Voorstel voor een besluit van de Raad betreffende de ondertekening, namens de Europese Gemeenschap, van een Overeenkomst in de vorm van een Memorandum van Overeenstemming tussen de Europese Gemeenschap en de Democratische Socialistische Republiek Sri Lanka inzake regelingen op het gebied van de markttoegang voor textiel- en kledingproducten, en inzake de goedkeuring van de voorlopige toepassing van deze Overeenkomst /* COM/2000/0887 def. - ACC 2000/0362 */
Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende de ondertekening, namens de Europese Gemeenschap, van een Overeenkomst in de vorm van een Memorandum van Overeenstemming tussen de Europese Gemeenschap en de Democratische Socialistische Republiek Sri Lanka inzake regelingen op het gebied van de markttoegang voor textiel- en kledingproducten, en inzake de goedkeuring van de voorlopige toepassing van deze Overeenkomst (door de Commissie ingediend) TOELICHTING In overeenstemming met de onderhandelingsrichtsnoeren van de Raad van 9 november heeft de Commissie onderhandelingen gevoerd over een memorandum van overeenstemming betreffende markttoegang in de sector textiel en kleding met Sri Lanka. Met betrekking tot Sri Lanka bepaalt de overeenkomst: - Sri Lanka zal zijn invoerrechten voor de sector textiel en kleding binnen de WTO consolideren op het niveau dat de Europese Unie passend acht voor ontwikkelingslanden, met enkele zeldzame uitzonderingen; - Sri Lanka zal zijn rechten verlagen tot deze nieuwe geconsolideerde niveaus indien zij momenteel hoger liggen; - Sri Lanka verbindt zich ertoe geen tarieven in de sector toe te passen die hoger zijn dan die welke momenteel worden toegepast ("standstill") indien de momenteel toegepaste rechten in de sector lager zijn dan de geconsolideerde rechten. Met betrekking tot de Europese Gemeenschap bepaalt de overeenkomst: - De Europese Gemeenschap zal de huidige toepassing van kwantitatieve beperkingen voor de vier categorieën (categorieën 6, 7, 8 en 21) opschorten, na de kennisgeving door Sri Lanka aan de WTO van de overeengekomen geconsolideerde rechten, en de eerbiediging door Sri Lanka van de overeengekomen rechten; - De Europese Gemeenschap behoudt het recht de contingentregeling opnieuw toe te passen op het niveau dat voor het desbetreffende jaar van toepassing is, indien Sri Lanka zich niet houdt aan bovengenoemde verplichtingen of aan de in de overeenkomst opgenomen verplichtingen op niet-tarifair gebied (zie hieronder). De overeenkomst bepaalt verder dat bepaalde categorieën textiel- en kledingproducten van Sri Lanka naar de Europese Gemeenschap (een breder scala dan de eerdere contingenten) worden onderworpen aan een systeem van dubbele controle. De overeenkomst verplicht de partijen tevens geen niet-tarifaire belemmeringen voor de handel in de sector textiel en kleding in te voeren. De overeenkomst voorziet in periodiek overleg en in overleg op verzoek, met betrekking tot welke bepaling dan ook, en voorziet verder in volledige samenwerking tussen de partijen met betrekking tot kennisgevingen die aan de WTO of een van de WTO-organen moeten worden gedaan. De Raad wordt verzocht zijn goedkeuring te hechten aan dit voorstel voor een besluit betreffende de ondertekening, namens de Europese Gemeenschap, van een memorandum van overeenstemming inzake de markttoegang voor textielproducten tussen de Europese Gemeenschap en de Democratische Socialistische Republiek Sri Lanka en inzake de goedkeuring van de voorlopige toepassing in afwachting van de formele sluiting van die overeenkomst. 2000/0362 (ACC) Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende de ondertekening, namens de Europese Gemeenschap, van een Overeenkomst in de vorm van een Memorandum van Overeenstemming tussen de Europese Gemeenschap en de Democratische Socialistische Republiek Sri Lanka inzake regelingen op het gebied van de markttoegang voor textiel- en kledingproducten, en inzake de goedkeuring van de voorlopige toepassing van deze Overeenkomst DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel 133, in samenhang met de eerste en tweede alinea van lid 2 van artikel 300, Gezien het voorstel van de Commissie [1], [1] PB C ... Overwegende hetgeen volgt: (1) De Commissie heeft, namens de Europese Gemeenschap, onderhandelingen gevoerd over een bilaterale Overeenkomst in de vorm van een Memorandum van overeenstemming betreffende de handel in textielproducten met Sri Lanka; (2) De Overeenkomst in de vorm van een Memorandum van overeenstemming is geparafeerd op 5 december 2000; (3) De Overeenkomst in de vorm van een Memorandum van overeenstemming dient namens de Gemeenschap te worden ondertekend; (4) Opdat beide partijen onmiddellijk na de desbetreffende kennisgevingen aan de WTO de voordelen van de Overeenkomst kunnen genieten, dient deze met ingang van 1 december 2000 op voorlopige basis te worden toegepast, in afwachting van de voltooiing van de procedures voor de formele sluiting, en op voorwaarde van wederkerigheid. BESLUIT: Artikel 1 Onder voorbehoud van de eventuele sluiting op een later tijdstip wordt de Voorzitter van de Raad gemachtigd de personen aan te wijzen die bevoegd zijn de Overeenkomst in de vorm van een Memorandum van overeenstemming betreffende de handel in textielproducten met Sri Lanka namens de Gemeenschap te ondertekenen. De tekst van de Overeenkomst is aan dit besluit gehecht. Artikel 2 Op voorwaarde van wederkerigheid wordt de Overeenkomst in de vorm van een Memorandum van overeenstemming met ingang van 1 december 2000 voorlopig toegepast, in afwachting van de voltooiing van de procedures voor de formele sluiting. Artikel 3 1. Overeenkomstig de procedure van artikel 17 van Verordening nr. 3030/93 van de Raad betreffende een gemeenschappelijke regeling voor de invoer van bepaalde textielproducten uit derde landen [2] kan de Commissie de toepassing van het systeem van dubbele controle voor bepaalde producten wijzigen, na overleg met Sri Lanka krachtens punt 7 van het Memorandum van overeenstemming. [2] PB L 275, 8.11.1993, zoals laatstelijk gewijzgd bij Verordening (EG) nr. 824/97 van de Raad (PB nr. L 119, 8.5.97, blz.1). 2. De Commissie past de contingentregeling opnieuw toe indien Sri Lanka niet voldoet aan de verplichtingen van de punten 2 en 6 van het Memorandum van overeenstemming overeenkomstig de procedure van artikel 17 van Verordening nr. 3030/93 van de Raad betreffende een gemeenschappelijke regeling voor de invoer van bepaalde textielproducten uit derde landen2. Gedaan te Brussel, Voor de Raad De Voorzitter BIJLAGE MEMORANDUM VAN OVEREENSTEMMING tussen de Europese Gemeenschap en de Democratische Socialistische Republiek Sri Lanka inzake regelingen op het gebied van de markttoegang voor textiel- en kledingproducten, op 5 december 2000 te Brussel geparafeerd 1. Delegaties van de Europese Gemeenschap en de Democratische Socialistische Republiek Sri Lanka kwamen op 10 oktober en 22 november 2000 bijeen om verbeteringen in de toegang tot de respectieve markten van beide partijen voor textiel- en kledingproducten te bespreken. 2. De Democratische Socialistische Republiek Sri Lanka stemt in met het volgende: 1. Sri Lanka consolideert zijn tarieven voor textiel en kleding op het niveau dat is opgenomen in kolom 1 van bijlage 1 door een passende kennisgeving van deze strekking aan de Wereldhandelsorganisatie te doen. Alvorens de kennisgeving te doen, zal Sri Lanka met de Europese Gemeenschap overleg voeren. 2. Indien de toegepaste rechten zoals opgenomen in kolom 2 lager zijn dan de invoerrechten die zijn opgenomen in kolom 1 van bijlage 1, verbindt Sri Lanka zich ertoe geen hogere rechten toe te passen dan de rechten die zijn opgenomen in kolom 2 op invoer in Sri Lanka uit de Europese Gemeenschap. 3. Indien de toegepaste rechten zoals opgenomen in kolom 2 hoger zijn dan de invoerrechten die zijn opgenomen in kolom 1, zal Sri Lanka deze rechten verlagen tot het niveau van de geconsolideerde rechten die zijn opgenomen in kolom 1. 3. De Europese Gemeenschap stemt ermee in dat, na bevestiging door Sri Lanka aan de Gemeenschap dat de in punt 2.1 bedoelde kennisgeving is verricht en dat de bepalingen van alinea 2.2 en 2.3 door Sri Lanka zijn uitgevoerd, zij de toepassing van de kwantitatieve beperkingen die momenteel gelden voor de invoer van textiel- en kledingproducten uit Sri Lanka (d.w.z. voor categorieën 6, 7, 8 en 21) zal opschorten. 4. De partijen komen overeen dat de Europese Gemeenschap het recht behoudt de contingentregeling opnieuw toe te passen op het niveau dat voor het desbetreffende jaar van toepassing is, indien Sri Lanka niet voldoet aan een van de verplichtingen die zijn opgenomen in de punten 2 en 6 van deze overeenkomst. De Europese Gemeenschap stemt ermee in met Sri Lanka overleg te plegen overeenkomstig punt 7, alvorens dit recht uit te oefenen. 5. Onverminderd punt 4 komen de partijen overeen dat de producten die zijn opgenomen in bijlage 2 onderworpen zullen zijn aan alle procedures van het systeem van dubbele controle dat is vastgelegd in de artikelen 18 - 24 van Bijlage III bij Verordening 3030/93 van de Raad. Het systeem van dubbele controle wordt ingevoerd na bevestiging door Sri Lanka aan de Gemeenschap dat de kennisgeving bedoeld in punt 2.1 is gedaan. De partijen komen overeen dat de producten onderworpen blijven aan het systeem van dubbele controle dat momenteel wordt herzien, en zij kunnen wijzigingen voorstellen na overleg overeenkomstig krachtens punt 7. 6. De partijen komen overeen geen niet-tarifaire maatregelen vast te stellen die de handel in textiel- en kledingproducten kunnen belemmeren. In dit kader komen de partijen overeen dat geen kwantitatieve beperkingen worden ingevoerd voor de in punt 3 bedoelde producten, tenzij de Europese Gemeenschap het recht uitoefent om de contingentregeling overeenkomstig punt 4 opnieuw toe te passen. 7. De partijen zijn het erover eens dat met het oog op het evenwichtig functioneren van de overeenkomst, die bestaat uit een pakket wederzijdse concessies die de partijen elkaar vrijelijk toestaan, alle bepalingen van dit memorandum van overeenstemming volledig en getrouw moeten worden uitgevoerd. De partijen komen dan ook overeen periodiek overleg te plegen om ervoor te zorgen dat dit memorandum van overeenstemming correct ten uitvoer wordt gelegd. Daarnaast komen de partijen overeen overleg te voeren op verzoek van een van de partijen met betrekking tot een aspect van dit memorandum van overeenstemming. Indien de Europese Gemeenschap het in punt 4 omschreven recht wil uitoefenen, zal zij Sri Lanka schriftelijk gegevens verstrekken omtrent de vermeende schending. Binnen 30 dagen na een dergelijk schriftelijke mededeling wordt overleg gevoerd om deze schending ongedaan te maken, tenzij de partijen anders overeenkomen. Indien de partijen niet binnen 30 dagen na de aanvang van het overleg een passende oplossing vinden, heeft de Europese Gemeenschap het recht maatregelen krachtens punt 4 te nemen. 8. De partijen komen overeen volledig samen te werken met betrekking tot alle kennisgevingen die eventueel aan de Wereldhandelsorganisatie of een van de organen ervan gedaan moeten worden. Deze kennisgevingen zullen gezamenlijk worden gedaan door de partijen, tenzij zij anders overeenkomen. 9. De partijen komen overeen dat dit memorandum van overeenstemming geen afbreuk doet aan de mogelijkheid van wederzijdse concessies met betrekking tot markttoegang door andere handelspartners in de sector. 10. De partijen komen overeen dat dit Memorandum van overeenstemming geen afbreuk doet aan hun recht om een beroep te doen op het WTO-Memorandum van overeenstemming inzake de beslechting van geschillen. 11. Alle aan dit Memorandum van overeenstemming gehechte processen-verbaal van overeenstemming en verklaringen maken er integraal deel van uit. 12 De partijen komen overeen dat deze overeenkomst in de vorm van een Memorandum van overeenstemming in werking treedt op de eerste dag van de maand volgende op de datum waarop de partijen elkaar ervan in kennis hebben gesteld dat de daartoe benodigde interne procedures zijn voltooid. In afwachting daarvan wordt zij voorlopig toegepast, op voorwaarde van wederkerigheid. Bijlage 1 >RUIMTE VOOR DE TABEL> Bijlage 2 Producten onderworpen aan het systeem van dubbele controle: Categorieën 4, 5, 6, 7 en 26. Proces-verbaal van overeenstemming In het kader van de op 5 december 2000 in Brussel geparafeerde overeenkomst in de vorm van een memorandum van overeenstemming betreffende de handel in textiel- en kledingproducten tussen de Europese Gemeenschap en de Democratische Socialistische Republiek Sri Lanka en meer in het bijzonder in verband met alinea 6, hebben de partijen laten vastleggen dat zij het erover eens zijn dat onder niet-tarifaire belemmeringen wordt verstaan alle vormen van belemmering van de handel in de sector; niet-tarifaire belemmeringen hebben onder meer betrekking op, doch zijn niet beperkt tot: * aanvullende rechten op de invoer of verkoop van producten van oorsprong uit de EU die hoger zijn dan de douanerechten die zijn opgenomen in de overeenkomst, of andere heffingen van gelijke werking, die hoger zijn dan dergelijke rechten of heffingen die worden geheven op de productie of verkoop van equivalente binnenlandse goederen; * technische voorschriften of normen, of regels, procedures of praktijken betreffende conformiteitsbeoordeling of certificering die verder gaan dan de doeleinden waarvoor zij vereist zijn; * formele of informele minimuminvoerprijzen, of andere regels, procedures of praktijken betreffende de vaststelling van de douanewaarde die tot handelsbelemmeringen leiden; * regels, procedures of praktijken betreffende inspectie vóór verzending die discriminatoir, niet-transparant, excessief lang zijn of douanecontroles voor de inklaring van goederen voor verzendingen die reeds onderworpen zijn aan inspectie vóór verzending; * regels, procedures of praktijken betreffende de certificering van de oorsprong van producten die excessief zwaar, kostbaar of arbitrair zijn, of directe verzending van goederen van het land van oorsprong naar het land van bestemming vereisen; * niet-automatische of discretionaire eisen voor vergunningen, of automatische vergunningsregels, -procedures of -praktijken die een onevenredige last leggen op de invoer of daarop een beperkende werking hebben; * eisen of praktijken betreffende markering, etikettering, beschrijving of samenstelling van het product of de beschrijving van de vervaardiging van producten, die in hun formulering of in hun toepassing in welke vorm dan ook discriminerend zijn in vergelijking met de regeling voor binnenlandse producten; * onnodig lange termijnen voor douane-inklaring of excessief zware, onevenredige of kostbare douaneprocedures, met inbegrip van inspectie-eisen, die een onnodige beperkende werking op de invoer hebben; * subsidies die schade toebrengen aan de textiel- en kledingindustrie van de EU. Verklaring In het kader van de op 5 december 2000 te Brussel geparafeerde Overeenkomst in de vorm van een Memorandum van Overeenstemming tussen de Europese Gemeenschap en de Democratische Socialistische Republiek Sri Lanka inzake de handel in textiel- en kledingproducten en het Proces-verbaal van overeenstemming daarbij, en meer in het bijzonder met betrekking tot de eventuele herinvoering van contingenten indien Sri Lanka niet voldoet aan de in punt 6 bedoelde verplichtingen, verklaren de partijen dat de aangegane verbintenissen betreffende niet-tarifaire belemmeringen bilaterale verbintenissen zijn die de partijen onafhankelijk van eveneens op de partijen van toepassing zijnde multilaterale verbintenissen zijn aangegaan. De partijen komen dan ook overeen dat de toepassing van deze bepalingen van puur bilaterale aard is. Voorts komen de partijen overeen dat het niet de bedoeling is dat deze bilaterale verbintenissen verder gaan dan het niveau van de verbintenissen die zij in een multilaterale context zijn aangegaan, en dat ze hun geen hogere normen of verplichtingen opleggen.