Voorstel voor verordening van de Raad tot vaststelling van technische maatregelen voor de instandhouding van bepaalde over grote afstanden trekkende visbestanden /* COM/2000/0353 def. - CNS 2000/0149 */
Publicatieblad Nr. C 337 E van 28/11/2000 blz. 0078 - 0088
Voorstel voor VERORDENING VAN DE RAAD tot vaststelling van technische maatregelen voor de instandhouding van bepaalde over grote afstanden trekkende visbestanden (door de Commissie ingediend) TOELICHTING De Europese Gemeenschap is lid van bepaalde regionale visserijorganisaties die een kader hebben vastgesteld voor de regionale samenwerking inzake de instandhouding en het beheer van bepaalde over grote afstanden trekkende visbestanden. Onder over grote afstanden trekkende visbestanden worden een aantal vissoorten verstaan die zijn omschreven in bijlage I bij het Zeerechtverdrag van de Verenigde Naties. De voornaamste van deze bestanden zijn de tonijnachtigen en sommige aanverwante soorten zoals zwaardvissen. De betrokken regionale organisaties zijn: - de Internationale Commissie voor de Instandhouding van Tonijn in de Atlantische Oceaan (ICCAT), waarvan de Gemeenschap lid is sinds 14 november 1997, - de Commissie voor Tonijn in de Indische Oceaan (IOTC), waarvan de Gemeenschap lid is sinds 18 september 1995, - de Inter-Amerikaanse Commissie voor Tropische Tonijn (IATTC), waarvoor de Gemeenschap een toetredingsprocedure heeft ingeleid. Deze organisaties stellen aanbevelingen voor technische maatregelen op, met name in verband met de toegestane maten en gewichten en de beperkingen die gelden voor vangsten in bepaalde zones of in bepaalde periodes of met bepaalde vistuigen. Deze aanbevelingen worden verbindend voor de verdragsluitende partijen, wanneer deze er geen bezwaar tegen aantekenen. Als verdragsluitende partij bij de ICCAT en de IOTC moet de Gemeenschap deze aanbevelingen dus uitvoeren. De Gemeenschap heeft bovendien visserijbelangen in het oostelijk deel van de Stille Oceaan en heeft de procedure om toetreding tot de Inter-Amerikaanse Commissie voor Tropische Tonijn ("IATTC") ingeleid, maar, in afwachting van haar daadwerkelijke toetreding, en overeenkomstig de uit het Zeerechtverdrag van de Verenigde Naties voortvloeiende verplichting om samen te werken met de andere partijen die bij het beheer en de instandhouding van de bestanden in dit gebied betrokken zijn, heeft zij besloten de door de IATTC aangenomen technische maatregelen toe te passen; deze technische maatregelen moeten derhalve in Gemeenschapsrecht worden omgezet. Ten slotte moeten bepalingen worden vastgesteld voor de tenuitvoerlegging van de Overeenkomst inzake het internationale programma voor het behoud van dolfijnen, die de Gemeenschap besloten heeft om in afwachting van de bekrachtiging ervan door de Gemeenschap, tijdelijk toe te passen. Sommige van deze aanbevelingen zijn reeds eerder in Gemeenschapsrecht omgezet, met name in Verordening (EG) nr. 850/98 van de Raad van 30 maart 1998 voor de instandhouding van de visbestanden via technische maatregelen voor de bescherming van jong exemplaren van mariene organismen, in Verordening (EG) nr. 1626/94 van 27 juni 1994 houdende technische maatregelen voor de instandhouding van de visbestanden in de Middellandse Zee, en in Verordening (EG) nr. 2742/99 van de Raad van 17 december 1999 tot vaststelling, voor het jaar 2000, van de vangstmogelijkheden die gelden voor bepaalde visbestanden en groepen visbestanden in de wateren van de Gemeenschap en, wat vaartuigen van de Gemeenschap betreft, in andere wateren met vangstbeperkingen, tot vaststelling voorts van de bij de visserij in acht te nemen voorschriften, en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 66/98. Bovendien zijn in het Gemeenschapsrecht bepaalde technische maatregelen ingevoerd inzake het gebruik van drijfnetten en het gebruik van ringzegens voor de visserij op deze over grote afstanden trekkende vissoorten. Om meer duidelijkheid te scheppen, moeten alle technische maatregelen die voor deze over grote afstanden trekkende bestanden gelden, in één enkele verordening worden samengebracht. Hoewel de communautaire visserij op over grote afstanden afstanden trekkende vissoorten namelijk plaatsvindt in de hele wereld, zowel in communautaire als in internationale wateren en zelfs in de wateren van sommige derde landen in het kader van bilaterale overeenkomsten, vertoont zij in de verschillende oceanen toch vergelijkbare kenmerken en daarom moet voor al deze visserijactiviteiten een samenhangende algemene aanpak worden gevolgd. Dit voorstel heeft dan ook tot doel alle technische maatregelen die gelden voor bepaalde bestanden van over grote afstanden trekkende vissoorten om te zetten en in één verordening samen te brengen. De bepalingen die zijn overgenomen uit reeds bestaande verordeningen, zijn zonder noemenswaardige wijzigingen in de nieuwe tekst overgenomen. De artikelen die zijn opgesteld om tegemoet te komen aan nieuwe aanbevelingen zijn in de tekst onderstreept. De Commissie stelt voor dat de Raad deze verordening aanneemt. 2000/0149 (CNS) Voorstel voor VERORDENING VAN DE RAAD tot vaststelling van technische maatregelen voor de instandhouding van bepaalde over grote afstanden trekkende visbestanden DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel 37, Gezien het voorstel van de Commissie [1], [1] PB C [...] van [...], blz. [...]. Gezien het advies van het Europees Parlement [2], [2] PB C [...] van [...], blz. [...]. Overwegende hetgeen volgt: (1) De Gemeenschap heeft het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het Recht van de Zee goedgekeurd [3], dat bepaalde principes en regels voor de instandhouding en het beheer van de levende rijkdommen van de zee bevat. De Gemeenschap neemt in het kader van haar ruimere internationale verplichtingen deel aan de inspanningen die worden geleverd in internationale wateren om de visbestanden in stand te houden. [3] PB L 179 van 23.6.1998, blz. 1. (2) De Gemeenschap is sinds 14 november 1997, ingevolge een besluit van de Raad van 9 juni 1986 [4], verdragsluitende partij bij het Internationaal Verdrag voor de Instandhouding van Atlantische Tonijnen, hierna het ICCAT-Verdrag genoemd. [4] PB L 162 van 18.6.1986, blz. 33. (3) Bij het ICCAT-Verdrag is een kader vastgesteld voor de regionale samenwerking op het gebied van de instandhouding en het beheer van de bestanden van tonijnachtigen en aanverwante soorten in de Atlantische Oceaan en de aangrenzende zeeën, via de oprichting van een Internationale Commissie voor de Instandhouding van Tonijnachtigen in de Atlantische Oceaan, hierna "de ICCAT" genoemd, en de vaststelling van aanbevelingen voor de instandhouding en het beheer in het verdragsgebied, die voor de verdragsluitende partijen verbindend worden. (4) De ICCAT heeft een aantal technische maatregelen aanbevolen voor bepaalde bestanden van over grote afstanden trekkende vissen in de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee, met name voor de toegestane maten en gewichten van de vissen die mogen worden gevangen, de beperkingen op de vangsten in bepaalde zones of in bepaalde periodes of met bepaalde vistuigen, en de beperkingen van de capaciteit. Deze aanbevelingen zijn voor de Gemeenschap bindend en moeten dus ten uitvoer worden gelegd. (5) Sommige technische maatregelen die door de ICCAT zijn aangenomen zijn omgezet in Verordening (EG) nr. 1626/94 van de Raad van 27 juni 1994 houdende technische maatregelen voor de instandhouding van de visbestanden in de Middellandse Zee [5] en in Verordening (EG) nr. 850/98 van de Raad van 30 maart 1998 voor de instandhouding van de visbestanden via technische maatregelen voor de bescherming van jonge exemplaren van mariene organismen [6]. Duidelijkheidshalve moeten deze maatregelen worden samengebracht in de onderhavige verordening en moeten de betrokken artikelen derhalve worden geschrapt in de vorenvermelde verordeningen. [5] PB L 171 van 6.7.1994, blz. 1. [6] PB L 125 van 27.4.1998, blz. 1. (6) Om rekening te houden met de visserijtradities in bepaalde zones, moeten specifieke bepalingen worden vastgesteld voor de vangst en de bewaring aan boord van sommige soorten tonijnachtigen. (7) De Gemeenschap heeft de Overeenkomst tot oprichting van de Commissie voor de Tonijnvisserij in de Indische Oceaan goedgekeurd [7]. Bij deze overeenkomst wordt een adequaat kader voor het versterken van de internationale samenwerking met het oog op de instandhouding en het verantwoorde gebruik van tonijn en verwante vissoorten in de Indische Oceaan ingesteld, via de oprichting van de Commissie voor de Tonijnvisserij in de Indische Oceaan, hierna "de IOTC' genoemd, en de vaststelling van aanbevelingen op het gebied van de instandhouding en het beheer in het bevoegdheidsgebied van de IOTC, die voor de overeenkomstsluitende partijen bindend worden. [7] PB L 236 van 5.10.1995, blz. 24. (8) De IOTC heeft een aanbeveling aangenomen die voorziet in technische maatregelen voor bepaalde bestanden van over grote afstanden trekkende vissoorten in de Indische Oceaan. Deze aanbeveling is voor de Gemeenschap bindend en moet dus door haar ten uitvoer worden gelegd. (9) De Gemeenschap heeft de Overeenkomst inzake het internationale programma voor het behoud van dolfijnen ondertekend [8] en besloten deze overeenkomst, in afwachting van de goedkeuring ervan, voorlopig toe te passen [9]. De Gemeenschap moet derhalve de bepaingen van deze overeenkomst toepassen. [8] PB L 132 van 27.5.1999, blz. 1. [9] PB L 147 van 12..6.1999, blz. 23. (10) Een van de doelstellingen van deze overeenkomst is de incidentele dolfijnsterfte bij de tonijnvisserij met ringzegens in het oostelijk deel van de Stille Oceaan tot vrijwel nul te reduceren via het vaststellen van jaarlijkse limieten, en de duurzaamheid van de tonijnbestanden in het overeenkomstgebied op lange termijn te waarborgen. (11) Sommige bepalingen van deze overeenkomst zijn omgezet in Verordening (EG) nr. 850/98. Het is wenselijk ze in de onderhavige verordening op te nemen. (12) De Gemeenschap heeft visserijbelangen in het oostelijk deel van de Stille Oceaan en heeft de procedure voor toetreding tot de Inter-Amerikaanse Commissie voor Tropische Tonijn, hierna "de IATTC" genoemd, ingeleid. In afwachting van de toetreding en overeenkomstig de verplichting om met de andere bij het beheer en de instandhouding van de visbestanden in dit gebied betrokken partijen samen te werken, welke verplichting voortvloeit uit het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het Recht van de Zee, moeten de door de IATTC aangenomen technische maatregelen worden toegepast. Deze maatregelen moeten dus in Gemeenschapsrecht worden omgezet. (13) Met het oog op een duidelijke en rationele presentatie van de wetgeving, moeten alle technische maatregelen die zijn vastgesteld of nog zullen worden vastgesteld voor de visserij op bepaalde bestanden van over grote afstanden trekkende vissoorten in één verordening van de Raad worden samengebracht. Daardoor kan Verordening (EG) nr. 894/97 [10] van 29 april 1997 houdende technische maatregelen voor de instandhouding van de visbestanden in de Middellandse Zee, laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1239/98, worden ingetrokken en kunnen bepaalde artikelen van Verordening (EG) nr. 850/98 worden geschrapt. [10] PB L 132 van 23.5.1997, blz. 1. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1239/98. (14) De visserij met drijfnetten op tonijn, zwaardvis en sommige andere soorten leiden tot bijvangsten en een risico voor de bestanden van andere vissoorten dan de doelsoorten. (15) Het gevaar voor een onbeheerste uitbreiding van de visserij-inspanningen en de onvoldoende selectiviteit van drijfnetten maken het noodzakelijk deze netten te verbieden voor de visserij op tonijn, zwaardvis en sommige andere vissoorten. Dit verbod moet snel worden ingevoerd om elk ecologisch risico te voorkomen. (16) De communautaire vaartuigen die met drijfnetten op deze vissoorten hebben gevist, hebben economische verplichtingen die een aanpassingsperiode aan de nieuwe beperking noodzakelijk maken en het verbod op de drijfnetvisserij moet voor deze vaartuigen derhalve geleidelijk worden toegepast, binnen een redelijk korte termijn. (17) Verordening (EEG) nr. 2807/83 van de Commissie van 22 september 1983 houdende uitvoeringsbepalingen inzake de registratie van gegevens over de visvangst van de lidstaten [11] bestrijkt niet alle visserijtakken die gebruik maken van drijfnetten. De algemene bepalingen van Verordening (EEG) nr. 2847/93 van de Raad van 12 oktober 1993 tot invoering van een controleregeling voor het gemeenschappelijk visserijbeleid [12] betreffende de logboeken en de vangstaangiften zullen niet vóór 1 januari 1999 van toepassing worden in de Middellandse Zee. [11] PB L 261 van 20.10.1993, blz. 1. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2846/98 van de Raad van 17 december 1998 (PB L 358 van 31.12.1998). [12] PB L 276 van 10.10.1983, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 2945/95 van de Commissie (PB L 308 van 21.12.1995, blz. 18). (18) Bij de controle op de visserij met drijfnetten doen zich dus bijzondere moeilijkheden voor; voor deze controle moeten specifieke bepalingen worden vastgesteld. (19) De gevolgen van de visserij met drijfnetten moeten constant worden geëvalueerd en derhalve moeten ook de daartoe noodzakelijke gegevens worden verzameld. (20) Indien bepalingen voor de uitvoering van deze verordening noodzakelijk zijn, moeten ze worden vastgesteld overeenkomstig Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden [13], [13] PB L 184 van 17.7.1999, blz. 23. HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD: Artikel 1 Bij deze verordening worden technische instandhoudingsmaatregelen vastgesteld die gelden voor de de vaartuigen die de vlag van de lidstaten voeren en in de Gemeenschap zijn geregistreerd, hierna "communautaire vissersvaartuigen" genoemd, en die betrekking hebben op de vangst en de aanvoer van vissen van over grote afstanden trekkende soorten als bedoeld in bijlage I bij deze verordening, die zich verplaatsen in de zeewateren in een van de in artikel 2 vermelde gebieden. Titel I - Definities Artikel 2 Voor de toepassing van deze verordening gelden voor de zeewateren de volgende definities: a) Gebied 1 Alle wateren van de Atlantische Oceaan en de aangrenzende zeeën die zijn gelegen binnen het ICCAT-Verdragsgebied als omschreven in artikel 1 van het ICCAT-Verdrag. b) Gebied 2 Alle wateren van de Indische Oceaan die zijn gelegen binnen het IOTC-Verdragsgebied als omschreven in artikel 2 van het IOTC-Verdrag. c) Gebied 3 Alle wateren van het oostelijk deel van de Stille Oceaan die zijn gelegen binnen het gebied als omschreven in artikel 3 van de Overeenkomst inzake het internationale programma voor het behoud van dolfijnen. d) Gebied 4 Alle zeeën en oceanen. Titel II - Technische maatregelen van toepassing in gebied 1 Hoofdstuk 1 - Beperkingen op het gebruik van bepaalde soorten vaartuigen en vistuigen Artikel 3 1. In de periode van 1 november tot en met 31 januari is het in het in lid 2 bedoelde gebied verboden: - vlottende voorwerpen te water te laten, - onder kunstmatige voorwerpen te vissen, - onder natuurlijke voorwerpen te vissen, - met hulpvaartuigen te vissen, - kunstmatige vlottende voorwerpen, al dan niet met boeien, in zee te gooien, - boeien te plaatsen op in zee gevonden vlottende voorwerpen, - vlottende voorwerpen uit het water te halen en te wachten tot de daaronder verscholen vissen zich onder het schip verzamelen, - vlottende voorwerpen naar buiten het gebied te trekken. 2. Het in lid 1 bedoelde gebied is: - ten zuiden begrensd door de breedtegraad 4°ZB, - ten noorden begrensd door de breedtegraad 5°NB, - ten westen begrensd door de lengtegraad 20°WL, - ten oosten begrensd door de Afrikaanse kust. 3. Het is verboden in het gebied en tijdens de periode als bedoeld in de leden 1 en 2 een visserijactiviteit te beginnen of voort te zetten indien er geen waarnemer aan boord is. 4. De lidstaten treffen de nodige maatregelen om waarnemers te benoemen en om ervoor te zorgen dat ze aan boord worden genomen op alle vaartuigen die hun vlag voeren of die op hun grondgebied zijn geregistreerd en die op het punt staan in het in lid 2 bedoelde gebied visserijactiviteiten te gaan uitoefenen. 5. De lidstaten treffen de nodige maatregelen om te garanderen dat de naar behoren benoemde waarnemers aan boord blijven van de vissersvaartuigen waaraan ze zijn toegewezen, totdat ze door andere waarnemers worden afgelost. 6. De kapitein van een communautair vaartuig dat in de in lid 1 bedoelde periode en het in lid 2 bedoelde gebied vist, neemt de waarnemer aan boord en helpt hem bij de uitoefening van zijn taak tijdens zijn verblijf aan boord. De kapitein van een vaartuig dat is aangewezen om een waarnemer aan boord te nemen, neemt alle redelijke voorzorgen om het aan boord komen en het van boord gaan van deze waarnemer te vergemakkelijken. Tijdens zijn verblijf aan boord beschikt de waarnemer over een passende verblijf- en werkplaats. 7. De lidstaten dienen uiterlijk op 1 mei van elk jaar bij de Commissie een algemeen verslag in waarin de inhoud en de conclusies van de verslagen van de waarnemers die op de vaartuigen die hun vlag voeren zijn ingezet, worden geëvalueerd. 8. De in lid 1 bedoelde periode, het in lid 2 bedoelde gebied en de bepalingen betreffende in bijlage II vastgestelde bepalingen betreffende de indienstneming van de waarnemers kunnen door de Commissie worden gewijzigd overeenkomstig de procedure van artikel 24. Artikel 4 In afwijking van het bepaalde in artikel 19 is het verboden: - hoeveelheden gestreepte tonijn, grootoogtonijn en geelvintonijn die met ringzegens zijn gevangen in de wateren die onder de soevereiniteit of de jurisdictie van Portugal vallen in ICES-deelgebied X ten noorden van de breedtegraad 36°30' NB of in de CECAF-gebieden ten noorden van de breedtegraad 31° NB en ten oosten van de lengtegraad 17°30' WL aan boord te houden of in de genoemde gebieden met de genoemde vistuigen op deze soorten te vissen; - vissen van over grote afstanden trekkende soorten met drijfnetten te vangen in de wateren die onder de soevereiniteit of de jurisdictie van Spanje of van Portugal vallen in ICES-deelgebieden VIII, IX of X of in de CECAF-gebieden, rond de Canarische eilanden en Madeira, of deze vissen aan boord te houden of over te laden, of in de genoemde gebieden met de genoemde vistuigen op deze soorten te vissen. Artikel 5 1. Het is verboden met ringzegens te vissen op blauwvintonijn - van 1 tot en met 31 mei in de gehele Middellandse Zee en van 16 juli tot en met 15 augustus in de Middellandse Zee, met uitzondering van de Adriatische Zee voor vaartuigen die uitsluitend of voornamelijk in de Adriatische Zee vissen, - van 16 juli tot en met 15 augustus in de gehele Middellandse Zee en van 1 tot en met 31 mei in de Adriatische Zee voor de vaartuigen die uitsluitend of voornamelijk in de Middellandse Zee, met uitzondering van de Adriatische Zee, vissen. De lidstaten zien erop toe dat de bovenvermelde regels worden toegepast ten aanzien van alle vaartuigen die hun vlag voeren of die op hun grondgebied zijn geregistreerd. Voor deze verordening wordt de zuidelijke grens van de Adriatische Zee gevormd door een lijn die de Grieks-Albanese grens verbindt met Capo Santa Maria di Leuca. 2. Het is verboden in de periode van 1 tot en met 30 juni bij de visserij op blauwvintonijn in de Middellandse Zee gebruik te maken van vliegtuigen of helikopters. 3. Het is verboden in de Middellandse Zee met de drijvende beug op blauwvintonijn te vissen met vaartuigen van meer dan 24 meter in de periode van 1 juni tot en met 31 juli van elk jaar. Voor de bepaling van de lengte van het vaartuig moet worden uitgegaan van de definitie die is vastgesteld door de ICCAT en die is opgenomen in bijlage III. 4. De lengte van de vaartuigen als bepaald in bijlage III kan door de Commissie worden gewijzigd volgens de procedure van artikel 24. Hoofdstuk 2 - Minimummaten Artikel 6 1. Een over grote afstanden trekkende vissoort wordt geacht ondermaats te zijn indien de afmetingen ervan kleiner zijn dan de in bijlage IV voor de betrokken soorten vastgestelde minimummaten. 2. De in bijlage IV bepaalde minimummaten kunnen door de Commissie worden gewijzigd volgens de procedure van artikel 24. Artikel 7 Het is verboden ondermaatse vissen van over grote afstanden trekkende soorten aan boord te houden, over te laden, aan te landen, te vervoeren, op te slaan, ten toon te stellen met het oog op de verkoop, te koop aan te bieden, te verkopen en te verhandelen. Deze vissen moeten onmiddellijk terug overboord worden gezet. Het is verboden in de Gemeenschap ondermaatse vissen van over grote afstanden trekkende soorten in het vrije verkeer te brengen of te verhandelen. Artikel 8 De afmeting van een vis van een over een grote afstanden trekkende soort wordt bepaald zoals aangegeven in artikel 18 van Verordening (EG) nr. 850/98. Hoofdstuk 3 - Beperking van het aantal vaartuigen Artikel 9 1. De Commissie stelt volgens de procedure van artikel 24 het aantal en de totale capaciteit, uitgedrukt in brutoregisterton (BRT), vast van de communautaire vissersvaartuigen met een lengte van meer dan 24 meter die op grootoogtonijn als doelsoort vissen. Voor deze vaststelling wordt uitgegaan van het gemiddeld aantal en de capaciteit, uitgedrukt in brutoregisterton (BRT), van de communautaire vaartuigen die in de periode 1991/1992 in dat gebied op deze vissoort hebben gevist. 2. De lidstaten delen de Commissie uiterlijk op 31 januari van elk jaar de lijst mee van alle vaartuigen die hun vlag voeren en die op hun grondgebied zijn geregistreerd, die voornemens zijn in de loop van het jaar in gebied 1 op grootoogtonijn als doelsoort te gaan vissen. 3. In de lijsten wordt het intern nummer van het communautair gegevensbestand vermeld dat overeenkomstig artikel 5 van Verordening (EG) nr. 2090/98 van de Commissie van 30 september 1998 betreffende het communautaire gegevensbestand van vissersvaartuigen [14] aan het vaartuig is toegekend. [14] PB L 266 van 1.10.1998, blz. 27. 4. Op basis van de door de lidstaten overeenkomstig de leden 2 en 3 verstrekte gegevens kan de Commissie, volgens de procedure van artikel 8, lid 4, onder ii) van Verordening (EG) nr. 3760/92 tot invoering van een communautaire regeling voor de visserij en de aquacultuur [15], het aantal en de capaciteit, uitgedrukt in brutoregisterton (BRT) en bepaald overeenkomstig artikel 1, over de lidstaten verdelen. [15] PB L 389 van 31.12.1992, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1181/98 (PB L 164 van 9.6.1998, blz. 1). 5. Elke lidstaat deelt de Commissie vóór 15 augustus van elk jaar de lijst mee van de vissersvaartuigen met een lengte over alles van meer dan 24 meter die zijn vlag voeren en die op grootoogtonijn als doelsoort vissen. De Commissie deelt deze gegevens vóór 31 augustus van elk jaar mee aan het secretariaat van de ICCAT. 6. De in lid 5 bedoelde lijst bevat de volgende gegevens: - naam van het vaartuig, registratienummer, - de vorige vlaggestaat (eventueel), - de internationale radioroepnaam (eventueel), - vaartuigtype, lengte en brutotonnage (BRT), - naam en adres van de reder(s). Artikel 10 1. De Commissie stelt overeenkomstig de procedure van artikel 24 het aantal communautaire vissersvaartuigen vast die op witte tonijn als doelsoort vissen. Het aantal vaartuigen wordt vastgesteld op basis van de communautaire vissersvaartuigen die in de periode 1993-1995 op witte tonijn als doelsoort hebben gevist. 2. De lidstaten delen de Commissie uiterlijk op 31 januari van elk jaar de lijst mee van alle vaartuigen die hun vlag voeren en die op hun grondgebied zijn geregistreerd, die voornemens zijn in de loop van het jaar in gebied 1 op witte tonijn als doelsoort te gaan vissen. 3. In de lijsten wordt het intern nummer van het communautair gegevensbestand vermeld dat overeenkomstig artikel 5 van Verordening (EG) nr. 2090/98 aan het vaartuig is toegekend. 4. Op basis van de door de lidstaten overeenkomstig de leden 2 en 3 verstrekte gegevens kan de Commissie, volgens de procedure van artikel 8, lid 4, onder ii), van Verordening (EG) nr. 3760/92, het aantal vaartuigen, bepaald overeenkomstig lid 1, over de lidstaten verdelen. 5. Elke lidstaat deelt de Commissie vóór 15 mei van elk jaar de lijst mee van de vaartuigen die zijn vlag voeren en die deelnemen aan de gerichte visserij op witte tonijn. In deze lijst worden de vissersvaartuigen die een experimentele visserij als alternatief voor het gebruik van drijfnetten beoefenen, niet opgenomen. De Commissie deelt deze gegevens vóór 30 mei van elk jaar mee aan het secretariaat van de ICCAT. Hoofdstuk 4 - Overige maatregelen Artikel 11 De lidstaten nemen de nodige maatregelen om het gebruik van sneu in monofilamentdraad op de wartels aan te moedigen, teneinde het gemakkelijker te maken om blauwe en witte marlijn vrijwillig levend over boord te zetten. Artikel 12 In afwijking van het bepaalde in artikel 31 van Verordening (EG) nr. 850/98 is het gebruik van elektrische stroom of harpoenkanonnen voor de vangst van tonijn en reuzenhaai (Cetorhinus maximus) in het Skagerrak en het Kattegat toegestaan. Titel III - Technische maatregelen van toepassing in gebied 2 Artikel 13 Lijst van de vaartuigen 1. Elke lidstaat deelt de Commissie vóór 15 juni van elk jaar de lijst mee van de vissersvaartuigen met een lengte over alles van meer dan 24 meter die zijn vlag voeren en die in het voorgaande jaar in gebied 2 op grootoogtonijn, geelvintonijn en gestreepte tonijn hebben gevist. De Commissie deelt deze gegevens vóór 30 juni van elk jaar mee aan het secretariaat van de IOTC. 2. De in lid 1 bedoelde lijst moet de volgende gegevens bevatten: - naam van het vaartuig - registratienummer, - de vorige vlaggestaat (eventueel), - de internationale radioroepnaam (eventueel), - vaartuigtype, lengte en brutotonnage (BRT), - naam en adres van de reder, gezagvoerder of bevrachter. Titel IV - Technische maatregelen van toepassing in gebied 3 Artikel 14 Dolfijnsterftelimieten (DSL's) 1. Alleen communautaire vissersvaartuigen die vissen overeenkomstig de voorwaarden die zijn vastgesteld in de Overeenkomst inzake het internationale programma voor het behoud van dolfijnen en die beschikken over een DSL mogen scholen of groepen dolfijnen met ringzegens insluiten bij het vissen op geelvintonijn in gebied 3. 2. Onder 'DSL" wordt verstaan de dolfijnsterftelimiet als bepaald in het artikel van de Overeenkomst inzake het internationale programma voor het behoud van dolfijnen. Artikel 15 Toekenning van de DSL's 1. De lidstaten delen de Commissie vóór 15 september van elk jaar de volgende gegevens mee: - de lijst van de vaartuigen die hun vlag voeren en waarvan het laadvermogen groter is dan 363 metrieke ton (400 ton netto) en die een DSL hebben gevraagd voor het gehele volgende jaar; - een lijst van de vaartuigen die hun vlaggen voeren die in de loop van het volgende jaar misschien in het gebied zullen gaan vissen; - een lijst van de vaartuigen die hun vlag voeren die een DSL hebben gevraagd voor de eerste of de tweede helft van het volgende jaar; - voor elk vaartuig dat een DSL aanvraagt, een certificaat waaruit blijkt dat het vaartuig beschikte over alle voor de bescherming van dolfijnen vereiste vistuigen en apparatuur en dat de kapitein een erkende opleiding heeft gevolgd in de techniek van het opnieuw overboord zetten en het redden van dolfijnen. 2. De lidstaten verifiëren of de aanvragen om DSL's voldoen aan de voorwaarden die zijn bepaald in de Overeenkomst inzake het internationale programma voor het behoud van dolfijnen en in de door de IATTC aangenomen instandhoudingsmaatregelen. 3. De Commissie onderzoekt de lijsten en de overeenstemming ervan met de bepalingen van de Overeenkomst inzake het internationale programma voor het behoud van dolfijnen en van de door de IATTC aangenomen instandhoudingsmaatregelen en deelt ze mee aan de directeur van de IATTC. Indien bij het onderzoek van een aanvraag door de Commissie blijkt dat deze aanvraag niet voldoet aan de in dit lid bepaalde voorwaarden, deelt de Commissie de betrokken lidstaat onmiddellijk mee dat zij de aanvraag of een deel ervan niet aan de directeur van de IATTC kan doorzenden, en deelt zij hem de redenen hiervoor mee. 4. De Commissie deelt elke lidstaat de totale DSL mee die over de vaartuigen die zijn vlag voeren moet worden verdeeld. 5. De lidstaten delen vóór 15 januari van elk jaar aan de Commissie de verdeling van de DSL's over de vaartuigen die hun vlag voeren, mee. 6. De Commissie deelt vóór 1 februari van elk jaar aan de directeur van de IATTC de lijst en de verdeling van de DSL's over de communautaire vissersvaartuigen mee. Artikel 16 Beperking van de capaciteit 1. De totale capaciteit van de communautaire vissersvaartuigen die op geelvintonijn (Thunnus albacares) mogen vissen met ringzegens is vastgesteld op 7.885 metrieke ton. 2. De lidstaten delen de Commissie uiterlijk op 31 januari van elk jaar de lijst mee van de vaartuigen die hun vlagen voeren en die op hun grondgebied zijn geregistreerd, die voornemens zijn in de loop van het jaar in gebied 3 op geelvintonijn (Thunnus albacares) te vissen met de ringzegen. 3. In de lijsten moet het intern nummer van het communautaire gegevensbestand van vissersvaartuigen, dat overeenkomtig artikel 5 van Verordening (EG) nr. 2090/98 aan het vaartuig is toegekend, worden vermeld. 4. Op grond van de door de lidstaten overeenkomstig de leden 2 en 3 verstrekte gegevens kan de Raad de in lid 1 bedoelde capaciteit over de lidstaten verdelen volgens de in artikel 8, lid 4, onder ii) van Verordening (EG) nr. 3760/92, vermelde procedure. Artikel 17 Overige maatregelen 1. Het gebruik van hulpvaartuigen ter ondersteuning van vaartuigen die vissen met behulp van visaggregerende voorzieningen is verboden. 2. Er mogen geen vissen op zee worden overgeladen. Titel V - Technische maatregelen van toepassing in gebied 4 Artikel 18 In afwijking van het bepaalde in artikel 2, zijn de artikelen 19, 20, 21 en 22 niet van toepassing in de wateren die onder de toepassing van Verordening (EEG) nr. 88/98 van de Raad van 18 december 1997 houdende technische maatregelen voor de instandhouding van de visbestanden in de Oostzee, de Belten en de (reskund [16] vallen. [16] PB L 9 van 15.1.1998, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening nr. 1520/98 (PB L 204 van 17.7.1998, blz. 1.). Artikel 19 Lengte van de drijfnetten Geen enkel vaartuig mag één of meer drijfnetten waarvan de individuele of gezamenlijke lengte groter is dan 2,5 km aan boord hebben of ermee vissen. Artikel 20 1. Elk vissersvaartuig dat met één of meer drijfnetten vist op de in bijlage V vermelde soorten moet de volgende voorwaarden in acht nemen: - tijdens het vissen moet het net voortdurend vanaf het vaartuig in het oog worden gehouden, - aan elk uiteinde van de netten moeten vlottende boeien voorzien van radarreflectoren worden bevestigd om permanent de ligging ervan te kunnen bepalen. Deze boeien moeten steeds gemerkt zijn met de letter(s) en het registratienummer van het vaartuig waarbij ze horen. 2. De kapitein van een vissersvaartuig die een of meer drijfnetten als bedoeld in lid 1 gebruikt, houdt een logboek bij waarin dagelijks de volgende gegevens moeten worden genoteerd: - de totale lengte van de netten aan boord, - de gezamenlijke lengte van de bij elke visactie gebruikte netten, - de hoeveelheden van elke soort die bij elke visactie zijn gevangen, met inbegrip van de bijvangsten en de terug overboord gezette hoeveelheden van walvisachtigen, zeereptielen en -vogels, - de hoeveelheden van elke soort die aan boord zijn gehouden, - de datum en de plaats van de vangsten. 3. Elke kapitein als bedoeld in lid 2 moet bij de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waar de aanvoer plaatsvindt een verklaring indienen waarin ten minste de aangevoerde hoeveelheden, per soort, en de vangstdata en -gebieden worden vermeld. 4. De kapitein van een vaartuig dat een of meer in lid bedoelde drijfnetten gebruikt, die gebruik wenst te maken van een aanvoerplaats in een andere lidstaat geeft de bevoegde autoriteiten van deze lidstaat ten minste twee uur voor zijn aankomst in de haven kennis van de haven waarin en het uur waarop hij zijn vangst zal aanvoeren. 5. Elk vissersvaartuig dat een of meer in lid 1 bedoelde drijfnetten gebruikt, moet de door de bevoegde autoriteiten van de vlaggestaat vooraf afgegeven machtiging tot het uitoefenen van de visserij aan boord hebben. Artikel 21 Verbod op het gebruik van drijfnetten 1. Met ingang van 1 januari 2002 is het verboden een of meer drijfnetten die zijn bestemd voor de vangst van de in bijlage V vermelde soorten aan boord te hebben of er een visserijactiviteit mee uit te oefenen. 2. Met ingang van 1 januari 2002 is het verboden vissen van de in bijlage V vermelde soorten, die zijn gevangen met drijfnetten, aan te voeren. 3. Tot en met 31 december 2001 mag een vissersvaartuig een of meer drijfnetten als bedoeld in lid 1 aan boord hebben of gebruiken om te vissen indien door de bevoegde autoriteiten van de vlaggestaat een machtiging daartoe aan het vaartuig is afgegeven. In 1998 mag het maximumaantal vaartuigen dat een lidstaat kan machtigen om een of meer drijfnetten aan boord te hebben of te gebruiken om te vissen, ten hoogste gelijk zijn aan 60 % van de vissersvaartuigen die in de periode 1995-1997 een of meer drijfnetten hebben gebruikt. 4. De lidstaten delen de Commissie vóór 30 april van elk jaar, voor elke doelsoort, de lijst mee van de in lid 3 bedoelde vaartuigen die gemachtigd zijn de visserij met drijfnetten te beoefenen. Artikel 22 Wanneer de in de artikelen 19, 20 en 21 bedoelde verplichtingen niet worden nagekomen, nemen de bevoegde autoriteiten, overeenkomstig artikel 31 van Verordening (EEG) nr. 2847/93, passende maatregelen ten aanzien van de betrokken vaartuigen. Artikel 23 Beperkingen op het gebruik van ringzegens Het is verboden scholen of groepen zeezoogdieren met ringzegens in te sluiten, behalve voor de in artikel 14 bedoelde vaartuigen. Titel VI - Slotbepalingen Artikel 24 1. De Commissie wordt bijgestaan door een Comité voor de visserij en de aquacultuur (hierna "het Comité" genoemd). 2. Wanneer naar dit artikel wordt verwezen, is de in artikel 4 en in artikel 7 van Besluit 1999/468/EG bedoelde beheersprocedure van toepassing. De in artikel 4, lid 3, van Besluit 1999/468/EG bedoelde periode wordt vastgesteld op één maand. 3. Het Comité stelt zijn eigen procedurevoorschriften vast. Artikel 25 1. Verordening (EG) nr. 894/97 wordt ingetrokken. 2. De artikel 24, 33 en 41 van Verordening (EG) nr. 850/98 en de vermeldingen betreffende blauwvintonijn en zwaardvis in bijlage XII bij de verordening worden geschrapt. 3. De artikelen 3bis en 5bis van Verordening (EG) nr. 1626/94 en de vermeldingen betreffende blauwvintonijn in bijlage IV, alsmede bijlage V, worden geschrapt. 4. De verwijzingen naar voornoemde verordening en voornoemde artikelen en bijlagen worden geacht te zijn gedaan naar de onderhavige verordening en moeten worden gelezen overeenkomstig de in bijlage VI opgenomen concordantietabel. Artikel 26 Deze verordening treedt in werking op de zevende dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat. Gedaan te Brussel, Voor de Raad De Voorzitter BIJLAGE I Lijst van de in deze verordening bedoelde soorten - Witte tonijn: Thunnus alalunga - Blauwvintonijn: Thunnus thynnus - Grootoogtonijn: Thunnus obesus - Gestreepte tonijn: Katsuwonus pelamis - Boniet: Sarda sarda - Geelvintonijn: Thunnus albacares - Zwartvintonijn: Thunnus atlanticus - Dwergtonijnen: Euthynnus spp. - Zuidelijke blauwvintonijn: Thunnus maccoyii - Kogeltonijn: Auxis spp. - Braam: Brama rayi - Marlijn: Tetrapturus spp.; Makaira spp. - Zeilvissen: Istiophorus spp. - Zwaardvissen: Xiphias gladius - Makreelgeep: Scomberesox spp.; Cololabis spp. - Haaien: Hexanchus griseus; Cetorhinus maximus; Alopiidae; Carcharhinidae; Sphymidae; Isuridae; Lamnidae - Koppotigen: (toutes les espèces) - Walvisachtigen (walvissen en bruinvissen) : Physeteridae ; Belaenopteridae ; Balenidae ; Eschrichtiidae ; Monodontidae ; Ziphiidae ; Delphinidae. BIJLAGE II In artikel 3 bedoelde bepalingen 1. Aanstelling van waarnemers a) Om te voldoen aan de verplichting inzake waarnemers, benoemen de lidstaten naar behoren geschoold personeel met voldoende ervaring. Het personeel moet de volgende bekwaamheden bezitten om zijn taken uit te voeren: - voldoende ervaring om de vissoorten en de vistuigen te kunnen identificeren, - vertrouwd zijn met navigatie op zee, - voldoende kennis hebben van de instandhoudingsmaatregelen van de ICCAT, - in staat zijn om, indien nodig, elementaire wetenschappelijke taken, zoals het nemen van monsters, goed uit te voeren en waarnemingen te doen en deze correct te noteren, - een goede kennis te bezitten van de taal van de vlaggestaat van het waargenomen vaartuig. b) De lidstaten nemen de nodige maatregelen opdat de waarnemers op het overeengekomen tijdstip en op de overeengekomen plaats aan boord van de vissersvaartuigen kunnen gaan en om hun vertrek aan het einde van de waarnemingsperiode te vergemakkelijken. 2. Taken van de waarnemers De waarnemers hebben als voornaamste taak toe te zien op de naleving van het in artikel 1 bepaalde verbod. De aangewezen waarnemers: a) constateren de visserijactiviteiten van de betrokken vaartuigen en noteren ze in een rapport; b) dienen binnen 20 dagen na het einde van de waarnemingsperiode bij de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaten een rapport in; in dat rapport moeten de voornaamste vaststellingen van de waarnemer worden beschreven en moeten de verzamelde biologische gegevens worden vermeld. 3. Betrekkingen met de kapiteins van de vissersvaartuigen a) De kapitein wordt tijdig in kennis gesteld van de datum en de plaats waar hij de waarnemer aan boord moet nemen en van de vermoedelijke duur van de waarnemingsperiode. b) De kapitein van het vaartuig kan vragen dat hem een exemplaar van het rapport van de waarnemer wordt verstrekt. BIJLAGE III Definitie van scheepslengte volgens de ICCAT: - voor vissersvaartuigen die na 18 juli 1982 zijn gebouwd: 96 % van de lengte over alles op de waterlijn op 85 % van de kleinste holte naar de mal gemeten van de bovenzijde van de kiel, of de lengte van de voorzijde van de voorsteven tot de hartlijn van de roerkoning op die waterlijn, indien deze lengte groter is. Bij schepen welke met stuurlast ontworpen zijn, moet de waterlijn waarop deze lengte wordt gemeten, evenwijdig aan de ontwerp-lastlijn worden genomen; - voor vissersvaartuigen die vóór 18 juli 1982 zijn gebouwd: de registratielengte zoals die voorkomt in de nationale registers of in enig ander officieel document waarin het vaartuig is opgetekend. BIJLAGE IV MINIMUMMAAT Soorten // Minimummaten Zwaardvissen (Xiphias gladius) [17] [18] // 25 kg of 125 cm (onderkaak) [17] Deze minimummaat is slechts van toepassing in de Atlantische Oceaan. [18] De in artikel 7 bepaalde regels gelden evenwel niet voor vissen met een gewicht van minder dan 25 kg of een lengte van minder dan 125 cm die toevallig zijn meegevangen, voor zover ze niet meer dan 15 % van het totale aantal vissen uitmaken. Blauwvintonijn (Thunnus Thynnus) [19] // 6,4 kg of 70 cm [19] De in artikel 7 bepaalde regels gelden evenwel niet voor vissen met een gewicht tussen 3,2 kg en 6,4 kg die toevallig zijn meegevangen, voor zover zij niet meer dan 15 % van het totale aantal uitmaken. Geelvintonijn (Thunnus albacores) [20] // 3,2 kg [20] De in artikel 7 bepaalde regels gelden evenwel niet voor vissen met een gewicht van minder dan 3,2 kg die toevallig zijn meegevangen, voor zover zij niet meer dan 15 % van het totale aantal uitmaken. Grootoogtonijn (Thunnus obesus) [21] // 3,2 kg [21] De in artikel 7 bepaalde regels gelden evenwel niet voor vissen met een gewicht van minder dan 3,2 kg die toevallig zijn meegevangen, voor zover zij niet meer dan 15 % van het totale aantal uitmaken. BIJLAGE V - Witte tonijn: Thunnus alalunga - Blauwvintonijn: Thunnus thynnus - Grootoogtonijn: Thunnus obesus - Gestreepte tonijn: Katsuwonus pelamis - Boniet: Sarda sarda - Geelvintonijn: Thunnus albacares - Zwartvintonijn: Thunnus atlanticus - Dwergtonijnen: Euthynnus spp. - Zuidelijke blauwvintonijn : Thunnus maccoyii - Kogeltonijn: Auxis spp. - Braam : Brama rayi - Marlijn: Tetrapturus spp.; Makaira spp. - Zeilvissen: Istiophorus spp. - Zwaardvissen: Xiphias gladius - Makreelgeep: Scomberesox spp.; Cololabis spp. - Haaien: Hexanchus griseus; Cetorhinus maximus; Alopiidae; Carcharhinidae; Sphymidae; Isuridae; Lamnidae - Koppotigen: (alle soorten) BIJLAGE VI CONCORDANTIETABEL Verordening (EG) nr. 894/97 // Deze verordening Artikel 11 Artikel 11bis Artikel 11ter Artikel 11 quarter Bijlage VIII // Artikel 19 Artikel 21 Artikel 20 en 22 Artikel 2 en 18 Bijlage V Verordening (EG) nr. 850/98 // Deze verordening Artikel 24 Artikel 33, lid 1 Artikel 33, lid 2 Artikel 33, lid 3 Artikel 41 Bijlage XII, wat betreft gewone tonijn en zwaardvis // Artikel 4 Artikel 23 Artikel 2 Artikel 14, lid 1 Artikel 12 Bijlage IV Verordening (EG) nr. 1626/94 // Deze verordening Artikel 3bis Artikel 5bis Bijlage IV, wat gewone tonijn betreft Bijlage V // Artikel 5 Artikel 5 Bijlage IV Bijlage III