Voorstel voor een Verordening (EG) van de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2450/98 tot instelling van een definitief compenserend recht op de invoer van roestvrij stalen staven van oorsprong uit India en tot definitieve invordering van het voorlopige recht /* COM/99/0436 def. */
Voorstel voor een VERORDENING (EG) VAN DE RAAD tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2450/98 tot instelling van een definitief compenserend recht op de invoer van roestvrij stalen staven van oorsprong uit India en tot definitieve invordering van het voorlopige recht (door de Commissie ingediend) TOELICHTING Op 23 januari 1999 heeft de Commissie een versnelde herzieningsprocedure ingeleid met betrekking tot de compenserende rechten op roestvrij stalen staven uit India ten behoeve van twee ondernemingen die dit product in de onderzoekperiode niet naar de Gemeenschap hadden uitgevoerd. Er werden onderzoeken ter plaatse ingesteld bij deze twee ondernemingen, Sindia Steels en Meltroll Engineering, en de bedragen van de subsidies waartegen maatregelen genomen konden worden werden per onderneming vastgesteld. Deze waren lager dan de compenserende rechten die momenteel op deze ondernemingen van toepassing zijn. Derhalve wordt voorgesteld de desbetreffende verordening van de Raad te wijzigen en een afzonderlijk recht in te stellen voor beide ondernemingen. De lidstaten werden geraadpleegd en waren het eens met de instelling van afzonderlijke compenserende rechten voor deze ondernemingen. Voorstel voor een VERORDENING (EG) VAN DE RAAD tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2450/98 tot instelling van een definitief compenserend recht op de invoer van roestvrij stalen staven van oorsprong uit India en tot definitieve invordering van het voorlopige recht DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, Gelet op Verordening (EG) nr. 2026/97 van de Raad van 6 oktober 1997 betreffende bescherming tegen invoer met subsidiëring uit landen die geen lid van de Europese Gemeenschap zijn [1], inzonderheid op de artikelen 15 en 20, [1] PB L 288 van 21.10.1997, blz. 1. Gezien het voorstel dat de Commissie na raadpleging van het Raadgevend Comité heeft ingediend, Overwegende hetgeen volgt: A. VOORAFGAANDE PROCEDURE (1) Bij Verordening (EG) nr. 2450/98 [2] heeft de Raad definitieve compenserende rechten ingesteld op de invoer van roestvrij stalen staven, ingedeeld onder de GN-codes 7222 20 11, 7222 20 21, 7222 20 31 en 7222 20 81 (hierna "het betrokken product" genoemd), van oorsprong uit India, in de vorm van ad valorem-rechten van 0 tot 25,5% en een residueel recht van 25,5%. [2] PB L 304 van 14.11.1998, blz. 1. B. HUIDIGE PROCEDURE 1. Verzoek om herziening (2) Na de instelling van de definitieve maatregelen hebben twee producenten in India, Sindia Steels Ltd. and Meltroll Engineering Pvt. Ltd., beide gevestigd in Bombay, op grond van artikel 20 van Verordening (EG) nr 2026/97 [3] (hierna de basisverordening" genoemd), bij de Commissie een verzoek om een versnelde herziening van Verordening (EG) nr. 2450/98 ingediend. Beide ondernemingen beweerden geen banden te hebben met andere exporteurs van het betrokken product in India en dit product eerst na de oorspronkelijke onderzoekperiode (l juli 1996 tot en met 30 juni 1997) naar de Gemeenschap te hebben uitgevoerd. [3] PB L 288 van 21.10.1997, blz. 1. Beide ondernemingen hebben gevraagd om de vaststelling van een afzonderlijk, alleen voor hun onderneming geldend recht. Sindia Steels Ltd had zich voor het oorspronkelijke onderzoek aangemeld, maar omdat zij tijdens de onderzoekperiode niet naar de Gemeenschap had uitgevoerd, werd zij onderworpen aan het recht van 22,1% dat op het gewogen gemiddelde was gebaseerd. Op Meltroll Engineering Pvt.Ltd is het residuele recht van 25,5% van toepassing. 2. Inleiding van een versnelde herzieningsprocedure (3) De Commissie heeft het bewijsmateriaal onderzocht dat de twee betrokken Indiase exporterende producenten hebben voorgelegd en was van oordeel dat dit voldoende was om een herzieningsprocedure in te leiden overeenkomstig artikel 20 van de basisverordening. Na raadpleging van het Raadgevend Comité en nadat de betrokken bedrijfstak van de Gemeenschap in de gelegenheid was gesteld opmerkingen te maken, heeft de Commissie, door middel van een bericht in het Publicatieblad [4], ten behoeve van de betrokken ondernemingen een versnelde procedure ingeleid tot herziening van Verordening (EG) nr. 2450/98 en is zij met een onderzoek begonnen. [4] PB C 19 van 23.1.1999, blz. 17. 3. Betrokken product (4) Deze herzieningsprocedure heeft betrekking op hetzelfde product als Verordening (EG) nr. 2450/98. 4. Betrokken partijen (5) De Commissie heeft de twee betrokken ondernemingen en de Indiase overheid officieel van de inleiding van de procedure in kennis gesteld. Voorts heeft zij de rechtstreeks betrokken partijen in de gelegenheid gesteld hun standpunt schriftelijk uiteen te zetten en een onderhoud aan te vragen. De Commissie heeft echter geen verzoek om een onderhoud ontvangen. De Commissie heeft de betrokken ondernemingen een vragenlijst toegezonden en heeft binnen de gestelde termijn een volledig antwoord ontvangen. De Commissie heeft alle gegevens die zij voor haar onderzoek nodig achtte verzameld en gecontroleerd en heeft bij de betrokken ondernemingen ook controles ter plaatse verricht. 5. Onderzoekperiode (6) Het onderzoek naar subsidiëring had betrekking op de periode van 1 januari 1998 tot en met 31 december 1998 (hierna "de onderzoekperiode" genoemd). 6. Werkwijze (7) Bij dit onderzoek werd dezelfde werkwijze gevolgd als bij het oorspronkelijke onderzoek. C. REIKWIJDTE VAN DE HERZIENINGSPROCEDURE (8) Deze herzieningsprocedure is beperkt tot de berekening van het bedrag aan subsidies dat Sindia Steels Ltd. en Meltroll Engineering Ltd. hebben ontvangen. (9) De Commissie heeft dezelfde subsidieregelingen onderzocht als die welke tijdens het oorspronkelijke onderzoek werden onderzocht. Voorts werd onderzocht of de nieuwe exporteurs gebruik hadden gemaakt van subsidieregelingen die in de oorspronkelijke klacht waren genoemd maar waarvan tijdens de oorspronkelijke onderzoekperiode geen gebruik was gemaakt. (10) Tenslotte werd onderzocht of de nieuwe exporteurs gebruik hadden gemaakt van subsidieregelingen die na de oorspronkelijke onderzoekperiode waren ingesteld, of dat zij na die periode ad-hocsubsidies hadden ontvangen. D. RESULTATEN VAN HET ONDERZOEK 1. Status van nieuwe exporteur (11) Bij het onderzoek bleek dat de betrokken ondernemingen het betrokken product tijdens de oorspronkelijke onderzoekperiode inderdaad niet hadden uitgevoerd en eerst na deze periode met de uitvoer van het betrokken product naar de Gemeenschap waren begonnen. Voorts konden de betrokken ondernemingen aantonen dat zij geen rechtstreekse of onrechtstreekse banden hadden met een van de Indiase exporterende producenten op wier producten de hier bedoelde compenserende rechten van toepassing zijn. Daar de betrokken ondernemingen derhalve beschouwd kunnen worden als nieuwe exporteurs in de zin van artikel 20 van de basisverordening, dienen voor deze ondernemingen individuele subsidiebedragen te worden vastgesteld. Het feit dat voor Sindia Steels reeds een op een gewogen gemiddelde gebaseerd compenserend recht geldt en geen residueel compenserend recht, doet geen afbreuk aan het recht van deze onderneming een herziening ten behoeve van een nieuwe exporteur aan te vragen, daar aan alle voorwaarden van artikel 20 is voldaan. 2. Subsidiëring (12) Op grond van de antwoorden op de vragenlijst van de Commissie werden de volgende vijf regelingen onderzocht: - de "Passbook"-regeling - de "Duty Entitlement Passbook"-regeling - de exportbevorderingskapitaalgoederenregeling - de regeling ten behoeve van exportproductiezones/ exportgeoriënteerde bedrijven - de vrijstelling van vennootschapsbelasting Tijdens het oorspronkelijke onderzoek was vastgesteld dat al deze regelingen betrekking hadden op subsidies waartegen maatregelen konden worden genomen. 3. De "Passbook"-regeling (13) Geen van de betrokken ondernemingen had gebruik gemaakt van de "Passbook"-regeling die op 1 april 1997, dat wil zeggen tijdens de oorspronkelijke onderzoekperiode, was afgeschaft en vervangen door de "Duty Entitlement Passbook"-regeling. 4. De "Duty Entitlement Passbook"-regeling Algemeen (14) De twee betrokken ondernemingen hadden voordelen verkregen op grond van deze regeling, en wel op post-exportbasis. Volgens deze regeling worden aan exporteurs kredieten toegekend op grond van de waarde van de uitgevoerde eindproducten. De Indiase overheid heeft voor de meeste producten, waaronder de bij deze procedure betrokken producten, kredietbedragen vastgesteld aan de hand van standaard input/outputnormen. Er wordt automatisch een certificaat afgegeven waarin de toegekende kredieten zijn vermeld. De kredieten van de 'Duty Entitlement Passbook-post-export'-regeling kunnen worden gebruikt wanneer later goederen (bijv. grondstoffen of kapitaalgoederen) worden ingevoerd, mits de invoer van deze goederen niet aan verboden of beperkingen is onderworpen. De ingevoerde goederen kunnen op de binnenlandse markt worden verkocht (waar ze aan omzetbelasting zijn onderworpen) of op andere wijze worden gebruikt. De kredieten van de 'Duty Entitlement Passbook-"regeling zijn vrij overdraagbaar. Het 'Duty Entitlement Passbook'-certificaat is vanaf de afgifte twaalf maanden geldig. (15) De regeling heeft sinds de oorspronkelijke onderzoekperiode geen wijzigingen ondergaan. De subsidie, bestaande uit een vrijstelling van invoerrechten, is afhankelijk van exportprestaties. De conclusie van het oorspronkelijke onderzoek was dan ook dat tegen deze specifieke subsidie compenserende maatregelen kunnen worden genomen op grond van artikel 3, lid 4, onder a) van de basisverordening. Berekening van het subsidiebedrag (16) Geen van beide ondernemingen had de certificaten gebruikt om goederen vrij van rechten in te voeren. Sommige certificaten waren verkocht. Het voordeel werd berekend op grond van het kredietbedrag, ongeacht de verkoopprijs van het certificaat. De betrokken ondernemingen stelden dat het voordeel beperkt moest worden tot het bedrag waartegen de certificaten waren verkocht, hetgeen dikwijls een lager bedrag was dan het nominale kredietbedrag. Overeenkomstig de voorlopige bevindingen in het kader van de procedures betreffende roestvrij staaldraad uit India (Verordeningen (EG) nr. 618/99 en 619/99 van de Commissie [5]) moest deze claim echter worden afgewezen daar de verkoop van een certificaat beneden de nominale waarde een commerciële beslissing is die geen invloed heeft op het tot maatregelen aanleiding gevende voordeel dat op grond van genoemde regeling is verkregen. [5] PB L 79 van 24.3.1999, blz. 25. (17) Om het volledige voordeel van deze regeling voor de ontvanger te bereken, werd aan het kredietbedrag de rente toegevoegd tijdens de oorspronkelijke onderzoekperiode. Daar de voordelen van de vrijstelling van invoerrechten gedurende de onderzoekperiode regelmatig werden verkregen, werd het dienstig geacht de werkwijze te volgen die tijdens het oorspronkelijke onderzoek was toegepast en rente toe te voegen over een periode van zes maanden. Dit kwam neer op een toevoeging van 7,29%, de helft van het gebruikelijke commerciële rentetarief (op jaarbasis) van 14,58% dat in de oorspronkelijke onderzoekperiode in India van toepassing was. Het bedrag van de niet-betaalde invoerrechten plus de rente werd toegerekend aan de gehele uitvoer in de onderzoekperiode. Sindia Steels Ltd. en Meltroll Engineering Pvt. kwamen in de onderzoekperiode voor deze regeling in aanmerking en hebben subsidies ten bedragen van 11,7% respectievelijk 4,9% ontvangen. Op verzoek van de ondernemingen werd op deze bedragen een aftrek toegepast voor kosten die waren gemaakt om de "DE-Passbook"-certificaten te verkrijgen. 5. Exportbevorderingskapitaalgoederenregeling Algemeen (18) Sindia Steels Ltd. bleek van deze regeling gebruik te hebben gemaakt. Om voor de regeling in aanmerking te komen moet een onderneming de bevoegde autoriteiten gegevens verstrekken over de soort en de waarde van in te voeren kapitaalgoederen. Afhankelijk van de hoeveelheid goederen die zal worden uitgevoerd, kan de onderneming kapitaalgoederen vrij van rechten of tegen een verminderd recht invoeren. Een vergunning om deze goederen tegen een preferentieel tarief in te voeren wordt dan automatisch afgegeven. Om de voordelen te verkrijgen moeten de uit te voeren goederen met behulp van de ingevoerde kapitaalgoederen zijn geproduceerd. Voorts moet een vergoeding worden betaald voor de afgifte van de vergunning. (19) De exportbevorderingskapitaalgoederenregeling heeft sinds het oorspronkelijke onderzoek geen wijzigingen ondergaan. Tijdens het oorspronkelijke onderzoek werd vastgesteld dat deze regeling tot compenserende maatregelen aanleiding geeft, daar de vrijstelling van invoerrechten of de vermindering van invoerrechten een financiële bijdrage van de Indiase overheid is, want deze ziet af van inkomsten waarop zij normalerwijze recht heeft. Anderzijds vormt de vrijstelling of de vermindering van de invoerrechten een voordeel voor de ontvanger. De subsidie is rechtens afhankelijk van exportprestaties in de zin van artikel 3, lid 4, onder a, van de basisverordening, daar een onderneming deze slechts kan verkrijgen indien zij zich ertoe verbindt goederen uit te voeren. Deze subsidie is daarom specifiek en geeft tot compenserende maatregelen aanleiding. Berekening van het bedrag van de subsidie (20) Het voordeel voor de exporteur werd berekend door het bedrag te nemen van de onbetaalde rechten op de ingevoerde kapitaalgoederen en dit bedrag over een periode te verdelen die overeenstemt met de normale afschrijvingsperiode van deze goederen in de bedrijfstak die het betrokken product vervaardigt. Deze periode werd vastgesteld door het gewogen gemiddelde te nemen van de afschrijvingsperioden van de kapitaalgoederen die met gebruikmaking van de bedoelde regeling in de oorspronkelijke onderzoekperiode waren ingevoerd (op basis van het productievolume van de betrokken producten) en bleek 15,5 jaar te bedragen. Daar deze subsidie gelijk staat met een eenmalige schenking, is aan het aldus berekende bedrag dat aan de onderzoekperiode moet worden toegerekend een jaarlijkse rente van 14,58% toegevoegd. Het totaalbedrag werd vervolgens aan de gehele uitvoer in de onderzoekperiode toegerekend. (21) Sindia Steels Ltd. heeft op grond van deze regeling een voordeel van 0,3 % verkregen. 6. Exportproductiezones /Exportgeoriënteerde bedrijven (22) De Commissie heeft vastgesteld dat geen van beide bedrijven in een exportproductiezone was gevestigd of een exportgeoriënteerd bedrijf was. De Commissie behoefde daarom niet te beoordelen of onder deze regeling voordelen waren verkregen. 7. Vrijstelling van vennootschapsbelasting Algemeen (23) Meltroll Engineering Pvt. Ltd. bleek van deze regeling gebruik te hebben gemaakt. Een aanvraag om vrijstelling van de vennootschapsbelasting moet tezamen met de belastingaangifte aan het eind van het belastingjaar worden ingediend. Het belastingjaar loopt van 1 april tot en met 31 maart. De belastingaangifte moet voor 30 november van hetzelfde jaar worden ingediend. De definitieve aanslag kan tot drie jaar na de aangifte volgen. Op grond van Afdeling 80HHC kunnen ondernemingen voor een vrijstelling van 100% van de belastbare winst in aanmerking komen voor exportwinsten. (24) Deze regeling heeft sinds het oorspronkelijke onderzoek geen wijzigingen ondergaan. Tijdens het oorspronkelijke onderzoek werd vastgesteld dat deze belastingvrijstelling afhankelijk is van exportprestaties in de zin van artikel 3, lid 4, onder a, van de basisverordening, daar slechts exportwinsten recht geven op de vrijstelling. Deze regeling is derhalve specifiek en kan tot compenserende maatregelen aanleiding geven. Berekening van het subsidiebedrag (25) Zoals in overweging 23 vermeld, wordt de hier bedoelde vrijstelling aangevraagd wanneer aan het einde van het belastingjaar de belastingaangifte wordt ingediend. Daar het belastingjaar in India van 1 april tot en met 31 maart loopt, werd het dienstig geacht de voordelen die op grond van deze regeling zijn verkregen voor het belastingjaar 1997/98 (d.w.z. 1 april 1997 tot en met 31 maart 1998) te berekenen. Dit voordeel werd geacht het verschil te zijn tussen het normaal verschuldigde belastingbedrag en het belastingbedrag na toekenning van de vrijstelling. De vennootschapsbelasting bedroeg dat jaar 35 %. Om het volledige voordeel voor de ontvanger te berekenen werd aan het aldus vastgestelde bedrag de rente in de onderzoekperiode toegevoegd. Gezien de aard van deze subsidie, die gelijk staat met een eenmalige schenking, werd het passend geacht de commerciële rente van 14,58% toe te passen. Het bedrag van het voordeel werd toegerekend aan de gehele uitvoer in het belastingjaar 1997/98. Meltroll Engineering Pvt. Ltd. heeft op grond van deze regeling een voordeel van 0,6 % verkregen. 8. Andere regelingen (26) De nieuwe exporteurs hebben geen gebruik gemaakt van de nieuwe subsidieregelingen die na de oorspronkelijke onderzoekperiode zijn ingesteld en hebben na deze periode evenmin ad-hocsubsidies ontvangen. 9. Bedrag van de subsidies waartegen maatregelen kunnen worden genomen (27) Gezien de hierboven beschreven definitieve conclusies over de verschillende subsidieregelingen, is het bedrag van de subsidies waartegen maatregelen kunnen worden genomen voor elk van de onderzochte exporterende producenten als volgt: >RUIMTE VOOR DE TABEL> E. WIJZIGING VAN DE GELDENDE MAATREGELEN (28) Gezien de conclusies van het onderzoek moeten compenserende rechten worden ingesteld op roestvrij stalen staven die door de betrokken ondernemingen worden geproduceerd en naar de Gemeenschap uitgevoerd, welke rechten dienen overeen te stemmen met de voor deze ondernemingen vastgestelde subsidiebedragen. (29) Verordening (EG) nr. 2450/98 moet derhalve in die zin worden gewijzigd. F. BEKENDMAKING EN GELDIGHEIDSDUUR VAN DE MAATREGELEN (30) De betrokken ondernemingen werden in kennis gesteld van de feiten en overwegingen op grond waarvan de Commissie voornemens was een wijziging van Verordening (EG) nr. 2450/98 voor te stellen en werden in de gelegenheid gesteld opmerkingen te maken. (31) Deze herziening heeft geen invloed op de datum waarop Verordening (EG) nr. 2450/98 zal vervallen op grond van artikel 18, lid 1, van de basisverordening, HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD: Artikel 1 Artikel 1, lid 2, van Verordening (EG) nr. 2450/98 wordt als volgt gewijzigd: Het recht voor Sindia Steels Ltd (aanvullende Taric-code : 8406) bedraagt 12%. Aan de lijst van ondernemingen waarop maatregelen van toepassing zijn, wordt het volgende toegevoegd: >RUIMTE VOOR DE TABEL> Artikel 2 Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat. Gedaan te Brussel, Voor de Raad De Voorzitter