Resolutie van het Comité van de Regio's over "De gedecentraliseerde samenwerking en de rol van de lokale en regionale overheden in het kader van het Euro-mediterrane partnerschap"
Publicatieblad Nr. C 156 van 06/06/2000 blz. 0047 - 0048
Resolutie van het Comité van de Regio's over "De gedecentraliseerde samenwerking en de rol van de lokale en regionale overheden in het kader van het Euro-mediterrane partnerschap" (2000/C 156/09) HET COMITÉ VAN DE REGIO'S, gezien zijn advies over De lokale overheden en het Euro-mediterrane partnerschap (CDR 125/97 fin)(1); gezien zijn advies over de Mededeling van de Commissie Versterking van het Middellandse-Zeebeleid van de Europese Unie: voorstellen voor de tenuitvoerlegging van een Euro-mediterraan partnerschap (CDR 371/95 fin)(2); a. gelet op de resultaten van de op 15 en 16 april 1999 in Stuttgart gehouden conferentie van ministers van Buitenlandse Zaken van de 27 Euro-mediterrane landen, en met name de punten 30 en 31 van de slotverklaring; b. gelet op de besluiten van de Europese Raad van Keulen van 3 en 4 juni 1999; c. gelet op het belang van een volwaardig Middellandse-Zeebeleid voor de vrede en stabiliteit in het Middellandse-Zeegebied, dat voor de Europese Unie van strategisch belang is; d. gelet op de moeilijkheden die bij de tenuitvoerlegging van het Euro-mediterrane partnerschap, en met name bij de uitvoering van het MEDA-programma, zijn gerezen; e. gelet op de noodzaak de gedecentraliseerde samenwerking in het Middellandse-Zeegebied zo spoedig mogelijk nieuw leven in te blazen en de regionale overheden nauwer bij het Euro-mediterrane partnerschap te betrekken; f. gelet op de sterke impact die de MED-programma's, ondanks de vastgestelde beheersproblemen, op de civiele samenleving van de twaalf mediterrane derde landen hebben gehad; Het Comité van de Regio's: 1. is verheugd over het feit dat de deelnemers aan de derde Euro-mediterrane ministerconferentie (conferentie van Stuttgart) er met klem op hebben gewezen dat de lokale en regionale overheden nauwer bij het Euro-mediterrane partnerschap moeten worden betrokken en dat de gedecentraliseerde samenwerking in het Middellandse-Zeegebied nieuw leven moet worden ingeblazen; 2. herinnert eraan dat de Europese Raad op de Top van Keulen de Raad en de Commissie heeft opgeroepen "de in Stuttgart genomen besluiten, met name ter verbetering van de intraregionale samenwerking op alle gebieden van het partnerschap en voor een intensievere deelname van actoren buiten de centrale overheden, met nadruk in praktijk te brengen"; 3. dringt erop aan dat de Europese Commissie in haar werkprogramma ook de Middellandse-Zeeproblematiek, en met name de uitbouw van een echte gedecentraliseerde samenwerking in het kader van het Euro-mediterrane partnerschap, de nodige prioriteit toekent en de daartoe bevoegde dienst ook het benodigde personeel ter beschikking stelt; 4. betreurt dat in het derde onderdeel van het MEDA I-programma de inschakeling van de lokale en regionale overheden van de betrokken EU-lidstaten en derde landen onvoldoende aandacht heeft gekregen; 5. wijst erop dat het van cruciaal belang is de procedures te vereenvoudigen en de steunverlening via het EFRO en het MEDA-programma te coördineren; 6. vestigt er nogmaals de aandacht op dat de regionale of interregionale partnerschappen niet alleen de samenwerking maar ook de dialoog, de vrede en de democratie binnen de regio ten goede komen; 7. pleit ervoor de regionale contacten en samenwerking via het bestaande instrumentarium ter bevordering van grensoverschrijdende en interregionale samenwerking te stimuleren; 8. dringt erop aan de maatschappelijke en niet-gouvernementele organisaties nauwer bij de tenuitvoerlegging van het "proces van Barcelona" te betrekken; 9. dringt erop aan dat bij de tenuitvoerlegging van het nieuwe MEDA II-programma beter rekening wordt gehouden met de bevoegdheden van de Europese regio's; 10. dringt erop aan dat de Europese Commissie in het kader van het Euro-mediterrane partnerschap een kaderprogramma inzake gedecentraliseerde samenwerking lanceert, daarbij inspelend op de activiteiten van de lokale en regionale overheden en hun transnationale organisaties, die duidelijk te kennen hebben gegeven dat zij nauw bij het Euro-mediterrane partnerschap betrokken willen worden, 11. verzoekt zijn voorzitter deze resolutie aan de Commissie, het Parlement en de Raad te doen toekomen. Brussel, 16 februari 2000. De voorzitter van het Comité van de Regio's Jos Chabert (1) PB C 64 van 27.2.1998, blz. 59. (2) PB C 126 van 29.4.1996, blz. 12.