52000PC0304

Voorstel voor een Verordening van de Raad betreffende de sluiting van het Protocol tot vaststelling van de visserijrechten en de financiële compensatie bedoeld in de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Regering van de Republiek Guinee inzake de visserij voor de kust van Guinee, voor de periode van 1 januari 2000 tot en met 31 december 2001 /* COM/2000/0304 def. - CNS 2000/0154 */

Publicatieblad Nr. C 337 E van 28/11/2000 blz. 0089 - 0100


Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD betreffende de sluiting van het Protocol tot vaststelling van de visserijrechten en de financiële compensatie bedoeld in de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Regering van de Republiek Guinee inzake de visserij voor de kust van Guinee, voor de periode van 1 januari 2000 tot en met 31 december 2001

(door de Commissie ingediend)

TOELICHTING

De geldigheidsduur van het aan de Visserijovereenkomst tussen de EG en de Republiek Guinee gehechte Protocol is op 31 december 1999 afgelopen. Beide partijen hebben op 17 december 1999 een nieuw protocol geparafeerd betreffende de technische en financiële voorwaarden waaronder vissersvaartuigen van de Gemeenschap in de periode van 1 januari 2000 tot en met 31 december 2001 in de wateren van de Republiek Guinee kunnen vissen.

De Commissie stelt bijgevolg voor dat de Raad de sluiting van het nieuwe protocol bij verordening goedkeurt.

Een voorstel voor een Besluit van de Raad inzake de voorlopige toepassing van het nieuwe protocol in afwachting dat het definitief in werking treedt, is het voorwerp van een afzonderlijke procedure.

2000/0154 (CNS)

Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD betreffende de sluiting van het Protocol tot vaststelling van de visserijrechten en de financiële compensatie bedoeld in de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Regering van de Republiek Guinee inzake de visserij voor de kust van Guinee, voor de periode van 1 januari 2000 tot en met 31 december 2001

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel 37, juncto artikel 300, lid 2 en lid 3, eerste alinea,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Gezien het advies van het Europees Parlement [1],

[1] PB ...

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Overeenkomstig de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Regering van de Republiek Guinee inzake de visserij voor de kust van Guinee [2], is door de twee partijen onderhandeld om te bepalen welke wijzigingen of aanvullingen aan het einde van de toepassingsperiode van het Protocol in die Overeenkomst dienen te worden aangebracht.

[2] PB L 111 van 27.4.1983, blz. 1.

(2) Ter afronding van deze onderhandelingen is op 17 december 1999 een nieuw Protocol geparafeerd tot vaststelling van de visserijrechten en de financiële compensatie bedoeld in de voornoemde Overeenkomst, voor de periode van 1 januari 2000 tot en met 31 december 2001.

(3) Het is in het belang van de Gemeenschap het nieuwe Protocol goed te keuren.

(4) Er dient te worden bepaald hoe de vangstmogelijkheden over de lidstaten moeten worden verdeeld, uitgaande van de traditionele verdeling van de vangstmogelijkheden in het kader van de visserijovereenkomst,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Het Protocol tot vaststelling van de visserijrechten en de financiële compensatie bedoeld in de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Regering van de Republiek Guinee inzake de visserij voor de kust van Guinee, voor de periode van 1 januari 2000 tot en met 31 december 2001, wordt namens de Gemeenschap goedgekeurd.

De tekst van het Protocol is aan deze verordening gehecht.

Artikel 2

De in het Protocol vastgestelde vangstmogelijkheden worden als volgt over de lidstaten verdeeld:

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

Indien met de door deze lidstaten ingediende vergunningaanvragen niet alle in het Protocol vastgestelde vangstmogelijkheden worden benut, kan de Commissie vergunningaanvragen van andere lidstaten in aanmerking nemen.

Artikel 3

De Voorzitter van de Raad is gemachtigd de personen aan te wijzen die bevoegd zijn om het protocol te ondertekenen teneinde daardoor de Gemeenschap te binden.

Artikel 4

Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, op

Voor de Raad

De voorzitter

PROTOCOL tot vaststelling van de visserijrechten en de financiële compensatie bedoeld in de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Regering van de Republiek Guinee inzake de visserij voor de kust van Guinee, voor de periode van 1 januari 2000 tot en met 31 december 2001

Artikel 1

De in artikel 2 van de Overeenkomst bedoelde vangstmogelijkheden voor de Gemeenschap worden voor een periode van twee jaar, ingaande op 1 januari 2000, vastgesteld op:

1) a) trawlers (vis en koppotigen): 2500 brt per maand gemiddeld op jaarbasis,

2) b) trawlers (garnaal): 1500 brt per maand gemiddeld op jaarbasis,

3) vriesschepen voor de tonijnvisserij met de zegen: 38 vaartuigen,

4) vaartuigen voor de tonijnvisserij met de hengel: 14 vaartuigen,

5) vaartuigen voor de visserij met de drijvende beug: 16 vaartuigen.

Eventueel kan de bij artikel 10 van de Overeenkomst opgerichte Gemengde Commissie onderzoeken of, mede gelet op de visstand, vangstmogelijkheden voor andere visserijtakken kunnen worden toegestaan, en de technische en financiële voorwaarden vaststellen voor de uitoefening van deze visserij door vaartuigen van de Gemeenschap.

Artikel 2

(1) De in artikel 8 van de Overeenkomst bedoelde tegenprestatie voor de vangstmogelijkheden die bij artikel 1 zijn verleend, wordt vastgesteld op EUR 2 960 000 per jaar (waarvan EUR 1 600 000 als financiële compensatie en EUR 1 360 000 voor de in artikel 4 van dit Protocol bedoelde acties). De financiële compensaties moeten elk jaar uiterlijk 30 juni worden betaald.

(2) De besteding van de financiële compensatie valt uitsluitend onder de bevoegdheid van de Regering van de Republiek Guinee.

(3) De compensatie wordt overgemaakt op een door de Regering van de Republiek Guinee aangewezen rekening bij de "Trésor public".

Artikel 3

De in artikel 1, onder 1) of 2), bedoelde vangstmogelijkheden kunnen op verzoek van de Gemeenschap worden verhoogd met hoeveelheden van telkens 1000 brt per maand op jaarbasis. In dat geval wordt de in artikel 2 bedoelde financiële tegenprestatie evenredig verhoogd pro rata temporis.

Artikel 4

Van de in artikel 2, lid 1, vermelde totale financiële tegenprestatie wordt, volgens onderstaande verdeling, in het eerste jaar EUR 1 360 000 en in het tweede jaar EUR 1 360 000 aan de financiering van de volgende programma's besteed:

(1) financiering van wetenschappelijke en technische programma's, gericht op de verbetering van de kennis van de visbestanden in en van de biologische kennis van de visserijzone van Guinee: EUR 400 000,

(2) steun voor de met de controle op de visserij belaste instanties: EUR 800 000,

(3) steun voor de ambachtelijke visserij: EUR 300 000,

(4) institutionele steun voor het ministerie van Visserij: EUR 520 000,

(5) financiering van beurzen voor studie en praktijkonderwijs of seminars in de verschillende takken van wetenschap, techniek en economie die betrekking hebben op de visserij: EUR 300 000,

(6) bijdrage van de Republiek Guinee aan internationale visserijorganisaties: EUR 100 000,

(7) kosten van deelneming van vertegenwoordigers van Guinee aan internationale bijeenkomsten op het gebied van de visserij: EUR 300 000.

Het voor visserij bevoegde ministerie bepaalt welke programma's worden uitgevoerd en welke bedragen daaraan jaarlijks worden toegewezen, en deelt dit aan de Europese Commissie mede.

Deze jaarlijkse bedragen staan uiterlijk 30 juni van het eerste jaar en 2 januari van het tweede jaar ter beschikking van de betrokken instanties en worden overeenkomstig de programmering van hun besteding gestort op de bankrekeningen waarvan het nummer wordt meegedeeld door het voor visserij bevoegde ministerie. De Regering van de Republiek Guinee deelt mee op welke bankrekeningen deze bedragen moeten worden overgemaakt.

Het voor visserij bevoegde ministerie dient jaarlijks, vóór de datum waarop het Protocol verjaart, bij de delegatie van de Europese Commissie een verslag in over de tenuitvoerlegging van deze programma's en over de resultaten daarvan. De Europese Commissie behoudt zich het recht voor het voor visserij bevoegde ministerie te vragen aanvullende inlichtingen te verstrekken over deze resultaten en de betrokken bedragen te herzien in het licht van de effectieve uitvoering van deze programma's.

Artikel 5

Ingeval de Gemeenschap de in de artikelen 2 en 4 bedoelde betalingen niet verricht, kan de toepassing van dit Protocol worden geschorst.

Artikel 6

De Republiek Guinee verbindt zich ertoe een plan ten uitvoer te leggen dat gericht is op de inkrimping van de totale visserij-inspanning.

De Gemeenschap, zich ervan bewust zijnde dat de Republiek Guinee de totale visserij-inspanning die wordt geleverd door alle aan de visserij in de wateren van Guinee deelnemende partijen moet inkrimpen, verbindt zich ertoe om op het einde van elk jaar van toepassing van het Protocol, mits aan alle gezamenlijk overeengekomen voorwaarden is voldaan, een financiële bijdrage te betalen in de beheers- en controlekosten die de uitvoering van het inkrimpingsplan meebrengt. Voor deze financiële bijdrage geldt een maximum van EUR 370 000 per jaar. Zij wordt overgemaakt op een rekening die door het voor visserij bevoegde ministerie van de Republiek Guinee wordt aangewezen.

Artikel 7

De bijlage bij de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Regering van de Republiek Guinee inzake de visserij voor de kust van Guinee wordt ingetrokken en vervangen door de bijlage bij dit Protocol.

Artikel 8

Dit protocol treedt in werking op de datum van ondertekening.

Het is van toepassing met ingang van 1 januari 2000.

BIJLAGE Voorwaarden voor de uitoefening van de visserij in de visserijzone van Guinee door vaartuigen van de Gemeenschap

1. Procedures voor het aanvragen en de afgifte van vergunningen

De bevoegde autoriteiten van de Gemeenschap dienen via de delegatie van de Europese Commissie in Guinee uiterlijk 30 dagen vóór het begin van de aangevraagde geldigheidstermijn bij het voor visserij bevoegde ministerie van de Republiek Guinee een aanvraag in voor elk vaartuig waarmee men in het kader van de Overeenkomst de visserij wenst te beoefenen.

De aanvragen worden ingediend op de daartoe door de Regering van de Republiek Guinee verstrekte formulieren, waarvan een model hierbij is gevoegd (aanhangsel 1).

Elke aanvraag voor een vergunning dient vergezeld te gaan van het bewijs dat de voor de geldigheidstermijn van de vergunning verschuldigde visrechten zijn betaald. Het betrokken bedrag moet worden overgemaakt op een rekening bij de "Trésor public de Guinée".

De visrechten omvatten alle nationale en plaatselijke heffingen, met uitzondering van de havenrechten en de kosten van diensten.

De vergunningen worden binnen een termijn van 30 dagen na de datum van ontvangst van het vorengenoemde betalingsbewijs door het voor visserij bevoegde ministerie van de Republiek Guinee via de delegatie van de Europese Commissie in Guinee aan de reders of hun vertegenwoordigers afgegeven.

De vergunningen zijn slechts geldig in één van de volgende twee periodes:

- eerste periode: van 1 januari 2000 tot en met 31 december 2000

- tweede periode: van 1 januari 2001 tot en met 31 december 2001.

De geldigheidsduur van een vergunning kan niet van de ene in de andere periode overlopen.

De vergunning wordt afgegeven op naam van een bepaald vaartuig en is niet overdraagbaar. In geval van overmacht en op verzoek van de Europese Gemeenschap kan de vergunning voor een vaartuig echter worden vervangen door een vergunning voor een ander vaartuig met soortgelijke kenmerken. De reder van het te vervangen vaartuig zendt de geannuleerde vergunning via de delegatie van de Europese Commissie aan het voor visserij bevoegde ministerie van de Republiek Guinee.

Op de nieuwe vergunning worden vermeld: -

- de datum van afgifte;

- de geldigheidstermijn van de nieuwe vergunning, die loopt van de datum van aankomst van het vervangende vaartuig tot en met de datum waarop de vergunning voor het te vervangen vaartuig vervalt.

In dat geval zijn geen visrechten, als bedoeld in artikel 5, tweede alinea, van de Overeenkomst, verschuldigd voor het resterende deel van de geldigheidstermijn.

De vergunning moet permanent aan boord worden bewaard.

1.1. Voorschriften voor trawlers

1. Elk vaartuig moet eenmaal per jaar vóór de afgifte van de vergunning de haven van Conakry aandoen voor een inspectie overeenkomstig de ter zake geldende voorschriften. Deze inspectie wordt uitsluitend verricht door daartoe naar behoren gemachtigde personen en vindt plaats binnen 24 werkdaguren na de aankomst van het vaartuig in de haven, als die aankomst ten minste 48 werkdaguren van tevoren is gemeld. Bij verlenging van de vergunning in de loop van hetzelfde kalenderjaar is het vaartuig vrijgesteld van inspectie.

De kosten voor technische controle komen voor rekening van de reders en bedragen ten hoogste EUR 250 per vaartuig per jaar.

2. Elk vaartuig moet worden vertegenwoordigd door een agent van Guinese nationaliteit gevestigd in de Republiek Guinee.

3. a) De vergunningen worden afgegeven voor periodes van drie, zes of twaalf maanden. Deze kan worden verlengd. Bij de berekening van de mate waarin van de in artikel 1 van het Protocol bedoelde vangstmogelijkheden gebruik is gemaakt, wordt rekening gehouden met de geldigheidsduur van de vergunningen.

b) De rechten ten laste van de reders bedragen, in euro per brt:

- voor vergunningen met een geldigheidsduur van een jaar:

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

- voor vergunningen met een geldigheidsduur van zes maanden:

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

- voor vergunningen met een geldigheidsduur van drie maanden:

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

1.2. Voorschriften voor vaartuigen voor de tonijnvisserij en vaartuigen voor de visserij met de drijvende beug

De vergunning moet steeds aan boord zijn; er mag echter reeds worden gevist zodra het voor visserij bevoegde ministerie van de Republiek Guinee van de Europese Commissie de kennisgeving heeft ontvangen dat het voorschot is betaald. Het vaartuig wordt opgenomen op een lijst van visgerechtigde vaartuigen die aan de met de visserijcontrole belaste autoriteiten van Guinee wordt medegedeeld. Een afschrift van de betreffende vergunning, verzonden per telefax, kan worden verkregen in afwachting van de ontvangst van de eigenlijke vergunning; dit afschrift wordt aan boord bewaard.

De jaarlijkse rechten bedragen EUR 25 per ton vis die in de visserijzone van Guinee wordt gevangen.

De vergunningen worden afgegeven nadat aan de Trésor Public een voorschot is betaald van EUR 2250 ecu per jaar voor ieder vaartuig voor de tonijnvisserij met de zegen, van EUR 375 per jaar voor ieder vaartuig voor de tonijnvisserij met de hengel, van EUR 875 per jaar voor ieder vaartuig voor de visserij met de drijvende beug van meer dan 150 brt en van EUR 625 voor ieder vaartuig voor de visserij met de drijvende beug van 150 brt of minder; dit komt overeen met de rechten voor:

- 90 ton tonijn per jaar voor vaartuigen voor de tonijnvisserij met de zegen,

- 15 ton vis per jaar voor vaartuigen voor de tonijnvisserij met de hengel,

- 35 ton vis per jaar voor vaartuigen voor de visserij met de drijvende beug van meer dan 150 brt,

- 25 ton vis per jaar voor vaartuigen voor de visserij met de drijvende beug van 150 brt of minder.

De definitieve afrekening van de rechten die voor een bepaald visseizoen verschuldigd zijn, wordt aan het einde van elk kalenderjaar door de Europese Commissie opgemaakt aan de hand van de vangstaangiften per vaartuig die zijn bevestigd door de voor de verificatie van de vangstgegevens bevoegde wetenschappelijke instellingen zoals het "Institut de Recherche pour le Développement" (IRD), het Spaans Instituut voor Oceanografie (IEO), het "Instituto Português de Investigação Marítima" (IPIMAR), in samenwerking met het "Centre national des Sciences Halieutiques de Boussoura" (CNSHB). Deze definitieve afrekening wordt terzelfder tijd aan het voor visserij bevoegde ministerie en aan de reders toegezonden. Eventuele bijkomende rechten dienen uiterlijk 30 dagen na de kennisgeving van de definitieve afrekening door de reders te worden overgemaakt op de rekening bij de "Trésor Public" van de Republiek Guinee.

Als het bedrag van de afrekening kleiner is dan het bedrag van het hierboven bedoelde voorschot, wordt het verschil evenwel niet terugbetaald.

2. Vangstaangiften

Voor ieder vaartuig van de Gemeenschap dat in het kader van de Overeenkomst mag vissen in de visserijzone van de Republiek Guinee, moet een vangstaangifte aan het voor visserij bevoegde ministerie en een kopie daarvan aan de delegatie van de Europese Commissie in Guinee worden toegezonden, volgens onderstaande regels: -

- Voor trawlers wordt gebruik gemaakt van een vangstaangifte volgens het hierbij gevoegde model (aanhangsel 2). Deze vangstaangiften hebben telkens betrekking op één maand en moeten ten minste eenmaal per kwartaal worden ingediend.

- Voor vaartuigen voor de tonijnvisserij met de zegen, vaartuigen voor de tonijnvisserij met de hengel en vaartuigen voor de visserij met de drijvende beug dient tijdens elke periode waarin in de visserijzone van de Republiek Guinee wordt gevist, een visserijlogboek te worden ingevuld volgens aanhangsel 3. Dit formulier moet binnen 45 dagen na de periode waarin in de visserijzone van de Republiek Guinee is gevist, via de delegatie van de Europese Commissie in Guinee aan het voor visserij bevoegde ministerie worden toegezonden.

De formulieren moeten goed leesbaar worden ingevuld en door de kapitein van het vaartuig worden ondertekend. Zij moeten worden ingevuld door alle vaartuigen die een vergunning hebben verkregen, ook als zij niet hebben gevist.

De Regering van de Republiek Guinee behoudt zich het recht voor om bij niet-naleving van deze bepalingen de vergunning voor het betrokken vaartuig te schorsen totdat deze formaliteit is vervuld. De delegatie van de Europese Commissie in de Republiek Guinee wordt daarvan op de hoogte gebracht.

Eventueel zal de bij artikel 10 van de Overeenkomst opgerichte gemengde Commissie de mogelijkheid onderzoeken om de communautaire vissersvaartuigen te voorzien van de nodige apparatuur om de gegevens betreffende de visserijactiviteit langs elektronische weg door te seinen. C.

3. Aanvoer van de vangsten

Trawlers die in de visserijzone van de Republiek Guinee mogen vissen, moeten jaarlijks gratis 200 kg vis per brt aanvoeren om bij te dragen aan de voorziening van de plaatselijke bevolking met in de visserijzone van Guinee gevangen vis.

De vangsten mogen afzonderlijk of collectief worden aangevoerd met opgave van de namen van de betrokken vaartuigen. Vaartuigen die niet voornemens zijn de 200 kg vis per brt per jaar aan te voeren, dienen evenwel tegelijk met de vergunningsrechten een extra vergoeding van EUR 30 per brt per jaar te betalen.

4. Bijvangsten

Vaartuigen die hun activiteit richten op de vangst van vis, mogen op het totaal van hun vangsten in de visserijzone van de Republiek Guinee niet meer dan 9% schaaldieren en 9% koppotigen aan boord hebben.

Vaartuigen die hun activiteit richten op de vangst van koppotigen, mogen op het totaal van hun vangsten in de visserijzone van de Republiek Guinee niet meer dan 15% schaaldieren en niet meer dan 35% vis aan boord hebben.

Vaartuigen die hun activiteit richten op de vangst van garnaal, mogen op het totaal van hun vangsten in de visserijzone van de Republiek Guinee niet meer dan 20% koppotigen en niet meer dan 30% vis aan boord hebben.

5. Aanmonstering van zeelieden

Reders van trawlers aan wie in het kader van de Overeenkomst een visserijvergunnig is verleend, dragen bij tot de praktische beroepsopleiding van onderdanen van de Republiek Guinee onder de hierna vastgestelde voorwaarden en binnen de volgende grenzen:

5.1. Elke reder van trawlers verbindt zich tot het in dienst nemen van:

- twee Guinese zeevissers voor elk vaartuig met een tonnage tot 200 brt;

- drie Guinese zeevissers voor elk vaartuig met een tonnage van meer dan 200 brt en ten hoogste 350 brt;

- vier Guinese zeevissers voor vaartuigen met een tonnage van meer dan 350 brt.

5.2. Op de vloot van vaartuigen voor de tonijnvisserij met de zegen worden permanent zes Guinese zeevissers aangemonsterd.

5.3. Op de vloot van vaartuigen voor de tonijnvisserij met de hengel worden voor de periode dat deze werkelijk in de Guinese wateren aanwezig zijn, vijf Guinese zeelieden aangemonsterd, doch maximaal één per vaartuig.

5.4. Voor de vloot van vaartuigen voor de visserij met de drijvende beug verbinden de reders zich ertoe om per vaartuig twee Guinese zeevissers aan te monsteren voor de periode dat deze vaartuigen werkelijk in de Guinese wateren aanwezig zijn.

5.5. Het loon van deze zeevissers wordt door de reders of hun vertegenwoordigers en het voor visserij bevoegde ministerie in onderling overleg vastgesteld voordat een vergunning wordt afgegeven; het loon komt voor rekening van de reders en omvat ook de sociale premies voor de zeelieden (onder andere levens-, ongevallen- en ziektekostenverzekering).

Als de reders van vaartuigen voor de tonijnvisserij met de zegen en de hengel en van vaartuigen voor de visserij met de drijvende beug deze verplichting tot aanmonstering niet nakomen, moeten zij het voor visserij bevoegde ministerie voor het visseizoen een forfaitaire som betalen die gelijk is aan het loon van de niet aangemonsterde zeelieden, zoals bedoeld in de punten 2, 3 en 4 hierboven.

Dit bedrag wordt besteed aan de opleiding van Guinese zeevissers en wordt overgemaakt op een door het voor visserij bevoegde ministerie opgegeven rekening.

6. Waarnemers

6.1. Elke trawler neemt een door het voor visserij bevoegde ministerie aangewezen waarnemer aan boord.

Normaliter mag deze waarnemer niet langer dan twee opeenvolgdende visreizen aan boord blijven.

6.2 Op verzoek van de Guinese autoriteiten nemen de vaartuigen voor de tonijnvisserij met de zegen en de vaartuigen voor de visserij met de drijvende beug een waarnemer aan boord. Hoelang de waarnemer aan boord dient te blijven, wordt vastgesteld door de Guinese autoriteiten, maar in het algemeen zal dit niet langer zijn dan nodig is voor de uitvoering van zijn taak.

6.3. De waarnemer wordt behandeld als een officier. Hij:

- observeert de visserijactiviteiten van de vaartuigen,

- controleert de positie van de vaartuigen die bij visserijactiviteiten betrokken zijn,

- verricht bemonsteringsactiviteiten voor biologische doeleinden in het kader van wetenschappelijke programma's,

- noteert welk vistuig wordt gebruikt,

- verifieert de in het logboek opgenomen gegevens over de vangsten in de visserijzone van Guinee.

- deelt eens per week via de radio de visserijgegevens mee.

Hierbij:

- zorgt de waarnemer ervoor dat zijn inscheping en zijn verblijf aan boord de visserijactiviteiten niet onderbreken of hinderen, en

- gaat hij zorgvuldig om met de inventaris en de installaties van het vaartuig, en bewaart hij geheimhouding over alle aan het vaartuig toebehorende documenten,

- stelt hij een activiteitenverslag op, dat aan de bevoegde Guinese autoriteiten wordt toegestuurd, met afschrift voor de delegatie van de Commissie.

De voorwaarden van het verblijf aan boord worden in onderling overleg vastgesteld door de reder of zijn gemachtigde en de Guinese autoriteiten. Het loon en de sociale premies voor deze waarnemer zijn voor rekening van het voor visserij bevoegde ministerie. De reder betaalt via zijn gemachtigde aan het Centre National de Surveillance et de Protection des Pêches voor elke dag die een waarnemer aan boord doorbrengt een bedrag van EUR 15, voor trawlers, en van EUR 10, voor vaartuigen voor de tonijnvisserij met de zegen of voor vaartuigen voor de visserij met de drijvende beug. De kosten van inscheping en ontscheping van de waarnemer zijn ten laste van de reder indien hij niet in staat is de waarnemer in een met de autoriteiten overeen te komen haven van Guinee aan boord te nemen of aan land te zetten.

Indien de waarnemer zich binnen twaalf uur na het afgesproken tijdstip nog niet op de afgesproken plaats heeft gemeld, is de reder automatisch ontheven van de verplichting hem aan boord te nemen.

7. Inspectie en toezicht

De vaartuigen van de Gemeenschap die vissen in de visserijzone van de Republiek Guinee, helpen de ambtenaren van Guinee aan wie de inspectie en de controle op de visserijactiviteiten is opgedragen, aan boord te komen en staan hen bij in de uitoefening van hun taak. Deze ambtenaren mogen niet langer aan boord blijven dan nodig is om de vangsten steekproefsgewijs te controleren en hun andere inspectietaken met betrekking tot de visserij te vervullen.

8. Visserijzone

Alle in artikel 1 van het Protocol bedoelde vaartuigen, met inbegrip - voor het vangen van levend aas - van vaartuigen voor de tonijnvisserij met de hengel, mogen de visserij beoefenen in de wateren buiten 10 zeemijl uit de kust.

9. Toegestane minimummaaswijdte

Voor de kuil van de trawlnetten geldt de volgende minimummaaswijdte (gestrekte mazen):

a) 40 mm voor garnaal,

b) 60 mm voor koppotigen,

c) 70 mm voor vis

d) 16 mm voor het vangen van levend aas met ringnetten.

Deze maaswijdten gelden ook voor trawlnetten die worden gebruikt voor de visserij met de boomkor.

10. Binnenvaren en verlaten van de zone

Ale vaartuigen van de Gemeenschap die voornemens zijn de EEZ van Guinee binnen te varen of te verlaten, melden dit minstens 24 uur van tevoren aan het radiostation van het Centre National de Surveillance des Pêches (CNSP). Telkens zij de visserijzone van de Republiek Guinee binnenvaren of verlaten, delen zij de datum, het tijdstip en hun positie mee.

Het CNSP deelt de reders bij de afgifte van de vergunning de roepletters en de radiofrequentie van het radiostation mee.

Ingeval geen radioverbinding tot stand kan worden gebracht, mogen de vaartuigen andere communicatiemiddelen gebruiken, zoals telefax (CNSP: nr. 224-46 39 22 of Ministerie van Visserij: nr. 224-41 43 10).

11. Procedure in geval van aanhouding

11.1. Telkens wanneer vissersvaartuigen die de vlag voeren van een lidstaat van de Gemeenschap en de visserij uitoefenen in het kader van een Overeenkomst tussen de Gemeenschap en een derde land, in de visserijzone van de Republiek Guinee worden aangehouden, wordt de delegatie van de Europese Commissie in Guinee daarvan binnen een termijn van 48 uur in kennis gesteld en ontvangt zij tegelijk een kort verslag over de omstandigheden van en de redenen voor deze aanhouding.

11.2. Voor vaartuigen die in de wateren van Guinee mogen vissen, en alvorens maatregelen met betrekking tot de kapitein of de bemanning van het betrokken vaartuig of enige andere actie met betrekking tot de lading en uitrusting van het vaartuig te overwegen, die niet op de bewaring van de bewijzen voor de vermoede overtreding is gericht, wordt ten hoogste 48 uur na ontvangst van het vorenbedoelde bericht een overlegvergadering gehouden tussen de delegatie van de Europese Commissie, het voor visserij bevoegde ministerie en de controle-instanties, waaraan eventueel wordt deelgenomen door een vertegenwoordiger van de betrokken lidstaat.

Tijdens dit overleg wisselen de partijen alle documenten en gegevens uit, met name de bewijzen van automatische registratie van de posities van het vaartuig tijdens de visreis tot op het moment van de aanhouding, die de omstandigheden waarin de geconstateerde feiten zich hebben voorgedaan, kunnen helpen verduidelijken.

De reder of zijn vertegenwoordiger wordt in kennis gesteld van de resultaten van het overleg en van de maatregelen die uit de aanhouding van het vaartuig voortvloeien.

11.3 Voordat een gerechtelijke procedure wordt ingeleid, wordt geprobeerd tot een schikking te komen. Deze procedure moet uiterlijk binnen drie dagen na de aanhouding zijn afgewikkeld.

11.4. Als de zaak niet via een schikking kan worden geregeld, en bijgevolg door een ter zake bevoegde rechtbank moet worden beslecht, stelt de bevoegde instantie voor rekening van de reder in afwachting van de uitspraak van de rechtbank een bankgarantie vast binnen 48 uur na de afsluiting van de schikkingsprocedure. Deze garantie mag niet hoger zijn dan de maximumboete die in de nationale wetgeving voor de overtreding is bepaald. Wanneer de kapitein van het betrokken vaartuig niet wordt veroordeeld, geeft de bevoegde autoriteit de bankgarantie onmiddellijk aan de reder terug.

11.5. Het vaartuig en de bemanning worden vrijgelaten:

- hetzij meteen na de afloop van de overlegvergadering, voor zover de resultaten van die vergadering dat mogelijk maken,

- hetzij onmiddellijk nadat voldaan is aan de besluiten van de schikkingsprocedure,

- ofwel vanaf de vestiging van de bankgarantie door de reder (bij een gerechtelijke procedure).

Aanhangsel 1

FORMULIER VOOR HET AANVRAGEN VAN EEN VISSERIJVERGUNNING

Door de bevoegde instantie in te vullen vak // Opmerkingen

Nationaliteit:................................................

Nummer van de vergunning: ............................

Datum van de ondertekening: ............................

Datum van afgifte:..........................................

...............................................................

................................................................

.................................................................

.................................................................

AANVRAGER

Firmanaam: ..........................................................................................................................

Nummer handelsregister: ........................................

Naam en voornaam van de verantwoordelijke persoon:.....................................................................

Geboortedatum en -plaats:.......................................................................................................

Beroep:..............................................................................................................................

Adres: ...............................................................................................................................

.......................................................................................................................................

Aantal wernemers:.................................................................................................................

Naam en adres van de gemachtigde: ............................................................................................

VAARTUIG

Vaartuigtupe: ............................... Registratienummer: ........................................

Nieuwe naam:................................ Vroegere naam:................................................

Bouwplaats en -datum:........................................................................................................

Oorspronkelijke nationaliteit:................................................

Lengte: ................................. Breedte: .............................. Hoogte:....................................

Brutotonnage: ................................ Nettotonnage: ................................

Aard constructiemateriaal: ...........................................................................................

Merk hoofdmotor: ...................Type : ........................Vermogen in pk: ..........................

Schroef: Vast: ( Verstelbaar: ( Met straalbuis: (

Kruissnelheid: .....................................................................................................................

Roepletters:....................................... Oproepfrequentie: ...........................................................

Lijst van de beschikbare opsporings-, navigatie- en communicatiemiddelen:

Radar ( Sonar ( Sonde bovenpees (

VHF ( BLU ( Satellietnavigatie ( Andere: .................

Aantal bemanningsleden:......................................................................................................

CONSERVERINGSMETHODE

IJs ( IJs + koeling (

Invriezen: in pekel ( droog ( in gekoeld zeewater (

Totaal koelvermogen: .............................................................................................

Invriescapaciteit/24 uur (in ton): ...................................................................................

Inhoud visruimen: ...................................................................................................

TYPE VISSERIJ

A. Demersale visserij

Demersale visserij in kustwateren ( Demersale visserij in volle zee (

Trawltype: voor koppotigen ( voor garnalen ( voor vis (

Lengte van de trawl:............................Lengte van de bovenpees:..............................

Maaswijdte bij de kuil: ......................................................................................

Maaswijdte bij de vleugels: .................................................................................

Trawlsnelheid: ..............................................................................................................

B. Visserij op grote pelagische soorten (tonijnvisserij)

Met de hengel ( Aantal hengels (

Met de zegen ( Lengte van het net:............................Hoogte: ...........................

Aantal tanks: .........................................Capaciteit (in ton): ..........................................

C. Visserij met de drijvende beug en met grondkubben

Met de drijvende beug ( Met de grondkubbe (

Lengte van de beug: ..................................Aantal haken: ...........................................

Aantal beuglijnen:..........................................................................................

Aantal grondkubben:..........................................................................................

INSTALLATIES AAN WAL

Adres en nummer van de vergunning: .................................................................................

Firmanaam: ...............................................................................................................

Activiteiten: .......................................................................................................................

Voor binnenlandse handel ( Voor export (

Bedrijfstype en nummer groothandelaar: ....................................................................................

Beschrijving van de behandelings- en conserveringsinstallaties:

........................................................................................................................................

........................................................................................................................................

........................................................................................................................................

........................................................................................................................................

........................................................................................................................................

Aantal wernemers:...................................................................................................

NB : Het desbetreffende hokje aankruisen.

Opmerkingen van technische aard

Goedkeuring van het voor visserij bevoegde ministerie

Aanhangsel 2

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

Aanhangsel 3

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

FINANCIEEL MEMORANDUM

1. TITEL VAN DE MAATREGEL: Nieuw protocol bij de Visserijovereenkomst EG/Guinee tot vaststelling van de visserijrechten en de financiële compensatie

2. BEGROTINGSLIJN: B7-8000

3. JURIDISCHE GRONDSLAG:

- art. 37 van het Verdrag juncto art. 300, lid 2 en lid 3,

- Overeenkomst EG/Guinee (PB L 111 van 27.4.1983)

4. OMSCHRIJVING VAN DE MAATREGEL :

4.1. Algemene doelstelling van de maatregel: Protocol en bijlage, geldend voor een periode van 2 jaar

4.2. Periode waarvoor de maatregel geldt en wijze van verlenging:

Periode : 1.01.2000 tot en met 31.12.2001

Wijze van verlenging : onderhandelingen voordat het protocol afloopt.

5. INDELING VAN DE UITGAVEN/ONTVANGSTEN :

5.1. Verplichte uitgaven (VU)

5.2. Gesplitste kredieten (GK)

5.3. Aard van de verwachte ontvangsten

6. AARD VAN DE UITGAVEN :

- Overige: financiële tegenprestatie toegekend aan een derde land in ruil voor door dat land toegekende en in het protocol vastgelegde vangstmogelijkheden.

7. FINANCIËLE CONSEQUENTIES

7.1 Wijze van berekening van de totale kosten van de maatregel (bepaling van de kosten per eenheid)

Zie bijlage bij het protocol

7.2 Uitsplitsing van de kosten van de maatregel

K in mln lopende euro

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

7.3 Tijdschema uitgaven (in te vullen voor nieuwe maatregelen)

in mln lopende euro

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

8. MAATREGELEN OM FRAUDE TEGEN TE GAAN (EN RESULTATEN VAN DE TOEPASSING DAARVAN)

De autoriteiten van het derde land beslissen autonoom over de besteding van de financiële compensatie die wordt betaald voor de vangstmogelijkheden. Zij dienen volgens de regels die daartoe in elke overeenkomst zijn opgenomen evenwel verslag uit te brengen over de besteding van sommige bedragen. In het geval van Guinee moet voor alle bij artikel 4 van het Protocol bedoelde acties jaarlijks verslag worden uitgebracht over de uitvoering en de bereikte resultaten. De betalingen kunnen achteraf, in het licht van de concrete uitvoering van de onderscheiden maatregelen, worden herzien.

De lidstaten van hun kant, moeten de Commissie officieel de juistheid van de in de meetbrieven van de vaartuigen vermelde gegevens bevestigen, opdat de financiële tegenprestaties (en de visrechten) op onaanvechtbare grondslagen worden berekend. De overeenkomst voorziet daartoe in vangstaangiften voor de vaartuigen van de Gemeenschap.

9. GEGEVENS INZAKE KOSTEN-BATENANALYSE

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

De vangstmogelijkheden in het kader van de overeenkomst met Guinee bedroegen tot 1993 niet minder dan 12 000 brt. De concurrentie van de illegale visserij heeft de interesse van de communautaire vloot voor deze overeenkomst zodanig verminderd dat de Gemeenschap de vangstmogelijkheden tot 5 000 brt heeft teruggeschroefd in het kader van het protocol 1996-1997. Dit ging gepaard met een overeenkomstige vermindering van de financiële tegenprestatie uit de EG-begroting. In 1996 zijn de nieuwe autoriteiten van Guinee begonnen met het saneren van de visserijsector, wat zich onder andere heeft geopenbaard in een rationeel beheer van de toegang tot de hulpbronnen en een verbetering van de wetenschappelijke indicatoren van de visstand.

De cijfers van het vorige protocol (1998-1999) geven evenwel een lage benuttingsgraad van de mogelijkheden voor de categorieën vis en koppotigen te zien. Dit is te wijten aan de slechte toestand van de betrokken bestanden als gevolg van de illegale visserij en de overbevissing door niet-communautaire vaartuigen die met particuliere vergunningen vissen. De matige cijfers in de garnaalvisserij zijn te verklaren doordat vaartuigen die traditioneel actief waren in de wateren van de Republiek Guinee, wegens de stopzetting van de visserijactiviteiten tijdens het gewapend conflict naar de zeer visrijke EEZ van Guinee-Bissau zijn uitgeweken. Dit neemt niet weg dat de toestand van het garnaalbestand in de wateren van de Republiek Guinee behoorlijk mag worden genoemd.

Uit een oogpunt van voorzichtigheid en omwille van de door de Raad gewenste rationele aanpak (conclusies van de Raad Visserij" van 30 oktober 1997) heeft de Gemeenschap de aankoop van vangstmogelijkheden (trawlers) voor de periode 2000/2001 gehandhaafd op het niveau van 4 000 brt, ingedeeld in categorieën om het opstellen van jaarlijkse visserijplannen door Guinee te vergemakkelijken.

Te vermelden is voorts dat de wateren van de Republiek Guinee vanwege het - thans reeds geëxploiteerde - belangrijke vangstpotentieel van koppotigen en garnalen interessant zijn voor de biologische rustperiodes die in de door andere overeenkomsten bestreken wateren (Marokko, Mauretanië, Senegal) in acht moeten worden genomen of als alternatief voor de overeenkomst met Marokko. Het protocol voorziet overigens in de verruiming van de geboden vangstmogelijkheden met opeenvolgende tranches van 1000 brt (zie artikel 3) om dergelijke situaties op te vangen.

De globale financiële tegenprestatie daalt van EUR 3 700 000 tot EUR 2 960 000 per jaar.

De in artikel 6 bedoelde premie voor de vermindering van de in de wateren van de Republiek Guinee geleverde totale visserij-inspanning kan dit bedrag nog verhogen. De financiële bijdrage in deze premie bedraagt ten hoogste EUR 370 000 per jaar.

Een bedrag van EUR 1 360 000 per jaar is uitdrukkelijk bestemd voor gerichte acties ter bevordering van de visserijsector (wetenschappelijk onderzoek, toezicht op zee, opleiding, ondersteuning van ambachtelijke visserij enz.). Deze acties maken 46% van de totale kostprijs van de overeenkomst uit. Dit onderstreept dat het de Commissie niet alleen te doen is om de verdere ontplooiing van de eigen communautaire visserijactiviteiten, maar ook om de duurzaamheid ervan en om de duurzame ontwikkeling van de visserij in de Republiek Guinee en de verbetering van het toezicht op de uitvoering van de acties (zie art. 4 van het protocol).

De bijdragen van de reders zijn verhoogd. De voorschotten die de reders in de tonijnsector moeten betalen om een visvergunning te krijgen, worden opgetrokken tot:

- EUR 2250 voor vaartuigen voor de tonijnvisserij met de zegen, in plaats van EUR 1800

- EUR 875 voor vaartuigen voor de visserij met de drijvende beug van meer dan 150 brt en EUR 625 voor soortgelijke vaartuigen van 150 brt of minder, in plaats van EUR 500,

- EUR375 voor vaartuigen voor de tonijnvisserij met de hengel, in plaats van EUR 300.

Deze maatregel is gericht op een grotere responsabilisering van de reders.

Wat betreft de voordelen van dit akkoord, is het evident dat, gezien de marktwaarde van de koppotigen, garnaal en demersale soorten die hierdoor in Guinee exploiteerbaar worden, de waarde van de vangstmogelijkheden een stuk hoger ligt dan de kostprijs. Deze overeenkomst levert, naast de directe handelswaarde van de vangsten, nog de volgende voordelen op:

- werkzekerheid voor de bemanningen van de vissersvaartuigen,

- multipliereffect op de werkgelegenheid in de havens, de visafslagen, de verwerkende bedrijven, de scheepswerven en de dienstensector in de betrokken regio's,

- deze arbeidsplaatsen worden gecreëerd in regio's zonder alternatief voor de visserij,

- de Overeenkomst draagt bij tot de voorziening van de markt van de Gemeenschap met visserijproducten.

Een andere factor waarmee, los van de voordelen, rekening moet worden gehouden, is het belang van goede betrekkingen met de Republiek Guinee, zowel op visserijgebied als op politiek vlak.

10. HUISHOUDELIJKE UITGAVEN (DEEL A VAN DE BEGROTING)

De regeling heeft geen gevolgen voor de huishoudelijke uitgaven.