad. Dit voorstel is een ingrijpende wijziging van Richtlijn 1999/29/EG; deze richtlijn wordt ingetrokken en vervangen door een nieuwe tekst. Het voorstel werd aangekondigd in het werkprogramma dat aan de Landbouwraad van juli 1999 en ook aan het Europees Parlement is voorgelegd, en dat bedoeld was om de tekortkomingen in de bestaande communautaire wetgeving voor diervoeders, zoals die tijdens te dioxinecrisis in 1999 tot uiting kwamen, te verhelpen. De belangrijkste wijzigingen kunnen als volgt worden samengevat: - de werkingssfeer van de richtlijn is verruimd, zodat ook maximumgehalten kunnen worden vastgesteld voor ongewenste stoffen in toevoegingsmiddelen voor diervoeders; - het verdunnen ("wegmengen") van verontreinigde voedermiddelen in plaats van deze te decontamineren of te vernietigen is niet meer toegestaan; - er mag op landbouwbedrijven niet langer om bijzondere redenen van de maximumgehalten worden afgeweken; - er komt een mogelijkheid om actiedrempels vast te stellen op grond waarvan onderzoek moet worden verricht om de bron van de verontreiniging op te sporen ("systeem voor vroegtijdige waarschuwing") en maatregelen te nemen om de verontreiniging weg te nemen of te beperken ("pro-actieve aanpak"). 3- OPMERKINGEN OVER HET GEMEENSCHAPPELIJK STANDPUNT De Commissie kan alle door de Raad aangebrachte wijzigingen aanvaarden, en wel om de volgende redenen: 1. Vervanging van de term "ongewenste stoffen en producten" door "ongewenste stoffen": uit de definitie van ongewenste stoffen in artikel 2, onder l), blijkt duidelijk dat ongewenste producten hieronder vallen. 2. Vervanging van de term "materialen die bedoeld zijn voor het voederen van dieren" door "producten die bedoeld zijn voor het voederen van dieren": hierdoor wordt verwarring voorkomen. 3. Invoeging van een nieuwe overweging (4) betreffende de kwaliteit en veiligheid van drinkwater voor dieren: het is inderdaad nodig en passend dat drinkwater voor dieren veilig is. De Commissie heeft bij de eerste lezing in het Europees Parlement al aangekondigd dat zij zich zal buigen over de vraag of water in het kader van Richtlijn 96/25/EG als diervoeder moet worden aangemerkt. 4. Schrapping van overweging 15 van het gewijzigde voorstel van de Commissie COM(2000) 861 betreffende het informatiesysteem van de lidstaten bij niet-naleving: het artikel en de bijbehorende overweging zijn in deze richtlijn overbodig aangezien het informatiesysteem is verbeterd en uitgebreid bij Richtlijn 2001/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2001 houdende wijziging van Richtlijn 95/53/EG van de Raad tot vaststelling van de beginselen inzake de organisatie van de officiële controles op het gebied van diervoeding alsmede van de Richtlijnen 70/524/EEG, 96/25/EG en 1999/29/EG van de Raad inzake diervoeding [2]. [2] PB L 234 van 1.9.2001, blz. 55. 5. Artikel 1, lid 2: door de specifieke regelgeving ter zake te noemen in plaats van naar de voorschriften voor de betrokken onderwerpen te verwijzen wordt de tekst nauwkeuriger en wordt verwarring voorkomen. 6. Artikel 2, definities: de definities van "partij" en "gezelschapsdieren" zijn geschrapt omdat die woorden niet meer in de tekst voorkomen. 7. Artikel 3, lid 1: door het toevoegen van de woorden "voor gebruik in de Gemeenschap uit derde landen binnenkomen" wordt bereikt dat naast het verkeer en het gebruik ook dit aspect wordt bestreken. Bij de uitdrukking "zuiver, deugdelijk en van de gebruikelijke handelskwaliteit" wordt vermeld dat de producten bij correct gebruik dus geen enkel gevaar mogen opleveren voor de gezondheid van mens en dier of voor het milieu en de dierlijke productie niet ongunstig mogen beïnvloeden. 8. Artikel 4, lid 2: de bepalingen betreffende de invoering van het begrip actiedrempel zijn duidelijker geformuleerd en er is toegevoegd dat de Commissie en de overige lidstaten alle nuttige informatie moeten ontvangen. 9. Artikel 8: dit artikel is anders ingedeeld om het duidelijker te maken. Ook kunnen nu naast criteria voor de producten die zuiveringsprocédés hebben ondergaan, criteria voor de aanvaardbaarheid van de zuiveringsprocédés zelf worden vastgesteld; verder is een bepaling toegevoegd om te garanderen dat de procédés correct worden toegepast en de gezuiverde producten aan de voorschriften voldoen. 10. Schrapping van het vroegere artikel 10: zie toelichting onder punt 4. 11. Invoeging van een nieuw artikel 10: raadpleging van de bevoegde wetenschappelijke comités voor bepalingen die gevolgen kunnen hebben voor de volksgezondheid en de diergezondheid is nodig en passend. 12. Artikel 13, lid 2: de bepaling betreffende het terugzenden naar het land van oorsprong van verontreinigde producten die buiten de Gemeenschap geproduceerd zijn, is duidelijker geformuleerd. 13. Schrapping van het onderscheid in de bijlage tussen "stoffen", "producten" en "botanische onzuiverheden": deze wijziging sluit aan bij de in punt 1 genoemde wijziging. 4- CONCLUSIE De Commissie aanvaardt het gemeenschappelijk standpunt van de Raad omdat het in overeenstemming is met de geest van het voorstel van de Commissie en het merendeel van de amendementen van het Parlement in eerste lezing.