Advies van het Economisch en Sociaal Comité over het "Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten inzake de productie, de presentatie en de verkoop van tabaksproducten (algehele omwerking)"
Publicatieblad Nr. C 140 van 18/05/2000 blz. 0024 - 0032
Advies van het Economisch en Sociaal Comité over het "Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten inzake de productie, de presentatie en de verkoop van tabaksproducten (algehele omwerking)" (2000/C 140/08) De Raad heeft op 15 februari 2000 besloten, overeenkomstig artikel 95 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, het Economisch en Sociaal Comité te raadplegen over het voornoemde voorstel. De afdeling "Werkgelegenheid, sociale zaken, burgerschap", die met de voorbereiding van de desbetreffende werkzaamheden was belast, heeft haar advies op 14 maart 2000 goedgekeurd. Rapporteur was de heer Fuchs. Het Comité heeft tijdens zijn 371e zitting van 29 en 30 maart 2000 (vergadering van 29 maart 2000) het volgende advies uitgebracht, dat met 85 stemmen vóór en 33 stemmen tegen, bij 8 onthoudingen, is goedgekeurd. 1. Inleiding 1.1. Het Comité neemt er kennis van dat de voorgestelde richtlijn bedoeld is om de drie bestaande internemarktrichtlijnen over het teergehalte van sigaretten(1), tabak voor oraal gebruik(2) en de etikettering van tabaksproducten(3) om te werken, te actualiseren en aan te vullen. De Commissie beoogt de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten over het teergehalte van sigaretten, de gezondheidswaarschuwingen op de verpakking van tabaksproducten en het nicotine- en koolmonoxidegehalte van de (ingrediënten van) tabaksproducten te harmoniseren. 1.2. Het voorstel is gebaseerd op artikel 95 van het Verdrag, waarin wordt uitgegaan van een hoog beschermingsniveau van de volksgezondheid. Hierbij wordt ook rekening gehouden met problemen op het gebied van de volksgezondheid waarvan de lidstaten en een aantal wetenschappelijke autoriteiten de Commissie in kennis hebben gesteld (artikel 95, lid 8). 1.3. De voorgestelde maatregelen stemmen overeen met de aanbevelingen van zowel het raadgevend comité voor kankerpreventie van de Commissie(4) als de wereldgezondheidsvergadering van de WHO(5). Ook wordt rekening gehouden met het van 14 juni 1998 daterende advies van het consumentencomité van de Commissie over een sociaal verantwoord communautair tabaksbeleid(6). 1.4. De richtlijn is bedoeld om het teergehalte van sigaretten verder omlaag te brengen. Het teergehalte van sigaretten die in de lidstaten worden verkocht, geproduceerd of in het vrije verkeer gebracht, mag met ingang van 31 december 2003 (of 3 jaar na goedkeuring van de richtlijn) niet meer dan 10 milligram per sigaret bedragen. 1.5. Verder wordt voorgesteld het nicotinegehalte van sigaretten die in de lidstaten verkocht, geproduceerd of in het vrije verkeer worden gebracht, met ingang van 31 december 2003 (of 3 jaar na de datum van goedkeuring) tot maximaal 1 milligram per sigaret te beperken. 1.6. Ook het koolmonoxidegehalte zou met ingang van 31 december 2003 (of 3 jaar na de datum van goedkeuring) tot maximaal 10 milligram per sigaret moeten worden beperkt. 1.7. Om bovengenoemde grenswaarden te meten, moeten de methoden van de internationale organisatie voor normalisatie (ISO) worden toegepast. 1.8. Naast deze maatregelen zouden de lidstaten volgens de Commissie het recht moeten krijgen om de tabaksproducenten en -importeurs te verplichten ook andere dan de door bevoegde nationale autoriteiten voorgeschreven tests uit te voeren om na te gaan welke hoeveelheden van andere stoffen in tabaksproducten (opgesplitst naar merk) zitten. 1.9. Op de verpakking van sigaretten moet naast informatie over het teer- en nicotinegehalte ook informatie over het koolmonoxidegehalte komen te staan. Ook dient er wat de presentatie, het effect, de zichtbaarheid, de duidelijkheid en de inhoud van de gezondheidswaarschuwingen betreft het een en ander verbeterd te worden. 1.10. De Commissie stelt voor om de waarschuwing op de verpakking van niet voor roken bestemde tabaksproducten en van tabaksproducten voor oraal gebruik door een meer algemene waarschuwing te vervangen. 1.11. Ook stelt de Commissie voor dat de producenten en importeurs van tabaksproducten bij hun nationale overheid een lijst indienen van alle ingrediënten - inclusief alle additieven en de hoeveelheden hiervan - die bij de productie van hun tabaksproducten (opgesplitst naar merk) worden gebruikt. Bij deze lijst moet een verklaring worden gevoegd waarin zij uitleggen waarom zij deze ingrediënten aan hun tabaksproducten toevoegen. Verder moeten de lidstaten van hen toxicologische gegevens over deze ingrediënten - in verbrande en onverbrande vorm - krijgen, zodat zij het effect hiervan voor de gezondheid kunnen inschatten. Bovendien dienen de producenten en importeurs aan te tonen dat deze ingrediënten niet schadelijk zijn voor de gezondheid van de consument als zij volgens de voorschriften in tabaksproducten worden verwerkt. 1.12. Voorgesteld wordt om woorden als "laag teergehalte", "light", "ultralight", "mild" te verbieden, omdat deze bij de consument de verkeerde indruk kunnen wekken dat de producten in kwestie minder schadelijk voor de gezondheid zijn dan andere. Lidstaten zouden echter het recht moeten hebben om het gebruik van dergelijke woorden bij uitzondering expliciet toe te staan, maar dan moeten zij de Commissie wel meedelen onder welke voorwaarden zij een dergelijke toestemming verlenen. 1.13. Ten slotte stelt de Commissie voor dat zij om de twee jaar een verslag bij de Raad, het Europees Parlement en het Economisch en Sociaal Comité over de uitvoering van het voorstel indient en eventueel aanvullende voorstellen doet als dat gezien de ontwikkelingen in de tabakssector nodig is. 2. Algemene opmerkingen 2.1. Het is een goede zaak dat het Europees Parlement en de Raad van plan zijn de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten met betrekking tot de productie, presentatie en verkoop van tabaksproducten onderling aan te passen en te harmoniseren. 2.2. Het ESC erkent dat de harmonisatie en aanpassing van de bestaande wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten de toepasbaarheid ervan zal verbeteren. Nu nog bestaande handelsbarrières moeten geleidelijk worden afgebroken. Verdere harmonisering is van cruciaal belang voor de voltooiing van de interne markt. Het Comité wijst erop dat bij de beoogde onderlinge aanpassing en harmonisering van de bepalingen rekening moet worden gehouden met het heterogene karakter van de markt voor tabaksproducten. Zo worden rooktabak, sigaren, snuiftabak en pruimtabak dikwijls gefabriceerd door kleine en middelgrote bedrijven die een zeer breed scala aan producten aanbieden. De meeste van deze bedrijven liggen in kansarme EU-regio's. 2.3. Het initiatief van de Commissie komt de volksgezondheid in de Unie ten goede. Het Comité heeft zich al een aantal malen sterk gemaakt voor een belangrijker rol van volksgezondheid op EU-niveau(7). 2.4. De voorgestelde richtlijn maakt deel uit van een reeks maatregelen om te voorkomen dat roken de gezondheid aantast. Alleen een algehele, transnationale en preventieve strategie kan in dit verband tot duurzame resultaten leiden. De Commissie zou daarom met een plan ter beheersing van tabaksgebruik moeten komen dat onder meer maatregelen voor risicogroepen als vrouwen, kinderen, jongeren en in slechte economische en sociale omstandigheden verkerende mensen omvat. Daarnaast zouden van dit plan de volgende maatregelen deel dienen uit te maken: - maatregelen om te voorkomen dat zeer jonge kinderen en jongeren tabak gaan gebruiken; - programma's om jongeren en volwassenen van het roken af te helpen; - permanent onderwijs over gezondheidskwesties op scholen en voorlichtingscampagnes voor alle leeftijdsgroepen; - verbod op de verkoop van tabaksproducten aan personen jonger dan 18 jaar (op nationaal niveau vast te stellen); - verbod op de verkoop van verpakkingen met minder dan 20 sigaretten (zogenaamde kinderverpakkingen); - rookverbod in openbare gelegenheden; - verbod op de verkoop van sigaretten via automaten tenzij (technische en/of fysieke) maatregelen zijn genomen om te voorkomen dat jongeren van deze automaten gebruikmaken; - verhoging en gelijktrekking van de accijns op tabaksproducten en systematische bestrijding van de smokkel van tabaksproducten. Het Comité herhaalt zijn oproep van 9 juli 1997(8) om directe en indirecte tabaksreclame te verbieden en hoopt dat alle lidstaten hier snel werk van zullen maken. Het Comité verzoekt de lidstaten een aanzienlijk percentage van de accijnsopbrengsten uit de verkoop van tabaksproducten ter beschikking te stellen om meer preventieve maatregelen tegen het roken te nemen, meer middelen uit te trekken voor medisch onderzoek en de behandeling van ziekten waaraan rokers en niet-rokers die het slachtoffer zijn geworden van de schadelijke effecten van tabak, lijden. Een deel van deze inkomsten zou eveneens ten goede kunnen komen van de ziektekostenverzekeringen. 2.5. In tal van eerdere adviezen heeft het Comité er al op gewezen dat tabaksproducten schadelijk voor de gezondheid zijn en hart- en vaatziekten, kanker en andere aandoeningen tot gevolg hebben. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie(9)(10) komen jaarlijks een half miljoen EU-burgers door de gevolgen van tabaksgebruik voortijdig te overlijden. Gezien de doelstelling van de Unie om een hoog niveau van gezondheid te garanderen en met het oog op de bescherming van consumenten, dienen dezen in voldoende mate geïnformeerd te worden over de ingrediënten van tabaksproducten en de werking hiervan. Daarom moeten de ingrediënten van tabaksproducten exact worden aangegeven. Alleen dan kan de consument een besluit nemen dat stoelt op wetenschappelijk verantwoorde bevindingen. 2.6. Om consumenten de juiste en volledige informatie te kunnen geven, moeten de bestanddelen op een betrouwbare manier gemeten worden. De meetmethoden die de ISO voor het teer-, nicotine-, en koolmonoxidegehalte heeft vastgesteld, schieten wat dit betreft tekort(11)(12). Bij de ISO-test worden machines gebruikt. Uit een hele reeks onderzoeken blijkt echter dat mensen niet als machines roken. Het gemiddelde rookvolume, de hoeveelheid en de duur van de trekken en de diepte van inhaleren lopen sterk uiteen. Daardoor wordt de ene roker ook veel meer blootgesteld aan de tabaksbestanddelen dan de andere. De daadwerkelijke blootstelling van een roker aan deze stoffen kan vele malen hoger of lager uitvallen dan wat een machinetest te zien geeft. Het is dus mogelijk dat met machines vergaarde gegevens de consument op het verkeerde been zetten. Voor de regelgeving op het gebied van tabak is de ontwikkeling van betrouwbare meetmethoden dan ook van groot belang; de Commissie moet zich hier actief voor inzetten. 2.7. Sigarettenrook bestaat uit 3500 à 4000 verschillende substanties, waarvan een groot aantal een stimulerende werking heeft. Ruim 40 daarvan zijn kankerverwekkend; andere worden als toxisch beschouwd. Door de nicotine in sigaretten raken rokers verslaafd. De Commissie stelt nu voor om het teer-, nicotine- en koolmonoxidegehalte op de verpakking van sigaretten te vermelden en voor deze stoffen grenswaarden vast te stellen. Het Comité wijst in dit verband op het complexe karakter van deze zaak en pleit voor een gedifferentieerde aanpak: 2.7.1. Teer- en koolmonoxide zijn slecht voor de gezondheid(13). In beginsel zou het daarom een goede zaak zijn om het gehalte hiervan te vermelden, maar dan moet deze informatie wel juist zijn. Menig deskundige beschouwt het begrip "teer" echter als misleidend, aangezien dit een verzamelnaam is voor duizenden chemicaliën die de rest van tabaksrook vormen(14). Teer bestaat uit allerlei zeer verschillende bestanddelen, die niet allemaal even schadelijk voor de gezondheid zijn. Bovendien loopt de samenstelling van teer van product tot product sterk uiteen. Het is daarom zaak om op de middellange termijn bovengrenzen voor de toxische of kankerverwekkende stoffen vast te stellen en de concentratie hiervan ten opzichte van het nicotinegehalte steeds verder omlaag te brengen (teer/nicotine-verhouding). Hierbij zou ook het koolmonoxidegehalte ten opzichte van de nicotineconcentratie gereduceerd dienen te worden. 2.7.2. Bij een regulering van het nicotinegehalte moet zeer omzichtig te werk worden gegaan. Volgens het Comité is wat dit betreft eerst meer onderzoek nodig. Om te voorkomen dat kinderen en jongeren aan tabak verslaafd raken, lijkt het raadzaam het nicotinegehalte hiervan te verminderen. Op die manier zullen kinderen en jongeren die met roken experimenteren waarschijnlijk niet zo snel aan nicotine verslaafd raken. Aan de andere kant valt echter te verwachten dat verslaafden dan eerder meer gaan roken om de hoeveelheid nicotine in hun lichaam op hetzelfde peil te houden. Het is mogelijk dat regels voor de toegestane hoeveelheid nicotine en teer niet leiden tot een kleinere kans op longkanker onder rokers. Aangezien hiernaar nog te weinig onderzoek is verricht(15)(16)(17), zou met een verdere beperking van het nicotinegehalte moeten worden gewacht tot meer onderzoeksresultaten zijn geanalyseerd. 2.7.3. In de Unie is het gebruik van ruim 600 tabaksadditieven toegestaan. Fabrikanten zouden moeten toelichten waarom zij bestaande en nieuwe additieven gebruiken, welke werking deze hebben en of deze schadelijk voor de gezondheid zijn. 2.7.4. Vooral kleine producenten en importeurs moeten aanspraak kunnen maken op een gewettigd vertrouwen en niet door overdreven strenge eisen in hun voortbestaan bedreigd worden. 3. Bijzondere opmerkingen 3.1. Artikel 1 Het Comité onderschrijft zonder meer de doelstellingen van de richtlijn en hoopt dat deze in de lidstaten tot een hoog niveau van gezondheidsbescherming zal leiden. 3.2. Artikel 3 3.2.1. Het is misleidend om van het gehalte van teer en koolmonoxide in sigaretten te spreken. In tegenstelling tot nicotine ontstaan teer en koolmonoxide pas als een sigaret brandt of smeult; teer is deel van het condensaat en koolmonoxide komt voor in het gasgedeelte van de rook. Daarom zou per sigaret beter melding kunnen worden gemaakt van de "nicotine in de tabak", "teer in het rookcondensaat" en "koolmonoxide in de rook". Bovendien geldt voor koolmonoxide dat de hoeveelheid die hiervan per sigaret geproduceerd wordt afhangt van de zuurstoftoevoer en dus van de intensiteit waarmee gerookt wordt. 3.2.2. Uit toxicologisch oogpunt kunnen vraagtekens geplaatst worden bij het voorstel om het nicotinegehalte per sigaret (1 mg) nog verder omlaag te brengen. Dit zou misschien goed zijn voor mensen die af en toe roken, wier rookgedrag niet door de nicotine die zij binnenkrijgen bepaald wordt. Bij aan nicotine verslaafde rokers is dat echter wel het geval. Hebben zij grote behoefte aan nicotine, dan inhaleren zij vaker en dieper en roken zij ook meer sigaretten dan wanneer hun behoefte eraan geringer is. Over het effect van een regeling voor het nicotinegehalte is nu nog te weinig bekend. Hiernaar moet onderzoek worden gedaan. 3.2.3. Het ESC hoopt van harte dat de Europese normen wereldwijd ingang vinden zodat concurrentiedistorsies worden vermeden en er ook geen arbeidsplaatsen in gevaar komen. Het ESC dringt er bij de Commissie op aan alles in het werk te stellen om deze doelstelling zo snel mogelijk te verwezenlijken. De Commissie zou onmiddellijk een financiële voorziening moeten treffen om het banenverlies te compenseren en de omscholing van de betrokken werknemers te financieren. 3.3. Artikel 5 3.3.1. De in de richtlijn voorgestelde waarden moeten uiteraard nog aan analytisch onderzoek worden onderworpen. De vraag is echter of de voorgestelde ISO-methoden wel overeenstemmen met de huidige stand van de techniek. Mocht blijken dat andere meettechnieken met succes zijn toegepast, dan moet het gebruik hiervan ook worden voorgeschreven. 3.3.2. Het Comité vindt dat consumenten van tabaksproducten mogen verwachten dat deze gecontroleerd, getest en goedgekeurd worden volgens algemeen aanvaarde normen. Het dringt er bij de Commissie op aan, voor de nationale systemen op termijn een communautair kader uit te werken dat gebaseerd is op internationaal geaccepteerde normen. Hiermee kan ervoor gezorgd worden dat de meest geschikte analysemethoden consequent en overal in de EU op dezelfde wijze worden toegepast, zodat vergelijkbare gegevens kunnen worden vergaard. 3.3.3. Van tabaksproducenten en -importeurs moet terecht geëist kunnen worden dat zij meer, eventueel door de bevoegde nationale autoriteiten voorgeschreven tests uitvoeren om na te gaan welke hoeveelheid andere stoffen hun producten (opgesplitst naar merk) voortbrengen. 3.4. Artikel 6 3.4.1. Het Comité vindt het een goede zaak dat de presentatie, de duidelijkheid en de inhoud van de gezondheidswaarschuwingen verbeterd worden en dat het effect en de zichtbaarheid hiervan vergroot worden. 3.4.2. Algemene waarschuwingen moeten duidelijk zichtbaar zijn; een kwart van het desbetreffende oppervlak van de verpakking lijkt redelijk. Bovendien moet voldoende rekening worden gehouden met de grootte van de verpakking om te voorkomen dat het nagestreefde doel wordt gemist. 3.4.3. De lidstaten zouden het recht moeten krijgen om op alle tabaksproducten informatie over cursussen om met roken te stoppen, te laten afdrukken. 3.5. Artikel 7 Terecht stelt de Commissie voor dat producenten en importeurs een lijst moeten indienen waarop zij vermelden welke "tabaksvreemde" ingrediënten zij voor elk tabaksproduct gebruiken. Voorts moeten zij bij deze lijst een verklaring voegen waarin zij toelichten waarom zij deze ingrediënten hebben toegevoegd. Deze openheid zal de bescherming van de gezondheid in de Gemeenschap ten goede komen. Wel vraagt het Comité zich af waar, hoe en aan de hand van welke criteria deze lijsten beoordeeld moeten worden. Het ontbreken van een communautair kader voor de nationale systemen en de tests kan tot gevolg hebben dat er grote verschillen ontstaan tussen de nationale wetgevingen en dat de werking van de interne markt kunstmatig wordt belemmerd, terwijl de richtlijn juist bedoeld is om belemmeringen tegen te gaan. Volgens het Comité kan voor harmonisering inzake ingrediënten gezorgd worden door een lijst van toegelaten stoffen op te stellen, waarbij kan worden uitgegaan van de lijst van België, Duitsland, Oostenrijk of Frankrijk, of van een combinatie van deze lijsten. 3.6. Artikel 8 3.6.1. Het Comité is het in beginsel eens met het door de Commissie voorgestelde verbod om misleidende termen als "laag teergehalte", "light" of "mild" te gebruiken, aangezien bewezen is dat de gesuggereerde voordelen niet bestaan en het voor aan nicotine verslaafde rokers weinig zin heeft om te kiezen tussen sigaretten met een laag teergehalte en sigaretten met de vermelding "light", "ultra light" enz. Vermeden moet worden dat bepaalde lidstaten eigen regelingen gaan invoeren. 3.6.2. Uit preventief oogpunt zou het een goede zaak zijn dat mensen die slechts af en toe roken "light" sigaretten kunnen kiezen, omdat deze de gezondheid minder schade toebrengen. Dit kan echter alleen toegestaan worden als er meetmethoden zijn waarvan de resultaten zo'n benaming in hoge mate rechtvaardigen. 3.7. Artikel 10 Het Comité is het eens met het voorstel van de Commissie om elke twee jaar een verslag over de toepassing van de richtlijn in te dienen. Zij zou moeten nagaan in hoeverre het bevoegde wetenschappelijke comité ermee belast kan worden om de bestaande richtlijn op gezette tijden te beoordelen en bovendien in het licht van opgedane ervaringen aan te passen. 3.8. Het Comité vindt dat dezelfde overgangsbepalingen moeten worden ingevoerd als die welke vanaf de inwerkingtreding van de bestaande richtlijn golden, teneinde ermee rekening te houden dat de technische aanpassingsmogelijkheden van het MKB beperkt zijn en dat bepaalde producten een lange omlooptijd hebben. Brussel, 29 maart 2000. De voorzitter van het Economisch en Sociaal Comité B. Rangoni Machiavelli (1) Richtlijn 90/239/EEG, PB L 137 van 30.5.1990, blz. 36. (2) Richtlijn 92/41/EEG, PB L 158 van 11.6.1992, blz. 30. (3) Richtlijn 89/622/EEG, PB L 359 van 8.12.1989, blz. 1. (4) COM(96) 609 def. - bijlage. (5) WHO, Tobacco or Health. A global status report. Genève, 1997, blz. 49. (6) Advies van het "Consumer Committee on Socially Responsible Community Tobacco Policy", 14.6.1998. (7) ESC-advies over de ontwikkeling van beleid op volksgezondheidgebied, PB C 407 van 28.12.1998. (8) PB C 296 van 29.9.1997, blz. 32. (9) WHO, Tobacco or Health. A global status report. Genève, 1997. (10) Peto et al. Mortality from smoking in developed countries 1950-2000, Oxford, Oxford University Press, 1994. (11) WHO Conference on the Regulation of Tobacco Products. Conclusions. Helsinki, 18.10.1999. (12) Slade, J. & Henningfield, J.E. Tobacco product regulation: Context and issues. Food and Drug Law journal, 53(suppl.), 43-77, 1998. (13) US Department of Health and Human Services. Reducing the health consequences of smoking, 1989. (14) Gray, N. et al. Tar concentration in cigarettes and carcinogen content. Lancet, 352, 787-8, 1998. (15) Bates, C. Et al. The future of tobacco product regulation and labelling in Europe: Implications for the forthcoming European directive. Tobacco Control, 8, 225-235, 1999. (16) Henningfield, J.E. et al. Reducing the addictiveness of cigarettes. A report of the American Medical Association. Tobacco Control, 7, 281-93, 1999. (17) Shatenstein, S. et al. Eliminating nicotine in cigarettes. Tobacco Control, 8, 106-9, 1999. BIJLAGE bij het advies van het Economisch en Sociaal Comité Verworpen wijzigingsvoorstellen De onderstaande wijzigingsvoorstellen zijn tijdens de beraadslagingen verworpen, maar worden in de bijlage bij dit advies opgenomen omdat ten minste één kwart van de stemmen vóór deze wijzigingsvoorstellen is uitgebracht. Paragraaf 2.4., vierde gedachtestreepje Deze tekst te vervangen door: "Verbod van de verkoop van tabaksartikelen aan jongeren (de minimumleeftijd dient uit hoofde van subsidiariteit op nationaal niveau bepaald te worden)" Motivering De tekst van de rapporteur spreekt zichzelf tegen. Enerzijds wordt een leeftijdsgrens genoemd, anderzijds wordt gesteld dat de lidstaten een dergelijke grens dienen vast te stellen. Het amendement maakt duidelijker (door geen concrete leeftijd te noemen) dat het de lidstaten dienen te zijn die invulling kunnen geven aan het begrip jongere al naar gelang hun individuele sociale en culturele situatie. Uitslag van de stemming Vóór: 43, tegen: 59, onthoudingen: 13. Paragraaf 2.4, zevende gedachtestreepje Deze tekst te schrappen: "verbod op de verkoop van sigaretten via automaten". Motivering Een volstrekt verbod op de verkoop van sigaretten door middel van verkoopautomaten is niet opportuun en vormt een discriminatie van dit distributiekanaal ten opzichte van andere verkoopkanalen. Uitslag van de stemming Vóór: 35, tegen: 75, onthoudingen: 13. Paragraaf 2.4 De passage "verhoging en gelijktrekking van de accijns op tabaksproducten en systematische bestrijding van de smokkel van tabaksproducten" als volgt te formuleren: "Gelijktrekking van de accijns op tabaksproducten en systematische bestrijding van de smokkel van tabaksproducten". Motivering Een verhoging van de toch al zware accijns op tabaksproducten in de EU zou het marktevenwicht verstoren. Een dergelijke maatregel zou smokkel immers in de hand werken, zodat de consument zich nóg goedkopere tabaksproducten zou kunnen aanschaffen, wat haaks staat op het beoogde effect. Juist om deze smokkel aan te pakken hebben sommige landen zoals Zweden en Canada hun hoge accijnzen verlaagd. Uitslag van de stemming Vóór: 59, tegen: 61, onthoudingen: 16. Paragraaf 3.2.3 Aan het slot van de paragraaf de volgende zin toevoegen: "Zolang dit niet het geval is, mag de grenswaarde voor het nicotine- en koolmonoxidegehalte van voor de EU-markt bestemde producten niet al te drastisch worden teruggebracht en moet ten behoeve van Griekenland net als bij de teerrichtlijn een langere termijn worden vastgesteld." Motivering Het gaat niet aan dat alleen producenten buiten de Unie hun productie mogen diversifiëren om aan de sterk uiteenlopende vraag te kunnen voldoen. Vanwege de nauwe samenhang tussen enerzijds het nicotine- en koolmonoxidegehalte en anderzijds het teergehalte dient aan Griekenland een afwijking te worden toegestaan. Uitslag van de stemming Vóór: 29, tegen: 74, onthoudingen: 14. Paragraaf 3.2.3 Na deze paragraaf de volgende passage invoegen: "Artikel 4 Het ESC is van oordeel dat de grenswaarden voor het nicotine- en koolmonoxidegehalte moeten worden afgestemd op de voorgestelde grenswaarde voor het teergehalte. Dit impliceert dat de tijdelijke afwijking voor Griekenland niet alleen betrekking zou moeten hebben op het teergehalte, maar ook op het nicotine- en koolmonoxidegehalte." Motivering Er bestaat een verband tussen het teergehalte en het nicotine- en koolmonoxidegehalte. Als dus de grenswaarden van 1 mg nicotine en 10 mg koolmonoxide vanaf 31 december 2003 ook voor Griekenland gelden, wordt het land er in feite indirect toe gedwongen ook het teergehalte al vanaf die datum te beperken. De in artikel 4 vastgelegde tijdelijke afwijking inzake het teergehalte is bijgevolg niet meer dan een wassen neus. Uitslag van de stemming Vóór: 36, tegen: 58, onthoudingen: 14. Paragraaf 3.2.4 Een als volgt luidende nieuwe paragraaf 3.2.4 in te voegen: "3.2.4. Het Comité is van oordeel dat de grenswaarde voor het koolmonoxidegehalte van sigaretten in een vaste verhouding moet staan tot de grenswaarden voor het teergehalte (10 mg) en het nicotinegehalte (1 mg). Daarom stelt het Comité voor dat de Commissie de noodzakelijke maatregelen neemt om ervoor te zorgen dat de grenswaarde voor het koolmonoxidegehalte evenredig is met de andere twee grenswaarden en vastgesteld wordt op basis van betrouwbare wetenschappelijke gegevens." Motivering Volgens de toelichting bij het Commissievoorstel "moet net als voor het teer- en nicotinegehalte van sigaretten ook voor het koolmonoxidegehalte een grenswaarde worden vastgelegd die aansluit bij de (...) grenswaarden" voor teer en nicotine. Inherent aan deze problematiek is dat de analyses die aan de hand van de thans beschikbare methoden voor het testen van de koolmonoxidegehalten worden uitgevoerd, uiteenlopende resultaten te zien geven. Daarom moet bij de vaststelling van een gepaste grenswaarde uitermate zorgvuldig te werk worden gegaan. De Commissie zou er zich dan ook van moeten vergewissen dat de maximumwaarde voor het koolmonoxidegehalte vastgesteld wordt op basis van betrouwbare wetenschappelijke gegevens en evenredig is met de maximumwaarden voor teer en nicotine, zoals de bedoeling is. Uitslag van de stemming Vóór: 34, tegen: 70, onthoudingen: 8. Paragraaf 3.2.5 Een als volgt luidende nieuwe paragraaf 3.2.5 toevoegen: "3.2.5. Het Comité is van oordeel dat het voorstel van de Commissie, dat in zijn huidige vorm ook van toepassing is op tabaksproducten die voor de export bestemd zijn, nadelig zal uitpakken voor de export, de concurrentiepositie en de werkgelegenheid." Motivering Het voorstel van de Commissie, dat betrekking heeft op uit de Unie geëxporteerde tabaksproducten, leidt ertoe dat de uitvoer van de Unie nodeloos wordt beperkt, dat het concurrentievermogen van de lidstaten en de Unie wordt geschaad en dat de werkgelegenheid in de Unie een knauw krijgt. In 1998 is 16 % van de binnen de Unie geproduceerde sigaretten buiten de Unie op de markt gebracht en verschafte de tabakssector werk aan zo'n 50000 personen. Het is dus duidelijk dat de voorgestelde maatregel de sigarettenproductie en de werkgelegenheid in deze sector in gevaar brengt. Uitslag van de stemming Vóór: 44, tegen: 67, onthoudingen: 7. Paragraaf 3.4.2 Deze paragraaf als volgt doen luiden: "Algemene waarschuwingen moeten duidelijk zichtbaar zijn en in een kadertje worden geplaatst (dikte van de lijnen: 1 mm). Bij sigaretten lijkt het redelijk hiervoor een tiende van het desbetreffende oppervlak van de verpakking te reserveren; bij andere tabaksproducten (b.v. bij sigaren of pijptabak) mag de waarschuwing op het houten kistje of metalen doosje worden gekleefd; in dit geval mag de waarschuwing niet meer dan 15 cm2 in beslag nemen." Motivering Een waarschuwing hoeft geen kwart van het oppervlak van de verpakking te beslaan om duidelijk zichtbaar te zijn. Bij sommige producten kan de waarschuwing niet op de verpakking worden gedrukt en bovendien zou zulks economisch volkomen onrendabel zijn aangezien sommige producten een specifieke verpakking voor elke deelmarkt vereisen. Uitslag van de stemming Vóór: 34, tegen: 71, onthoudingen: 1. Paragraaf 3.4.4 Een als volgt luidende nieuwe paragraaf 3.4.4 toevoegen: "3.4.4. Uit billijkheidsoverwegingen zouden alle fabricanten - ongeacht de kleur van de verpakking van hun product - de mogelijkheid moeten krijgen om andere kleuren dan zwart en wit te gebruiken, mits de leesbaarheid van de waarschuwing niet in het gedrang komt." Motivering Het voorstel van de Commissie - zwarte letters op een witte achtergrond - bevoordeelt producenten die hebben gekozen voor een witte verpakking met zwarte letters. De voorgestelde wijziging biedt de overige producenten de mogelijkheid om dezelfde verpakking te gebruiken als voorheen. Uitslag van de stemming Vóór: 33, tegen: 71, onthoudingen: 7. Paragraaf 3.5.1 Een als volgt luidende nieuwe paragraaf 3.5.1 toevoegen: "3.5.1. Het Comité is van oordeel dat het beter zou zijn een gemeenschappelijke regeling voor de toepassing van en controle op tabaksvreemde ingrediënten uit te werken, uitgaande van uniforme en internationaal erkende normen. Uit de aldus verkregen informatie moet blijken dat het gebruik van de ingrediënten in kwestie geen ernstig gevaar oplevert voor de gezondheid. Op deze manier kan worden bereikt dat alle lidstaten de meest adequate en betrouwbare methoden toepassen en dat overal dezelfde criteria worden gehanteerd, wat de efficiëntie van de interne markt ten goede komt." Motivering Als de voorgestelde richtlijn niet in een gemeenschappelijke controleregeling en dus ook in gemeenschappelijke lijsten voorziet, is het niet uitgesloten dat elke lidstaat zijn eigen systeem gaat toepassen. Dit zou tot nieuwe handelsbelemmeringen leiden, met alle gevolgen van dien. De voorgestelde richtlijn is er juist op gericht een dergelijke situatie te voorkomen. Uitslag van de stemming Vóór: 39, tegen: 72, onthoudingen: 8. Paragraaf 3.6.2 De tweede zin door de volgende tekst vervangen: "Daarom dienen zowel voor de te vermelden informatie als voor het maximale teergehalte adequate normen te worden vastgesteld." Motivering Zoals in het advies wordt uiteengezet heeft de roker geen boodschap aan absolute cijfers. Daarom is het beter hem duidelijkere informatie te verschaffen, zodat hij met meer kennis van zaken een keuze kan maken. Uitslag van de stemming Vóór: 42, tegen: 70, onthoudingen: 10. Paragraaf 3.6.3 Een als volgt luidende nieuwe paragraaf in te voegen: "Termen als 'light' of 'mild' zouden gebruikt moeten mogen worden indien hiermee op niet mis te verstane wijze verwezen wordt naar eigenschappen die verband houden met geur, smaak of kleur van andere tabaksproducten dan sigaretten." Motivering De termen "light" en "mild" verwijzen vaak naar de geur of smaak van sigaren, snij- en snuiftabak. Uitslag van de stemming Vóór: 35, tegen: 65, onthoudingen: 16. De onderstaande passage is uit het afdelingsadvies geschrapt aangezien het aldus luidende wijzigingsvoorstel tijdens de beraadslagingen is goedgekeurd, maar wordt in deze bijlage opgenomen omdat ten minste één kwart van de stemmen vóór het behoud van de passage is uitgebracht. Paragraaf 2.4, derde alinea "Bovendien zouden op de middellange termijn de landbouwsubsidies voor de tabaksteelt moeten worden afgeschaft. Dat zou namelijk leiden tot een samenhangender EU-beleid. Nu nog wordt het gebruik van tabak ontmoedigd en tegelijkertijd de teelt van tabak gestimuleerd. De Commissie doet er goed aan om in de EU nog meer voor de tabaksproductie bestemde grond op te kopen en de tabaksteelt er te beëindigen. De voor de tabaksteelt verleende subsidies zouden moeten worden omgezet in sociale subsidies." Uitslag van de stemming met betrekking tot het voorstel deze paragraaf te schrappen: Vóór: 73, tegen: 64, onthoudingen: 2.