Resolutie over de economische en maatschappelijke gevolgen van de financiële wereldcrisis voor de Europese industrie
Publicatieblad Nr. C 104 van 14/04/1999 blz. 0191
B4-0024, 0029, 0030, 0033, 0034 en 0036/99 Resolutie over de economische en maatschappelijke gevolgen van de financiële wereldcrisis voor de Europese industrie Het Europees Parlement, - onder verwijzing naar zijn resolutie van 17 september 1998 over de economische en financiële wereldcrisis ((PB C 313 van 12.10.1998, blz. 172.)), - onder verwijzing naar zijn resolutie van 3 december 1998 over de monetaire en financiële wereldcrisis en de gevolgen daarvan voor de economie van de Europese Unie ((Deel II, punt 12 van de notulen van die datum.)), A. overwegende dat de financiële crisis die het vorig jaar in Zuidoost-Azië is begonnen zich heeft uitgebreid tot andere delen van de wereld, met name Rusland en Latijns-Amerika, met rampzalige gevolgen voor de economische en sociale situatie in vele landen, B. overwegende dat de crisis wordt gekenmerkt door het ineenstorten van de nationale munt in een aantal ontluikende economieën en door het opgeven van de koppeling van hun munt aan de US-dollar, C. overwegende dat deze ineenstorting van de wisselkoersen ertoe heeft geleid dat de Europese industrie het hoofd moeten bieden aan fellere concurrentie doordat de invoer uit deze regio's toeneemt; dat dit eveneens geldt voor sectoren die de afgelopen jaren ingrijpend zijn geherstructureerd en waar een groot deel van de werkgelegenheid verloren is gegaan, D. overwegende dat Europa in de huidige internationale situatie wordt beschouwd als een gebied van economische stabiliteit, dat een omvangrijk handelsoverschot met de rest van de wereld vertoont, E. overwegende dat de OESO een aanzienlijke herstel van de Zuidoost-Aziatische economieën voor 1999 voorspelt; F. overwegende dat met name diverse sectoren, zoals de scheepsbouw, de textielsector, alsmede de ijzer- en staalindustrie, aan deze uitdagingen het hoofd moeten bieden, 1. verzoekt de Commissie de economische en maatschappelijke gevolgen nauwgezet in het oog te houden en te onderzoeken die deze fellere concurrentie heeft voor de sectoren van de Europese industrie en voor de economie van de EU als geheel, met name wat betreft productie en werkgelegenheid, alsook voor de wereldhandel, en terzake aan het Europees Parlement zo spoedig mogelijk een gedetailleerd verslag voor te leggen; 2. is in het licht van algemene inzichten bezorgd en geïrriteerd over het uitvaardigen van tijdelijke antidumpingrechten op de invoer van staal uit vier lidstaten en de hierin tot uiting komende tendensen van het handelsbeleid; 3. ondersteunt de Commissie, indien zij volledig en doelmatig gebruik wil maken van de instrumenten van het handelsbeleid en zelfs van de wettelijk vastgelegde mogelijkheid van het indienen van een klacht wegens dreigende schade, teneinde de staalsector en zijn werknemers tegen oneerlijke handelspraktijken te beschermen; 4. dringt er bij de beleidsmakers in de Verenigde Staten op aan dat deze zich blijven inzetten voor de handhaving van de vrijhandel en de eerbiediging van de regels inzake eerlijke concurrentie; 5. is verontrust over de aanzienlijke sociale en economische gevolgen van de financiële crisis voor veel derde landen en juicht het van harte toe dat is toegezegd met deze landen samen te werken en het internationale handelssysteem verder te verstevigen; spreekt in dit verband zijn steun uit voor de omvangrijke EU-bijdrage aan een aantal multilaterale herstructureringsprogramma's ten behoeve van de landen die door de financiële crisis zijn getroffen, mits deze bijdrage niet leidt tot verstoringen van de mededinging tussen de landen die deze bijdrage ontvangen en de EU; 6. is van mening dat de Commissie, mochten de gevolgen van de crisis voor specifieke industrieën uitmonden in ernstig verlies van productie en werkgelegenheid, de mogelijkheid moet bezien specifieke voorstellen te doen om de in bijzondere mate getroffen sectoren te steunen; wijst de Commissie in dit opzicht nogmaals op zijn verzoek in bovengenoemde resolutie van 3 december 1998 om in de globale richtsnoeren voor het economisch beleid die binnenkort verschijnen, voorstellen te doen om de investeringen van overheid en particulieren in de Europese economie op te voeren en een hoog niveau van groei en werkgelegenheid te stimuleren; 7. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Commissie, de Raad en de regeringen van de lidstaten, alsmede aan het Congres en de regering van de Verenigde Staten.