Voorstel voor een verordening van de Raad tot vaststelling van autonome maatregelen betreffende de invoer van vis en visserijproducten uit de Republiek Cyprus /* COM/2001/0644 def. - ACC 2001/0261 */
Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD tot vaststelling van autonome maatregelen betreffende de invoer van vis en visserijproducten uit de Republiek Cyprus. (door de Commissie ingediend) TOELICHTING Op 4 april 2001 heeft de Raad de Commissie gemachtigd namens de Gemeenschap met de Republiek Cyprus onderhandelingen te openen over de verdere liberalisering van de onderlinge handel in vis en visserijproducten. De Gemeenschap heeft in de visserijsector een groot handelsoverschot met Cyprus. Voor de Cyprische uitvoer zijn vooral zeebaars, zeebrasem en pootvis van belang. De onderhandelingen met Cyprus hebben op 11 mei en 28 juni 2001 plaatsgevonden. De partijen hebben daarbij overeenstemming bereikt over de basisbeginselen van eenvoudige, geleidelijke en wederzijdse tariefconcessies, waarvan de bijzonderheden in het door de hoofden van de delegaties ondertekend proces verbaal zijn neergelegd. De Gemeenschap is bij deze onderhandelingen in hoofdzaak de volgende verbintenissen aangegaan: Voor zeebaars (Dicentrarchus labrax) van GN-onderverdeling 0302 69 94, goudbrasem (Sparus aurata) van GN-onververdeling 0302 69 95 en spitste ringbrasem (Puntazzo puntazzo) van GN-onderverdeling ex 0302 69 99) werd overeengekomen dat de Gemeenschap voor deze drie soorten een gemeenschappelijk tariefcontingent zou openen. Dit op de traditionele handel gebaseerde tariefcontingent zou bij de inwerkingtreding van de overeenkomst 500 ton bedragen met een contingentrecht van 7,5%. Het wordt een jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst verhoogd tot 600 ton met een contingentrecht van 0% en wordt twee jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst afgeschaft. Voor pootvis van de vorengenoemde soorten die onder onderverdeling ex 0301 99 90 van de gecombineerde nomenclatuur valt, zal de Gemeenschap bij de inwerkingtreding van de overeenkomst een op de traditionele handel gebaseerd tariefcontingent van 12.500.000 stuks met een contingentrecht van 5% openen. Dit contingent wordt een jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst verhoogd tot 15.000.000 stuks met een contingentrecht van 0% en wordt twee jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst afgeschaft. Met ingang van de datum van inwerkingtreding van de overeenkomst worden de rechten van het gemeenschappelijk douanetarief voor alle andere vis en visserijproducten als omschreven in Verordening (EG) nr. 104/2000 van de Raad met een derde verlaagd. Het daaropvolgende jaar wordt nogmaals een vermindering met een derde toegepast. Twee jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst geldt voor alle vis en visserijproducten volledige vrijhandel. Aan de Associatieovereenkomst tussen de Gemeenschap en de Republiek Cyprus dient een protocol te worden toegevoegd waarin de nieuwe handelsregelingen voor bepaalde vis en visserijproducten zijn neergelegd. In afwachting van de voltooiing van de interne procedures voor de inwerkingtreding van het aanvullend protocol wordt voorgesteld dat de Gemeenschap bij verordening van de Raad autonome maatregelen vaststelt om de aan Cyprus gedane concessies reeds op 1 januari 2002 in werking te doen treden. Het is wenselijk dat de overeenkomst snel in werking treedt zodat een aanvang kan worden gemaakt met de geleidelijke liberalisering van de handel in vis en visserijproducten en teneinde Cyprus een positief politiek signaal te geven in het kader van het toetredingsproces. De goedkeuring van de voorgestelde autonome maatregelen vervroegt de werkelijke begindatum van de geleidelijke liberalisering van de handel in vis en visserijproducten tussen de Gemeenschap en de Republiek Cyprus. Met deze omstandigheid dient derhalve rekening te worden gehouden wanneer het nieuwe aanvullend protocol bij de Associatieovereenkomst in werking treedt. Met het oog hierop zal de Commissie de sluiting van een interpretatieve briefwisseling met Cyprus voorstellen. Gezien het bovenstaande wordt de Raad verzocht zijn goedkeuring te hechten aan de bijgaande verordening waarbij de tussen de Gemeenschap en Cyprus overeengekomen concessies autonoom ten uitvoer worden gelegd. 2001/0261 (ACC) Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD tot vaststelling van autonome maatregelen betreffende de invoer van vis en visserijproducten uit de Republiek Cyprus. DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 133, Gezien het voorstel van de Commissie, Overwegende hetgeen volgt: (1) De overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Republiek Cyprus [1] werd op 19 december 1972 te Brussel ondertekend en is op 1 juni 1973 in werking getreden. [1] PB L 133 van 21.5.1873, blz. 2 (2) Overeenkomstig de op 4 april 2001 door de Raad vastgestelde richtsnoeren werden de onderhandelingen met Cyprus over een nieuw aanvullend protocol bij de Associatieovereenkomst op 28 juni 2001 beƫindigd. (3) Het nieuwe aanvullend protocol, dat op artikel 2 van de Associatieovereenkomst gebaseerd is, voorziet in concessies voor vis en visserijproducten. (4) De snelle tenuitvoerlegging van de overeenkomst is een essentieel element van het resultaat van de onderhandelingen over de sluiting van een nieuw aanvullend protocol bij de Associatieovereenkomst met Cyprus. (5) Cyprus zal op autonome grondslag alle wettelijke bepalingen vaststellen die noodzakelijk zijn voor de wederzijdse en simultane tenuitvoerlegging van de aan de Gemeenschap gedane concessies waarin het aanvullend protocol voorziet. (6) Het is derhalve passend dat de Gemeenschap autonome maatregelen vaststelt ter uitvoering van de concessies waarin het nieuwe aanvullend protocol bij de Associatieovereenkomst voorziet. (7) Het is dienstig bij het beheer van de tariefcontingenten rekening te houden met de chronologische volgorde van de data van aanvaarding van de douaneaangiften overeenkomstig het bepaalde in Verordening (EEG) nr. 2454/93 van 2 juli 1993 houdende vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad tot vaststelling van het communautair douanewetboek [2] [2] PB L 253 van 11.10.1993, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 993/2001 (L 141 van 28.5.2001, blz.1). HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD: Artikel 1 1. De in de artikelen 2, 3 en 4 neergelegde regelingen voor de invoer van vis en visserijproducten uit Cyprus in de Gemeenschap strekken tot wijziging van de overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Republiek Cyprus. 2. Met ingang van de datum van inwerkingtreding van het nieuwe aanvullend protocol bij de Associatieovereenkomst met Cyprus worden de daarin neergelegde concessies op wederkerige grondslag ten uitvoer gelegd met inachtneming van de maatregelen die reeds voor die datum door beide partijen werden vastgesteld. Dientengevolge treden de bepalingen van het aanvullend protocol op de datum van inwerkingtreding in de plaats van de desbetreffende bepalingen van deze verordening en prevaleren zij boven de laatstgenoemde. Artikel 2 Met ingang van 1 januari 2002 worden de rechten van het gemeenschappelijk douanetarief voor vis en visserijproducten als omschreven in artikel 1 van Verordening (EG) Nr. 104/2000 van de Raad, andere dan die vermeld in de artikelen 3 en 4, door de Gemeenschap met een derde verlaagd. Met ingang van 1 januari 2003 zal de Gemeenschap de rechten van het gemeenschappelijk douanetarief die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening van toepassing waren nogmaals met een derde verlagen. Met ingang van 1 januari 2004 worden de rechten van het gemeenschappelijk douanetarief voor alle vis en visserijproducten, met inbegrip van de producten vermeld in de artikelen 3 en 4, door de Gemeenschap opgeheven. Artikel 3 Voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2002 wordt een gezamenlijk communautair tariefcontingent met volgnummer 09.1435 geopend voor een hoeveelheid van 500 ton met een contingentrecht van 7,5% (ad volorem) voor zeebaars (Dicentrarchus labrax) van GN-onderverdeling 0302 69 94, goudbrasem (Sparus aurata) van GN-onderverdeling 0302 69 95 en spitse ringbrasem Puntazzo puntazzo) van GN-onderverdeling ex 0302 69 99, uit Cyprus. Voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2003 wordt voor de genoemde producten van oorsprong uit Cyprus een communautair tariefcontingent met volgnummer 09.1435 geopend voor een hoeveelheid van 600 ton met een contingentrecht van 0%. Voor de in de Gemeenschap ingevoerde hoeveelheden die het tariefcontingent overschrijden, geldt het bepaalde in artikel 2. Artikel 4 Voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2002 wordt een gezamenlijk communautair tariefcontingent met volgnummer 09.1436 geopend voor een hoeveelheid van 12.500.000 stuks met een contingentrecht van 5% (ad valorem) voor pootvis van de in artikel 3 vermelde soorten van GN-onderverdeling ex 0301 99 90, van oorsprong uit Cyprus. Voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2003 wordt voor de genoemde producten van oorsprong uit Cyprus een communautair tariefcontingent met volgnummer 09.1436 geopend voor een hoeveelheid van 15.000.000 stuks met een contingentrecht van 0%. Met ingang van de 1 januari 2003 wordt het tariefcontingent vastgesteld op 15.000.000 stuks met een contingentrecht van 0%. Voor de in de Gemeenschap ingevoerde hoeveelheden die het tariefcontingent overschrijden, geldt het bepaalde in artikel 2. Artikel 5 De in de artikelen 3 en 4 bedoelde tariefcontingenten worden door de Commissie beheerd overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 308bis en 308ter van Verordening (EG) nr. 2454/93. Artikel 6 De in artikel 2 bedoelde verlagingen worden volgens de gebruikelijke wiskundige methode berekend. Dat wil zeggen dat: (a) cijfers met 50 of minder na de decimale komma naar beneden worden afgerond op het dichtstbijzijnde gehele getal; (b) cijfers met meer dan 50 na de decimale komma naar boven worden afgerond op het dichtstbijzijnde gehele getal; (c) alle rechten van minder dan 2% automatisch op 0% worden vastgesteld. Artikel 7 Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen. Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2002. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat. Gedaan te Brussel, [...] Voor de Raad De voorzitter [...] FINANCIEEL MEMORANDUM 1. Benaming van de actie Voorstel voor autonome maatregelen die erop gericht zijn de toepassing van de bepalingen van een aanvullend protocol bij de Associatieovereenkomst met Cyprus, houdende een handelsregeling voor vis en visserijproducten, op een eerder tijdstip te doen plaatsvinden. De overeengekomen wederzijdse concessies worden over een periode van twee jaar ten uitvoer gelegd en leiden tot volledige liberalisering van de handel in de betrokken producten. 2. Begrotingsplaats(en) Hoofdstuk 12, artikel 120 3. Rechtsgrondslag Artikel 133 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap 4. Beschrijving en motivering 4.1 Algemene doelstelling Volledige liberalisering van de handel in vis en visserijproducten ter voorbereiding van de toetreding van Cyprus tot de Europese Gemeenschap. 5. Indeling uitgaven en ontvangsten 5.1 Aard van de ontvangsten Invoerrechten 6. Aard uitgaven en ontvangsten - De voorgestelde maatregel leidt tot een vermindering van de invoerrechten op vis en visserijproducten uit Cyprus, - De maatregel zal echter ook ten gevolge hebben dat exporteurs van visserijproducten in de Gemeenschap minder invoerrechten betalen in Cyprus. 7. Financiƫle gevolgen 7.1 Berekening van de totale kosten van de maatregel (verhouding individuele en totale kosten) Uit Cyprus worden slechts enkele producten ingevoerd. De volgende tabel heeft betrekking op de invoer in 1998, 1999 en 2000 alsook op het gemiddelde van de betaalde rechten. Het geraamde gemiddelde recht voor verse en gekoelde vis is 12%. >RUIMTE VOOR DE TABEL> De in 1999 geheven invoerrechten zijn met ongeveer 100% toegenomen ten opzichte van 1998; in 2000 is er een toename van 30% ten opzichte van 1999. Voor de komende jaren wordt eveneens een redelijke toename verwacht, namelijk 20% in 2001 en 10% in 2002. Dit kan evenwel niet met zekerheid worden vastgesteld. 7.2 Uitsplitsing van de kosten Vastleggingskredieten in miljoen euro (actuele prijzen) >RUIMTE VOOR DE TABEL>