52000PC0762

Voorstel voor een verordening van de Raad houdende zesde wijziging van Verordening (EG) nr. 2742/1999 tot vaststelling, voor het jaar 2000, van de vangstmogelijkheden die gelden voor bepaalde visbestanden en groepen visbestanden in de wateren van de Gemeenschap en, wat vaartuigen van de Gemeenschap betreft, in andere wateren met vangstbeperkingen, tot vaststelling voorts van de bij de visserij in acht te nemen voorschriften, en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 66/98 /* COM/2000/0762 def. */


Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD houdende zesde wijziging van Verordening (EG) nr. 2742/1999 tot vaststelling, voor het jaar 2000, van de vangstmogelijkheden die gelden voor bepaalde visbestanden en groepen visbestanden in de wateren van de Gemeenschap en, wat vaartuigen van de Gemeenschap betreft, in andere wateren met vangstbeperkingen, tot vaststelling voorts van de bij de visserij in acht te nemen voorschriften, en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 66/98

(door de Commissie ingediend)

TOELICHTING

Verordening (EG) nr. 2742/1999 moet worden gewijzigd naar aanleiding van de recente overeenkomsten in het kader van de Internationale Visserijcommissie voor de Oostzee waarbij de Republiek Polen 20 000 ton haring in de Oostzee heeft overgedragen aan de Europese Gemeenschap, en van de overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap, namens Zweden, en de Republiek Polen waarbij 2 500 ton sprot is overgedragen aan Zweden, en op grond van de Overeenkomst inzake de visserij tussen de Europese Gemeenschap en Litouwen waarbij 4 000 ton sprot is overgedragen aan de Gemeenschap.

Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD houdende zesde wijziging van Verordening (EG) nr. 2742/1999 tot vaststelling, voor het jaar 2000, van de vangstmogelijkheden die gelden voor bepaalde visbestanden en groepen visbestanden in de wateren van de Gemeenschap en, wat vaartuigen van de Gemeenschap betreft, in andere wateren met vangstbeperkingen, tot vaststelling voorts van de bij de visserij in acht te nemen voorschriften, en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 66/98

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 3760/92 van de Raad van 20 december 1992 tot instelling van een communautaire regeling voor de visserij en de aquacultuur [1], inzonderheid op artikel 8, lid 4,

[1] PB L 389, 31.12.1992, blz. 1.

Gezien het voorstel van de Commissie [2],

[2] PB C , , blz. .

Overwegende hetgeen volgt:

(1) In het kader van de Internationale Visserijcommissie voor de Oostzee heeft de Republiek Polen 20 000 ton haring overgedragen aan de Gemeenschap.

(2) De Europese Gemeenschap heeft, namens Zweden, een overeenkomst gesloten met de Republiek Polen waarbij 2 500 ton sprot in de Oostzee is overgedragen aan Zweden.

(3) Bij de Overeenkomst inzake de visserij tussen de Europese Gemeenschap en Litouwen is 4 000 ton sprot overgedragen aan de Gemeenschap.

(4) Verordening (EG) nr. 2742/1999 tot vaststelling, voor het jaar 2000, van de vangstmogelijkheden die gelden voor bepaalde visbestanden en groepen visbestanden in de wateren van de Gemeenschap en, wat vaartuigen van de Gemeenschap betreft, in andere wateren met vangstbeperkingen, tot vaststelling voorts van de bij de visserij in acht te nemen voorschriften, en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 66/98 [3] moet dienovereenkomstig worden gewijzigd,

[3] PB L 341, 31.12.1999, blz. 1.

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verordening (EG) nr. 2742/1999 wordt als volgt gewijzigd:

1. In artikel 3, lid 3, wordt de rij

Litouwen // EUR 546200

vervangen door

Litouwen // EUR 614200

2. De gegevens in bijlage I A worden vervangen door de overeenkomstige gegevens in de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel,

Voor de Raad

De voorzitter

BIJLAGE

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

FINANCIEEL MEMORANDUM

1. TITEL VAN DE MAATREGEL

Voorstel voor een verordening van de Raad houdende zesde wijziging van Verordening (EG) nr. 2742/1999 tot vaststelling, voor het jaar 2000, van de vangstmogelijkheden die gelden voor bepaalde visbestanden en groepen visbestanden in de wateren van de Gemeenschap en, wat vaartuigen van de Gemeenschap betreft, in andere wateren met vangstbeperkingen, tot vaststelling voorts van de bij de visserij in acht te nemen voorschriften, en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 66/98.

2. BEGROTINGSLIJN

B7-800

3. JURIDISCHE GRONDSLAG

Artikel 8, lid 4, van Verordening (EEG) nr. 3760/92

4. OMSCHRIJVING VAN DE MAATREGEL

4.1 Algemene doelstelling

* behoud en verdere ontwikkeling van de traditionele activiteit van de vissers van de Gemeenschap;

* bevoorrading van de markt van de Gemeenschap.

4.2 Periode waarvoor de maatregel geldt en wijze van verlenging

1 januari tot en met 31 december 2000.

5. INDELING VAN DE UITGAVEN/ONTVANGSTEN

5.1 Verplichte uitgaven

5.2 Gesplitste kredieten

6. AARD VAN DE UITGAVEN/ONTVANGSTEN

Financiële vergoeding voor de vangstmogelijkheden in de wateren van Litouwen.

7. FINANCIËLE CONSEQUENTIES

68,000 EUR

7.1 Wijze van berekening van de totale kosten

De financiële vergoeding als bedoeld in artikel 4 van de Overeenkomst inzake de visserij tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Litouwen is vastgesteld op basis van de voor 1998 in Gemeenschapshavens aan de Oostzee opgetekende gemiddelde aanvoerprijzen. Van die aanvoerprijzen is een bedrag afgetrokken voor de geraamde exploitatiekosten van de vloot voor elk van de betrokken soorten.

// SPROT

Extra quota (in ton)

Gemiddelde aanvoerprijzen 1998 (EUR/ton) // 4000

136

Marktwaarde (in EUR) // 544,000

Overeengekomen vergoeding (percentage)

In EUR // 12.5%

68,000

Totale financiële compensatie: 68,000 EUR Gemiddelde prijs EUR/ton:

8. MAATREGELEN OM FRAUDE TEGEN TE GAAN

De financiële vergoeding van de Gemeenschap wordt overeenkomstig artikel 4 van de Overeenkomst door Litouwen gebruikt voor ontwikkeling van zijn visserijsector. De middelen worden beheerd door het ministerie van Landbouw van Litouwen.

9. GEGEVENS INZAKE KOSTEN-BATENANALYSE

9.1 Specifieke, gekwantificeerde doelstellingen; doelgroep

De communautaire vloot in de Oostzee heeft ernstig te lijden onder de teruglopende vangstmogelijkheden. Elke verhoging van de vangstmogelijkheden tot boven het huidige voor de vloot precaire niveau kan mede het verdwijnen van de vloot en de aanverwante industrieën en diensten op het land helpen voorkomen. Tevens kan hiermee tot op zekere hoogte worden voorkomen dat middelen moeten worden uitgetrokken om het uit de vaart nemen van vaartuigen of sociale maatregelen te financieren.

De financiële vergoeding zal, zoals die welke in voorgaande jaren is betaald, door Litouwen hoofdzakelijk worden gebruikt om het visserijonderzoek, de opleiding van managers en de controles verder te verbeteren. Dit komt de wetenschappelijke evaluatie en de rechtshandhaving in de visserijzone van Litouwen ten goede en helpt een rationelere exploitatie van de visbestanden te bewerkstelligen, in het belang van alle bij de visserij in de Oostzee betrokken partijen.

9.2 Redenen voor de maatregel

De Gemeenschap is exclusief bevoegd voor het visserijbeleid. De financiële vergoeding voor vangstmogelijkheden in de wateren van derde landen, die volgens de bepalingen van bilaterale visserijovereenkomsten via onderhandelingen is overeengekomen, dient bijgevolg uit begrotingsmiddelen van de Gemeenschap te worden betaald.

De voorgestelde uitgaven zijn in de begrotingsprogrammering voor de betrokken periode opgenomen.

9.3 Toezicht op en evaluatie van de uitvoering van de maatregel

Er worden maandelijkse vangst- en aanvoergegevens aan de Commissie verstrekt. De benutting van de overeengekomen vangstmogelijkheden wordt derhalve systematisch gevolgd.

10. HUISHOUDELIJKE UITGAVEN (AFDELING III, DEEL A VAN DE BEGROTING)

Dit voorstel vergt geen nieuw personeel bij de Commissie en veroorzaakt geen administratieve uitgaven.