Voorstel voor een RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten inzake de productie, de presentatie en de verkoop van tabaksproducten, - (Algehele omwerking /* COM/99/0594 def. - COD 99/0244 */
Publicatieblad Nr. C 150 E van 30/05/2000 blz. 0043 - 0051
Voorstel voor een RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten inzake de productie, de presentatie en de verkoop van tabaksproducten, (Algehele omwerking) (Door de Commissie ingediend) TOELICHTING 1. Inleiding Doel van dit voorstel voor een richtlijn is drie bestaande interne-marktrichtlijnen inzake het teergehalte van sigaretten, tabak voor oraal gebruik en de etikettering van tabaksproducten te herzien en de bepalingen van deze richtlijnen in het licht van nieuwe wetenschappelijke ontwikkelingen en met het oog op de voltooiing van de interne markt aan te vullen en te vervolledigen, uitgaande van een hoog niveau van bescherming van de volksgezondheid. 2. Rechtsgrond Het voorstel is gebaseerd op artikel 95 van het Verdrag en gaat uit van een hoog niveau van bescherming van de volksgezondheid. Voorts wordt rekening gehouden met problemen in verband met de volksgezondheid waarvan de lidstaten en een aantal wetenschappelijke autoriteiten de Commissie in kennis hebben gesteld (artikel 95, lid 8). 3. Teer Doel van het voorstel is het teergehalte van sigaretten in het verlengde van Richtlijn 90/239/EEG van de Raad [1] verder te verlagen. Daarom wordt voorgesteld het teergehalte van sigaretten die in de lidstaten worden verkocht, geproduceerd of in het vrije verkeer gebracht, met ingang van 31 december 2003 (of 3 jaar na de datum van goedkeuring) tot maximaal 10 mg per sigaret te beperken. Het is in dit verband niet onbelangrijk erop te wijzen dat het gevaar voor longkanker toeneemt naarmate rooktabak meer teer bevat. Rokers moeten zich er echter van bewust zijn dat alle sigaretten schadelijk voor de gezondheid zijn en dat het daarom beter is te stoppen met roken dan over te schakelen op sigaretten met een laag teergehalte, die nog andere schadelijke en ongezonde stoffen bevatten. De verlaging van het maximale teergehalte van sigaretten in de Gemeenschap staat hoe dan ook borg voor een betere bescherming van de volksgezondheid en ligt ten grondslag aan een algemeen toepasbare interne-marktregel. [1] PB L 137 van 30.5.1990, blz. 36. Vanwege een aantal specifieke sociaal-economische problemen geldt voor de Helleense Republiek nog steeds een afwijking: pas met ingang van 31 december 2006 (of 6 jaar na de datum van goedkeuring) moet het maximale teergehalte er tot 10 mg per sigaret worden beperkt. 4. Nicotine Uit de antwoorden van de lidstaten op vragen van de Commissie (waarop in het verslag van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's over de vooruitgang in verband met de bescherming van de volksgezondheid tegen de schadelijke effecten van tabaksgebruik [2] uitvoeriger is ingegaan) blijkt dat de nationale wetgeving van een aantal lidstaten een grenswaarde voor het nicotinegehalte van sigaretten oplegt. Andere lidstaten vragen daarentegen een dergelijke grenswaarde op communautair niveau vast te leggen. Dat er in de interne markt met betrekking tot een op zo grote schaal verhandeld product verschillende wettelijke voorschriften bestaan, vormt duidelijk een probleem, te meer omdat tabak ernstige negatieve gevolgen voor de gezondheid van de consumenten heeft - de Wereldgezondheidsorganisatie schat dat jaarlijks meer dan 500 000 mensen in de Europese Unie aan de gevolgen van tabak overlijden. Bij gebrek aan communautaire voorschriften zijn de nationaal vastgelegde grenswaarden voor nicotine weinig doeltreffend. Het gebrek aan degelijke wettelijke voorschriften heeft verstrekkende gevolgen, vooral omdat nicotine een verslavende stof is die ertoe leidt dat rokers verslaafd raken aan tabak en minder gemakkelijk met roken kunnen stoppen. Daarom wordt voorgesteld het nicotinegehalte van sigaretten die in de lidstaten verkocht, geproduceerd of in het vrije verkeer worden gebracht, met ingang van 31 december 2003 (of 3 jaar na de datum van goedkeuring) tot maximaal 1 mg per sigaret te beperken. [2] COM (99) 407 def. 5. Koolmonoxide In oktober 1996 heeft het Comité van vooraanstaande kankerdeskundigen van de Commissie in Helsinki een aanbeveling aangenomen (zie de bijlage bij de mededeling van de Commissie betreffende de huidige en voorgestelde rol van de Gemeenschap bij de bestrijding van het tabaksgebruik [3]) waarin wordt aangeraden niet alleen het maximale teergehalte van sigaretten te verlagen en een grenswaarde voor het nicotinegehalte van sigaretten vast te leggen, maar ook een grenswaarde voor het koolmonoxidegehalte van sigaretten in te voeren. Een dergelijke maatregel lijkt niet overbodig in het licht van wetenschappelijke gegevens waaruit blijkt dat er een verband bestaat tussen de aanwezigheid van koolmonoxide in sigaretten en het feit dat veel rokers aan hart- en vaatziekten lijden of er de eerste symptomen van vertonen [4]. Vast staat in elk geval dat tabaksgebruik niet alleen kanker maar ook hart- en vaatziekten veroorzaakt. Bovendien kan koolmonoxide door de placentawand dringen en de zuurstofopname van foetussen in de baarmoeder aantasten. Gevolg is dat koolmonoxide ertoe bijdraagt dat het aantal foetale afwijkingen en baby's met een laag geboortegewicht toeneemt [5]. In tegenstelling tot de lidstaten hebben een aantal derde landen wel grenswaarden voor het koolmonoxidegehalte van sigaretten vastgelegd. Enkele lidstaten voorzien wel in een rapportageprocedure. Opgemerkt zij ook dat vóór de toetreding van Zweden en Finland tot de Europese Unie in beide landen grenswaarden voor het koolmonoxidegehalte bestonden en het koolmonoxidegehalte verplicht op sigarettenverpakkingen moest worden vermeld. Om een hoog niveau van bescherming van de volksgezondheid te waarborgen, moet net als voor het teer- en nicotinegehalte van sigaretten ook voor het koolmonoxidegehalte een grenswaarde worden vastgelegd die aansluit bij de in punt 3 en 4 genoemde grenswaarden. Concreet betekent dit dat het koolmonoxidegehalte met ingang van 31 december 2003 (of 3 jaar na de datum van goedkeuring) tot maximaal 10 mg per sigaret moet worden beperkt. [3] COM (96) 609 def. [4] US Department of Health and Human Services. The Health Consequences of Smoking: Cardiovascular Disease. A report of the Surgeon General, Rockville, Maryland, 1984. [5] US Department of Health and Human Services. Reducing the Health Consequences of Smoking, 1989. 6. Meetnormen Voorgesteld wordt om de bovengenoemde grenswaarden te meten volgens de meetmethoden van de Internationale Organisatie voor Normalisatie (ISO). Deze meetmethoden vullen de in de bestaande communautaire Richtlijnen 89/622/EEG [6], 90/239/EEG [7] en 92/41/EEG [8] (de richtlijnen inzake het maximale teergehalte van sigaretten en de etikettering van tabaksproducten) vermelde meetmethoden aan. [6] PB L 359 van 8.12.89, blz. 1. [7] PB L 137 van 30.5.90, blz. 36. [8] PB L 158 van 11.6.92, blz. 30. 7. Andere schadelijke stoffen Voorgesteld wordt niet alleen het teer-, nicotine- en koolmonoxidegehalte van sigaretten te meten, maar de tabaksproducenten en -importeurs te verplichten op verzoek van de lidstaten alle door de bevoegde nationale autoriteiten voorgeschreven tests uit te voeren om na te gaan welke hoeveelheid andere stoffen hun tabaksproducten (opgesplitst naar merk) produceren. Doel van deze bepaling is de lidstaten in staat te stellen te controleren welke voor de volksgezondheid relevante stoffen (bijvoorbeeld specifieke chemische verbindingen en de hoeveelheden ervan) in verbrande of onverbrande vorm in tabaksproducten aanwezig zijn. Het voorstel bepaalt dat de lidstaten het fabrieksgeheim moeten beschermen van alle krachtens deze bepaling verstrekte informatie. 8. Etikettering De bestaande communautaire bepalingen inzake de etikettering van tabaksproducten [9] kunnen in twee groepen worden verdeeld: enerzijds moet het teer- en nicotinegehalte van sigaretten op alle sigarettenverpakkingen worden vermeld, anderzijds zijn er een aantal waarschuwingen die op de verpakking van alle tabaksproducten moeten worden aangebracht om de consumenten attent te maken op de gevaren van tabaksgebruik voor de gezondheid. [9] Richtlijn 89/622/EEG (PB nr. L 359 van 8.12.89, blz. 1), zoals gewijzigd bij Richtlijn 92/41/EEG (PB L 158 van 11.6.92, blz. 30) 9. __________ Om de consumenten nog beter te informeren over de schadelijke bestanddelen van sigaretten, wordt met betrekking tot de eerste groep bepalingen (zie punt 8 hierboven) voorgesteld niet alleen het teer- en nicotinegehalte, maar ook het koolmonoxidegehalte op alle sigarettenverpakkingen te vermelden. Momenteel moet het gehalte van deze stoffen enkel op sigarettenverpakkingen worden vermeld en het voorstel brengt hierin geen verandering. Het is namelijk zo dat op internationaal vlak nog geen standaardmethode is ontwikkeld om het teer-, nicotine- en koolmonoxidegehalte van andere tabaksproducten dan sigaretten te meten. Wel is er enig onderzoek naar het teer-, nicotine- en koolmonoxidegehalte van shag en sigaren gedaan en uit de onderzoeksresultaten blijkt dat deze producten wel eens aanzienlijk meer teer, nicotine en koolmonoxide zouden kunnen bevatten dan sigaretten. Bij gebrek aan een internationaal erkende meetmethode is het echter vooralsnog onmogelijk de tabaksproducenten en -importeurs ertoe te verplichten het teer-, nicotine- en koolmonoxidegehalte ook op de verpakking van andere tabaksproducten dan sigaretten te vermelden. 10. __________ Met betrekking tot de tweede groep bepalingen (zie punt 8 hierboven) wordt voorgesteld rekening te houden met bij de toepassing van de bestaande communautaire bepalingen opgedane ervaring [10] en met nieuwe en relevante wetenschappelijke gegevens in verband met de gebieden die onder de waarschuwingen vallen, en de aard en samenstelling van de groep rokers in de Europese Gemeenschap. Doel is ten behoeve van de tabaksconsument de presentatie, de duidelijkheid en de inhoud van de gezondheidswaarschuwingen te verbeteren en het effect en de zichtbaarheid ervan te verhogen. [10] Evaluation of warning texts on cigarette packets, Dept. of Human Sciences, Stockholm, 1997. 11. __________ Derhalve wordt voorgesteld de gezondheidswaarschuwingen in zwarte letters op een met een zwarte rand omgeven witte achtergrond aan te brengen. De bedoeling is een aantal tamelijk frequent voorkomende problemen te vermijden die zich bij de toepassing van de bestaande communautaire bepalingen voordoen wanneer de waarschuwingen op een niet-contrasterende achtergrond worden aangebracht. 12. __________ Voorgesteld wordt op de verpakkingen meer plaats voor waarschuwingen in te ruimen. Concreet betekent dit dat op de voorkant een algemene waarschuwing (gekozen uit een lijst van twee) en op de achterkant een bijkomende waarschuwing (gekozen uit een lijst van vijf) moet worden aangebracht. Op de verpakking van sigaretten moet bovendien het teer-, nicotine- en koolmonoxidegehalte worden vermeld. 13. __________ Voorgesteld wordt de inhoud van de gezondheidswaarschuwingen te herzien. De bedoeling is de aandacht van de consument te vestigen op het verband tussen roken en bepaalde ziekten en op de specifieke gevaren van tabak voor zwangere vrouwen. Voorts leggen de gezondheidswaarschuwingen de nadruk op de verslavende werking van tabak. 14. Tabak voor oraal gebruik en niet voor roken bestemde tabak Op grond van de Toetredingsakte van Zweden geldt het verbod op het in de handel brengen van tabak voor oraal gebruik [11] niet voor Zweden en het voorstel brengt hierin geen verandering. De krachtige waarschuwing ('Veroorzaakt kanker') die krachtens Richtlijn 92/41/EEG op de verpakking van niet voor roken bestemde tabaksproducten (bijvoorbeeld snuiftabak) en tabaksproducten voor oraal gebruik moet worden aangebracht, is vanuit wetenschappelijk oogpunt echter niet langer houdbaar. Daarom wordt voorgesteld deze waarschuwing door een meer algemene waarschuwing te vervangen die de gezondheidsrisico's van deze producten - die slechts op zeer beperkte schaal in de Gemeenschap worden geconsumeerd - beter weergeeft zonder naar de specifieke producten te verwijzen die krachtens een bestaande richtlijn niet in de handel mogen worden gebracht, althans niet wanneer vaststaat dat zij bepaalde vormen van mondkanker kunnen veroorzaken en de consument kunnen aanzetten tot roken ten gevolge van de nicotine die zij bevatten [12]. [11] Gedefinieerd als 'alle producten voor oraal gebruik met uitzondering van producten die bestemd zijn om te worden gerookt of gepruimd, die geheel of gedeeltelijk uit tabak bestaan, in de vorm van poeder, fijne deeltjes of een combinatie van deze vormen - met name die welke in portiezakjes of poreuze builtjes worden aangeboden - of in vormen die eruitzien als levensmiddelen' (definitie ontleend aan Richtlijn 92/41/EEG). [12] - Long-term use of smokeless tobacco, G. Bolinder, Stockholm, 1997. 15. __________ Wettelijk erkende antirookmiddelen (bijvoorbeeld nicotinepleisters, inhaleertoestellen en kauwgum) die eventueel nicotine bevatten en in de Europese Gemeenschap aan farmaceutische goedkeuringsprocedures onderworpen zijn, vallen niet onder de in punt 14 bedoelde categorie producten. 16. Verdere productinformatie Uit het in punt 4 vermelde verslag van de Commissie [13] blijkt dat de nationale voorschriften inzake het gebruik van tabaksadditieven onderling aanzienlijke verschillen vertonen. In sommige lidstaten gelden strenge voorschriften inzake tabaksadditieven, terwijl andere lidstaten dergelijke voorschriften ipso facto toepassen. In andere lidstaten ontbreekt het op dit punt dan weer aan nationale voorschriften en in één lidstaat worden voorschriften toegepast die aan de VS zijn ontleend. Er heerst daarom grote onduidelijkheid in de interne markt en het toezicht op het gebruik van additieven wordt nog bemoeilijkt door het grote aantal consumenten en het feit dat steeds meer tabaksproducten niet in het land van de consumenten zelf worden geproduceerd. Daarom wordt voorgesteld dat alle producenten en importeurs van tabaksproducten een lijst indienen van alle ingrediënten - met uitzondering van tabak maar met inbegrip van alle additieven en de hoeveelheden ervan - die bij de productie van hun tabaksproducten (opgesplitst naar merk) worden gebruikt. Bij deze lijst moet een verklaring worden gevoegd waarin de betrokkenen toelichten waarom zij deze ingrediënten aan hun tabaksproducten toevoegen. Voorts moeten de lidstaten kunnen beschikken over toxicologische gegevens over deze ingrediënten in verbrande en onverbrande vorm om het effect ervan voor de gezondheid te kunnen evalueren. Bovendien moeten de producenten en importeurs van tabaksproducten aantonen dat de ingrediënten in kwestie geen gevaar voor de gezondheid van de consument opleveren. [13] Verslag van de Commissie van 8.9.1999 (COM (1999) 407 def.). 17. __________ De lidstaten stellen alles in het werk om het fabrieksgeheim te beschermen van alle gegevens die verband houden met de wijze waarop specifieke merken tabaksproducten worden geproduceerd. 18. Productbeschrijvingen De beschrijving van sommige tabaksproducten - en vooral het gebruik van woorden als "laag teergehalte", "light," "ultra light," en "mild" - kan bij de consument de misleidende indruk wekken dat de producten in kwestie minder gevaarlijk voor de gezondheid zijn dan andere. Rokers die misschien overwogen met roken te stoppen, kunnen zich tot deze producten aangetrokken voelen in de waan dat zij minder schadelijk voor de gezondheid zijn. In werkelijkheid vormen ook deze producten een groot gevaar voor de gezondheid, vooral omdat zij de rokers ertoe verplichten dieper te inhaleren om een bepaalde dosis nicotine binnen te krijgen. Daarom wordt voorgesteld woorden als "laag teergehalte", "light", "ultra light", "mild" te verbieden, tenzij de lidstaten het gebruik van dergelijke woorden uitdrukkelijk toestaan. Lidstaten die het gebruik van dergelijke woorden toestaan, stellen de Commissie hiervan in kennis en lichten toe onder welke voorwaarden het gebruik van deze woorden is toegestaan. De Commissie brengt op haar beurt het Europees Parlement en de Raad op de hoogte. 19. Internationale aanbevelingen De voorgestelde maatregelen stemmen overeen met de aanbevelingen van zowel het Raadgevend Comité voor kankerpreventie van de Commissie [14] als de Wereldgezondheidsvergadering van de WHO [15]. Voorts wordt rekening gehouden met het op 14 juni 1998 goedgekeurde advies van het Consumentencomité van de Commissie inzake een sociaal verantwoord communautair tabaksbeleid. [14] COM (96) 609 def. - bijlage. [15] Tobacco or Health, a status report, Genève, 1997, blz. 49. 20. Evaluatie en rapportage Duidelijk is dat het wetenschappelijk onderzoek in verband met tabak en tabaksgebruik voortdurend in ontwikkeling is. Bovendien moeten de technische aspecten van het productieproces voortdurend worden geëvalueerd, bijvoorbeeld in verband met het meten van het teer-, nicotine- en koolmonoxidegehalte, het gebruik van ingrediënten (andere dan tabak) en additieven en het in de handel brengen van nieuwe of gewijzigde producten. Tegelijkertijd moet een hoog niveau van bescherming van de volksgezondheid worden gewaarborgd en rekening worden gehouden met nieuwe wetenschappelijke gegevens. Voorts moet de consument afdoende worden beschermd en degelijk worden geïnformeerd. Met het oog op een vlotte werking van de interne markt is het daarom belangrijk over een procedure te kunnen beschikken om evaluaties uit te voeren en informatie uit te wisselen. Daarom wordt voorgesteld dat de Commissie om de twee jaar een verslag bij de Raad, het Europees Parlement en het Economisch en Sociaal Comité over de uitvoering van het voorstel indient en, uitgaande van een hoog niveau van bescherming van de volksgezondheid (artikel 95), eventueel bijkomende voorstellen doet in het licht van nieuwe wetenschappelijke ontwikkelingen in de tabakssector, Voorts kan de Commissie steeds het bevoegde Wetenschappelijk Comité raadplegen over zaken die onder dit voorstel vallen. 21. Conclusie Doel van dit voorstel voor een richtlijn is drie bestaande richtlijnen inzake het teergehalte van sigaretten, tabak voor oraal gebruik en de etikettering van tabaksproducten te herzien. De voorgestelde wijzigingen en toevoegingen zijn in de tekst onderstreept en worden in de concordantietabel met het woord "nieuw" aangeduid. Voorts wil het ontwerpvoorstel de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten inzake het nicotine- en koolmonoxidegehalte van sigaretten, de beschrijving van tabaksproducten en het gebruik van andere ingrediënten dan tabak harmoniseren. Ten slotte voorziet het ontwerpvoorstel in de mogelijkheid om vooral nieuwe wetenschappelijke ontwikkelingen in verband met de totstandbrenging en de werking van de interne markt aan de hand van verslagen te evalueren. Voorstel voor een RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten inzake de productie, de presentatie en de verkoop van tabaksproducten, (Algehele omwerking) (Voor de EER relevante tekst) HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 95, Gezien het voorstel van de Commissie [16], [16] PB C, ,blz. . Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité [17], [17] PB C, blz. . Gezien het advies van het Comité van de Regio's [18], [18] PB C, blz. . Volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag, Overwegende hetgeen volgt: (1) Richtlijn 89/622/EEG van de Raad van 13 november 1989 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten inzake de etikettering van tabaksproducten alsmede het verbod van bepaalde tabaksproducten voor oraal gebruik, [19] is, gewijzigd bij Richtlijn 92/41/EEG [20] ingrijpend gewijzigd. Daar deze richtlijnen en Richtlijn 90/239/EEG van de Raad van 17 mei 1990 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten inzake het maximale teergehalte van sigaretten [21] verder moeten worden gewijzigd moet ter wille van de duidelijkheid worden herzien tot een algehele omwerking van deze richtlijnen worden overgegaan. [19] PB L 359 van 8.12.1989, blz. 1. [20] PB L 158 van 11.6.1992, blz. 30. [21] PB L 137 van 30.5.1990, blz. 36. (2) Er bestaan aanzienlijke verschillen tussen de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten inzake de productie, de presentatie en de verkoop van tabaksproducten. De productie, de presentatie en de verkoop van tabaksproducten hebben een grensoverschrijdend karakter en deze verschillen kunnen een belemmering voor het vrije verkeer van tabaksproducten tussen de lidstaten vormen en tot mededingingsvervalsing leiden, zodat de werking van de interne markt wordt belemmerd. (3) Om deze belemmeringen uit de weg te ruimen, moeten de voorschriften inzake de productie, de presentatie en de verkoop van tabaksproducten onderling worden aangepast. Tegelijkertijd moeten de lidstaten onder bepaalde voorwaarden alle maatregelen kunnen nemen die zij nodig achten om de bescherming van de menselijke gezondheid te waarborgen. (4) Overeenkomstig artikel 95, lid 3, van het Verdrag moet de Commissie bij het indienen van in artikel 95, lid 1, bedoelde voorstellen op het gebied van de volksgezondheid, de veiligheid, de milieubescherming en de consumentenbescherming uitgaan van een hoog beschermingsniveau. (5) Richtlijn 90/239/EEG bepaalt hoeveel teer in de lidstaten verkochte sigaretten sinds 31 december 1992 maximaal mogen bevatten. Wegens het kankerverwekkende karakter van teer moet het teergehalte van sigaretten verder worden verlaagd. (6) Richtlijn 89/622/EEG bepaalt dat op de verpakkingseenheden van alle tabaksproducten een algemene waarschuwing en aangebracht op de verpakkingseenheden van sigaretten bijkomende waarschuwingen moeten worden aangebracht. Sedert 1992 bepaalt deze richtlijn dat ook op andere tabaksproducten bijkomende waarschuwingen moeten worden aangebracht. (7) Op grond van Richtlijn 89/622/EEG is de verkoop van bepaalde soorten tabak voor oraal gebruik in de lidstaten verboden. Artikel 151 van de Akte van Toetreding van Oostenrijk, Finland en Zweden staat Zweden op dit punt een afwijking van de bepalingen van deze richtlijn toe. (8) Aangetoond is dat sigaretten hoeveelheden koolmonoxide produceren die gevaarlijk zijn voor de menselijke gezondheid en tot het verkrijgen van hartziekten en andere aandoeningen kunnen bijdragen. Verschillen tussen de voorschriften inzake koolmonoxide kunnen een belemmering voor het handelsverkeer vormen en de vlotte werking van de interne markt belemmeren. (9) Er bestaan verschillen tussen de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten inzake de beperking van het maximale nicotinegehalte van sigaretten. Deze verschillen kunnen een belemmering voor het handelsverkeer vormen en de vlotte werking van de interne markt belemmeren. Enige lidstaten en wetenschappelijke autoriteiten hebben gewezen op specifieke problemen in verband met de volksgezondheid in een sector die reeds eerder het voorwerp van harmonisatiemaatregelen is geweest, en de Commissie heeft deze problemen onderzocht. (10) Om deze belemmeringen uit de weg te ruimen moeten er met het oog op de vrijgave voor het vrije verkeer, het in de handel brengen en het vrije verkeer van sigaretten gemeenschappelijke voorschriften in verband met het maximale nicotine- en koolmonoxidegehalte worden opgesteld. (11) Wegens de omvang van de interne markt voor tabaksproducten en het feit dat de tabaksproducenten de productie voor de hele Gemeenschap meer en meer in een klein aantal fabrieken in de lidstaten concentreren, is er om de de interne markt voor tabaksproducten goed te laten verlopen, behoefte aan juridische maatregelen op communautair eerder dan op nationaal niveau. (12) Met het oog op de toepassing van deze richtlijn moeten termijnen worden vastgelegd die enerzijds de mogelijkheid bieden het reeds door Richtlijn 90/239/EEG begonnen omschakelingsproces zo doeltreffend mogelijk te voltooien, en anderzijds de consumenten en de producenten in staat stellen zich aan producten met een lager teer-, nicotine- en koolmonoxidegehalte aan te passen. (13) Richtlijn 90/239/EEG heeft Griekenland toegestaan van de termijnen voor het invoeren van grenswaarden voor het teergehalte af te wijken. Deze afwijking geldt nog steeds. (14) Aangetoond is dat tabaksproducten vele schadelijke stoffen en bekende kankerverwekkende agentia bevatten en uitstoten die in verbrande vorm gevaarlijk voor de menselijke gezondheid zijn. De consument heeft bij de aankoop of het verbruik van tabaksproducten recht op duidelijke, leesbare en begrijpelijke informatie over de aanwezigheid van deze stoffen. Een van de doeltreffendste manieren voor de aanbieding van deze informatie bestaat erin waarschuwingen op de verpakking van tabaksproducten aan te brengen. (15) De opgedane ervaring met de bepalingen van Richtlijn 89/622/EEG aangaande de etikettering van tabaksproducten heeft geleerd dat de daarin opgenomen voorschriften tekortschieten, vooral gezien het gevaarlijke en verslavende karakter van tabaksproducten en het feit dat veel en ingewikkelde informatie op de verpakkingen moet worden aangebracht. (16) Er bestaan nog steeds verschillen tussen de lidstaten in de wijze waarop waarschuwingen en informatie over het teer-, nicotine- en koolmonoxidegehalte worden aangebracht, zodat de consumenten niet in alle lidstaten even goed over de risico's van tabaksproducten worden ingelicht. Dit is onaanvaardbaar en kan een belemmering voor het handelsverkeer vormen en de werking van de interne markt voor tabaksproducten belemmeren. De bestaande wetgeving moet worden aangescherpt en verduidelijkt. Een hoog niveau van bescherming van de gezondheid moet worden gewaarborgd. (17) Om deze belemmeringen uit de weg te ruimen zijn met het oog op de vrijgave voor het vrije verkeer, het in de handel brengen en het vrije verkeer van tabaksproducten, duidelijkere en strengere voorschriften aangaande de waarschuwingen en de informatie over het teer-, nicotine- en koolmonoxidegehalte noodzakelijk. (18) In een aantal lidstaten ontbreekt het aan wetten of vrijwillige overeenkomsten inzake de ingrediënten en de additieven die bij de productie van tabaksproducten worden gebruikt. Sommige lidstaten waar dergelijke wetten of vrijwillige overeenkomsten wel bestaan, krijgen geen gegevens van de tabaksproducenten over de hoeveelheden ingrediënten en additieven die voor elk merk van een bepaald tabaksproduct worden gebruikt. (19) Door dit gebrek aan inlichtingen en toxicologische gegevens kunnen de bevoegde autoriteiten in de lidstaten de giftigheid van tabaksproducten en de gevaren ervan voor de gezondheid van de consument niet op een zinvolle manier beoordelen. Dit druist in tegen de plicht van de Gemeenschap een hoog niveau van bescherming van de volksgezondheid te waarborgen. (20) De Gemeenschap en de lidstaten moeten ervoor zorgen dat de commerciële en intellectuele eigendomsrechten van de tabaksproducenten door nationale en internationale rechtsregels worden beschermd. Daarom moet een vertrouwelijke behandeling van de productgegevens worden gewaarborgd, voorzover dit niet strijdig is met het algemeen belang. (21) De technische en wetenschappelijke vooruitgang in de sector tabaksproducten vereist dat de bepalingen van deze richtlijn en de toepassing ervan in de lidstaten op gezette tijden opnieuw worden geëvalueerd. Daarom moet een procedure worden vastgelegd, waarbij de Commissie regelmatig verslag uitbrengt. (22) Richtlijn 89/552/EEG van de Raad [22], laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 97/36/EG van het Europees Parlement en de Raad [23], verbiedt elke vorm van televisiereclame voor sigaretten en andere tabaksproducten. Richtlijn 98/43/EG van het Europees Parlement en de Raad [24] onderwerpt rechtstreekse en onrechtstreekse reclame voor tabaksproducten, met inbegrip van sponsoring, aan wettelijke voorschriften. [22] PB L 298 van 17.10.1989, blz. 23. [23] PB L 202 van 30.7.1997, blz. 60. [24] PB L 213 van 30.7.1998, blz. 9. (23) In zijn resolutie van 26 november 1996 betreffende de terugdringing van het roken in de Europese Gemeenschap [25] vraagt de Raad de Commissie bij al haar beleidsmaatregelen in verband met tabak en tabaksproducten vooral rekening te houden met de schadelijke gevolgen van roken voor de gezondheid en de levenskwaliteit van de burgers van de Gemeenschap. In dezelfde resolutie verzoekt de Raad de Commissie verder na te gaan welke maatregelen de Gemeenschap en de lidstaten kunnen nemen om het roken terug te dringen. [25] PB C 374 van 11.12.1996, blz. 4. (24) In haar mededeling van 18 december 1996 aan het Europees Parlement en de Raad betreffende de huidige en voorgestelde rol van de Gemeenschap bij de bestrijding van het tabaksgebruik [26] vraagt de Commissie dat de toegestane grenswaarden voor teer en nicotine worden herzien en pleit zij voor een herziening van de bestaande voorschriften inzake het aanbrengen van waarschuwingen. In dezelfde mededeling vraagt de Commissie het begrip "laag teergehalte" duidelijk te definiëren, omdat een dergelijk begrip de consumenten kan misleiden doordat het de gezondheidsrisico's van de betrokken producten afzwakt. Voorts wijst de Commissie er in haar mededeling op dat er geen communautaire wetgeving bestaat om de toxiciteit van additieven in tabaksproducten en de gevolgen van het gebruik van dergelijke stoffen voor de gezondheid te evalueren en aan wettelijke voorschriften te onderwerpen, terwijl er wel communautaire wetgeving bestaat inzake het gebruik van additieven in een groot aantal andere producten die gevolgen voor de gezondheid van de consument kunnen hebben. [26] Com(96) 609 def. van 18 december 1996. (25) Het gebruik van woorden als 'laag teergehalte' op sigarettenverpakkingen kan bij de consument de misleidende indruk wekken dat dergelijke producten intrinsiek veiliger zijn dan andere soorten sigaretten. Het feit dat de nationale voorschriften over de omschrijving van dergelijke sigaretten niet in het Gemeenschapsrecht worden weerspiegeld, kan ertoe leiden dat de werking van de interne markt wordt belemmerd en op dit specifieke gebied onvoldoende maatregelen worden genomen om een hoog niveau van bescherming van de volksgezondheid te waarborgen. Sommige rokers krijgen door hun rookgedrag meer teer binnen dan op de sigarettenpakjes met de vermelding 'laag teergehalte' staat aangegeven. (26) In zijn verslag van 4 november 1997 over de mededeling van de Commissie eist het Europees Parlement dat uitsluitend niet-toxische stoffen waarvan vaststaat dat zij noch in verbrande noch in onverbrande vorm schadelijke gevolgen voor de gezondheid hebben, aan tabak worden toegevoegd. Het verslag zegt steun toe aan initiatieven die bedoeld zijn om de gezondheidswaarschuwingen op een meer in het oog springende wijze en in duidelijk leesbare zwarte letters op een witte achtergrond aan te brengen. (27) In zijn aanbevelingen inzake tabak naar aanleiding van de consensusconferentie van Helsinki over tabak beveelt het Comité van vooraanstaande kankerdeskundigen [27] de Gemeenschap aan maatregelen te nemen om de toxiciteit van de ingrediënten, met inbegrip van additieven, van sigaretten en de schadelijke gevolgen ervan voor de gezondheid aan wettelijke voorschriften te onderwerpen. Het Comité is van oordeel dat zo spoedig mogelijk een grenswaarde voor het nicotinegehalte van sigaretten moet worden vastgelegd. Het Comité raadt aan de bepalingen inzake de etikettering van sigaretten aan te scherpen en een meer in het oog springend karakter te verlenen, en de consument nauwkeurig over roken en de gevolgen ervan voor de gezondheid in te lichten. [27] Com (96) 609 def., Bijlage van 18 december 1996. (28) Deze richtlijn mag geen afbreuk doen aan de verplichtingen van de lidstaten wat de in bijlage III vermelde termijnen voor de omzetting van de ingetrokken richtlijnen betreft. HEBBEN DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD: Artikel 1 - Voorwerp Het voorwerp van deze richtlijn is de harmonisatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten inzake het teergehalte van sigaretten en de waarschuwingen betreffende de gezondheid op de verpakking van tabaksproducten, alsmede inzake het nicotine- en koolmonoxidegehalte van tabaksproducten en de ingrediënten van tabaksproducten waarbij wordt uitgegaan van een hoog niveau van bescherming van de gezondheid. Artikel 2 - Definities In deze richtlijn wordt verstaan onder: 1. "Tabaksproducten": producten die voor roken, snuiven, zuigen of pruimen bestemd zijn en die, al is het slechts ten dele, uit tabak bestaan; 2. "Teer": het ongezuiverde water- en nicotinevrije condensaat van rook; 3. "Nicotine": nicotinealkaloïden; 4. "Tabak voor oraal gebruik": alle producten voor oraal gebruik met uitzondering van producten die bestemd zijn om te worden gerookt of gepruimd, die geheel of gedeeltelijk uit tabak bestaan, in de vorm van poeder, fijne deeltjes of een combinatie van deze vormen - met name die welke in portiezakjes of poreuze builtjes worden aangeboden - of in vormen die eruitzien als levensmiddelen; 5. "Ingrediënt": elke stof - met uitzondering van natuurlijke tabaksbladeren of delen van de tabaksplant - die bij de productie of de bereiding van tabaksproducten als additief wordt gebruikt en nog in het eindproduct aanwezig is, zij het in gewijzigde vorm. Artikel 3 - Sigaretten: het teer-, nicotine- en koolmonoxidegehalte 1. Het teergehalte van sigaretten die in de lidstaten worden verkocht, geproduceerd of in het vrije verkeer gebracht, mag met ingang van 31 december 2003 niet meer dan 10 mg per sigaret bedragen. 2. Het nicotinegehalte van sigaretten die in de lidstaten worden verkocht, geproduceerd of in het vrije verkeer gebracht, mag met ingang van 31 december 2003 niet meer dan 1,0 mg per sigaret bedragen. 3. Het koolmonoxidegehalte van sigaretten die in de lidstaten worden verkocht, geproduceerd of in het vrije verkeer gebracht, mag met ingang van 31 december 2003 niet meer dan 10 mg per sigaret bedragen. Artikel 4 - Afwijking Bij wijze van tijdelijke afwijking gelden voor Griekenland als grenswaarde voor het teergehalte en datum van invoering 10 mg teer met ingang van 31 december 2006. Deze afwijking mag echter niet worden aangegrepen om controles aan de binnengrenzen van de Gemeenschap te rechtvaardigen. Artikel 5 - Meetmethoden 1. Het in artikel 3, bedoelde teer-, nicotine- en koolmonoxidegehalte, dat op de pakjes sigaretten moet worden vermeld, wordt gemeten volgens ISO-methoden 4387 (teer), 10315 (nicotine) en 8454 (koolmonoxide). De juistheid van de vermeldingen op de pakjes wordt geverifieerd aan de hand van ISO-norm 8243. 2. De lidstaten kunnen eisen dat een door hun bevoegde nationale autoriteiten erkend testlaboratorium de in lid 1 genoemde tests uitvoert. 3. Voorts kunnen de lidstaten eisen dat de tabaksproducenten en -importeurs alle door de bevoegde nationale autoriteiten voorgeschreven tests uitvoeren om na te gaan welke hoeveelheid andere stoffen hun tabaksproducten (opgesplitst naar merk) produceren. Bovendien kunnen de lidstaten eisen dat deze tests in erkende testlaboratoria worden uitgevoerd, zoals bepaald in lid 2. 4. De bevoegde nationale autoriteiten worden jaarlijks in kennis gesteld van de resultaten van alle tests die krachtens lid 3 worden uitgevoerd. 5. De lidstaten stellen alles in het werk om het fabrieksgeheim te beschermen van alle krachtens dit artikel verstrekte gegevens. 6. De lidstaten doen de krachtens dit artikel verstrekte gegevens jaarlijks uiterlijk op 31 mei aan de Commissie toekomen. Artikel 6 - Etikettering 1. De vermelding van het teer-, nicotine- en koolmonoxidegehalte van sigaretten moet op één kant van het sigarettenpakje worden aangebracht in de officiële taal, respectievelijk de officiële talen, van de lidstaat waar het product op de markt wordt gebracht, en minstens 10% van het betreffende oppervlak beslaan. Dit percentage wordt voor landen met twee officiële talen op 12% gebracht en voor landen met drie officiële talen op 15%. 2. Op alle verpakkingseenheden tabaksproducten - met uitzondering van niet voor roken bestemde tabaksproducten en tabaksproducten voor oraal gebruik - moet een van de volgende algemene waarschuwingen worden aangebracht: - "Roken is dodelijk." - "Roken kan dodelijk zijn." Op alle verpakkingseenheden tabaksproducten - met uitzondering van niet voor roken bestemde tabaksproducten en tabaksproducten voor oraal gebruik - moet een uitsluitend uit bijlage I gekozen bijkomende waarschuwing worden aangebracht. Op tabaksproducten voor oraal gebruik - althans in landen waar deze producten krachtens artikel 9 op de markt mogen worden gebracht - en op niet voor roken bestemde tabaksproducten moet de in bijlage II opgenomen waarschuwing worden aangebracht. Deze waarschuwing moet op het duidelijkst zichtbare oppervlak van de verpakkingseenheid en op elke in de detailverkoop gebruikte buitenverpakking worden aangebracht. Om aan de taalvereisten te kunnen voldoen mogen de lidstaten zelf bepalen waar de waarschuwing op het betreffende oppervlak wordt aangebracht. 3. De in artikel 6, lid 2, eerste alinea, bedoelde algemene waarschuwing moet op het duidelijkst zichtbare oppervlak van de verpakkingseenheid en op elke in de detailverkoop gebruikte buitenverpakking worden aangebracht. Om aan de taalvereisten te kunnen voldoen mogen de lidstaten zelf bepalen waar de waarschuwing op het betreffende oppervlak wordt aangebracht. De in artikel 6, lid 2, tweede alinea, bedoelde waarschuwing moet op het andere duidelijkst zichtbare oppervlak van de verpakkingseenheid en op elke in de detailverkoop gebruikte buitenverpakking worden aangebracht. Om aan de taalvereisten te kunnen voldoen mogen de lidstaten zelf bepalen waar de waarschuwing op het betreffende oppervlak wordt aangebracht. 4. De krachtens dit artikel vereiste waarschuwingen en vermeldingen van het teer-, nicotine- en koolmonoxidegehalte moeten worden aangebracht: - in zwarte vetgedrukte Helvetica-letters op een witte achtergrond. Om aan de taalvereisten te kunnen voldoen mogen de lidstaten de puntgrootte van het lettertype zelf bepalen, mits de in hun wetgeving bepaalde lettergrootte een zo groot mogelijk deel van de voor de tekst bestemde ruimte beslaat; - in kleine letters met uitzondering van de eerste letter van de boodschap; - gecentreerd op de voor de tekst bestemde ruimte en evenwijdig met de bovenrand van het pakje; - omgeven door een minstens 3 mm en hoogstens 4 mm brede zwarte rand die geen belemmering vormt voor de leesbaarheid van de waarschuwingen of de overige vermeldingen; - in de officiële taal, respectievelijk de officiële talen, van de lidstaat waar het product op de markt wordt gebracht. 5. De krachtens dit artikel vereiste tekst mag niet op de onderkant of op de fiscale zegels van de verpakkingseenheden worden aangebracht. Zij moeten met onuitwisbare letters worden aangebracht en op een zodanige manier dat ze onmogelijk verwijderd kunnen worden. Voorts mogen ze in geen geval verborgen, bedekt of gescheiden zijn door andere aanduidingen of afbeeldingen. Ze mogen ook geen beschadiging oplopen bij het openen van het pakje. 6. De krachtens artikel 6, lid 2, eerste alinea, vereiste algemene waarschuwing en de in lid 2, derde alinea, bedoelde waarschuwing op niet voor roken bestemde tabaksproducten en tabaksproducten voor oraal gebruik moeten minstens 25% beslaan van de buitenkant van het betreffende oppervlak van de verpakkingseenheid waarop zij worden aangebracht. Dit percentage wordt voor landen met twee officiële talen op 27% gebracht en voor landen met drie officiële talen op 30%. 7. De in lid 2, tweede alinea, bedoelde bijkomende waarschuwing moet minstens 25% beslaan van de buitenkant van het betreffende oppervlak van de verpakkingseenheid waarop zij wordt aangebracht. Dit percentage wordt voor landen met twee officiële talen op 27% gebracht en voor landen met drie officiële talen op 30%. Deze bijkomende waarschuwingen wisselen elkaar op zodanige wijze af, dat elke waarschuwing achtereenvolgens voorkomt op een gelijke hoeveelheid verpakkingseenheden, met een tolerantie van 5%. Artikel 7 - Verdere productinformatie 1. Alle producenten en importeurs van tabaksproducten dienen uiterlijk op 31 december 2003 bij de lidstaten een lijst in van alle ingrediënten en de hoeveelheden ervan die bij de productie van hun tabaksproducten voor elk merk worden gebruikt. Bij deze lijst wordt een verklaring gevoegd waarin de betrokkenen toelichten waarom zij deze ingrediënten aan hun tabaksproducten toevoegen. Voorts moeten de producenten en importeurs van tabaksproducten de lidstaten alle mogelijke inlichtingen verstrekken over deze ingrediënten in verbrande en onverbrande vorm en aantonen dat deze ingrediënten in kwestie als bestanddeel van hun tabaksproducten geen gevaar voor de gezondheid van de consument opleveren. De producenten en importeurs van tabaksproducten moeten deze inlichtingen samen met de in de eerste alinea van dit artikel vermelde gegevens met ingang van 1 januari 2004 jaarlijks indienen. 2. De lidstaten stellen alles in het werk om het fabrieksgeheim te beschermen van alle krachtens lid 1 van dit artikel verstrekte inlichtingen en gegevens. 3. De lidstaten doen de krachtens dit artikel verstrekte toxicologische gegevens en inlichtingen jaarlijks uiterlijk op 31 mei aan de Commissie toekomen. Artikel 8 - Productbeschrijvingen 1. Het is verboden de woorden "laag teergehalte", "light", "ultra light", "mild" of soortgelijke woorden te gebruiken met als doel of als rechtstreeks of onrechtstreeks gevolg de indruk te wekken dat bepaalde tabaksproducten minder schadelijk zijn dan andere, tenzij de lidstaten waar de betrokken tabaksproducten worden verkocht of geproduceerd, het gebruik van dergelijke woorden uitdrukkelijk toestaan. 2. Lidstaten die het gebruik van dergelijke woorden toestaan, moeten de Commissie hiervan in kennis stellen en toelichten onder welke voorwaarden het gebruik van deze woorden is toegestaan. De Commissie neemt deze gegevens op in het in artikel 10 genoemde verslag. Artikel 9 - Tabak voor oraal gebruik De lidstaten verbieden het in de handel brengen van tabak voor oraal gebruik onverminderd artikel 151 van de Akte van toetreding van Oostenrijk, Finland en Zweden. Artikel 10 - Verslag Uiterlijk op 31 december 2005 - en daarna om de twee jaar - dient de Commissie bij het Europees Parlement, de Raad en het Economisch en Sociaal Comité een verslag over de toepassing van deze richtlijn in. Indien nodig, doet de Commissie, rekening houdend met nieuwe wetenschappelijke ontwikkelingen, bijkomende voorstellen om de richtlijn op zodanige wijze aan de ontwikkelingen in de sector van de tabaksproducten aan te passen als voor de totstandbrenging en de werking van de interne markt noodzakelijk is. Artikel 11 - Invoer, Verkoop en verbruik van tabaksproducten 1. De lidstaten mogen de invoer, de verkoop en het verbruik van tabaksproducten die aan deze richtlijn voldoen, niet verbieden of beperken om redenen die verband houden met de beperking van het teer-, nicotine- of koolmonoxidegehalte van sigaretten, de etikettering of andere bepalingen van deze richtlijn. 2. Deze richtlijn laat het recht van de lidstaten onverlet, met inachtneming van het Verdrag en met het oog op de bescherming van de volksgezondheid, strengere voorschriften omtrent de invoer, de verkoop en het verbruik van tabaksproducten vast te stellen. Artikel 12 - Tenuitvoerlegging 1. Onverminderd het in artikel 13 bepaalde aangaande de termijnen voor omzetting, doen de lidstaten de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk op 31 december 2001 aan deze richtlijn te voldoen. Zij stellen de Commissie daarvan onverwijld in kennis. Wanneer de lidstaten deze bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen naar deze richtlijn verwezen of wordt hiernaar verwezen bij de officiële bekendmaking van de bepalingen. De regels voor deze verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten. 2. Producten die op de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn niet aan deze richtlijn voldoen, mogen nog gedurende twee jaar na deze datum worden verkocht. 3. De lidstaten delen de Commissie mee welke bepalingen van intern recht zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen. Artikel 13 - Intrekking De Richtlijnen 89/622/EEG, 90/239/EEG en 92/41/EEG van de Raad worden ingetrokken, onverminderd de verplichtingen van de lidstaten met betrekking tot de in bijlage III opgenomen termijnen voor de omzetting en de toepassing van deze richtlijnen. Verwijzingen naar de ingetrokken richtlijnen gelden als verwijzingen naar deze richtlijn en worden overeenkomstig de in bijlage IV opgenomen concordantietabel gelezen. Artikel 14 - Inwerkingtreding Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen. Artikel 15 - Adressaten Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten. Gedaan te Brussel, op Voor het Europees Parlement Voor de Raad De Voorzitster De Voorzitter BIJLAGE I Tabaksproducten met uitzondering van niet voor roken bestemde tabaksproducten en tabaksproducten voor oraal gebruik Bijkomende waarschuwingen betreffende de gezondheid die krachtens artikel 6, lid 2, tweede alinea, op de nationale lijsten moeten voorkomen 1. Rokers sterven eerder. 2. Roken veroorzaakt hartziekten en beroerten. 3. Roken veroorzaakt kanker. Bijkomende waarschuwingen waaruit de lidstaten een keuze mogen maken 1. Roken tijdens de zwangerschap schaadt de gezondheid van uw kind. 2. Bescherm kinderen: doe hen geen rook van u inademen. 3. Uw arts kan u helpen met roken te stoppen. 4. Roken werkt verslavend. 5. Stop met roken indien u het gevaar van ernstige ziekten wilt beperken. BIJLAGE II Niet voor roken bestemde tabaksproducten en tabaksproducten voor oraal gebruik Niet voor roken bestemde tabak (of tabak voor oraal gebruik) kan uw gezondheid schaden. BIJLAGE III Termijnen voor de omzetting en de toepassing van de ingetrokken richtlijnen (vermeld in artikel 13) Richtlijn Termijnen voor de omzetting Uiterste data voor de toepassing 89/622/EEG (PB L 359, 8.12.1989, blz. 1) 1 juli 1990 31 december 1991 31 december 1992 31 december 1993 90/239/EEG (PB L 137, 30.5.1990, blz. 36) 18 november 1991 31 december 1992 [28] [28] Voor alle lidstaten behalve Griekenland. 31 december 1997 [29] [29] Id. 31 december 1992 [30] [30] Uitsluitend voor Griekenland geldende afwijking. 31 december 1998 [31] [31] Id. 31 december 2000 [32] [32] Id. 31 december 2006 [33] [33] Id. 92/41/EEG (PB L 158, 11.6.1992, blz. 30) 1 juli 1992 1 juli 1992 1 januari 1994 31 december 1994 BIJLAGE IV CONCORDANTIETABEL >RUIMTE VOOR DE TABEL> >RUIMTE VOOR DE TABEL> EFFECTBEOORDELINGSFORMULIER EFFECT VAN HET VOORSTEL OP HET BEDRIJFSLEVEN, MET NAME OP HET MIDDEN- EN KLEINBEDRIJF (MKB) Titel van het voorstel Ontwerpvoorstel voor een RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot vaststelling van maatregelen voor de harmonisatie en de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten inzake de productie, de presentatie en de verkoop van tabaksproducten, "herziening". (voor de EER relevante tekst) Voorstel 1. Doel van dit ontwerpvoorstel voor een richtlijn is, rekening houdend met het subsidiariteits- en het evenredigheidsbeginsel, drie bestaande interne-marktrichtlijnen inzake het teergehalte van sigaretten, tabak voor oraal gebruik en de etikettering van tabaksproducten te herzien en de bepalingen van deze richtlijnen in het licht van nieuwe wetenschappelijke ontwikkelingen en met het oog op de voltooiing van de interne markt aan te vullen en te vervolledigen, uitgaande van een hoog niveau van bescherming van de volksgezondheid. Voornaamste doelstelling van het voorstel is het teergehalte van sigaretten in het verlengde van Richtlijn 90/239/EEG van de Raad verder te verlagen, op communautair niveau grenswaarden voor het nicotine- en koolmonoxidegehalte van sigaretten vast te leggen, de tabaksproducenten en -importeurs ertoe te verplichten de lidstaten te informeren over andere ingrediënten (additieven) dan tabak die bij de productie van tabaksproducten worden gebruikt, en het gebruik van een aantal productbeschrijvingen aan wettelijke voorschriften te onderwerpen. De voorgestelde maatregelen beperken zich tot wat nodig is om de doelstellingen van het Verdrag - en met name artikel 95 - te verwezenlijken en houden ten volle rekening met de beginselen van het aan het Verdrag gehechte protocol betreffende de toepassing van het subsidiariteits- en het evenredigheidsbeginsel. Effect op het bedrijfsleven 2. Waarop is het voorstel van invloed- - Het voorstel zal vooral gevolgen hebben voor de producenten en importeurs van sigaretten. Een aantal bepalingen geldt ook voor andere tabaksproducten dan sigaretten, maar het aandeel van deze producten in het totale tabaksgebruik bedraagt minder dan 10%. - De productie van sigaretten is vooral in handen van grote multinationale ondernemingen. Kleine en middelgrote ondernemingen die op de markt van de tabaksproducten actief zijn, leggen zich vooral toe op andere producten dan sigaretten (bijvoorbeeld snuiftabak, pijptabak en shag). - De kleine en middelgrote ondernemingen die op de markt van de tabaksproducten actief zijn, zijn geografisch niet in één bepaalde regio van de Gemeenschap geconcentreerd. 3. Wat moeten de bedrijven doen om aan de voorgestelde wetgeving te voldoen- Voorgesteld wordt een aantal bepalingen van bestaande richtlijnen (bijvoorbeeld in verband met de grenswaarden voor teer, nicotine en koolmonoxide) aan te scherpen. Metingen worden volgens de ISO-normen uitgevoerd. De tabaksproducenten en -importeurs moeten de lidstaten informeren over alle andere ingrediënten dan tabak die bij de productie van tabaksproducten worden gebruikt. Deze informatie kan uiteraard ook rechtstreeks bij de producenten van de additieven in kwestie worden ingewonnen. Bedrijven die woorden als "licht teergehalte", "light" en "mild" gebruiken om hun producten te beschrijven, moeten hiervoor de toestemming van de bevoegde nationale autoriteiten krijgen. In een aantal gevallen hebben de nationale autoriteiten en het bedrijfsleven reeds vrijwillige overeenkomsten gesloten of voorgesteld. 4. Welke economische gevolgen zal het voorstel waarschijnlijk hebben- - Verwacht wordt dat het voorstel positieve economische gevolgen voor de werkgelegenheid zal hebben. Drie bestaande interne-marktrichtlijnen worden immers geharmoniseerd en onderling aangepast, wat de duidelijkheid ten goede komt en de positie van de economische actoren versterkt. Op dit ogenblik gelden bijvoorbeeld in alle lidstaten andere wettelijke voorschriften in verband met het gebruik van additieven in tabaksproducten. Dankzij dit voorstel wordt de toestand op dit punt verduidelijkt en vereenvoudigd. Meer algemeen kan een verslag van de Wereldbank uit 1999 [34] worden geciteerd: [34] Curbing the Epidemic, Wereldbank, Washington, 1999. "Beweringen als zou de beteugeling van het tabaksgebruik tot massaal banenverlies leiden, zijn gewoonlijk gebaseerd op door de tabaksindustrie gefinancierde studies waarin het aantal banen dat tabak in elke sector oplevert, de inkomsten uit deze banen, de belastinginkomsten uit de verkoop van tabak en - waar dit relevant is - het aandeel van tabak in de nationale handelsbalans worden berekend. Voorts berekenen deze studies welk multipliereffect geld uit de teelt en de verwerking van tabak voor de bevordering van andere economische activiteiten heeft. Er is echter kritiek geuit op de onderzoeksmethoden die in het kader van deze studies worden toegepast. In de eerste plaats berekenen deze studies welke brutobijdrage tabak aan de werkgelegenheid en de economie levert. Slechts uiterst zelden wordt rekening gehouden met het feit dat mensen het geld dat zij op tabak uitsparen, gewoonlijk aan andere dingen besteden, zodat nieuwe banen worden gecreëerd ter compensatie van het banenverlies in de tabakssector. In de tweede plaats overschatten deze studies het effect van antirookcampagnes door bepaalde variabelen, zoals trends op het vlak van het rookgedrag en de mechanisering van de sigarettenproductie, vanuit een statisch perspectief te berekenen. Onafhankelijke studies over de gevolgen van tabak voor specifieke economieën leveren uiteenlopende conclusies op. In plaats van uit te gaan van de bruto economische bijdrage van tabak berekenen deze studies welke nettobijdrage tabak aan de economie levert. Anders gezegd, welk economisch voordeel leveren alle met tabak samenhangende activiteiten op, rekening houdend met het feit dat met het geld dat op tabak wordt uitgespaard, nieuwe banen kunnen worden gecreëerd ter compensatie van het banenverlies in de tabakssector. Uit deze studies blijkt dat maatregelen om het tabaksgebruik te beteugelen weinig of geen negatieve gevolgen voor de totale werkgelegenheid zouden hebben, behalve in enkele tabaksproducerende landen. Uit een studie in het Verenigd Koninkrijk is gebleken dat het aantal voltijdbanen in 1990 met meer dan 100 000 zou zijn toegenomen, als rokers hun geld aan luxegoederen in plaats van aan rookwaren hadden besteed en de daling van de belastinginkomsten ten gevolge van niet-fiscale antirookmaatregelen was gecompenseerd door andere goederen en diensten te belasten. Een studie in de Verenigde Staten kwam tot de slotsom dat het aantal banen tussen 1993 en 2000 met 20 000 zou toenemen, als het tabaksgebruik in het land volledig aan banden werd gelegd. In die gebieden van de Verenigde Staten waar tabak wordt geteeld, zou het netto aantal banen weliswaar afnemen, maar het totale aantal banen in het land zou toenemen, omdat het geld dat anders aan tabak werd besteed, nu naar andere economische sectoren zou vloeien. Natuurlijk kunnen industriële omschakelingsprocessen voor moeilijkheden zorgen en op korte termijn sociale en politieke problemen veroorzaken. Het economische landschap ondergaat echter voortdurend veranderingen en de veranderingen ten gevolge van een volledig tabaksverbod zouden niet uitzonderlijk zijn." - Het voorstel zal de rechtszekerheid doen toenemen en duidelijkere wettelijke voorschriften voor de hele interne markt opleveren. Verwacht wordt dat dit het aantal investeringen en de oprichting van nieuwe bedrijven in de sector ten goede zal komen en tegelijkertijd een hoog niveau van bescherming van de volksgezondheid zal waarborgen (artikel 95 van het Verdrag). - Door de voorschriften op het niveau van de interne markt te verduidelijken en te harmoniseren neemt ook het concurrentievermogen van de bedrijven aanzienlijk toe en wordt een gunstig klimaat voor schaalvoordelen geschapen. 5. Het voorstel bevat geen specifieke voorschriften voor kleine en middelgrote ondernemingen, omdat de herziene richtlijnen (89/622/EEG, 90/239/EEG, 92/41/EEG) evenmin dergelijke voorschriften bevatten. Aangezien de nieuwe bepalingen grotendeels een aanvulling vormen op bestaande bepalingen, lijken specifieke voorschriften voor het MKB overbodig. Raadpleging 6. Er is diepgaand overleg gepleegd met alle betrokken bedrijfstakken, overheidsinstanties en internationale en niet-gouvernementele organisaties. Vooral met de Groupement des industries européennes du Tabac, de Confederation of European Community Cigarette Manufacturers Ltd, SEITA, Philip Morris, Imperial Tobacco, RJ. Reynolds, Rothmans, de European Cigar Manufacturers Association en de European Smoking Tobacco Association is overleg gepleegd. Er zijn besprekingen gevoerd met een aantal ministeries van lidstaten (B, E, F, IRL, I, L, NL, FIN, S, UK) en met niet-gouvernementele organisaties als de Wereldgezondheidsorganisatie, de Internationale Organisatie voor normalisatie, het Internationaal Instituut voor kankeronderzoek en de Internationale Unie tegen kanker. Een aantal belangrijke tabaksondernemingen trekt de rechtsgrond van het voorstel van de Commissie in twijfel, omdat de voorgestelde maatregelen niet aan artikel 95 zouden beantwoorden. Zij zien echter over het hoofd dat de drie herziene richtlijnen wel degelijk betrekking hebben op de interne markt. Een aantal bedrijven steunt het voorstel om de consumenten te informeren aan de hand van betere gezondheidswaarschuwingen. In plaats van de bestaande richtlijn te wijzigen willen zij deze kwestie echter aanpakken in het kader van een diepgaande dialoog met de lidstaten en de Commissie. Inzake additieven merken de bedrijven op dat de bestaande wetgeving (d.w.z. de 15 verschillende nationale wetgevingen) in alle opzichten voldoet en er doeltreffende controles worden uitgevoerd. Dit standpunt staat haaks op de werkelijke toestand, die wordt beschreven in een verslag dat de Commissie aan dit onderwerp heeft gewijd (zie het verslag van de Commissie van 8.9.1999, COM (99) 407 def., blz. 16 e.a.). Zowel de nationale autoriteiten (zie de conclusies van de Raad die op 18 november 1999 ter goedkeuring worden voorgelegd) als een aantal niet-gouvernementele organisaties en het Europees Parlement (zie het recente verslag van het Europees Parlement in PB C 14 van 19.1.1998, blz. 197) hebben hun volle steun aan de voorgestelde maatregelen toegezegd.