52001PC0569

Voorstel voor een Verordening van de Raad inzake specifieke beperkende maatregelen tegen bepaalde personen en entiteiten in het kader van de strijd tegen het internationale terrorisme /* COM/2001/0569 def. - CNS 2001/0228 */

Publicatieblad Nr. 025 E van 29/01/2002 blz. 0474 - 0477


Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD inzake specifieke beperkende maatregelen tegen bepaalde personen en entiteiten in het kader van de strijd tegen het internationale terrorisme

(ingediend door de Commissie)

TOELICHTING

(1) Op de buitengewone bijeenkomst van 21 september 2001 verklaarde de Europese Raad dat het terrorisme een waarlijke uitdaging is voor de wereld en voor Europa, en dat de strijd tegen het terrorisme een prioritaire doelstelling van de Europese Unie zal zijn. De Europese Raad verklaarde tevens dat de strijd tegen de financiering van terrorisme van doorslaggevend belang is in de strijd tegen het terrorisme, en verzocht de Raad de nodige maatregelen ter bestrijding van iedere vorm van financiering van terroristische activiteiten te treffen.

(2) De voorgestelde verordening beoogt een snelle en coherentere toepassing en een optimale effectiviteit van deze maatregelen in de gehele Europese Gemeenschap. Teneinde ontduiking van de voorgestelde maatregelen te voorkomen, wordt het noodzakelijk geacht beperkingen toe te passen op betalingen en kapitaalbewegingen binnen de Europese Gemeenschap.

(3) De voorgestelde maatregelen zullen mogelijk te zijner tijd moeten worden aangevuld met andere maatregelen, rekening houdend met de besluiten van de VN-Veiligheidsraad en de lessen die getrokken worden uit de toepassing van de voorgestelde maatregelen. De Commissie zal waar nodig aanvullende voorstellen doen.

2001/0228 (CNS)

Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD inzake specifieke beperkende maatregelen tegen bepaalde personen en entiteiten met het oog op de strijd tegen het internationale terrorisme

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel 308,

Gezien het voorstel van de Commissie [1],

[1] PB C [...], [...], blz. [...].

Gezien het advies van het Europees Parlement [2],

[2] PB C [...], [...], blz. [...].

Overwegende hetgeen volgt:

(1) De Europese Raad heeft op een buitengewone bijeenkomst op 21 september 2001 verklaard dat het terrorisme een waarlijke uitdaging voor de wereld en voor Europa is en dat de strijd tegen het terrorisme een prioritaire doelstelling van de Europese Unie zal zijn.

(2) De Europese Raad heeft verklaard dat de strijd tegen de financiering van terrorisme van doorslaggevend belang is in de strijd tegen het terrorisme en heeft de Raad verzocht de nodige maatregelen ter bestrijding van iedere vorm van financiering van terroristische activiteiten te treffen.

(3) De Europese Raad heeft de Raad verzocht de relatie tussen de Europese Unie en derde landen systematisch te beoordelen in het licht van eventuele steun van deze landen aan het terrorisme.

(4) De maatregelen waarin deze verordening voorziet zullen, wanneer zij genomen worden op het niveau van de Europese Unie, zorgen voor een snelle en coherentere toepassing en een optimale effectiviteit van deze maatregelen in de gehele Gemeenschap, terwijl tegelijkertijd verstoring van de concurrentie of negatieve effecten op het functioneren van de interne markt worden voorkomen.

(5) Teneinde ontduiking van de bepalingen van deze verordening te voorkomen zouden ook beperkingen moeten worden opgelegd aan betalingen en kapitaalverkeer binnen de Gemeenschap.

(6) De maatregelen waarin deze verordening voorziet, mogen niet leiden tot disproportionele schade aan de belangen van de Gemeenschap en daarom moet worden voorzien in de mogelijkheid besluiten te nemen over uitzonderingen overeenkomstig procedures die risico's voor de belangen van de Gemeenschap tot een minimum beperken.

(7) Er moet eveneens worden voorzien in een procedure voor wijziging van de bijlagen bij deze verordening.

(8) Aangezien de maatregelen die nodig zijn voor de tenuitvoerlegging van deze verordening beheersmaatregelen zijn in de zin van artikel 2 van Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden [3], moeten zij worden vastgesteld via de beheersprocedure van artikel 4 van dat Besluit.

[3] PB L 184 van 17.7.1999, blz. 23.

(9) Ontduiking van deze verordening moet worden tegengegaan door een adequaat informatiesysteem en zo nodig rechtsmiddelen, met inbegrip van aanvullende communautaire wetgeving.

(10) De bevoegde instanties van de lidstaten moeten, waar nodig, de bevoegdheid krijgen om toe te zien op de naleving van deze verordening.

(11) De lidstaten moeten regels vastleggen voor de sancties die van toepassing zijn op overtredingen van de bepalingen van deze verordening en ervoor zorgen dat deze worden uitgevoerd. Deze sancties moeten doeltreffend en evenredig zijn en een preventieve werking hebben. Het is wenselijk dat deze sancties kunnen worden opgelegd met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze verordening.

(12) De Commissie en de lidstaten dienen elkaar op de hoogte te stellen van de krachtens deze verordening getroffen maatregelen en andere in verband met deze verordening tot hun beschikking staande relevante informatie.

(13) Deze verordening dient met spoed in werking te treden.

(14) Het verdrag voorziet voor de goedkeuring van deze verordening niet in andere bevoegdheden dan die van artikel 308,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

In het kader van deze verordening gelden de volgende definities:

1. "Middelen": financiële activa en economische voordelen van enigerlei aard, inclusief, maar niet noodzakelijkerwijs beperkt tot contanten, cheques, geldvorderingen, wissels, postwissels en andere betaalmiddelen; deposito's bij financiële instellingen of andere entiteiten, saldi op rekeningen, schulden en schuldbewijzen; in het openbaar en ondershands verhandelde waardepapieren en schuldbewijzen, inclusief aandelen, certificaten van waardepapieren, obligaties, promesses, warrants, schuldbekentenissen, derivatencontracten; interesten, dividenden of andere inkomsten over of waarde voortkomende uit of gegenereerd door activa; krediet, recht op compensatie, garanties, uitvoeringsgaranties of andere financiële verplichtingen; kredietbrieven, cognossementen, koopbrieven; bewijsstukken van een belang in fondsen of financiële middelen en ieder ander exportfinancieringsbewijs.

2. 'Bevriezing van middelen': het voorkomen van het op enigerlei wijze muteren, overmaken, corrigeren, gebruiken of omgaan met middelen met als gevolg wijzigingen van hun omvang, bedrag, locatie, eigenaar, bezit, onderscheidende kenmerken, bestemming, of verdere wijzigingen waardoor het gebruik van bedoelde middelen, inclusief het beheer van een beleggingsportefeuille, mogelijk zou worden gemaakt.

Artikel 2

1. Behoudens indien toegestaan uit hoofde van de artikelen 7 en 8 worden:

(a) alle tegoeden die eigendom zijn van een in bijlage I genoemde natuurlijke of rechtspersoon, entiteit of lichaam bevroren;

(b) aan of ten behoeve van in bijlage I genoemde natuurlijke of rechtspersoon, entiteit of lichaam worden, noch direct, noch indirect, middelen ter beschikking gesteld.

2. De Raad kan, op voorstel van de Commissie, met gekwalificeerde meerderheid van stemmen wijzigingen op bijlage I vaststellen.

Artikel 3

Het is verboden de verstrekking van financiële diensten aan of ten behoeve van een in bijlage I natuurlijke of rechtspersoon, entiteit of lichaam aan te gaan of voort te zetten.

Artikel 4

1. Het is verboden om bewust en opzettelijk deel te nemen aan verwante activiteiten die ertoe strekken of tot gevolg hebben dat, direct of indirect, de artikelen 2 en 3 worden ontdoken.

2. Alle informatie dat de bepalingen van deze verordening worden of zijn ontdoken, wordt ter kennis gebracht van de in bijlage II genoemde bevoegde autoriteiten van de lidstaten en/of aan de Commissie.

Artikel 5

Onverminderd de voorschriften van de Gemeenschap inzake vertrouwelijkheid en onverminderd artikel 284 van het Verdrag hebben de bevoegde autoriteiten van de lidstaten de bevoegdheid banken, andere financiële instellingen, verzekeringsmaatschappijen, en andere lichamen, entiteiten en personen te verzoeken alle voor het toezicht op de naleving van deze verordening relevante informatie te verstrekken.

Artikel 6

Wanneer redelijkerwijs kan worden aangenomen dat een persoon, vennootschap, onderneming, instelling of entiteit optreedt namens of ten behoeve van een in bijlage 1 opgenomen natuurlijke of rechtspersoon, entiteit of lichaam, doch niet voorkomt op die lijst, dienen alle natuurlijke of rechtspersonen schriftelijke bevestiging te verkrijgen van de in bijlage II vermelde terzake bevoegde autoriteiten van de lidstaten dat een dergelijke persoon, vennootschap, onderneming, instelling of entiteit niet optreedt namens of ten behoeve van een in bijlage I opgenomen natuurlijke of rechtspersoon, entiteit of lichaam, alvorens activiteiten aan te gaan die op grond van deze verordening verboden zijn.

Indien de terzake bevoegde autoriteiten niet binnen 10 werkdagen een dergelijke schriftelijke bevestiging verstrekken, wordt de persoon, vennootschap, onderneming, instelling of entiteit geacht niet op te treden namens of ten behoeve van een in bijlage I opgenomen natuurlijke of rechtspersoon, entiteit of lichaam.

Artikel 7

Artikel 2 is niet van toepassing op:

(1) betalingen die nodig zijn voor de dekking van essentiële menselijke behoeften in de Gemeenschap;

(2) storting op bevroren rekeningen van rente op deze rekeningen;

(3) betalingsverplichtingen die voortvloeien uit contracten, overeenkomsten of verplichtingen die zijn gesloten of aangegaan voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze verordening, mits deze betalingen geschieden op een bevroren rekening binnen de Gemeenschap.

Artikel 8

1. Met het oog op de bescherming van de belangen van de Gemeenschap kan een specifieke of algemene toestemming worden verleend om bevroren middelen vrij te geven of middelen ter beschikking te stellen in overeenstemming met de in artikel 9, lid 2, bedoelde procedure.

Bijlage II kan worden gewijzigd in overeenstemming met dezelfde procedure.

2. Ieder in lid 1 van dit artikel bedoeld verzoek van een natuurlijke of rechtspersoon om toestemming dient direct bij de Commissie of via de in bijlage II vermelde bevoegde autoriteiten van de lidstaten te worden ingediend.

Artikel 9

1. De Commissie wordt bijgestaan door het krachtens Verordening (EG) nr. 2271/96 ingestelde comité.

2. Ingeval naar dit lid wordt verwezen, is de beheersprocedure van de artikelen 4 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing.

De in artikel 4, lid 3, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op 10 werkdagen.

Artikel 10

Het in artikel 9 bedoelde Comité kan alle door de voorzitter hetzij op eigen initiatief, hetzij op verzoek van een lidstaat voorgelegde vraagstukken betreffende de toepassing van deze verordening behandelen.

Artikel 11

De Commissie en de lidstaten stellen elkaar onmiddellijk en volledig in kennis van de krachtens deze verordening getroffen maatregelen en verstrekken elkaar de relevante gegevens waarover zij beschikken in verband met deze verordening, met name informatie die overeenkomstig de artikelen 4, 5 en 6 is ontvangen en informatie over schendingen en toepassingsproblemen of door nationale rechtbanken gedane uitspraken.

Artikel 12

Elke lidstaat bepaalt welke sancties van toepassing zijn indien de bepalingen van de verordening worden overtreden. Deze sancties moeten doeltreffend en evenredig zijn en een preventieve werking hebben.

In afwachting van de eventueel vereiste goedkeuring van hiertoe strekkende wetgeving zijn, indien de bepalingen van deze verordening worden overtreden, de sancties van toepassing die door de lidstaten zijn vastgesteld overeenkomstig artikel 13 van Verordening (EG) nr. 467/2001 [4], artikel 8 van Verordening (EG) nr. 2488/2000 [5] of artikel 7 van Verordening (EG) nr. 1081/2000 [6], met dien verstande dat de zwaarste van deze sancties wordt opgelegd.

[4] PB L 67 van 9.3.01, blz. 1.

[5] PB L 287 van 14.11.2000, blz. 19.

[6] PB L 122 van 24.5.00, blz. 29.

Artikel 13

Deze verordening is van toepassing:

1. op het grondgebied van de Gemeenschap, met inbegrip van haar luchtruim,

2. de luchtvaartuigen en vaartuigen die onder de rechtsbevoegdheid van een lidstaat vallen,

3. op alle zich elders bevindende natuurlijke personen die onderdaan van een lidstaat zijn,

4. alle rechtspersonen, entiteiten of lichamen die volgens het recht van een lidstaat zijn geregistreerd of opgericht.

5. alle rechtspersonen, entiteiten of lichamen die binnen de Gemeenschap zaken doen.

Artikel 14

Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in iedere lidstaat.

Gedaan te Brussel, [...]

Voor de Raad

De voorzitter

[...]

BIJLAGE I

Lijst van de in artikel 2 bedoelde natuurlijke of rechtspersonen, entiteiten en lichamen

1. Al Qaida/Islamic Army

2. Abu Sayyaf Group

3. Armed Islamic Group (GIA)

4. Harakat ul-Mujahidin (HUM)

5. Al-Jihad (Egyptian Islamic Jihad)

6. Islamic Movement of Uzbekistan (IMU)

7. Asbat al-Ansar

8. Salafist group for Call and Combat (GSPC)

9. Libyan Islamic Fighting Group

10. Al-Itihaad al-Islamiya (AIAI)

11. Islamic Army of Aden

12. Usama Bin laden

13. Muhammad Atif (a.k.a. Subhi Abu Sitta, Abu Hafs Al Masri)

14. Sayf al-Adl

15. Shaykh Sai'id (a.k.a. Mustafa Muhammad Ahmad)

16. Abu Hafs the Mauritanian (aka, Mahfouz Ould al-Walid, Khalid Al-Shanqiti)

17. Ibn Al-Shaykh al-Libi

18. Abu Zubaydah (a.k.a. Zayn al-Abidin Muhammad Hussayn, Tariq)

19. Abd al-Hadi al-Iraqi (a.k.a. Abu Abdallah)

20. Ayman al-Zawahiri

21. Thirwat Salah Shihata

22. Tariq Anwar al-Sayyid Ahmad (a.k.a. Fathi, Amr al-Fatih)

23. Muhammad Salah (a.k.a. Nasr Fahmi Nasr Hasanayn)

24. Makhtab Al-Khidamat/Al Kifah

25. Wafa Humanitarian Organization

26. Al Rashid Trust

27. Mamoun Darkazanli Import-Export Company

BIJLAGE II

Lijst van de in de artikel 4, lid 6, en artikel 8, lid 3, bedoelde bevoegde autoriteiten.