Voorstel voor een Richtlijn het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn n°92/117/EEG inzake maatregelen voor de bescherming tegen bepaalde zoönoses en bepaalde zoönoseverwekkers bij dieren en in producten van dierlijke oorsprong ten einde door voedsel overgedragen infecties en vergiftigingen te voorkomen /* COM/99/0004 def. - COD 99/0003 */
Publicatieblad Nr. C 063 van 05/03/1999 blz. 0008
Voorstel voor een RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot wijziging van Richtlijn 92/117/EEG inzake maatregelen voor de bescherming tegen bepaalde zoönoses en bepaalde zoönoseverwekkers bij dieren en in producten van dierlijke oorsprong ten einde door voedsel overgedragen infecties en vergiftigingen te voorkomen (door de Commissie ingediend) TOELICHTING In Richtlijn 92/117/EEG van de Raad inzake maatregelen voor de bescherming tegen bepaalde zoönoses en bepaalde zoönoseverwekkers bij dieren en in producten van dierlijke oorsprong ten einde door voedsel overgedragen infecties en vergiftigingen te voorkomen (1) is bepaald dat de Commissie bij de Raad een verslag moet indienen over de met het oog op de bestrijding en de preventie van zoönoses ten uitvoer te leggen maatregelen. De Commissie werd hiertoe verplicht toen na de inwerkingtreding van de richtlijn duidelijk werd dat deze op een aantal punten zou moeten worden aangepast. De ervaring die is opgedaan bij de tenuitvoerlegging van de bepalingen van Richtlijn 92/117/EEG heeft aangetoond dat sommige technische bepalingen van de richtlijn opnieuw dienden te worden bekeken. Tegelijk diende te worden nagedacht over andere maatregelen die op communautair niveau nodig waren om te voorkomen dat zoönoses een bedreiging zouden vormen voor de gezondheid van de mens. (1) PB L 62 van 15.3.1993, blz. 38 Bij zo'n herziening moeten heel wat complexe en moeilijke kwesties worden aangepakt, en verwacht werd dat dit een hele tijd in beslag zou nemen. Op voorstel van de Commissie gaf de Raad de Commissie bij Richtlijn 97/22/EG 18 maanden de tijd om nieuwe voorstellen uit te werken. Tegelijk werden bepaalde termijnen die de lidstaten waren opgelegd om de controleprogramma's ten uitvoer te leggen, verlengd. Intussen hebben de diensten van de Commissie een paar keer overleg gepleegd met de betrokken partijen. Daarbij bleek dat het vaststellen van vaste regels voor de controle van zoönoses vrij ingewikkeld is en een diepgaande wetenschappelijke evaluatie vergt. Een herziening van Richtlijn 92/117/EEG binnen de bij Richtlijn 97/22/EG vastgelegde termijn was daarom niet haalbaar. Daarom wordt voorgesteld de termijn waarbinnen de Commissie adequate voorstellen moet indienen, nogmaals te verlengen. Tegelijkertijd wordt voorgesteld de termijn waarbinnen derde landen bij de Commissie programma's ter bestrijding van zoönoses moeten indienen en die op 31 december 1998 afloopt, te verlengen totdat in de Gemeenschap een wetenschappelijk onderbouwde regeling is ingevoerd. Het is de bedoeling van de diensten van de Commissie om dit in een werkgroep te bespreken alvorens einde juni 1999 een nieuwe tekst wordt opgesteld. Ook zullen einde juni 1999 de wetenschappelijke comités van de Commissie om wetenschappelijk advies worden gevraagd. Deze partijen zullen tot einde 1999 opmerkingen kunnen maken ten aanzien van het voorstel. Uiterlijk op 31 maart 2000 zullen een verslag en een voorstel tot herziening van Richtlijn 92/117/EEG aan de Raad en het Parlement worden toegezonden. In het bijgevoegde interimverslag wordt informatie verstrekt over de voortgang van het dossier en over mogelijke beleidsopties voor verdere communautaire regelgeving op het gebied van de bestrijding van zoönoses. INTERIMVERSLAG OVER DE MET HET OOG OP DE BESTRIJDING EN DE PREVENTIE VAN ZOÖNOSES TEN UITVOER TE LEGGEN MAATREGELEN Richtlijn 92/117/EEG van de Raad inzake maatregelen voor de bescherming tegen bepaalde zoönoses en bepaalde zoönoseverwekkers bij dieren en in producten van dierlijke oorsprong ten einde door voedsel overgedragen infecties en vergiftigingen te voorkomen (2) bevat bepalingen waarmee wordt beoogd een betrouwbaar rapporteringssysteem inzake de incidentie van zoönoses in het algemeen tot stand te brengen en een aantal zich sterk verspreidende serotypes van salmonella bij vermeerderingskoppels van pluimvee te bewaken, te bestrijden en uiteindelijk uit te roeien. De richtlijn voorziet bovendien in het opstellen van bestrijdingsprogramma's voor andere zoönoseverwekkers dan salmonellosis. (2) PB L 62 van 15.3.1993, blz. 38. 1. Bestrijding van zoönoses a) Inleiding Momenteel gelden de bestrijdingsmaatregelen alleen voor salmonella in vermeerderingskoppels van pluimvee, omdat aan het einde van de jaren '80 het stijgende aantal gevallen van salmonellosis bij mensen, veroorzaakt door van tafeleieren afkomstige Salmonella Enteritidis, als bijzonder verontrustend werd beschouwd. Er werd gekozen voor een top-down benadering door in eerste instantie maatregelen vast te stellen om S. Enteritidis (en S. Typhimurium) uit te roeien in vermeerderingskoppels en zodoende de kans op verticale overdracht naar commerciële koppels te verkleinen. Later zouden dan maatregelen voor commerciële koppels worden genomen. Men realiseerde zich evenwel snel dat niet alle lidstaten de bij de zoönoserichtlijn ingevoerde regeling volledig ten uitvoer konden leggen. Zo hebben slechts vier lidstaten de bepalingen inzake de bestrijding van salmonella bij vermeerderingskoppels ten volle geïmplementeerd. Zelfs na verlenging, bij Richtlijn 97/22/EG, van een aantal in de zoönoserichtlijn vastgestelde termijnen hebben sommige lidstaten hun nationale maatregelen om aan de doelstellingen van de zoönoserichtlijn te voldoen nog steeds niet ingediend noch de bovenbedoelde bepalingen geïmplementeerd. De Commissie zal de nodige maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat de zoönoserichtlijn in alle lidstaten wordt nageleefd, aangezien dit een absolute vereiste is voor de voorstellen ter verbetering van de maatregelen ter bestrijding van zoönoses. Producten van de pluimveeteelt, in het bijzonder tafeleieren, blijven in de meeste lidstaten de belangrijkste bron van salmonellose bij de mens. Sommige lidstaten hebben in nationaal verband de werkingssfeer van hun maatregelen verruimd tot commerciële koppels. Wegens de onbevredigende resultaten bij de implementering van de bepalingen betreffende vermeerderingskoppels, is het niet mogelijk gebleken communautaire maatregelen vast te stellen om salmonella bij commerciële koppels te bestrijden. De consequenties voor de volksgezondheid in de Gemeenschap vereisen een strikt tijdschema voor de indiening van een verslag geflankeerd met een fundamentele herziening van de zoönoserichtlijn. Voor deze taak zullen de nodige middelen moeten worden uitgetrokken wil men de vooropgestelde termijnen halen. Het uitroeien van salmonella bij pluimveekoppels in de Gemeenschap via een strategie die gericht is op het ziektevrij maken van teeltpluimvee, is weliswaar nog steeds een deugdelijke aanpak, maar moet worden herzien, vooral wat betreft de verschillende stappen die moeten worden gezet om dit doel te bereiken. Het verplicht slachten en vernietigen van alle teeltpluimvee zonder dat eerst maatregelen worden genomen om het algemene niveau van de pathogene prevalentie door middel van andere bestrijdingsmaatregelen te verlagen, levert voor vele lidstaten ernstige problemen op. De Commissie acht het nodig de strategie die momenteel in de betrokken richtlijn van de Raad is vastgelegd, te herzien. b) Nieuwe aanpak voor de bestrijdingsmaatregelen Met het oog op het opstellen van een voorstel om de maatregelen ter bestrijding van zoönoses te verbeteren, heeft de Commissie met de deskundigen van de lidstaten en andere belanghebbende partijen discussies gevoerd over een fundamentele wijziging van het huidige beleid en over de doelstellingen van in de toekomst eventueel te volgen strategieën. In het kader daarvan is een aantal doelstellingen en aandachtspunten vastgesteld, waaronder : - garanties bieden voor een betere veiligheid van de consument via door de lidstaten uit te voeren programma's om de ziekteverwekkers terug te dringen, - voorzien in de voor de lidstaten nodige flexibiliteit om gemeenschappelijke doelstellingen te verwezenlijken, - ervoor zorgen dat de maatregelen door de lidstaten uniform worden toegepast, - rekening houden met de ongerustheid ten aanzien van het verspreiden van zoönoseverwekkers via de handel, - wetenschappelijk goed onderbouwde maatregelen vaststellen, om handelsgeschillen met derde landen te voorkomen, - maatregelen ontwikkelen volgens het "van boer tot consument"-principe, waarbij veilig voedsel wordt geproduceerd dat afkomstig is van veilige dieren, - rekening houden met het prevalentieniveau van de zoönoseverwekkers in de lidstaten. De middelen om deze doelstellingen te bereiken, en in het bijzonder maatregelen om de ziekteverwekkers terug te dringen, moeten worden vastgesteld op grond van wetenschappelijk onderbouwde risico-evaluaties. Om de Commissie de mogelijkheid te bieden de voortgang van deze acties te volgen, moeten de lidstaten nationale plannen indienen waarin zij aangeven hoe zij deze doelstellingen denken te kunnen verwezenlijken. Elke lidstaat zou evenwel over de mogelijkheid beschikken de instrumenten te kiezen die hij nodig acht om de doelstellingen te bereiken. Aangezien acties om zoönoseverwekkers te bestrijden, beginnen bij de primaire productie, is het van cruciaal belang de hand te houden aan de principes van de goede veehouderijpraktijk. Terwijl in de huidige zoönoserichtlijn alleen bestrijdingsmaatregelen voor bepaalde types van Salmonella zijn opgenomen, zou de nieuwe aanpak het mogelijk maken doelstellingen vast te stellen voor de bestrijding van nog andere via voedsel overgedragen pathogenen. Met het oog op het effect op de gezondheid van de mens en de haalbaarheid om de bestrijdingsmaatregelen vooral op het landbouwbedrijf af te stemmen, dient te worden gewerkt aan de bestrijding van bacteriën zoals Campylobacter en het cytotoxische E. coli. De nieuwe aanpak zou een verbetering betekenen van de veiligheid van de consument, vooral met betrekking tot de pathogenen die het belangrijkst zijn uit gezondheidsoogpunt. Tegelijk moet de consument accepteren dat het niet denkbaar of mogelijk is te komen tot een niveau waarop er helemaal geen risico meer is. Er dient nog verder over te worden nagedacht om het economische effect van de nieuwe aanpak in te schatten, maar verwacht mag worden dat dit effect aanzienlijk zal zijn, en afhankelijk van prevalentie van de belangrijke zoönoseverwekkers in de lidstaten. Er moet worden nagegaan of het mogelijk is financiële bijstand te verlenen voor die plannen die aan de vereisten voldoen. Ook dient te worden opgemerkt dat een betere voedselveiligheid de consument meer vertrouwen zal schenken en derhalve zal bijdragen om paniekreacties met betrekking tot voedsel te voorkomen. Het belangrijkste punt wellicht is dat een wetenschappelijk onderbouwd beleid inzake zoönoses en zoönoseverwekkers op communautair niveau ook een instrument zal zijn voor de handel met derde landen. 2. Epidemiologische gegevens van zoönoses Het verzamelen van epidemiologische gegevens over zoönoses zal beslissend zijn voor een optimale tenuitvoerlegging van de communautaire strategie. In samenwerking met het communautair referentielaboratorium voor de epidemiologie van zoönoses heeft de Commissie het "Annual Report on Trends and Sources of Zoonotic Agents in Animals, feeding stuff, food and man in the European Union" opgesteld. Het eerste verslag had betrekking op het jaar 1994 en momenteel wordt gewerkt aan het verslag voor 1997. Aan de doelstellingen die inzake het verzamelen van epidemiologische gegevens waren vastgesteld, werd ieder jaar steeds beter voldaan en momenteel dienen alle 15 lidstaten een jaarverslag in. De kwaliteit van de gegevens is evenwel niet altijd even goed doordat de bewakingssystemen nog niet zijn geharmoniseerd, zodat het momenteel moeilijk is valabele conclusies te trekken inzake de ontwikkelingen m.b.t. zoönoseverwekkers binnen de EU. In de toekomst moeten de maatregelen ter bestrijding van zoönoses worden gebaseerd op risicobeoordelingen. Daardoor wordt het des te belangrijker accurate informatie te krijgen over zoönoses en zoönoseverwekkers in alle stadia van de voedselketen. Er dient een inspanning te worden geleverd om het rapporteringssysteem te harmoniseren door een aantal vaste criteria in te voeren voor bijvoorbeeld de omschrijving van de gevallen. Op dit ogenblik zijn er een aantal initiatieven op het niveau van de Gemeenschap, die ook maatregelen omvatten met betrekking tot het melden van zoönoses, zoals de beschikking van het Europees Parlement en van de Raad tot oprichting van een netwerk voor epidemiologische surveillance en beheersing van overdraagbare ziekten in de Europese Gemeenschap (2119/98/EG) (3). Teneinde de verzamelde gegevens zo efficiënt mogelijk te kunnen gebruiken en overlappingen te voorkomen is nauwe samenwerking binnen de Gemeenschap en tussen de Gemeenschap en de lidstaten vereist. (3) PB L 268 van 3.10.1998, blz. 1. 3. Conclusies Uit het bovenstaande blijkt duidelijk dat het vaststellen van een strategie op lange termijn voor de bestrijding van zoönoses een ingewikkelde kwestie is waarbij rekening dient te worden gehouden met tal van aspecten. Nog afgezien van het allerbelangrijkste doel - de bescherming van de consument - spelen ook aspecten zoals wetenschappelijke evaluaties, de haalbaarheid van de voorgestelde maatregelen, de follow-up van de doeltreffendheid van de programma's voor het verminderen van pathogenen en het financiële effect van dergelijke maatregelen, een rol in elk toekomstig beleid ter bestrijding van zoönoses. Het valt te betreuren dat wegens de complexiteit van het probleem de Commissie niet in staat is geweest reeds eerder met een voorstel te komen. Gezien het bovenstaande is men er evenwel van overtuigd dat hierover nog langer dient te worden nagedacht voordat terzake voorstellen kunnen worden ingediend. Daarom vraagt de Commissie via een wijziging van artikel 15bis van Richtlijn 92/117/EEG meer tijd om de maatregelen die zij momenteel levert om de meest adequate oplossingen te vinden met betrekking tot de bescherming van de consument, ten uitvoer te leggen. Intussen zal de Commissie zich inspannen om ervoor te zorgen dat de lidstaten met het momenteel beschikbare instrumentarium het hoogst mogelijke niveau van consumentenbescherming halen. Zodra een wetenschappelijk onderbouwd beleid voor de bestrijding van pathogenen en voor de vermindering daarvan in de Gemeenschap is ingevoerd en door de lidstaten ten uitvoer gelegd, kan van derde landen worden geëist dat zij garanties bieden die equivalent zijn aan die welke in het kader van dergelijk beleid worden geboden. Daarom wordt voorgesteld de in artikel 14, lid 2, van Richtlijn 92/117/EEG vastgestelde termijn te verlengen. Voorstel voor een RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot wijziging van Richtlijn 92/117/EEG inzake maatregelen voor de bescherming tegen bepaalde zoönoses en bepaalde zoönoseverwekkers bij dieren en in producten van dierlijke oorsprong ten einde door voedsel overgedragen infecties en vergiftigingen te voorkomen (Voor de EER relevante tekst) HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel 100A, Gezien het voorstel van de Commissie (4), (4) PB C Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité (5), (5) PB C Volgens de procedure van artikel 189B van het Verdrag, Overwegende dat, in verband met de opgedane ervaring en het belang dat wordt gehecht aan de preventie en de bestrijding van zoönoses, Richtlijn 92/117/EEG van de Raad van 17 december 1992 inzake maatregelen voor de bescherming tegen bepaalde zoönoses en bepaalde zoönoseverwekkers bij dieren en in producten van dierlijke oorsprong teneinde door voedsel overgedragen infecties en vergiftingen te voorkomen (6), laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 97/22/EG (7), grondig moet worden herzien; (6) PB L 62 van 15.3.1993, blz. 38. (7) PB L 113 van 30.4.1997, blz. 9. Overwegende dat dergelijke grondige herziening bestaat in de vaststelling van nieuwe bepalingen voor de regeling inzake het melden van zoönoses, betere regels voor de bestrijding en de uitroeiing van salmonellosis in pluimveekoppels en een systeem voor de bestrijding van andere zoönoses dan salmonellosis en in het bijzonder campylobacter en cytoxische stammen van E. coli; Overwegende dat een grondige herziening vereist dat overleg wordt gepleegd en rekening wordt gehouden met alle betrokken partijen, in het bijzonder de consumentenverenigingen, de landbouwindustrie en de wetenschappelijke wereld; Overwegende dat, in afwachting van deze grondige herziening van Richtlijn 92/117/EEG, moet worden voorzien in een verlenging van de termijn voor wat betreft de door derde landen in te dienen plannen en de eis dat voorstellen voor nieuwe bepalingen dienen te worden voorgelegd aan het Europees Parlement en de Raad; Overwegende dat de richtlijn rechtstreeks betrekking heeft op de volksgezondheid; dat daarom artikel 100A van het Verdrag als rechtsgrond dient te worden genomen, HEBBEN DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD: Artikel 1 Richtlijn 92/117/EEG wordt als volgt gewijzigd: 1. In artikel 14, lid 2, wordt "per 31 december 1998" vervangen door "één jaar na de inwerkingtreding van de op grond van de in artikel 15bis, lid 2, bedoelde voorstellen vastgestelde besluiten". 2. In artikel 15 bis a) wordt in lid 1 "1 november 1997" vervangen door "31 maart 2000", b) wordt in lid 2 "1 juni 1998" vervangen door "31 december 2000". Artikel 2 De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk op 31 mei 2001 aan deze richtlijn te voldoen. Zij stellen de Commissie daarvan onverwijld in kennis. Wanneer de lidstaten deze bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen naar de onderhavige richtlijn verwezen of wordt hiernaar verwezen bij de officiële bekendmaking van die bepalingen. De regels voor deze verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten. De lidstaten delen de Commissie de bepalingen van intern recht mede die zij op het onder deze richtlijn vallende gebieden aannemen. De Commissie stelt de andere lidstaten daarvan in kennis. Artikel 3 Deze richtlijn treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen. Artikel 4 Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten. Gedaan te Brussel, op Voor het Europees Parlement De Voorzitter Voor de Raad De Voorzitter