52001DC0726

Mededeling van de Commissie - Vereenvoudiging en verbetering van de regelgeving. /* COM/2001/0726 def. */


MEDEDELING VAN DE COMMISSIE - Vereenvoudiging en verbetering van de regelgeving.

Inleiding

1. De Europese Raad heeft op zijn bijeenkomst in december 1992 te Edinburgh vastgesteld dat de vereenvoudiging en verbetering van de regelgeving een van de voornaamste prioriteiten van de Gemeenschap is.

Negen jaar nadien valt niet te ontkennen dat de doelstellingen ondanks alle inspanningen nog steeds niet bereikt zijn, hetgeen toe te schrijven is aan het complexe karakter van de materie en het gebrek aan daadwerkelijke politieke steun. Het belangrijkste werk op dit gebied ligt dan ook nog voor ons. Zoals onder andere uit verscheidene debatten van het Europees Parlement in de afgelopen twee jaar gebleken is, zijn beide wetgevende organen het hierover eens.

De vereenvoudiging en verbetering van de regelgeving zijn dan ook nog steeds een absolute must voor de toekomst van de Unie. Het waarom wordt toegelicht in het Witboek over Europese governance, dat de Commissie op 25 juli jongstleden goedgekeurd heeft.

* De versterking van de democratische legitimiteit van Europa moet voor de Unie een aanleiding zijn om aan betere, eenvoudigere, op maat gesneden en ook toegankelijkere wetgeving te werken. Dit is een conditio sine qua non, willen we bereiken dat de Unie beter begrepen wordt, beter met leven wordt gevuld en dus beter door de Europese burger geaccepteerd wordt.

* De economische en sociale ontwikkeling van de Unie vereist, overeenkomstig de op de Europese Raad van Lissabon vastgestelde strategie, duidelijke en doeltreffende regelgeving die de bescherming van de burgers en het concurrentievermogen van de ondernemingen verzekert door de rechtszekerheid te verbeteren en de kosten van de slechte kwaliteit van de regelgeving te beperken [1].

[1] Volgens een EOS/Gallup-studie, die op verzoek van de Europese Commissie is uitgevoerd, zijn Europese ondernemers de mening toegedaan dat de slechte kwaliteit van de wetgeving hen schade berokkent. Uit de studie blijkt tevens dat de kosten voor de regelgeving 4% van het BBP uitmaken. 15% van deze kosten, wat gelijk staat met 0,6% van het BBP van de Gemeenschap, zouden door betere regelgeving vermeden kunnen worden, hetgeen een besparing van 50 miljard euro zou opleveren.

* In het licht van de uitbreiding met de kandidaat-lidstaten is het noodzakelijk dat de regelgeving vereenvoudigd wordt en er kwalitatieve verbetering komt in de wijze waarop regelgeving tot stand wordt gebracht, willen we ervoor zorgen dat het acquis correct toegepast wordt in een groter Europa dat niet aan mogelijkheden tot handelen inboet.

2. Op het allerhoogste niveau is in de afgelopen twee jaar verschillende keren naar voren gebracht dat de instellingen en de lidstaten werkelijk gemobiliseerd moeten worden:

* in de conclusies van de Europese Raad van Lissabon, die bevestigd en nogmaals herhaald zijn op de bijeenkomsten van de Europese Raad van Stockholm en Göteborg, is gevraagd om de opstelling «voor eind 2001» van een «strategie voor een nader gecoördineerd optreden ter vereenvoudiging van de regelgeving» [2];

[2] Conclusies van de Europese Raad van Lissabon van 23 en 24 maart 2000: «tegen 2001 een strategie op te stellen voor een nader gecoördineerd optreden ter vereenvoudiging van de regelgeving, met inbegrip van de werking van het openbaar bestuur, zowel op nationaal als op communautair niveau.» Conclusies van de Europese Raad van Stockholm van 23 en 24 maart 2001: « De Commissie zal in samenwerking met alle betrokken instanties voor eind 2001 een strategie voor vereenvoudiging en kwaliteit van de regelgeving presenteren. » Conclusies van de Europese Raad van Göteborg van 15 en 16 juni 2001: « dat de Commissie in haar actieplan voor een betere regelgeving, dat voorgelegd zal worden aan de Europese Raad van Laken, mechanismen zal opnemen die ervoor zorgen dat alle beleidsvoorstellen een duurzaamheidseffectsbeoordeling omvatten die betrekking heeft op de mogelijke economische, sociale en milieuconsequenties daarvan.».

* de debatten in het Europees Parlement in 1999 en 2000 over de evaluatie van het SLIM-programma en het BEST-programma hebben duidelijk gemaakt dat er op alle niveaus middelen moeten worden vrijgemaakt, zodat we over goede, eenvoudige en begrijpelijke wetgeving zullen kunnen beschikken;

* de adviesgroep op hoog niveau, die in november 2000 door de voor het overheidsapparaat verantwoordelijke ministers is opgericht, is onlangs met een belangrijke en uitstekende bijdrage over deze problematiek gekomen. Het rapport van de door heer Mandelkern voorgezeten werkgroep bevat een diepgaande analyse van de "good practices", die in het hele wetgevingsproces gehanteerd kunnen worden om kwaliteit in de regelgeving te bereiken. Het rapport bevat tevens een groot aantal concrete aanbevelingen voor de verbetering van de kwaliteit van de wetsteksten (zowel nationale wetsteksten als teksten van de Gemeenschap), hoewel de eigen verantwoordelijkheid van de lidstaten niet voldoende onderstreept wordt. De kwaliteit van de nationale en communautaire wetgeving zou omhooggaan, als de lidstaten en de instellingen van de Gemeenschap - ieder binnen de eigen bevoegdheden - de aanbevelingen van het rapport in praktijk zou brengen. De Commissie is tegelijkertijd van mening dat er bij de omzetting van deze aanbevelingen rekening zou moeten worden gehouden met het specifieke karakter van het besluitvormingsproces binnen de Gemeenschap en de bevoegdheden van iedere instelling. [3]

[3] Bepaalde aanbevelingen kunnen bijvoorbeeld moeilijk verenigbaar zijn met bepaalde praktijken van de communautaire wetgever, met name wanneer regelgeving moet worden goedgekeurd onder het uitdrukkelijke voorbehoud dat aspecten die in de goed te keuren wetstekst nog niet geregeld zijn naderhand in nieuwe regelgeving aan de orde zullen worden gesteld.

De Commissie is ervan overtuigd dat er geen vooruitgang zal worden geboekt als niet tegelijkertijd de houding van alle betrokkenen - Europese instellingen en nationale overheden - verandert en er geen overeenstemming over een hervorming wordt bereikt. Voor een dergelijke hervorming hoeven de verdragen niet opnieuw te worden gewijzigd. De Commissie is daarentegen wel van mening dat er een interinstitutionele discussie over de vereenvoudiging en verbetering van de regelgeving gevoerd moet worden en er een beleidskader voor een gezamenlijke strategie moet worden vastgesteld.

3. De Commissie heeft op de bijeenkomst van de Europese Raad te Stockholm reeds een interim-verslag [4] voorgelegd, waarin de stand van zaken wordt geschetst en de belangrijkste beginselen en mogelijke punten voor discussie aangegeven worden. In het Witboek over Europese governance [5], dat op 25 juli 2001 door de Commissie is goedgekeurd, worden voorstellen op tafel gelegd, waarover tot maart 2002 een breed raadplegingsproces plaatsvindt. De Commissie heeft eveneens met belangstelling kennis genomen van het eerste advies van het Europees Parlement over het witboek. [6] Het is nu zaak dat deze elementen opgenomen worden in een gecoördineerde en operationele strategie. Deze strategie behelst het volgende:

[4] COM (2001) 130.

[5] COM (2001) 428.

[6] Resolutie van het Europees Parlement in het op 28 november 2001 goedgekeurde rapport van mevrouw KAUFMANN.

* gemeenschappelijk gedefinieerde doelstellingen: voor de Commissie gaat het erom dat de huidige gang van zaken rond en de huidige instrumenten voor regelgeving concreet verbeterd wordt en de bestaande wetgeving in kwalitatief en kwantitatief opzicht vereenvoudigd wordt. Er wordt niet naar deregulering, noch naar een aantasting van de rechten van de uitvoerende en wetgevende macht gestreefd en het gaat er al helemaal niet om dat de mogelijkheden van de Commissie om te handelen aan banden worden gelegd;

* sterke en daadwerkelijke politieke steun van de zijde van de lidstaten en de instellingen, die met name tot uiting dient te komen in passende human resources en financiële middelen en nieuwe manieren van werken;

* in kaart brengen van concrete, realistische en mobiliserende activiteiten, waarmee een sterke politieke boodschap aan de Europeanen kan worden overgebracht.

De vertaling in de praktijk van de beginselen en de inhoud van deze strategie moet bijgevolg het voorwerp uitmaken van interinstitutioneel overleg tussen de Commissie, het Europees Parlement en de Raad.

4. Deze mededeling van de Commissie is dan ook gericht op de raadpleging van de andere instellingen en de lidstaten over een dergelijke strategie en over de werkzaamheden die de Commissie in dit verband het meest prioritair acht:

(1) vereenvoudiging en verbetering van het acquis communautaire;

(2) beter voorbereide en beter aangepaste wetgeving;

(3) een nieuwe cultuur bij de instellingen;

(4) een betere omzetting en toepassing van de wetgeving van de Gemeenschap [7].

[7] De Commissie herinnert eraan dat ze andere maatregelen had voorgesteld in het kader van haar interim-verslag aan de Europese Raad te Stockholm.

Aan de hand van de reacties van de Raad en het Europees Parlement op deze mededeling en het gestarte brede raadplegingsproces over het witboek over Europese governance tot maart 2002 zal de Commissie in juni 2002 een gedetailleerd actieplan voor de vereenvoudiging en verbetering van de regelgeving voorleggen.

1. Vereenvoudiging en verbetering van het acquis communautaire

We moeten in de eerste plaats een uitweg vinden uit het huidige politieke dilemma: aan de ene kant wordt het acquis communautaire gewaardeerd, omdat het staat voor een groot aantal vastgelegde rechten en de bereikte mate aan integratie. Aan de andere kant is er kritiek op dat het acquis communautaire niet goed toegankelijk is, moeilijk te doorgronden valt en maar moeilijk kan worden omgezet.

Het acquis communautaire omvat - nu al - ruim 80.000 bladzijden, wat natuurlijk zowel voor de economische actoren als voor de burgers moeilijk te hanteren is. Deze moeilijkheden zullen stellig nog toenemen als de nieuwe lidstaten toetreden, die het acquis in hun wetgeving moeten opnemen. Het is dan ook noodzakelijk dat er aan een vereenvoudiging en inkrimping van het acquis communautaire gewerkt wordt en dat hieraan een kwantitatieve doelstelling en een duidelijke politieke deadline verbonden worden.

Hiervoor bestaan verscheidene methoden [8] en in de afgelopen jaren zijn op dit punt een aantal werkzaamheden verricht (bijvoorbeeld het SLIM-initiatief). Er valt evenwel niet te ontkennen dat er ondanks alle inspanningen nog niet erg veel bereikt is. De instellingen en de lidstaten moeten hieruit hun conclusies trekken en coherente, doeltreffende en gecoördineerde werkzaamheden voor de vereenvoudiging van de wetgeving uitwerken.

[8] Consolidatie houdt in dat de geldende bepalingen van een bepaalde wet die over de oorspronkelijke wetstekst en in de daarop volgende wijzigingen zijn verspreid, uitsluitend ter informatie ondergebracht worden in één enkele niet bindende tekst. Codificatie houdt in dat er zónder een substantiële wijziging een nieuwe wetstekst wordt goedgekeurd, waarin de oorspronkelijke basistekst en de daarop volgende wijzigingen zijn opgenomen. De nieuwe wetstekst vervangt de oude wetsteksten die met de nieuwe tekst komen te vervallen. Op 20 december 1994 is een interinstitutioneel akkoord voor een versnelde werkmethode voor de officiële codificatie van wetteksten goedgekeurd. In het geval van herschikking wordt een enkele wetstekst goedgekeurd, die de gewenste materiële wijzigingen aanbrengt, deze wijzigingen en de niet-gewijzigde bepalingen uit de vorige wetstekst codificeert en de vorige wetstekst buiten werking stelt. Onlangs is de laatste hand gelegd aan het interinstitutioneel akkoord over een systematischer gebruik van de herschikking van besluiten, waardoor deze methode beter zal kunnen worden toegepast. Vereenvoudiging beoogt de regelgeving tot slot inhoudelijk gezien eenvoudiger te maken en beter aan te passen aan de behoeften van wie ermee moet werken (de SLIM-methode is daarvan het beste voorbeeld).

De Commissie stelt voor dat de instellingen onderling een integraal programma voor de vereenvoudiging van het acquis communautaire uitwerken. Deze doelstelling zou met name gerealiseerd kunnen worden door een vermindering van het aantal wetteksten met behulp van de methodes voor codificatie of herschikking van een pakket op elkaar volgende regelingen, alsook door een vermindering van het aantal bladzijden met behulp van de genoemde methoden en via een inhoudelijke vereenvoudiging van de regelgeving [9]. Dat programma, dat het reeds door de Commissie goedgekeurde codificatieprogramma moet aanvullen, kan aan het eind van de ambtstijd van de huidige Commissie in januari 2005 een aanzienlijke vermindering van het volume van de reeds bestaande teksten opleveren, indien mogelijk met minimaal 25%. Na deze eerste fase zouden de instellingen dan aan de hand van hetgeen bereikt is de methodologie van de tweede fase moeten vaststellen.

[9] Overeenkomstig de beginselen uit het interinstitutioneel akkoord over een systematischer gebruik van de herschikking van besluiten, dat in 2001 door de instellingen gesloten is.

Een ieder dient te beseffen dat een dergelijk programma voldoende middelen vereist en tot nieuwe manieren van werken moet leiden. [10]

[10] Zie deel 3 van het document, blz. 10.

Het is daarbij tegelijkertijd absoluut noodzakelijk dat het bestaande wetgevingssysteem ontdaan wordt van wetsvoorstellen die niet meer actueel zijn. Om een duidelijk politiek signaal te geven is de Commissie voornemens om zo'n honderd nog hangende voorstellen van vóór 1999 in te trekken die niet meer actueel zijn.

2. Beter voorbereide en beter aangepaste wetgeving

De wetgeving van de Gemeenschap wordt vaak bekritiseerd, vanwege het feit dat de oplossingen die de Commissie voorstelt en die het Europees Parlement en de Raad vervolgens goedkeurt niet op maat gesneden zouden zijn.

De Commissie is van mening dat het haar politieke verantwoordelijkheid is om erop toe te zien dat de kwaliteit van de wetgeving van de Gemeenschap voortdurend verbeterd wordt [11]. Dit is van fundamenteel belang voor de versterking van de democratische structuren van de Gemeenschap.

[11] Overeenkomstig het interinstitutioneel akkoord betreffende de redactionele kwaliteit van 1999, gepubliceerd in het PB EG C 73 van 17.3.1999.

Zonder vooruit te lopen op de uitkomsten van het overleg over dit vraagstuk stelt de Commissie tegen deze achtergrond twee prioritaire werkzaamheden voor.

A - Méér overleg en effectbeoordelingen vooraf

Bij ieder wetsvoorstel is de Commissie betrokken. Met het oog op het gemeenschappelijk belang maakt de Commissie eerst een analyse van het desbetreffende vraagstuk om te zien of er op het niveau van de Gemeenschap gehandeld moet worden of niet. Daarna voert ze overleg met de betrokken partijen en maakt ze een effectbeoordeling om vast te stellen welke oplossing in verband met de nagestreefde doelstellingen het doeltreffendst is, welk instrument het meest geschikt is en eventueel wat voor kosten en voordelen aan een voorstel verbonden zijn. In dit stadium kan blijken dat optreden op communautair niveau niet nodig is.

Om de Europese burger een doeltreffendere en transparantere wetgeving te garanderen wil de Commissie, overeenkomstig het Protocol betreffende de toepassing van het subsidiariteits- en het evenredigheidsbeginsel [12], haar manier van werken verbeteren.

[12] Zie punt 9 van genoemd Protocol bij het Verdrag van Amsterdam.

1) Op het niveau van het overleg

De Commissie beschikt reeds over een aantal op maat gesneden instrumenten (groenboeken, witboeken, overleg met de sociale partners, fora, steeds vaker ook interactief overleg via internet, enz.) en tal van instanties (werkgroepen van deskundigen en raadgevende comités) om op een goede wijze overleg te voeren. Vanuit het streven naar méér transparantie zal zij op dit punt zo snel mogelijk een complete lijst publiceren. Daarnaast gaat zij voor zover mogelijk ook in op de adviezen van het Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's. Dit zijn unieke en waardevolle mogelijkheden voor de Commissie die verder verbeterd zullen worden en de burger zo nog meer garanties zullen geven.

Maar we kunnen het hier niet bij laten. De Commissie is, zoals gezegd, voornemens om het overleg - en met name het overleg met onderdelen van de civiele maatschappij en het overleg via het Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's - te intensiveren en het grote publiek toegang te geven tot databanken, zodat er on line overleg kan worden gevoerd (via Eur-Lex et Pre-Lex) [13].

[13] EUR-LEX is een interinstitutionele databank, waarin de van kracht zijnde wetgeving is opgenomen. PRE-LEX is een site waar een deel van de in voorbereiding zijnde wetgeving te vinden is. Overwogen zou kunnen worden of van EUR-LEX een portal gemaakt zou kunnen worden, dat toegang verschaft tot alle wetgevingssites. Eur-Lex omvat ook CELEX, waar de nationale omzettingsmaatregelen te vinden zijn.

2) Voor de effectbeoordelingen

Om te beoordelen of er op het niveau van de Unie gehandeld moet worden of niet, maakt de Commissie nu reeds een voorafgaande analyse (pre-assessment) van de voorstellen die ze wil gaan voorleggen.

Indien er op Europees niveau gehandeld moet worden, kan aan de hand van deze pre-assessment ook worden vastgesteld bij welke voorstellen een gedetailleerde effectbeoordeling moet worden gemaakt. De beslissing over deze vraag moet bij de vaststelling van het werkprogramma door de leden van de Commissie genomen worden.

Tegen deze achtergrond en in lijn met de opdracht die de Europese Raad te Göteborg geformuleerd heeft, zal de Commissie uiterlijk eind 2002 een coherente methode voor effectbeoordelingen uitwerken, die garandeert dat bij alle belangrijke voorstellen een proportionele en aan de inhoud aangepaste evaluatie wordt gemaakt van de economische en sociale aspecten en van de milieugevolgen voor een duurzame ontwikkeling. De Commissie zal hierover zo snel mogelijk een mededeling voorleggen. Deze regeling zal gebaseerd zijn op een evaluatie van de kosten en de baten, met bijzondere aandacht voor de economische, sociale en ecologische gevolgen. De effectbeoordeling zal het aan te pakken probleem definiëren, de mogelijke oplossingen en hun gevolgen analyseren en bekijken hoe het beleid ten uitvoer zal worden gelegd.

Overeenkomstig de aanbevelingen van de werkgroep van de heer Mandelkern verwacht de Commissie dat de lidstaten de aan de Commissie en de andere lidstaten meegedeelde nationale regelgeving systematisch vergezeld laten gaan van de bijbehorende nationale effectbeoordeling, telkens een dergelijke beoordeling is uitgevoerd.

De invoering van deze werkwijze, die heel veel zal vergen, maar die ook noodzakelijk is, mag niet tot een buitensporig lang wetgevingsproces leiden, noch geringere mogelijkheden tot handelen voor de Unie met zich meebrengen. [14] De Commissie denkt dat beter voorbereide regelgeving, die op overleg en goed gefundeerde effectbeoordelingen gebaseerd is, sneller en gemakkelijker door het Europees Parlement en de Raad goedgekeurd zal kunnen worden.

[14] Het spreekt dus vanzelf dat deze gedetailleerde effectbeoordelingen niet zullen kunnen plaatsvinden bij urgente voorstellen, noch bij voorstellen die een geringe reikwijdte hebben, met de dagelijkse gang van zaken te maken hebben of alleen de wijziging of actualisatie van een tekst tot doel hebben, noch bij teksten die rechtstreeks uit het Verdrag voortvloeien.

B - Het bestaande instrumentarium beter gebruiken

In het Witboek over Europese governance, dat in juli 2001 goedgekeurd is, heeft de Commissie het startsein gegeven voor een gezamenlijk denkproces over een aanpassing van het wetgevingsinstrumentarium en aanvullende werkmethoden voor de Gemeenschap.

Het is zonder meer duidelijk dat er met het oog op de effectiviteit méér duidelijkheid over de instrumenten moet komen. De Commissie zal zich aan de bepalingen van het Verdrag houden, die vastleggen met welk instrument gewerkt moet worden.

Er is keus uit een breed scala aan instrumenten, namelijk verordeningen, richtlijnen, besluiten, kaderbesluiten, overeenkomsten en aanbevelingen. De open coördinatiemethode en de akkoorden tussen de sociale partners zijn aanvullende instrumenten.

Er moet meer oog komen voor het onderscheid tussen een verordening en een richtlijn. Er moet alléén voor een verordening worden gekozen, als een maatregel in de lidstaten op uniforme wijze moet worden toegepast. Overeenkomstig het Verdrag en het Protocol betreffende de toepassing van het subsidiariteits- en het evenredigheidsbeginsel [15] moet de richtlijn in de overige gevallen weer een instrument worden, waarmee een rechtskader wordt geschapen en de te bereiken doelstellingen worden vastgelegd.

[15] Zie punt 6 van het Protocol betreffende de toepassing van het subsidiariteits- en het evenredigheidsbeginsel.

Indien meer gebruik wordt gemaakt van minder gedetailleerde richtlijnen, dient de Commissie waar nodig meer uitvoeringsbevoegdheden te krijgen. Parallel moeten de bestaande procedures voor de comitologie en de controle van de uitvoeringsmaatregelen door de wetgever opnieuw worden onderzocht.

Voorts dienen alle mogelijkheden die de verschillende beschikbare soorten maatregelen bieden te worden benut om de doelstellingen van het verdrag te bereiken: regelgeving, coördinatie, financiële steun, bindende en niet-bindende maatregelen. Gezien bepaalde nieuwe eisen in specifieke sectoren, moet ook soms meer ruimte worden gegeven aan de betrokken partijen zelf (economische actoren, sociale partners, andere actoren), zodat deze hun verantwoordelijkheid kunnen nemen en de wetgeving, overeenkomstig de hiervoor uiteengezette beginselen en met inachtneming van de voorschriften inzake doorzichtigheid en de behartiging van het algemeen belang, niet overbodig zwaar wordt.

Met mederegulering kan een dergelijke soepelheid en grotere effectiviteit bereikt worden. Bij mederegulering gaat bindende wet- en regelgeving - het rechtskader en het belangrijkste beleidskader - gepaard met maatregelen van de zijde van de actoren die het sterkst bij de maatregelen betrokken zijn. Tegelijkertijd zijn er sanctie-instrumenten van de zijde van de Gemeenschap nodig, zodat de continuïteit in het recht en de samenhang bij de desbetreffende wetgeving gegarandeerd is.

Het doel van mederegulering is niet om de rechten van de wetgever te ontlopen, noch om van regelgeving af te zien. Het is en blijft hoe dan ook aan de wetgever om in te schatten in hoeverre mederegulering op zijn plaats is. In het overleg tussen de instellingen zal kunnen worden bepaald op welke wijze er van mederegulering gebruik kan worden gemaakt. Zo voorzag het Verdrag in het mechanisme van de overeenkomsten tussen sociale partners op Europees niveau, die ofwel door een bindend besluit van de Raad, hetzij volgens de procedures en gebruiken die eigen zijn aan de sociale partners en aan de lidstaten, ten uitvoer worden gelegd (zie de artikelen 138 en 139 van het Verdrag). De productie van communautaire normen via dergelijke overeenkomsten maakt het mogelijk het evenredigheids- en subsidiariteitsbeginsel beter te respecteren.

De Commissie kan dus waar nodig gebruik maken van verscheidene instrumenten en methoden en op die manier op maat gesneden - en dus beter - reageren op een bepaalde situatie. Ze wijst erop dat de doelstellingen van het Verdrag in bepaalde omstandigheden eveneens door zelfregulering bereikt kunnen worden en dat op deze wijze een teveel aan regelgeving voorkomen kan worden. In het Witboek over Europese governance is in dit verband een gezamenlijk denkproces over een algemeen kader voor deze instrumenten en methoden voorgesteld. De Commissie verwacht hierover een reactie van de zijde van de andere instellingen en de lidstaten.

3. Een nieuwe cultuur bij de instellingen

Zoals reeds in 1992 vastgesteld is, kan een vereenvoudiging van de regelgeving niet van bovenaf worden opgelegd. Er zijn niet alleen voldoende personele en financiële middelen voor nodig, ook de bestaande structuren dienen te worden aangepast om een nieuwe bestuurs- en beleidscultuur te doen ontstaan [16].

[16] De Commissie behoudt zich het recht voor in de jaarlijkse beleidsstrategie voor 2003 de nodige middelen vast te stellen voor de toepassing van het actieplan. Ze heeft reeds beslissingen genomen met betrekking tot de middelen die voor het codifictieprogramma worden uitgetrokken.

Een dergelijke verandering vergt gezamenlijke inspanningen van de zijde van de Commissie, de andere instellingen en de lidstaten.

De Commissie wil op dit punt als voorbeeld fungeren en daartoe in eigen huis een netwerk voor de wetgeving tot stand brengen, dat de invoering van "good practices" en de toepassing van de in het interinstitutionele overleg vast te leggen beginselen voor een goede kwaliteit van de wetgeving bevordert.

Dat netwerk moet het ook mogelijk maken in een vroeger stadium van de totstandkoming van de ontwerpen voor wetgeving die initiatieven op te sporen die niet aan het subsidiariteits- en evenredigheidsbeginsel beantwoorden. Het secretariaat-generaal zal belast zijn met de werking en de coördinatie van dit netwerk voor de wetgeving en moet de voorstellen die mogelijk onverenigbaar zijn met het subsidiariteits- en evenredigheidsbeginsel aan het College voorleggen. De Commissie behoudt zich het recht voor haar voorstellen in te trekken indien de compromissen die de Raad of het Europees Parlement voorstellen de betrokken reglementering zo ingewikkeld maken dat ze niet meer met die beginselen verenigbaar is.

Daar ook het Europees Parlement en de Raad mede verantwoordelijk zijn voor de wetgeving van de Gemeenschap, zal er tegelijkertijd ook onder de hoede van de Commissie een interinstitutioneel netwerk tot stand moeten worden gebracht, dat zal moeten toezien op de legislatieve kwaliteit van de teksten.

Een nieuwe cultuur houdt tegelijkertijd ook nieuwe werkmethoden in. Het zou bijvoorbeeld niet op zijn plaats zijn om de codificatie, de herschikking of de vereenvoudiging van een wetstekst uitsluitend toe te vertrouwen aan de deskundigen die aan de totstandkoming ervan hebben meegewerkt. In dit verband zou het zonder meer te wensen zijn dat hiervoor bij de Raad een ad-hocgroep wordt opgericht. Tezelfdertijd zouden er bij de Raad en het Parlement snellere goedkeuringsprocedures voor de vereenvoudigde teksten moeten komen.

4. Een betere omzetting en toepassing van het Gemeenschapsrecht

De lidstaten, waarvan 90% van de Europese wetgeving afhangt, hebben eveneens een politieke verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van de regelgeving, aangezien zij zorg moeten dragen voor de toepassing en voor de eventuele omzetting van de regelgeving. Het gaat hierbij om buitengewoon belangrijk werk, waaraan nog meer aandacht zal moeten worden besteed.

De Commissie controleert van haar kant of de omzetting correct geschiedt en dient er tezamen met de lidstaten voor te zorgen dat de wetgeving daadwerkelijk effect sorteert.

De Commissie wenst dan ook dat de lidstaten zich ertoe verplichten om de wetgeving van de Gemeenschap nauwgezet en binnen de vastgestelde termijnen in hun eigen wetgeving om te zetten en zo de door de Europese Raad in Lissabon geformuleerde doelstelling te verwezenlijken. Daarnaast moeten er voor de kennisgeving van die overgangsmaatregelen aan de Commissie modernere en snellere procedures worden uitgewerkt.

Vanuit dezelfde invalshoek zou iedere lidstaat ook contactpersonen voor de omzetting/toepassing moeten aanwijzen, die zorg zouden moeten dragen voor een goede communicatie met de diensten van de Commissie enerzijds en de nationale overheidsinstanties anderzijds. Hierdoor zal er intensiever kunnen worden samengewerkt en wordt ook een betere feedback over het nut en de effectiviteit van de wetgeving mogelijk.

Tot slot moet de Commissie, zonder afbreuk te doen aan haar rol van hoedster van de Verdragen, samen met de lidstaten de mogelijkheid onderzoeken om een gemeenschappelijke benadering op het gebied van de controle en de praktische toepassing van de communautaire wetgeving vast te stellen. Deze benadering vereist de vaststelling van gemeenschappelijke doelstellingen, beginselen en normen, de instelling van een administratieve samenwerking, informatie-uitwisseling, wederzijdse bijstand en een gecoördineerde bewaking van de betrokken sector.

Conclusie

De regelgeving zal niet vereenvoudigd en verbeterd kunnen worden zonder op elkaar afgestemde werkzaamheden van de zijde van de instellingen en de lidstaten. Tot nu toe is er nog niet erg veel bereikt. De Commissie doet dan ook een dringend beroep op alle betrokkenen om in het belang van de wetgeving en dus van de Europeanen zelf gezamenlijk een strategie uit te stippelen.

De Commissie stelt voor om, aan de hand van de reacties op dit document, zo snel mogelijk een begin te maken met een gezamenlijke discussie met het Europees Parlement en de Raad, zodat de uitgangspunten en de inhoud van een strategie kunnen worden vastgelegd en op basis daarvan in juni 2002 een actieplan of eventueel zelfs een interinstitutioneel akkoord kan worden bereikt.