Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 92/61/EEG van de Raad betreffende de goedkeuring van twee- of driewielige motorvoertuigen /* COM/99/0276 def. - COD 99/0117 */
Publicatieblad Nr. C 307 E van 26/10/1999 blz. 0001 - 0021
Voorstel voor een RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot wijziging van Richtlijn 92/61/EEG van de Raad betreffende de goedkeuring van twee- of driewielige motorvoertuigen TOELICHTING 1. Doel van het voorstel Met dit voorstel wordt beoogd ervoor te zorgen dat het volledige goedkeuringsstelsel voor twee- en driewielige motorvoertuigen goed kan functioneren en dat de administratieve en technische voorschriften voor de typegoedkeuring door de lidstaten eenvormig worden toegepast. Op grond van de ervaring die sinds de inwerkingtreding van de kaderrichtlijn 92/61/EEG betreffende de goedkeuring van twee- of driewielige motorvoertuigen (1) is opgedaan, kan worden geconcludeerd dat bepaalde voorschriften, met name die met betrekking tot de geldigheidsduur van nationale goedkeuringen, verduidelijkt moeten worden en dat het wenselijk zou zijn geharmoniseerde voorschriften toe te voegen met betrekking tot de nummering van goedkeuringscertificaten, ontheffingen voor restantvoorraden voertuigen en "nieuwe technologieën", naar het voorbeeld van de voorschriften die in de sector motorvoertuigen gelden. (1) PB L 225 van 10.8.1992, blz. 72. 2. Rechtsgrondslag Aangezien de procedure van artikel 16 niet voorziet in de wijziging van de artikelen van Richtlijn 92/61/EEG en de voorgestelde wijzigingen van de bijlage van die richtlijn verder gaan dan een eenvoudige aanpassing aan de technische vooruitgang, is de Commissie van mening dat een voorstel aan het Parlement en de Raad op zijn plaats is. Dit voorstel is gebaseerd op artikel 95 van het EG-Verdrag. De tekst van het voorstel is ook relevant voor de EER. 3. Achtergrond De goedkeuringsprocedure van de Gemeenschap voor motorvoertuigen die onder de kaderrichtlijn vallen, is erop gericht de goede werking van de interne markt te garanderen door uniforme voorschriften waaraan moet zijn voldaan voordat een voertuigtype of de elementen of kenmerken daarvan worden goedgekeurd. Omdat aan de bouw en de fabricage in verband met de verkeersveiligheid en de bescherming van het milieu en de consument strenge eisen moeten worden gesteld die tegelijkertijd de eenheid van de markt dienen te garanderen, is deze communautaire goedkeuringsprocedure op het principe van totale harmonisatie gebaseerd. Daarom zij erop gewezen dat voertuigen, onderdelen of technische eenheden alleen in de handel gebracht en voor het eerst verkocht mogen worden met het oog op het gebruik ervan in de lidstaten, als zij die aan die gemeenschappelijke voorschriften voldoen. Gezien het ingrijpende karakter van deze doelstelling en de gevolgen ervan voor de betrokken sector, zijn de maatregelen van dit voorstel noodzakelijk en zelfs onmisbaar om het gestelde doel, de typegoedkeuring op het niveau van de Gemeenschap, te bereiken. Het gestelde doel kan niet worden bereikt als de lidstaten onafhankelijk van elkaar maatregelen treffen. 4. Inhoud van het voorstel Het doel van de in artikel 1 beoogde maatregelen is: - bepaalde rijwielen met trapondersteuning uit te zonderen van het toepassingsgebied van de richtlijn; - in alle taalversies van Richtlijn 92/61/EEG te verduidelijken dat de goedkeuringsprocedure niet voor afzonderlijke voertuigen geldt; - de begrippen "variant" en "versie" beter te definiëren; - het goedkeuringscertificaat aan te vullen met een bijlage waarin de proefresultaten voor geluidsniveau en verontreinigende emissies worden vermeld, en een nummeringstelsel voor deze certificaten in te voeren; - de bevoegde instanties van de lidstaten beter te informeren over de verleende goedkeuringen; - ervoor te zorgen dat de lidstaten en de Commissie vooraf worden ingelicht indien op het certificaat van overeenstemming andere gegevens worden vermeld dan die welke in bijlage IV, onder A, zijn opgenomen; - de geldigheidsduur van de op nationaal niveau verleende goedkeuringen beter te definiëren voordat de voorschriften van de Gemeenschap van kracht worden; en - ontheffingen mogelijk te maken voor restantvoorraden en voertuigen, onderdelen en technische eenheden waarin technieken of concepten zijn toegepast die vanwege hun aard niet verenigbaar zijn met bepaalde specifieke eisen. Dit voorstel bepaalt tevens dat de lidstaten de nodige maatregelen treffen om ervoor te zorgen dat de omzetting in nationaal recht vóór 1 januari 2002 geschiedt, de datum met ingang waarvan de richtlijn op facultatieve basis kan worden toegepast op verzoek van de fabrikant. De datum waarop de toepassing verplicht wordt, is op 1 juli 2002 gesteld, zodat de duur van de periode van facultatieve toepassing tussen de omzettingsdatum en de datum van verplichte toepassing zes maanden bedraagt. De in de bijlage opgenomen wijzigingen zijn er met name op gericht: - het inlichtingenformulier te vervangen door een nieuw exemplaar waarbij de vermelde gegevens vollediger zijn en waarbij gemakkelijker kan worden nagegaan welke gegevens essentiële kenmerken zijn; - beter te specificeren welke documenten aan het goedkeuringscertificaat moeten worden gehecht; - elke vervalsing van het certificaat van overeenstemming onmogelijk te maken; - een systeem in te voeren voor de nummering van goedkeuringscertificaten; - een formulier toe te voegen waarop de resultaten van de beproeving van het geluidsniveau en de emissie van verontreinigende stoffen worden vermeld; en tenslotte - specifieke voorschriften toe te voegen betreffende het aantal voertuigen uit restantvoorraden dat in elke lidstaat in het verkeer mag worden gebracht. 5. Voorbereiding De voorgestelde wijzigingen zijn op verscheidene vergaderingen van de werkgroep "Motorfietsen" van de Commissie samen met deskundigen van de lidstaten, de betrokken sector van de industrie en andere belanghebbenden bestudeerd. Dankzij deze besprekingen is het mogelijk geweest een meerderheidsakkoord over deze wijzingen te bereiken. 6. Toekomstige activiteiten Omdat de maatregelen van dit voorstel gevolgen zullen hebben voor de meeste bijzondere richtlijnen die in de sector twee- en driewielige motorvoertuigen zijn vastgesteld, zal de Commissie alles in het werk stellen om deze richtlijnen zo snel mogelijk aan te passen door middel van de procedure van artikel 13 van Richtlijn 70/156/EEG betreffende de goedkeuring van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan (2). (2) PB L 42 van 23.2.1970, blz. 1. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 98/91/EG Voorstel voor een RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot wijziging van Richtlijn 92/61/EEG van de Raad betreffende de goedkeuring van twee- of driewielige motorvoertuigen (Voor de EER relevante tekst) HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel 95, Gezien het voorstel van de Commissie (3), (3) PB C Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité (4), (4) PB C Volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag, (1) Overwegende dat Richtlijn 92/61/EEG van de Raad van 30 juni 1992 betreffende de goedkeuring van twee- of driewielige motorvoertuigen (5), gewijzigd bij de Akte van Toetreding van Oostenrijk, Finland en Zweden, de communautaire goedkeuringsprocedures vastlegt voor motorvoertuigen op twee of drie wielen, onderdelen en technische eenheden die overeenkomstig de technische eisen van de bijzondere richtlijnen zijn vervaardigd; (5) PB L 225 van 10.8.1992, blz. 72. (2) Overwegende dat inmiddels alle bijzondere richtlijnen zijn vastgesteld die voorkomen op de limitatieve lijst van systemen, onderdelen en technische eenheden waarvoor op communautair niveau voorschriften moeten worden gegeven; (3) Overwegende dat de goedkeuringsprocedure volledig zal kunnen worden toegepast, zodra Richtlijn 97/24/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 1997 betreffende bepaalde onderdelen of eigenschappen van motorvoertuigen op twee of drie wielen (6) van toepassing is geworden; (6) PB L 226 van 18.8.1997, blz. 1. (4) Overwegende dat het met het oog op de goede werking van het volledige goedkeuringsstelsel noodzakelijk is sommige bestuursrechtelijke voorschriften te verduidelijken en de voorschriften van de bijlagen bij Richtlijn 92/61/EEG aan te vullen; dat het derhalve van belang is in Richtlijn 92/61/EEG geharmoniseerde voorschriften op te nemen, in het bijzonder betreffende de nummering van de goedkeuringscertificaten en van de ontheffingen voor restantvoorraden van voertuigen en voor voertuigen, onderdelen en technische eenheden waarin technologieën of concepten zijn toegepast die nog niet worden gedekt door communautaire voorschriften, naar analogie van soortgelijke voorschriften van Richtlijn 70/156/EEG van de Raad van 6 februari 1970 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten betreffende de goedkeuring van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan (7), laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 98/91/EG van het Europees Parlement en de Raad (8); (7) PB L 42 van 23.2.1970, blz. 1. (8) PB L 11 van 16.1.1999, blz. 25. (5) Overwegende dat, in overeenstemming met het subsidiariteitsbeginsel en het evenredigheidsbeginsel, zoals neergelegd in artikel 5 van het Verdrag, de doelstelling van een betere werking van de communautaire typegoedkeuring van voertuigen, niet voldoende door de lidstaten kan worden verwezenlijkt en derhalve wegens de omvang of de gevolgen van het overwogen optreden beter door de Gemeenschap kan worden verwezenlijkt; dat de onderhavige richtlijn zich beperkt tot het vereiste minimum om deze doelstelling te bereiken en niet verder gaat dan hiertoe nodig is; (6) Overwegende dat Richtlijn 92/61/EEG derhalve dient te worden gewijzigd, HEBBEN DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD: Artikel 1 Richtlijn 92/61/EEG wordt als volgt gewijzigd: 1. Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd: a) Lid 1 komt als volgt te luiden: "1. Deze richtlijn is van toepassing op alle motorvoertuigen op twee of op drie wielen, al dan niet met dubbellucht, die bestemd zijn om aan het wegverkeer deel te nemen, alsmede op de onderdelen en technische eenheden daarvan. Deze richtlijn geldt niet voor: - voertuigen met een door de constructie bepaalde maximumsnelheid van ten hoogste 6 km/h, - voertuigen die bestemd zijn om door een voetganger te worden meegevoerd, - voertuigen die bestemd zijn voor gebruik door lichamelijk gehandicapten, - voertuigen die bestemd zijn voor deelneming aan wedstrijden, - voertuigen die reeds in gebruik zijn vóór het tijdstip waarop deze richtlijn van toepassing wordt, - trekkers en andere voertuigen die bestemd zijn voor de landbouw of voor andere doeleinden, - voertuigen die voornamelijk ontworpen zijn voor gebruik niet op de weg en voor vrijetijdsgebruik, met drie symmetrisch geplaatste wielen, te weten één aan de voorzijde en twee aan de achterzijde, - rijwielen met trapondersteuning voorzien van een elektrische hulpmotor met een vermogen van maximaal 0,25 kW waarvan de aandrijfkracht met toenemende snelheid van het voertuig vermindert en bij een snelheid van 25 km/h wordt onderbroken, en die niet uitsluitend door de hulpmotor kunnen worden aangedreven; noch voor onderdelen of technische eenheden daarvan, voorzover deze niet bestemd zijn om op onder deze richtlijn vallende voertuigen te worden gemonteerd. Zij is niet van toepassing op de goedkeuring van afzonderlijke voertuigen, doch de lidstaten die een dergelijke goedkeuring verlenen moeten echter elke krachtens deze richtlijn in plaats van krachtens de nationale voorschriften verleende goedkeuring van onderdelen en afzonderlijke technische eenheden aanvaarden." b) Lid 3, onder a), komt als volgt te luiden: "a) lichte vierwielers met een lege massa van minder dan of gelijk aan 350 kg, exclusief de massa van de batterijen in elektrische voertuigen, met een door de constructie bepaalde maximumsnelheid van ten hoogste 45 km/h en met een motor met een cilinderinhoud van ten hoogste 50 cm³ voor motoren met een elektrische ontsteking of met een netto-maximumvermogen van ten hoogste 4 kW voor andere typen motoren; zij worden als driewielige bromfietsen beschouwd." 2. In artikel 2 komen de leden 2 en 3 als volgt te luiden: "2) 'variant van een type': voertuigen van eenzelfde type die op tenminste de volgende essentiële punten niet van elkaar verschillen: - de vorm van de carrosserie (basiskenmerken), - de massa in rijklare toestand en de technisch toelaatbare massa (bij een verschil van meer dan 20% gaat het om een nieuwe variant), - het werkingsprincipe van de motor (met elektrische ontsteking, met compressie-ontsteking, elektromotor, hybride, enz.), - de cyclus (twee- of viertakt), - de cilinderinhoud (bij een verschil van meer dan 30% gaat het om een nieuwe variant), - het aantal cilinders en hun opstelling, - het vermogen (bij een verschil van meer dan 30% gaat het om een nieuwe variant), - de wijze van werken (bij een elektromotor). Een variant van een type kan verschillende uitvoeringen omvatten, "3) 'uitvoering van een type of van een variant van een type': voertuigen van eenzelfde type die op tenminste de volgende punten niet van elkaar verschillen: - de overbrenging van het vermogen (automatische of niet-automatische versnellingsbak, overbrengingsverhoudingen, wijze van bediening van de overbrenging, enz.) - de cilinderinhoud (bij een verschil van meer dan 30% gaat het om een nieuwe uitvoering), - het vermogen (bij een verschil van meer dan 30% gaat het om een nieuwe uitvoering), - de massa in rijklare toestand en de technisch toelaatbare massa (bij een verschil van meer dan 20% gaat het om een nieuwe uitvoering);". 3. Artikel 5 wordt als volgt gewijzigd: a) Lid 1 komt als volgt te luiden: "1. Voor ieder type voertuig dat door de bevoegde instantie van een lidstaat wordt goedgekeurd, vult deze instantie alle rubrieken van het in bijlage III opgenomen goedkeuringscertificaat in en vermeldt zij de proefresultaten in de betrokken rubriek van het in bijlage VII beschreven document, dat aan het goedkeuringscertificaat wordt gehecht". b) Het volgende lid 3 wordt toegevoegd: "3. De goedkeuringscertificaten worden genummerd in overeenstemming met de methode van bijlage V, onder A." 4. Artikel 6 komt als volgt te luiden: "Artikel 6 1. De bevoegde instanties van iedere lidstaat zenden de bevoegde instanties van de overige lidstaten binnen één maand, een afschrift van het goedkeuringscertificaat met bijlagen dat wordt opgesteld voor elk type voertuig dat zij goedkeuren of weigeren goed te keuren. 2. De bevoegde instanties van iedere lidstaat zenden de bevoegde instanties van de overige lidstaten maandelijks een lijst van de in die maand verleende en geweigerde goedkeuringen toe. Op verzoek van de bevoegde instanties van een andere lidstaat zenden zij voorts onverwijld een afschrift van het goedkeuringscertificaat voor elk type onderdeel of technische eenheid waarvan zij de goedkeuring hebben verleend of geweigerd." 5. Artikel 7, lid 1, komt als volgt te luiden: "1. Voor elk overeenkomstig het goedgekeurde type gebouwd voertuig wordt door de fabrikant een certificaat van overeenstemming opgesteld waarvan het model in bijlage IV, onder A, is opgenomen. De lidstaten mogen evenwel, na de overige lidstaten en de Commissie hiervan ten minste drie maanden van tevoren in kennis te hebben gesteld, verlangen dat in verband met de heffing van de motorrijtuigenbelasting of de opstelling van het kentekenbewijs andere dan in bijlage IV, onder A, bedoelde inlichtingen op het certificaat van overeenstemming worden opgenomen, op voorwaarde dat deze uitdrukkelijk op het inlichtingenformulier staan vermeld." 6. Artikel 8 komt als volgt te luiden: "Artikel 8 1. Elk voertuig dat met het goedgekeurde type in overeenstemming is, moet van een goedkeuringsmerk zijn voorzien bestaande uit deel 1 en deel 4 van het goedkeuringsnummer in overeenstemming met het bepaalde in bijlage V, onder A." 2. Technische eenheden en onderdelen die met het goedgekeurde type in overeenstemming zijn, moeten van een aan de voorschriften van bijlage V, onder B, beantwoordend goedkeuringsmerk zijn voorzien, voorzover dit in de bijzondere richtlijn betreffende deze technische eenheden of onderdelen is bepaald. Het in bijlage V, onder B, punt 1.2, bedoelde goedkeuringsnummer komt overeen met deel 4, zoals gedefinieerd in bijlage V, onder A. Aan de in goedkeuringsmerk opgenomen vermeldingen mogen aanvullende aanduidingen worden toegevoegd waaruit bepaalde, aan de betrokken technische eenheid of het betrokken onderdeel verbonden kenmerken kunnen worden afgeleid; deze aanvullende aanduidingen worden zo nodig in de bijzondere richtlijnen betreffende deze technische eenheden of onderdelen gespecificeerd." 7. In artikel 9 wordt het volgende lid 3bis ingevoegd: "3bis In geval van wijziging van gegevens van het inlichtingenformulier dient de fabrikant de herziene bladzijden van dit document te vervangen, waarbij hij op iedere gewijzigde bladzijde duidelijk de aard en de datum van wijziging aangeeft. Het referentienummer van het inlichtingenformulier behoeft enkel te worden gewijzigd indien de wijzigingen van het inlichtingenformulier ook een verandering voor een of meer van de punten 1 tot en met 10 van het certificaat van overeenstemming meebrengen." 8. De titel van hoofdstuk III komt als volgt te luiden: "Eisen ten aanzien van het vrije verkeer, overgangsbepalingen, ontheffingen en andere procedures". 9. In artikel 15, lid 4, onder c), eerste alinea, worden de woorden "ten hoogste" geschrapt: 10. Het volgende artikel 15bis wordt ingevoegd: "Artikel 15bis 1. In afwijking van artikel 15, leden 1 en 2, mogen de lidstaten, binnen de in bijlage VIII aangegeven grenzen en gedurende een beperkte periode, nieuwe voertuigen die overeenstemmen met een type voertuig waarvan de goedkeuring niet langer geldig is, registreren en de verkoop of het in het verkeer brengen ervan toestaan. Deze mogelijkheid blijft beperkt tot twaalf maanden nadat de goedkeuring haar geldigheid heeft verloren. Het bepaalde in de eerste en de tweede alinea geldt niet voor voertuigen die zich op het grondgebied van de Europese Gemeenschap bevonden, en vergezeld gingen van een geldig certificaat van overeenstemming dat werd afgegeven toen de goedkeuring van het betrokken type voertuig nog geldig was, maar die nog niet waren geregistreerd of in het verkeer gebracht toen die goedkeuring haar geldigheid verloor. 2. Om voor een of meer typen van een bepaalde categorie van de door lid 1 geboden mogelijkheid gebruik te kunnen maken, moet de fabrikant bij de bevoegde instanties van elke lidstaat waarin deze voertuigen in gebruik worden genomen, een verzoek indienen. In het verzoek worden de technische en/of economische redenen vermeld waarop het is gebaseerd. Deze lidstaten besluiten binnen drie maanden of en voor welk aantal eenheden zij de registratie van het type voertuig op hun grondgebied toestaan. Elke lidstaat waarin deze types voertuigen in gebruik worden genomen, draagt ervoor zorg dat de fabrikant de voorschriften van bijlage VIII naleeft. De lidstaten doen de Commissie jaarlijks een lijst van de verleende ontheffingen toekomen. 3. Met betrekking tot voertuigen, onderdelen of technische eenheden waarin technologieën of concepten zijn verwerkt die wegens hun specifieke aard niet aan een of meer van de voorschriften van een of meer bijzondere richtlijnen kunnen voldoen, geldt het bepaalde in artikel 8, lid 2, onder c), van Richtlijn 70/156/EEG van de Raad.*" * PB L 42 van 23.2.1970, blz. 1. 11. Artikel 16 komt als volgt te luiden: "Artikel 16 De wijzigingen die noodzakelijk zijn om de bijlagen bij de onderhavige richtlijn en de bepalingen van de in bijlage I bedoelde bijzondere richtlijnen, voorzover die bepalingen die bepalingen in elk van deze richtlijnen uitdrukkelijk zijn vermeld, aan de technische vooruitgang aan te passen, worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 13 van Richtlijn 70/156/EEG." 12. De bijlagen I tot V worden gewijzigd overeenkomstig bijlage I bij deze richtlijn. 13. De in de bijlage II bij deze richtlijn opgenomen bijlagen VII en VIII worden toegevoegd. Artikel 2 1. De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechterlijke bepalingen in werking treden om uiterlijk op 31 december 2001 aan deze richtlijn te voldoen. Zij stellen de Commissie daarvan onverwijld in kennis. Wanneer de lidstaten deze bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen naar de onderhavige richtlijn verwezen of wordt hiernaar verwezen bij de officiële bekendmaking van die bepalingen. De regels voor deze verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten. 2. Vanaf de in lid 1, eerste alinea, bedoelde datum mogen de lidstaten het in het verkeer brengen van nieuwe voertuigen die aan deze richtlijn voldoen, niet verbieden. 3. De lidstaten passen voor nieuwe voertuigen de in lid 1, eerste alinea, bedoelde bepalingen vanaf 1 juli 2002 toe. Op verzoek van de fabrikant mag het vroegere model van het certificaat van overeenstemming echter nog tot twaalf maanden na die datum worden gebruikt. 4. De lidstaten delen de Commissie de tekst van de belangrijkste bepalingen van intern recht mede, die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen. Artikel 3 Deze richtlijn laat goedkeuringen die vóór de inwerkingtreding ervan zijn verleend, onverlet en vormt geen belemmering voor de uitbreiding van dergelijke goedkeuringen krachtens de richtlijn overeenkomstig welke zij oorspronkelijk zijn verleend. Na twaalf maanden vanaf de in artikel 2 lid 3, genoemde datum moeten alle door de fabrikant afgegeven certificaten van overeenstemming evenwel overeenkomen met het in bijlage IV bij Richtlijn 92/61/EEG, als gewijzigd bij deze richtlijn, beschreven model. Artikel 4 Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen. Artikel 5 Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten. Gedaan te Brussel, op Voor het Europees Parlement Voor de Raad De Voorzitter De Voorzitter BIJLAGE I I. Bijlage I wordt als volgt gewijzigd. 1) De titel van rubriek 27 wordt als volgt gelezen: "27. Koppelinrichting voor aanhangwagens en bevestigingsinrichting voor zijspanwagens ". 2) De titel van rubriek 35 wordt als volgt gelezen: "35. Plaats voor de bevestiging van de achterste kentekenplaat". II. Bijlage II komt als volgt te luiden: "Bijlage II INLICHTINGENFORMULIER (a) (Model) Alle in deze richtlijn en de bijzondere richtlijnen bedoelde inlichtingenformulieren omvatten slechts een deelverzameling van de punten van deze volledige lijst, waarbij dezelfde nummering van de punten wordt aangehouden. De rubrieken die reeds zijn ingevuld in een op basis van een bijzondere richtlijn afgegeven goedkeuringscertificaat hoeven niet te worden herhaald, tenzij het essentiële kenmerken (vetgedrukte tekst) betreft. De volgende gegevens over het voertuig, de technische eenheid of het onderdeel waarvoor de goedkeuring wordt aangevraagd moeten in drievoud worden verstrekt en van een inhoudsopgave zijn voorzien. Eventueel moeten voldoende gedetailleerde tekeningen op een passende schaal worden bijgevoegd in A4-formaat of tot dat formaat gevouwen. Foto's moeten eveneens voldoende gedetailleerd zijn. In het geval van microprocessorgestuurde functies moeten de relevante gegevens over de prestaties worden verstrekt. Het inlichtingenformulier moet voorzien zijn van een door de aanvrager verstrekt volgnummer. A. INLICHTINGEN DIE ZOWEL OP BROMFIETSEN, OP MOTORFIETSEN, OP DRIEWIELERS ALS OP VIERWIELERS BETREKKING HEBBEN 0. Algemene gegevens 0.1. Merk: 0.2. Type (met vermelding van eventuele varianten en uitvoeringen: iedere variant en iedere uitvoering moet worden aangeduid met een code in cijfers of in cijfers en letters): 0.2.1. Handelsbenaming(en): 0.3. Middelen tot identificatie van het type, indien op het voertuig aangegeven(b): 0.3.1. Plaats van het merkteken: 0.4. Categorie van het voertuig(c): 0.5. Naam en adres van de fabrikant: 0.6. Naam en adres van de eventuele gevolmachtigde van de fabrikant: 0.7. Plaats en wijze van aanbrengen van de voorgeschreven opschriften op het chassis: 0.7.1. De nummering van de serie van het type begint bij nr.: 0.8. Plaats en wijze van aanbrengen van het goedkeuringsmerk voor onderdelen en technische eenheden: . 1. Algemene constructie van het voertuig 1.1. Foto's en/of tekeningen van een representatief voertuig: . 1.2. Maatschema van het gehele voertuig: 1.3. Aantal assen en wielen (eventueel aantal rupsbanden): 1.4. Plaats en opstelling van de motor: 1.5. Aantal zitplaatsen: 2. Massa's (in kg)(d) (2) 2.0. Ledige massa (i): 2.1. Massa van het voertuig in rijklare toestand(i) : 2.1.1. Verdeling van de massa over de assen: . 2.2. Massa van het voertuig (i) in rijklare toestand, inclusief bestuurder: . 2.2.1. Verdeling van deze massa over de assen: . 2.3. Technisch toelaatbare maximummassa volgens opgave van de fabrikant: 2.3.1. Verdeling van deze massa over de assen: 2.3.2. Technisch toelaatbare maximummassa op iedere as: 2.4. Startvermogen op een helling bij de door de fabrikant opgegeven technisch toelaatbare maximummassa: 2.5. Maximaal getrokken massa (in voorkomend geval): . 2.6. Maximummassa van de voertuigcombinatie: 3. Motor (e) 3.0. Fabrikant: 3.1. Merk: 3.1.1. Type (zoals op de motor vermeld of andere identificatiemiddelen) 3.2. Motor met elektrische ontsteking of compressieontsteking: 3.2.1. Specifieke gegevens over de motor 3.2.1.1. Werkingsprincipe: elektrische ontsteking/ compressieontsteking, viertakt/tweetakt (¹) 3.2.1.2. Aantal, opstelling en ontstekingsvolgorde van de cilinders 3.2.1.2.1. Boring: . mm (f) 3.2.1.2.2. Slag: mm (f) 3.2.1.3. Cilinderinhoud: cm³ (g) 3.2.1.4. Compressieverhouding (²): 3.2.1.5. Tekeningen van de cilinderkop, zuiger(s), zuigerveren en cilinder(s): 3.2.1.6. Stationair toerental (2) : min-1 3.2.1.7. Netto-maximumvermogen : kW bij min-1 3.2.1.8. Netto-maximumkoppel : Nm bij min-1 3.2.2. Brandstof: dieselolie/benzine/mengsmering/LPG/andere (1) 3.2.3. Brandstofreservoir 3.2.3.1. Maximale inhoud (2) : 3.2.3.2. Tekening van het reservoir met aanduiding van de gebruikte materialen : 3.2.3.3. Schema waarop duidelijk de plaats van het reservoir op het voertuig is aangegeven : 3.2.3.4. Goedkeuringsnummer van het brandstofreservoir: 3.2.4. Brandstoftoevoer 3.2.4.1. Via carburateur(s): ja/neen (1) 3.2.4.1.1. Merk(en): . 3.2.4.1.2. Type(s): . 3.2.4.1.3. Aantal: . 3.2.4.1.4. Afstellingen (2) hetzij 3.2.4.1.4.1. venturi: . 3.2.4.1.4.2. niveau in de vlotterkamer: . 3.2.4.1.4.3. massa van de vlotter: . 3.2.4.1.4.4. vlotternaald: hetzij 3.2.4.1.4.5. curve van het brandstofdebiet uitgezet tegen de luchtstroom en de instellingen waarbij het verloop van de curve gewaarborgd blijft : 3.2.4.1.5. Koudstartsysteem: manueel/automatisch (1) 3.2.4.1.5.1. Werkingsprincipe(s) : 3.2.4.2. Door brandstofinspuiting (alleen compressieonsteking): ja/neen (1) 3.2.4.2.1. Beschrijving van het systeem : 3.2.4.2.2. Werkingsprincipe: rechtstreekse inspuiting/voorkamer/wervelkamer (1) 3.2.4.2.3. Inspuitpomp hetzij 3.2.4.2.3.1. merk(en): . 3.2.4.2.3.2. type(s) : hetzij 3.2.4.2.3.3. maximale brandstofopbrengst (1)(2) : mm3/slag of cyclus bij een pompsnelheid van : min-1 of eventueel karakteristiek schema : 3.2.4.2.3.4. inspuitvervroeging (2) : 3.2.4.2.3.5. vervroegingscurve (2) : 3.2.4.2.3.6. kalibreringsmethode: proefbank/motor (1) 3.2.4.2.4. Regulateur 3.2.4.2.4.1. Type: 3.2.4.2.4.2. Uitschakelingspunt 3.2.4.2.4.2.1. Uitschakelingspunt onder belasting : min-1 3.2.4.2.4.2.2. Uitschakelingspunt zonder belasting : min-1 3.2.4.2.4.3. Stationair toerental: min-1 3.2.4.2.5. Inspuitleidingen 3.2.4.2.5.1. Lengte: mm 3.2.4.2.5.2. Inwendige diameter : mm 3.2.4.2.6. Verstuiver(s) hetzij 3.2.4.2.6.1. merk(en) : 3.2.4.2.6.2. type(s) : hetzij 3.2.4.2.6.3. openingsdruk (2) : kPa of karakteristiek schema (2) : 3.2.4.2.7. Koudstartsysteem (indien aanwezig) hetzij 3.2.4.2.7.1. merk(en): 3.2.4.2.7.2. type(s) : hetzij 3.2.4.2.7.3. beschrijving: 3.2.4.2.8. Hulpstartsysteem (indien aanwezig) hetzij 3.2.4.2.8.1. merk(en): 3.2.4.2.8.2. type(s) : hetzij 3.2.4.2.8.3. beschrijving van het systeem : 3.2.4.3. Door brandstofinspuiting (alleen elektrische onsteking): ja/neen(1) hetzij 3.2.4.3.1. beschrijving van het systeem : 3.2.4.3.2. werkingsprincipe: inspuiting in het inlaatspuitstuk (enkelpunts/meerpunts(1)/directe inspuiting/andere (specificeren)(1) : hetzij 3.2.4.3.2.1. merk(en) van de inspuitpomp : 3.2.4.3.2.2. type(s) van de inspuitpomp : 3.2.4.3.3. Verstuivers: openingsdruk (2) : kPa of karakteristiek schema (2) : 3.2.4.3.4. Inspuitvervroeging : 3.2.4.3.5. Koudstartsysteem 3.2.4.3.5.1. Werkingsbeginsel(en) : 3.2.4.3.5.2. Bedrijfsgrenzen/instellingen (1) (2) : 3.2.4.4. Brandstofpomp: ja/neen (1) 3.2.5. Elektrische installatie 3.2.5.1. Nominale spanning : V, pos./neg. massaverbinding (1) 3.2.5.2. Generator 3.2.5.2.1. Type : 3.2.5.2.2. Nominaal vermogen : W 3.2.6. Ontsteking 3.2.6.1. Merk(en): 3.2.6.2. Type(s) : 3.2.6.3. Werkingsbeginsel : 3.2.6.4. Vervroegingscurve of karakteristiek werkpunt (2) : 3.2.6.5. Vast ontstekingstijdstip(2) : graden voor BDP 3.2.6.6. Lichthoogte contactpunten (2) : mm 3.2.6.7. Contacthoek (2) : mm 3.2.6.8. Ontstoring : 3.2.6.8.1. Terminologie en tekening van de ontstoringsinrichting : 3.2.6.8.2. Opgave van de nominale waarde van de gelijkstroomweerstanden en, voor resistieve onstekingskabels, van de weerstand per meter : 3.2.7. Koelsysteem: (vloeistof/lucht) (1) : 3.2.7.1. Nominale instelling van de motortemperatuurregeling : 3.2.7.2. Vloeistof 3.2.7.2.1. Aard van de vloeistof : 3.2.7.2.2. Circulatiepomp(en): ja/neen(1) 3.2.7.3. Lucht 3.2.7.3.1. Ventilator: ja/neen(1) 3.2.8. Inlaatsysteem 3.2.8.1. Drukvulling: ja/neen(1) 3.2.8.1.1. Merk(en) : 3.2.8.1.2. Type(s) : 3.2.8.1.3. Beschrijving van het systeem [bij voorbeeld : maximale vuldruk kPa, afvoerklep (indien van toepassing)] 3.2.8.2. Tussenkoeler: ja/neen (1) 3.2.8.3. Beschrijving en tekeningen van de inlaatpijpen en bijbehorende onderdelen (drukkamer, voorverwarmingssysteem, extra luchtinlaten enz.) : 3.2.8.3.1. Beschrijving van het inlaatspuitstuk (met tekeningen en/of foto's) : 3.2.8.3.2. Luchtfilter, tekeningen : tenzij 3.2.8.3.2.1. merk(en) : 3.2.8.3.2.2. type(s) : 3.2.8.3.3. Inlaatgeluiddemper, tekeningen : tenzij 3.2.8.3.3.1. merk(en) : 3.2.8.3.3.2. type(s) : 3.2.9. Uitlaatsysteem 3.2.9.1. Tekening van het volledige uitlaatsysteem : 3.2.10. Minimale dwarsdoorsnede van inlaat- en uitlaatpoorten : 3.2.11. Klepafstelling of equivalente gegevens 3.2.11.1. Maximale lichthoogte van de kleppen, openings- en sluitingshoeken ten opzichte van de dode punten, of gegevens betreffende de afstelling van alternatieve systemen : 3.2.11.2. Referentie- en/of afstelbereik (1) : 3.2.12. Voorzieningen tegen luchtverontreiniging 3.2.12.1. Inrichting voor het recycleren van cartergassen, uitsluitend voor viertaktmotoren (beschrijving en tekeningen) : 3.2.12.2. Extra voorzieningen tegen luchtverontreiniging (voor zover aanwezig en niet elders vermeld) : 3.2.12.2.1. Beschrijving en/of tekeningen : 3.2.13. Plaats van het absorptiecoëfficiënt symbool (alleen voor motoren met compressieonsteking) : 3.3. Elektrische aandrijfmotor 3.3.1. Type (ontwikkeling, bekrachtiging) : 3.3.1.1. Maximaal uurvermogen : kW 3.3.1.2. Bedrijfsspanning : volt 3.3.2. Batterij 3.3.2.1. Aantal cellen : 3.3.2.2. Massa: kg 3.3.2.3. Capaciteit : A/h (ampère-uur) 3.3.2.4. Plaats: 3.4. Andere motoren of combinaties daarvan (specifieke gegevens over de onderdelen van dergelijke motoren) : 3.5. Door de fabrikant toegestane temperaturen 3.5.1. Koelsysteem 3.5.1.1. Vloeistofkoeling 3.5.1.1.1. Maximumtemperatuur aan de uitgang : C 3.5.1.2. Luchtkoeling 3.5.1.2.1. Referentiepunt : 3.5.1.2.2. Maximumtemperatuur op het referentiepunt : C 3.6. Smeersysteem 3.6.1. Beschrijving van het systeem 3.6.1.1. Plaats van het smeermiddelreservoir (indien aanwezig) : 3.6.1.2. Toevoersysteem (pomp/inspuiting in het inlaatsysteem/vermenging met brandstof, enz.)(1) : 3.6.2. Mengsmering 3.6.2.1. Mengverhouding : 3.6.3. Oliekoeler: ja/neen (1) 3.6.3.1. Tekening(en) of 3.6.3.1.1. merk(en) : 3.6.3.1.2. type(s) : 4. Overbrenging (h) 4.1. Schema van de overbrenging : 4.2. Type (mechanisch, hydraulisch, elektrisch, enz.) : 4.3. Koppeling (type) : 4.4. Versnellingsbak 4.4.1. Type: automatisch/manueel (1) 4.4.2. Bedieningswijze: handschakeling/voetschakeling (1) 4.5. Overbrengingsverhoudingen >RUIMTE VOOR DE TABEL> N = versnelling R1 = primaire overbrengingsverhouding (verhouding tussen het toerental van de motor en dat van de eerste as van de versnellingsbak) R2 = secundaire overbrengingsverhouding (verhouding tussen het toerental van de primaire as en dat van de secundaire as van de versnellingsbak) R3 = eindaandrijvingsverhouding (verhouding tussen het toerental van de uitgaande as van de versnellingsbak en dat van de aangedreven wielen) Rt = totale verhouding 4.5.1. Korte beschrijving geven van de eventuele elektrische en/of elektronische onderdelen van de overbrenging : 4.6. Maximumsnelheid van het voertuig en versnelling waarin deze wordt bereikt (in km/h)(i) : 4.7. Snelheidsmeter 4.7.1. Merk(en) : 4.7.2. Type(s) : 4.7.3. Foto's en/of tekeningen van het volledige systeem 4.7.4. Schaalbereik : 4.7.5. Tolerantie van het meetelement van de snelheidsmeter : 4.7.6. Technische constante van de snelheidsmeter : 4.7.7. Werkingswijze en beschrijving van het aandrijfmechanisme : 4.7.8. Totale overbrengingsverhouding van het aandrijfmechanisme : 5. Ophanging 5.1. Tekening van de ophanging : 5.1.1. Korte beschrijving geven van de eventuele elektrische en/of elektronische onderdelen van de ophanging : 5.2. Standaard gemonteerde banden (categorie, afmetingen en maximale belasting) en velgen : 5.2.1. Nominale afrolomtrek : 5.2.2. Door de fabrikant aanbevolen bandenspanning : kPa 5.2.3. Combinatie(s) van banden en velgen : 5.2.4. Laagste snelheidscategorie die overeenkomt met de maximumsnelheid van het voertuig : 5.2.5. Laagste belastingsindex die overeenkomt met de maximumbelasting op elke band : 5.2.6. Gebruikscategorieën die verenigbaar zijn met het voertuig : 6. Stuurinrichting 6.1. Mechanisme en bediening 6.1.1. Soort mechanisme : 6.1.2. Korte beschrijving geven van de eventuele elektrische en/of elektronische onderdelen van de besturing : 7. Reminrichting 7.1. Schema van de reminrichting : 7.2. Voor- en achterrem: schijven of trommels (1) 7.2.1. Merk(en) : 7.2.2. Type(s) : 7.3. Tekening van de remblokken 7.3.1. Schoenen en/of beugels (1) 7.3.2. Remvoeringen en/of -blokken (1) 7.3.3. Remhandels en/of -pedalen (1) 7.3.4. Remvloeistofreservoir(s) (in voorkomend geval) : 7.4. Andere inrichtingen (in voorkomend geval): tekening en beschrijving : 7.5. Korte beschrijving geven van de eventuele ATE's die voor de reminrichting, zijn gebruikt : 8. Verlichtings- en lichtsignaalinrichtingen 8.1. Lijst van alle inrichtingen (aantal, merk(en), model, goedkeuringsmerk(en), maximale intensiteit van de grootlichtbundels, kleur en bijbehorende verklikker vermelden) : 8.2. Schema van de plaats van de verlichtings- en lichtsignaalinrichtingen : 8.3. Waarschuwingsknipperlichten (indien aanwezig) : 8.4. Bijkomende inrichtingen voor speciale voertuigen : 8.5. Korte beschrijving geven van de eventuele elektrische en/of elektronische onderdelen van de verlichtings- en lichtsignaalinrichting : 9. Uitrusting 9.1. Koppelinrichting (in voorkomend geval) 9.1.1. Type(s): haak/ring/andere (1) 9.1.2. Foto's en/of tekeningen die de positie en de constructie van de koppelinrichting tonen : 9.2. Plaatsing en identificatie van de bedieningsorganen, verklikkerlichten en meters : 9.2.1. Foto's en/of tekeningen van de plaatsing van symbolen, bedieningsorganen, verklikkerlichten en meters : 9.3. Voorgeschreven opschriften 9.3.1. Foto's en/of tekeningen van de plaats van de voorgeschreven opschriften en van het chassisnummer : 9.3.2. Foto's en/of tekeningen van het officiële gedeelte van de opschriften (met afmetingen): 9.3.3. Foto's en/of tekeningen van het chassisnummer (met afmetingen) : 9.4. Beveiligingsinrichting tegen gebruik van het voertuig door onbevoegden 9.4.1. Type : 9.4.2. Korte beschrijving : 9.5. Geluidssignaalinrichting 9.5.1. Korte beschrijving : 9.5.2. Merk(en) : 9.5.3. Type(s) : 9.5.4. Naam en adres van de fabrikant of zijn gemachtigde(n) : 9.5.5. Goedkeuringsmerk : 9.5.6. Tekening(en) waarop de plaats van de geluidssignaalinrichting ten opzichte van de voertuigconstructie is aangegeven : 9.5.7. Gegevens over de bevestigingswijze, met inbegrip van dat deel van de voertuigconstructie waarop de geluidssignaalinrichting is bevestigd : 9.6. Plaats voor de kentekenplaat achter bij motorfietsen (vermeld eventuele varianten; naar gelang van het geval kunnen tekeningen worden gebruikt) : 9.6.1. Helling van het vlak ten opzichte van de verticaal : B. INLICHTINGEN DIE UITSLUITEND OP BROMFIETSEN OP TWEE WIELEN EN MOTORFIETSEN BETREKKING HEBBEN 1. Uitrusting 1.1. Achteruitkijkspiegel(s) (geef voor elke achteruitkijkspiegel de volgende inlichtingen) 1.1.1. Merk : 1.1.2. Goedkeuringsmerk : 1.1.3. Variant: 1.1.4. Tekening(en) waarop de plaats van de achteruitkijkspiegel(s) ten opzichte van de voertuigconstructie is aangegeven : 1.1.5. Gegevens over de bevestingswijze, met inbegrip van dat deel van de voertuigconstructie waarop de achteruitkijkspiegel is bevestigd : 1.2. Standaard 1.2.1. Type: centraal en/of lateraal (1) 1.2.2. Tekening van de plaats van de standaard(en) ten opzichte van de voertuigconstructie : 1.3. Bevestiging van de zijspanwagens van motorfietsen (indien van toepassing) 1.3.1. Foto's en/of tekeningen die plaats en constructie aantonen : 1.4. Beveiligingsinrichtingen voor passagiers 1.4.1. Type: riemen en/of handgrepen (1) 1.4.2. Foto's en/of tekeningen die de plaatsing aantonen : 1.5. Voor bromfietsen met pedalen en als Richtlijn 97/24/EG, hoofdstuk 3, bijlage I, punt 3.5 van toepassing is : beschrijving van de maatregelen die zijn genomen om de veiligheid te garanderen: C. INLICHTINGEN DIE UITSLUITEND OP BROMFIETSEN OP DRIE WIELEN, DRIEWIELERS EN VIERWIELERS BETREKKING HEBBEN 1. Afmetingen en massa's (in mm en kg) (eventueel naar tekening verwijzen) 1.1. In acht te nemen afmetingen ingeval een chassis zonder carrosserie alsnog van een carrosserie wordt voorzien 1.1.1. Lengte: 1.1.2. Breedte: 1.1.3. Onbeladen hoogte : 1.1.4. Vooroverbouw : 1.1.5. Achteroverbouw : 1.1.6. Grenzen voor de ligging van het zwaartepunt van het voertuig met carrosserie : 1.2. Massa's (d) 1.2.1. Door de fabrikant opgegeven nuttige lading : 2. Uitrusting 2.1. Carrosserie 2.1.1. Aard van de carrosserie : 2.1.2. Algemeen maatschema binnenzijde : 2.1.3. Algemeen maatschema buitenzijde : 2.1.4. Materialen en bouwwijzen : 2.1.5. Deuren voor de inzittenden, hang- en sluitwerk : 2.1.6. Configuratie, afmetingen, openingsrichting en maximale openingshoek van de deuren : 2.1.7. Tekening van het hang- en sluitwerk en de plaats daarvan in de deuren : 2.1.8. Technische beschrijving van het hang- en sluitwerk : 2.2. Voorruit en andere ruiten 2.2.1. Voorruit 2.2.1.1. Gebruikte materialen : 2.2.2. Andere ruiten 2.2.2.1. Gebruikte materialen : 2.3. Ruitewisser voorruit 2.3.1. Gedetailleerde technische beschrijving (met foto's of tekeningen) : 2.4. Ruitesproeier voorruit 2.4.1. Gedetailleerde technische beschrijving (met foto's of tekeningen) : 2.5. Ontdooiing en ontwaseming 2.5.1. Gedetailleerde technische beschrijving (met foto's of tekeningen) : 2.6. Achteruitkijkspiegel(s) (geef voor elke achteruitkijkspiegel de volgende inlichtingen) 2.6.1. Merk : 2.6.2. Goedkeuringsmerk : 2.6.3. Variant : 2.6.4. Tekening(en) waarop de plaats van de achteruitkijkspiegel(s) ten opzichte van de voertuigconstructie is aangegeven : 2.6.5. Gegevens over de bevestigingswijze, met inbegrip van dat deel van de voertuigconstructie waarop de achteruitkijkspiegel is bevestigd : 2.7. Zitplaatsen 2.7.1. Aantal : 2.7.2. Opstelling : 2.7.3. Coordinaten of tekening van het punt R (j) 2.7.3.1. Zitplaats van de bestuurder : 2.7.3.2. Andere zitplaatsen : 2.7.4. Voorziene hellingshoek van de rugleuning 2.7.4.1. Zitplaats van de bestuurder : 2.7.4.2. Andere zitplaatsen : 2.7.5. Bereik van de zitplaatsverstelling (eventueel) 2.7.5.1. Zitplaats van de bestuurder : 2.7.5.2. Andere zitplaatsen : 2.8. Verwarming van het interieur (indien van toepassing) 2.8.1. Korte beschrijving van het voertuigtype wat betreft de interieurverwarming, indien daarbij gebruik wordt gemaakt van de warmte van de koelvloeistof van de motor : 2.8.2. Gedetailleerde beschrijving van het voertuigtype wat betreft de interieurverwarming, indien daarbij gebruik wordt gemaakt van de warmte van de koellucht of van de uitlaatgassen van de motor, met inbegrip van : 2.8.2.1. een tekening van het volledige verwarmingssysteem met aanduiding van de plaats daarvan in het voertuig en de opstelling van de geluiddempers (met de plaats van de warmtewisselaar) : 2.8.2.2. een tekening van de warmtewisselaar bij verwarmingssystemen die voor de verwarming gebruik maken van de uitlaatgassen, of van de delen waar de warmtewisseling plaatsvindt (bij verwarmingssystemen die voor de verwarming gebruik maken van de koellucht van de motor) : 2.8.2.3. een tekening van de doorsnede van de warmtewisselaar of van de delen waar de warmtewisseling plaatsvindt met aanduiding van de wanddikte, de gebruikte materialen en de oppervlakteëigenschappen : 2.8.2.4. specificaties van andere belangrijke onderdelen van het verwarmingssysteem, zoals bij voorbeeld de ventilator, wat betreft de wijze van constructie en technische gegevens : 2.9. Veiligheidsgordels 2.9.1. Aantal en plaatsing van de veiligheidsgordels met vermelding van de zitplaatsen waarop deze zijn aangebracht : >RUIMTE VOOR DE TABEL> 2.10. Bevestigingspunten 2.10.1. Aantal en plaats van de bevestigingspunten : 2.10.2. Foto's en/of tekeningen van de carrosserie met aanduiding van de plaats en de afmetingen van de reële en de effectieve bevestigingspunten, alsmede van het punt R : 2.10.3. Tekeningen van de bevestigingspunten en van de delen van de voertuigconstructie waaraan zij zijn bevestigd (met aanduiding van het materiaal) : 2.10.4. Vermelding van de gordeltypes(*) die mogen worden gemonteerd op de bevestigingspunten waarvan het voertuig is voorzien : >RUIMTE VOOR DE TABEL> (*) 'A' voor een driepuntsgordel 'B' voor een heupgordel 'S' voor speciale gordeltypes (vermeld in dit geval onder "opmerkingen" de aard van de types) 'Ar', 'Br' of 'Sr' voor gordels met oprolmechanismen 'Are', 'Bre' et 'Sre' voor gordels met oprolmechanismen en energieabsorberende voorzieningen op ten minste één bevestigingspunt. 2.10.5. Beschrijving van een bijzonder type gordel waarbij een bevestigingspunt op de rugleuning van de zitplaats is aangebracht of het bevestigingspunt een energiedissiperende voorziening bevat : Noten (1) Doorhalen wat niet van toepassing is. (2) Tolerantie(s) aangeven. (a) Voor elke goedgekeurde inrichting kan de beschrijving worden vervangen door een verwijzing naar de goedkeuring. De beschrijving is evenmin vereist voor elk element waarvan de constructie duidelijk uit de bij het inlichtingenformulier gevoegde schema's of tekeningen blijkt. Gelieve bij elk punt waarvoor foto's en/of tekeningen moeten worden bijgevoegd, naar de nummers van de desbetreffende bijlagen te verwijzen. (b) De middelen die eventueel ter identificatie van het type worden gebruikt, mogen alleen voorkomen op voertuigen, technische eenheden en onderdelen waarvoor de bijzondere richtlijn waarop de goedkeuring wordt gebaseerd, van toepassing is. Indien het middel ter identificatie van het type tekens bevat die niet van betekenis zijn voor de beschrijving van het type voertuig/technische eenheid/onderdeel waarop dit inlichtingenformulier betrekking heeft, moeten dergelijke tekens op het formulier door vraagtekens worden vervangen (bij voorbeeld ABC??123??). (c) Indeling volgens onderstaande categorieën : -bromfietsen op twee wielen, -bromfietsen op drie wielen en lichte vierwielers, -motorfietsen, -motorfietsen met zijspanwagen, -driewielers en vierwielers. (d) 1. Ledige massa : massa van het voertuig, gereed voor normaal gebruik, inklusief : -de aanvullende uitrusting die enkel voor het beschouwde normale gebruik is vereist ; -de volledige elektrische installatie, met inbegrip van de door de fabrikant geleverde verlichtings- en lichtsignaalinrichting ; -de instrumenten en voorzieningen die vereist zijn bij de wet waarvoor de meting van de ledige massa van het voertuig geschiedt ; -de vloeistoffen die nodig zijn om de goede werking van alle delen van het voertuig te garanderen. Opmerking : De brandstof of mengsmering wordt bij deze meting niet meegerekend, doch met vloeistoffen zoals accuzuur, de vloeistof voor de hydraulische circuits, de koelvloeistof en de motorolie moet wel rekening worden gehouden. 2. Rijklare massa : ledige massa vermeerderd met de massa van : -brandstof : de branstoftank is gevuld tot ten minste 90% van de door de fabrikant opgegeven inhoud ; -aanvullende voorzieningen die gewoonlijk door de fabrikant worden geleverd ter aanvulling van de voor normaal gebruik benodigde voorzieningen (gereedschapstas, bagagedrager, windscherm, beveiligingsmiddelen, enz.) ; Opmerking : Bij voertuigen die op mengsmering rijden : a) wordt de mengsmering als brandstof beschouwd indien de brandstof en olie voorgemengd zijn ; b) wordt uitsluitend de benzine als brandstof beschouwd indien de brandstof en olie afzonderlijk worden toegevoerd. De olie is in dit geval reeds in de ledige massa begrepen. 3. Technisch toelaatbare maximummassa : massa die door de fabrikant berekend is voor bepaalde bedrijfsomstandigheden, waarbij rekening is gehouden met aspecten zoals de sterkte van de materialen, het draagvermogen van de banden, enz. 4. Door de fabrikant opgegeven nuttige lading: laadvermogen dat wordt verkregen door de in punt 3 gedefinieerde massa te verminderen met de in punt 2 gedefinieerde massa. 5. De massa van de bestuurder wordt op 75 kg gesteld. (e) Bij niet-conventionele motoren en systemen dienen door de fabrikant gegevens te worden verstrekt die gelijkwaardig zijn met de hier gevraagde gegevens. (f) Dit cijfer moet op de naaste tiende millimeter worden afgerond. (g) Deze waarde moet worden berekend met (g) Deze waarde moet worden berekend met 0J)_B*_(h) Bij varianten dienen voor elk daarvan de gevraagde gegevens te worden verstrekt. (i) Een tolerantie van 5% is toegestaan. (j) Het 'punt R' of 'referentiepunt van de zitplaats' is het door de fabrikant van het voertuig opgegeven referentiepunt dat : - coördinaten heeft die ten opzichte van de constructie van het voertuig zijn bepaald ; - overeenkomt met de theoretische positie van het draaipunt bovenlichaam/dij (punt H) bij de laagste en meest achteruitgeschoven normale besturings- of gebruikspositie welke door de fabrikant van het voertuig wordt opgegeven voor elke zitplaats waarin hij voorziet ; - naar goeddunken van de bevoegde instanties als referentiepunt mag worden genomen voor elke andere zitplaats dan de voorste zitplaatsen waarbij het 'punt H' niet door middel van het 'driedimensionele referentiesysteem' of de procedures voor de bepaling van 'punt H'kan worden bepaald ". III. Bijlage III wordt als volgt gewijzigd. 1) Punt A wordt als volgt gewijzigd: a) Punt 4 wordt als volgt gelezen: "4. Na afloop van de in punten 2 en 3 bedoelde controles moet het onder B bedoelde goedkeuringscertificaat worden ingevuld." b) Het volgende punt 5 wordt toegevoegd: "5. De volgende documenten moeten bij het type-goedkeuringscertificaat gevoegd worden: a) een kopie van het inlichtingenformulier verstrekt door de fabrikant (waarop ten minste de essentiële kenmerken van bijlage II zijn vermeld); b) de naam en een specimen van de handtekening van de persoon(personen) die gemachtigd is (zijn) om de certificaten van overeenstemming te ondertekenen, alsmede een aanwijzing van zijn (hun) functie in de onderneming; c) een kopie van de resultaten van de proeven (volgens het model van bijlage VII)." 2) Punt B wordt als volgt gewijzigd: a) De tekst van punt 10.9. wordt als volgt gelezen: "10.9. Ruiten; ruitenwisser; ruitensproeier; ontdooiings- en ontwasemingsinrichting voor driewielige bromfietsen en drie- en vierwielers voorzien van een carrosserie:" b) De tekst van punt 10.11. wordt als volgt gelezen: "10.11. Bevestigingspunten voor veiligheidsgordels en veiligheidsgordels voor driewielige bromfietsen en drie- en vierwielers voorzien van een carrosserie:" c) De tekst van punt 10.16. wordt als volgt gelezen: "10.16. Koppelinrichting voor aanhangwagens en bevestigingsinrichting voor zijspanwagens:". 3) De titel van punt C wordt geschrapt. IV. Bijlage IV wordt als volgt gewijzigd. 1) Punt A wordt als volgt gewijzigd: a) De titel wordt als volgt gelezen: "A. CERTIFICAAT VAN OVEREENSTEMMING BIJ ELK VOERTUIG VAN HET GOEDGEKEURDE TYPE(1)" b) De voetnootverwijzing (1) wordt vernummerd tot (2) ; c) De voetnoten worden als volgt gelezen: "(1) Het certificaat van overeenstemming moet zodanig worden vervaardigd dat vervalsing wordt voorkomen. Hiertoe moet het worden gedrukt op papier dat beschermd is door een beeldmerk in kleur of een watermerk met het identificatiemerkteken van de fabrikant. (2) Doorhalen wat niet van toepassing is." 2) Punt B wordt als volgt gewijzigd: a) De titel wordt als volgt gelezen: "B. CERTIFICAAT VAN OVEREENSTEMMING BIJ ELK NIET-ORIGINELE TECHNISCHE EENHEID OF ELK NIET-ORIGINEEL ONDERDEEL VAN HET GOEDGEKEURDE TYPE (1) " b) De volgende voetnoot wordt toegevoegd: "(1) Het certificaat van overeenstemming moet zodanig worden vervaardigd dat vervalsing wordt voorkomen. Hiertoe moet het worden gedrukt op papier dat beschermd is door een beeldmerk in kleur of een watermerk met het identificatiemerkteken van de fabrikant." V. Bijlage V komt als volgt te luiden: "NUMMERING EN MERKTEKENS" "A. NUMMERING VAN GOEDKEURINGSFORMULIEREN (zie artikel 5) 1. Het goedkeuringsnummer bestaat uit -vier delen bij goedkeuring van voertuigen en -vijf delen bij goedkeuring van systemen, onderdelen en technische eenheden, zoals hieronder is aangegeven. De delen worden gescheiden door het teken ' * '. Deel 1 de kleine letter 'e' gevolgd door de code (letter(s) of -cijfer) van de lidstaat die de goedkeuring heeft verleend: 1 voor Duitsland; 2 voor Frankrijk; 3 voor Italië; 4 voor Nederland; 5 voor Zweden; 6 voor België; 9 voor Spanje; 11 voor het Verenigd Koninkrijk; 12 voor Oostenrijk; 13 voor Luxemburg; 17 voor Finland; 18 voor Denemarken; 21 voor Portugal; 23 voor Griekenland; IRL voor Ierland. Deel 2 het nummer van de basisrichtlijn. Deel 3 het nummer van de laatste wijzigingsrichtlijn die van toepassing is op de goedkeuring. Bij goedkeuringen van een voertuigtype is dit de laatste richtlijn waarbij een of meer artikelen van Richtlijn 92/61/EEG zijn gewijzigd. Bij goedkeuringen krachtens bijzondere richtlijnen is dit de laatste richtlijn waarin de bepalingen zijn opgenomen waaraan het systeem, het onderdeel of de technische eenheid voldoet. Wanneer de basisrichtlijn echter niet is gewijzigd, wordt in deel 3 het nummer van deze basisrichtlijn herhaald. Mochten in een richtlijn verschillende data van inwerkingtreding voorkomen voor verschillende technische normen, dan wordt een letter uit het alfabet toegevoegd om aan te geven op basis van welke specifieke norm de goedkeuring werd verleend. In geval van goedkeuringen die verleend worden krachtens hoofdstukken of delen van eenzelfde bijzondere richtlijn, zal ter indicatie van elk hoofdstuk of elk deel aan deel 3 een Arabisch cijfer toegevoegd worden. Wanneer deze hoofdstukken of delen verder onderverdeeld zijn in delen met afzonderlijke goedkeuringscertificaten, wordt een Romeins cijfer toegevoegd voor elk deel. Deze cijfers worden gescheiden door het teken ' / '. Deel 4 een uit vier cijfers bestaand volgnummer (met aan het begin zo nodig nullen) dat het basisgoedkeuringsnummer vormt. De reeks volgnummers voor elke richtlijn begint bij 0001. In geval van een goedkeuring bij wijze van ontheffing uit hoofde van artikel 15bis, lid 3, is verleend, wordt het eerste teken vervangen door de letter 'D'. Deel 5 een uit twee cijfers bestaand volgnummer (met aan het begin zo nodig nullen) om de uitbreiding aan te geven. De reeks volgnummers begint voor elk basisgoedkeuringsnummer met 00. 2. Bij goedkeuring van een voertuigtype wordt deel 2 weggelaten. 3. Alleen op de verplichte platen van het voertuig wordt deel 5 weggelaten. 4. Voorbeeld voor de tweede goedkeuring die uit hoofde van hoofdstuk 5, deel II, van Richtlijn 97/24/EG door Nederland is verleend,: e4*97/24*97/24/5/II*0002*00 5. Voorbeeld voor de derde goedkeuring (uitbreiding 1) die uit hoofde van punt 1 van Richtlijn 95/1/EG door Italië is verleend: e3*95/1*95/1/1*0003*01 6. Voorbeeld voor de vierde goedkeuring (uitbreiding 2) van een voertuigtype die door Duitsland is verleend: e1*92/61*0004*02 7. Voorbeeld van het goedkeuringsnummer dat op de verplichte plaat van het voertuig wordt gestempeld bij het voorbeeld van punt 6: e1*92/61*0004" B. GOEDKEURINGSMERK 1. Het goedkeuringsmerk bestaat uit: 1.1. een rechthoek waarbinnen de letter "e" is geplaatst, gevolgd door het kennummer of de kenletters van de lidstaat die de goedkeuring heeft verleend: >RUIMTE VOOR DE TABEL> 1.2. het goedkeuringsnummer dat overeenkomt met het nummer van het voor de technische eenheid of het onderdeel in kwestie opgestelde goedkeuringsformulier. Het goedkeuringsformulier wordt vlak onder de in punt 1.1. bedoelde rechthoek geplaatst. De cijfers van het goedkeuringsnummer moeten met dezelfde oriëntatie aan dezelfde zijde van de letter "e" worden geplaatst. Het gebruik van Romeinse cijfers voor het goedkeuringsnummer moet worden vermeden, ten einde elke verwarring met andere symbolen uit te sluiten. 2. Het goedkeuringsmerk moet op zodanige wijze op de technische eenheid of op het onderdeel worden aangebracht dat het, ook wanneer de technische eenheid of het onderdeel op het voertuig is gemonteerd, duidelijk leesbaar en onuitwisbaar is. 3. Een voorbeeld van een goedkeuringsmerk is opgenomen in het aanhangsel. Aanhangsel Voorbeeld van een goedkeuringsmerk >REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK> Verklaring: Dit goedkeuringsmerk is afgegeven door Ierland (e IRL) onder nummer 0676." BIJLAGE II I. De volgende bijlagen VII en VIII worden toegevoegd: "Bijlage VII PROEFRESULTATEN (artikel 5, lid 1, eerste alinea) (Dit blad moet door de goedkeuringsinstantie worden ingevuld en bij het goedkeuringscertificaat van het voertuig worden gevoegd) In alle gevallen moet worden aangegeven op welke variant of uitvoering de informatie van toepassing is. Er mag niet meer dan één resultaat per uitvoering zijn. 1. Resultaten van de geluidsniveauproeven >RUIMTE VOOR DE TABEL> 2. Resultaten van de emissieproeven >RUIMTE VOOR DE TABEL> 3. Diesel >RUIMTE VOOR DE TABEL> BIJLAGE VIII RESTANTVOORRADEN VAN VOERTUIGEN (zie artikel 15bis, leden 1 en 2) Het maximumaantal voertuigen dat in een lidstaat uit hoofde van de in artikel 15bis, leden 1 en 2, bedoelde procedure in het verkeer mag worden gebracht, wordt beperkt door een van beide volgende regels, naar keuze van de lidstaat: hetzij a) het maximumaantal voertuigen van één of meer types mag niet meer bedragen dan 10% van alle voertuigen van de betrokken types die in die lidstaat in het vorafgaande jaar in het verkeer zijn gebracht. Mocht 10% overeenkomen met minder dan 100 voertuigen, dan mag de lidstaat toestemming geven om ten hoogste 100 voertuigen in het verkeer te brengen; hetzij b) het aantal voertuigen van een bepaald type beperkt zich tot het aantal waarvoor op of na de fabricagedatum een geldig certificaat van overeenstemming werd afgegeven dat geldig was voor ten minste drie maanden na de datum van afgifte maar dat vervolgens zijn geldigheid heeft verloren tengevolge van de inwerkingtreding van een bijzondere richtlijn. Op het certificaat van overeenstemming van de volgens deze procedure in het verkeer gebrachte voertuigen wordt een speciale vermelding aangebracht."