Voorstel voor een verordening van de Raad tot vaststelling van aanvullende technische maatregelen voor het herstel van het kabeljauwbestand in de Ierse Zee (ICES-sector VIIa) /* COM/2000/0190 def. - CNS 2000/0071 */
Publicatieblad Nr. C 248 E van 29/08/2000 blz. 0120 - 0120
Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD tot vaststelling van aanvullende technische maatregelen voor het herstel van het kabeljauwbestand in de Ierse Zee (ICES-sector VIIa) (door de Commissie ingediend) TOELICHTING Volgens een recent wetenschappelijk advies van de Internationale Raad voor het onderzoek van de zee ligt de hoeveelheid geslachtsrijpe kabeljauw in de Ierse Zee momenteel op een historisch dieptepunt en zal deze hoeveelheid in de komende twee jaar nog verder afnemen. Daarom wordt gevreesd dat dit bestand in zo'n situatie komt dat het zich niet gemakkelijk zal kunnen herstellen door normale voorplanting. Er zijn reeds maatregelen getroffen om geslachtsrijpe kabeljauw te beschermen tijdens het paaiseizoen 2000, teneinde de vissen in staat te stellen zoveel mogelijk eieren te produceren in de hoop dat zich daaruit dit jaar een groot aantal jonge kabeljauwen zal ontwikkelen. Bovendien wordt algemeen erkend dat elk jaar teveel jonge kabeljauw wordt gedood en dat, indien er meer kabeljauwen zouden overleven, de hoeveelheid volwassen kabeljauw zou toenemen. Dat is de bedoeling van dit voorstel. Er worden acht voorwaarden vastgesteld die uitsluitend van toepassing zullen zijn in de Ierse Zee en een aanvulling zijn op de voorwaarden die reeds gelden op grond van Verordening 850/98, waarbij technische maatregelen voor alle wateren van de Gemeenschap zijn vastgesteld. 2000/0071 (CNS) Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD tot vaststelling van aanvullende technische maatregelen voor het herstel van het kabeljauwbestand in de Ierse Zee (ICES-sector VIIa) DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel 37, Gezien het voorstel van de Commissie [1], [1] PB C ...., ..., blz. ... Gezien het advies van het Europees Parlement [2], [2] PB C ...., ..., blz. ... Overwegende hetgeen volgt: (1) Het bestand van geslachtsrijpe kabeljauw in de Ierse Zee is een uitgeput bestand en bij Verordening (EG) nr. 304/2000 van 9 februari 2000 tot vaststelling van maatregelen voor het herstel van het kabeljauwbestand in de Ierse Zee (ICES-sector VIIa) [3] zijn urgente tijdelijke technische maatregelen voor de visserij in de Ierse Zee vastgesteld. [3] PB L 35 van 10.2.2000, blz. 10. (2) Jonge kabeljauwen in de Ierse Zee moeten beter worden beschermd, zodat er meer overleven en geslachtsrijp worden. (3) Er moeten aanvullende technische maatregelen worden vastgesteld om te garanderen dat de jonge kabeljauwen in de Ierse Zee overleven. (4) Voorts gelden op grond van voetnoot 6 van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 850/98 voor de instandhouding van de visbestanden via technische maatregelen voor de bescherming van jonge exemplaren van mariene organismen [4], laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2723/1999 [5], voor het jaar 2000 soepelere bepalingen inzake bijvangsten bij de visserij met diverse vistuigen, zowel in de Ierse Zee als in de daaraan grenzende wateren (ICES-sector VIIa). Toepassing van deze bepalingen in het jaar 2000 is niet wenselijk. Derhalve moet worden bepaald dat de versoepelingsbepaling niet van toepassing is in de Ierse Zee. [4] PB L 125 van 27.4.1998, blz. 1. [5] PB L 328 van 22.12.1999, blz. 9. HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD: Artikel 1 Bij deze verordening worden technische maatregelen vastgesteld die een aanvulling zijn op die welke bij Verordening (EG) nr. 850/98 zijn vastgesteld. Deze aanvullende bepalingen zijn uitsluitend van toepassing in de Ierse Zee (ICES-sector VIIa zoals gedefinieerd in Verordening (EEG) nr. 3880/91 van de Raad van 17 december 1991 inzake de verstrekking van statistieken van de nominale vangsten van lidstaten die in het noordwestelijke gedeelte van de Atlantische Oceaan vissen [6]). [6] PB L 365 van 31.12.1991, blz. 1. Artikel 2 Het is verboden om, bij het vissen in de Ierse Zee, één van de hierna vermelde vistuigen te gebruiken of aan boord te hebben: 1. Een kuil of tunnel die geheel of gedeeltelijk is vervaardigd uit meervoudig getwijnd netmateriaal; 2. Een kuil of tunnel die is vervaardigd uit getwijnd garen met een doorsnee van meer dan 6 mm; 3. Een kuil met een maaswijdte van 70 tot en met 89 mm, waarvan de omtrek uit meer dan 120 mazen bestaat, de aanslagen en naadlijnen niet meegerekend; 4. Sleepnetten met vierhoekige mazen waarvan de zijden van de maas niet ongeveer van dezelfde lengte zijn; 5. Demersale sleepnetten met een maaswijdte van 70 tot en met 99 mm, behalve indien het bovenste deel van een dergelijk net een paneel van netmateriaal bevat dat rechtstreeks aan de bovenpees van het net is bevestigd, zich naar de achterkant van het net uitstrekt over een lengte van ten minste 15 mazen en is vervaardigd uit netmateriaal met ruitvormige mazen waarvan geen enkele maas een maaswijdte van minder dan 140 mm heeft. Deze bepaling geldt niet voor boomkorren; 6. Demersale sleepnetten met een maaswijdte van 80 tot en met 99 mm, tenzij deze netten een paneel met vierkante mazen met een maaswijdte van ten minste 80 mm bevatten. Deze bepaling geldt niet voor boomkorren; 7. Demersale sleepnetten waaraan een kuil met een maaswijdte van minder dan 100 mm is bevestigd aan het voorste deel van het net op een andere wijze dan door naaien. Artikel 3 Voetnoot 6 van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 850/98 is niet van toepassing in ICES-sector VIIa). Artikel 4 Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen. Het bepaalde in artikel 2 is van toepassing met ingang van 1 januari 2001. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat. Gedaan te Brussel, Voor de Raad De Voorzitter