52000PC0360

Ontwerp van operationele begroting van de EGKS voor 2001 /* COM/2000/0360 def. */


Ontwerp van operationele begroting van de egks voor 2001

(ingediend door de Commissie)

I N H O U D

Voorwoord

I. Algemeen overzicht

A. Economische context

1. Toestand en vooruitzichten voor de sector kolen

2. Toestand en vooruitzichten voor de ijzer- en staalindustrie

B. Financiële en politieke context

1. Ontwikkeling van de financiële activiteiten van de EGKS

2. Budgettaire aanpak voor 2001

3. Overneming van de activiteiten van de EGKS door de algemene begroting

II. Ontwerp van operationele begroting van de egks voor 2001

A. Middelen

B. Behoeften

C. Ontwerp van begroting voor 2001

D. Overzichtstabel

Bijlagen

I. Denkbeeldig scenario EGKS 2002

II. Uitvoering van de operationele begroting EGKS voor 1999

III. Operationele begroting EGKS voor 2000

IV. Balans EGKS per 31.12.1999

V. EGKS - Opgenomen en verstrekte leningen (1999-2000-2001)

VI. Analyse van de behoeften en de middelen voor 2001

V O O R W O O R D

Zoals gebruikelijk wordt het Europees Parlement geraadpleegd alvorens de Commissie haar definitief besluit neemt over de operationele begroting van de EGKS voor het begrotingsjaar 2001.

Dit repertorium, dat als grondslag voor deze raadpleging moet dienen, bestaat uit de volgende twee hoofdstukken en bijlagen:

I. Algemeen overzicht

II. Ontwerp van operationele begroting van de EGKS voor 2001.

Dit ontwerp van operationele begroting van de EGKS voor 2001 wordt tevens ter informatie toegezonden aan de Raad, die de wens heeft geuit te worden ingelicht over de toekomstige ontwikkeling van de financiële activiteiten van de EGKS, alsook aan het Raadgevend Comité van de EGKS.

De bedragen in dit ontwerp luiden in euro als het gaat om 1999 of latere jaren. Voor de voorafgaande jaren zijn zij uitgedrukt in ecu.

***

I. Algemeen overzicht

In dit hoofdstuk wordt een overzicht gegeven van de economische, financiële en politieke factoren die de achtergrond vormen voor het ontwerp van operationele begroting van de EGKS voor 2001.

A. Economische context

1. Toestand en vooruitzichten voor de sector kolen

De binnenlandse leveringen van steenkool in de lidstaten bedroegen in 1999 248,8 miljoen ton, dat wil zeggen 14,6 miljoen ton minder (-5.6%) dan in 1998, toen zij 263,4 miljoen ton bedroegen. De sterke toename van de olieprijzen in het tweede halfjaar heeft de neerwaartse tendens nauwelijks afgeremd.

Wat de leveringen per sector in 1999 betreft: de leveringen aan elektriciteitscentrales bedroegen 173,8 miljoen ton; dit is minder (-5.6%) dan in 1998, toen zij 184,1 miljoen ton bedroegen. De leveringen liepen in alle lidstaten terug, met uitzondering van Spanje en Portugal. Daar bereikten zij respectievelijk 27 en 5 miljoen ton, hetgeen meer is dan in 1998 (24,9 en 4,2 miljoen ton). De reden hiervoor was de droogte waardoor het Iberisch schiereiland werd getroffen en waardoor de elektriciteitsproductie door waterkrachtcentrales afnam. De grootste daling, van 48,3 tot 40,3 miljoen ton, deed zich voor in het Verenigd Koninkrijk, waar enkele langlopende leveringsovereenkomsten met elektriciteitsproducenten afliepen en op een lager niveau werden verlengd.

De leveringen aan cokesovens zouden in 1999 waarschijnlijk 49 miljoen ton bereiken, tegen 51,9 miljoen ton in 1998. Bij de "overige" industrieën en de huishoudelijke sector (inclusief leveringen aan werknemers) lijkt zich dezelfde ontwikkeling voor te doen met leveringen in 1999 van 25,5 miljoen ton, tegen 27 miljoen ton in 1998. Dit is een daling van 1,5 miljoen ton, of 5,5%.

De totale binnenlandse leveringen in de lidstaten worden voor 2000 op circa 239,3 miljoen ton geraamd, een daling van 10,5 miljoen ton of 3,8% in vergelijking met with 1999. Deze daling doet zich waarschijnlijk grotendeels voor in de sector elektriciteitscentrales (-8,7 miljoen ton), hoewel ook bij de leveringen aan cokesfabrieken en aan "overige" industrieën een zekere daling wordt verwacht. Bovendien zal ook in andere sectoren sprake zijn van lichte dalingen.

De productie van steenkool in de lidstaten is verder gedaald omdat de kosten van de binnenlandse productie hoog zijn in vergelijking met de kostprijs van geïmporteerde kolen. Buitenlandse kolen waren tegen zeer lage prijzen op de markt beschikbaar en werden in verband met de bijzonder lage transportkosten nog aantrekkelijker. De productie in 1999 wordt geraamd op circa 100 miljoen ton, tegen 106,6 miljoen ton in 1998. Dit komt neer op een daling van 6,6 miljoen ton, of 6,2%.

Uit de ramingen voor 2000 blijkt dat de jaarlijkse binnenlandse productie verder zal dalen. Verwacht wordt dat de totale productie zal dalen tot ongeveer 86 miljoen ton, wat neerkomt op een verdere achteruitgang van 14%, die betrekking zal hebben op alle landen die steenkolen produceren.

De invoer uit derde landen was voor 1999 zonder noemenswaardige verandering ten opzichte van 1998 op 152,9 miljoen ton geraamd en komt overeen met 60% van de totale beschikbare hoeveelheid in de lidstaten. Het aankoopbeleid van de kolenimporteurs kan onveranderd aan de veranderingen in de herkomst van de kolen worden afgelezen. Wegens het ruime marktaanbod bestond in de afgelopen jaren de tendens kolen op spotbasis aan te kopen en in het bijzonder bij kolen voor krachtcentrales af te zien van langetermijncontracten. Daar de kolenprijzen in 1999 verder daalden, waren bepaalde kolen niet meer concurrerend (zoals Amerikaanse kolen, waarop enkel in noodgevallen een beroep wordt gedaan; hiertoe droeg ook de hoge koers van de valuta bij) en werden deze niet meer op de markt aangeboden, behalve wanneer langlopende contracten bestonden. Hiervan profiteerden andere uitvoerlanden. Zuid-Afrika, dat goedkope kolen produceerde, bleef met meer dan 30 miljoen ton de belangrijkste uitvoerder van kolen naar Europa, gevolgd door Australië met ongeveer 23 miljoen ton; deze twee landen samen namen in 1999 meer dan een derde van de koleninvoer van de EU voor hun rekening.

De invoerprognose voor 2000 beloopt 154 miljoen ton, hetgeen geen noemenswaardige verandering is ten opzichte van 1999.

De totale cokesproductie in de lidstaten bedroeg in 1999 37,7 miljoen ton, tegen 39,4 miljoen ton in 1998.

De totale binnenlandse leveringen bedroegen in 1999 45,3 miljoen ton, waarvan 40,3 miljoen ton - ongeveer 89% - bestemd was voor de staalindustrie. De leveringen in 1998 bedroegen 46,8 miljoen ton. De invoer van cokes uit derde landen bedroeg in 1999 7,9 miljoen ton, maar zal in 2000 waarschijnlijk tot 8,2 miljoen ton stijgen.

De cokesproductie zal in 2000 naar raming stijgen tot 38 miljoen ton, maar daarmee nog steeds onder het niveau van 1998 liggen (39,4 miljoen ton). De leveringen zullen in 2000 met 44,9 miljoen ton iets lager uitvallen.

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

* ramingen van maart 2000

2. Toestand en vooruitzichten voor de ijzer- en staalindustrie

Na de uitstekende resultaten van 1998 heeft de economie van de Gemeenschap een periode van vertraging doorgemaakt die tamelijk kort heeft geduurd, tot medio 1999, en die werd veroorzaakt door de crisis in Azië, welke een negatief effect had op het handelsverkeer, de industriële productie en zelfs de investeringen.

De economie van de Gemeenschap heeft zich echter vanaf de zomer van 1999 zeer goed hersteld, dankzij de toename van de externe vraag die een opmerkelijke opleving van het vertrouwen van de ondernemers tot gevolg heeft gehad. De verbetering van het algemene conjuncturele klimaat in deze periode is echter eveneens het gevolg van de constante stijging van het vertrouwen van de consumenten, die inzake de vooruitzichten van groei op korte termijn binnen de Unie zeer optimistisch zijn.

Profiterend van dit economisch herstel hebben de staalverbruikende sectoren, met name die welke het meest aan de wereldconcurrentie zijn blootgesteld, door het aantrekken van de uitvoer hun activiteiten snel uitgebreid. Er was sprake van een duidelijke opleving van de vraag en als gevolg daarvan zijn de staalprijzen gestegen, waarbij zich echter verschillende tendensen voordeden afhankelijk van het product.

In de loop van 2000 zullen de gunstige tendensen van het tweede halfjaar 1999 op de communautaire staalmarkt naar verwachting doorzetten, met een grotere vraag, een stijgende productie ten opzichte van 1999 en prijzen die de goede richting blijven opgaan.

Deze gunstige vooruitzichten in de staalsector zijn het gevolg van de uitstekende resultaten van de voornaamste staalverbruikende sectoren, inclusief de bouwsector, die een lange periode van groei doormaken ondanks de kleine inzinking die zich naar verwachting zal voordoen in de automobielsector, welke de afgelopen jaren jaren goed heeft gepresteerd.

Aangezien enerzijds de economische groei in de Gemeenschap in 2001 vergelijkbaar zal zijn met die in 2000 wegens de interne vraag die dankzij de particuliere consumptie krachtig blijft, en anderzijds de investeringen in machines en uitrusting aanzienlijk zullen toenemen, zal de communautaire staalindustrie een opleving doormaken wat betreft zowel staalverbruik als -productie, mede gelet op de stabielere internationale economische situatie.

De tabel hieronder bevat gegevens over de communautaire staalproductie en de werkgelegenheid in de ijzer- en staalindustrie van de Unie voor 2000 en 2001 die zijn gebaseerd op de recente tendensen en de beschreven vooruitzichten.

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

* ramingen van maart 2000

B. Financiële en politieke context

1. Ontwikkeling van de financiële activiteiten van de EGKS

Financieel verslag nr. 44 van de EGKS, waarin een overzicht wordt gegeven van de leningsactiviteiten en de andere financiële interventies in de loop van het begrotingsjaar 1999, wordt binnenkort gepubliceerd.

Met het oog op het aflopen van het EGKS-Verdrag in juli 2002 heeft de Commissie sinds juni 1994 haar beleid inzake het opnemen en verstrekken van leningen op grond van dat verdrag aangepast.

Als gevolg hiervan heeft de EGKS in 1999 geen leningen opgenomen of verstrekt.

De financiering van de bouw van sociale woningen is in 1998 beëindigd.

Op 31 december bedroegen de resterende uitstaande opgenomen leningen 2.432 miljoen euro en de uitstaande verstrekte leningen 2.473 miljoen euro.

Ten slotte heeft de Commissie op 11 september 1996 verklaard reserves te willen aanhouden ten belope van 100 % van de uitstaande leningen na 23 juli 2002 waarvoor geen garantie is afgegeven door een lidstaat. Met het oog op deze doelstelling is 23 miljoen euro in het garantiefonds gestort.

2. Budgettaire aanpak voor 2001

De budgettaire aanpak voor 2001 moet worden gezien tegen de algemene achtergrond van het budgettaire en financiële beheer van de EGKS in het vooruitzicht van het aflopen van het EGKS-Verdrag.

Daarom is het nuttig de begrotingsvoorstellen van de Commissie in een denkbeeldig scenario te plaatsen dat de periode tot het aflopen van het Verdrag bestrijkt.

Dit scenario doet uiteraard niets af aan de besluiten die jaarlijks tijdens de begrotingsprocedure worden genomen, maar het is voor de belanghebbenden van belang om de ontwikkeling van de financiële en budgettaire activiteiten van de EGKS te beoordelen.

Omdat de heffing met ingang van 1 januari 1998 op nul is vastgesteld, bestaat de budgettaire aanpak er vanaf 1998 in dat de vastgestelde behoeften aan sociale steun voor 100% worden gefinancierd en dat de hoogte van de steun voor onderzoek wordt aangepast om te zorgen voor een optimale continuïteit van de financieringen.

De ontwikkeling van de middelen van de operationele begroting van de EGKS zal hoofdzakelijk worden bepaald door de interne ontvangsten (nettosaldo), door annuleringen van vastleggingen en door het tempo van gebruik van de voorziening voor de financiering van de EGKS-begroting.

In ieder geval wijzen de prognoses uit dat de voorzieningen voldoende zijn om tot het aflopen van het Verdrag de budgettaire activiteit op een peil te houden dat overeenstemt met de behoeften aan sociale steun en steun voor onderzoek, zoals thans bekend, met inachtneming van het door de Commissie voor 23 juli 2002 vastgestelde streefcijfer voor de reserves.

3. Overneming van de begrotingsactiviteiten van de EGKS door de algemene begroting

De situatie van de phasing-out/phasing-in is als volgt voor het beleid van de EGKS :

- Wat de sociale maatregelen betreft, heeft de Commissie op 24 juni 1994 besloten haar steunverlening voor programma's inzake beroepsopleiding en zelfstandige arbeid op grond van artikel 56 van het EGKS-Verdrag met ingang van 1 januari 1995 te beëindigen en heeft zij aangekondigd (PB C 178 van 30.6.1994) dat deze maatregelen voortaan door het ESF kunnen worden medegefinancierd, als zij voor steun op grond van de verordeningen van de Structuurfondsen in aanmerking komen. Voorwaarde voor de overneming van deze maatregelen door de algemene begroting is ook dat de lidstaten er de vereiste graad van prioriteit aan geven en medefinanciering voorstellen.

- Geen enkel ander EGKS-instrument op het gebied van de wederaanpassingssteun (brugpensioen, wachtgeld, compensaties voor loonverlies, mobiliteitsvergoedingen, vertrekpremies, enz.) valt onder de phasing-in/out-operatie. Het ligt niet in de bedoeling de medefinanciering van de overige maatregelen vóór het aflopen van het EGKS-Verdrag op te schorten, noch in het huidige stadium de medefinanciering per verloren baan van de bovengenoemde maatregelen te wijzigen.

- Wat de steun voor onderzoek betreft, blijkt uit de resultaten van de eerste oproep tot het indienen van voorstellen dat de phasing-in van het EGKS-onderzoek in het 5e kaderprogramma beperkt blijft.

- De kaderprogramma's zijn immers ontworpen voor de ondersteuning van generiek onderzoek met multisectorale toepassing en een preconcurrentieel en vertrouwelijk karakter. Deze aspecten zijn niet terug te vinden in het EGKS-onderzoek, dat sectoraal is en waarvan de resultaten aan alle belanghebbenden in de Gemeenschap ter beschikking moeten worden gesteld.

II. Ontwerp van operationele begroting van de egks voor 2001

A. Middelen

De heffing is voor het begrotingsjaar 2001 vastgesteld op nul. De middelen van de EGKS zullen dus worden gevormd door het nettosaldo, diverse ontvangsten, annuleringen van vastleggingen en ten slotte de aanwending van voorzieningen voor de financiering van de operationele begroting.

Het nettosaldo van het begrotingsjaar 2001 wordt geraamd op 48 miljoen euro. Hierbij is rekening gehouden met de beleggingen en het vermoedelijke renteverloop.

De diverse ontvangsten hebben betrekking op terugbetalingen van tegoeden, die voor 2001 op ongeveer 3 miljoen euro worden geraamd.

De annuleringen van vastleggingen die vermoedelijk niet zullen worden uitgevoerd, worden geraamd op 36 miljoen euro.

Ten slotte is het, om de begroting in evenwicht te brengen, nodig 103 miljoen euro te gebruiken van de voorzieningen die preventief zijn gevormd om de afschaffing van de heffing te compenseren.

B. Behoeften

De voorstellen van de Commissie zijn:

- 5 miljoen euro voor administratieve uitgaven.

- 109 miljoen euro voor sociale steun. Van dit bedrag is 80 miljoen euro bestemd voor traditionele wederaanpassingssteun, waarvan 41 miljoen voor het effectief verlies van arbeidsplaatsen in 2000 en 39 miljoen in 2001, hetgeen aanpassing mogelijk maakt met het oog op het aflopen van het Verdrag. 29 miljoen euro is bestemd voor de sociale maatregelen kolen.

De indicatieve verdeling van de wederaanpassingssteun is als volgt: 55 miljoen euro voor de werknemers in de kolensector en 25 miljoen euro voor die in de staalsector;

- 76 miljoen aan steun voor onderzoek, waarvan 54 miljoen voor staal en 22 miljoen voor kolen.

De kredieten voor onderzoek (71 % staal, 29 % kolen) worden iets anders verdeeld dan in 2000 het geval was (69% staal, 31 % kolen), zodat geleidelijk de door de Raad vastgestelde verdeling voor na 2002 (72,8 % staal, 27,2 % kolen) wordt benaderd.

Bovendien belopen de indicatieve bedragen voor technische onderzoekprojecten op het gebied van de bestrijding van hinder op de arbeidsplaats en in de omgeving van siderurgische installaties ongeveer 4 miljoen, terwijl ongeveer 3 miljoen wordt uitgetrokken voor onderzoekprojecten op het gebied van de gezondheid en de veiligheid in de mijnen.

C. Ontwerp van begroting voor 2001

Het ontwerp van operationele begroting van de EGKS voor 2001 bedraagt derhalve 190 miljoen euro en wordt hierna in de vorm van de overzichtstabel II.D. voorgesteld.

ONTWERP VAN OPERATIONELE BEGROTING EGKS VOOR 2001

(in miljoen euro)

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

(1) De indicatieve verdeling van de wederaanpassingssteun is als volgt: 55 miljoen euro voor de werknemers in de kolensector en 25 miljoen euro voor die in de staalsector;

(2) Met inbegrip van de financiering van projecten die een invloed hebben op het gebied van de technische bestrijding van hinder op de arbeidsplaats in de omgeving van siderurgische installaties, de gezondheid en de veiligheid in de mijnen (indicatieve bedragen: 4 respectievelijk 3 miljoen euro).

BIJLAGE I

DENKBEELDIG SCENARIO EGKS 2002 versie 10****

OPERATIONELE BEGROTING VAN DE EGKS

in miljoen ecu/euro

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

* exclusief voorzieningen voor boeten en andere vorderingen

** uitvoering begroting 1999 en begroting 2000

*** tot 23 juli 2002

**** dit scenario doet niets af aan de beslissingen in het kader van de jaarlijkse begrotingsprocedure

UITVOERING VAN DE OPERATIONELE BEGROTING EGKS VOOR 1999*

(in miljoen euro)

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

* geraamde uitvoering

OPERATIONELE BEGROTING EGKS VOOR 2000

(in miljoen euro)

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

(1) De indicatieve verdeling van de wederaanpassingssteun is als volgt: 34 miljoen euro voor de werknemers in de kolensector en 27 miljoen euro voor die in de staalsector.

(2) Met inbegrip van de financiering van projecten die een invloed hebben op het gebied van de technische bestrijding van hinder op de arbeidsplaats en in de omgeving van siderurgische installaties, de gezondheid en de veiligheid in de mijnen (indicatieve bedragen: 4 respectievelijk 3 miljoen euro).

BIJLAGE IV

BALANS EGKS PER 31 DECEMBER 1999 *

(bedragen in euro)

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

* Deze balans moet als ontwerp worden beschouwd; zij is nog niet formeel door de Commissie goedgekeurd en de Rekenkamer heeft nog geen verslag opgesteld over de financiële staten van de EGKS betreffende het begrotingsjaar 1999

** met inbegrip van voorzieningen voor boeten en andere vorderingen

BIJLAGE V

EGKS - OPGENOMEN EN VERSTREKTE LENINGEN (1999-2000-2001)

Te ontvangen bedragen

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

Te betalen bedragen

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

BIJLAGE VI

ANALYSE VAN DE BEHOEFTEN EN DE MIDDELEN VOOR 2001

(zie overzichtstabel II.D)

1. Hoofdstuk 1: Administratieve uitgaven - 5 miljoen euro

De bijdrage van de EGKS in de administratieve uitgaven is voorgeschreven in artikel 50 van het EGKS-Verdrag en nader aangegeven in artikel 20 van het Fusieverdrag. In dit kader heeft de Raad bij beschikking van 21 november 1977 de uitgaven teruggebracht tot een forfaitair bedrag van 5 miljoen euro per jaar.

2. Hoofdstukken 2 en 4: Sociale steun - 109 miljoen euro

Sociale steun wordt verleend op grond van artikel 56 van het EGKS-Verdrag volgens de bepalingen van bilaterale overeenkomsten tussen de Commissie en de lidstaten. Met deze steun worden nationale maatregelen, zoals brugpensioenen en werkloosheidsuitkeringen, ten behoeve van werknemers die door de herstructurering van de sectoren kolen en staal zijn getroffen, medegefinancierd.

De toekenning van de steun is afhankelijk van de uitkering door de betrokken lidstaat van een speciale bijdrage die ten minste gelijk moet zijn aan de EGKS-steun. De gemiddelde bijdrage van de EGKS per werknemer is beperkt tot de maxima die in de betrokken wettelijke voorschriften en bilaterale overeenkomsten zijn vastgesteld.

Hoofdstuk 2: Wederaanpassingssteun ("traditionele steun") - 80 miljoen euro

In 2001 zullen ongeveer 18.400 werknemers van de steenkoolindustrie en 8.200 werknemers van de ijzer- en staalindustrie in aanmerking komen voor de traditionele steun voor herplaatsing. Van hen zullen er 13.800 in 2000 onder de herstructurering vallen en 12.800 in 2001.

Hoofdstuk 4: Sociale maatregelen in verband met de herstructurering van de kolenindustrie - 29 miljoen euro

In 2001 zullen ongeveer 7.200 werknemers deze steun genieten en zullen de uitgaven ongeveer 29 miljoen euro belopen.

3. Hoofdstuk 3: Steun voor onderzoek - 76 miljoen euro

Steun voor onderzoek wordt verleend op grond van artikel 55 van het EGKS-Verdrag. Volgens dit artikel moet de Commissie het technisch en economisch onderzoek op het gebied van de productie en consumptie van kolen en staal stimuleren en de bedrijfsveiligheid in deze industrieën bevorderen. Daartoe verleent zij, na raadpleging van het Raadgevend Comité van de EGKS en met instemming van de Raad, financiële steun voor de uitvoering van de onderzoekswerkzaamheden.

Zoals reeds is vermeld, worden de kredieten voor onderzoek (71 % staal, 29 % kolen) iets anders verdeeld dan in 2000 het geval was (69 % staal, 31 % kolen), zodat geleidelijk de door de Raad vastgestelde verdeling voor na 2002 (72,8 % staal, 27,2 % kolen) wordt benaderd.

3.1 Artikel 3.1: Staal - 54 miljoen euro

Het onderzoek heeft voornamelijk betrekking op:

- kwaliteitsverbetering en verlaging van de productiekosten;

- behoud van de traditionele afzetmarkten voor staal en verovering van nieuwe markten;

- aanpassing van de productieprocessen aan de steeds strengere milieueisen.

Op te merken valt dat een aantal projecten inzake technisch onderzoek die onderdelen bevatten op het gebied van de bestrijding van hinder op de arbeidsplaats en in de omgeving van de siderurgische installaties die aanvankelijk door de programma's voor sociaal onderzoek werden gefinancierd, voortaan onder het onderzoek "staal" vallen, zulks afhankelijk van de kwaliteit van de voorstellen (indicatief bedrag: 4 miljoen euro).

3.2 Artikel 3.2: Kolen - 22 miljoen euro

Het onderzoek heeft voornamelijk betrekking op:

- efficiënte milieubescherming en bewustmaking van het publiek van de betekenis van kolen als energiebron;

- verbetering van de concurrentiepositie van kolen;

- rationeel gebruik van de communautaire hulpbronnen.

De technische onderzoeksprojecten die onderdelen bevatten op het gebied van de gezondheid en de veiligheid in de mijnen die aanvankelijk door de programma's voor sociaal onderzoek werden gefinancierd, zullen voortaan onder dit artikel vallen, zulks afhankelijk van de kwaliteit van de voorstellen (geraamd bedrag: ongeveer 3 miljoen euro).

Middelen

1. Artikel 1.1: Opbrengst van de heffing - p.m.

In het begrotingsjaar 1998 is de heffing op nul gesteld. Voor 2001 is de heffing eveneens vastgesteld op 0 %.

2. Artikel 1.2: Nettosaldo van het begrotingsjaar - 48 miljoen euro

Het nettosaldo van het begrotingsjaar is gelijk aan het resultaat van de financiële en budgettaire verrichtingen, verminderd met alle voorzieningen en eventuele toewijzingen aan de reserves.

Overeenkomstig het besluit van de Commissie van 30 juni 1993 [1] wordt het nettosaldo van het begrotingsjaar in zijn geheel opgevoerd aan de creditzijde van de begroting. Aangezien het juiste bedrag van dit saldo pas bekend is na het einde van het begrotingsjaar, wanneer de Commissie de EGKS-balans en -rekeningen vaststelt, kan in de begroting slechts een raming worden opgenomen.

[1] Doc SEC(93)988 def.

3. Artikel 1.3: Boeten en verhogingen wegens vertraagde overmaking - p.m.

Onder dit artikel worden de boeten en dwangsommen geboekt die de Commissie met name op grond van de artikelen 47, 48 en 60 van het Verdrag oplegt. Rekening houdend met de zaken die bij het Hof van Justitie aanhangig kunnen worden gemaakt, moeten de ontvangsten in kwestie als uitgestelde middelen worden beschouwd. Als begrotingsmiddelen worden derhalve alleen de tijdens het begrotingsjaar te verwachten betalingen opgevoerd.

4. Artikel 1.4: Diversen - 3 miljoen euro

Dit artikel maakt het mogelijk diverse ontvangsten als middelen van het begrotingsjaar op te voeren, met name de terugbetalingen van te veel uitgekeerde bedragen.

5. Hoofdstuk 2: Annulering van verplichtingen die vermoedelijk niet zullen worden uitgevoerd - 36 miljoen euro

In de interne voorschriften voor de opstelling en de uitvoering van de operationele begroting van de EGKS is bepaald dat na de uitvoering van de verbintenissen waarvoor betalingsverplichtingen zijn aangegaan, de desbetreffende bedragen waarvoor een voorziening was gevormd, worden geannuleerd. In voorziening gehouden bedragen voor contracten of overeenkomsten waarvan de verplichtingen niet volgens de contractuele bepalingen zijn uitgevoerd, kunnen eveneens geheel of gedeeltelijk worden geannuleerd. De aldus vrijgekomen bedragen komen beschikbaar als middelen van het lopende begrotingsjaar.

De raming in dit hoofdstuk betreft de normale annuleringen op het gebied van wederaanpassing en rentesubsidies op leningen. Daar komen nog bedragen bij door de annulering van saldi op afgesloten onderzoekscontracten.

Het annuleringstempo is moeilijk te voorzien, want het wordt bepaald door verschillende factoren, zoals aanpassingen van wederaanpassingssteun en sociale maatregelen in overleg met de nationale of regionale overheidsdiensten, en van gesubsidieerde leningen in overleg met de banken. Naar verwachting zullen de annuleringen afnemen, hetgeen normaal is omdat de activiteit van de EGKS in het algemeen afneemt.

6. Hoofdstuk 3: Terugneming van de voorziening voor de financiering van de operationele begroting - 103 miljoen euro

Dit hoofdstuk maakt het mogelijk de operationele begroting aan het einde van het begrotingsjaar, met name uitgaande van de preventief gevormde voorziening voor de financiering van de operationele begroting, in evenwicht te brengen teneinde het hoofd te kunnen bieden aan de verdwijning van de heffing.