European training foundation: jaarverslag 2000 /* COM/2001/0810 def. */
EUROPEAN TRAINING FOUNDATION: JAARVERSLAG 2000 (door de Commissie ingediend) INHOUD 1 Inleiding 1.1. Oogmerken en doelstellingen 1.2. Organisatiestructuur 1.3. Adviserend lichaam 1.4. Evaluatieprogramma van de Stichting 2 Activiteiten van de Stichting in 2000 2.1. Kandidaatlanden van Midden- en Oost-Europa 2.2. Zuidoost-Europa 2.3. Nieuwe Onafhankelijke Staten en Mongolië 2.4. Landen en gebieden rondom de Middellandse Zee 2.5. Tempus 3 Samenwerking met andere EU-agentschappen 4 Financieel verslag 4.1. Financieringsbronnen 4.2. Uitvoering van de begroting 2000 4.3. Herziening van de systemen voor financieel beheer van de Europese Stichting voor Opleiding 4.4. Gemeenschappelijke ondersteuningsdienst 5 Personeel 5.1. Personeelsbezetting en organisatieschema 6. Raad van bestuur Bijlage 1 - Activiteiten van de Stichting in 2000 Bijlage 2 - Tabel: begrotingsmiddelen & middelen buiten de begroting Bijlage 3 - Tabel: overeenkomsten Bijlage 4 - Tabel: overeenkomsten voor technische bijstand in het kader van Tempus Bijlage 5 - Organigram Bijlage 6 - Raad van bestuur van de Stichting - Ledenlijst Bijlage 7 - Door de Stichting georganiseerde evenementen in 2000 Bijlage 8 - Lijst van publicaties 1 Inleiding 1.1. Oogmerken en doelstellingen De Europese Stichting voor Opleiding (ETF) is een agentschap van de Europese Unie dat is opgericht ter bevordering van de ontwikkeling van responsieve beroepsopleidingssystemen van hoge kwaliteit in de landen en gebieden van Midden- en Oost-Europa, de Nieuwe Onafhankelijke Staten en Mongolië en het Middellandse-Zeegebied ("de partnerlanden"). Als expertisecentrum op het gebied van de ontwikkeling van menselijk potentieel zorgt de Stichting voor: * het verstrekken van analyses van en adviezen over lopende initiatieven en toekomstige behoeften in de partnerlanden; * het vergemakkelijken van contacten tussen de belangrijkste actoren op het gebied van beroepsopleiding; * het verspreiden van informatie over goede praktijken in de Europese Unie en de lidstaten; * het kanaliseren van het aanbod tot samenwerking van de donors. De Stichting beheert voorts enkele Phare- en Tacis-programma's namens de Europese Commissie ("de Commissie") en zij verleent de Commissie technische bijstand bij de tenuitvoerlegging van het Tempus-programma. In de eerste helft van 2000 begon de raad van bestuur van de Stichting (zie hierna) met een strategische reflectie op de toekomstige ontwikkeling van de Stichting. Het resultaat hiervan was een besluit van de raad van bestuur om de Stichting verder te ontwikkelen als expertisecentrum en de betrokkenheid van de Stichting bij programmabeheer geleidelijk stop te zetten, te beginnen met de Phare-programma's die eind 2001 zullen worden afgerond. Tegelijkertijd zal de Stichting ten volle worden betrokken bij de cyclus van planning van programma's voor buitenlandse betrekkingen van de Europese Unie (Phare, Tacis, MEDA en CARDS). 1.2. Organisatiestructuur De Stichting heeft een geografische aanpak van de behoeften van haar partnerlanden, die wordt weerspiegeld door de vier geografische afdelingen. Deze bestrijken de kandidaatlanden, de westelijke Balkanstaten, de Nieuwe Onafhankelijke Staten en Mongolië en het Middellandse-Zeegebied. De activiteiten op het gebied van managementopleiding worden gecoördineerd door de eenheid Managementopleiding, een thematische eenheid die met de geografische afdelingen samenwerkt. Gespecialiseerde eenheden bieden technische en administratieve ondersteuning aan de organisatie als geheel. De Stichting heeft een raad van bestuur die wordt voorgezeten door de Commissie en is samengesteld uit vertegenwoordigers van de lidstaten en de Commissie. De raad van bestuur komt bijeen om het jaarlijkse werkprogramma en de begroting van de Stichting te bespreken en vast te stellen en wordt geraadpleegd over voorstellen die van groot belang zijn voor het beheer van de Stichting. De raad van bestuur wordt bij zijn werkzaamheden geassisteerd door een adviserend lichaam, bestaande uit opleidingsdeskundigen van de lidstaten, de partnerlanden, de Commissie, internationale organisaties en sociale partners. Het adviseert de raad van bestuur over het jaarlijkse werkprogramma en komt regelmatig in subgroepen bijeen om vraagstukken te bespreken die verband houden met de hervorming van beroepsonderwijs- en -opleidingssystemen. De directeur van de Stichting brengt de raad van bestuur verslag uit en is voorzitter van het adviserend lichaam. Hij wordt bijgestaan door circa 120 personeelsleden die samen het werkprogramma met een jaarbegroting van 16,2 miljoen EUR (cijfers van 2000) ten uitvoer leggen. Naast de strategische besprekingen met de raad van bestuur en de Commissie, ging de Stichting over tot een herziening van haar personeelsbezetting, organisatie en procedures om deze in overeenstemming te brengen met de nieuwe strategische richtsnoeren. In aanvulling op de herziening van de technische en administratieve ondersteuning aan het eind van 1999, die erop gericht was bestaande ondersteunende diensten op de behoeften van de operationele afdelingen af te stemmen, gaf de Stichting opdracht tot het verrichten van studies naar de interne financiële en beheersystemen. De resultaten van de studies werden vervolgens verwerkt in enkele aanbevelingen, waaraan in september 2000 gevolg werd gegeven. De Stichting hield zich voorts bezig met de vaststelling van nieuwe doelstellingen voor de personeelsformatie in de periode 2001-2004, die in het najaar van 2000 door de raad van bestuur werden goedgekeurd. Tegelijkertijd startte de Stichting, in overleg met de Commissie, met de herziening van de organisatie van de technische bijstand die zij de Commissie verleent bij de tenuitvoerlegging van het Tempus-programma. 1.3. Adviserend lichaam De jaarvergadering van het adviserend lichaam vond plaats van 15-17 juni 2000 en werd door meer dan 80 leden bijgewoond. De belangrijkste doelstelling van de leden was een bijdrage leveren aan de eerste planningsfasen van het werkprogramma voor 2001 door adviezen te geven over en richting te geven aan de activiteiten van de Stichting in elk van de vier regio's. Hiertoe werden vier regionale subgroepen opgericht. Daarnaast werden zes workshops, geleid door personeelsleden van de Stichting, aan de volgende vraagstukken gewijd: * voortgezette beroepsopleiding en haar rol in overgangsomstandigheden; * managementopleiding; * vergroting van de inzetbaarheid door de integratie van ondernemerschap in onderwijs en opleiding; * de noodzaak van financiële hervorming van beroepsopleidingssystemen in de partnerlanden; * de arbeidsmarkt en beroepsopleiding; * regionale beroepsopleidingsstrategieën in een nationale context. Verslagen over de workshops kunnen worden gedownload op de website van de Stichting, op het volgende adres: www.etf.eu.int. 1.4. Evaluatieprogramma van de Stichting Begin februari 2000 werd een stuurcomité voor evaluatie opgericht om de Stichting te adviseren over het jaarlijkse evaluatieprogramma. Het stuurcomité kwam in maart voor de eerste maal bijeen en bereikte overeenstemming over de rol en de taken van het comité en over de te evalueren projecten in het kader van het evaluatieprogramma van de Stichting in 2000: 1. Evaluatie van het meerjarenproject "Opleidingsbehoeftenanalyse en kwalificatienormen in beroepsonderwijs en -opleiding" van de Stichting Eind 1999 werd opdracht gegeven tot het opstellen van een verslag. Dit verslag werd in juni 2000 voorgelegd. Het doel was kritisch te kijken naar de resultaten die in de afgelopen vijf jaar zijn geboekt bij de uiteenlopende activiteiten van de Stichting op het gebied van kwalificaties en normen. Het verslag zal op de volgende bijeenkomst van het stuurcomité voor evaluatie worden gepresenteerd. Ook zal het als basis dienen voor een discussie met deskundigen en medewerkers van de Stichting in het begin van 2001. 2. Herziening van de activiteiten van het adviserend lichaam van de Stichting in de afgelopen vijf jaar Het doel van deze evaluatie was de prestaties, resultaten en effecten, maar daarnaast ook de procedures en uitvoeringsmechanismen van het adviserend lichaam van de Stichting te beoordelen. Het ontwerp-verslag werd besproken tijdens de plenaire vergadering van het adviserend lichaam in juni, waarbij werd verzocht om aanvullende schriftelijke feedback. De Russische versie van het verslag werd opgesteld en eind juli uitgezonden. De ontvangen opmerkingen en reacties worden nu in de tekst verwerkt en naar verwachting zal het eindverslag begin 2001 afgerond zijn. 3. Evaluatie van de nationale waarnemingscentra van de Stichting in Phare-landen De evaluatie van nationale waarnemingscentra in Phare-landen is met name van belang in het licht van de groeiende belangstelling voor de rol van de Stichting bij de verzameling en analyse van informatie in het werkprogramma voor 2001. De studie is in oktober van start gegaan en bouwt voort op de resultaten van een tussentijdse beoordeling in 1997. In de studie worden de verwezenlijkingen van de nationale waarnemingscentra in Phare-landen sinds 1997 beoordeeld en worden verdere maatregelen voorgesteld om deze in de toekomst kracht bij te zetten. De resultaten van de evaluatie zullen beschikbaar zijn voor de eerste vergadering van de raad van bestuur in 2001. In 2001 volgt een evaluatie van nationale waarnemingscentra in Tacis-landen. 4. Herziening van Phare-programma's voor de hervorming van beroepsonderwijs en -opleiding, uitgevoerd in de periode 1990-1998 Op grond van de ervaringen van de laatste zes jaar besloten de Stichting, de Gemeenschappelijke dienst voor buitenlandse betrekkingen (SCR) en DG Werkgelegenheid en Sociale Zaken van de Commissie over te gaan tot een technische eindevaluatie van de door de Stichting beheerde programma's voor de hervorming van beroepsonderwijs- en -opleiding (VET). De Stichting had reeds eerder ook opdracht gegeven tot een technische evaluatie van elk afgerond nationaal Phare-programma, waarvan de resultaten in een meerlandenanalyse werden gebruikt. Het doel van deze eindevaluatie na te gaan in hoeverre de Phare-partnerlanden met de uitvoering van Phare-programma's voor de hervorming van VET-systemen waren gevorderd. Er is nu een ontwerp-verslag opgesteld voor een interne bespreking. De definitieve versie zal aan het Phare-comité in Brussel worden voorgelegd. 2 Activiteiten van de Stichting in 2000 2.1. Kandidaatlanden van Midden- en Oost-Europa Alle bijzonderheden van de activiteiten van de Stichting in de kandidaatlanden zijn te vinden in de tabel op bladzijde 42. Enkele belangrijke activiteiten in het kader van het werkprogramma 2000 worden hierna uiteengezet. 1. Steun aan de Commissie Ook in 2000 assisteerde de Stichting de Commissie bij de tenuitvoerlegging van de pre-toetredingsstrategie in de kandidaatlanden. Meer bepaald heeft de Stichting: * namens de Commissie Phare-programma's voor de hervorming van beroepsonderwijs- en -opleiding, managementopleiding, de ontwikkeling van menselijk potentieel in bedrijven en hoger onderwijs voortgezet of voltooid in enkele kandidaatlanden (Bulgarije, Estland, Litouwen en Roemenië), alsmede meerlandenprogramma's voor afstandonderwijs en hoger onderwijs in alle Phare-partnerlanden; * met succes een reeks plaatselijke, regionale en nationale seminars over het Europees Sociaal Fonds georganiseerd (55 in totaal) in de Phare-kandidaatlanden, als onderdeel van het speciale voorbereidende programma (SPP) voor het Europees Sociaal Fonds in het kader van Phare. Het programma culmineerde in een slotconferentie die in oktober te Brussel werd gehouden, met vertegenwoordiging op hoog niveau en steun van DG Werkgelegenheid en Sociale Zaken en DG Uitbreiding van de Commissie. De Stichting heeft in het kader van dit speciale voorbereidende programma ook de ontwikkeling van het netwerk van nationale opleidingsinstituten actief gesteund, dat de kandidaatlanden met behulp van gerichte opleidingen en informatie moet helpen bij hun voorbereidingen op het Europees Sociaal Fonds. Eén van de activiteiten was een slotseminar, gewijd aan de duurzaamheid van de nationale opleidingsinstituten; * de Commissie en de EG-delegaties deskundig advies gegeven over de opzet van Phare-programma's op het gebied van de ontwikkeling van menselijk potentieel en op verzoek van de Commissie deelgenomen aan de programmering van dienstreizen; * specifieke ministeries in de kandidaatlanden op verzoek bijgestaan met deskundig advies over vraagstukken die verband houden met beroepsonderwijs en -opleiding; * het overzicht van de vooruitgang op het gebied van de hervorming van beroepsonderwijs en -opleiding van de Stichting bijgewerkt, als bijdrage aan het jaarlijkse voortgangsverslag van de Commissie over de voorbereidingen van de kandidaatlanden op de toetreding; * een project opgezet en gelanceerd inzake de opstelling van monografieën over beroepsonderwijs- en -opleidingssystemen en diensten voor arbeidsbemiddeling in de kandidaatlanden, te beginnen met de Tsjechische Republiek, Hongarije, Polen en Slovenië. Het project inzake monografieën, waarmee werd gestart op verzoek van DG Werkgelegenheid en Sociale Zaken van de Commissie, moet bijdragen tot het in goede banen leiden van de verslagen over de gezamenlijke herziening van het werkgelegenheidsbeleid, waartoe de Commissie en de kandidaatlanden hebben besloten. 2. Door de Stichting gefinancierde activiteiten De Stichting heeft ook enkele proefprojecten opgezet en gefinancierd die erop gericht zijn Phare-activiteiten in bepaalde kandidaatlanden aan te vullen of voort te zetten, met name op het gebied van voorbereidingen voor het Europees Sociaal Fonds. In dit verband werd steun verleend aan: * Litouwen voor de oprichting van een regionaal opleidingscentrum; * acht Poolse regio's middels een programma voor een studiebezoek aan Duitsland en seminars; * Roemenië voor de voortzetting van het Constanta-project voor voorgezette opleiding, met donorsteun uit Frankrijk, Italië en het Vlaamse Gewest; * Litouwen en Letland voor de opleiding van docenten en opleiders, met donorsteun uit Finland en Denemarken; * Bulgarije, Polen, Slowakije en Slovenië door het organiseren van seminars over de betrokkenheid van de sociale partners bij beroepsonderwijs en -opleiding. In 2000 besteedde de Stichting speciale aandacht aan het probleem van de sociale uitsluiting, waarbij de nadruk werd gelegd op de zigeuners ("Roma") in kandidaatlanden in Midden-Europa. Zij organiseerde de volgende activiteiten: * een speciale conferentie met de steun van de Portugese autoriteiten in Lissabon, gewijd aan dit onderwerp en de bijdrage van het Europees Sociaal Fonds, met name om de sociale uitsluiting te bestrijden; * een onderzoek naar goede praktijken om de sociale insluiting van de zigeuners in de kandidaatlanden te bevorderen; * een seminar over de rol van opleiding bij de bestrijding van de sociale uitsluiting van de zigeuners, gehouden te Sinaia (Roemenië) in oktober 2000, met de steun van de Stichting Soros. 3. Managementopleiding In 2000 zette de Stichting haar werkzaamheden op het terrein van managementopleiding voort: * zij lanceerde een regionale enquête in bedrijven om informatie te kunnen verstrekken over de behoeften van werkgevers op het gebied van vaardigheden en deze informatie te gebruiken bij de ontwikkeling van strategieën op het gebied van menselijk potentieel. Het project draagt bij tot de voorbereidingen van de kandidaatlanden op hun toetreding en hun eventuele toegang tot de structuurfondsen van de EU, met name het Europees Sociaal Fonds; * zij voltooide een gezamenlijk werkgeversinitiatief in Bulgarije samen met de Duitse organisatie OWZ, gericht op contactpersonen die namens kleine en middelgrote ondernemingen optreden. Een geselecteerd aantal opleiders uit deze groep contactpersonen nam deel aan een opleidingsprogramma dat deels in Bulgarije en deels in Duitsland plaatsvond; * zij assisteerde de Bulgaarse overheid bij de uitvoering van een managementopleidingsproject door technische bijstand te verlenen voor de organisatie, het beheer en de monitoring van het project. 4. Nationale waarnemingscentra De Stichting bleef de nationale waarnemingscentra leiden en steunen door hun analytische capaciteiten te versterken, netwerkvorming te bevorderen en hun dagelijkse werkzaamheden nauwgezet te volgen. Enkele specifieke initiatieven waren: * een project, gefinancierd door de Stichting en georganiseerd met de steun van een doelstelling 1-regio in het VK. Het doel van het project was nationale waarnemingscentra het belang te doen inzien van het verzamelen van regionale arbeidsmarktinformatie voor de toekomstige regionale planning, monitoring en evaluatie in het kader van het Europees Sociaal Fonds. Ook werd beoogd analytische vaardigheden te ontwikkelen; * bijeenkomsten in Turijn, met een opleiding op maat en een forum voor de uitwisseling van ervaringen; * monitoringactiviteiten, met commentaar op verslagen en regelmatige bezoeken aan het partnerland. 2.2. Zuidoost-Europa Alle bijzonderheden van de activiteiten van de Stichting in Zuidoost-Europa zijn te vinden in de tabel op bladzijde 44. Enkele belangrijke activiteiten in het kader van het werkprogramma 2000 worden hierna uiteengezet. 1. Steun aan de Commissie * De tenuitvoerlegging van het Phare-programma van 1997 voor beroepsonderwijs en -opleiding in Bosnië-Herzegovina werd met succes afgesloten met een conferentie te Sarajevo. Tijdens deze slotconferentie werd een groenboek over strategie en beleid voor de hervorming van beroepsonderwijs en -opleiding in Bosnië-Herzegovina gepresenteerd. De EG-delegatie in Sarajevo vertrouwde de Stichting tevens een overbruggingsprogramma (450 000 EUR) toe, dat in mei van start ging. In dit verband zal het groenboek worden omgezet in een witboek en zal uitvoering worden gegeven aan de onderwijsprogramma's die in het kader van het programma van 1997 zijn ontwikkeld. * In oktober voltooide de Stichting ook de uitvoeringsfase van het Phare-programma voor beroepsonderwijs en -opleiding in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië. * Na de detachering van een medewerker van de Stichting bij de Taskforce van de Commissie voor de wederopbouw van Kosovo werd in februari 2000 een verslag aan de Commissie voorgelegd. Hierin werden de onmiddellijke naoorlogse beperkingen op het gebied van onderwijs en beroepsopleiding vastgesteld en voorstellen en aanbevelingen voor de follow-up geformuleerd. Voorts werden specifieke aanbevelingen gedaan voor de ontwikkeling van vaardigheden van het MKB en een managementopleiding voor nutsbedrijven, na twee workshops in Pristina waarbij de belanghebbende partijen uit het bedrijfsleven in Kosovo waren betrokken. Tot slot steunde de Stichting, in samenwerking met het gezamenlijke bestuur UNMIK, maatregelen voor de verzameling van arbeidsmarktgegevens aan de hand van de oprichting van een waarnemingscentrum voor arbeidsmarkt en opleiding. 2. Door de Stichting gefinancierde activiteiten De activiteiten in het kader van het werkprogramma 2000 werden grotendeels volgens plan uitgevoerd. Nadere bijzonderheden van de activiteiten zijn te vinden op bladzijde 42. Deze hadden betrekking op de volgende gebieden: Beroepsonderwijs en -opleiding ter bestrijding van sociale uitsluiting Op het gebied van beroepsonderwijs en -opleiding ter bestrijding van sociale uitsluiting heeft de Stichting: * studies naar de situatie in Albanië, Bosnië-Herzegovina, de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië en alle Phare-kandidaatlanden afgerond. Op een bijeenkomst in mei 2000 zijn de voorlopige resultaten gepresenteerd; * op 19 en 20 juni in Bulgarije een regionaal seminar over jeugdwerkloosheid in Zuidoost-Europa gehouden, waaruit een verslag over beleidsprioriteiten voor actie op dit gebied voortvloeide. De conferentie leidde tevens tot de vaststelling van twee miniprojecten in Kroatië en Montenegro om nieuwe middelen voor de bestrijding van jeugdwerkloosheid te testen; * een studie gelanceerd, "Voorbeelden van goede praktijken voor de integratie van de zigeuners in het onderwijs en de arbeidsmarkt middels onderwijs en opleiding". Ze heeft de bevindingen gepresenteerd tijdens een seminar in oktober in Roemenië. De studie heeft betrekking op alle kandidaatlanden (zie bladzijde 42) en Turkije en Albanië. Integratie van werk en leren Op het gebied van de integratie van werk en leren heeft de Stichting: * in mei een regionale workshop inzake het project Integratie van werk en leren georganiseerd in Dubrovnik, Kroatië. De workshop werd gecombineerd met een bijeenkomst van nationale waarnemingscentra uit de regio. Er werd een plan overeengekomen voor de publicatie en internationale verspreiding van de resultaten van het project; * de eerste voorbereidingen getroffen voor nationale rondetafelgesprekken over de integratie van werk en leren in de landen uit de regio. Voortgezette beroepsopleiding * Daarnaast werden de Zuidoost-Europese landen vertegenwoordigd bij een conferentie over voortgezette opleiding in Karlskrona, Zweden, evenals de kandidaatlanden. 3. Managementopleiding * Er zijn goede vorderingen gemaakt met de werkzaamheden voor het opzetten van een project voor managementopleiding voor het MKB in Albanië. Het project gaat begin 2001 van start. * De Stichting is gestart met een evaluatie van de stand van zaken op het gebied van opleidingen voor managers in Zuidoost-Europa. Zij zal zich concentreren op Kroatië, Montenegro, Servië en Bosnië-Herzegovina. 4. Nationale waarnemingscentra * De Stichting opende enkele nieuwe waarnemingscentra in Kroatië, Montenegro en Kosovo om het netwerk van nationale waarnemingscentra in de regio uit te breiden en te versterken. 5. Sleutelrol voor de Stichting in het Stabiliteitspact * De Stichting trad op als coördinatrice op het gebied van de ontwikkeling van menselijk potentieel (HRD) in het kader van het Stabiliteitspact. Aangezien de ontwikkeling van menselijk potentieel als een belangrijke kwestie wordt beschouwd, heeft de Stichting een werkgroep opgericht, bestaande uit vertegenwoordigers uit partner- en donorlanden, om een bijdrage te kunnen leveren aan zowel democratie/mensenrechten (tabel 1, in samenwerking met het door de Oostenrijkse overheid geleide Graz-proces) als economische wederopbouw (tabel 2). * Het werk van de werkgroep inzake de ontwikkeling van menselijk potentieel omvatte het vaststellen van beleidskaders en het formuleren van projectvoorstellen, met name voor de ondersteuning van het MKB en sociale insluiting (zie hierna). * Het werk van de werkgroep inzake de ontwikkeling van menselijk potentieel droeg bij tot de lancering van prioritaire projecten in Zuidoost-Europa (de zogeheten "Stability Pact Quick Start Measures"). * De Stichting heeft ook haar medewerking verleend aan een herziening van de onderwijssector, gecoördineerd door de OESO en gefinancierd in het kader van het Stabiliteitspact. De herziening zal verslagen voortbrengen over VET en werkgelegenheid in alle Zuidoost-Europese landen. 6. Regionale groep van het adviserend lichaam De groep kwam tweemaal bijeen in 2000. De eerste bijeenkomst werd gehouden op 17 en 18 februari 2000 in Athene, om: * uitdagingen en prioriteiten voor beroepsonderwijs en -opleiding in het proces van wederopbouw in Zuidoost-Europa vast te stellen; * inzicht te verschaffen in de mogelijke rol van de Stichting bij de aanpak van de ontwikkeling van menselijk potentieel in het kader van de wederopbouw, alsmede relevante activiteiten vast te stellen voor het werkprogramma 2000 (in het bijzonder voor de projecten voor beroepsonderwijs en -opleiding ter bestrijding van sociale uitsluiting en de groei van het MKB); * te adviseren over de mogelijke rol van de nationale waarnemingscentra bij de economische wederopbouw. De tweede bijeenkomst van de regionale groep werd gehouden in het kader van de jaarlijkse bijeenkomst van het adviserend lichaam te Turijn in juni. De groep beoordeelde het werk van de Stichting in de regio en gaf richtsnoeren voor de strategie van de Stichting voor Zuidoost-Europa in de periode 2001-2003. 2.3. Nieuwe Onafhankelijke Staten en Mongolië Alle bijzonderheden van de activiteiten van de Stichting in de Nieuwe Onafhankelijke Staten en Mongolië zijn te vinden in de tabel op bladzijde 46. Enkele belangrijke activiteiten in het kader van het werkprogramma 2000 worden hierna uiteengezet. 1. Steun aan de Commissie * In het kader van de algemene prioriteiten voor Tacis-steun die zijn vastgesteld in de nieuwe verordening van de Raad voor de Nieuwe Onafhankelijke Staten (NOS) en Mongolië, heeft de Stichting geassisteerd bij de opstelling van de indicatieve programma's 2000-2003, door de Commissie te voorzien van evaluatierapporten over de prioriteiten en behoeften op het gebied van beroepsopleiding in elk van de landen. De Stichting heeft ook bijgedragen tot de actieprogramma's 2000-2001 voor Kazachstan, Kirgizstan, Moldavië, de Russische Federatie, Oekraïne en Oezbekistan. * De Stichting heeft voorts haar expertise aan de Commissie ter beschikking gesteld bij de voorbereiding van de lancering van enkele Tacis-projecten. Zo verleende de Stichting in het kader van het Tacis-opleidingsfonds voor werkloze en achtergestelde groepen in Kirgizstan haar steun aan de begunstigden, de Tacis-coördinatie-eenheid en de Commissie, door documenten voor aanbestedingen op te stellen en de Commissie te assisteren bij het toezicht op de inhoud. De Stichting assisteerde tevens de Gemeenschappelijke dienst voor buitenlandse betrekkingen bij het toezicht op het programma voor het opleiden van managers (MTP) middels haar inbreng in de start- en voortgangsverslagen, in de inhoud en methodologie van de opleiding en in het projectvoorstel voor het fonds ter ondersteuning van het MTP. 2. Bijstand bij de tenuitvoerlegging van Tacis-programma's * De Stichting vervolgde het beheer van enkele Tacis-programma's namens de Commissie. Het Tacis-project "Hervorming van beroepsonderwijs en -opleiding in Moldavië" werd in februari met succes afgerond. De besprekingen over een follow-up-project zijn in volle gang. * De Stichting begon met de werkzaamheden voor het Tacis-project ter ondersteuning van de hervorming van VET in Oezbekistan. Er werd gestart met de ontwikkeling van onderwijsprogramma's voor zes beroepsprofielen aan drie proefscholen voor hoger beroepsonderwijs. De Stichting deed grote moeite het project af te stemmen op het project "Normen 2000", het GTZ-project en het project van de Aziatische Ontwikkelingsbank, om de coördinatie onder de diverse partijen in de regio te verbeteren. * De Stichting zette het beheer van het Tacis-project DELPHI voort. Speciale aandacht ging uit naar de ontwikkeling van activiteiten in de vijf Russische regio's en er werd vooruitgang geboekt bij het aanpassen van het onderwijs aan de vraag. Verder werd speciale nadruk gelegd op de ontwikkeling van de sociale dialoog. * De Stichting nam deel aan de evaluatie van het project "Versterking van de capaciteit op het gebied van managementopleiding in Wit-Rusland" in het kader van het programma voor de ontwikkeling van de burgermaatschappij. Het project wordt door de Stichting beheerd. 3. Door de Stichting gefinancierde activiteiten * De Stichting maakte vorderingen met de tweede fase van het parallel gefinancierde proefproject "Hervorming van beroepsonderwijs- en -opleiding in Noordwest-Rusland", namelijk nieuwe onderwijsprogramma's en opleidingen voor docenten op school-/sectorniveau verder ontwikkelen. Ook werd speciale nadruk gelegd op de opleiding van regionale bestuurders, belast met onderwijs en werkgelegenheid, in het ontwikkelen van een regionaal beleid inzake beroepsopleiding. De resultaten van een tussentijdse evaluatie werden met alle belangrijke partijen besproken. Frankrijk werd daarbij als nieuwe partner in het project verwelkomd. Er zijn goede contacten gelegd tussen de aan het proefproject deelnemende regio's en de regio's die betrokken zijn bij de voorbereidingen voor een nieuw onderwijsproject van de Wereldbank. De Stichting en de Wereldbank zijn een werkplan overeengekomen voor de coördinatie tijdens de voorbereidingsfase en de uitvoeringsfase. * In september ging een soortgelijk project voor de hervorming van beroepsonderwijs en -opleiding van start in Oekraïne. Italië, Frankrijk en de Internationale Arbeidsorganisatie nemen hieraan deel. Het project concentreert zich op de sectoren landbouw en vervoer in drie Oekraïnse regio's. De eerste arbeidsmarktanalyses zijn voltooid. * Workshops inzake de samenwerking tussen donors op het gebied van onderwijs en opleiding in Georgië, Oezbekistan en Kirgizstan leidden tot overeenstemming over aanbevelingen voor toekomstige donorinterventies en mechanismen om de coördinatie te verbeteren. Het Russische ministerie van Onderwijs organiseerde op eigen initiatief een bijeenkomst voor de donors te Moskou. Zowel donorlanden als begunstigde landen bevestigden de rol van de nationale waarnemingscentra als knooppunten voor coördinatie onder de donors. * De Stichting organiseerde en financierde een internationale workshop "Vergroting van de inzetbaarheid door de integratie van ondernemerschap in onderwijs en opleiding" in Almaty, Kazachstan, met deelnemers uit de EU, Midden- en Oost-Europa en de NOS. Er is een nieuw project ontwikkeld en dit zal worden uitgevoerd in Noordwest-Rusland en Oekraïne. * De uitvoering van het project "Normen 2000" werd voortgezet om landen te helpen hun methodologie voor de ontwikkeling van consistente normen voor beroepsopleiding in alle sectoren te verbeteren. In ieder deelnemend land werden proefnormen uitgewerkt en vervolgens besproken en geanalyseerd tijdens twee conferenties inzake normen in Tashkent en Minsk. Er werd een gemeenschappelijke aanpak overeengekomen en deze werd bekendgemaakt in deel IV van de reeks publicaties over normen. * Het opleidingsproject voor de ontwikkeling van ondernemerschap in Kirgizstan resulteerde in een unieke informatiebron over de ontwikkeling van ondernemerschap (Kyrgyz Enterprise Study). Ongeveer 200 ondernemingen uit alle sectoren en regio's in het land werden geïnterviewd. Er wordt gewerkt aan een handige gids voor de ontwikkeling van menselijk potentieel, die ondernemingen kan helpen bij het plannen van de opleiding van hun personeel. Voorts werd een opleidingspakket ontwikkeld en getest, bedoeld om de HRD-behoeften aan te pakken. Het project werd uitgebreid tot Kazachstan en Oezbekistan. De Stichting wil ook overgaan tot een gezamenlijke actie met de Internationale Arbeidsorganisatie. 4. Managementopleiding Zoals reeds werd vermeld, assisteerde de Stichting de Commissie bij tenuitvoerlegging van het programma voor het opleiden van managers. Daarnaast voltooide de Stichting een project van 1999 voor het verbeteren en diversifiëren van onderwijs- en leermateriaal voor managementopleiding in Novossibirsk, de Russische Federatie. De resultaten zijn in de hele regio verspreid. De Stichting heeft zich ook ingespannen om de ontwikkeling van managementopleidingsnetwerken in Rusland en Centraal-Azië te stimuleren middels steun aan RABE (Russian Association of Business Education) en CAMAN (Central Asian Management Development Foundation). In 2000 werd een nieuw project gelanceerd in Oekraïne, Kazachstan en Kirgizstan om partnerschappen tussen managementopleidingsinstituten en bedrijven te versterken. 5. Nationale waarnemingscentra * De nationale waarnemingscentra in de regio hebben nieuwe verslagen over de stand van zaken opgesteld, gebaseerd op een overeengekomen herziene inhoudsopgave. De verslagen zullen belangrijke indicatoren voor de periode 1998-99 bevatten. * De Stichting voltooide haar eerste verslag over belangrijke indicatoren voor de Nieuwe Onafhankelijke Staten (1995-97). Ook publiceerde zij het verslag "Transnationale analyse van beroepsonderwijs en -opleiding in de Nieuwe Onafhankelijke Staten en Mongolië", met een bijdrage van de nationale waarnemingscentra. * De netwerken van nationale waarnemingscentra in Phare- en Tacis-landen hebben de banden nauwer aangehaald toen de twee groepen in Turijn samenkwamen voor de jaarlijkse bijeenkomsten van de nationale waarnemingscentra in maart. Het netwerk van nationale waarnemingscentra van Tacis-landen had in november nog een afzonderlijke bijeenkomst in Chisinau. * De Commissie en de Stichting ondertekenden een overeenkomst waarin de financiële steun in het kader van Tacis aan de nationale waarnemingscentra voor 2000 en 2001 werd vastgesteld op 350 000 EUR. Het aanbesteden zou naar verwachting begin 2001 aanvangen. * Naast hun routinetaken waren vele nationale waarnemingscentra betrokken bij landenprojecten in het kader van het programma voor de opleiding van personeel IV, projecten Normen en Ondernemerschap in onderwijs en opleiding. Deze projecten hebben ertoe bijgedragen dat de rol van de nationale waarnemingscentra in hun eigen land zichtbaarder is geworden en is versterkt. 6. Regionale groep van het adviserend lichaam * Op de jaarlijkse bijeenkomst van het adviserend lichaam gaven leden van de regionale groep voor de Nieuwe Onafhankelijke Staten en Mongolië aan dat zij zeer geïnteresseerd waren een bijdrage te leveren aan het werk van de Stichting, in het bijzonder aan de analytische verslagen. Ook pleitten velen voor een grotere samenwerking tussen leden van het adviserend lichaam, plaatselijke deskundigen en de nationale waarnemingscentra, teneinde de informatiestroom te verbeteren en de netwerkfunctie van de nationale waarnemingscentra in de regio te versterken. 2.4. Landen en gebieden rondom de Middellandse Zee Alle bijzonderheden van de activiteiten van de Stichting in het Middellandse-Zeegebied zijn te vinden op bladzijde 49. Enkele belangrijke activiteiten in het kader van het werkprogramma 2000 worden hierna uiteengezet. 1. Toenemende betrokkenheid van de Stichting bij het Middellandse-Zeegebied: Na een eerste introductieperiode met ingang van 1999 heeft de Stichting haar kennis omtrent het Middellandse-Zeegebied geconsolideerd en de werkingssfeer van haar activiteiten uitgebreid. Gedurende de eerste maanden van 2000 zijn enkele belangrijke activiteiten afgerond die in 1999 waren aangevangen: * Na commentaar van de Commissie ontvangen te hebben, voltooide de Stichting 'Overzichten van beroepsonderwijs en -opleiding' in Algerije, Libanon, Malta, Cyprus, Jordanië en Turkije [1]. De resultaten werden onder de belanghebbenden verspreid. [1] Ofschoon Malta, Cyprus en Turkije kandidaatlanden zijn, zijn voorbereidende activiteiten in 2000 in het werkprogramma voor het Middellandse-Zeegebied opgenomen. * In februari organiseerde de Stichting in Damascus een seminar om beleidsmakers te assisteren bij het opzetten van leerlingstelsels die zijn aangepast aan de sociaal-economische situatie in Syrië. Het succes van dit evenement moedigde de Syrische autoriteiten aan proefleerlingstelsels op basis van een doeltreffend partnerschap met de particuliere en openbare industriesector verder te ontwikkelen. 2. Steun aan de Commissie Gedurende de eerste helft van het jaar werd het hoofd van de afdeling Middellandse-Zeegebied van de Stichting bij de Commissie in Brussel gedetacheerd, om het inzicht van de Stichting in de behoeften en operationele restricties van de Commissie te vergroten en beter te bepalen hoe de Stichting de Commissie kan assisteren bij de tenuitvoerlegging van het EU-beleid in de regio. De detachering stelde de Stichting in staat met de Commissie een reeks voorstellen overeen te komen waarin enkele door de Stichting in 2001 en verdere jaren te leveren diensten worden vastgesteld, die voor haar een uitdaging vormen. Binnen de grenzen van haar middelen trachtte de Stichting ook te voorzien in de behoeften van de regio. Zo ging zij in op een verzoek om deskundige bijstand aan de Presidentiële commissie voor de hervorming van het onderwijs in Algerije, verantwoordelijk voor het formuleren van voorstellen voor de hervorming van het onderwijs- en opleidingssysteem als geheel. De Stichting gaf ook gevolg aan verzoeken van de Commissie om expertise voor het vaststellen en formuleren van projecten voor beleid inzake beroepsopleiding in Algerije, alsmede om technisch advies over de instelling van een Europees-Mediterraan waarnemingscentrum voor werkgelegenheid en opleiding in het Middellandse-Zeegebied. Ingevolge een ander verzoek van de Commissie stelde de Stichting ontwerp-richtsnoeren op voor de ontwikkeling van sectorale aanpassingsprogramma's voor beroepsopleiding. 3. Door de Stichting gefinancierde activiteiten * Van 7-10 mei werd in Turijn een gezamenlijke conferentie over de ontwikkeling van secundair onderwijs en opleiding in het Midden-Oosten en Noord-Afrika gehouden, medegefinancierd door de Wereldbank en andere plaatselijke sponsors (gemeente en provincie Turijn, de regio Piemonte, het Italiaanse ministerie van Onderwijs). Aan de conferentie namen circa 100 afgevaardigden deel, onder wie ministers en hoge ambtenaren van 21 landen uit het Midden-Oosten en Noord-Afrika, de Europese Unie en internationale organisaties. De conferentie bestudeerde tendensen op gebieden als kwaliteit, toetsing van de relevantie en controle, normen, ontwikkeling van onderwijsprogramma's, financiering en opleiding van docenten. * Samen met het Algerijnse ministerie van Beroepsopleiding en het Fonds National de Développement de l'Apprentissage et de la Formation Continue (FNAC), hield de Stichting van 25-27 september 2000 in Algerije een regionale workshop over financieringsmechanismen voor het leerlingwezen en voortgezette opleiding. De workshop werd door circa 200 mensen bijgewoond, onder wie vertegenwoordigers van de desbetreffende ministeries van Tunesië, Marokko en Libië, belanghebbende partijen uit de particuliere en openbare sector in Algerije, de Europese Unie en internationale donors. * In november werden plannen bekendgemaakt voor een seminar over innovatieve praktijken op het gebied van normen voor beroepsonderwijs en -opleiding voor de regio Mashreq in Egypte. Wegens de politieke situatie in het Midden-Oosten moest het seminar evenwel worden uitgesteld tot april 2001. De Stichting had reeds onderzoek verricht naar bestaande praktijken op het gebied van de ontwikkeling van beroepsopleidingsnormen in elk van de zes landen die oorspronkelijk bij de actie betrokken waren. Tijdens het seminar zou een casestudie met betrekking tot Egypte worden gepresenteerd. De voorbereidingen werden voortgezet op de nieuwe vastgestelde datum. * Na het seminar van de Stichting over leerlingstelsels in Damascus in februari 2000 deed het Syrische ministerie van Onderwijs een beroep op de expertise van de Stichting voor de lancering van een proefproject inzake leerlingstelsels in 2001. De Stichting deed voorbereidend werk in 2000. 4. Managementopleiding * Op het gebied van managementopleiding werd verdergewerkt aan de studie over opleiding in management en ondernemerschap ten behoeve van MKB-groei in de mediterrane context, met speciale nadruk op Egypte, Jordanië en Libanon. De conclusies van de studie zullen voor verdere verspreiding worden samengevat in een verslag dat begin 2001 afgerond zal zijn. In het verslag wordt ingegaan op mogelijkheden tot verbetering van de opleiding in management en ondernemerschap om de groei van het MKB te stimuleren. 5. Regionale groep van het adviserend lichaam * De groep van het adviserend lichaam voor het Middellandse-Zeegebied kwam in juni bijeen te Turijn. De discussie concentreerde zich op activiteiten van de Stichting in 1999 en de hieruit getrokken lering, de stand van zaken van de activiteiten in 2000 en het werkprogramma 2001 van de Stichting. 2.5. Tempus De Stichting verleende opnieuw technische bijstand aan de Commissie bij de tenuitvoerlegging van het Tempus-programma, dat in 1990 van start ging. Het programma ging zijn derde fase in, bekend als Tempus III (periode 2000-2006). De Nieuwe Onafhankelijke Staten, Mongolië, Albanië, Bosnië-Herzegovina, Kroatië en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië komen op dit moment voor deelname in aanmerking. De nieuwe fase omvat een "top-down"- en een "bottom-up"-benadering, namelijk ervoor zorgen dat alle projecten duidelijk aan nationale prioriteiten beantwoorden en dat verschillende actoren, zoals beleidsmakers, de academische wereld en het maatschappelijk middenveld, bij de projecten betrokken zijn. Expertise uit de kandidaatlanden van Midden- en Oost-Europa wordt sterk aangemoedigd om de uitwisseling van knowhow en ervaringen met Tacis-landen en Albanië, Bosnië-Herzegovina, Kroatië en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië te benutten en te bevorderen. Er zijn nieuwe samenwerkingsactiviteiten ingevoerd, zoals netwerkprojecten die erop gericht zijn goede resultaten van lopende en voltooide Tempus-projecten onder een groter publiek te verspreiden op nationaal en regionaal niveau. Speciale nadruk wordt gelegd op regionale samenwerking in met name Albanië, Bosnië-Herzegovina, Kroatië en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië. Selectie - Tempus Phare Type project // Ontvangen aanvragen Gezamenlijke Europese projecten & netwerkprojecten (termijn 1 maart 2000 en voor Kroatië 31 maart 2000) // 100 Individuele mobiliteitsbeurzen // 65 (termijn 3 april 2000) // waarvan 59 voor de EU Totaal // 165 Gezamenlijke Europese projecten en netwerkprojecten Na de Tempus III-oproep voor Albanië, Bosnië-Herzegovina, Kroatië en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië zijn in totaal 100 aanvragen ontvangen, geregistreerd, gekopieerd en gezonden naar de nationale Tempus-bureaus en de Commissie. Op 20 maart 2000 werd aangevangen met de beoordeling van de geldigheid van de aanvragen. Deze beoordeling was eind april afgerond. De bijeenkomsten voor de selectie van de aanvragen, voorgezeten door de Commissie, werden in de partnerlanden gehouden, zodat deskundigen uit de EU en uit Zuidoost-Europa ter plaatse konden samenwerken. In het geval van Kroatië werd de selectiebijeenkomst bij wijze van uitzondering in Turijn gehouden. In de tweede helft van 2000 werd overgegaan tot de technische evaluatie van de projecten die mogelijk voor financiering in aanmerking kwamen. Vervolgens werden enkele aanbevelingen voor elk van deze projecten opgesteld. Individuele mobiliteitsbeurzen (IMG's) In totaal werden 65 aanvragen verwerkt, gericht op de mobiliteit naar en vanuit Albanië, Bosnië-Herzegovina, Kroatië en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië. Selectie - Tempus Tacis Type project // Ontvangen aanvragen Gezamenlijke Europese projecten & netwerkprojecten (termijn 1 maart 2000) // 263 Individuele mobiliteitsbeurzen // 91 (termijn 3 april 2000) // waarvan 75 voor de EU Totaal // 354 Gezamenlijke Europese projecten en netwerkprojecten Na de Tempus III-oproep voor Armenië, Azerbeidzjan, Wit-Rusland, Georgië, Mongolië, de Russische Federatie, Tadzjikistan, Oekraïne en Oezbekistan zijn in totaal 263 aanvragen voor gezamenlijke Europese projecten en netwerkprojecten ontvangen. Op 20 maart 2000 werd aangevangen met de beoordeling van de geldigheid van de aanvragen. Deze beoordeling was eind april afgerond. De bijeenkomsten voor de selectie van de aanvragen, voorgezeten door de Commissie, vonden plaats te Tbilisi, Kiev en Turijn. In de tweede helft van 2000 werd overgegaan tot de technische evaluatie van de projecten die voor financiering in aanmerking kwamen. Vervolgens werden enkele aanbevelingen voor elk van deze projecten opgesteld. Individuele mobiliteitsbeurzen In totaal werden 91 aanvragen verwerkt, gericht op de mobiliteit naar en vanuit Tacis-partnerlanden. Monitoring van projecten De monitoring in het kader van Tempus Phare en Tempus Tacis vond plaats op de gebruikelijke hoofdgebieden, namelijk contractbeheer, administratieve en controles ter plekke van meer dan 550 lopende projecten. De bijeenkomst van vertegenwoordigers van nationale Tempus-bureaus vond op 20 en 21 januari in Turijn plaats. De tweede dag werd gewijd aan controles ter plekke van Tempus Phare-projecten. Op verzoek van de Commissie werd het handboek "Guide for Tempus Monitoring visits 1999/2000" opgesteld en een opleiding van een volle dag georganiseerd voor deelnemers uit de partnerlanden. In de eerste helft van het jaar legden de nationale Tempus-bureaus en de Tempus Country Desks 135 inspectiebezoeken af aan Tempus Phare-projecten. In het kader van Tempus Tacis brachten de externe controle- en evaluatieteams inspectiebezoeken aan gezamenlijke Europese Tacis-projecten. In februari 2000 begon de financiële beoordeling van de jaar- en eindverslagen over de gezamenlijke Europese Tempus Phare- en Tempus Tacis-projecten voor het contractjaar 1998/99. In totaal werden in het jaar 2000 822 Phare-verslagen en 137 Tacis-verslagen ter beoordeling ingediend. Tegelijkertijd werden voorgaande rapportagejaren afgewerkt met betrekking tot gezamenlijke Europese projecten en andere Tempus-activiteiten, zoals projecten voor aanvullende en compacte maatregelen (CME's) gezamenlijke Europese netwerken en individuele mobiliteitsbeurzen. In de maanden mei en juni werden de verslagen over gezamenlijke Europese Phare-projecten voor de contractjaren 1993/94, 1994/95 en 1995/96 afgerond en daarmee werden deze contractjaren van de gezamenlijke Europese projecten voltooid. De follow-up van auditverslagen over 115 projecten in het kader van de auditcampagne van 1999 verliep in samenspraak met de Commissie. Tegelijkertijd werd een nieuwe auditcampagne gelanceerd voor 88 Phare-projecten en 35 Tacis-projecten. In mei werden de eerste ontwerp-verslagen ingediend. In april werd het team voor de financiële beoordeling versterkt met twee extra personeelsleden. Tempus: publicaties, informatie en evenementen In de eerste helft van dit jaar verschenen enkele Tempus-publicaties, zoals aangegeven in het hierna volgende overzicht, en andere publicaties zijn in voorbereiding. Het betreft hier onder meer: * "Tempus at Work"-brochures. * Er werden nieuwe "Tempus at Work"-brochures opgesteld met algemene informatie over het Tempus-programma (3 inleidende brochures), voor de Tempus Tacis-landen (alle landen, met uitzondering van Tadzjikistan), voor Albanië, Bosnië-Herzegovina en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië en voor de EU-landen. * De tweejaarlijkse "Gids voor aanvragers" werd in 1999 opgesteld en in 2000 volgde een addendum in alle EU-talen en het Russisch met nadere bijzonderheden over de samenwerking met Tadzjikistan, Wit-Rusland en Kroatië. Wat de evenementen betreft, assisteerde de Stichting de Commissie bij de organisatie van de bijeenkomst van vertegenwoordigers van Tempus Tacis-projecten. Deze vond op 23 en 24 maart 2000 in Brussel plaats. De bijeenkomst bracht meer dan 140 vertegenwoordigers van de pas geselecteerde projecten in de NOS en Mongolië samen. De Tempus-afdeling onderhield contacten met het nationale Tempus-bureau in Roemenië om publicaties en relevante materialen bijeen te zoeken en te verspreiden voor de vierde conferentie voor ministers van Onderwijs, die van 18-20 juni te Boekarest werd gehouden. Daarnaast werd veel Tempus-informatiemateriaal beschikbaar gemaakt voor het regionale Tempus-seminar dat op 15 en 16 juni in Sarajevo plaatsvond. In 2000 werd een begin gemaakt met de voorbereidingen voor de ontwikkeling van een informatiesysteem voor Tempus-projecten in 2001. Het voorgestelde systeem zal de vorm aannemen van een gegevensbank op het Internet en zal de verspreiding van Tempus-resultaten stimuleren en meer mogelijkheden bieden voor netwerkvorming en discussiefora on line. De Tempus-afdeling van de Stichting zorgde voor de volledige logistieke ondersteuning van het regionale seminar "Institutionele opbouw voor de ontwikkeling van de burgermaatschappij", dat op 24 en 24 november 2000 te Skopje (FYROM) plaatsvond. Twee medewerkers van de Tempus-afdeling woonden de bijeenkomst bij en traden op als voorzitter van één van de tegelijkertijd gehouden workshops over bankwezen en financiën. Tijdens de plenaire vergadering werd een presentatie gegeven over de verschillende manieren om Tempus-projecten voor institutionele opbouw op te zetten: "How to design a Tempus Institution Building Project". P >RUIMTE VOOR DE TABEL> ublicaties die verband houden met het Tempus-programma in 2000 3 Samenwerking met andere EU-agentschappen De Stichting zette de samenwerking met andere agentschappen van de EU voort op het gebied van vraagstukken van gemeenschappelijk belang. In februari hielden de hoofden van de agentschappen hun jaarlijkse bijeenkomst met de secretaris-generaal van de Commissie te Brussel. De agentschappen konden daarbij vraagstukken naar voren brengen, zoals de uitbreiding, het op activiteiten gebaseerde begrotingsstelsel en de herziening van het financieel reglement, met name als gevolg van de hervormingen van Kinnock bij de Commissie. Daarnaast kwamen de hoofden van de agentschappen in juni naar Brussel voor een bijeenkomst met de Begrotingscommissie van het Europees Parlement om hun voorontwerp van begroting voor 2001 in te dienen. De Stichting bleef ook deelnemen aan de Gemeenschappelijke ondersteuningsdienst, waarbij enkele van de agentschappen en andere EU-instellingen betrokken zijn om SI2 als instrument voor budgettair en financieel beheer aan te passen en verder te ontwikkelen. De Stichting continueerde de samenwerking met CEDEFOP in Thessaloniki ten aanzien van uiteenlopende onderwerpen van gemeenschappelijk belang, zoals het Scenario-project, de gezamenlijke conferentie over de financiering van opleidingen in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië (gehouden in juni te Mavrovo) en het project inzake de sociale dialoog in beroepsonderwijs en -opleiding. In de loop van het jaar vonden enkele gezamenlijke bijeenkomsten plaats. In het kader van het pre-toetredingsproces, en rekening houdend met de specifieke behoeften van de kandidaatlanden, besloten de twee agentschappen samen met de Europese Commissie een strategie voor nauwe samenwerking te ontwikkelen, om de geleidelijke integratie van de kandidaatlanden in het communautair beleid inzake VET te optimaliseren. Deze samenwerking zal geënt zijn op de respectieve mandaten van de twee agentschappen, waarbij zal worden getracht elkaars sterke punten en ervaringen te benutten. De twee agentschappen stellen in dit verband een gemeenschappelijk document op, dat zal worden gepresenteerd tijdens de bijeenkomst van hun raad van bestuur in het begin van 2001. 4 Financieel verslag 4.1. Financieringsbronnen De Stichting ontvangt een jaarlijkse toewijzing uit de Gemeenschapsbegroting om haar administratieve en operationele kosten in het kader van het jaarlijkse werkprogramma te dekken (in 2000 bedroeg de toewijzing 16,2 miljoen EUR). De Stichting bleef ook zorg dragen voor het beheer van middelen uit hoofde van diverse steunprogramma's van de Europese Unie. Deze middelen worden overgedragen krachtens overeenkomsten die zij met de Commissie sluit voor het beheer van Phare- and Tacis-programma's namens de Commissie. In 2000 beheerde de Stichting circa 27 miljoen EUR aan middelen in het kader van Phare- en Tacis-overeenkomsten voor beroepsonderwijs- en -opleidingsprojecten (zie bladzijde 54 voor nadere bijzonderheden). In het kader van de technische bijstand die zij de Commissie verleent bij de tenuitvoerlegging van Tempus, beheerde de Stichting circa 136 miljoen EUR aan middelen voor Tempus Phare en 97 miljoen EUR aan middelen voor Tempus Tacis (zie bladzijde 57 voor uitsplitsing). 4.2. Uitvoering van de begroting 2000 Wegens de krappe begroting voor 2000 en verdere onvoorziene omstandigheden stelde de Stichting de volgende twee overdrachten tussen hoofdstukken van titel 1 en 2 voor. * Teneinde alle activiteiten in het werkprogramma 2000 te kunnen uitvoeren, werd de begroting voor dienstreizen verhoogd met 50 000 EUR (de begroting voor dienstreizen was met 40 000 EUR verminderd in vergelijking met 1999). Dit werd mogelijk gemaakt door besparingen op het gebied van aanwerving en andere personeelskosten. * Wegens pogingen tot inbraak bij de Stichting was het noodzakelijk het veiligheidsniveau te verhogen. Daarnaast moesten de onderhoudskosten worden aangepast aan de werkelijke jaarlijkse kosten. Tot slot waren de verspreidingskosten hoger wegens extra activiteiten in de mediterrane landen. In november 2000 hechtte de raad van bestuur zijn goedkeuring aan de gewijzigde begroting. De tabel hierna geeft de stand van zaken met betrekking tot de uitvoering van de begroting (in EUR) per 31 december 2000: >RUIMTE VOOR DE TABEL> 4.3. Herziening van de systemen voor financieel beheer van de Europese Stichting voor Opleiding In het voorjaar van 2000 ging de financieel controleur over tot een herziening van de systemen voor financieel beheer van de Stichting. In het verslag, dat in april werd gepresenteerd, werd gewezen op enkele zwakke punten in het financieel beheer. Het beheer is na vele veranderingen (in systemen én personeel) overmatig complex met onvoldoende consolidatie. Aan het eind van 1999, en voorafgaand aan de financiële controle, gaf de Stichting een extern bedrijf de opdracht een studie (Financial Systems Implementation Study) te verrichten naar het functioneren van het budgettair boekhoudsysteem van de Stichting, SI2, teneinde het gebruik van het systeem binnen de Stichting te verbeteren. Uit de studie kwam naar voren dat de Stichting de capaciteiten van het systeem niet ten volle benut. De Stichting was het met de meeste opmerkingen in de twee verslagen eens en stelde een actieplan op. Voor enkele opgemerkte punten zijn de oplossingen evenwel afhankelijk van technische zaken in verband met SI2 die niet door de Stichting worden beheerd. De ontwikkeling op deze terreinen hangt af van acties van de system provider (DG Begroting) en de Stichting kan geen directe invloed hierop uitoefenen. Zoals de financiële controleur in juli in zijn commentaar opmerkte, was het actieplan van het begin af aan te ambitieus en gebaseerd op een ideale voorstelling met zeer weinige risicofactoren. Dit uiterst optimistische scenario werd evenwel niet gerealiseerd. In de eerste plaats werd de vereiste installatie van de nieuwe versie van het geautomatiseerde budgettair beheersysteem, SI2, van de vroege zomer uitgesteld tot de laatste week van september. De testfase ging slechts in oktober in. De toepassing van vele aanbevelingen voor financiële systemen werd daarom met circa 3-4 maanden uitgesteld tot ver in de eerste helft van het jaar 2001. Het werk is echter op alle terreinen van het actieplan in volle gang, met uitzondering van de aspecten waarvoor nieuwe technische oplossingen van DG Begroting of verdere vooruitgang op het gebied van de administratieve hervorming van de Commissie (bv. financieel reglement, financiële controle, audits) nodig zijn. De aanwerving van een User Manager voor de systemen voor financieel beheer was van grote invloed op de uitvoering van het actieplan. Deze ontwikkelingen in het financieel beheer werden kracht bijgezet door een herziening van de administratieve en centrale diensten van de Stichting. De belangrijkste doelstelling was de doelmatigheid en coördinatie te vergroten door een hoofd van Administratie en Centrale diensten aan te duiden en de rollen van de afdelingen van de voormalige centrale dienst opnieuw te definiëren in 4 nieuwe eenheden. De rollen van de eenheden werden aan de hand van de werklast en verbanden tussen de diverse diensten vastgesteld. 4.4. Gemeenschappelijke ondersteuningsdienst In 2000 ging de Gemeenschappelijke ondersteuningsdienst van SI2 voor agentschappen het tweede jaar in. De dienst telt op dit moment elf leden [2] en is bedoeld om een gedeelde ondersteunings- en ontwikkelingsstructuur voor nieuwe geautomatiseerde systemen voor begrotingsboekhouding en algemene boekhouding te creëren en toe te passen. In het begin van 2000 werd besloten het ondersteuningscentrum van de Stichting naar DG Begroting over te brengen, onder het toezicht van het SI2-ontwikkelingsteam, om een nauwere en directere samenwerking tussen ondersteuning en ontwikkeling mogelijk te maken. In juni 2000 werd het voorzitterschap van het consortium, inclusief het financieel beheer van de middelen van het consortium, overgedragen aan de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden (Dublin). [2] Europese Stichting voor Opleiding (Turijn), Europees Milieuagentschap (Kopenhagen), Europees Agentschap voor de veiligheid en de gezondheid op het werk (Bilbao) Europees Vertaalbureau voor de organen van de Europese Unie (Luxemburg), Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving (Lissabon), Communautair Bureau voor Plantenrassen (Angers), Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden (Dublin), Economisch en Sociaal Comité en Comité van de Regio's (Brussel), Europees Bureau voor wederopbouw (Kosovo), Europees Waarnemingscentrum voor racisme en vreemdelingenhaat (Wenen) 5 Personeel De Stichting had eind 2000 ongeveer 110 tijdelijke functionarissen in dienst onder de in totaal 130 personeelsleden die in het formatieplan zijn voorzien. Er zijn echter enkele nieuwe plaatsen gecreëerd, om te voldoen aan de vereisten in de door de raad van bestuur overeengekomen vooruitzichten op middellange termijn. Bijzonderheden van de categorie en de nationaliteit van het personeel worden hierna uiteengezet. 5.1. Personeelsbezetting en organisatieschema 1. Tijdelijke functionarissen Tabel A: Aantal tijdelijke functionarissen op 31 december 2000, ingedeeld naar categorie en nationaliteit >RUIMTE VOOR DE TABEL> Tabel B: Wijziging in personeelsbezetting in 2000 >RUIMTE VOOR DE TABEL> Tabel C: Aantal en type personeelsleden bij de Stichting eind 2000 Lokale functionarissen // 11 Gedetacheerde nationale deskundigen // 5 6. Raad van bestuur De raad van bestuur kwam in 2000 uitzonderlijkerwijs driemaal bijeen, en wel op 15 februari, 14 april en 27 november. Tijdens de bijeenkomst van februari ging de raad van bestuur over tot het volgende: * hij nam kennis van een voortgangsverslag van de directeur over de werkzaamheden van de Stichting; * hij verleende de directeur kwijting voor de jaarrekening van 1998 en hij nam nota van de voorlopige cijfers voor de uitgaven in 1999; * hij hechtte zijn goedkeuring aan de algemene begroting voor 2000 ten bedrage van 16,2 miljoen EUR; * hij keurde het werkprogramma 2000 goed, waarin het op activiteiten gebaseerde begrotingsstelsel van de Commissie wordt gehanteerd; * hij hechtte zijn goedkeuring aan een voorstel voor een bevordering en aan de voorgestelde personeelsformatie; * hij stemde ermee in een extra plaats voor een tijdelijke functionaris in het formatieplan op te nemen, om een User Manager voor de Gemeenschappelijke ondersteuningsdienst aan te kunnen werven. Tijdens de bijeenkomst van de raad van bestuur in april werd speciale aandacht besteed aan het toenemende belang van de ontwikkeling van menselijk potentieel in het verlengde van de conclusies van de Top van Lissabon in maart, alsmede aan de hieruit voortvloeiende noodzaak om de rol van de Stichting duidelijk te omschrijven in het kader van het veranderende beleid inzake buitenlandse betrekkingen. De raad van bestuur besloot het volgende ten aanzien van de rol van de Stichting: * De Stichting is op de eerste plaats een waarnemingscentrum en een centrum van vakbekwaamheid dat de meest recente kennis verzamelt omtrent de ontwikkeling van beroepsopleiding in partnerlanden. Deze taak behelst het volgende: - studies en goede praktijken bekendmaken en bevorderen, met name van de Europese Unie; - advies geven en bijstand verlenen aan belangstellende landen; - actief en stelselmatig bijdragen tot de programma's en projecten van de Europese Unie inzake beroepsopleiding; - projecten van lidstaten of andere landen beheren; - ervoor zorgen dat follow-up, evaluatie en onderzoek worden uitgevoerd. * Hiertoe moet de Stichting: - in stand worden gehouden; - samen met de Commissie ten volle worden betrokken bij de cyclus van projecten voor beroepsopleiding in het kader van de programma's Phare, Tacis, Meda, en Cards; - worden betrokken bij het werk van het Europees Bureau voor wederopbouw; - op het verzoek van de Commissie assisteren bij de voorbereidingen van de kandidaatlanden voor hun deelname aan het Europees Sociaal Fonds, alsmede bij de vaststelling van een nationale werkgelegenheidsstrategie; - nauw samenwerken met CEDEFOP en andere kenniscentra om doelgroepen via publicaties en andere wegen te bereiken; - opereren onder de politieke leiding van de Commissie en de lidstaten, met voldoende bewegingsvrijheid om op te treden onder de volledige bevoegdheid van haar directeur, die verslag uitbrengt aan de Commissie en de raad van bestuur. De raad van bestuur hechtte zijn goedkeuring aan een begrotingsvoorstel voor 2001 ten bedrage van 16,8 miljoen EUR. Hiervan zou een bedrag van 600 000 EUR in een reservefonds worden geplaatst in afwachting van voorstellen van de Stichting voor de structuur en het niveau van het menselijk potentieel voor het werkprogramma 2001, waarin de rol van de Stichting als expertisecentrum een zwaarder accent krijgt dan het programmabeheer, overeenkomstig de door de raad van bestuur overeengekomen richtsnoeren voor het beleid. Tijdens de derde bijeenkomst van 27 november ging de raad van bestuur over tot het volgende: 1. hij nam kennis van een voortgangsverslag van de directeur over de werkzaamheden van de Stichting; 2. hij verleende de directeur kwijting voor de jaarrekening van 1999 en hij nam nota van de voorlopige cijfers voor de uitgaven in 2000; 3. hij hechtte zijn goedkeuring aan de algemene begroting voor 2001 ten bedrage van 16,8 miljoen EUR; 4. hij hechtte zijn goedkeuring aan het werkprogramma 2001, waarin het op activiteiten gebaseerde begrotingsstelsel van de Commissie wordt gehanteerd; 5. hij hechtte zijn goedkeuring aan het voorontwerp van begroting voor 2002 ten bedrage van 16,8 miljoen EUR; 6. hij hechtte zijn goedkeuring aan de vooruitzichten op middellange termijn voor personeel en begroting in de periode 2002-2004. De Commissiediensten en de Stichting hadden sinds april 2000 een "gestructureerde dialoog" gevoerd ter voorbereiding van het werkprogramma 2001 en de begroting. Een andere belangrijke doelstelling was een ontwikkelingsstrategie op middellange termijn voor de begroting en het personeel van de Stichting overeen te komen. Door het besluit van de raad van bestuur om vooruitzichten op middellange termijn aan te nemen, heeft de Stichting nu een goed idee van de middelen op basis waarvan zij haar toekomst als expertisecentrum kan uitstippelen, zoals besproken tijdens vorige bijeenkomsten van de raad van bestuur. BIJLAGEN Bijlage 1 - Activiteiten van de Stichting in 2000 I. Kandidaatlanden >RUIMTE VOOR DE TABEL> >RUIMTE VOOR DE TABEL> II. Zuidoost-Europa >RUIMTE VOOR DE TABEL> III. NOS & Mongolië >RUIMTE VOOR DE TABEL> >RUIMTE VOOR DE TABEL> VI. Middellandse-Zeegebied >RUIMTE VOOR DE TABEL> >RUIMTE VOOR DE TABEL> Bijlage 2 - Tabel: begrotingsmiddelen & middelen buiten de begroting >RUIMTE VOOR DE TABEL> Bijlage 3 - Tabel: overeenkomsten >RUIMTE VOOR DE TABEL> >RUIMTE VOOR DE TABEL> Bijlage 4 - Tabel: overeenkomsten voor technische bijstand in het kader van Tempus >RUIMTE VOOR DE TABEL> Bijlage 5 - Organigram >REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK> Bijlage 6 - Raad van bestuur van de Stichting - Ledenlijst Europese Commissie Waarnemend voorzitter // De heer Domenico Lenarduzzi Adjunct-directeur-generaal Onderwijs en Cultuur Europese Commissie Europese Commissie Lid // Mevouw Catherine Day Adjunct-directeur-generaal Buitenlandse betrekkingen Europese Commissie Europese Commissie Lid // De heer Matthias Ruete DG Uitbreiding Europese Commissie Oostenrijk Lid // Dr. Wolfgang Lentsch Directeur-generaal Bundesministerium für wirtschaftliche Angelegenheiten Oostenrijk Plaatsvervangend lid // Dr. Gottfried TAUCHNER Hoofd directoraat-generaal Technisch en beroepsonderwijs en -opleiding Bundesministerium für Bildung, Wissenschaft und Kultur België Lid // Mevrouw Micheline Scheys Afdelingshoofd Beleidscoördinatie Department Onderwijs Ministerie van Onderwijs en Vorming van de Vlaamse Regering België Plaatsvervangend lid // Nog te benoemen Denemarken Lid // De heer Kaj Holbraad Senoir adviseur eenheid Midden- en Oost-Europa Ministerie van Onderwijs - Undervisningsministeriet Denemarken Plaatsvervangend lid // Mevrouw Merete Pedersen Hoofdadviseur afdeling Beroepsonderwijs en -opleiding Ministerie van Onderwijs - Undervisningsministeriet Finland Lid // De heer Timo Lankinen Regeringsadviseur/directeur Beroepsonderwijs en -opleiding Ministerie van Onderwijs Finland Plaatsvervangend lid // De heer Ossi V. Lindqvist Kuopion yliopisto Universiteit van Kuopio Frankrijk Lid // De heer Jacques Maire Délégué aux Affaires européennes et internationales Ministère de l'Emploi et de la Solidarité Frankrijk Plaatsvervangend lid // De heer Jacques Mazeran Chargé de mission à la DRIC Ministère de l'Education Nationale, de la Recherche et de la Technologie Duitsland Lid // De heer Peter Thiele Regierungsdirektor - Übergreifende Fragen der EU; Bildungspolitische Zusammenarbeit Bundesministerium für Bildung und Forschung (BMBF) Duitsland Plaatsvervangend lid // De heer Georg Seletzky Gruppenleiter Berufsbildung Ministerium für Schule und Weiterbildung, Wissenschaft und Forshung Griekenland Lid // De heer Panagiotis MAISTROS Voorzitter Organisatie voor beroepsonderwijs en -opleiding (OEEK) Griekenland Plaatsvervangend lid // De heer Haralambos LOUKISSAS Hoofd afdeling Europese en internationale zaken Organisatie voor beroepsonderwijs en -opleiding (OEEK) Ierland Lid // De heer Eugene Forde Principal Officer Labour Force Development Division Department of Enterprise, Trade and Employment Ierland Plaatsvervangend lid // De heer Thomas MURRAY Assistant Principal Officer Department of Enterprise, Trade and Employment Italië Lid // De heer Gianpaolo Scarante Coordinatore PECO Ministero degli Affari Esteri Italië Plaatsvervangend lid // Prof Luciano Gallino Docente di Sociologia Dipartimento di Scienze dell'Educazione Università di Torino Luxemburg Lid // Prof Gilbert Engel Professeur-ingénieur Ministère de l'Education Nationale et de la Formation Professionnelle Luxemburg Plaatsvervangend lid // Mevrouw Edith Stein Attaché économique Chambre de Commerce du Grand-Duché de Luxembourg Nederland Lid // Nog te benoemen Nederland Plaatsvervangend lid // De heer Arie Ijzerman Adjunct-directeur Internationaal beleid Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen Portugal Lid // De heer Francisco Caneira Madelino Instituto do Emprego e Formação Profissional Portugal Plaatsvervangend lid // De heer Armando Marques Aleixo Director do Departamento de Formação Profissional Instituto do Emprego e Formação Profissional Spanje Lid // Mevrouw María José Muniozguren Lazcano Technisch adviseur van de vice-directeur Beroepsonderwijs en -opleiding Ministerio de Educación y Cultura Spanje Plaatsvervangend lid // Mevrouw Rosario Martín Herranz Jefe del Servicio de Metodología y Evaluación Instituto Nacional de las Cualificaciones Ministerio de Trabajo y Asuntos Sociales Zweden Lid // De heer Dan Fagerlund Hoofdadviseur Nationaal Agentschap voor onderwijs Ministerie van Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek Zweden Plaatsvervangend lid // De heer Johan Lindell Ministerie van Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek Verenigd Konkinkrijk Lid // De heer Gordon Pursglove Department for Education and Employment - EC Education and Training division Verenigd Koninkrijk Plaatsvervangend lid // Mevrouw Melanie SPEIGHT EU Co-ordinator Central and South Eastern Europe Department Department for International Development Bijlage 7 - Door de Stichting georganiseerde evenementen in 2000 >RUIMTE VOOR DE TABEL> >RUIMTE VOOR DE TABEL> Bijlage 8 - Lijst van publicaties Algemene publicaties Jaarverslag 1999 van de Europese Stichting voor Opleiding (DA/DE/EN/ES/FI/FR/GR/IT/NL/PT/SV) Verslag over de werkzaamheden en resultaten van de Stichting in 1999 Werkprogramma 2000 van de Europese Stichting voor Opleiding (EN/FR/DE/IT/ES/RU) In het werkprogramma 2000 wordt gedetailleerd ingegaan op de toekomstige acties van de Stichting en de prioriteiten voor de volgende drie jaar, voor zover deze reeds kunnen worden vastgesteld. Het werkprogramma weerspiegelt de ontwikkelingen die het toepassingsgebied en de inhoud van het werk van de Stichting momenteel beïnvloeden. Informatie & statische gegevens over beroepsonderwijs- en -opleidingssystemen Tacis transnationaal verslag Tacis transnational report (EN/RU) Het verslag, het eerste in zijn soort voor de Tacis-landen, werd door de Europese Stichting voor Opleiding opgesteld met de hulp van het netwerk van nationale waarnemingscentra. Het verslag bestrijkt de periode 1995-1997. In het verslag wordt ingegaan op belangrijke tendensen en statistieken met betrekking tot beroepsonderwijs en -opleiding in deze regio en wordt gepleit voor de ondersteuning van de hervorming van beroepsonderwijs en -opleiding. Het verslag vult de publicatie 'Tacis Key Indicators 2000' van de Stichting aan. Verslagen van nationale waarnemingscentra over de landen van Midden- en Oost-Europa National Observatory reports for the countries of Central and Eastern Europe (EN) Een reeks verslagen van de nationale waarnemingscentra in kandidaatlanden uit Midden- en Oost-Europa. De verslagen zijn opgesteld volgens een structuur die is vastgesteld door de Europese Stichting voor Opleiding. Ze bevatten gedetailleerde informatie over beroepsonderwijs- en -opleidingssystemen in de betrokken landen. Fact sheet hoofdindicatoren- Midden- en Oost-Europa Key Indicators fact sheet (EN) Een reeks brochures met praktische gegevens over beroepsonderwijs en -opleiding in Midden- en Oost-Europa Phare hoofdindicatoren 2000 Phare Key indicators (EN) Een reeks brochures met praktische gegevens over beroepsonderwijs en -opleiding in Midden- en Oost-Europa Tacis hoofdindicatoren 2000 Tacis Key Indicators (EN) Het verslag, het eerste in zijn soort voor de Tacis-landen, werd door de Europese Stichting voor Opleiding opgesteld met de hulp van het netwerk van nationale waarnemingscentra. Het verslag bestrijkt de periode 1995-1997. In het verslag wordt ingegaan op belangrijke tendensen en statistieken met betrekking tot beroepsonderwijs en -opleiding in deze regio. Beroepsonderwijs en -opleiding en arbeidsmarkt Derde publicatie in de reeks handboeken over normen Standards manuals (EN/RU) Dit is de derde publicatie in een reeks handboeken van de Europese Stichting voor Opleiding die gewijd is aan normen. Het nieuwe handboek behandelt drie basisvragen over de aanpak om relevantie te waarborgen. * Hoe moeten veranderingen en tendensen op de arbeidsmarkt worden beoordeeld- * Hoe moeten beroepsonderwijs- en -opleidingssystemen op deze veranderende behoeften inspelen- * Hoe kunnen we ervoor zorgen dat pogingen om normen relevant te maken effectief zijn- De kernboodschap van het verslag is dat beroepsonderwijs- en -opleidingssystemen een bredere basis moeten hebben en flexibeler moeten zijn om snel en flexibel te kunnen inspelen op de behoeften van de arbeidsmarkt en van het bedrijfsleven. Een internationaal handboek over de ontwikkeling van normen An international manual of standards development (EN) De publicatie 'International Manual for Linking Vocational Education and Training Standards and Employment Requirements' bevordert de methodologie (model) voor de vaststelling van een meer relevante, transparante en gebruikersvriendelijke beroepsnorm die duidelijk en toegankelijk is voor werkgevers, werknemers, opleiders, studenten en ouders en die internationaal kan worden erkend. Achtergrondstudies over Litouwen, Letland, Polen, Slovenië en de Slowaakse Republiek Background studies for Lithuania, Latvia, Poland, Slovenia and the Slovak Republic (EN) Dit is de tweede reeks van vijf studies (de eerste reeks verscheen in 1999) die door de Europese Stichting voor Opleiding is opgesteld met de hulp van de Europese Commissie. De studies bieden de meest recente gegevens over en analyses van de huidige stand van zaken op arbeidsmarkten in de kandidaatlanden van de EU. Ze bieden ook een doorzichtige beoordeling van de staat van paraatheid van de huidige kandidaatlanden om deel te nemen aan de interne markt van de EU op het gebied van werkgelegenheid en opleiding. Samenvatting van de conferentie 'Knowledge and skills for development: The role of secondary education and training in the Middle East and North Africa' Conference summary (EN/FR) Vertegenwoordigers uit negentien landen en gebieden uit het Midden-Oosten en de Noord-Afrikaanse regio die werkzaam zijn op het gebied van beroepsonderwijs en -opleiding, kwamen in mei 2000 te Turijn bijeen om te discussiëren over de belangrijke uitdagingen voor de regio met betrekking tot secundair onderwijs en opleiding. Het algemene doel van de conferentie was overheidsambtenaren, managers en opleiders in deze regio voorbeelden van goede praktijken en projecten op het gebied van beroepsonderwijs en -opleiding te geven en een bredere interregionale dialoog te bevorderen. In het verslag staan alle bijzonderheden van de handelingen. Arbeidsmarktgegevens in de context van de programmering van het Europees Sociaal Fonds Labour market information in the context of European Social Fund programming (EN) Het verslag geeft voorbeelden van ESF-programma's die in de regio worden uitgevoerd en die het proces van institutionele ontwikkeling en de ontwikkeling van partnerschappen weergeven. In het verslag wordt ook ingegaan op de belangrijke rol van arbeidsmarktinformatie in het proces. Managementopleiding Opleiding in ondernemerschap ten behoeve van de groei van kleine en middelgrote ondernemingen Entrepreneurial training for the growth pf small and medium sized enterprises(EN) Het verslag heeft twee belangrijke doelstellingen: * concrete richtsnoeren, praktische modellen en oplossingen aan te reiken voor aanbieders van opleidingen in ondernemerschap, bureaus en andere organisaties die kleine en middelgrote ondernemingen in Midden- en Oost-Europa assisteren; * een nuttig instrument te verschaffen voor beleidsmakers op nationaal, regionaal en plaatselijk niveau en voor alle organisaties die rechtstreeks en onrechtstreeks betrokken zijn bij de ontwikkeling van kleine en middelgrote ondernemingen. Beoordeling van managementopleidingsbehoeften in Midden- en Oost-Europa Assessing management training needs in Central and Eastern Europe (EN) Een reeks van verslagen die zijn opgesteld als wezenlijk onderdeel van een internationaal onderzoeksproject waarbij is gekeken naar de huidige situatie in diverse landen op het gebied van opleiding, de uiteenlopende uitdagingen op het gebied van beheer en bedrijfskunde en strategische reacties, huidige vaardigheden op het gebied van beheer en hiermee in verband staande opleidingsbehoeften/processen. Het initiële projectonderzoek werd verricht in vijf landen in geselecteerde ondernemingen van de verwerkings- en dienstensector, resulterend in: * landenrapporten over Polen, Slovenië, Bulgarije, Roemenië, Russische Federatie (Moskou en Oeral); * een verslag over een vergelijkende meerlandenanalyse. Het project werd uitgevoerd door CEEMAN (Central and East European Management Development Association), in samenwerking met de Europese Stichting voor Opleiding