52000AC0359

Advies van het Economisch en Sociaal Comité over: het "Voorstel voor een verordening van de Raad houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 1251/1999 tot instelling van een steunregeling voor producenten van bepaalde akkerbouwgewassen, met het oog op uitbreiding van de werkingssfeer tot vezelvlas en -hennep", en het "Voorstel voor een verordening van de Raad houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector vezelvlas en -hennep"

Publicatieblad Nr. C 140 van 18/05/2000 blz. 0003 - 0005


Advies van het Economisch en Sociaal Comité over:

- het "Voorstel voor een verordening van de Raad houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 1251/1999 tot instelling van een steunregeling voor producenten van bepaalde akkerbouwgewassen, met het oog op uitbreiding van de werkingssfeer tot vezelvlas en -hennep", en

- het "Voorstel voor een verordening van de Raad houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector vezelvlas en -hennep"

(2000/C 140/02)

De Raad heeft op 15 november 1999 besloten, overeenkomstig de bepalingen van de artt. 37 en 262 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, het Economisch en Sociaal Comité te raadplegen over de voornoemde voorstellen.

De afdeling voor landbouw, plattelandsontwikkeling en milieu, die met de voorbereiding van de desbetreffende werkzaamheden was belast, heeft haar advies op 14 maart 2000 goedgekeurd. Rapporteur was de heer Kienle.

Het Economisch en Sociaal Comité heeft tijdens zijn 371e zitting van 29 en 30 maart 2000 (vergadering van 29 maart 2000) het volgende advies uitgebracht, dat met 74 stemmen vóór, bij 1 onthouding, is goedgekeurd.

1. Inleiding

1.1. Veel middeleeuwse afbeeldingen tonen de eerste mensen na hun verdrijving uit het paradijs, terwijl ze moeizaam proberen om in hun eerste levensbehoeften - voedsel en kleding - te voorzien. Adam wordt afgebeeld met de schoffel, Eva met het spinnewiel. De vezel- en oliehoudende planten vlas en hennep behoren tot de oudste cultuurgewassen. Ook de Latijnse benaming "linum usitatissimum" onderstreept het buitengewoon grote nut van deze planten en de hoge waardering die zij genoten. Hennep en vlas werden in vrijwel alle Europese regio's verbouwd voor de productie van textiel en touw en waren kenmerkend voor leven en werk in landbouw, ambacht en handel. Pas toen goedkope katoen van overzee werd ingevoerd en later het gebruik van kunstvezels op steeds groter schaal begon plaats te vinden, begon de vlas- en hennepteelt drastisch in te krimpen, waardoor deze traditionele teelt heden ten dage in veel gebieden zelfs volkomen is verdwenen.

1.2. De vlas- en hennepteelt beleeft momenteel echter weer een opbloei. Van doorslaggevende betekenis hierbij is niet alleen de vraag naar van hoogwaardige natuurvezels gemaakt textiel en ook milieu-overwegingen t.a.v. de teeltwisseling in de landbouw, maar vooral de toepassing van deze gewassen in nieuwe en hernieuwbare grondstoffen.

1.3. Alhoewel de in 1970 vastgestelde gemeenschappelijke marktordening overeenkomstig de toenmalige teeltomstandigheden in het bijzonder betrekking had op de traditionele vlasvezelteelt in België, Frankrijk en Nederland, heeft de teelt van vezelvlas en -hennep zich sindsdien ook in andere lidstaten ontwikkeld. Het uitgangspunt voor veel initiatieven vormde de ontsluiting van nieuwe markten voor het geheel van vlas- en hennepvezels en hun bijproducten. Het onderzoek en de ontwikkeling die hiervoor nodig waren, werden - niet in de laatste plaats vanwege een grote inhaalbehoefte - met aanzienlijke financiële middelen van de Europese Gemeenschap en de lidstaten gesteund. Het is gelukt nieuwe en veelbelovende producten te ontwikkelen als milieuvriendelijk alternatief voor minerale vezels, waarbij de geringe giftigheid en een milieuvriendelijke recycling zeer welkome eigenschappen zijn. Dit geldt bijvoorbeeld voor de verwerking van vezels in composieten voor de auto-industrie of in isolatiemateriaal in de bouwsector.

1.4. De productie en verwerking van vezelvlas en -hennep heeft tot op de dag van vandaag echter een wezenlijk kenmerk behouden: omdat vlas- en hennepstro slecht geschikt is voor transport, is er een nauwe samenwerking nodig tussen de producenten van vezelplanten en de eerste verwerkers van het product. In deze wederzijdse afhankelijkheidssituatie draagt de eerste verwerker het grootste investeringsrisico en daarmee ook een grotere verantwoordelijkheid voor het behoud van werkgelegenheid.

1.5. De statistieken van de Europese Gemeenschap over de teeltgebieden van deze gewasssen toonden tot en met het oogstjaar 1994 voor vlas een areaal van ongeveer 90000 hectare en voor hennep van ongeveer 8000 hectare. Sindsdien is het teeltareaal van vezelvlas in een zeer snel tempo uitgebreid tot een totaal van ongeveer 212000 hectare. Ook de hennepteelt werd in deze periode met ongeveer 30000 hectare uitgebreid. Dit had tot gevolg dat de uitgaven voor de gemeenschappelijke marktordening voor vlas en hennep stegen van 74 mln euro in 1995 tot 158,6 mln euro in 1999, hoewel de steun voor vlas en hennep sinds 1995 met 7,5 % respectievelijk 14,4 % werd verlaagd.

1.6. Het van 1996 daterende voorstel van de Commissie om de marktordening voor vlas en hennep te hervormen ten einde de uitgaven van de EU voor deze sector te stabiliseren, kon geen meerderheid van de lidstaten achter zich krijgen.

1.7. De aangepaste marktordening die sindsdien geldt, bestaat vooral uit vaste steunbedragen voor vezelvlas die worden gedifferentieerd op basis van zes homogene productiegebieden, en een vast steunbedrag per hectare hennep.

2. Hervormingsvoorstel van de Europese Commissie

2.1. De Commissie wil met voorgestelde hervorming van de gemeenschappelijke marktordening voor vlas en hennep het volgende bereiken:

- Vermindering van de begrotingsuitgaven tot 51 miljoen euro voor deze sector vanaf het verkoopseizoen 2005-2006 (158,6 miljoen euro in 1999);

- bestrijding van misbruik van de tot nu toe geldende regeling;

- totstandbrenging van een stabiel evenwicht op de markten;

- vereenvoudiging van de administratieve rompslomp;

- uitvoering van de hervorming reeds vanaf het verkoopseizoen 2000/2001.

2.2. Het voorstel behelst verstrekkende wijzigingen in de tot nu bestaande marktordening:

- De opneming van vezelvlas en -hennep in de regeling die is vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 1251/1999 van de Raad tot instelling van een steunregeling voor producenten van bepaalde akkerbouwgewassen;

- in lijn met de steun voor lijnolie een verlaging in drie etappes van de hecaresteun voor vezelvlas en -hennep tot op het niveau van de steun voor granen in het verkoopseizoen 2002/2003;

- handhaving van de verplichting verkoopcontracten met erkende verwerkers af te sluiten. Om erkend te worden moet de verwerker zich er bovendien toe verbinden niet te leveren aan bedrijven die voedingsproducten op basis van hennep vervaardigen of in de handel brengen;

- invoering van een vergunningsprocedure voor de hennepteelt als voorwaarde voor de handhaving van de steun per hectare en handhaving van controles bij de producent ter vaststelling van het THC-gehalte van hennep; tevens opheffing van de voorwaarde dat een minimumopbrengst moet zijn gehaald alvorens de steun onverkort wordt uitbetaald;

- het denatureren van geïmporteerd en niet voor inzaaiing bestemd hennepzaad om het zijn kiemkracht te ontnemen.

2.3. Voorgesteld wordt aanvullende verwerkingssteun in te voeren. Deze steun wordt op basis van de nationale maximumhoeveelheden begrensd. De hoogte van de verwerkingssteun voor lange vlasvezels zal geleidelijk worden verhoogd van 60 euro per ton in het verkoopseizoen 2000/2001 naar 200 euro per ton in het verkoopseizoen 2005/2006.

2.4. Voor korte vlas- en hennepvezels wordt voor de verkoopseizoenen 2000/2001 tot 2004/2005 een uniforme verwerkingssteun van 40 euro per ton vastgelegd, die daarna wordt afgeschaft. Deze steun is voor de erkende eerste verwerkers bedoeld.

2.5. Het door de Commissie voorgestelde stabilisatiemechanisme houdt het volgende in:

2.5.1. Opneming van vlas- en hennepteeltarealen in het basisareaal, waarbij de lidstaten in het geval van hennep worden verplicht voor ieder teeltgebied een maximumareaal vast te leggen.

2.5.2. De invoering van gegarandeerde maximumhoeveelheden in het kader van de verwerkingsteun voor lange en korte vlas- en hennepvezels. Deze maximale hoeveelheden worden op basis van de historische teeltgebieden over de lidstaten verdeeld. Voor lidstaten die niet tot de oorspronkelijke producenten behoren, is een maximale hoeveelheid van 50 ton bepaald. De door de EU gegarandeerde maximale hoeveelheid bedraagt in totaal voor lange vlasvezels per verkoopseizoen 75500 ton en voor korte vlas- en hennepvezels 119500 ton.

2.5.3. De toekenning van de verwerkingspremie voor korte vezels is gebonden aan een maximaal schevengehalte van 5 % in de vezels.

2.6. Deze hervorming dient reeds in het verkoopseizoen 2000/2001 in werking te treden, waarbij echter zo nodig overgangsregelingen kunnen worden vastgesteld.

3. Algemene opmerkingen

3.1. Het Comité erkent de noodzaak de uitgaven voor de marktordening voor vlas en hennep te stabiliseren en misbruik bij de premietoekenning ("jacht op premies") te voorkomen. Dit is niet alleen van belang vanuit het oogpunt van de belastingbetaler maar ook voor de producenten en verwerkers die tot nu toe steeds op correcte wijze rekening hebben gehouden met de politieke doelstelling van de marktordening. Er moet worden voorkomen dat de gehele vlas- en hennepsector in een kwaad en zelfs misdadig daglicht wordt gesteld. Een en ander is dringend noodzakelijk omdat het aangeklaagde misbruik ongetwijfeld niet zou zijn opgetreden indien de Commissie en de lidstaten van meet af aan strikt de hand hadden gehouden aan contractteelt en strenge controles hadden uitgeoefend.

3.2. Het Comité steunt de doelstelling van de Commissie, evenwicht op de markt tot stand te brengen. Een marktgerichte ontwikkeling vormt het uitgangspunt voor een blijvende toegang tot de markt en daarmee voor de afzet van vlas en hennep. De door de Commissie en de lidstaten verleende middelen voor onderzoek naar en ontwikkeling van innovaties en nieuwe producten, bij voorkeur voor het gebruik van korte vezels op andere terreinen dan de textielproductie, dienen binnen dit kader te worden beoordeeld. Talrijke nieuwe en veelbelovende toepassingen konden reeds worden geïntroduceerd. Des te belangrijker is het dat deze ontwikkeling niet in gevaar wordt gebracht, maar wordt voortgezet en gestabiliseerd.

3.3. De marktontwikkeling bevindt zich hoe dan ook nog in een beginstadium. Om die reden mag de steunregeling niet onderbroken worden. Met de geplande vermindering van de areaalbetalingen respectievelijk het wegvallen van de verwerkingssteun voor korte vlas- en hennepvezels komt een en ander echter op losse schroeven te staan. Er mag geen situatie ontstaan waarin lidstaten de hervorming als een signaal gaan beschouwen om hun financiële steun aan onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten in te trekken. In dat geval zouden in het bijzonder die eerste verwerkingsbedrijven direct met faillissement worden bedreigd welke recentelijk zijn opgericht of in de plannings- of erkenningsfase verkeren.

3.4. Het Comité wijst erop dat de teelt van vlas en hennep, al dan niet voor de productie van textiel, een positief voorbeeld is van multifunctionele landbouw en van een geïntegreerde, verschillende bedrijfstakken overkoepelende aanpak ter bevordering van de plattelandsontwikkeling. De wederzijdse afhankelijkheid tussen stroleveranciers en eerste verwerkers is ook bepalend voor de verwerkings- en afzetmogelijkheden.

3.5. Het Comité is het met de Commissie eens, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1251/1999 van de Raad de teelt van vlas en hennep in de algemene steunregeling voor akkerbouwgewassen op te nemen en de verwerkingssteun op basis van hoeveelheid toe te kennen. Het leidt namelijk geen twijfel dat areaalbetalingen die onafhankelijk van het productieniveau worden gedaan de bekritiseerde jacht op premies alleen maar bevorderen. Het Comité stelt echter voor om in regio' s met zeer geringe graanopbrengst voor de vaststelling van areaalbetalingen uit te gaan van de maisopbrengst en ook rekening te houden met bebouwbaar grasland. Het Comité stemt er voorts mee in dat vlas en hennep alleen op die plaatsen mogen te worden geteeld die voor een dergelijke teelt geschikt zijn.

3.6. Het Comité is het echter niet eens met de voorgestelde invoering van nationale maximumhoeveelheden die op geen enkele wijze recht doen aan de productiecapaciteit. Enkele lidstaten zouden op basis van de beperking van maximaal 50 ton per jaar praktisch bij voorbaat al zijn uitgesloten van deze teelt. Het zou eerder een doel moeten zijn, in het kader van de hervorming van het gemeenschappelijk landbouwbeleid de teelt van deze gewassen, rekening houdend met regionale afzetmogelijkheden, te ontwikkelen met het oog op de bevordering van de plattelandsontwikkeling.

3.7. Het Comité wijst op de gevolgen voor de productie en verwerking van korte vlas- en hennepvezels, wanneer de steun voor de eerste verwerking voor een periode van slechts vijf jaar en voor een volledig ontoereikend bedrag van 40 euro per ton wordt vastgelegd hetgeen deze jonge bedrijfstak ieder perspectief zou ontnemen. Het Comité vreest dat bedrijven hun poorten zullen moeten sluiten en dat talrijke arbeidsplaatsen in de landbouw en de verwerkende industrie verloren zullen gaan.

3.8. Het Comité beoordeelt het voorstel van de Commissie om voor het behoud van de verwerkingssteun een schevengehalte van maximaal 5 % als voorwaarde te stellen als ongeschikt en onuitvoerbaar. Reeds bestaande verwerkingsinstallaties zouden, als dat technisch al te verwezenlijken is, moeten worden aangepast of, indien dit niet mogelijk is, van de steunregeling uitgesloten zijn.

4. Slotopmerkingen

4.1. Het Comité is van mening dat het gepresenteerde hervormingsvoorstel van de Commissie zo niet mag worden goedgekeurd omdat het een bedreiging vormt voor het (voort)bestaan van de gehele vlas- en hennepsector binnen de Gemeenschap en daarmee reeds van meet af aan veelbelovende afzetmarkten en een dynamische ontwikkeling van een milieuvriendelijke teelt opnieuw in het gedrang zou brengen.

4.2. Het Comité bekritiseert het feit dat de Commissie de negatieve economische gevolgen voor producenten en eerste verwerkers en de effecten op de werkgelegenheid, alsmede de veranderingen in de goederenstromen onvolledig en zelfs volkomen ontoereikend heeft uiteengezet. Zo kan ervan worden uitgegaan dat ingevoerde hennepvezels voor verdere verwerking niet voldoen aan de in de Gemeenschap geldende milieunormen. De Europese instellingen zouden moeten aandringen op een verslag dat ook de gevolgen voor de werkgelegenheid en de milieubescherming uitvoerig evalueert en voorts een zinvolle dialoog mogelijk maakt met de betrokken economische sectoren en de regio's.

4.3. Het Comité houdt het voor volkomen uitgesloten dat de geplande hervorming onder deze omstandigheden reeds in het verkoopseizoen 2000/2001 in werking treedt, temeer omdat de contracten tussen producenten en verwerkers in veel gevallen reeds zijn gesloten en de ontwerpen van uitvoeringsverordeningen die noodzakelijk zijn om de Commissievoorstellen in nationaal recht te kunnen omzetten, niet eens beschikbaar zijn.

Brussel, 29 maart 2000.

De voorzitter

van het Economisch en Sociaal Comité

B. Rangoni Machiavelli