52001IG0629(01)

Initiatief van het Koninkrijk België en het Koninkrijk Zweden met het oog op de aanneming van een verordening van de Raad betreffende de ontwikkeling van een Schengen-informatiesysteem van de tweede generatie (SIS II)

Publicatieblad Nr. C 183 van 29/06/2001 blz. 0012 - 0014


Initiatief van het Koninkrijk België en het Koninkrijk Zweden met het oog op de aanneming van een verordening van de Raad betreffende de ontwikkeling van een Schengen-informatiesysteem van de tweede generatie (SIS II)

(2001/C 183/07)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op de artikelen 66 en 67,

Gezien het initiatief van het Koninkrijk België en het Koninkrijk Zweden(1),

Gezien het advies van het Europees Parlement(2),

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Het Schengen-informatiesysteem, dat is ingesteld op grond van de bepalingen van titel IV van de Overeenkomst van 1990 ter uitvoering van het op 14 juni 1985 te Schengen gesloten akkoord betreffende de geleidelijke afschaffing van de controles aan de gemeenschappelijke grenzen, hierna de "Schengenovereenkomst van 1990" genoemd, is een essentieel instrument voor de toepassing van de bepalingen van het Schengenacquis dat is opgenomen in het kader van de Europese Unie.

(2) In zijn huidige vorm kan het Schengen-informatiesysteem niet meer dan 18 deelnemende staten aan. Het is thans operationeel in 13 lidstaten en twee andere staten (IJsland en Noorwegen) en het is de bedoeling dat het in de nabije toekomst in het Verenigd Koninkrijk en Ierland operationeel wordt. Het is evenwel niet berekend op het toegenomen aantal lidstaten van de Europese Unie na de uitbreiding.

(3) Daartoe en om de laatste ontwikkelingen op het gebied van de informatietechnologie te benutten en de invoering van nieuwe functies mogelijk te maken, moet een nieuw Schengen-informatiesysteem van de tweede generatie (SIS II) worden ontwikkeld.

(4) De uitgaven die verband houden met de ontwikkeling van SIS II komen ten laste van de begroting van de Europese Unie overeenkomstig de conclusies van de Raad hierover van 29 mei 2001. Deze verordening vormt samen met Besluit 2001/.../EG van de Raad van ... betreffende de ontwikkeling van een Schengen-informatiesysteem van de tweede generatie (SIS II)(3) de nodige rechtsgrond om in de begroting van de Unie de nodige kredieten te kunnen opnemen voor de ontwikkeling van SIS II en de uitvoering van dat deel van de begroting.

(5) De rechtsgrond bestaat uit twee delen: deze verordening, die gegrond is op de artikelen 66 en 67 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en een besluit van de Raad, dat gegrond is op artikel 30, lid 1, en de artikelen 31 en 34 van het Verdrag betreffende de Europese Unie. Reden hiervoor is dat het Schengen-informatiesysteem verschillende doelstellingen heeft, waarvan er één onder deel III, titel IV, van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap valt en andere onder titel VI van het Verdrag betreffende de Europese Unie vallen.

(6) Het feit dat de rechtsgrond voor de financiering van de ontwikkeling van SIS II door de begroting van de Unie gevormd wordt door twee afzonderlijke instrumenten doet geen afbreuk aan het beginsel dat het Schengen-informatiesysteem één geïntegreerd informatiesysteem is en zal blijven en dat SIS II als zodanig moet worden ontwikkeld.

(7) Deze verordening doet geen afbreuk aan de toekomstige aanneming van de noodzakelijke wetgeving waarin de werking en het gebruik van SIS II in detail worden beschreven. Deze wetgeving moet bestaan alvorens het systeem operationeel wordt, maar ze kan slechts adequaat worden opgesteld zodra de technische ontwikkeling van SIS II voldoende ver gevorderd is.

(8) De regels tot vaststelling van het specifieke doel van de in SIS II op te nemen gegevens om de in deze verordening opgenomen doelstellingen na te streven, de aard van de in te voeren gegevens en de machtiging om toegang te hebben tot deze gegevens worden aangenomen overeenkomstig artikel 67 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap.

(9) De maatregelen die nodig zijn voor de uitvoering van deze verordening worden genomen overeenkomstig Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden(4).

(10) Deze verordening is een ontwikkeling van het Schengenacquis en valt onder artikel 1 van Besluit 1999/437/EG van de Raad van 17 mei 1999 inzake bepaalde toepassingsbepalingen van de door de Raad van de Europese Unie, de Republiek IJsland en het Koninkrijk Noorwegen gesloten overeenkomst inzake de wijze waarop deze twee staten worden betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis(5).

(11) Derhalve moet een regeling worden getroffen om de vertegenwoordigers van IJsland en Noorwegen in staat te stellen betrokken te worden bij de werkzaamheden van de comités die de Commissie bijstaan in de uitoefening van haar uitvoeringsbevoegdheden. Deze regeling is overwogen in de briefwisseling tussen de Gemeenschap enerzijds en IJsland en Noorwegen anderzijds, die in de bijlage bij bovengenoemde samenwerkingsovereenkomst is opgenomen(6).

(12) Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van het Protocol betreffende de positie van Denemarken, dat gehecht is aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, neemt Denemarken niet deel aan de aanneming van deze verordening en is zij niet bindend voor, noch van toepassing in Denemarken. Daar deze verordening ten doel heeft voort te bouwen op het Schengenacquis in het kader van de bepalingen van deel III, titel IV, van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap is artikel 5 van bovengenoemd protocol van toepassing,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Teneinde de doelstellingen van de Gemeenschap te bereiken op het gebied van het vrije verkeer van personen en bij ontstentenis van controles bij de overschrijding van de binnengrenzen en de uitvoering van controles aan de buitengrenzen op de binnenkomst van onderdanen van derde staten in de Gemeenschap, moeten de lidstaten over een gezamenlijk informatiesysteem beschikken waardoor de door hen aangewezen autoriteiten, via automatische bevraging, toegang hebben tot signaleringen van onderdanen van derde staten met het oog op de uitvoering van controles aan de buitengrenzen en elders op hun grondgebied en met het oog op de behandeling van visumaanvragen en aanvragen voor verblijfstitels.

Artikel 2

Het huidige informatiesysteem dat o.a. het in lid 1 genoemde doel nastreeft, het Schengen-informatiesysteem dat is opgesteld op grond van de bepalingen van titel IV van de Schengenovereenkomst van 1990, zal worden vervangen door een nieuw systeem, het Schengen-informatieysteem II (SIS II), waardoor nieuwe lidstaten in het systeem kunnen worden geïntegreerd en nieuwe functies kunnen worden uitgeoefend en waarin de ontwikkelingen in de informatietechnologie in aanmerking worden genomen.

Artikel 3

SIS II is één enkel geïntegreerd systeem dat zowel de doelstellingen van artikel 1 van deze verordening als die van artikel 1 van Besluit ... van de Raad nastreeft en wordt door de Commissie ontwikkeld overeenkomstig de procedures van artikel 6, leden 2 en 3, van deze verordening.

Artikel 4

De maatregelen die nodig zijn voor de ontwikkeling van SIS II worden vastgesteld overeenkomstig de beheersprocedure van artikel 6, lid 2, wanneer zij betrekking hebben op andere aangelegenheden dan de in artikel 5 genoemde.

Artikel 5

De maatregelen die nodig zijn voor de ontwikkeling van SIS II met betrekking tot de volgende aangelegenheden worden genomen overeenkomstig de regelgevingsprocedure van artikel 6, lid 3:

a) de architectuur van het systeem;

b) de technische aspecten die een invloed hebben op de bescherming van persoonsgegevens;

c) de technische aspecten die aanzienlijke financiële gevolgen hebben voor de begrotingen van de lidstaten.

Artikel 6

1. De Commissie wordt bijgestaan door een comité van beheer of een regelgevend comité.

2. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 4 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing.

De in artikel 4, lid 3, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op twee maanden.

3. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 5 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing.

De in artikel 5, lid 6, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op twee maanden.

4. Het betrokken comité stelt zijn reglement van orde vast.

Artikel 7

De Commissie legt aan het eind van elk halfjaar, en voor het eerst aan het eind van het tweede halfjaar van 2002 een voortgangsrapport voor aan de Raad inzake de ontwikkeling van SIS II.

Artikel 8

Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Deze verordening verstrijkt op 31 december 2006.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in de lidstaten overeenkomstig het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap.

Gedaan te ...

Voor de Raad

De voorzitter

...

(1) PB C ...

(2) PB C ...

(3) Zie blz. 14 in dit Publicatieblad.

(4) PB L 184 van 17.7.1999, blz. 23.

(5) PB L 176 van 10.7.1999, blz. 31.

(6) PB L 176 van 10.7.1999, blz. 53.