Voorstel voor een besluit van de Raad betreffende het standpunt van de Gemeenschap ten aanzien van het reglement van orde ingevolge artikel 63 van de Euro-Mediterrane Interim-Associatieovereenkomst voor handel en samenwerking tussen de Europese Gemeenschap enerzijds, en de Palestijnse bevrijdingsorganisatie (PLO) ten behoeve van de Palestijnse Autoriteit van de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook anderzijds /* COM/2000/0305 def. - ACC 2000/0059 */
2000/0059 (ACC) Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende het standpunt van de Gemeenschap ten aanzien van het reglement van orde ingevolge artikel 63 van de Euro-Mediterrane Interim-Associatieovereenkomst voor handel en samenwerking tussen de Europese Gemeenschap enerzijds, en de Palestijnse bevrijdingsorganisatie (PLO) ten behoeve van de Palestijnse Autoriteit van de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook anderzijds, (door de Commissie ingediend) TOELICHTING 1. De Euro-Mediterrane interim-associatieovereenkomst voor handel en samenwerking tussen de Europese Gemeenschap enerzijds, en de Palestijnse bevrijdingsorganisatie (PLO) ten behoeve van de Palestijnse Autoriteit van de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook anderzijds, is op 1 juli 1997 in werking getreden. 2. Uit hoofde van artikel 63, lid 1, van de Overeenkomst werd er een Gemengd Comité voor handel en samenwerking tussen de Europese Gemeenschap en de Palestijnse Autoriteit opgericht. 3. Op verzoek van voorzitter Arafat heeft Commissaris Patten de eerste vergadering van het Gemengd Comité bijeengeroepen voor 22 mei 2000. 4. Ingevolge artikel 63, lid 3, van de Overeenkomst stelt het Gemengd Comité zijn eigen reglement van orde vast. 5. De Commissie verzoekt de Raad derhalve het standpunt van de Gemeenschap te bepalen dat in de vergadering van 22 mei 2000 aan het Gemengd Comité zal worden voorgelegd. 2000/0059 (ACC) Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende het standpunt van de Gemeenschap ten aanzien van het reglement van orde ingevolge artikel 63 van de Euro-Mediterrane Interim-Associatieovereenkomst voor handel en samenwerking tussen de Europese Gemeenschap enerzijds, en de Palestijnse bevrijdingsorganisatie (PLO) ten behoeve van de Palestijnse Autoriteit van de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook anderzijds, DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel 133, juncto artikel 300, lid 2, eerste zin, Gelet op het voorstel van de Commissie, Overwegende hetgeen volgt: (1) Op 2 juni 1997 werd de Euro-Mediterrane interim-associatieovereenkomst voor handel en samenwerking tussen de Europese Gemeenschap enerzijds en de Palestijnse bevrijdingsorganisatie (PLO) ten behoeve van de Palestijnse Autoriteit van de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook anderzijds, gesloten, (2) Ingevolge artikel 63, lid 3, van die Overeenkomst stelt het Gemengd Comité zijn eigen reglement van orde vast, BESLUIT: Enig artikel Het standpunt dat de Gemeenschap zal innemen in het Gemengd Comité dat opgericht is ingevolge artikel 63 van de Euro-Mediterrane interim-associatieovereenkomst voor handel en samenwerking tussen de Europese Gemeenschap, enerzijds, en de Palestijnse bevrijdingsorganisatie (PLO) ten behoeve van de Palestijnse Autoriteit van de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook, anderzijds, met betrekking tot het vaststellen van het reglement van orde is gebaseerd op het bij dit besluit gevoegde ontwerp-besluit van het Gemengd Comité. Gedaan te Brussel, Voor de Raad De voorzitter BIJLAGE Ontwerp BESLUIT Nr. ... VAN HET GEMENGD COMITÉ VAN ... houdende vaststelling van zijn reglement van orde ingevolge artikel 63, lid 3, van de Euro-Mediterrane Interim-Associatieovereenkomst voor handel en samenwerking tussen de Europese Gemeenschap enerzijds en de Palestijnse bevrijdingsorganisatie (PLO) ten behoeve van de Palestijnse Autoriteit van de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook anderzijds HET GEMENGD COMITÉ, Gelet op de Euro-Mediterrane interim associatieovereenkomst voor handel en samenwerking tussen de Europese Gemeenschap, enerzijds, en de Palestijnse bevrijdingsorganisatie (PLO) ten behoeve van de Palestijnse Autoriteit van de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook, anderzijds, inzonderheid op de artikelen 63 tot en met 67, Overwegende dat de interim overeenkomst op 1 juli 1997 in werking is getreden, BESLUIT: Artikel 1 Voorzitterschap Het Gemengd Comité wordt beurtelings voor een periode van twaalf maanden voorgezeten door de Commissie van de Europese Gemeenschap, namens de Gemeenschap, en een vertegenwoordiger van de Palestijnse Autoriteit. De eerste periode begint op de datum van de eerste vergadering van het Gemengd Comité en eindigt op 31 december 2000. Artikel 2 Zittingen Het Gemengd Comité komt periodiek, eens per jaar, of telkens wanneer de omstandigheden zulks vereisen, op initiatief van zijn voorzitter bijeen. De zittingen van het Gemengd Comité worden door de secretarissen van het Gemengd Comité gezamenlijk in overleg met de voorzitter bijeengeroepen. Artikel 3 Samenstelling Het Gemengd Comité bestaat uit vertegenwoordigers van de Gemeenschap en van de Palestijnse Autoriteit. De Commissie, bijgestaan door vertegenwoordigers van de lidstaten, vertegenwoordigt de Gemeenschap in het Gemengd Comité. Artikel 4 Delegaties De leden van het Gemengd Comité mogen zich laten vergezellen door ambtenaren. De voorzitter wordt voor elke vergadering in kennis gesteld van de voorgenomen samenstelling van de delegatie van elke partij. Een vertegenwoordiger van de Europese Investeringsbank woont de vergaderingen van het Gemengd Comité als waarnemer bij wanneer er punten op de agenda staan die de Bank aangaan. Het Gemengd Comité kan in onderling overleg tussen de partijen, deskundigen uitnodigen zijn vergaderingen bij te wonen teneinde over bepaalde onderwerpen inlichtingen te verstrekken. Artikel 5 Secretariaat Een ambtenaar van de Commissie van de Europese Gemeenschap en de algemene PLO-delegatie in Brussel treden gezamenlijk op als secretarissen van het Gemengd Comité. Artikel 6 Correspondentie Correspondentie gericht aan het Gemengd Comité wordt toegezonden aan de voorzitter van het Gemengd Comité op het adres van de Commissie. De beide secretarissen zien er op toe dat de correspondentie wordt doorgezonden aan de voorzitter van het Gemengd Comité. Mededelingen van de voorzitter van het Gemengd Comité worden door de beide secretarissen aan de geadresseerden gezonden; Artikel 7 Openbaarheid De zittingen van het Gemengd Comité zijn niet openbaar, tenzij anders besloten wordt. Artikel 8 Agenda van de zittingen 1. De voorzitter stelt voor elke zitting een voorlopige agenda op. Deze wordt door de secretarissen van het Gemengd Comité uiterlijk 15 dagen voor het begin van de zitting naar de in artikel 6 bedoelde geadresseerden gezonden. De voorlopige agenda omvat de punten waarvoor de voorzitter uiterlijk 21 dagen voor het begin van de zitting een verzoek tot het opnemen op de agenda heeft ontvangen; een punt wordt evenwel pas op de voorlopige agenda geplaatst als de desbetreffende stukken uiterlijk op de datum waarop de agenda wordt verzonden, zijn binnengekomen bij de secretarissen. De agenda wordt bij het begin van iedere zitting door het Gemengd Comité vastgesteld. Andere punten dan de op de voorlopige agenda vermelde punten kunnen op de agenda worden geplaatst als beide partijen daarmee instemmen. 2. De voorzitter kan met instemming van beide partijen de in lid 1 vermelde termijnen inkorten als dat in een bepaald geval vereist is. Artikel 9 Notulen Van elke zitting worden door de twee secretarissen ontwerp-notulen opgesteld. In de notulen worden over het algemeen voor ieder agendapunt de volgende gegevens vermeld: - de aan het Gemengd Comité voorgelegde documenten, - de verklaringen die op verzoek van een lid van het Gemengd Comité worden opgenomen, - de besluiten, verklaringen en conclusies van het Gemengd Comité. De ontwerp-notulen worden het Gemengd Comité ter goedkeuring voorgelegd. Zij worden uiterlijk drie maanden na elke vergadering van het Gemengd Comité goedgekeurd. Wanneer de notulen zijn goedgekeurd worden zij door de voorzitter en de beide secretarissen ondertekend. De notulen worden bewaard in de archieven van de Commissie; een gewaarmerkt afschrift wordt aan elk van de in artikel 6 genoemde geadresseerden toegezonden. Artikel 10 Besluiten, resoluties, aanbevelingen of adviezen 1. De besluiten van het Gemengd Comité worden in onderlinge overeenstemming tussen de partijen vastgesteld. In de periode tussen zittingen in kan het Gemengd Comité besluiten nemen via een schriftelijke procedure, indien beide partijen daarmee instemmen. De besluiten van het Gemengd Comité in de zin van artikel 63, lid 1, tweede alinea van de interim associatieovereenkomst dragen de titel "besluit" gevolgd door een volgnummer, de datum van goedkeuring en een omschrijving van het onderwerp. De besluiten van het Gemengd Comité worden ondertekend door de voorzitter en gewaarmerkt door de twee secretarissen. Besluiten worden toegezonden naar elk van de in artikel 6 bedoelde geadresseerden. Het Gemengd Comité kan beslissen over de bekendmaking van zijn besluiten in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen en het Publicatieblad van de Palestijnse Autoriteit van de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook. 2. Het Gemengd Comité kan ook resoluties, aanbevelingen of adviezen formuleren die het voor het bereiken van de gemeenschappelijke doelstellingen en het probleemloos functioneren van de Overeenkomst wenselijk acht. Artikel 11 Talen De officiële talen van het Gemengd Comité zijn de officiële talen van de twee partijen. Voor zijn beraadslagingen gaat het Gemengd Comité, tenzij anders wordt beslist, uit van de in deze talen opgestelde documenten. Artikel 12 Kosten De Gemeenschap en de Palestijnse Autoriteit dragen bij deelneming aan vergaderingen van het Gemengd Comité elk hun eigen personeels-, reis- en verblijfkosten en hun eigen kosten voor post en telecommunicatie. De kosten die verbonden zijn aan het tolken op vergaderingen en voor de vertaling en de vermenigvuldiging van de documenten komen ten laste van de Gemeenschap, met uitzondering van de kosten voor vertolking of vertaling uit of in het Arabisch, welke voor rekening van de Palestijnse Autoriteit komen. Andere kosten die verbonden zijn aan de materiële organisatie van vergaderingen, komen ten laste van de partij die als gastheer voor de vergaderingen optreedt.