52000PC0346(01)

Voorstel voor een verordening van de Raad tot wijziging van Verordening (EG) Nr. 974/98 over de invoering van de euro /* COM/2000/0346 def. - CNS 2000/0137 */

Publicatieblad Nr. C 177 E van 27/06/2000 blz. 0098 - 0098


Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD tot wijziging van Verordening (EG) Nr. 974/98 over de invoering van de euro

(Door de Commissie ingediend)

TOELICHTING

Op 3 mei 2000 heeft de Commissie haar goedkeuring gehecht aan een voorstel voor een beschikking van de Raad overeenkomstig artikel 122, lid 2, van het Verdrag, waarin wordt bepaald dat Griekenland voldoet aan de nodige voorwaarden voor de aanneming van de ene munt en dat de derogatie van Griekenland met ingang van 1 januari 2001 wordt opgeheven.

In geval van een positief besluit zal de Raad vervolgens de omrekeningskoers tussen de euro en de drachme moeten vaststellen die op 1 januari 2001 van kracht zal worden, en daarnaast ook de overige maatregelen moeten nemen die voor de invoering van de euro in Griekenland noodzakelijk zijn.

I. Algemene overwegingen

De geplande datum voor de aanneming van de euro door Griekenland valt midden in de overgangsperiode (1 januari 1999 tot en met 31 december 2001) tijdens dewelke de voormalige munteenheden van de deelnemende lidstaten onderverdelingen van de euro zijn. Vanaf 1 januari 2002 zullen in euro luidende bankbiljetten en muntstukken in omloop worden gebracht. De reikwijdte van de voor de invoering van de euro in Griekenland te nemen maatregelen is grotendeels afhankelijk van de vraag of Griekenland aan de na 1 januari 2001 resterende duur van de overgangsperiode genoeg heeft om zich op de invoering van de euro voor te bereiden. Daar Griekenland zal kunnen profiteren van de ervaring die in de andere landen met de voorbereidingen voor 2002 is opgedaan, mag worden aangenomen dat het land in staat zal zijn zich aan de voor het einde van de overgangsperiode vastgestelde datum te houden en dat het derhalve niet nodig zal blijken specifieke bepalingen aan het rechtskader van de euro toe te voegen.

De twee verordeningen van de Raad die van het rechtskader van de euro deel uitmaken (Verordening (EG) Nr. 974/98 over de invoering van de euro [1] en Verordening (EG) Nr. 1103/97 over enkele bepalingen betreffende de invoering van de euro [2]), kunnen derhalve onverkort op Griekenland worden toegepast. De enige reden waarom zij moeten worden gewijzigd, is om Griekenland en zijn munteenheid in het bestaande kader op te nemen.

[1] PB L 139 van 11.5.1998, blz. 1-5.

[2] PB L 162 van 19.6.1997, blz. 1-3.

II. Toelichting op de artikelen

Artikel 1

Het eerste lid van dit artikel wijzigt drie definities vervat in artikel 1 van Verordening (EG) Nr. 974/98: Griekenland wordt opgenomen in de definitie van "deelnemende lidstaten", de definitie van "omrekeningskoers" wordt uitgebreid met de omrekeningskoersen die op grond van artikel 123, lid 5, van het Verdrag (ex artikel 109 L, lid 5) na de aanvang van de derde fase van de EMU worden vastgesteld, en de definitie van "nationale munteenheden" wordt uitgebreid tot de nationale munteenheden die na de aanvang van de derde fase door de euro worden vervangen.

Het tweede lid bepaalt dat de euro met ingang van 1 januari 2001 de drachme vervangt als de munteenheid van Griekenland.

Artikel 2

Dit artikel stelt de datum van inwerkingtreding van de verordening vast op 1 januari 2001 en draagt er aldus zorg voor dat de verordening van toepassing zal zijn op de datum waarop de overige besluiten van de Raad in verband met de aanneming van de euro door Griekenland in werking treden, namelijk de datum waarop de derogatie wordt opgeheven en de datum waarop de omrekeningskoers van de drachme van kracht wordt.

2000/0137 (CNS)

Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD tot wijziging van Verordening (EG) Nr. 974/98 van de Raad over de invoering van de euro

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 123, lid 4, derde zin, en artikel 123, lid 5,

Gezien het voorstel van de Commissie, [3]

[3] ...

Gezien het advies van het Europees Parlement, [4]

[4] ...

Gezien het advies van de Europese Centrale Bank, [5]

[5] ...

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Verordening (EG) Nr. 974/98 van 3 mei 1998 over de invoering van de euro [6] voorziet in de vervanging door de euro van de munteenheden van de lidstaten die bij de overgang van de Gemeenschap naar de derde fase van de Economische en Monetaire Unie voldeden aan de nodige voorwaarden voor de aanneming van de ene munt. Genoemde verordening bevat eveneens regels die tijdens de op 31 december 2001 aflopende overgangsperiode op de nationale munteenheden van deze lidstaten van toepassing zijn, alsook regels inzake bankbiljetten en muntstukken.

[6] PB L 139 van 11.5.1998, blz. 1-5.

(2) Beschikking 98/317/EG van 3 mei 1998 overeenkomstig artikel 121, lid 4, van het Verdrag bepaalde dat Griekenland niet voldeed aan de nodige voorwaarden voor de aanneming van de ene munt.

(3) Ingevolge Beschikking 00/.../EG van 20 juni 2000 overeenkomstig artikel 122, lid 2, van het Verdrag voldoet Griekenland thans wel aan de nodige voorwaarden en wordt de derogatie van Griekenland met ingang van 1 januari 2001 opgeheven.

(4) De invoering van de euro in Griekenland vereist de uitbreiding tot Griekenland van de bepalingen betreffende de invoering van de euro die van toepassing zijn in de lidstaten waar de euro werd ingevoerd bij de overgang van de Gemeenschap naar de derde fase van de Economische en Monetaire Unie.

(5) In de gevallen dat de munteenheid van een lidstaat door de euro wordt vervangen na de datum waarop de Gemeenschap naar de derde fase van de Economische en Monetaire Unie is overgegaan, dient de definitie van "nationale munteenheden" betrekking te hebben op de munteenheid van de lidstaat zoals deze munteenheid onmiddellijk vóór de invoering van de euro in deze lidstaat was gedefinieerd.

(6) De bepalingen met betrekking tot de overgangsperiode zijn met ingang van 1 januari 2001 op Griekenland van toepassing,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1. Artikel 1 van Verordening (EG) Nr. 974/98 wordt als volgt gewijzigd:

- in het eerste streepje wordt het woord "Griekenland" ingevoegd tussen de woorden "Duitsland" en "Spanje";

- in het derde streepje worden de woorden "of overeenkomstig lid 5 van dit artikel" ingevoegd na het woord "Verdrag";

- aan het einde van het vijfde streepje worden de woorden "of, in voorkomend geval, op de dag vóór de vervanging door de euro van de munteenheid van een lidstaat die de euro op latere datum aanneemt" toegevoegd.

2. De eerste zin van artikel 2 van Verordening (EG) Nr. 974/98 wordt vervangen door de volgende tekst: "Met ingang van 1 januari 1999 is de euro de munteenheid van de deelnemende lidstaten met uitzondering van Griekenland. Met ingang van 1 januari 2001 is de euro de munteenheid van Griekenland."

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2001.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, op [...]

Voor de Raad

De Voorzitter