52000PC0785

Gewijzigd voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot negentiende wijziging van Richtlijn 76/769/EEG van de Raad inzake de beperking van het op de markt brengen en van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen en preparaten (azokleurstoffen) (door de Commissie overeenkomstig artikel 250, lid 2 van het EG-Verdrag ingediend) /* COM/2000/0785 def. - COD 99/0269 */

Publicatieblad Nr. 096 E van 27/03/2001 blz. 0269 - 0271


Gewijzigd voorstel voor een RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot negentiende wijziging van Richtlijn 76/769/EEG van de Raad inzake de beperking van het op de markt brengen en van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen en preparaten (azokleurstoffen)

(door de Commissie overeenkomstig artikel 250, lid 2 van het EG-verdrag ingediend)

TOELICHTING

Gezien het advies van het Europees Parlement van 7 september 2000 (eerste lezing) dient de Commissie, overeenkomstig artikel 250, lid 2, van het EG-Verdrag, het gewijzigde voorstel voor een richtlijn in bij de Raad.

Dit gewijzigde voorstel heeft tot doel het oorspronkelijke voorstel te verduidelijken, zonder de algemene structuur en de doelstellingen ervan te wijzigen.

Van de vijf amendementen die door het Parlement werden goedgekeurd, heeft de Commissie er een overgenomen, terwijl zij delen van een ander amendement in beginsel heeft goedgekeurd.

De Commissie erkent dat rekening moet worden gehouden met de technische vooruitgang van de beproevingsmethoden en heeft zich er dan ook mee akkoord verklaard om een nog betrouwbaardere beproevingsmethode in te voeren zodra deze beschikbaar is (wijziging 1 van het Parlement).

Bovendien is de Commissie het in beginsel ook eens met delen van amendement 3 van het Parlement:

De Commissie deelt de mening van het Parlement dat handgeknoopte oosterse tapijten waarschijnlijk weinig risico's inhouden en van de voorbeeldlijst van onder de bepalingen vallende productcategorieën mogen worden geschrapt. Aangezien het onwaarschijnlijk is dat het risico van deze producten na verloop van tijd zal toenemen, kan de Commissie zich echter niet akkoord verklaren met een tijdelijke vrijstelling. De Commissie is het er ook mee eens nog twee productcategorieën aan de voorbeeldlijst toe te voegen teneinde het toepassingsgebied van de bepalingen verder te verduidelijken.

De Commissie gaat niet akkoord met amendementen die het toepassingsgebied van het voorgestelde verbod zouden uitbreiden. Het voorstel van de Commissie is gebaseerd op de gezondheidsrisico's van azokleurstoffen in textiel- en lederproducten die in langdurig direct contact komen met de huid. Deze risico's zijn bevestigd door het Wetenschappelijk Comité voor toxiciteit, ecotoxiciteit en milieu (CSTEE).

De Commissie is het dan ook oneens met de amendementen 3 en 4 van het Parlement om azokleurstoffen in andere dan textiel- en lederproducten te verbieden en het verbod uit te breiden tot andere amines. Op basis van de huidige kennis van de risico's is dit niet gerechtvaardigd. Indien dergelijke risico's worden vastgesteld, kan de richtlijn echter aan de technische vooruitgang worden aangepast. De Commissie stemt er ook niet mee in om een exhaustieve lijst van onder het verbod vallende productcategorieën op te stellen. Dan zouden azokleurstoffen ook worden verboden in producten die niet in direct contact met de huid komen en dan ook geen enkel risico inhouden.

Om redenen van duidelijkheid en transparantie, met name voor leveranciers uit de derde wereld, heeft de Commissie voorgesteld de wijdst verspreide en aanvaarde beproevingsmethode te gebruiken om te controleren of het verbod wordt nageleefd. Andere beproevingsmethoden worden niet aanvaard (amendement 5 van het Parlement).

1999/0269(COD)

Gewijzigd voorstel voor een RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot negentiende wijziging van Richtlijn 76/769/EEG van de Raad inzake de beperking van het op de markt brengen en van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen en preparaten (azokleurstoffen)

(Voor de EER relevante tekst)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 95,

Gelet op het voorstel van de Commissie [1],

[1] PB [...].

Gelet op het advies van het Economisch en Sociaal Comité [2],

[2] PB [...].

Volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag [3],

[3] PB [...].

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Door artikel 14 van het Verdrag wordt een ruimte zonder binnengrenzen tot stand gebracht waarbinnen het vrije verkeer van goederen, personen, diensten en kapitaal is gewaarborgd.

(2) De werkzaamheden betreffende de interne markt moeten leiden tot een geleidelijke verbetering van de levenskwaliteit, de bescherming van de gezondheid en de veiligheid van de consument. De in de onderhavige richtlijn vervatte maatregelen garanderen een hoog niveau van gezondheidsbescherming en consumentenveiligheid.

(3) Met azokleurstoffen gekleurde textiel- en lederproducten kunnen bepaalde arylamines afgeven, die kanker kunnen veroorzaken.

(4) De beperkingen ten aanzien van het gebruik van met azokleurstoffen gekleurde textiel- en lederproducten die door bepaalde lidstaten reeds werden ingevoerd of worden gepland, hebben een invloed op de voltooiing en de werking van de interne markt. Derhalve is het noodzakelijk om de wetgevingen van de lidstaten terzake onderling aan te passen en dus ook om bijlage I van Richtlijn 76/769/EEG [4] te wijzigen.

[4] PB L 262 van 27.9.1976, blz. 201, laatstelijk gewijzigd door Richtlijn 99/77/EG van de Commissie (PB L 207 van 6.8.1999, blz. 18).

(5) Het Wetenschappelijk Comité voor toxiciteit, ecotoxiciteit en milieu (CSTEE), dat door de Commissie werd geraadpleegd, heeft bevestigd dat er bezorgdheid is gerezen over het kankerrisico dat wordt veroorzaakt door textiel- en lederwaren die met bepaalde azokleurstoffen werden geverfd.

(6) Om de menselijke gezondheid te beschermen moet het gebruik van gevaarlijke azokleurstoffen en het in de handel brengen van sommige met dergelijke kleurstoffen geverfde goederen worden verboden.

(7) Voor courante materialen worden de beproevingsmethoden die moeten worden gebruikt om de conformiteit met deze richtlijn aan te tonen, omschreven in het aanhangsel. De Commissie volgt nauwgezet de ontwikkeling van andere beproevingsmethoden en zal de bijlage van Richtlijn 76/769 aanpassen zodra betrouwbaarder beproevingsmethoden beschikbaar zijn.

(8) Deze richtlijn laat de Gemeenschapswetgeving tot vaststelling van minimumeisen ter bescherming van de werknemers als vervat in Richtlijn 89/391/EEG [5] van de Raad en de diverse daarop gebaseerde richtlijnen, met name Richtlijn 90/394/EEG [6] van de Raad en Richtlijn 98/24/EG [7], van de Raad, onverlet,

[5] PB L 183 van 29.6.1989, blz. 1.

[6] PB L 196 van 26.7.1990, blz. 1.

[7] PB L 131 van 5.5.1998, blz. 11.

HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

Artikel 1

Bijlage I bij Richtlijn 76/769/EEG wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage van deze richtlijn.

Artikel 2

1. De lidstaten zorgen voor de aanneming en bekendmaking van de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen om uiterlijk op 31 december 2001 [één jaar na de datum van inwerkingtreding] aan deze richtlijn te voldoen. Zij stellen de Commissie hiervan onverwijld in kennis.

Zij passen die bepalingen toe vanaf 1 juli 2002 [achttien maanden na de inwerkingtreding van deze richtlijn].

2. Wanneer de lidstaten die bepalingen aannemen, wordt daarin naar deze richtlijn verwezen of wordt hiernaar verwezen bij de officiële bekendmaking van de bepalingen. De lidstaten bepalen hoe deze verwijzing wordt gedaan.

Artikel 3

Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Artikel 4

Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel,

Voor het Europees Parlement Voor de Raad

De Voorzitter De Voorzitter

BIJLAGE

Aan bijlage I van Richtlijn 76/769/EEG wordt het volgende punt 43 toegevoegd:

Azokleurstoffen // 1. Azokleurstoffen die door reductieve klieving van één of meer azogroepen één of meer van de in het aanhangsel opgesomde aromatische amines kunnen afgeven in concentraties hoger dan 30 ppm in het eindproduct, als bepaald volgens de in het aanhangsel omschreven beproevingsmethode,

mogen niet worden gebruikt in textiel- en lederproducten die in langdurig direct contact kunnen komen met de menselijke huid of mondholte, zoals:

-kleding, slaapzakken, beddengoed, handdoeken, haarstukjes, pruiken, hoeden, luiers en andere toiletartikelen,

-schoeisel, nektasjes, handschoenen, horlogebandjes, handtassen, portemonnees en portefeuilles, aktentassen, stoelbekleding,

-speelgoed uit textiel of leder en speelgoed dat kleertjes uit textiel of leder omvat,

-tapijten (behalve handgeknoopte oosterse tapijten).

2. Voorts mogen de in punt 1 bedoelde textiel- en lederproducten niet in de handel worden gebracht tenzij zij aan de in dat punt omschreven eisen voldoen."

Aan het aanhangsel van bijlage I van Richtlijn 76/769/EEG wordt het volgende toegevoegd:

Punt 43 Azokleurstoffen

A. Lijst van aromatische amines

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

B. Analysemethoden

Analyse // Methode

1. Aantonen van het gebruik van verboden azokleurstoffen bij de vervaardiging en bewerking van gekleurde textielproducten, met name die welke vervaardigd zijn uit cellulose en eiwitvezels (katoen, viscose, wol, zijde). // 1. De eventuele aanwezigheid van de in rubriek A opgesomde amines moet worden onderzocht aan de hand van de officiële Duitse analysemethode die onder de titel "Untersuchung von Bedarfsgegenständen - Nachweis der Verwendung bestimmter Azofarbstoffe aus textilen Bedarfsgegenständen" werd gepubliceerd in de "Amtliche Sammlung von Untersuchungsverfahren nach 35 des Lebensmittel- und Bedarfsgegenständegesetzes, Gliederungsnummer B 82.02-2, Januar 19981".

2. Aantonen van het gebruik van verboden azokleurstoffen bij de vervaardiging en bewerking van gekleurde producten uit polyestervezel. // 2. De eventuele aanwezigheid van de in rubriek A opgesomde amines moet worden onderzocht aan de hand van de officiële Duitse analysemethode die onder de titel "Untersuchung von Bedarfsgegenständen - Nachweis der Verwendung bestimmter Azofarbstoffe aus Polyesterfasern Bedarfsgegenständen" werd gepubliceerd in de "Amtliche Sammlung von Untersuchungsverfahren nach 35 des Lebensmittel- und Bedarfsgegenständegesetzes, Gliederungsnummer B 82.02-4, Januar 19981".

3. Aantonen van het gebruik van verboden azokleurstoffen bij de vervaardiging en bewerking van gekleurde lederproducten. // 3. De eventuele aanwezigheid van de in rubriek A opgesomde amines moet worden onderzocht aan de hand van de officiële Duitse analysemethode die onder de titel "Untersuchung von Bedarfsgegenständen - Nachweis bestimmter Azofarbstoffe in Leder" werd gepubliceerd in de "Amtliche Sammlung von Untersuchungsverfahren nach 35 des Lebensmittel- und Bedarfsgegenständegesetzes, Gliederungsnummer B 82.02-3, März 19971".

1 Verkrijgbaar bij Beuth-Verlag GmbH, Berlijn en Keulen.