Voorstel voor een
besluit van de Raad
betreffende het standpunt van de Gemeenschap in de Associatieraad inzake de financiële bijdrage van Bulgarije voor de deelname aan het programma Socrates in de jaren 2001 tot en met 2006 /* COM/2001/0007 def. - ACC 2001/0007 */
Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende het standpunt van de Gemeenschap in de Associatieraad inzake de financiële bijdrage van Bulgarije voor de deelname aan het programma Socrates in de jaren 2001 tot en met 2006 (door de Commissie ingediend) TOELICHTING De Europese Raad van Helsinki van december 1999 heeft het uitbreidingsproces, dat in december 1997 in Luxemburg op gang is gebracht, bekrachtigd. Voorts heeft hij de versterkte pretoetredingsstrategie, die in 1997 is vastgelegd, bevestigd. Een belangrijke component van deze strategie is de deelname van de 13 kandidaat-lidstaten aan de programma's van de Gemeenschap. Voor de tien kandidaat-lidstaten uit Midden- en Oost-Europa (LMOE's) is de deelname aan de programma's van de Gemeenschap in hun respectieve Europaovereenkomsten vastgelegd. Overeenkomstig deze Europaovereenkomsten worden de deelnemingsvoorwaarden voor deze landen door de onderscheiden Associatieraden vastgesteld. Wat de programma's op het gebied van onderwijs, beroepsopleiding en jeugd betreft, hebben alle LMOE's in 1999 deelgenomen aan de eerste fase van de programma's Leonardo da Vinci en Socrates alsook aan het programma Jeugd voor Europa, dat op 31 december 1999 is afgelopen. Deze deelname vormt een belangrijk onderdeel in de voorbereiding van deze landen op hun toetreding. Voorts zijn in 2000 al besluiten van de Associatieraden goedgekeurd waardoor deze landen kunnen deelnemen aan de tweede fase van Leonardo da Vinci en de tweede fase van Socrates, die vanaf 2000 in de plaats gekomen zijn van de vorige programma's. De LMOE's nemen aldus vanaf het begin aan deze nieuwe programma's deel en de in het kader van de eerste generatie programma's ondernomen activiteiten konden zonder onderbreking in de vervolgprogramma's worden voortgezet. Voor Socrates is in de in 2000 goedgekeurde besluiten van de Associatieraden, die van toepassing zijn voor de duur van het programma, de financiële bijdrage vastgelegd die elk LMOE voor deelname in 2000 moet betalen en is bepaald dat de financiële bijdrage in de daaropvolgende jaren in de loop van het jaar 2000 door de respectieve Associatieraden wordt vastgesteld. De Commissie heeft deze bijdrage berekend op grond van het budget voor dit programma. Alle LMOE's hebben bevestigd dat zij hiermee instemmen en zich bereid verklaard om hun financiële bijdrage deels uit hun nationale begroting, deels uit hun jaarlijkse Phare-toewijzing te betalen. Overeenkomstig de conclusies van de Europese Raad van Luxemburg van 12 en 13 december 1997 moeten de eigen financiële bijdragen van deze landen geleidelijk stijgen. Daarom stelt de Commissie nu voor dat de Raad de financiële bijdrage van elk LMOE aan Socrates voor de jaren 2001 tot en met 2006 vaststelt in een nieuw besluit, dat een aanvulling vormt op het besluit van de respectieve Associatieraden tot vaststelling van de voorwaarden voor de deelname van deze landen aan de programma's Socrates en Leonardo da Vinci. De Raad wordt derhalve verzocht zijn goedkeuring te hechten aan het bijgaande voorstel voor een besluit van de Raad betreffende het standpunt van de Gemeenschap in de Associatieraad inzake de financiële bijdrage van Bulgarije voor de deelname aan het programma Socrates in de jaren 2001 tot en met 2006. 2001/0007 (ACC) Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende het standpunt van de Gemeenschap in de Associatieraad inzake de financiële bijdrage van Bulgarije voor de deelname aan het programma Socrates in de jaren 2001 tot en met 2006 DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, met name op de artikelen 149 en 150 juncto artikel 300, lid 2, Gezien het voorstel van de Commissie, Overwegende hetgeen volgt: (1) Bij Besluit nr. 3/2000 van de Associatieraad, associatie tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Bulgarije, anderzijds, van 2 augustus 2000 [1] zijn de voorwaarden voor de deelname van Bulgarije aan de tweede fase van de programma's Leonardo da Vinci en Socrates vastgesteld; dat besluit is van toepassing voor de duur van deze programma's. [1] PB L 248 van 3.10.2000, blz. 23. (2) In bijlage II, punt 2, van Besluit nr. 3/2000 staat vermeld dat de door Bulgarije aan de begroting van de Europese Unie te betalen bijdrage voor deelname aan dit programma in de jaren 2001 tot en met 2006 in de loop van het jaar 2000 door de Associatieraad wordt vastgesteld, BESLUIT: Het standpunt van de Gemeenschap in de Associatieraad, ingesteld bij de Europaovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Bulgarije, anderzijds, inzake de financiële bijdrage van Bulgarije voor de deelname aan het programma Socrates in de jaren 2001 tot en met 2006, stemt overeen met het bijgaande ontwerp-besluit van de Associatieraad. Gedaan te Brussel, Voor de Raad De Voorzitter Ontwerp BESLUIT nr. .../2001 VAN DE ASSOCIATIERAAD associatie tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Bulgarije, anderzijds, van ..... tot vaststelling van de financiële bijdrage van Bulgarije voor de deelname aan het programma Socrates in de jaren 2001 tot en met 2006 DE ASSOCIATIERAAD, Gelet op het Aanvullend Protocol bij de Europaovereenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Bulgarije, anderzijds, betreffende de deelname van Bulgarije aan de communautaire programma's, met name op de artikelen 1 en 2 [2], [2] PB L 317 van 30.12.1995, blz. 25. Overwegende hetgeen volgt: (1) Bij Besluit nr. 3/2000 van de Associatieraad, associatie tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Bulgarije, anderzijds, van 2 augustus 2000 [3] zijn de voorwaarden voor de deelname van Bulgarije aan de tweede fase van de programma's Leonardo da Vinci en Socrates vastgesteld; dat besluit is van toepassing voor de duur van deze programma's. [3] PB L 248 van 3.10.2000, blz. 23. (2) In bijlage II, punt 2, van Besluit nr. 3/2000 staat vermeld dat de door Bulgarije aan de begroting van de Europese Unie te betalen bijdrage voor deelname aan dit programma in de jaren 2001 tot en met 2006 in de loop van het jaar 2000 door de Associatieraad wordt vastgesteld, BESLUIT: Artikel 1 De financiële bijdrage van Bulgarije aan de begroting van de Europese Unie voor deelname aan het programma Socrates II in de jaren 2001 tot en met 2006 bedraagt (in EUR): >RUIMTE VOOR DE TABEL> Artikel 2 Onderstaand schema geeft de benodigde Phare-middelen weer: - voor de bijdrage aan het programma Socrates II: jaarlijks de volgende bedragen (in EUR): >RUIMTE VOOR DE TABEL> Het resterende gedeelte van Bulgarijes bijdrage wordt met middelen uit de Bulgaarse nationale begroting gedekt. Artikel 3 Dit besluit treedt in werking op de datum van goedkeuring door de Associatieraad. Gedaan te Brussel, Voor de Associatieraad De Voorzitter FINANCIEEL MEMORANDUM 1. Benaming van de maatregel Deelname van Bulgarije aan Socrates in 2001-2006 2. Begrotingsonderdeel B7-030 Economische hulp voor de geassocieerde landen van Midden- en Oost-Europa 6091 Ontvangsten voortvloeiend uit de deelneming van landen van Midden-Europa die bij de communautaire programma's zijn betrokken 3. Rechtsgrond Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, met name de artikelen 149 en 150 juncto artikel 300, lid 2. Aanvullend Protocol bij de Europaovereenkomst met Bulgarije, dat voorziet in deelname aan de communautaire programma's. Besluit nr. 3/2000 van 2 augustus 2000 van de Associatieraad, associatie tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Bulgarije, anderzijds, met name bijlage II daarvan. 4. Omschrijving van de maatregel 4.1 Algemeen doel De Europaovereenkomst met Bulgarije voorziet in de deelname van dat land aan communautaire programma's op talrijke gebieden, waaronder onderwijs. Deze deelname is niet alleen van belang in het kader van de tenuitvoerlegging van de in de Europaovereenkomst opgenomen bepalingen betreffende economische en culturele samenwerking, maar biedt Bulgarije tevens de gelegenheid zich vertrouwd te maken met de procedures en methodes die in communautaire programma's worden toegepast. Bulgarije neemt sinds 1 april 1999 aan de eerste fase van de programma's Leonardo da Vinci en Socrates deel. Overeenkomstig de mededeling van de Commissie "Agenda 2000" van 16 juli 1997 en de conclusies van de Europese Raad van Luxemburg is de deelname van Bulgarije aan deze programma's een onderdeel van de versterkte pretoetredingsstrategie, die het land ondersteunt bij zijn voorbereiding op de toetreding tot de Unie. Het besluitvormingsproces in verband met de openstelling van de programma's impliceert een besluit van de Associatieraad tussen de Europese Unie en Bulgarije. Het besluit van de Associatieraad waarin tot de deelname van Bulgarije aan de eerste generatie programma's op het gebied van onderwijs, opleiding en jongeren is besloten, is op 31 december 1999 afgelopen. In 2000 is een ander besluit van de Associatieraad goedgekeurd, zodat Bulgarije ook aan de nieuwe generatie programma's, die in 2000 van start gegaan zijn, kan deelnemen. In dit besluit van de Associatieraad is de financiële bijdrage van Bulgarije aan Socrates voor het jaar 2000 vastgesteld, maar niet die voor de jaren 2001 tot en met 2006. Ter aanvulling van het eerdere besluit is dus een nieuw besluit van de Associatieraad nodig. 4.2 Looptijd en verlenging Tot de afloop van het desbetreffende communautaire programma, d.w.z. 31 december 2006. 5. Indeling van de uitgaven en ontvangsten 5.1 Niet-verplichte uitgaven 5.2 Gesplitste kredieten 5.3 Aard van de ontvangsten Artikel 3 van het Aanvullend Protocol bij de Europaovereenkomst bepaalt dat Bulgarije zelf de kosten voor zijn deelname dient te dragen. Het zal derhalve om een bijdrage voor zijn deelname aan het programma worden verzocht. Aangezien artikel 3 eveneens bepaalt dat de Gemeenschap de bijdrage van Bulgarije kan aanvullen, dient Bulgarije zijn bijdrage slechts ten dele uit zijn nationale begroting te financieren. Het resterende gedeelte zal met middelen uit het Bulgaarse nationale Phare-programma worden gedekt. De daartoe vereiste Phare-middelen komen ten laste van artikel B7-030 en worden Bulgarije ter beschikking gesteld door middel van een apart financieringsmemorandum. Samen met de middelen uit de Bulgaarse nationale begroting, vormen zij Bulgarijes eigen bijdrage, waaruit het land zal putten om te voldoen aan het jaarlijkse verzoek tot storting van de Commissie. De totale bijdrage van Bulgarije wordt, zodra zij is betaald, ingeschreven onder post 6091 bij de ontvangsten op de begroting van de Europese Unie. 6. Aard van de uitgaven en ontvangsten - Volledig gesubsidieerd - Subsidie in het kader van medefinanciering, samen met andere bronnen in de particuliere en/of overheidssector - In volledige of gedeeltelijke terugbetaling van de communautaire bijdrage wordt niet voorzien - Wat de ontvangsten betreft, wordt onder post 6091 voorzien in Bulgarijes bijdrage om de kosten van deelname te dekken. De ontvangsten worden toegewezen aan de uitgavenposten voor het programma in kwestie en, in voorkomend geval, aan de desbetreffende posten van de huishoudelijke uitgaven. Het totaal van de verwachte ontvangsten wordt aangegeven onder 7.4. 7. Financiële gevolgen 7.1 Wijze van berekening van de totale kosten van de maatregel (samenhang tussen de kosten per onderdeel en de totale kosten) Hieronder volgen de op grond van de Europaovereenkomst met Bulgarije vastgelegde financiële en budgettaire regelingen voor het programma in kwestie. In de bijdrage van Bulgarije is met twee elementen rekening gehouden: - de te verwachten operationele kosten, die zijn berekend op basis van het programmabudget, het geschatte absorptievermogen van Bulgarije en de ervaringen die zijn opgedaan met de deelname van dat land aan de eerste fase van Socrates; - de te verwachten administratieve kosten, zijnde de vergaderingen en de dienstreizen. De administratieve kosten worden jaarlijks op EUR 50 000 geraamd. Bulgarije zal een gedeelte van de middelen uit zijn jaarlijkse nationale Phare-programma aanwenden ter aanvulling van de middelen uit zijn nationale begroting met het oog op de financiering van zijn bijdrage aan de operationele kosten. 7.2 Kostenverdeling (in euro) >RUIMTE VOOR DE TABEL> 7.3 Beleidsuitgaven voor studies, bijeenkomsten van deskundigen e.d., opgenomen in deel B van de begroting p.m.: tot een maximumbedrag in verhouding tot de overeenkomstige kredieten in de door de EUR 15 toegewezen middelen voor Socrates, evenwel binnen de grenzen van het uit de nationale begroting afkomstige gedeelte van 's lands bijdrage. 7.4 Tijdschema voor de vastleggings- en betalingskredieten Bedragen ten laste van begrotingspost B7-030 >RUIMTE VOOR DE TABEL> De verwachte jaarlijkse ontvangsten zien er als volgt uit: >RUIMTE VOOR DE TABEL> 8. Maatregelen ter bestrijding van fraude Alle contracten, overeenkomsten en juridische verbintenissen van de Commissie voorzien in controle ter plaatse door de Commissie en de Rekenkamer. De begunstigden van de maatregel zijn onder meer verplicht verslagen en financiële staten in te dienen, die zowel qua inhoud als qua financierbaarheid van de uitgaven worden geanalyseerd overeenkomstig het doel van de communautaire financiering. De in de basisartikelen van de begroting opgenomen anti-fraudebepalingen zijn ook op deze rubriek van toepassing, voorzover zij voor de landen van Midden-Europa worden aangepast. 9. Elementen voor kosten-batenanalyse 9.1 Specifieke en kwantificeerbare doelstellingen; doelgroep De essentiële doelstelling van de communautaire acties op het gebied van het onderwijs is alle Europese burgers in staat te stellen zich ten volle te ontplooien, initiatieven te nemen en hun creativiteit verder te ontwikkelen, zodat zij volwaardig deel kunnen nemen aan de samenleving en de opbouw van Europa. De doelgroep omvat studenten, docenten, leerlingen, onderwijsinstellingen, besluitvormers op het gebied van het onderwijs. 9.2 Motivering van de maatregel - Noodzaak van financiële steun van de Gemeenschap Gezien de hoge kosten voor deelname aan het programma en de precaire begrotingssituatie van Bulgarije is bijstand uit Phare van essentieel belang. - Wijze van steunverlening Met een bijdrage uit de nationale begroting, aangevuld met een bijdrage van PHARE, zal de integratie van Bulgarije in het programma de burgers van dat land de mogelijkheid geven samen te werken met hun tegenhangers in de huidige EU-lidstaten. De integratie van Bulgaarse burgers in communautaire netwerken zal een doorslaggevende bijdrage leveren tot de voorbereiding van Bulgarije op het toekomstige lidmaatschap van de EU. - Voornaamste onzekere factoren die gevolgen kunnen hebben voor de specifieke resultaten van de maatregel Aangezien de projecten worden geselecteerd op basis van kwalitatieve criteria, kan de reële impact slechts worden gemeten aan de hand van de capaciteit van de Bulgaarse instellingen om te reageren op de door de Commissie in het kader van het programma te publiceren oproepen tot het indienen van voorstellen. 9.3 Toezicht op en evaluatie van de maatregel De toezicht- en evaluatieprocedures van het programma Socrates II (met name de evaluatie, zoals bedoeld in het besluit tot vaststelling van het programma) zijn ook van toepassing op ten behoeve van Bulgaarse begunstigden gefinancierde activiteiten. 10. Huishoudelijke uitgaven (Afdeling 3, deel A, van de begroting) De effectieve beschikbaarstelling van de vereiste huishoudelijke middelen is afhankelijk van het jaarlijkse besluit van de Commissie betreffende de toewijzing van middelen, rekening houdend met de extra personele en financiële middelen die door de begrotingsautoriteit worden toegekend. 10.1 Gevolgen voor de personeelssterkte >RUIMTE VOOR DE TABEL> 10.2 Financiële gevolgen van het extra personeel in euro >RUIMTE VOOR DE TABEL> (*) Door gebruik te maken van de bestaande middelen die vereist zijn voor het beheer van de maatregel (berekening gebaseerd op A1, A2, A4, A5, A7) 10.3 Stijging van andere huishoudelijke uitgaven als gevolg van de maatregel in euro >RUIMTE VOOR DE TABEL> * 2 vertegenwoordigers in 8 comité- en subcomitévergaderingen en 1 vertegenwoordiger in 3 subcomitévergaderingen. ** 1 deelnemer aan 19 Socrates-vergaderingen Bovenstaande uitgaven worden gefinancierd uit de ontvangsten (artikel 4, lid 2, derde streepje, van het Financieel Reglement), overgemaakt door Bulgarije (zie punt 5.3 en 7.4 van het financieel memorandum).