Voorstel voor een verordening van de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2398/97 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op de invoer van katoenachtig beddenlinnen van oorsprong uit Egypte, India en Pakistan /* COM/2000/0103 def. */
Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2398/97 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op de invoer van katoenachtig beddenlinnen van oorsprong uit Egypte, India en Pakistan (door de Commissie ingediend) TOELICHTING 1. Bij Verordening (EG) nr. 2398/97 heeft de Raad een definitief antidumpingrecht ingesteld op de invoer van katoenachtig beddenlinnen uit Egypte, India en Pakistan. Overeenkomstig artikel 17 van Verordening (EG) nr. 384/96 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap, hierna de basisverordening genoemd, werd bij het onderzoek dat tot instelling van dit recht leidde, gebruik gemaakt van een steekproef. 2. Volgens artikel 11, lid 4, van de basisverordening kan voor nieuwe exporteurs geen nieuw onderzoek worden geopend wanneer tijdens het oorspronkelijke onderzoek van steekproeven gebruik is gemaakt. Om er echter voor te zorgen dat niet wordt gediscrimineerd tussen nieuwe exporterende producenten en de medewerkende bedrijven die geen deel uitmaakten van de bij het oorspronkelijke onderzoek gebruikte steekproef, is in artikel 3 van Verordening (EG) nr. 2398/97 bepaald dat wanneer een nieuwe exporterende producent kan aantonen dat hij aan drie basisvoorwaarden voldoet (namelijk dat hij tijdens de oorspronkelijke onderzoekperiode niet naar de Gemeenschap heeft uitgevoerd, dat hij geen banden heeft met exporterende producenten waarop de antidumpingmaatregelen van toepassing zijn en dat hij na de onderzoekperiode daadwerkelijk naar de Gemeenschap heeft uitgevoerd of dat hij contractueel verplicht is dit te doen), de Raad kan besluiten dat voor deze nieuwe exporterende producent het gewogen gemiddelde recht geldt dat van toepassing is op de medewerkende bedrijven die geen deel uitmaakten van de steekproef. Indien de Raad dit besluit, moet artikel 1, lid 3, van Verordening (EG) nr. 2398/97 worden gewijzigd: de namen van de nieuwe exporterende producenten moeten dan namelijk worden toegevoegd aan de lijst in Bijlage I van die verordening. 3. De Commissie heeft van verschillende Indiase exporteurs het verzoek ontvangen om als nieuwe exporteur te worden aangemerkt. Bij het onderzoek van deze aanvragen en het aanvullende bewijsmateriaal dat deze bedrijven in voorkomend geval hebben toegezonden, bleek dat drie van deze exporteurs aan de eisen voldeden. 4. De Commissie stelt de Raad dienovereenkomstig voor zijn goedkeuring te hechten aan bijgaand voorstel voor een verordening tot wijziging van artikel 1, lid 3, van Verordening (EG) nr. 2398/97 door deze drie nieuwe exporterende producenten toe te voegen aan de lijst in Bijlage I bij die verordening. Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2398/97 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op de invoer van katoenachtig beddenlinnen van oorsprong uit Egypte, India en Pakistan DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, Gelet op Verordening (EG) nr. 384/96 van de Raad van 22 december 1995 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap [1], [1] PB L 56 van 6.3.1996, blz. 1, laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 905/98 van de Raad (PB L 128 van 30.04.98, blz. 18). Gelet op artikel 3 van Verordening (EG) nr. 2398/97 van de Raad van 28 november 1997 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op de invoer van katoenachtig beddenlinnen van oorsprong uit Egypte, India en Pakistan [2], [2] PB L 332 van 4.12.1997, blz. 1. Gezien het voorstel dat de Commissie, na overleg in het Raadgevend Comité, heeft ingediend, Overwegende hetgeen volgt: A. VOORAFGAANDE PROCEDURE (1) Bij Verordening (EG) nr. 2398/97 heeft de Raad een definitief antidumpingrecht ingesteld op de invoer in de Gemeenschap van katoenachtig beddenlinnen ingedeeld onder de GN-codes ex 6302 21 00, ex 6302 22 90, ex 6302 31 10, ex 6302 31 90 en ex 6302 32 90 uit, onder meer, India. Bij het onderzoek bij de Indiase exporterende producenten werd gebruik gemaakt van een steekproef wat ertoe leidde dat individuele rechten van 2,6% tot 24,7% werden ingesteld voor de in de steekproef opgenomen bedrijven en een gewogen gemiddelde recht van 11,6% voor de andere medewerkende bedrijven die niet in de steekproef waren opgenomen. Op bedrijven die zich niet bekend hadden gemaakt of die geen medewerking hadden verleend is een recht van 24,7% van toepassing. (2) In artikel 3 van Verordening (EG) nr. 2398/97 is bepaald dat, wanneer een exporterende producent bewijsmateriaal aan de Commissie kan voorleggen waaruit blijkt dat: - hij de in artikel 1, lid 1, omschreven producten tijdens het onderzoektijdvak (1 juli 1995 tot en met 30 juni 1996) niet naar de Gemeenschap heeft uitgevoerd; - hij geen banden heeft met een van de exporteurs of producenten in het exportland waarop de bij deze verordening ingestelde antidumpingmaatregelen van toepassing zijn; - hij de betrokken producten na het onderzoektijdvak waarop de maatregelen zijn gebaseerd daadwerkelijk naar de Gemeenschap heeft uitgevoerd of dat hij een onherroepelijke contractuele verplichting heeft om een belangrijke hoeveelheid van die producten naar de Gemeenschap uit te voeren, artikel 1, lid 3, van die verordening kan worden gewijzigd door op die exporterende producent het recht toe te passen dat voor de medewerkende bedrijven geldt die geen deel uitmaakten van de steekproef, dat wil zeggen een recht van 11,6%. B. VERZOEKEN VAN NIEUWE EXPORTERENDE PRODUCENTEN (3) Drie nieuwe exporterende producenten in India die hadden gevraagd eenzelfde behandeling te krijgen als de bedrijven die aan het oorspronkelijke onderzoek hadden meegewerkt, maar die niet in de steekproef waren opgenomen, hebben op verzoek van de Commissie bewijsmateriaal voorgelegd om aan te tonen dat zij voldoen aan de voorwaarden van artikel 3 van Verordening (EG) nr. 2398/97. Het door deze bedrijven voorgelegde bewijsmateriaal werd voldoende geacht om een wijziging van Verordening (EG) nr. 2398/97 toe te staan en deze drie nieuwe exporterende producenten toe te voegen aan de lijst in Bijlage I bij die verordening. Deze lijst bevat een opgave van de Indiase exporterende producenten waarop het gewogen gemiddelde recht van 11,6% van toepassing is. HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD: Artikel 1 Aan de lijst van exporterende producenten in India die is opgenomen in Bijlage I bij Verordening (EG) nr. 2398/97 worden de volgende namen toegevoegd: - Creative Mobus Fabrics, Mumbai (Bombay) - Falcon Finstock Pvt. Ltd, Surat - Pacific Exports, Mumbai (Bombay) Artikel 2 Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat. Gedaan te Brussel, Voor de Raad De Voorzitter