51999PC0615

Voorstel voor een Beschikking van de Raad houdende aanwijzing van een specifiek instituut dat verantwoordelijk is voor de vaststelling van de criteria die nodig zijn voor de normalisatie van de serologische tests om de doelmatigheid van antirabiësvaccins te controleren /* COM/99/0615 def. */


Voorstel voor een BESCHIKKING VAN DE RAAD houdende aanwijzing van een specifiek instituut dat verantwoordelijk is voor de vaststelling van de criteria die nodig zijn voor de normalisatie van de serologische tests om de doelmatigheid van antirabiësvaccins te controleren

(door de Commissie ingediend)

TOELICHTING

Vaccinatie van als huisdier gehouden carnivoren tegen rabiës, gevolgd door een controle op de doelmatigheid door titrering van de antilichamen, geeft dezelfde zekerheid als de quarantaine van zes maanden bij het binnenbrengen van dieren op een grondgebied dat vrij is van rabiës.

In de Gemeenschap heeft Zweden reeds vele jaren geleden voor dit alternatieve systeem gekozen en de Zweedse autoriteiten hebben laboratoria erkend die gemachtigd zijn om de na vaccinatie vereiste titreringen van de antilichamen uit te voeren.

Het Verenigd Koninkrijk heeft dezelfde keuze gemaakt en vanaf april eerstkomend wordt begonnen met een proefproject, terwijl de nieuwe regeling waarschijnlijk in de lente van 2001 wordt veralgemeend. Naar het voorbeeld van de Zweedse autoriteiten hebben de diensten van Groot-Brittannië laboratoria aangewezen die gemachtigd worden de in dit kader vereiste analyses uit te voeren. Een nationale erkenning was noodzakelijk bij gebrek aan internationale of communautaire referentielaboratoria voor deze analyses.

Gedacht moet worden aan een communautaire coördinatie van de procedures inzake de erkenning van laboratoria, door het aanwijzen van een communautair referentielaboratorium.

In artikel 10, lid 6, van Richtlijn 92/65/EEG is voorzien in de aanwijzing van een dergelijke inrichting door de Raad.

Het laboratorium van de A.F.S.S.A. Nancy is aangewezen aangezien het in Europees verband algemeen wordt erkend als de istelling met de meeste ervaring op dit specifieke gebied, namelijk de titrering van antilichamen na vaccinatie, en aangezien het in feite reeds als referentielaboratorium ter zake wordt beschouwd.

In internationaal verband fungeert het laboratorium van Nancy reeds als referentielaboratorium inzake rabiës voor het Internationaal bureau voor besmettelijke veeziekten.

Deze beschikking van de Raad heeft derhalve ten doel het laboratorium van de A.F.S.S.A. Nancy aan te wijzen als communautair referentielaboratorium voor de uitvoering van de serologische tests om de doelmatigheid van antirabiësvaccinatie te controleren.

Voorstel voor een

BESCHIKKING VAN DE RAAD

houdende aanwijzing van een specifiek instituut dat verantwoordelijk is voor de vaststelling van de criteria die nodig zijn voor de normalisatie van de serologische tests om de doelmatigheid van antirabiësvaccins te controleren

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Richtlijn 92/65/EEG van de Raad van 13 juli 1992 tot vaststelling van de veterinairrechtelijke voorschriften voor het handelsverkeer en de invoer in de Gemeenschap van dieren, sperma, eicellen en embryo's waarvoor ten aanzien van de veterinairrechtelijke voorschriften geen specifieke communautaire regelgeving als bedoeld in bijlage A, onder I, van Richtlijn 90/425/EEG geldt [1], gewijzigd bij Beschikking 95/176/EG van de Commissie [2], inzonderheid op artikel 10, lid 6,

[1] PB L 268 van 14.9.1992, blz. 54.

[2] PB L 117 van 24.5.1995, blz. 23.

Gezien het voorstel van de Commissie [3],

[3] PB &, blz. &

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Bij Richtlijn 92/65/EEG is in een systeem voorzien dat in de plaats kon komen van de quarantaine bij het binnenbrengen van bepaalde als huisdier gehouden carnivoren op het grondgebied van bepaalde lidstaten die vrij zijn van rabiës. Dat houdt in dat, aan de hand van een titrering van het aantal antilichamen, moet worden gecontroleerd of de vaccinatie bij deze dieren doelmatig is geweest.

(2) Om te garanderen dat het controlesysteem van de laboratoria die deze analyses zullen verrichten, doeltreffend is, moet in een communautaire erkenning van deze laboratoria worden voorzien.

(3) De erkenning van de laboratoria moet door een communautair referentielaboratorium worden gecoördineerd.

(4) Het laboratorium van de "Agence Française de Sécurité Sanitaire des Aliments" Nancy (A.F.S.S.A. Nancy) voldoet aan alle voorwaarden om als communautair referentielaboratorium te worden aangewezen.

(5) Aan het referentielaboratorium kan communautaire steun worden verleend overeenkomstig de voorwaarden van artikel 28 van Beschikking 90/424/EEG van de Raad van 26 juni 1990 betreffende bepaalde uitgaven op veterinair gebied [4], laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1258/1999 van de Raad [5],

[4] PB L 224 van 18.8.1990, blz. 19.

[5] PB L 160 van 26.6.1999, blz. 103.

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:

Artikel 1

Het laboratorium van de "Agence Française de Sécurité Sanitaire des Aliments" Nancy (AFSSA Nancy) waarvan de gegevens in bijlage I zijn opgenomen, wordt aangewezen als specifiek instituut dat verantwoordelijk is voor de vaststelling van de criteria die nodig zijn voor de normalisatie van de serologische tests om de doelmatigheid van antirabiësvaccins te controleren.

Artikel 2

De taken van het in artikel 1 genoemde laboratorium zijn opgenomen in bijlage II.

Artikel 3

Het in artikel 1 genoemde laboratorium stelt de lidstaten en de Commissie in kennis van de lijst van laboratoria in de Gemeenschap die zijn erkend voor het uitvoeren van serologische tests om de doelmatigheid van antirabiësvaccins te controleren.

Artikel 4

De bijlagen bij deze beschikking worden gewijzigd volgens de in artikel 5, lid 2, bedoelde procedure.

Artikel 5

1. De Commissie wordt bijgestaan door het bij artikel 1 van Besluit 68/361/EEG van de Raad [6] ingestelde Permanente Veterinaire Comité.

[6] PB L 255 van 18.10.1968, blz. 23.

2. In de gevallen waarin naar dit lid wordt verwezen, is de regelgevingsprocedure van Besluit 1999/468/EG van de Raad [7] met inachtneming van artikel 7, lid 3, van dat Besluit van toepassing.

[7] PB L 184 van 17.7.1999, blz. 23.

3. De in artikel 5, lid 6, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt op vijftien dagen vastgesteld.

Artikel 6

Deze beschikking is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel,

Voor de Raad

De Voorzitter

BIJLAGE I

A.F.S.S.A Nancy

Laboratorium voor onderzoek inzake rabiës en de pathologie van wilde dieren

Domaine de Pixérécourt

BP 9

54220 Malzéville

Frankrijk

Tel.: (00.33) 3 83 29 89 50

Fax: (00.33) 3 83 29 89 59

E-mail: maubert@fitech.fr

BIJLAGE II

Het referentie-instituut dat verantwoordelijk is voor de vaststelling van de criteria die nodig zijn voor de normalisatie van de serologische tests om de doelmatigheid van antirabiësvaccins te controleren, wordt belast met de volgende taken:

- De coördinatie van het onderzoek inzake opstelling en verbetering van specifieke methoden om het binnenbrengen van met rabiës besmette dieren op het grondgebied van de Gemeenschap te voorkomen, bijvoorbeeld serologische titrering bij tegen rabiës gevaccineerde carnivoren.

- De tenuitvoerlegging van de procedure inzake erkenning van laboratoria waarvoor de lidstaten een aanvraag om erkenning hebben ingediend voor de in het eerste streepje bedoelde analyses.

- Het opstellen van de lijst van laboratoria in de Gemeenschap die zijn erkend voor het uitvoeren van deze analyses.

- Het verstrekken van alle nuttige informatie over analysemethoden en vergelijkende proeven aan deze laboratoria en het organiseren van scholings- en bijscholingscursussen voor het personeel.

- Het organiseren van vergelijkende tests om de geschiktheid van laboratoria te bepalen.

- Het samenwerken met de met deze analyes belaste laboratoria in derde landen en het voorstellen aan de Commissie van een procedure voor de erkenning van die laboratoria.

- Het verstrekken van wetenschappelijke en technische bijstand aan de Commissie en aan de lidstaten op al deze gebieden, vooral wanneer tussen de lidstaten onenigheid ontstaat over de analyseresultaten.