Voorstel voor een Verordening (EG) van de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2597/97 houdende aanvullende voorschriften voor de gemeenschappelijke ordening der markten in de sector melk en zuivelproducten met betrekking tot consumptiemelk /* COM/99/0063 def. - CNS 99/0048 */
Publicatieblad Nr. C 070 van 13/03/1999 blz. 0014
Voorstel voor een VERORDENING (EG) VAN DE RAAD tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2597/97 houdende aanvullende voorschriften voor de gemeenschappelijke ordening der markten in de sector melk en zuivelproducten met betrekking tot consumptiemelk (door de Commissie ingediend) TOELICHTING In artikel 4 van Verordening (EG) nr. 2597/97 zijn bepaalde eisen betreffende de samenstelling van consumptiemelk opgenomen die van toepassing zijn met ingang van 1 januari 1999. In punt d) van het betrokken artikel is gepreciseerd dat consumptiemelk een gehalte aan vetvrije droge stof van ten minste 8,50% (m/m) moet hebben. Tijdens de aan de goedkeuring van deze verordening voorafgaande besprekingen hadden bepaalde lidstaten opgemerkt dat deze eis problemen zou kunnen opleveren in verband met het gehalte aan vetvrije droge stof van de op hun grondgebied geproduceerde rauwe melk. Naar aanleiding daarvan heeft de Commissie zich er toen toe verbonden de betrokken eis nader te onderzoeken wanneer een van de lidstaten daartoe een met wetenschappelijke en statistische gegevens gemotiveerd verzoek zou indienen. Twee lidstaten hebben bij de Commissie een dossier ingediend waaruit blijkt dat het gehalte aan vetvrije droge stof van de op hun grondgebied geproduceerde rauwe melk, het hele jaar door of gedurende een deel van het jaar het in Verordening (EG) nr. 2597/97 vastgestelde minimum niet haalt. Deze situatie zou in die landen ernstige consequenties voor de productie van consumptiemelk kunnen hebben en er zelfs de consumptiemelkvoorziening in gevaar kunnen brengen. Daarom dient een wijziging of intrekking van de betrokken bepaling van Verordening (EG) nr. 2597/97 te worden overwogen. In dat verband zij er allereerst op gewezen dat de bepalingen van artikel 4 van Verordening (EG) nr. 2597/97 betreffende de samenstelling van consumptiemelk zijn gebaseerd op Richtlijn 92/46/EEG inzake de gezondheidsvoorschriften voor de productie en het in de handel brengen van melkproducten. Die bepalingen zijn vastgesteld omdat met betrekking tot de samenstelling van consumptiemelk een minimumkwaliteit moest worden gegarandeerd. Ter wille van de coherentie werd het wenselijk geacht deze bepalingen op te nemen in de regelgeving betreffende de afzet van consumptiemelk. Verder zij erop gewezen dat, wat betreft de samenstelling van consumptiemelk, Verordening (EG) nr. 2597/97 voornamelijk ten doel heeft ongeoorloofde manipulatie van de rauwe melk te voorkomen. Het vaststellen van mimimumcriteria - die noodzakelijkerwijs de in de Gemeenschap geconstateerde minimumwaarden voor rauwe melk weerspiegelen - kan niet als een vangnet worden beschouwd. Zo zijn, wat het vriespunt betreft, de in Richtlijn 92/46/EEG vastgestelde waarden vervangen door een vergelijkende controle van het vriespunt van rauwe melk en dat van consumptiemelk. Verder moet volgens de Commissie bijzondere aandacht worden besteed aan de controle op het verbod op manipulatie van het eiwitgehalte van de gebruikte rauwe melk. De Commissie is dan ook van oordeel dat de bepaling betreffende het minimumgehalte aan vetvrije droge stof van consumptiemelk zou kunnen worden geschrapt zonder dat daardoor de kwaliteit van het product in gevaar komt. Zij zal er dan wel op toezien dat de lidstaten het nodige doen om iedere vorm van ongeoorloofde manipulatie van de voor de vervaardiging van consumptiemelk gebruikte rauwe melk te voorkomen. Bijgaand voorstel voor een verordening betreft dan ook het schrappen van punt d) van artikel 4 van Verordening (EG) nr. 2597/97 . Voorstel voor een VERORDENING (EG) VAN DE RAAD tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2597/97 houdende aanvullende voorschriften voor de gemeenschappelijke ordening der markten in de sector melk en zuivelproducten met betrekking tot consumptiemelk DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op de artikel 43, Gelet op het voorstel van de Commissie (1), (1) PB C van Gelet op het advies van het Europees Parlement (2), (2) PB C van Overwegende dat in artikel 4, onder d), van Verordening (EG) nr. 2597/97 van de Raad van 18 december 1997 (3), is bepaald dat consumptiemelk een gehalte aan vetvrije droge stof van ten minste 8,50% (m/m) moet hebben voor melk met een vetgehalte van 3,50% (m/m), of het equivalent daarvan voor melk met een ander vetgehalte; dat is geconstateerd dat de in sommige lidstaten geproduceerde rauwe melk dit percentage gedurende het hele jaar of gedurende een deel van het jaar niet bereikt; dat deze situatie de regelmatige consumptiemelkvoorziening van bepaalde regio's van de Gemeenschap in gevaar dreigt te brengen; dat, met inachtneming van de beperkingen als bedoeld in artikel 3, lid 2, met betrekking tot het manipuleren van het gedeelte vetvrije droge stof van de melk alsmede met inachtneming van de andere aanvullende eisen als bedoeld in artikel 4, het bovenbedoelde punt d) met ingang van de inwerkingtreding ervan dient te worden geschrapt, (3) PB L 351 van 23.12.1997, blz.13. HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD: Artikel 1 In artikel 4 van Verordening (EG) nr. 2597/97 wordt punt d) geschrapt. Artikel 2 Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen. Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 1999. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat. Gedaan te Brussel, op Voor de Raad De Voorzitter >RUIMTE VOOR DE TABEL>