52000PC0447

Voorstel voor een beschikking van de Raad houdende verlenging van de geldigheidsduur van Beschikking 82/530/EEG waarbij het Verenigd Koninkrijk wordt gemachtigd de autoriteiten van het eiland Man toe te staan een stelsel van bijzondere invoervergunningen toe te passen voor schapenvlees en rundvlees /* COM/2000/0447 def. */


Voorstel voor een BESCHIKKING VAN DE RAAD houdende verlenging van de geldigheidsduur van Beschikking 82/530/EEG waarbij het Verenigd Koninkrijk wordt gemachtigd de autoriteiten van het eiland Man toe te staan een stelsel van bijzondere invoervergunningen toe te passen voor schapenvlees en rundvlees

(door de Commissie ingediend)

TOELICHTING

Het eiland Man ligt midden in de Ierse Zee. Het maakt geen deel uit van het Verenigd Koninkrijk, maar staat rechtstreeks onder de Britse Kroon. Het heeft een grote mate van zelfbestuur, maar voor de buitenlandse betrekkingen is de regering van het Verenigd Koninkrijk bevoegd.

Het Verdrag is van toepassing op het eiland Man, voor zover dat nodig is om de bij de Toetredingsakte vastgestelde regelingen ten uitvoer te leggen. Deze regelingen zijn vastgelegd in Protocol nr. 3 bij deze Akte.

De regelingen komen er in het algemeen op neer dat het eiland krachtens Verordening (EEG) nr. 706/73 van de Raad de heffingen en tarieven van de Gemeenschap wel moet toepassen, maar dat het niet moet bijdragen aan de communautaire Fondsen en ook niet in aanmerking komt voor bijstand uit deze Fondsen.

Dit voorstel voor een Raadsbeschikking heeft ten doel de geldigheidsduur te verlengen van de aan de autoriteiten van het eiland Man verleende machtiging om de invoer van rund- en schapenvlees te beperken, zodat de binnenlandse productie niet in het gedrang komt. Bij Beschikking 82/530/EEG van de Raad van 19 juli 1982, waarvan de geldigheidsduur verlengd is bij de Beschikkingen 84/363/EEG, 88/504/EEG, 91/657/EEG, 95/589/EG en 96/90/EG, is deze machtiging verleend tot en met 31 december 2000.

Na onderzoek van de economische en technische gegevens inzake de productie en de invoer van rund- en schapenvlees op het eiland Man is de Commissie tot de bevinding gekomen dat Beschikking 82/530/EEG van de Raad de autoriteiten van het eiland Man heeft geholpen de vleesvoorziening op het eiland veilig te stellen en hun tegelijk een middel in handen heeft gegeven om het inkomen van de producenten op het eiland te beschermen. Derhalve stelt de Commissie voor om de beschikking te handhaven en van toepassing te verklaren tot en met 31 december 2005.

Dit voorstel heeft geen financiële consequenties voor de Gemeenschap.

Voorstel voor een BESCHIKKING VAN DE RAAD houdende verlenging van de geldigheidsduur van Beschikking 82/530/EEG waarbij het Verenigd Koninkrijk wordt gemachtigd de autoriteiten van het eiland Man toe te staan een stelsel van bijzondere invoervergunningen toe te passen voor schapenvlees en rundvlees

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Protocol nr. 3 bij de Toetredingsakte van 1972, inzonderheid op artikel 1, lid 2, en artikel 5, tweede alinea,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) De communautaire voorschriften inzake de handel met derde landen in landbouwproducten die onder een gemeenschappelijke marktordening vallen, gelden voor het eiland Man op grond van artikel 1, lid 2, van Protocol nr. 3 bij de Toetredingsakte en op grond van Verordening (EEG) nr. 706/73 van de Raad van 12 maart 1973 betreffende de communautaire regeling voor de Kanaal-eilanden en het eiland Man inzake het handelsverkeer in landbouwproducten [1].

[1] PB L 68 van 15. 3.1973, blz. 1. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1174/86 (PB L 167 van 24.4.1986, blz. 1).

(2) Veeteelt wordt van oudsher op het eiland Man bedreven en vervult er een centrale rol in de landbouw.

(3) Vóór de instelling van de gemeenschappelijke marktordening voor schapen- en geitenvlees in de Gemeenschap paste het eiland Man als onderdeel van zijn eigen marktordening bepaalde regelingen tot beheersing van de invoer van schapenvlees op het eiland toe, teneinde aan de behoeften van de handel te voldoen zonder zijn eigen schapenhouderij en indirect zijn rundveehouderij en zijn steunregeling voor de landbouw te verstoren.

(4) In het kader van de regeling voor het handelsverkeer met bepaalde derde landen ingesteld krachtens de gemeenschappelijke marktordening die voor het eiland Man gold, was het, onder voorbehoud van de communautaire bepalingen inzake de betrekkingen tussen het eiland en de Gemeenschap, wenselijk de autoriteiten van het eiland toe te staan bepaalde maatregelen te treffen om hun eigen productie en de werking van hun eigen steunregeling voor de landbouw te beschermen.

(5) Het Verenigd Koninkrijk werd bij Beschikking 82/530/EEGvan de Raad [2] gemachtigd de regering van het eiland Man toe te staan een stelsel van bijzondere invoervergunningen toe te passen voor schapenvlees en rundvlees van oorsprong uit derde landen en uit de lidstaten, onverminderd de maatregelen inzake de handel met derde landen die zijn vervat in Verordening (EG) nr. 1254/1999 van de Raad van 17 mei 1999 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector rundvlees [3] en Verordening (EG) nr. 2467/98 van de Raad van 3 november 1998 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector schapen- en geitenvlees [4]. Deze machtiging loopt af op 31 december 2000.

[2] PB L 234 van 9.8.1982, blz. 7. Beschikking laatstelijk gewijzigd bij Beschikking 96/90/EG (PB L 21 van 27.1.1996, blz. 67).

[3] PB L 160 van 26.6.1999, blz. 21.

[4] PB L 312 van 20.11.1998, blz. 1.

(6) De Gemeenschap heeft zich krachtens de in het kader van de multilaterale handelsbesprekingen van de Uruguay-Ronde gesloten Overeenkomst inzake de landbouw [5] ertoe verbonden de bijzondere handelsovereenkomsten met derde landen inzake de invoer van producten uit de schapenvlees- en de rundvleessector te vervangen door een systeem van nultariefcontingenten. Op grond van de ervaring bij de toepassing van Beschikking 82/530/EEG is het evenwel wenselijk de periode waarin de regeling inzake bijzondere invoervergunningen van toepassing is, verder te verlengen met de mogelijkheid om de situatie opnieuw te bezien voordat die periode is afgelopen en onverminderd de internationale verplichtingen van de Gemeenschap. Artikel 2 van Beschikking 82/530/EEG moet dienovereenkomstig worden gewijzigd,

[5] PB L 336 van 23.12.1994, blz. 22.

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:

Artikel 1

Artikel 2 van Beschikking 82/530/EEG wordt vervangen door:

"Artikel 2

Deze beschikking is van toepassing tot en met 31 december 2005.

De Commissie dient vóór 1 juli 2005 bij de Raad een verslag over de toepassing van deze regeling in, eventueel vergezeld van voorstellen inzake handhaving of wijziging van deze beschikking."

Artikel 2

Deze beschikking is gericht tot het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland.

Gedaan te Brussel,

Voor de Raad

De Voorzitter