52000PC0433

Voorstel voor een verordening van de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2200/96 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector groenten en fruit, Verordening (EG) nr. 2201/96 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector verwerkte producten op basis van groenten en fruit, en Verordening (EG) nr. 2202/96 tot invoering van een steunregeling voor telers van bepaalde citrussoorten /* COM/2000/0433 def. - CNS 2000/0191 */

Publicatieblad Nr. C 337 E van 28/11/2000 blz. 0207 - 0213


Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2200/96 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector groenten en fruit, Verordening (EG) nr. 2201/96 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector verwerkte producten op basis van groenten en fruit, en Verordening (EG) nr. 2202/96 tot invoering van een steunregeling voor telers van bepaalde citrussoorten

(door de Commissie ingediend)

TOELICHTING

Inleiding

De hervorming van de GMO voor groenten en fruit van 1996 is uitgevoerd vanaf januari 1997. De Commissie moet tegen eind 2000 bij de Raad een verslag indienen over de werking van de GMO (voor verse producten en citrusvruchten). Dit verslag wordt momenteel opgesteld en de voltooiing ervan is afhankelijk van de gegevens die de lidstaten moeten verstrekken.

Er zijn echter drie belangrijke problemen gerezen waarvoor dringend een oplossing moet worden gevonden. Het betreft met name de starheid van de huidige regeling voor verwerkte tomaten, de hoogte van de gegarandeerde hoeveelheden (quota of drempels) voor verwerkte tomaten, peren en citrusvruchten en een vereenvoudiging van het actiefondssysteem en een verbetering van het beheer van de uitvoerrestituties voor verse producten. Terzelfdertijd kunnen de twee andere bestaande regelingen (verwerkte perziken/peren en citrusvruchten) worden aangepast aan de nieuwe regeling voor tomaten.

Voor verwerkte tomaten moet de regeling worden gerationaliseerd en vereenvoudigd door overneming van de meest doeltreffende onderdelen van de bestaande regeling voor tomaten, perziken en peren, en met name door

1. gebruik te maken van drempels in plaats van quota (zoals in de huidige regeling inzake perziken/peren en citrusvruchten);

2. de drempels uit te drukken in basisproducten (zoals in de huidige quotaregeling voor tomaten) in plaats van in verwerkte producten;

3. onderverdeling van de communautaire drempels in nationale drempels, zoals in de huidige quotaregeling voor tomaten);

4. de steun rechtstreeks aan de telersverenigingen te betalen (zoals in de regeling voor citrusvruchten);

5. vaststelling van een permanent steunbedrag door de Raad (zoals in de regeling voor citrusvruchten).

Omdat tomaten in het eerste kwartaal van het jaar worden geplant, moet een nieuwe regeling uiterlijk begin 2001 in werking treden.

De huidige administratieve procedure voor actiefondsen is ingewikkeld en omslachtig. De procedure moet dus worden vereenvoudigd.

De huidige regeling voor het beheer van de uitvoerrestituties houdt onvoldoende rekening met de behoeften van de bedrijven. De regeling moet worden verbeterd.

Gelet op bovenstaande opmerkingen worden derhalve de volgende wijzigingen voorgesteld:

1. rationalisatie van de regelingen voor verwerkte tomaten, perziken/peren en citrusvruchten;

2. aanpassing van de drempels voor de regelingen voor verwerkte tomaten, peren en citrusvruchten, zonder consequenties voor de begroting;

3. vereenvoudiging van de regeling voor het financieren van de actiefondsen;

4. verbetering van het beheer van de uitvoerrestituties voor vers fruit en verse groenten.

De wijzigingen 1, 2 en 4 zouden toepasselijk zijn vanaf de verkoopseizoenen 2001/02 voor de verschillende producten. Voor de betrokken verwerkte producten is dat vanaf juni, juli of oktober 2001, naar gelang van de producten.

Wijziging 3 zou vanaf 2001 worden toegepast voor de bijstand voor de actiefondsen.

Deze wijzigingen betekenen een aanzienlijke vereenvoudiging van de huidige wetgeving, met name wat verwerkte tomaten betreft. Tegelijk worden de verschillende regelingen geharmoniseerd. Deze wijzigingen zijn gunstig voor de telers. Zij kunnen via hun organisaties de afzet van hun producten beter beheersen. Grotere flexibiliteit in de verwerkingsregelingen biedt de marktpartijen de mogelijkheid hun productie beter aan te passen aan de marktontwikkelingen. Voor de telersverenigingen zal het veel eenvoudiger worden om in het kader van de actiefondsen hun gesubsidieerde uitgaven te plannen, aangezien de steun die beschikbaar is voortaan voor iedere telersvereniging bekend zal zijn op het ogenblik waarop een plan voor een actieprogramma wordt opgesteld.

1. Vereenvoudiging van de regeling voor verwerkte tomaten, perziken/peren en citrusvruchten

De communautaire steunregeling voor de verwerking van groenten en fruit, met uitzondering van citrusvruchten (Verordening nr. 2201/96) is gebaseerd op het beginsel van een door de verwerker aan de teler te betalen minimumprijs en een compenserende steun die aan de verwerker wordt toegekend voor drie groepen eindproducten:

- verwerkte tomaten, waarvoor een communautair quotum geldt dat is uitgesplitst per lidstaat en elk jaar wordt herzien. Er wordt alleen steun verleend voor de hoeveelheden die binnen deze quota vallen,

- perziken en peren in siroop, waarvoor een communautaire drempel geldt. De steun wordt in elke lidstaat gelijkelijk verlaagd, als de communautaire drempel wordt overschreden.

De hervorming van de communautaire steunregeling voor de verwerking van citrusvruchten van 1996 (Verordening (EG) nr. 2202/96 van de Raad) omvat:

- de verplichting voor de verwerkers om contracten te sluiten met de telersverenigingen,

- een aan de telersverenigingen toegekende steun voor de hoeveelheden die zij voor verwerking leveren. De hoogte van deze steun is vastgesteld in de verordening van de Raad en is dus niet meer gekoppeld aan de kosten van de grondstoffen in derde landen,

- een regeling van communautaire drempels voor elk product of elke productgroep (sinaasappelen, citroenen, pompelmoezen en kleine citrusvruchten), waarvan het niveau niet is gewijzigd,

- vrije onderhandeling over de aankoopprijs voor de grondstoffen tussen telersverenigingen en verwerkers, volgens de wet van vraag en aanbod.

In 1999 is, overeenkomstig een besluit in het prijzenpakket van 1998 naar aanleiding van een probleem dat eerder was geconstateerd, het verkoopseizoen gewijzigd waarop de verlaging van de steun wegens een overschrijding van de drempel wordt toegepast.

In plaats van deze verlaging toe te passen in het verkoopseizoen waarin de overschrijding plaatsvindt, vindt de steunverlaging plaats in het volgende verkoopseizoen. Voordeel hiervan is dat dit veel eenvoudiger is en de telers een betere cashflow hebben; ook kost de nieuwe regeling niet meer dan de vorige. Deze wijziging is van toepassing vanaf het verkoopseizoen 1999/2000.

Gelet op bovenstaande overwegingen worden voor deze regelingen de volgende wijzigingen voorgesteld:

1.1. Veralgemening van de onderverdeling van communautaire drempels in nationale drempels

1.1.1. Tomaten

De ervaring heeft geleerd dat de huidige regeling van "mobiele" quota, die wordt toegepast voor tomaten, leidt tot de overdracht van quota naar de lidstaten die hun quota het meest overschrijden, ten koste van de andere lidstaten.

Deze situatie moet dringend worden rechtgezet, maar de starheid van een regeling met vaste quota moet worden vermeden.

Voorgesteld wordt de huidige regeling te vervangen door een verwerkingsdrempel, die reeds wordt toegepast voor perziken en peren.

1.1.2. Tomaten, perziken/peren en citrusvruchten

Om rekening te houden met de uiteenlopende productietendensen in de verschillende lidstaten zullen de communautaire drempels worden onderverdeeld in nationale drempels: voor perziken/peren en citrusvruchten op basis van de hoeveelheden voor de verwerking waarvan in de voorbije drie verkoopseizoenen steun is verleend, en voor tomaten op basis van de huidige quotaverdeling.

Wanneer de communautaire drempel wordt overschreden, zal de steun alleen worden verlaagd in de lidstaten waar de nationale drempel is overschreden.

De drempels voor perziken en peren, die momenteel worden vastgesteld in eindproducten, worden voortaan vastgesteld in basisproducten, zoals reeds gebeurt voor tomaten en citrusvruchten.

Voor perziken en peren worden mengsels van deze vruchten in siroop toegevoegd in bijlage 1 (verwerkte producten waarvoor steun wordt verleend voor de gebruikte basisproducten), teneinde de bestaande regelingen te verduidelijken.

1.2. Rechtstreekse betaling van steun aan de telersverenigingen

Het lijkt noodzakelijk de regeling voor de uitkering van steun voor tomaten en perziken/peren te vereenvoudigen en een grotere flexibiliteit in de betrekkingen tussen telers en verwerkers in te voeren, zoals reeds het geval is voor citrusvruchten.

Het lijkt derhalve wenselijk dat de steun van de Gemeenschap rechtstreeks wordt uitgekeerd aan de telers, via de telersverenigingen, zoals thans gebeurt voor citrusvruchten. De steun zal worden vastgesteld voor de hoeveelheid basisproducten die voor verwerking wordt bestemd. De vaststelling van een minimumprijs wordt overbodig.

Voor tomaten leidt dit tot een vereenvoudiging, omdat slechts één steunbedrag zal worden vastgesteld (in plaats van 16 verschillende bedragen voor eindproducten zoals thans het geval is).

1.3. Vaststelling van een permanent steunbedrag

Het bedrag van de steun voor tomaten, perziken en peren wordt momenteel door de Commissie vastgesteld voor elk verkoopseizoen, voornamelijk op basis van de ontwikkelingen van de kosten van basisproducten in de wereld.

Volgens dit voorstel zou de steun voor de verwerking van tomaten, perziken en peren voor een onbepaalde periode worden vastgesteld op basis van de steun die is verleend in het verkoopseizoen 2000/01. De Commissie zou alleen ingrijpen om de steun te verlagen als in een bepaald verkoopseizoen de drempels zouden worden overschreden.

Voor 2000/01 is de steun voor perziken met een derde verlaagd ten opzichte van het vorige verkoopseizoen, en met 50% ten opzichte van de gemiddelde steun die in het midden van de jaren 90 werd toegekend. Dit heeft te maken met de stijging van de prijzen voor het basisproduct op de wereldmarkt evenals, voor het verkoopseizoen 2000/01, met de daling van de wisselkoers van de euro.

Dit verschijnsel heeft zich ook voorgedaan voor peren, maar in mindere mate.

Voor tomaten wordt de steun, voor het eerste verkoopseizoen waarin de nieuwe regeling geldt, verlaagd met 9,1%, omdat voor dit verkoopseizoen een overschrijding van de drempel wordt verwacht. Dit heeft tot doel een overschrijding van de begroting te voorkomen. Indien de overschrijding van de drempel kleiner is, zal de steun automatisch weer verhoudingsgewijs worden verhoogd.

2. Budgettair neutrale aanpassing van de drempels voor verwerkte tomaten, peren en citrusvruchten

2.1. Tomaten en peren

Om rekening te houden met de toegenomen vraag, worden de drempels voor tomaten en peren verhoogd met 10%. De steun wordt in dezelfde mate verlaagd om ervoor te zorgen dat dit geen gevolgen heeft voor de begroting.

2.2. Citrusvruchten

De jongste jaren is de vraag, inzonderheid naar sap dat niet is bereid uit concentraat, sterk gestegen. Dit is een concurrerende sector en de telers uit de Gemeenschap zouden moeten worden aangemoedigd om zich hierop te concentreren, liever dan op andere sectoren met een twijfelachtiger marktpotentieel (bijvoorbeeld sap uit concentraat, waarvoor Brazilië een aanzienlijk technisch voordeel heeft).

Dit heeft geleid tot een stijging van de productie, een overschrijding van de drempel en bijgevolg tot een aanzienlijke verlaging van het niveau van de steun.

Deze verlaging van het niveau van de steun heeft echter ook tot gevolg gehad dat het verschil tussen de steun en de communautaire ophoudvergoeding is toegenomen, waardoor interventie aantrekkelijker is geworden. Volgens de bestaande regels zal het maximumpercentage dat door elke telersvereniging uit de markt kan worden genomen aan het einde van de overgangsperiode (2002) 10% bedragen. Verwacht wordt dat bij een verlaging van de steun dit maximumpercentage van 10% zal worden bereikt.

Met het oog daarop worden twee maatregelen voorgesteld:

- om rekening te houden met de stijging van de vraag, zou de drempel moeten worden verhoogd,

- om te voorkomen dat grote hoeveelheden uit de markt worden genomen, zou de maximumhoeveelheid die uit de markt mag worden genomen moeten worden verlaagd.

De combinatie van deze maatregelen zou geen gevolg hebben voor de begroting en er zouden minder producten uit de markt worden genomen. Dit zal gevolgen hebben voor de telersverenigingen die hun productie vooral bestemmen om ze uit de markt te laten nemen, terwijl de dynamische telersverenigingen (die slechts zo nu en dan producten uit de markt nemen) er vrijwel geen last van zullen ondervinden. Deze oplossing versterkt bijgevolg de tendens om producten efficiënt af te zetten, in plaats van ze uit de markt te laten nemen.

In dit ontwerp wordt voorgesteld:

- de drempels met 10% te verhogen voor sinaasappelen, citroenen en kleine citrusvruchten,

- de maximumhoeveelheid die van iedere citrussoort uit de markt mag worden genomen te verlagen tot 10% van de door iedere telersvereniging in de handel gebrachte hoeveelheid voor het verkoopseizoen 2001/02 en tot 5% van die hoeveelheid vanaf het verkoopseizoen 2002/03. De communautaire ophoudvergoeding zal op het huidige niveau blijven.

3. Vereenvoudiging van de regeling voor de financiering van actiefondsen

Volgens Verordening (EG) nr. 2200/96 gelden voor de financiële bijstand aan telersverenigingen twee maxima. Het eerste beperkt de bijstand tot 4,5% van de waarde van de afgezette productie van elke individuele telersvereniging (4% voor 1997 en 1998). Het tweede maximum beperkt het totaalbedrag van de bijstand tot 2,5% (2,0% voor 1997 en 1998) van de totale waarde van de afgezette productie van alle telersverenigingen.

Aan de hand van deze twee maxima kan elk jaar voor elke telersvereniging een definitief maximum worden berekend.

De definitieve maxima die tot dusver zijn toegepast bedroegen 2,92% (1998) en 3,61% (1999). In 1997 lag de totale gevraagde bijstand onder het algemene maximumpercentage van 2%, en daarom kon het maximumpercentage per bedrijf van 4% worden toegepast.

De werkelijke uitgaven zijn afhankelijk van de mate van organisatie van de telers en de bijstand die door elke telersvereniging wordt gevraagd. Het percentage telers dat bij een telersvereniging is aangesloten bedraagt momenteel 40%, en is aanzienlijk lager dan het vroeger verwachte percentage van 60%. Er zijn geen tekenen dat de mate van organisatie noemenswaardig zal stijgen.

De werkelijke uitgaven (steunaanvragen) bedroegen 199 mln EUR in 1997, 238 mln EUR in 1998 en 311 mln EUR in 1999. De stijging van de bijstand in 1999 is vooral een gevolg van de verhoging van het algemeen maximum met 0,5%.

De ervaring heeft geleerd dat het tweede maximum de uitvoering van actiefondsen en -programma's ingewikkeld en onsamenhangend maakt. De vaststelling van één enkel maximum zou de procedures voor de telersverenigingen, de nationale administraties en de diensten van de Commissie derhalve gemakkelijker maken.

Er zou geen budgettair effect zijn; de ervaring heeft immers geleerd dat de spreiding in de steunaanvragen ongeveer lineair loopt van 0,1 tot 4,5% en dat die spreiding niet gevoelig lijkt voor het maximum van 2,5%. De telersverenigingen die momenteel geen steun aanvragen of steun van minder dan 2,5% (43% van de 1368 erkende telersverenigingen) zullen steun kunnen blijven aanvragen tot het maximum. De verenigingen die steun aanvragen boven het maximum, zouden ook verder door dit maximum worden ingeperkt.

De uitgaven zullen waarschijnlijk slechts toenemen als ook meer telers tot de telersverenigingen toetreden, wat, zoals eerder gezegd, slechts in laag tempo gebeurt. Dit is op zichzelf reeds een aanzienlijke besparing voor de begroting ten opzichte van de verwachte uitgaven.

Bij dit voorstel wordt de bijstand beperkt tot maximaal 3% van de waarde van de productie die elke telersvereniging in de handel brengt.

4. Beheer van de uitvoerrestituties voor verse producten

In de huidige regeling inzake het beheer van uitvoerrestituties voor verse groenten en fruit, is het niveau van de restituties die in het kader van een bepaalde regeling worden toegekend hetzelfde voor alle ondernemers. Uit de met de A2-regeling opgedane ervaring blijkt evenwel dat de behoeften van de verschillende ondernemers verschillen. Om daarmee rekening te houden, is het wenselijk dat bepalingen worden vastgesteld om de Commissie toe te staan om, naast de bestaande systemen voor de vaststelling van de restitutie, deze restituties ook vast te stellen via een systeem van openbare inschrijvingen.

Overzicht van de voorgestelde wijzigingen voor verwerkte producten en citrusvruchten

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

(*) nationale quota bestaan.

2000/0191 (CNS)

Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2200/96 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector groenten en fruit, Verordening (EG) nr. 2201/96 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector verwerkte producten op basis van groenten en fruit, en Verordening (EG) nr. 2202/96 tot invoering van een steunregeling voor telers van bepaalde citrussoorten

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op de artikelen 36 en 37,

Gezien het voorstel van de Commissie [1],

[1] PB C .... van ...., blz. ....

Gezien het advies van het Europees Parlement [2],

[2] PB C .... van ...., blz. ....

Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité [3]

[3] PB C .... van ...., blz. ....

Overwegende hetgeen volgt:

(1) In artikel 15, lid 5, derde alinea, van Verordening (EG) nr. 2200/96 [4] is een maximum vastgesteld voor de communautaire financiële steun die aan elke telersvereniging mag worden verleend en een tweede maximum voor het totale bedrag van de communautaire financiële steun die aan alle telersverenigingen samen mag worden verleend. De toepassing van het tweede maximum voert in de regeling een variabel element in dat de opstelling en de uitvoering van actieprogramma's door de telersverenigingen bemoeilijkt en de financiering ervan ten dele onzeker maakt. De ervaring leert dat dit tweede maximum kan worden afgeschaft, zonder dat dit nadelig is voor een goed financieel beheer. Gelet op de uitvoering van de actieprogramma's in het verleden, kan het ene resterende maximum worden vastgesteld op 3% van de waarde van de door elke telersvereniging in de handel gebracht productie.

[4] PB L 297 van 21.11.1996, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1257/1999 (PB L 160 van 26.6.1999, blz. 80).

(2) Voor citrusvruchten is het mogelijk dat het verschil dat, met name als gevolg van de overschrijding van de verwerkingsdrempel, bestaat tussen de communautaire ophoudvergoeding en de communautaire verwerkingssteun er in de toekomst toe zal leiden dat producten die normaal voor verwerking bestemd waren, uit de markt zullen worden genomen. Om dit te voorkomen, moet het maximumpercentage van de in de handel gebrachte producten dat uit de markt kan worden genomen met recht op de communautaire ophoudvergoeding, dat is vastgesteld bij de artikelen 23 en 24 van Verordening (EG) nr. 2200/96, worden verlaagd tot 10% voor het verkoopseizoen 2001/02 en tot 5% vanaf het verkoopseizoen 2002/03. Dank zij deze wijziging kan de formulering van voornoemd artikel 23 en van artikel 26 van dezelfde verordening worden vereenvoudigd.

(3) De ervaring heeft geleerd dat, althans in bepaalde gevallen, het beheer van de uitvoerrestituties voor groenten en fruit zou kunnen worden verbeterd en vereenvoudigd door toepassing van een procedure van openbare inschrijvingen. Daarom moet worden voorzien in de mogelijkheid om dergelijke inschrijvingen te houden.

(4) Uit de ervaring met de toepassing van de communautaire steunregeling voor de verwerking van tomaten, die is vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 2201/96 [5], blijkt dat de ingestelde quotaregeling tot een bepaalde starheid in de sector leidt, die het voor de betrokken verwerkende bedrijven onmogelijk maakt om zich snel aan de vraag op de markt aan te passen. Om dit te verhelpen, moet deze quotaregeling worden vervangen door een regeling met verwerkingsdrempels bij overschrijding waarvan de steun voor het verkoopseizoen volgend op dat waarin de overschrijding is geconstateerd, wordt verlaagd. Om deze regeling voldoende soepel te maken, dient één enkele communautaire drempel te worden vastgesteld die wordt vastgesteld in gewicht van voor verwerking bestemde verse tomaten. Om rekening te houden met de ontwikkeling in de vraag naar de betrokken producten, moet deze drempel worden vastgesteld boven het peil van de huidige quotaregeling.

[5] PB L 297 van 21.11.1996, blz. 29. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2701/1999 (PB L 327 van 21.12.1999, blz. 5).

(5) De ontwikkeling van de hoeveelheden tomaten, perziken en peren die worden aangeboden voor verwerking in het kader van de steunregeling die is ingesteld bij Verordening (EG) nr. 2201/96 varieert zeer sterk van de ene lidstaat tot de andere. Bijgevolg moeten, mede om de bewustmaking van de marktdeelnemers in elke lidstaat te vergroten, enerzijds de communautaire verwerkingsdrempels billijk over de lidstaten worden verdeeld en anderzijds de vermindering van de communautaire steun als gevolg van de overschrijding van de communautaire drempel alleen worden toegepast in die lidstaten waar de drempel is overschreden. In dat geval dient rekening te worden gehouden met de niet-verwerkte hoeveelheden in de lidstaten waar de drempel niet is overschreden.

(6) De steun voor de verwerking van tomaten, perziken en peren, die wordt toegekend in het kader van Verordening (EG) nr. 2201/96, wordt momenteel toegekend aan verwerkers die voor de basisproducten aan de teler een prijs hebben betaald die ten minste gelijk is aan de minimumprijs. Deze steun wordt bovendien vastgesteld per gewichtseenheid van de in aanmerking komende eindproducten. Het lijkt noodzakelijk het beheer van deze regeling te vereenvoudigen, een grotere soepelheid in te voeren in de handelsbetrekkingen tussen telersverenigingen en verwerkers, en de aanpassing van het aanbod aan de vraag van de consumenten tegen redelijke prijzen te vergemakkelijken. Daartoe moet de steun worden verleend aan de telersverenigingen die verse producten aan de verwerker leveren, moet deze steun worden vastgesteld op basis van het gewicht van dit basisproduct, ongeacht het eindproduct dat eruit zal worden vervaardigd, en moet de minimumprijs worden afgeschaft.

(7) Het bedrag van de steun voor de verwerking van tomaten, perziken en peren, moet worden vastgesteld op basis van de steun die is toegekend in de laatste verkoopseizoenen vóór deze wijziging van de betrokken regeling.

(8) Deze wijziging van titel 1 van Verordening (EG) nr. 2201/96 brengt met zich dat de bepalingen betreffende de steunregeling voor de verwerking van uit "prunes d'Ente" verkregen gedroogde pruimen en gedroogde vijgen dienovereenkomstig worden aangepast, zonder de essentie ervan te wijzigen.

(9) Bij artikel 5 van Verordening (EG) nr. 2202/96 [6] zijn de communautaire drempels voor verwerking vastgesteld voor citroenen, sinaasappelen, pompelmoezen en pomelo's, en ook voor de productgroep "mandarijnen, clementines en satsuma's" hierna "de kleine citrussoorten" genoemd. Sinds de invoering van deze regeling zijn deze drempels in elk verkoopseizoen ruim overschreden voor citroenen en sinaasappelen, en in de verkoopseizoenen 1998/1999 en 1999/2000 overschreden voor de kleine citrussoorten, maar in mindere mate. De voor pompelmoezen en pomelo's vastgestelde drempels zijn niet overschreden. Overeenkomstig de regels hebben deze overschrijdingen geleid tot zeer grote verlagingen van de steun voor verwerking. Als dit zou voortduren, zou het er in de toekomst toe kunnen leiden dat normaal voor verwerking bestemde producten uit de markt worden genomen. Daarom moeten de voor citroenen, sinaasappelen en kleine citrussoorten vastgestelde drempels worden verhoogd.

[6] PB L 297 van 21.11.1996, blz. 49. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 858/1999 (PB L 108 van 27.4.1999, blz. 8).

(10) De ontwikkeling in de verwerkte hoeveelheden verschilt zeer sterk van de ene lidstaat tot de andere. Het is bijgevolg dienstig, mede om de bewustmaking van de marktdeelnemers in elke lidstaat te vergroten, dat enerzijds de communautaire verwerkingsdrempels billijk over de lidstaten worden verdeeld en anderzijds de verlaging van de communautaire steun wegens overschrijding van de communautaire drempel alleen wordt toegepast in de lidstaten waar de drempel is overschreden. In dat geval dient rekening te worden gehouden met de hoeveelheden die in de lidstaten waar de drempel niet is overschreden, niet zijn verwerkt.

(11) De wijziging in de nummering van de bijlagen bij Verordening (EG) nr. 2202/96 vereist een wijziging in de formulering van artikel 3 van die verordening.

(12) Daar de maatregelen voor de tenuitvoerlegging van Verordening (EG) nr. 2200/96 en Verordening (EG) nr. 2201/96 beheersmaatregelen in de zin van Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden [7] zijn, moeten deze maatregelen worden vastgesteld volgens de in artikel 4 van dat besluit bepaalde beheersprocedure.

[7] PB L 184 van 17.7.1999, blz. 23.

(13) Deze wijzigingen van de Verordeningen (EG) nr. 2200/96, (EG) nr. 2201/96 en (EG) nr. 2202/96 moeten worden toegepast vanaf het verkoopseizoen 2001/02. Omdat de actiefondsen worden beheerd per kalenderjaar, moet de wijziging van artikel 15, lid 5, derde alinea, van Verordening (EG) nr. 2200/96 echter worden toegepast vanaf het begin van het jaar 2001,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verordening (EG) nr. 2200/96 wordt als volgt gewijzigd:

1. In artikel 15, lid 5, wordt de derde alinea vervangen door:

"De financiële steun mag evenwel niet meer bedragen dan 3% van de waarde van de door elke telersvereniging in de handel gebrachte productie."

2. In artikel 23 worden de leden 3, 4, 5 en 6 vervangen door:

"3. In geval van toepassing van lid 1 betalen de telersverenigingen of de groeperingen daarvan aan hun leden voor alle in bijlage II genoemde producten die aan de normen voldoen, de in bijlage V aangegeven communautaire vergoeding. Deze vergoeding wordt slechts verleend voor maximaal

- 5% van de in de handel gebrachte hoeveelheden, voor citrusvruchten,

- 8,5% van deze hoeveelheden, voor appelen en peren, en

- 10% van deze hoeveelheden, voor de overige producten.

De in de eerste alinea vastgestelde maxima worden toegepast op de volgens de procedure van artikel 46 gedefinieerde hoeveelheid van elk product die uitsluitend door de leden van de betrokken telersvereniging of, bij toepassing van artikel 11, lid 1, onder c), een andere telersvereniging in de handel is gebracht, exclusief de op grond van artikel 24 uit de markt genomen hoeveelheden.

4. De in lid 3 vastgestelde maxima gelden vanaf het verkoopseizoen 2002/03. Voor het verkoopseizoen 2001/02 bedragen de betrokken maxima 10% voor citrusvruchten, meloenen en watermeloenen, en 20% voor de overige producten.

Het bepaalde in lid 3, tweede alinea, is op de in dit lid vastgestelde maxima van toepassing.

5. De in de leden 3 en 4 genoemde percentages zijn gemiddelden over een periode van 3 jaar en deze percentages mogen in een gegeven jaar ten hoogste met 3% worden overschreden.".

3. Artikel 24 wordt vervangen door:

"Artikel 24

Voor producten van bijlage II passen de telersverenigingen het bepaalde in artikel 23 op verzoek van de betrokkenen ook toe voor telers die niet bij een van de in deze verordening bedoelde samenwerkingsverbanden zijn aangesloten. De communautaire ophoudvergoeding wordt dan evenwel verminderd met 10%. Bovendien wordt bij de bepaling van het te betalen bedrag ook rekening gehouden met de aangetoonde totale kosten die door de leden voor het uit de markt nemen van producten worden gedragen. De bovenbedoelde ophoudvergoeding mag slechts worden betaald voor ten hoogste de in artikel 23, lid 3, bedoelde percentages van de door de teler in de handel gebrachte productie.".

4. Artikel 26 wordt vervangen door:

"Artikel 26

De communautaire ophoudvergoeding is voor heel de Gemeenschap gelijk.".

5. In artikel 35, lid 3, wordt de derde alinea vervangen door:

"De restituties worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 46. Zij worden periodiek of via openbare inschrijving vastgesteld.".

6. Artikel 45 wordt geschrapt.

7. Artikel 46 wordt vervangen door:

"Artikel 46

1. De Commissie wordt bijgestaan door een comité, het Comité van beheer voor verse groenten en fruit, dat bestaat uit vertegenwoordigers van de lidstaten en wordt voorgezeten door de vertegenwoordiger van de Commissie.

2. In de gevallen waarin wordt verwezen naar dit lid, is de beheersprocedure van toepassing die is bepaald in artikel 4 van Besluit 1999/468/EG, met inachtneming van het bepaalde in artikel 7, lid 3, van dat besluit.

3. De in artikel 4, lid 3, van Besluit 1990/468 bedoelde termijn wordt vastgesteld op één maand."

Artikel 2

Verordening (EG) nr. 2201/96 wordt als volgt gewijzigd:

1. De artikelen 2 tot en met 6 worden vervangen door:

"Artikel 2

Er wordt een communautaire steunregeling ingesteld voor telersverenigingen die in de Gemeenschap geoogste tomaten, perziken en peren aan verwerkers leveren voor verwerking tot de in bijlage I vermelde producten.

Artikel 3

1. De in artikel 2 bedoelde regeling is gebaseerd op contracten tussen, enerzijds, op grond van Verordening (EG) nr. 2200/96 erkende telersverenigingen of voorlopig als telersvereniging erkende groeperingen en, anderzijds, door de bevoegde instanties van de betrokken lidstaten erkende verwerkers.

In het verkoopseizoen 2001/02 kunnen evenwel, voor een hoeveelheid die ten hoogste 25% bedraagt van de hoeveelheid waarvoor de verwerker contracten heeft afgesloten, ook contracten gesloten worden tussen een verwerker en individuele telers.

2. De contracten worden gesloten vóór een nader te bepalen datum die wordt vastgesteld volgens de procedure van artikel 29. In de contracten moeten met name de betrokken hoeveelheden, de spreiding van de leveringen aan de verwerker en de aan de telersverenigingen te betalen prijs worden aangegeven, en moet worden vermeld dat de verwerker verplicht is de producten waarvoor de contracten zijn gesloten, te verwerken. Zodra de contracten zijn gesloten, moeten zij worden toegezonden aan de bevoegde instanties van de betrokken lidstaten.

3. De bovenbedoelde telersverenigingen passen de bepalingen van dit artikel ook toe voor telers die bij geen enkel samenwerkingsverband als bedoeld in Verordening (EG) nr. 2200/96 aangesloten zijn, maar die zich ertoe verbinden hun hele productie voor verwerking bestemde tomaten, perziken en peren via de telersvereniging af te zetten en een bijdrage te betalen in de algemene kosten voor het beheer van deze regeling door de vereniging.

Artikel 4

1. Aan de telersverenigingen wordt steun toegekend voor de hoeveelheden basisproducten die zij in het kader van de in artikel 3 bedoelde contracten aan verwerkers leveren.

2 De steun bedraagt: 29,84 EUR/ton voor tomaten, 47,7 EUR/ton voor perziken, 161,7 EUR/ton voor peren.

3. Onverminderd de toepassing van artikel 5 wordt de steun door de lidstaten aan de telersverenigingen die daartoe een verzoek indienen, uitbetaald zodra de controle-instanties van de lidstaat waar de verwerking plaatsvindt, hebben geconstateerd dat de producten waarvoor een contract is gesloten aan de verwerkende industrie zijn geleverd. De telersverenigingen betalen de ontvangen steun door aan hun leden.

Artikel 5

1. Voor elk van de in artikel 2 genoemde producten worden communautaire en nationale drempels voor verwerking vastgesteld, die zijn vermeld in bijlage II.

2. Als een communautaire verwerkingsdrempel wordt overschreden, wordt de overeenkomstig artikel 4, lid 2, voor het product vastgestelde steun verminderd in elke lidstaat waar de betrokken verwerkingsdrempel is overschreden.

Voor de toepassing van het bepaalde in de eerste alinea, wordt de overschrijding van een drempel berekend door deze drempel te vergelijken met het gemiddelde van de hoeveelheden voor de verwerking waarvan in het kader van deze verordening steun is verleend in de laatste drie verkoopseizoen vóór dat waarvoor de steun moet worden vastgesteld.

Voor de berekening van de overschrijding van de voor elke lidstaat vastgestelde drempels worden de aan een lidstaat toegekende, maar niet-verwerkte hoeveelheden bij de voor de andere lidstaten vastgestelde drempels opgeteld, naar evenredigheid van hun verwerkingsdrempels.

De steun wordt verlaagd in evenredigheid met de betrokken verwerkingsdrempel.

3. Voor tomaten gelden voor de eerste verkoopseizoenen waarin deze verordening ten uitvoer wordt gelegd de volgende bepalingen:

a) voor het eerste verkoopseizoen:

- wordt de overschrijding van de verwerkingsdrempel berekend op basis van de hoeveelheid voor de verwerking waarvan in dat verkoopseizoen steun is verleend, en

- wordt de in artikel 4, lid 2, vastgestelde steun verlaagd tot 27,13 EUR/ton. In de lidstaten waar de drempel niet is overschreden of waar de drempel is overschreden met minder dan 10%, alsmede in alle betrokken lidstaten indien de communautaire drempel niet is overschreden, wordt na het verkoopseizoen een extra bedrag uitgekeerd. Dit extra bedrag wordt vastgesteld op basis van de feitelijke overschrijding van de betrokken drempel;

b) voor het tweede verkoopseizoen wordt de overschrijding van de verwerkingsdrempel berekend op basis van de hoeveelheid voor de verwerking waarvan in het eerste verkoopseizoen steun is verleend;

c) voor het derde verkoopseizoen wordt de overschrijding van de drempel berekend op basis van het gemiddelde van de hoeveelheden voor de verwerking waarvan in de eerste twee verkoopseizoenen steun is verleend.

Artikel 6

1. De uitvoeringsbepalingen van de artikelen 2 tot en met 5, en met name die betreffende de erkenning van de verwerkers, de sluiting van de verwerkingscontracten, de betaling van de steun, de controlemaatregelen en de sancties, de verkoopseizoenen, de minimumkenmerken van de voor verwerking te leveren basisproducten, de minimumkwaliteitseisen van de eindproducten en de financiële consequenties van overschrijding van de drempel, worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 29.

2. Volgens dezelfde procedure worden de kwalitatieve en kwantitatieve controles vastgesteld

- op de door de telersverenigingen aan de verwerkers geleverde producten en

- op de daadwerkelijke verwerking door de verwerkers van de geleverde producten tot in bijlage I vermelde producten."

2. Na artikel 6 worden de volgende artikelen ingevoegd:

"Artikel 6 bis

1. Er wordt een productiesteunregeling toegepast voor:

a) gedroogde vijgen van GN-code 0804 20 90, en

b) gedroogde pruimen van de variëteit "prunes d'Ente" van GN-code ex 0813 20 00,

die zijn vervaardigd uit in de Gemeenschap geoogste vruchten.

2. De productiesteun wordt toegekend aan de verwerker die, in het kader van contracten tussen, enerzijds, op grond van Verordening (EG) nr. 2200/06 erkende of voorlopig erkende telersverenigingen en, anderzijds, verwerkers, voor het basisproduct aan de telers ten minste de minimumprijs heeft betaald. In het verkoopseizoen 2001/02 kunnen echter, voor een hoeveelheid die niet groter is dan 25% van de hoeveelheid die recht geeft op productiesteun, ook contracten gesloten worden tussen verwerkers en individuele telers. De bovenbedoelde telersverenigingen passen de bepalingen van dit artikel ook toe voor telers die bij geen enkel samenwerkingsverband als bedoeld in Verordening (EG) nr. 2200/96 aangesloten zijn, maar die zich ertoe verbinden hun hele productie voor vervaardiging van de in lid 1 van dit artikel bedoelde producten via telersverenigingen af te zetten en een bijdrage te betalen in de algemene kosten voor het beheer van deze regeling door de vereniging. De contracten moeten vóór het begin van het verkoopseizoen worden ondertekend.

Artikel 6 ter

1. De aan de teler te betalen minimumprijs wordt bepaald op basis van:

a) de in het voorgaande verkoopseizoen geldende minimumprijs;

b) de ontwikkeling van de marktprijzen in de sector groenten en fruit;

c) de noodzaak de normale afzet van het verse basisproduct voor verscheidene bestemmingen te verzekeren, de levering aan de verwerkende industrie daaronder begrepen.

2. De minimumprijs wordt vóór het begin van het verkoopseizoen vastgesteld.

3. De minimumprijs en de bepalingen ter uitvoering van dit artikel worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 29.

Artikel 6 quater

1. De productiesteun mag niet hoger zijn dan het verschil tussen de aan de teler in de Gemeenschap betaalde minimumprijs en de prijs van het basisproduct in de voornaamste producerende en exporterende derde landen.

2. Het bedrag van de productiesteun wordt binnen het in lid 1 bepaalde maximum op een zodanig peil vastgesteld dat de communautaire productie kan worden afgezet. Bij de berekening van dit bedrag wordt met name rekening gehouden met:

a) het verschil tussen de in aanmerking genomen kosten van het basisproduct in de Gemeenschap en de kosten van het basisproduct in de belangrijkste concurrerende derde landen;

b) het voor het voorgaande verkoopseizoen vastgestelde steunbedrag

c) voor producten waarvoor de communautaire productie een aanzienlijk marktaandeel heeft, de ontwikkeling van de grootte van het handelsverkeer met derde landen en de in dat handelsverkeer toegepaste prijzen, wanneer dit laatste criterium tot een verlaging van het steunbedrag leidt.

3. De productiesteun wordt vastgesteld op basis van het nettogewicht van het verwerkte product. De coëfficiënten voor de verhouding tussen het gewicht van de gebruikte basisproducten en het nettogewicht van het verwerkte product, worden forfaitair vastgesteld. Zij worden regelmatig op grond van de opgedane ervaring aangepast.

4. De productiesteun wordt aan de verwerkers uitsluitend uitgekeerd voor verwerkte producten die:

a) zijn vervaardigd uit in de Gemeenschap geoogste basisproducten waarvoor de betrokkene ten minste de in artikel 6 bis, lid 2, bedoelde minimumprijs heeft betaald;

b) voldoen aan de minimumkwaliteitseisen.

5. De prijs van het basisproduct in de voornaamste concurrerende derde landen wordt hoofdzakelijk bepaald aan de hand van de werkelijk toegepaste prijzen "af-landbouwbedrijf" voor verse producten van vergelijkbare kwaliteit die voor verwerking worden gebruikt; die prijzen worden gewogen op basis van de door deze derde landen uitgevoerde hoeveelheden eindproduct.

6. Voor producten waarvoor het aandeel van de communautaire productie in de communautaire consumptiemarkt ten minste 50% bedraagt, wordt rekening gehouden met de ontwikkeling van de prijzen en van de omvang van invoer en uitvoer door de gegevens over het kalenderjaar voorafgaande aan het begin van het verkoopseizoen te vergelijken met de gegevens over het kalenderjaar daarvoor.

7. De Commissie stelt vóór het begin van elk verkoopseizoen volgens de procedure van artikel 29 het bedrag van de productiesteun vast. Volgens dezelfde procedure stelt zij de in artikel 3 bedoelde coëfficiënten, de minimumkwaliteitseisen en de overige bepalingen ter uitvoering van dit artikel vast.".

3. Artikel 28 wordt geschrapt.

4. Artikel 29 wordt vervangen door:

"Artikel 29

1. De Commissie wordt bijgestaan door een comité, het Comité van beheer voor verwerkte producten op basis van groenten en fruit, dat bestaat uit vertegenwoordigers van de lidstaten en wordt voorgezeten door de vertegenwoordiger van de Commissie.

2. In de gevallen waarin wordt verwezen naar dit lid, is de beheersprocedure van toepassing die is bepaald in artikel 4 van Besluit 1999/468/EG, met inachtneming van het bepaalde in artikel 7, lid 3, van dat besluit.

3. De in artikel 4, lid 3, van Besluit 1990/468 bedoelde termijn wordt vastgesteld op één maand."

5. Bijlage I wordt vervangen door bijlage I bij deze verordening.

6. Bijlage III wordt vervangen door de tekst van bijlage II bij deze verordening.

Artikel 3

Verordening (EG) nr. 2202/96 wordt als volgt gewijzigd:

1. Artikel 3 wordt vervangen door:

"Artikel 3

1. Aan de telersverenigingen wordt steun toegekend voor de hoeveelheden die zij in het kader van de in artikel 2 bedoelde contracten aan verwerkers leveren.

2. Het bedrag van de in lid 1 bedoelde steun staat in tabel 1 van bijlage I. In dit verband geldt voorts het volgende:

a) wanneer het in artikel 2, lid 1, bedoelde contract over verschillende verkoopseizoenen loopt en betrekking heeft op een volgens de procedure van artikel 45 van Verordening (EG) nr. 2200/96 te bepalen minimumhoeveelheid citrusvruchten, zijn de steunbedragen van tabel 2 in bijlage I van toepassing;

b) voor de hoeveelheden die in het kader van artikel 4 worden geleverd, zijn de steunbedragen van tabel 3 van bijlage I van toepassing.

3. Onverminderd de toepassing van artikel 5 wordt de steun door de lidstaten aan de telersverenigingen die daartoe een verzoek indienen, uitbetaald zodra de controle-instanties van de lidstaat waar de verwerking plaatsvindt, hebben geconstateerd dat de producten waarvoor een contract is gesloten aan de verwerkende industrie zijn geleverd. De telersverenigingen betalen de ontvangen steun door aan hun leden.

4. Volgens de procedure van artikel 45 van Verordening (EG) nr. 2200/96 worden maatregelen vastgesteld om te garanderen dat de verwerkende industrie de verplichting nakomt de door de telersverenigingen geleverde producten te verwerken.".

2. Artikel 5 wordt vervangen door:

"Artikel 5

1. Voor de Gemeenschap als geheel en voor elke producerende lidstaat afzonderlijk worden verwerkingsdrempels vastgesteld, enerzijds voor elk van de drie producten citroenen, sinaasappelen, en pompelmoezen en pomelo's, en, anderzijds, voor de productgroep "mandarijnen, clementines en satsuma's". Deze drempels zijn vermeld in bijlage II.

2. Als een communautaire verwerkingsdrempel is overschreden, wordt de overeenkomstig artikel 3, lid 2, voor het betrokken product vastgestelde steun verlaagd in elke lidstaat waar de betrokken verwerkingsdrempel is overschreden. Voor de toepassing van het bepaalde in de eerste alinea, wordt de overschrijding van een drempel berekend door deze drempel te vergelijken met het gemiddelde van de hoeveelheden voor de verwerking waarvan in het kader van deze verordening steun is verleend in de drie verkoopseizoenen of gelijkwaardige periodes vóór het verkoopseizoen waarvoor de steun moet worden vastgesteld. Voor de berekening van de overschrijding van de voor elke lidstaat vastgestelde drempels, worden de aan een lidstaat toegekende, maar niet-verwerkte hoeveelheden bij de voor de andere lidstaten vastgestelde drempels opgeteld, naar evenredigheid van hun verwerkingsdrempels. De steun wordt verlaagd in evenredigheid met de overschrijding van de betrokken verwerkingsdrempel.".

3. De bijlage wordt "bijlage I".

4. De tekst van bijlage III bij deze verordening wordt ingevoegd na bijlage I.

Artikel 4

Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Zij is, voor elk product of elke productgroep, van toepassing vanaf het verkoopseizoen 2001/02. Artikel 1, punt 1, is voor de actiefondsen evenwel van toepassing met ingang van het jaar 2001.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel,

Voor de Raad

De Voorzitter

BIJLAGE I In artikel 2 bedoelde verwerkte producten

GN-Code // Omschrijving

ex 0710 80 70 // Bevroren tomaten zonder schil, al dan niet in gehele staat

ex 0712 90 30 // Tomatenvlokken

2002 10 10 // Gepelde tomaten, geheel of in stukken

2002 10 90 // Ongepelde tomaten, geheel of in stukken

ex 2002 90 // Andere (crush of pizzasaus)

ex 2002 90 11

ex 2002 90 19 // Tomatensap (inclusief passata)

ex 2002 90 31

ex 2002 90 39

ex 2002 90 91

ex 2002 90 99 // Tomatenconcentraat

ex 2008 40 51

ex 2008 40 59

ex 2008 40 71

ex 2008 40 79

ex 2008 40 91

ex 2008 40 99 // Williams- en Rocha-peren op siroop en/of natuurlijk vruchtensap

ex 2008 70 61

ex 2008 70 69

ex 2008 70 71

ex 2008 70 79

ex 2008 70 92

ex 2008 70 94

ex 2008 70 99 // Perziken op siroop en/of natuurlijk vruchtensap

ex 2008 92

ex 2008 99 // Mengsels van hele vruchten of delen daarvan, op siroop en/of natuurlijk vruchtensap, die ten minste [60%] perziken en peren bevatten

2009 50 // Tomatensap

BIJLAGE II "BIJLAGE III In artikel 5 bedoelde verwerkingsdrempels

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

n.v.t.: niet van toepassing"

BIJLAGE III "Bijlage II In artikel 5 bedoelde verwerkingsdrempels

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

n.v.t.: niet van toepassing"

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

BIJLAGE

De hierna vermelde bedragen geven het netto-effect van de voorgestelde wijzigingen aan, berekend als het verschil ten opzichte van de huidige situatie, dus in de hypothese dat de situatie inzake productie en verwerking in de volgende verkoopseizoenen ongewijzigd blijft.

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

De uitsplitsing per EOGFL-begrotingsjaar is gebaseerd op het betalingspatroon in het verleden:

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

1. Actiefondsen van de telersverenigingen

Het financieel effect van de vaststelling van een algemeen percentage van 3% is zeer moeilijk te bepalen, wegens de aard van de factoren. Uitgaande van stabiliteit in de uitgavenbepalende basisgegevens en van een gelijkblijvend percentage van de verzoeken om financiering van de actiefondsen kan de maatregel als financieel neutraal worden aangemerkt; voor de laatste twee jaren is uit het maximumbedrag dat voor rekening komt van het EOGFL (2,5% van de totale waarde van de productie die door de telersverenigingen in de handel is gebracht) aan de individuele telersverenigingen bijstand verleend tot maximaal 2,89% in 1998 en 3,61% in 1999, wat correspondeert met gemiddeld 3,25% per individuele telersvereniging.

2. Uit de markt nemen van citrusvruchten

Wegens de daling van het concurrentievermogen van de verwerkende sector, is er voor grote hoeveelheden citrusvruchten een ernstig gevaar dat er een verschuiving komt naar het uit de markt nemen. Hoewel aan de hoeveelheden die uit de markt kunnen worden genomen een grens is gesteld van 15% voor het verkoopseizoen 2001/02 (20% voor het verkoopseizoen 2000/01), zal het, vanwege de genoemde omstandigheden, waarschijnlijk om ongeveer 10% gaan in de veronderstelling dat met de nieuwe drempels overeenkomende hoeveelheden worden verwerkt. De kosten voor het uit de markt nemen van die hoeveelheid bedragen 45,2 miljoen EUR. (In de begroting voor 2000 en in het voorontwerp van begroting voor 2001 is trouwens al rekening gehouden met dergelijke hoeveelheden en uitgaven van respectievelijk 47,2 en 47 miljoen EUR). Door het maximum vast te stellen op 10% voor het verkoopseizoen 2001/02 en op 5% voor de volgende verkoopseizoenen (tegen 10% in Verordening 2200/96) blijven de uitgaven voor het eerste verkoopseizoen gelijk, maar wordt een permanente besparing van 22,6 miljoen EUR bereikt voor de latere verkoopseizoenen (de besparing ten opzichte van het voorontwerp van begroting voor 2001 bedraagt 24 miljoen EUR).

3. Voor verwerking bestemde tomaten

Het was de bedoeling deze maatregel financieel neutraal te maken: de verhoging van de drempel is gecompenseerd door een verlaging van de steun. In de evaluaties is ervan uitgegaan dat in elk land met de nieuwe drempels overeenkomende hoeveelheden zullen worden verwerkt.

4. Verwerkte perziken en peren

Het was de bedoeling de maatregel financieel neutraal te maken; bij de raming van de uitgaven is dus uitsluitend uitgegaan van de hoeveelheden die naar verwachting zullen worden verwerkt. Deze zijn voor alle verkoopseizoenen geraamd op het gemiddelde van de laatste drie verkoopseizoenen waarvan de gegevens momenteel bekend zijn. De uitgaven voor een verkoopseizoen worden traditioneel gedaan in het begrotingsjaar n+1.

Voor perziken zijn de jaarlijkse uitgaven stabiel, aangezien de hoeveelheden die verwerkt zijn in de verkoopseizoenen vóór de inwerkingtreding van de nieuwe regeling - en dus ook de daaruit voortvloeiende driejaarlijkse gemiddelden - onder de nieuwe drempel liggen.

Voor peren leiden de geraamde hoeveelheden, door het systeem van de driejaarlijkse gemiddelden, tot een zeker mate van schommeling in de uitgaven van de verschillende verkoopseizoenen, en tot een stabilisatie vanaf het verkoopseizoen 2003/04.

5. Verwerkte citrusvruchten

Als gevolg van de beperking van de uit de markt genomen hoeveelheden, die tegelijk is vastgesteld met de verhoging van de drempels, zullen de verwerkte hoeveelheden waarschijnlijk op het huidige niveau blijven. Op deze grondslag zou een verhoging van de drempels met 10% een stijging van de uitgaven met 30,2 miljoen per verkoopseizoen veroorzaken, waarvan 19,1 miljoen voor sinaasappelen. Wat het effect per begrotingsjaar betreft, is men uitgegaan van de hypothese dat door de stabilisatie in de sector en een betere bekendheid met de steun de betalingen steeds voor 75% zullen plaatsvinden in het begrotingsjaar n+1 en voor 25% in het begrotingsjaar n+2.

6. Budgettair neutraal

Dit voorstel is budgettair neutraal, anders gezegd de uitgaven bij toepassing van het voorstel liggen in dezelfde orde van grootte als die welke voor dezelfde producten bij de huidige regeling zouden ontstaan. Voor de uitgaven per begrotingsjaar van het EOGFL is er een volstrekte budgettaire neutraliteit tot en met 2003, terwijl de stijging met 7,5 miljoen euro vanaf het begrotingsjaar 2004 verwaarloosbaar is in verhouding tot de totale begroting voor de sector groenten en fruit.