52001AR0052

Advies van het Comité van de Regio's over het "Zesde verslag over de tenuitvoerlegging van het pakket telecommunicatieregelgeving"

Publicatieblad Nr. C 019 van 22/01/2002 blz. 0001 - 0002


Advies van het Comité van de Regio's over het "Zesde verslag over de tenuitvoerlegging van het pakket telecommunicatieregelgeving"

(2002/C 19/01)

HET COMITÉ VAN DE REGIO'S,

gezien het "Zesde verslag over de tenuitvoerlegging van het pakket telecommunicatieregelgeving" (COM(2000) 814 def.);

gezien het besluit van de Commissie (7 december 2000) om overeenkomstig artikel 265, eerste alinea, van het EG-verdrag het Comité te raadplegen;

gezien het besluit van het bureau (13 juni 2001) om commissie 3 "Transeuropese netwerken, vervoer, informatiemaatschappij" met de voorbereiding van de desbetreffende werkzaamheden te belasten;

gezien zijn advies over de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's "Vijfde verslag over de tenuitvoerlegging van het pakket telecommunicatieregelgeving" (COM(1999) 537 def.); en de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's "Naar een nieuw regelgevingskader voor elektronische telecommunicatie - infrastructuur en bijbehorende diensten - herziening van de communicatieregelgeving 1999" (COM(1999) 539 def. - CDR 520/1999 fin)(1);

gezien zijn advies over het "Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake de universele dienst en gebruikersrechten met betrekking tot elektronische communicatienetwerken en -diensten" (COM(2000) 392 def. - COD 2000/0183(2) - CDR 274/2000 fin)(3);

gezien het op 4 juli 2001 door commissie 3 goedgekeurde ontwerpadvies (CDR 52/2001 rev.) (rapporteur: de heer Koivisto, FIN/PSE),

heeft tijdens zijn 40e zitting van 19 en 20 september 2001 (vergadering van 20 september) het volgende advies uitgebracht, dat met eenparigheid van stemmen werd goedgekeurd.

Het Comité van de Regio's

1. is het met de Commissie eens dat het van groot belang is dat de hervormingen binnen de Europese telecommunicatiesector slagen en acht deze vooral noodzakelijk om de toename van de tariefverschillen tussen lidstaten en regio's af te remmen;

2. denkt dat een jaarlijks verslag over de regelgevings- en marktontwikkelingen onder meer een nuttig oriëntatiepunt is voor de telecommunicatiebedrijven;

3. schaart zich uitdrukkelijk achter de maatregelen van de Commissie ter vereenvoudiging van de nationale vergunningsprocedures;

4. herhaalt zijn reeds in een eerder advies geformuleerde standpunt dat het effect van nationale telecommunicatieregelingen niet betrouwbaar gemeten kan worden, omdat de regionale verschillen in het aanbod van telecommunicatiediensten verder toenemen en de kloof met het nationale gemiddelde steeds groter wordt;

5. zou daarom graag zien dat in het volgende verslag meer aandacht wordt besteed aan de verschillen tussen de regionale markten, met name wat het nakomen van verplichtingen in verband met de universele dienst betreft, alsook aan de lokale mededinging en de voordelen voor de consument;

6. benadrukt dat de gemeenten in het licht van hun verplichtingen met betrekking tot ruimtelijke ordening, via hun bouwvoorschriften en inaanmerkingneming van milieu en volksgezondheidsaspecten zeggenschap moeten hebben over plaatsing van antennes en aanleg van kabels. Het in dit verband door de telecom-exploitanten naar voren gebrachte probleem is in vergelijking met genoemde doelstellingen maatschappelijk gezien minder relevant;

7. vindt evenals de Commissie dat het van groot belang voor het Europese concurrentievermogen is dat prijzen, verspreidingsdichtheid en regionale dekking van internet-huurlijnen dichter tegen het niveau van de Verenigde Staten komen te liggen en is van mening dat gekeken moet worden naar de rol van de structuurfondsen in gebieden waar concurrentie alleen niet in situatieverbeteringen resulteert;

8. constateert dat ondanks het succes van de voorschriften voor gescheiden boekhouding met name de lokale mededinging in de eerste plaats wordt belemmerd door het feit dat de zakelijke belangen betreffende inhoudsdiensten en netwerkdiensten nog altijd te zeer zijn verweven. De goede ervaringen met investeringen in de gemeentelijke kennisnetwerken, die in een intensivering van de mededinging op het gebied van inhoudsdiensten resulteerden, kunnen hier als voorbeeld voor een remedie dienen;

9. is het ermee eens dat de mededinging ten aanzien van breedband-ASDL-diensten ten behoeve van de uitvoering van het programma e-Europa moet worden gestimuleerd. Wel is het wenselijk dat in volgende verslagen vanuit regelgevingsoogpunt tevens wordt ingegaan op de geografische dekking van ASDL-diensten, omdat deze in veel regio's nog niet worden aangeboden en evenmin onder de universele-dienstverplichtingen vallen;

10. wijst erop dat op dit terrein, waar innovatieve ontwikkeling een conditio sine qua non is, het juiste evenwicht dient te worden gevonden tussen vrije mededinging en regulering. Op die manier gaan ondernemingen namelijk streven naar marktmacht en zullen zij nog meer waarde aan productontwikkeling hechten;

11. vestigt er ten slotte de aandacht van de Commissie op dat verschillende nieuwe alternatieve technologieën op de markt zijn gebracht die de mededinging uitbreiden en de behoefte aan regelgeving verminderen. Het is daarom van belang dat de regelgeving flexibel moet kunnen worden gereduceerd, met name ook omdat uiteindelijk de consument voor de extra kosten van de ondernemingen opdraait.

Brussel, 20 september 2001.

De voorzitter

van het Comité van de Regio's

Jos Chabert

(1) PB C 226 van 8.8.2000, blz. 56.

(2) PB C 365 E van 19.12.2000, blz. 238.

(3) PB C 144 van 16.5.2001, blz. 60.