Voorstel voor een besluit van de Raad betreffende het standpunt van de Gemeenschap in de Associatieraad over de deelneming van Letland aan het Fiscalis-programma van de Gemeenschap /* COM/2001/0462 def. */
Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende het standpunt van de Gemeenschap in de Associatieraad over de deelneming van Letland aan het Fiscalis-programma van de Gemeenschap (door de Commissie ingediend) TOELICHTING 1. Inleiding Overeenkomstig artikel 7 van Beschikking Nr. 888/98/EG [1] van het Europees Parlement en de Raad mag het huidige Fiscalis-programma worden opengesteld voor de kandidaat-lidstaten in Midden- en Oost-Europa (LMOE) en Cyprus. Malta en Turkije worden in deze bepaling niet genoemd. [1] PB L 126 van 28.04.98, blz. 1 Eerder heeft de Europese Raad tijdens zijn bijeenkomst in Luxemburg (december 1997) gewezen op het belang van deelname van de kandidaat-lidstaten aan communautaire programma's in het kader van de pretoetredingsstrategie, teneinde hen vertrouwd te maken met de werkmethoden en procedures van de Gemeenschap. De Europese Raad van Helsinki van december 1999 heeft het in Luxemburg gelanceerde uitbreidingsproces bevestigd. Ook werd de in 1997 vastgelegde versterkte pretroetredingsstrategie bevestigd. Een belangrijke component van deze strategie is de deelname van de 13 kandidaat-lidstaten aan programma's van de Gemeenschap. Voor de tien kandidaat-lidstaten uit Midden- en Oost-Europa (LMOE) is de deelname aan de programma's van de Gemeenschap in hun respectieve Europa-overeenkomsten vastgelegd. Overeenkomstig de Europa-overeenkomsten worden de voorwaarden voor deelname door deze landen door de onderscheiden Associatieraden vastgesteld. Er wordt nu voorgesteld om naast de communautaire programma's waaraan de kandidaat-lidstaten reeds deelnemen een besluit te nemen over de voorwaarden voor deelname van Bulgarije, Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Polen, Roemenië, Slovenië, Slowakije en Tsjechië aan het Fiscalis-programma van de Gemeenschap, gedurende de resterende looptijd van het programma, d.w.z. tot 31 december 2002. De algemene doelstellingen van het Fiscalis-programma zijn: * het op een hoog gemeenschappelijk peil brengen van het inzicht van ambtenaren in het Gemeenschapsrecht, in het bijzonder op het gebied van indirecte belastingen en de tenuitvoerlegging daarvan in de lidstaten; * te zorgen voor een doeltreffende, efficiënte en uitgebreide samenwerking tussen de lidstaten onderling en tussen de lidstaten en de Commissie; * te zorgen voor de voortdurende verbetering van de administratieve procedures om rekening te houden met de behoeften van overheidsdiensten en belastingbetalers, door de ontwikkeling en verbreiding van goede administratieve praktijken. De openstelling van het programma voor de kandidaat-lidstaten zal een verdere bijdrage leveren aan hun voorbereiding op de toetreding en zal een van de belangrijkste elementen van de pretoetredingsstrategie vormen. Zo zullen deze landen tevens vertrouwd kunnen raken met de in dit communautaire programma gebruikte procedures en methoden. 2. Kandidaat-lidstaten in Midden- en Oost-Europa (LMOE) De Europa-overeenkomsten met deze landen zijn op verschillende datums in werking getreden en maken deelname aan communautaire programma's op allerlei gebied mogelijk. De Europa-overeenkomsten kunnen worden uitgebreid tot andere communautaire activiteiten, indien deze van wederzijds belang worden geacht, zodat ook activiteiten op het gebied van de interne markt kunnen worden opgenomen. Hiervoor is een besluit vereist van elk van de Associatieraden van deze Europa-overeenkomsten, die de voorwaarden voor een dergelijke deelname opstellen. Overeenkomstig de bepalingen van de Europa-overeenkomsten of de aanvullende protocollen bij deze overeenkomsten betreffende de deelname van deze landen aan communautaire programma's, zullen deze landen de uit hun deelname voortvloeiende kosten voor hun rekening nemen. In dit verband verklaarde de Europese Raad van Luxemburg dat de kandidaat-lidstaten hun financiële bijdrage gestadig moeten verhogen; de Europese Raad ging er wel mee akkoord dat Phare zo nodig een deel van de financiële bijdrage van deze landen zal blijven financieren. Deze steun mag evenwel "niet uitkomen boven ongeveer 10% van het Phare-krediet, exclusief deelname aan het kaderprogramma voor onderzoek en ontwikkeling". De Europese Raad verklaarde tevens: "de kandidaat-lidstaten zouden, als waarnemer en voor de punten die hen betreffen, volgens precieze, aan hun geval aangepaste voorwaarden moeten kunnen deelnemen aan de comités die belast zijn met de follow-up van de programma's waaraan zij bijdragen". De tien LMOE (Bulgarije, Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Polen, Roemenië, Slovenië, Slowakije en Tsjechië), hebben de Commissie schriftelijk bevestigd dat zij bereid zijn om vanaf 2001 aan het Fiscalis-programma deel te nemen volgens de voorwaarden van de aangehechte ontwerp-besluiten van de Associatieraad en om de nodige begrotingskredieten, zoals berekend door de diensten van de Commissie, ter beschikking te stellen. Hieronder volgen de belangrijkste kwesties die in deze ontwerp-besluiten tussen de EG en bovengenoemde 10 landen, met betrekking tot de voorwaarden voor hun deelname aan het Fiscalis-programma, aan de orde komen: * de voorwaarden voor de indiening, beoordeling en selectie van aanvragen zullen, voorzover mogelijk, in overeenstemming zijn met de voorwaarden die voor de lidstaten van de Unie gelden; * de LMOE zullen financieel bijdragen aan de communautaire begroting voor het programma. Bij de berekening van de financiële bijdragen werd ernaar gestreefd om de voorwaarden voor de LMOE zoveel mogelijk in overeenstemming te brengen met de voor de lidstaten geldende voorwaarden. De jaarlijkse bijdrage van elk land van Midden- en Oost-Europa kan gedeeltelijk uit de eigen begroting worden gefinancierd en gedeeltelijk uit zijn nationale Phare-toewijzing, waarbij voornoemde 10%-grens moet worden aangehouden; * de betrokken landen zullen, als waarnemers en voor de punten die hen betreffen, worden uitgenodigd voor de bijeenkomsten van het programmacomité; * de landen zullen worden betrokken bij het toezicht op hun deelname aan het programma; * de besluiten gelden voor de resterende looptijd van het programma. Mocht de Gemeenschap evenwel besluiten deze looptijd te verlengen, zonder substantiële veranderingen in het programma, dan kunnen de besluiten eveneens voor dezelfde duur automatisch worden verlengd, indien geen van de partijen ze opzegt. 3. Conclusies De vaststelling van de besluiten van de Associatieraden voor de tien LMOE, die deelname van deze kandidaat-lidstaten aan het Fiscalis-programma van de Gemeenschap vanaf 2001 mogelijk zal maken, biedt deze landen de mogelijkheid actief te integreren in het beleid van de Gemeenschap op dit terrein, als onderdeel van de pretoetredingsstrategie. Ook zal een bijdrage worden geleverd aan de versterking van hun institutionele en administratieve capaciteit. Het is dan ook een besluit van aanzienlijk politiek belang. Teneinde de deelname van Bulgarije, Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Polen, Roemenië, Slovenië, Slowakije en Tsjechië aan het Fiscalis-programma van de Gemeenschap met ingang van 2001 mogelijk te maken, wordt de Raad verzocht om het respectieve standpunt van de Gemeenschap, zoals uiteengezet in de tien hieraan gehechte ontwerp-besluiten van de Raad, in de desbetreffende Associatieraad in te nemen. Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende het standpunt van de Gemeenschap in de Associatieraad over de deelneming van Letland aan het Fiscalis-programma van de Gemeenschap DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel 95, in samenhang met artikel 300, lid 2, tweede streepje, Gezien het voorstel van de Commissie, Overwegende hetgeen volgt: (1) De Europaovereenkomst [2] waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en Letland, anderzijds, op 1 februari 1998 van kracht werd; [2] PB L 26 van 2.2.1998, blz. 3 (2) Letland, volgens artikel 109 van de Europaovereenkomst kan deelnemen aan kaderprogramma's, specifieke programma's, projecten en andere activiteiten van de Gemeenschap op de in Bijlage XVIII vastgestelde terreinen en dat de Associatieraad overeenkomstig deze Bijlage kan besluiten om andere terreinen van communautaire activiteiten aan de in de Bijlage vastgestelde toe te voegen; (3) Volgens voornoemd artikel 109 over de voorwaarden voor de deelneming van Letland aan deze activiteiten wordt besloten door de Associatieraad; (4) In artikel 7 van Beschikking nr. 888/98/EG van het Europees Parlement en de Raad van 30 maart 1998 [3] houdende vaststelling van een actieprogramma ter verbetering van de stelsels van indirecte belastingen van de interne markt (Fiscalis-programma) wordt bepaald dat dit programma openstaat voor deelneming van de kandidaat-landen van Midden- en Oost-Europa, in overeenstemming met de voorwaarden die in de Europaovereenkomsten en de Aanvullende Protocollen daarbij zijn vastgelegd met betrekking tot hun deelneming aan communautaire programma's, zulks voorzover het Gemeenschapsrecht inzake indirecte belastingen dit toestaat, [3] PB L 126 van 28.4.1998, blz. 1 BESLUIT: Het standpunt dat de Gemeenschap inneemt in de bij de Europaovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en Letland, anderzijds, ingestelde Associatieraad over de deelneming van Letland aan het Fiscalis-programma van de Gemeenschap, is het in het hieraan gehechte ontwerp-besluit van de Associatieraad uiteengezette. Gedaan te Brussel, Voor de Raad De Voorzitter Ontwerp Besluit nr. .../2001 van de Associatieraad tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en Letland, anderzijds, van ..........2001 tot vaststelling van de voorwaarden voor de deelneming van Letland aan het Fiscalis-programma van de Gemeenschap De ASSOCIATIERAAD, Gelet op de Europaovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en Letland, anderzijds [4], inzonderheid op artikel 109, [4] PB L 26 van 2.2.1998, blz. 3 Overwegende dat: (1) Letland overeenkomstig artikel 109 van de Europaovereenkomst kan deelnemen aan kaderprogramma's, specifieke programma's, projecten of andere activiteiten van de Gemeenschap op de in Bijlage XVIII vastgestelde terreinen; (2) de Associatieraad volgens deze Bijlage kan besluiten om andere terreinen van communautaire activiteiten aan de in de Bijlage vastgestelde toe te voegen; (3) overeenkomstig voornoemd artikel 109 over de voorwaarden voor de deelneming van Letland aan deze activiteiten wordt besloten door de Associatieraad, BESLUIT: Artikel 1 Letland neemt aan het FISCALIS-programma van de Europese Gemeenschap deel overeenkomstig de voorwaarden uiteengezet in bijlagen I en II, die een integrerend deel van dit besluit uitmaken. Artikel 2 Dit besluit geldt voor de resterende looptijd van het programma. Mocht de Gemeenschap evenwel besluiten tot verlenging van deze duur zonder het programma substantieel te wijzigen dan zou dit besluit eveneens automatisch voor dezelfde duur worden verlengd, indien geen partij het opzegt. Artikel 3 Dit besluit treedt in werking op de dag van zijn aanneming door de Associatieraad. Gedaan te Brussel, Voor de Associatieraad De Voorzitter BIJLAGE I Voorwaarden voor de deelneming van Letland aan het Fiscalis-programma 1. Zoals in artikel 7 van Bbeschikking nr. 888/98/EG [5] van het Europees Parlement en de Raad van 30 maart 1998 houdende vaststelling van een actieprogramma ter verbetering van de stelsels van indirecte belastingen van de interne markt - Fiscalis-programma (hierna "het programma" te noemen) - vermeld, vindt de deelneming van Letland aan het programma plaats in overeenstemming met de voorwaarden vastgesteld in de Europaovereenkomst, zulks voorzover het Gemeenschapsrecht inzake indirecte belastingen dit toestaat. De deelneming van Letland aan de programma-activiteiten vindt bijgevolg onder de volgende voorwaarden plaats: [5] PB L 126 van 28.4.1998, blz. 1 - De activiteiten vastgesteld in artikel 4 (communicatie- en informatie-uitwisselingssystemen, handboeken en gidsen) zullen worden toegestaan, voorzover de bepalingen inzake indirecte belastingen dit mogelijk maken; - De activiteiten vastgesteld in artikel 5, lid 1, (uitwisselingen van ambtenaren) en lid 2, (studiebijeenkomsten) en in artikel 6 (gemeenschappelijk opleidingsinitiatief) zullen worden toegestaan op de in deze artikelen vastgestelde voorwaarden; - De activiteiten vastgesteld in artikel 5, lid 3, (multilaterale controles) zijn niet toegestaan, aangezien het wettelijk kader van de Gemeenschap [6] voor samenwerking op dit gebied slechts geldt voor de lidstaten van de EU. [6] Richtlijn 77/799/EEG en Verordening 218/92/EEG 2. De voorwaarden voor de indiening, evaluatie en selectie van aanvragen voor studiebijeenkomsten en uitwisselingen voor ambtenaren uit Letland zijn dezelfde als die welke voor ambtenaren van de 15 nationale overheidsapparaten van de lidstaten van de Europese Unie gelden. 3. In bijlage II wordt de financiële bijdrage aan de algemene begroting van de Europese Unie vastgesteld die Letland aan het begin van elk begrotingsjaar zal moeten betalen om de kosten voortvloeiende uit zijn deelneming aan het van 2001 tot 2002 lopende programma te dekken. Het Associatiecomité heeft het recht om deze bijdrage, zo nodig, aan te passen in overeenstemming met de in artikel 114, lid 2, van de Europaovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en Letland, anderzijds, vastgestelde beginselen. 4. Vertegenwoordigers van Letland zullen als waarnemers en voor de punten die hen aangaan, deelnemen in het Permanent Comité inzake administratieve samenwerking op het gebied van de indirecte belastingen, waarin artikel 11, lid 1, van beschikking nr. 888/98/EG voorziet. De vertegenwoordigers van Letland zullen niet in dit comité deelnemen voor de overige punten en wanneer er wordt gestemd. 5. De lidstaten van de Europese Unie en Letland zullen in het kader van de bestaande bepalingen alles doen wat binnen hun bereik ligt ter vergemakkelijking van het vrije verkeer en het verblijf van alle voor het programma in aanmerking komende personen die zich met het oog op deelneming aan onder de beschikking vallende activiteiten tussen Letland en de lidstaten van de EU verplaatsen. 6. Onverminderd de verantwoordelijkheden van de Commissie van de Europese Gemeenschappen en de Rekenkamer van de Europese Gemeenschappen voor de controle op en evaluatie van het programma overeenkomstig de beschikking betreffende Fiscalis zal de deelneming van Letland aan het programma voortdurend op basis van partnerschap tussen Letland en de Commissie worden gecontroleerd. Letland zal aan de Commissie de nodige verslagen overleggen en deelnemen aan andere specifieke activiteiten door de Commissie in die context vastgesteld. 7. De bij de aanvraagprocedure, contracten, in te dienen verslagen en andere administratieve regelingen voor het programma te gebruiken taal is een van de officiële talen van de Europese Gemeenschap. 8. De Gemeenschap en Letland kunnen de activiteiten in het kader van dit besluit op elk moment beëindigen door twaalf maanden van tevoren schriftelijk op te zeggen. Activiteiten die ten tijde van de beëindiging nog aan de gang zijn, worden tot hun beëindiging voortgezet onder de in dit besluit vastgestelde voorwaarden. BIJLAGE II Financiële bijdrage van Letland aan het Fiscalis-programma 1. De financiële bijdrage van Letland zal worden toegevoegd aan het jaarlijks ter beschikking staand bedrag op de algemene begroting van de Europese Unie voor vastleggingskredieten om te voldoen aan de financiële verplichtingen van de Commissie voortvloeiende uit de werkzaamheden verband houdende met de tenuitvoerlegging, het beheer en de exploitatie van het Fiscalis-programma. 2. De financiële bijdrage werd berekend op basis van een gemiddelde dagvergoeding van 146 euro en een gemiddelde reisvergoeding van 695 euro, zijnde de kosten voor deelneming aan studiebijeenkomsten en uitwisselingen. Voor de berekening van de financiële bijdrage wordt ervan uitgegaan dat Letland gemiddeld per jaar aan 15 studiebijeenkomsten en 20 uitwisselingen zal deelnemen. De financiële bijdrage kan aan het begin van elk jaar worden aangepast om rekening te houden met het werkelijk aantal activiteiten waaraan Letland gedurende dat jaar voornemens is deel te nemen. De aanpassing vindt plaats via het voorgeschreven verzoek om middelen, als bedoeld in print 5, dat Letland van de Commissie zal ontvangen. 3. De bijdrage van Letland zal 94.984 euro bedragen voor elk jaar van deelneming, tenzij in het kader van de in punt 2 vermelde voorwaarden anders wordt bepaald. Hiervan zal een bedrag van 6.214 euro bestemd zijn voor de extra kosten van administratieve aard in verband met het beheer van het programma door de Commissie als gevolg van de deelneming van Letland. 4. Letland zal de totale bijdrage in verband met zijn deelneming via de nationale begroting bekostigen, aangezien hiervoor geen Phare-bijstand werd aangevraagd. 5. Het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Unie zal van toepassing zijn, met name op het beheer van de bijdrage van Letland. Bij de inwerkingtreding van dit besluit zal de Commissie Letland één of meerdere verzoeken om middelen toezenden overeenstemmende met de bijdrage van het land aan de kosten voor de activiteiten van het lopende jaar. Deze bijdrage zal in euro luiden en worden gestort op een bankrekening in euro van de Commissie. Letland zal zijn in dit besluit vastgestelde bijdrage aan de jaarlijkse kosten overeenkomstig de verzoeken om middelen op zijn laatst drie maanden na de verzending ervan betalen. In het geval van vertragingen bij de betaling van de bijdrage moet Letland vanaf de vervaldag rente betalen over het uitstaande bedrag. Het rentepercentage komt overeen met het door de Europese Centrale Bank op de vervaldag voor haar eurotransacties toegepaste percentage, verhoogd met 1,5 procentpunten. 6. De dagvergoedingen gelden voor alle deelnemers aan het programma en worden door de Commissie per land vastgesteld. Letland zal aan het begin van elk jaar een eerste begrotingsvoorschot van de Commissie ontvangen. Een tweede voorschot kan halverwege het jaar worden betaald afhankelijk van de werkelijke deelneming van Letland aan de programma-activiteiten en de verwachte deelneming voor de rest van het jaar. Het Letlands betrokken departement zal deze voorschotten gebruiken om de reisbiljetten en dagvergoedingen voor de Letlandse deelnemers te bekostigen. 7. Door vertegenwoordigers en deskundigen uit Letland gemaakte reis- en verblijfkosten voor deelneming als waarnemers aan de werkzaamheden van het in Bijlage I, punt 4, bedoelde comité worden door de Commissie vergoed op dezelfde basis als die welke geldt voor de lidstaten van de Europese Unie. FINANCIEEL MEMORANDUM 1. Titel van de actie Openstelling voor Letland van het Fiscalis-programma van de Gemeenschap 2. Begrotingspost(en) Inkomsten : 6091 Inkomsten voortvloeiende uit de deelneming van kandidaat-landen aan programma's van de Gemeenschap. 3. Rechtsgrondslag Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid artikel 95, in samenhang met artikel 300, lid 2, tweede streepje. De op 1 februari 1998 in werking getreden Europaovereenkomst [7] met Letland die voorziet in de openstelling van communautaire programma's (artikel 109 in samenhang met Bijlage XVIII). [7] PB L 126 van 28.4.1998 Beschikking nr. 888/98/EG [8] van het Europees Parlement en de Raad van 30 maart 1998 houdende vaststelling van een actieprogramma ter verbetering van de stelsels van indirecte belastingen van de interne markt. [8] PBL 126 van 28.4.1998, blz. 1 4. Beschrijving van de actie 4.1 Algemene doelstelling 1. Het op een hoog gemeenschappelijk peil brengen van het inzicht van ambtenaren in het Gemeenschapsrecht, in het bijzonder op het gebied van de indirecte belastingen en de uitvoering ervan in de lidstaten. 2. De totstandbrenging van een doeltreffende, daadwerkelijke en uitgebreide samenwerking tussen de lidstaten en tussen deze en de Commissie. 3. Het zorgen voor de voortdurende verbetering van de administratieve procedures om rekening te houden met de behoeften van de overheidsdiensten en de belastingbetalers, door de ontwikkeling en verbreiding van goede administratieve praktijken. 4. Letlands deelneming aan het Fiscalis-programma van de Gemeenschap zal een verdere bijdrage leveren aan de voorbereiding van het land op zijn toetreding en zal een sleutelelement van een versterkte pretoetredingsstrategie vormen. Het zal Letland tevens in staat stellen vertrouwd te raken met de in dit communautaire programma gebruikte procedures en methoden. 5. Het besluitvormingsproces voor de deelneming vereist een besluit van de Associatieraad van de Europaovereenkomst. In dit besluit worden de voorwaarden voor de deelneming vastgesteld. 6. De Europaovereenkomst met Letland trad op 1 februari 1998 in werking en voorziet in de deelneming van Letland aan communautaire programma's betrekking hebbende op een uitgebreide reeks terreinen. Aangezien bijlage XVIII eveneens voorziet in de mogelijkheid van toevoeging van andere communautaire terreinen, kunnen activiteiten op het gebied van de interne markt hierin ook worden opgenomen. 4.2 Looptijd en verlengingsregelingen Vanaf de inwerkingtreding van dit besluit tot het einde van dit communautaire programma, dat wil zeggen 31.12.2002. 5. Classificatie van de uitgaven of inkomsten 5.1 Niet verplichte uitgaven 5.2 Gesplitste kredieten 5.3 Soorten inkomsten Aangezien in artikel 109 van de Europaovereenkomst wordt bepaald dat Letland zelf de kosten van zijn deelneming voor zijn rekening neemt, wordt de overmaking van zijn bijdrage op post 6091 aan de zijde ontvangsten van de EU-begroting ingewacht. 6. Soort uitgaven of inkomsten De uitgaven omvatten vergoeding van de reiskosten van de deelnemers en dagvergoedingen, organisatiekosten en de kosten verband houdende met studiebijeenkomsten en uitwisselingen. Wat de inkomsten betreft, is post 6091 bestemd voor de ontvangst van Letlands bijdrage ter dekking van de kosten van zijn deelneming. De inkomsten worden bestemd voor de uitgavenposten van het programma en, in voorkomend geval, voor de respectieve huishoudelijke uitgaven. Het totaal van de verwachte inkomsten wordt gegeven onder punt 7.4. 7. Financieel effect 7.1 Berekeningsmethode totale kosten van de actie voor elk begrotingsjaar (verhouding individuele en totale kosten) De berekening gaat van de volgende voorwaarden uit: - Letlands bijdrage aan de financiering van de in artikel 109 van de Europaovereenkomst bedoelde activiteiten wordt berekend volgens het beginsel dat het land zelf de kosten van zijn deelneming draagt. Daartoe werd begrotingspost 6091 in de staat van ontvangsten van de begroting in het leven geroepen. - Op grond van de Europaovereenkomst met Letland zien de financiële en begrotingsregelingen voor het betrokken programma er als volgt uit: de kosten werden berekend op basis van verschillende veronderstellingen over de deelneming aan 15 studiebijeenkomsten en 20 uitwisselingen per jaar, zoals gemiddelde reiskosten van 695 euro van Letland naar het gastland, de looptijd van uitwisselingen of studiebijeenkomsten en een gemiddelde dagvergoeding van 146 euro. Op basis van deze veronderstellingen zullen de totale kosten van Letlands deelneming 94.984 euro per jaar bedragen die ten laste van de nationale begroting komen. In voornoemd bedrag zijn de extra kosten van administratieve aard ten bedrage van 6.214 euro per jaar begrepen. 7.2 Gedetailleerde opsplitsing van de kosten in euro >RUIMTE VOOR DE TABEL> * aantal uitwisselingen en studiebijeenkomsten waaraan jaarlijks door lidstaten met dezelfde bevolking als Letland wordt deelgenomen ** EUR 146/dag (gemiddelde dagvergoeding) *** EUR 695 (gemiddelde reisvergoeding) 7.3 Huishoudelijke uitgaven voor studies, deskundigen enz. opgenomen in deel B van de begroting Geen 7.4 Tijdschema van betalingsverplichtingen en betalingskredieten TOTALE UITGAVEN: >RUIMTE VOOR DE TABEL> 8. Fraudebestrijdingsmaatregelen; resultaten van de getroffen maatregelen Alle contracten, overeenkomsten en verdere wettelijke verbintenissen van de Commissie voorzien in controles ter plaatse door de Commissie en de Rekenkamer. De begunstigden van de acties zijn onder meer verplicht tot het overleggen van verslagen en financiële overzichten die worden geanalyseerd vanuit het oogpunt van hun inhoud en de vraag of de uitgaven in het licht van het oogmerk van de communautaire financiering subsidiabel zijn. De fraudebestrijdingsbepalingen van de basisbegrotingsposten zijn eveneens van toepassing op deze post na aanpassing aan de Letlandse situatie. 9. Gegevens voor analyse van de kosteneffectiviteit 9.1 Specifieke en gekwantificeerde doelstellingen; doelgroep De voornaamste doelstellingen van het programma zijn het leveren van een bijdrage aan de verwezenlijking van een hoog gemeenschappelijk peil van inzicht in de communautaire wetgeving op het gebied van indirecte belastingen, efficiënte samenwerking tussen de lidstaten en de Commissie en verbetering van de administratieve procedures. De bedoeling van het FISCALIS-programma is uitwisselingen mogelijk te maken van ambtenaren betrokken bij de tenuitvoerlegging van communautaire wetgeving en studiebijeenkomsten te organiseren. Met de openstelling van het communautaire FISCALIS-programma wordt beoogd aan Letland dezelfde voordelen te bieden die de lidstaten van de Europese Unie reeds als gevolg van het programma genieten. Er wordt naar gestreefd om Letlandse ambtenaren elk jaar te laten deelnemen aan gemiddeld 20 uitwisselingen door hen in een van de 15 lidstaten van de EU te plaatsen en aan gemiddeld 15 studiebijeenkomsten. Met de opneming van Letlandse ambtenaren in communautaire netwerken zal een duidelijke bijdrage worden geleverd aan de voorbereiding van Letland op het toekomstig lidmaatschap. 9.2 Het volgen en evalueren van de actie De van het Fiscalis-programma deel uitmakende controle- en evaluatieprocedures zullen eveneens betrekking hebben op Letlandse deelnemers. 10. Administratieve uitgaven (Afdeling III, Deel A van de begroting) De feitelijke terbeschikkingstelling van de nodige administratieve middelen zal afhangen van het jaarlijks besluit van de Commissie over de toewijzing van middelen met inachtneming van het aantal personeelsleden en de aanvullende bedragen waartoe de begrotingsautoriteit machtiging verleent. 10.1 Effect op het aantal posten >RUIMTE VOOR DE TABEL> 10.2 Algeheel financieel effect van aanvullend menselijk potentieel (in EURO) >RUIMTE VOOR DE TABEL> * Door gebruikmaking van de bestaande middelen vereist voor het beheer van de actie (berekening gebaseerd op A-1, A-2, A-4, A-5, A-7). 10.3 Stijging andere administratieve uitgaven als gevolg van de actie >RUIMTE VOOR DE TABEL> * Gemiddelde kosten voor een missie van 2 dagen van 2 ambtenaren per jaar in Letland ** Deelneming van Letland aan de SCAC-bijeenkomsten Bovenstaande uitgaven zullen worden bekostigd uit de uit Letland (zie punt 5.3 en 7.4 van het financieel memorandum) binnengekomen ontvangsten (artikel 4, lid 2, derde streepje van het Financieel Reglement).