52001PC0043

Voorstel voor een verordening van de Raad tot instelling van een verbod op de uitvoer van bepaalde goederen en diensten naar Afghanistan, tot versterking van het verbod op vluchten en de bevriezing van tegoeden en andere financiële middelen ten aanzien van de Taliban van Afghanistan en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 337/2000 van de Raad /* COM/2001/0043 def. */


Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD tot instelling van een verbod op de uitvoer van bepaalde goederen en diensten naar Afghanistan, tot versterking van het verbod op vluchten en de bevriezing van tegoeden en andere financiële middelen ten aanzien van de Taliban van Afghanistan en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 337/2000 van de Raad

(door de Commissie ingediend)

TOELICHTING

(1) Bij Resolutie 1333 (2000) van 19 december 2000 heeft de VN-Veiligheidsraad besloten tot versterking van de bevriezing van tegoeden en het verbod op vluchten die op grond van Resolutie 1267 (1999) ten aanzien van de Taliban worden toegepast. Aan deze laatste resolutie is uitvoering gegeven bij Verordening (EG) nr. 337/2000 van de Raad.

(2) De Veiligheidsraad heeft ook besloten tot de toepassing van een aantal bijkomende maatregelen tegen de Taliban, in het bijzonder een verbod op de uitvoer van wapens en bijbehorend materieel, een verbod op de uitvoer van azijnzuuranhydride, een verbod op het verstrekken van technisch advies en opleiding op het gebied van militaire activiteiten en de gedwongen sluiting van de kantoren van de Taliban en van Ariana Afghan Airlines.

(3) De maatregelen zouden een maand na de goedkeuring van die resolutie van kracht moeten worden.

(4) Het bijgevoegde voorstel voor een verordening heeft tot doel in de communautaire rechtsorde de bestaande bevriezing van tegoeden en het verbod op vluchten te versterken en de bijkomende maatregelen waarvoor de Gemeenschap bevoegd is, toe te passen. Daartoe dienen de bepalingen van Verordening (EG) nr. 337/2000 van de Raad te worden gewijzigd en dient een geconsolideerde tekst te worden gepubliceerd. Bijgevolg zal de toekomstige verordening de intrekking van Verordening (EG) nr. 337/2000 inhouden.

(5) Los van Resolutie 1333 (2000) heeft het sanctiecomité Taliban aangegeven welke middelen op grond van Resolutie 1267 (1999) dienen te worden bevroren. In dat besluit, dat op 20 november 2000 is bekendgemaakt, heeft het comité bepaald dat de tegoeden en andere financiële middelen van de De Afghanistan Momtaz Bank dienden te worden bevroren wanneer die bank zou worden opgericht. Het onderhavige voorstel omvat ook die wijziging.

Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD tot instelling van een verbod op de uitvoer van bepaalde goederen en diensten naar Afghanistan, tot versterking van het verbod op vluchten en de bevriezing van tegoeden en andere financiële middelen ten aanzien van de Taliban van Afghanistan en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 337/2000 van de Raad

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op de artikelen 60 en 301,

Gelet op Gemeenschappelijk Standpunt 2001/.../GBVB van de Raad [1] van .. januari 2001 ....,

[1] PB L ... van ...1.2001, blz. ...

Gezien het voorstel van de Commissie [2],

[2] PB C ... van ..., blz. ...

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Op 19 december 2000 heeft de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties Resolutie 1333 (2000) aangenomen waarin de Taliban onder meer worden verzocht Resolutie 1267 (1999) na te leven, in het bijzonder door internationale terroristen en hun organisaties niet langer toevlucht en opleiding te verschaffen.

(2) De Veiligheidsraad heeft onder meer besloten dat het verbod op vluchten en de bevriezing van tegoeden, die op grond van zijn Resolutie 1267 (1999) werden opgelegd, dienden te worden versterkt en dat een aantal bijkomende maatregelen tegen de Taliban moesten worden genomen, in het bijzonder een verbod op de uitvoer van bepaalde goederen, een verbod op het verstrekken van bepaalde vormen van technisch advies en opleiding en de gedwongen sluiting van de kantoren van de Taliban en Ariana Afghan Airlines.

(3) Deze maatregelen vallen onder het toepassingsgebied van het Verdrag en derhalve is, met name met het oog op de voorkoming van concurrentievervalsing, communautaire wetgeving nodig om de betrokken besluiten van de Veiligheidsraad uit te voeren voorzover er sprake is van het grondgebied van de Gemeenschap. Voor de toepassing van deze verordening wordt het grondgebied van de Gemeenschap geacht, overeenkomstig de in het Verdrag vastgestelde voorwaarden, de grondgebieden van de lidstaten waarop het Verdrag van toepassing is, mede te omvatten.

(4) Om maximale rechtszekerheid binnen de Gemeenschap te creëren, dienen de namen van en andere relevante gegevens betreffende personen, entiteiten en lichamen waarvan de tegoeden op grond van een aanwijzing door de VN-instanties moeten worden bevroren, en de lijst van organisaties en officiële hulporganen die humanitaire vluchten naar Afghanistan mogen uitvoeren, te worden bekendgemaakt en dient in de Gemeenschap een procedure voor de wijziging van deze lijsten te worden vastgesteld.

(5) De bevoegde autoriteiten van de lidstaten dienen waar nodig te worden gemachtigd om de naleving van de bepalingen van deze verordening betreffende de bevriezing van tegoeden en andere financiële middelen te verzekeren.

(6) De Resoluties 1267 (1999) en 1333 (2000) van de VN-Veiligheidsraad bepalen dat het sanctiecomité Taliban vrijstellingen van de bevriezing van tegoeden, het verbod op vluchten en het verbod op de uitvoer van bepaalde goederen en diensten kan toekennen. Daartoe dienen regelingen te worden getroffen om die vrijstellingen in de gehele Gemeenschap toepasbaar te maken.

(7) Het verbod op de uitvoer van bepaalde goederen en diensten is bedoeld om de uitvoer naar de delen van Afghanistan die onder de controle van de Taliban staan, te voorkomen. Bijgevolg dient te worden voorzien in een procedure om te bepalen welke delen van Afghanistan onder de controle van de Taliban staan.

(8) Voor de goede gang van zaken dient de Commissie te worden gemachtigd de bijlagen I, II, IV, V en VI bij deze verordening aan de hand van terzake doende kennisgevingen of informatie van de VN-Veiligheidsraad, het sanctiecomité Taliban of de lidstaten waar nodig aan te vullen en/of te wijzigen.

(9) De Commissie en de lidstaten dienen elkaar op de hoogte te houden van de krachtens deze verordening getroffen maatregelen en van verdere relevante informatie waarover zij in verband met deze verordening beschikken, en dienen met het sanctiecomité Taliban samen te werken, in het bijzonder door dat comité informatie te verstrekken.

(10) Schendingen van het bepaalde in deze verordening dienen te worden bestraft, en de lidstaten dienen daartoe passende sancties op te leggen. Het is bovendien wenselijk dat de sancties wegens schendingen van deze verordening bij de datum van inwerkingtreding van de verordening kunnen worden opgelegd, en dat, indien er voldoende aanwijzingen zijn, de lidstaten een rechtszaak aanspannen tegen onder hun rechtsbevoegdheid vallende personen, entiteiten of lichamen die een van deze bepalingen hebben geschonden.

(11) Met het oog op transparantie en vereenvoudiging dient het afbreken of terugschroeven van de economische betrekkingen met Afghanistan door een enkel rechtsinstrument te worden geregeld. Daartoe dienen de bepalingen van Verordening (EG ) nr. 337/2000 van de Raad [3] van 14 februari 2000 betreffende een verbod op vluchten en een bevriezing van tegoeden en andere financiële middelen ten aanzien van de Taliban van Afghanistan in de onderhavige verordening te worden opgenomen, en dient eerstgenoemde verordening te worden ingetrokken,

[3] PB L 43 van 16. 2. 2000, blz. 1.

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

1. Taliban: de Afghaanse factie die zichzelf ook het Islamitisch Emiraat Afghanistan noemt;

2. Het sanctiecomité Taliban: het door de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties bij Resolutie 1267 (1999) opgerichte comité.

Artikel 2

1. Alle tegoeden en andere financiële middelen als omschreven in Bijlage I, die eigendom zijn van een in Bijlage I genoemde natuurlijke of rechtspersoon, entiteit of lichaam worden bevroren. Die bijlage dient in overeenstemming te zijn met de aanwijzingen van het sanctiecomité Taliban.

2. Er mogen geen tegoeden of andere financiële middelen direct of indirect ter beschikking worden gesteld van of ten behoeve van de Taliban, in Bijlage I genoemde personen, entiteiten of lichamen, of ondernemingen die eigendom zijn van of direct of indirect onder de zeggenschap staan van de Taliban.

Artikel 3

1. Onverminderd de geldende voorschriften inzake rapportage, vertrouwelijkheid en beroepsgeheim en onverminderd de bepalingen van artikel 284 van het Verdrag dienen natuurlijke en rechtspersonen, entiteiten en lichamen:

(a) onmiddellijk alle informatie die de naleving van deze verordening kan vergemakkelijken, bijvoorbeeld betreffende overeenkomstig artikel 2 bevroren rekeningen en bedragen en door het sanctiecomité Taliban toegekende vrijstellingen

- ter kennis te brengen van de in Bijlage II genoemde bevoegde autoriteiten van de lidstaten waar zij hun woonplaats of vestiging hebben, en

- direct of via de bevoegde autoriteiten ter kennis van de Commissie te brengen,

(b) bij de verificatie van deze informatie samen te werken met de in Bijlage II genoemde bevoegde autoriteiten.

2. Alle overeenkomstig dit artikel verstrekte of ontvangen informatie mag uitsluitend worden gebruikt voor de doeleinden waarvoor zij werd verstrekt respectievelijk ontvangen.

3. Alle direct door de Commissie ontvangen informatie wordt ter beschikking gesteld van de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaten.

Artikel 4

1. Er wordt een verbod ingesteld op de bewuste en opzettelijke directe of indirecte verkoop, levering, uitvoer of verzending van in Bijlage III genoemde goederen, al dan niet van oorsprong uit de Gemeenschap, aan/naar iedere natuurlijke of rechtspersoon, entiteit of lichaam in Afghanistan, en iedere persoon, entiteit of lichaam met het oog op zakelijke transacties die plaatsvinden op of vanaf het grondgebied van Afghanistan.

2. Er wordt een verbod ingesteld op de bewuste en opzettelijke directe of indirecte verkoop, levering, uitvoer of verzending van het chemisch product azijnzuuranhydride (GN 2915 24 00) aan naar iedere natuurlijke of rechtspersoon, entiteit of lichaam in Afghanistan en iedere persoon, entiteit of lichaam met het oog op zakelijke transacties die plaatsvinden op of vanaf het grondgebied van Afghanistan.

3. Er wordt een verbod ingesteld op de bewuste en opzettelijke directe of indirecte verstrekking, verkoop, levering of overdracht van technisch advies, bijstand of opleiding in verband met de militaire activiteiten van gewapend personeel onder de controle van de Taliban aan iedere natuurlijke of rechtspersoon, entiteit of lichaam in Afghanistan en aan iedere persoon, entiteit of lichaam met het oog op zakelijke transacties die plaatsvinden op of vanaf het grondgebied van Afghanistan.

4. Het verbod in lid 1 is niet van toepassing op de uitvoer en verzending van beschermende kleding, met inbegrip van kogelwerende vesten en helmen, voor het persoonlijk gebruik van degene die ze uitvoert of verzendt, indien die persoon in dienst is van de Verenigde Naties, de Europese Gemeenschap, een lidstaat, een organisatie die of orgaan dat humanitaire acties in Afghanistan uitvoert, of de media.

5. Indien er gronden zijn om aan te nemen dat de eindgebruiker van producten en technologie die vallen onder het toepassingsgebied van Verordening (EG) nr. 1334/2000 van de Raad [4] van 22 juni 2000 tot instelling van een communautaire regeling voor controle op de uitvoer van producten en technologie voor tweeërlei gebruik, de Taliban, hun strijdkrachten, hun interne veiligheidsdiensten of soortgelijke entiteiten zullen zijn, wordt geen vergunning voor de uitvoer van die producten en technologie afgegeven.

[4] PB L 159 van 30. 6. 2000, blz. 1.

6. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder "Afghanistan" verstaan : die delen van het Afghaanse grondgebied die onder de controle van de Taliban staan als omschreven in Bijlage IV. Die Bijlage dient in overeenstemming te zijn met de aanwijzingen van het sanctiecomité Taliban.

Artikel 5

1. Er wordt een verbod ingesteld op het opstijgen van, landen op of vliegen over het grondgebied van de Gemeenschap voor alle luchtvaartuigen, ongeacht waar zij zijn geregistreerd, die zijn opgestegen van of hun bestemming hebben in een van de in Bijlage V genoemde plaatsen van binnenkomst of landingsterreinen in Afghanistan. Die Bijlage dient in overeenstemming te zijn met de aanwijzingen van het sanctiecomité Taliban.

2. Het verbod in lid 1 is niet van toepassing op luchtvaartuigen die humanitaire vluchten verrichten die worden uitgevoerd door of namens de in Bijlage VI genoemde organisaties en organen. Die Bijlage dient in overeenstemming te zijn met de aanwijzingen van het sanctiecomité Taliban.

De organisaties of organen die voor dergelijke humanitaire vluchten bevoegd zijn, stellen de in Bijlage II genoemde terzake bevoegde autoriteiten in kennis van nadere gegevens betreffende alle luchtvaartuigen en hun vluchtschema. Die kennisgevingen dienen schriftelijk plaats te vinden en behalve in noodgevallen, tenminste drie werkdagen voor het uitvoeren van een humanitaire vlucht.

Artikel 6

1. Alle op het grondgebied van de Gemeenschap gevestigde kantoren die de Taliban vertegenwoordigen, worden gesloten en alle vergunningen voor de werking ervan worden ingetrokken.

2. Alle op het grondgebied van de Gemeenschap gevestigde vertegenwoordigingen, filialen en dochtermaatschappijen van Ariana Afghan Airlines, eveneens bekend als Bakhtar Afghan Airlines, worden gesloten en alle vergunningen door de werking ervan worden ingetrokken.

Artikel 7

Het is verboden hetzij via een natuurlijke of rechtspersoon, entiteit of lichaam optredend als tussenpersoon of dekmantel, hetzij op enige andere wijze, bewust en opzettelijk deel te nemen aan aanverwante activiteiten die direct of indirect tot doel of tot gevolg hebben de in de artikelen 2, 4 en 5 bedoelde transacties of activiteiten of de werking van de in artikel 6 bedoelde kantoren te bevorderen, dan wel de bepalingen van deze verordening te omzeilen.

Artikel 8

1. Artikel 2 is niet van toepassing op tegoeden en andere financiële middelen waarvoor het sanctiecomité Taliban een vrijstelling heeft toegekend.

2. Artikel 5 is niet van toepassing op vluchten waarvoor het sanctiecomité Taliban voorafgaandelijk aan de uitvoering van de betrokken vlucht een vrijstelling heeft toegekend.

3. Artikel 4, lid 3 en lid 5, is niet van toepassing op de uitvoer van niet-dodelijke uitrusting die uitsluitend voor humanitaire of beschermende doeleinden is bestemd of op het verstrekken of leveren van bijbehorende technische bijstand of opleiding waarvoor het sanctiecomité Taliban van tevoren een vrijstelling heeft toegekend.

4. De in de leden 1, 2 en 3 bedoelde vrijstellingen worden in voorkomend geval verkregen via de in Bijlage II genoemde bevoegde autoriteiten van de lidstaten.

5. Door het sanctiecomité Taliban toegekende vrijstellingen gelden in de gehele Gemeenschap, indien een belanghebbende partij de bevoegde autoriteiten overeenkomstig artikel 3 daarvan in kennis heeft gesteld. Er worden geen andere vrijstellingen van de in de artikelen 2 en 5 vastgestelde verbodsbepalingen toegekend.

Artikel 9

1. De Commissie wordt gemachtigd:

- de Bijlagen I, IV, V en VI op basis van de besluiten van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties of het sanctiecomité Taliban te wijzigen of aan te vullen;

- Bijlage II te wijzigen op basis van door de lidstaten verstrekte informatie;

- wettelijk bindende omschrijvingen van de kenmerken en eigenschappen van de in Bijlage III genoemde goederen bekend te maken.

2. Onverminderd de rechten en verplichtingen van de lidstaten op grond van het Handvest van de Verenigde Naties onderhoudt de Commissie alle nodige contacten met het sanctiecomité Taliban met het oog op de doeltreffende tenuitvoerlegging van deze verordening.

Artikel 10

De Commissie en de lidstaten stellen elkaar onmiddellijk in kennis van de krachtens deze verordening getroffen maatregelen en van de relevante informatie waarover zij in verband met deze verordening beschikken, in het bijzonder informatie over schendingen en handhavingsproblemen of uitspraken van nationale rechters.

Artikel 11

Deze verordening is van toepassing ondanks de rechten of verplichtingen die voortvloeien uit vóór de inwerkingtreding ervan ondertekende internationale overeenkomsten, gesloten contracten of verleende vergunningen.

Artikel 12

1. Iedere lidstaat bepaalt welke sancties van toepassing zijn wanneer de bepalingen van deze verordening worden overtreden. Deze sancties moeten doeltreffend, evenredig en ontradend zijn.

In afwachting van de eventueel vereiste goedkeuring van daartoe strekkende wetgeving worden bij overtreding van de bepalingen van deze verordening de sancties opgelegd die de lidstaten vaststellen overeenkomstig artikel 9 van Verordening (EG) nr. 337/2000 van de Raad van 14 februari 2000 betreffende een verbod op vluchten en een bevriezing van tegoeden en andere financiële middelen ten aanzien van de Taliban van Afghanistan.

2. Iedere lidstaat spant een rechtszaak aan tegen natuurlijke of rechtspersonen, entiteiten of lichamen die onder zijn rechtsbevoegdheid vallen, wanneer er voldoende aanwijzingen zijn dat er sprake is van de schending van één van de in deze verordening vastgestelde verbodsbepalingen door die personen, entiteiten of lichamen.

Artikel 13

Verordening (EG) nr. 337/2000 wordt ingetrokken en vervangen door de bepalingen van deze verordening.

Artikel 14

Deze verordening is van toepassing op:

- het grondgebied van de Gemeenschap, met inbegrip van haar luchtruim,

- de luchtvaartuigen en vaartuigen die onder de rechtsbevoegdheid van een lidstaat vallen,

- alle personen die onderdaan van een lidstaat zijn en die zich elders bevinden,

- alle rechtspersonen, entiteiten of lichamen die volgens het recht van een lidstaat zijn geregistreerd of opgericht.

Artikel 15

Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel,

Voor de Raad

De voorzitter

BIJLAGE I

Lijst van de in artikel 2 bedoelde personen, entiteiten en lichamen.

- de organisatie Al-Qaida,

- Ariana Afghan Airlines of Bakhtar Afghan Airlines, Afghan Authority Building, PO Box 76, Ansari Watt, Kabul, Afghanistan, met inbegrip van die welke eigendom zijn van de kantoren of dochtermaatschappijen van die onderneming, en van de rekeningen van die ondernemingen bij Citibank, New Delhi, India en bij Punjab National Bank, New Delhi, India,

- Banke Millie Afghan, Bank E. Millie Afghan of Afghan National Bank, Jada Ibn Sana, Kabul, Afghanistan, met inbegrip van die welke eigendom zijn van de kantoren of dochtermaatschappijen van die onderneming,

- Da Afghanistan Bank, Bank of Afghanistan, Central Bank of Afghanistan of Afghan State Bank, Ibni Sina Wat, Kabul, Afghanistan, met inbegrip van die welke eigendom zijn van de kantoren of dochtermaatschappijen van die onderneming,

- De Afghanistan Momtaz Bank,

- het Islamitisch Emiraat Afghanistan,

- De heer Mohammad OMAR (Leader of the Faithful of Amir ul-Mumineen), geboren in 1950 in Hotak, provincie Kandahar, Afghanistan,

- de Taliban, en

- De heer Usama bin Laden.

Onder tegoeden en andere financiële middelen wordt verstaan : financiële activa en economische voordelen van enigerlei aard, met inbegrip van middelen voortkomende uit of gegenereerd door bezittingen die eigendom zijn van of direct of indirect onder de zeggenschap staan van een natuurlijke of rechtspersoon, entiteit of lichaam waarvan de tegoeden en andere financiële middelen moeten worden bevroren, of van een onderneming die eigendom is van of onder de zeggenschap staat van een dergelijke persoon, entiteit of lichaam. Tegoeden en andere financiële middelen omvatten maar zijn niet beperkt tot:

a. contanten;

b. cheques, wissels, postwissels en andere betaalmiddelen;

c. deposito's bij financiële instellingen of andere entiteiten, saldi op rekeningen, schulden en schuldbewijzen;

d. openbaar en onderhands verhandelde waardepapieren en schuldbewijzen, met inbegrip van aandelen, certificaten van waardepapieren, obligaties, promesses, warrants, schuldbekentenissen en derivatencontracten;

e. interesten, dividenden of andere inkomsten over of waarde voortkomende uit of gegenereerd door activa;

f. krediet, recht op compensatie, garanties, uitvoeringsgaranties of andere financiële verplichtingen;

g. kredietbrieven, cognossementen, koopbrieven; en

h. bewijsstukken van een belang in fondsen of financiële middelen.

BIJLAGE II

Lijst van de in artikel 3, lid 1, en artikel 8, lid 3, bedoelde bevoegde autoriteiten.

A. Bevriezing van tegoeden

BELGIË

Ministerie van Financiën

Thesaurie

Kunstlaan 30

B - 1040 Brussel

Fax (32-2) 233 75 18

DENEMARKEN

Erhvervsfremmestyrelsen

Dahlerups Pakhus

Langelinie Alle 17

DK - 2100 København Ø

Tel. (45) 35 46 60 00

Fax (45) 35 46 60 01

DUITSLAND

1. Voor onderzoek van de status van banken:

Landeszentralbank in Baden-Württemberg

Postfach 10 60 21

D - 70049 Stuttgart

Tel. 07 11/9 44-11 20/21/23

Fax. 07 11/9 44-19 06

Landeszentralbank in Freistaat Bayern

D - 80291 München

Tel. 0 89/280 89-32 64

Fax. 0 89/28 89-38 78

Landeszentralbank in Berlin und Brandenburg

Postfach 11 01 60

D - 10831 Berlin

Tel. 030/34 75/11 10/15/20

Fax. 0 30/34 75/11 90

Landeszentralbank in der Freien Hansestadt Hamburg, in Mecklenburg-Vorpommern und Schleswig-Holstein

Postfach 57 03 48

D - 22772 Hamburg

Tel. 0 40/37 07/66 00

Fax. 0 40/37 07-66 15

Landeszentralbank in Hessen

Postfach 11 12 32

D - 60047 Frankfurt am Main

Tel. 0 69/23 88-19 20

Fax. 0 69/23 88-19 19

Landeszentralbank in der Freien Hansestadt Bremen, in Niedersachsen und Sachsen-Anhalt

Postfach 2 45

D - 30002 Hannover

Tel. 05 11/30 33-27 23

Fax. 05 11/30 33-27 30

Landeszentralbank in Nordrhein-Westfalen

Postfach 10 11 48

D - 40002 Düsseldorf

Tel: 02 11/8 74-23 73/31 59

Fax: 02 11/8 74-23 78

Landeszentralbank in Rheinland-Pfalz und im Saarland

Postfach 30 09

D - 55020 Mainz

Tel: 0 61 31/3 77-4 10/4 16

Fax: 0 61 31/3 77-4 24

Landeszentralbank in den Freistaaten Sachsen und Thüringen

Postfach 90 11 21

D - 04103 Leipzig

Tel. 03 41/8 60-22 00

Fax. 03 41/8 60-23 89

2. Voor onderzoek van de status van andere personen, entiteiten of lichamen dan banken:

Bundesausfuhramt

Referat 214

Postfach 51 60

D - 65726 Eschborn

Tel. 0 61 96/9 08-0

Fax. 0 61/96/9 08-4 12

GRIEKENLAND

Ministry of National Economy

Secretariat-General for International Economic Relations

Directorate-General for External Economic and Trade Relations

Director General Mr V. Kanellakis

Ermou and Kornarou 1

GR - 105 63 Athens

Tel. (31) 32 86 401-3

Fax (31) 32 86 404

SPANJE

Dirección General de Política Comercial e Inversiones Exteriores

Subdirección General de Gestión de las Transacciones con el Exterior

Ministerio de Economía y Hacienda

Po de la Castellana, 162 - Planta 9

E - 28046 Madrid

Tel. (00-34) 91 583 74 00

Fax (00-34) 91 583 55 09

Direccion General del Tesoro y Política Financiera

Subdirección General de Inspección y Control de Movimientos de Capitales

Ministerio de Economía y Hacienda

Pl. de Jacinto Benavente, 3

E - 28071 Madrid

Tel. (00-34) 91 360 45 88

Fax (00-34) 91 583 52 14

FRANKRIJK

Ministère de l'économie, des finances et de l'industrie

Direction du Trésor

Service des affaires européennes et internationales

Sous-direction E

139, rue du Bercy

F - 75572 Paris-cedex 12

Tel. (33-1) 44 87 17 17

Fax (33-1) 53 18 36 15

IERLAND

Central Bank of Ireland

Financial Markets Department

P.O. Box 559

Dame Street

Dublin 2

Tel. (353-1) 671 66 66

Department of Foreign Affairs

Bilateral Economic Relations Section

76-78 Harcourt Street

Dublin 2

Tel. (353-1) 408 24 92

ITALIË

Ministero del Commercio Estero

Direzione Generale per la Politica Commerciale e per la Gestione del Regime degli Scambi

Divisione IV

Viale America, 341

I - 00144 Roma

Tel: (39-06) 59 93 24 39

Fax: (39-06) 59 64 75 06

LUXEMBURG

Ministère des affaires étrangères

Direction des relations économiques internationales et de la coopération

BP 1602

L - 1016 Luxembourg

NEDERLAND

Ministerie van Financiën

Directie Wetgeving, Juridische en Bestuurlijke Zaken

Postbus 20201

2500 EE Den Haag

Nederland

Tel. (31-70) 342 82 27

Fax (31-70) 342 79 05

OOSTENRIJK

Bundesministerium für wirtschaftliche Angelegenheiten

Abteilung II/A/2

Landstrasser Haupstraße 55-57

A - 1030 Wien

Österreichische Nationalbank

Otto Wagner-Platz 3

A - 1090 Wien

Tel. (43-1) 40 420-0

Fax. (43-1) 40 420-73 99

PORTUGAL

Ministério das Finanças

Direcção Geral dos Assuntos Europeus e Relações Internacionais

Avenida Infante D. Henrique, n.o 1, C 2.o

P - 1100 Lisboa

Tel. (351-1) 882 32 40/47

Fax (351-1) 882 32 49

E-mail. dgaeri@mfinancas,mailpac.pt

FINLAND

Ulkoasiainministeriö/Utrikesministeriet

PL 176

SF - 00161 Helsinki

Tel. (358-9) 13 41 51

Fax. (358-9) 13 41 57 07 and (358-9) 62 98 40

ZWEDEN

Regeringskansliet

Utrikesdepartementet

Rattssekretariatet för EU-frågor

Fredsgatan 6

S - 103 39 Stockholm

Tel. (46-8) 405 10 00

Fax (46-8) 723 11 76

VERENIGD KONINKRIJK

HM Treasury

International Financial Services

Parliament Street

London SW1P 3AG

United Kingdom

Tel: (44-171) 270 55 50

Fax: (44-171) 270 43 65

Bank of England

Financial Sanctions Unit

London EC2R 8AH

United Kingdom

Tel. (44-171) 601 46 07

Fax (44-171) 601 43 09

EUROPESE GEMEENSCHAP

Commissie van de Europese Gemeenschappen

Directoraat-Generaal buitenlandse betrekkingen

Directoraat GBVB

Eenheid A.2 / de heer A. de Vries

Wetstraat 200

B - 1049 Brussel

Tel.: (32-2) 295 68 80

Fax: (32-2) 296 75 63

E-mail: anthonius-de-vries@cec.eu.int

B. Uitvoerverbod

BELGIË

DENEMARKEN

DUITSLAND

GRIEKENLAND

SPANJE

FRANKRIJK

IERLAND

ITALIË

LUXEMBURG

NEDERLAND

OOSTENRIJK

PORTUGAL

FINLAND

ZWEDEN

VERENIGD KONINKRIJK

EUROPESE GEMEENSCHAP

Commissie van de Europese Gemeenschappen

Directoraat-Generaal buitenlandse betrekkingen

Directoraat GBVB

Eenheid A.2 / de heer A. de Vries

Wetstraat 200

B - 1049 Brussel

Tel.: (32-2) 295 68 80

Fax: (32-2) 296 75 63

E-mail: anthonius-de-vries@cec.eu.int

C. Verbod op vluchten

BELGIË

Ministerie van verkeer en infrastructuur

Bestuur van de luchtvaart

Communicatiecentrum Noord - 4de verdieping

Vooruitgangsstraat 80 - Bus 5

B - 1030 Brussel

Tel. (32-2) 206 32 00

Fax (32-2) 203 15 28

DENEMARKEN

Civil Aviation Administration

Luftfartshuset

Box 744

Ellebjergvej 50

DK - 2450 København

Tel. (45) 36 44 48 48

Fax (45) 36 44 03 03

DUITSLAND

Generaldirektor für Luft- und Raumfahrt

Bundesministerium für Verkehr

Postfach 200 100

D - 53170 Bonn

Tel. (49-228) 300 45 00

Fax (49-228) 300 79 29

GRIEKENLAND

Ministry of Transport and Communications

Hellenic Civil Aviation Authority

PO Box 73 751

GR - 16604 Helliniko

Tel. (30-1) 894 42 63

Fax (30-1) 894 42 79

SPANJE

Direccion General de Aviación Civil

Ministerio de Fomento

Paseo de la Castellana, 67

E - 28071 Madrid

Tel. (34-91) 597 70 00

Fax (34-91) 597 53 57

FRANKRIJK

Ministere de l'équipement, des transports et du logement

Direction générale de l'aviation civile

Direction des transports aériens

50, rue Henri Farman

F - 75720 Paris cedex 15

Tel. (33-1) 58 09 43 21

Fax (33-1) 58 09 36 36

IERLAND

General Director for Civil Aviation

Department of Transport, Energy and Communications

44, Kildare Street

Dublin 2

Ireland

Tel. (353-1) 604 10 36

Fax (353-1) 604 11 81

ITALIË

Ente Nazionale per l'Aviazione Civile (ENAC)

Via di Villa Ricotti 42

I - 00161 Roma

Tel. (39-06) 44 18 52 08/44 18 52 09

Fax (39-06) 44 18 53 16

LUXEMBURG

Directeur de l'aviation civile

Ministère des transports

19-21, boulevard Royal

L - 2938 Luxembourg

Tel. (352) 478 44 12

Fax (352) 46 77 90

NEDERLAND

Ministerie van verkeer en waterstaat

Directoraat-Generaal rijksluchtvaart

Plesmanweg 1-6

Postbus 90771

2509 LT Den Haag

Nederland

Tel. (31-70) 351 72 45

Fax (31-70) 351 63 48

OOSTENRIJK

Bundesministerium für Wissenschaft und Verkehr

Zentralsektion Verkehr, Luftfahrt

Radetzkystrae 2

A - 1030 Wien

Tel. (43-1) 711 62 70 00

Fax (43-1) 711 62 70 99

PORTUGAL

Instituto Nacional da Aviação Civil

Ministério do Equipamento Social

Rua B, edifícios 4, 5, 6

Aeroporto da Portela

P - 1749-034 Lisboa

Tel.: (351-21) 842 35 00

Fax: (351-21) 840 23 98

E-mail: inacgeral@mail.telepac.pt

FINLAND

Civil Aviation Administration

Ilmailulaitos/Luftfartsverket

PO Box 50

FIN - 01531 Vantaa

Tel. (358-9) 82 77 20 10

Fax (358-9) 82 77 20 91

ZWEDEN

Regeringskansliet

Utrikesdepartementet

Rattssekretariatet för EU-fragor

Fredsgatan 6

S - 103 39 Stockholm

Tel. (46-8) 405 10 00

Fax (46-8) 723 11 76

VERENIGD KONINKRIJK

Department of Environment, Transport and the Regions

International Aviation Negotiations

Great Minster House

76, Marsham Street

London SW1P 4DR

United Kingdom

Tel. (44-171) 890 58 01

Fax (44-171) 676 21 94

EUROPESE GEMEENSCHAP

Commissie van de Europese Gemeenschappen

Directoraat-Generaal buitenlandse betrekkingen

Directoraat GBVB

Eenheid A.2 / de heer A. de Vries

Wetstraat 200

B - 1049 Brussel

Tel.: (32-2) 295 68 80

Fax: (32-2) 296 75 63

E-mail: anthonius-de-vries@cec.eu.int

BIJLAGE III

Lijst van de in artikel 4, lid 1, bedoelde goederen

(Onderstaande lijst bevat geen goederen die speciaal voor militair gebruik zijn ontworpen of aangepast en die vallen onder het wapenembargo dat op grond van Gemeenschappelijk Standpunt 2001/.../GBVB wordt toegepast.)

Kogelbestendige helmen, helmen voor oproerbeheersing, schilden voor oproerbeheersing en kogelbestendige schilden alsmede speciaal hiervoor ontworpen onderdelen.

Speciaal ontworpen vingerafdrukkenapparatuur.

Elektrisch bediende zoeklichten.

Constructiematerieel met bescherming tegen kogels.

Jachtmessen.

Speciaal ontworpen materieel voor het vervaardigen van jachtgeweren.

Handlaaduitrusting voor munitie.

Uitrusting voor het onderscheppen van berichten.

Optische halfgeleiderdetectoren.

Beeldversterkerbuizen.

Telescopische vuurwapenvizieren.

Wapens met gladde loop en bijbehorende munitie, voorzover niet speciaal ontworpen voor militair gebruik, alsook speciaal daarvoor ontworpen onderdelen, met uitzondering van:

1. seinpistolen;

2. luchtdruk- of patroongeweren die ontworpen zijn als industriegereedschap of voor het op humane wijze bedwelmen van dieren.

Simulatieapparatuur voor opleiding in het gebruik van vuurwapens en speciaal daarvoor ontworpen of aangepaste onderdelen en toebehoren.

Bommen en granaten, voorzover niet speciaal ontworpen voor militair gebruik, en speciaal daarvoor ontworpen onderdelen.

Lichaamspantsering, voorzover niet vervaardigd volgens militaire normen of specificaties, en speciaal daarvoor ontworpen onderdelen.

Op alle wielen aangedreven, niet-weggebonden bedrijfsvoertuigen, vervaardigd met of voorzien van bescherming tegen kogels, alsmede profielpantsering voor dergelijke voertuigen.

Waterkanonnen en speciaal daarvoor ontworpen of aangepaste onderdelen.

Voertuigen uitgerust met een waterkanon.

Voertuigen die speciaal zijn ontworpen of aangepast om door middel van stroomstoten indringers af te weren, en onderdelen daarvoor die speciaal voor dat doel zijn ontworpen of aangepast.

Geluidsapparaten die door de fabrikant of de leverancier worden omschreven als geschikt voor oproerbeheersing, en speciaal daarvoor ontworpen onderdelen.

Voetboeien, groeps- en individuele kluisters en stroomgordels die speciaal zijn ontworpen voor het in hun bewegingen beperken van mensen, met uitzondering van:

Handboeien waarvan de totale maximumafmeting, met inbegrip van de ketting, indien gesloten, ten hoogste 240 mm bedraagt.

Draagbare toestellen die ontworpen of aangepast zijn voor oproerbeheersing of zelfbescherming door het toedienen van een stof die mensen tijdelijk kan uitschakelen (zoals traangas of peperspray), alsmede speciaal daarvoor ontworpen onderdelen.

Draagbare toestellen die zijn ontworpen of aangepast ten behoeve van oproerbeheersing of zelfbescherming door toediening van elektrische schokken (met inbegrip van stroomstokken, stroomschilden, verdovingsgeweren en geweren voor het afvuren van schokpijltjes (tasers)), almede onderdelen daarvoor die speciaal voor dat doel ontworpen zijn.

Elektronische uitrusting voor het opsporen van verborgen explosieven en speciaal daarvoor ontworpen onderdelen, met uitzondering van:

Inspectieapparatuur waarbij gebruik gemaakt wordt van tv-apparatuur of röntgenstraling.

Elektronische storingsuitrusting die speciaal ontworpen is ter voorkoming van het door middel van radiosignalen op afstand doen exploderen van geïmproviseerde explosiemiddelen alsmede speciaal daarvoor ontworpen onderdelen.

Uitrusting en toestellen die speciaal ontworpen zijn voor het al dan niet elektronisch inleiden van explosies, met inbegrip van ontstekingstoestellen, detonatoren, ontstekers, "boosters" en slagkoord, alsmede speciaal daarvoor ontworpen onderdelen, met uitzondering van:

uitrusting en toestellen die speciaal ontworpen zijn voor een specifiek commercieel gebruik, zijnde het door detonatie in werking stellen of doen functioneren van andere uitrusting of toestellen die niet het veroorzaken van explosies tot functie hebben (bijvoorbeeld toestellen voor het opblazen van airbags, piekstroombegrenzers of toestellen voor het in werking stellen van sprinklerinstallaties).

Uitrusting en toestellen ontworpen voor het opruimen van explosieven, met uitzondering van:

1. bomdempers;

2. containers ontworpen voor het omhullen van voorwerpen waarvan bekend is of vermoed wordt dat het geïmproviseerde explosiemiddelen zijn.

Nachtzicht- en thermische beeldvormingsapparatuur alsmede beeldversterkerbuizen of halfgeleidersensoren daarvoor.

De voor alle genoemde goederen speciaal ontworpen software en vereiste technologie.

Ladingen voor directionele explosies.

De volgende explosieven en aanverwante stoffen:

- amatol,

- nitrocellulose (met een stikstofgehalte van meer dan 12,5%)

- nitroglycol,

- pentaerythritol tetranitraat (PETN),

- picrylchloride,

- trinitorfenylmethylnitramine (tetryl),

- 2, 4, 6-trinitrotolueen (TNT).

De voor alle opgesomde goederen speciaal ontworpen software en vereiste technologie.

BIJLAGE IV

Afghaans grondgebied onder de controle van de tabellen als bedoeld in artikel 4.

BIJLAGE V

In artikel 5, lid 1, bedoelde plaatsen van binnenkomst en landingsterreinen in Afghanistan.

BIJLAGE VI

Lijst van de in artikel 5, lid 2, bedoelde organisaties en hulporganen.