Advies van het Economisch en Sociaal Comité over het "Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad houdende wijziging van Richtlijn 95/53/EG tot vaststelling van de beginselen inzake de organisatie van de officiële controles op het gebied van diervoeding"
Publicatieblad Nr. C 138 van 18/05/1999 blz. 0017
Advies van het Economisch en Sociaal Comité over het "Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad houdende wijziging van Richtlijn 95/53/EG tot vaststelling van de beginselen inzake de organisatie van de officiële controles op het gebied van diervoeding" (1999/C 138/05) Het Economisch en Sociaal Comité heeft op 23 maart 1999 besloten, overeenkomstig artikel 23 (derde alinea) van het R.v.O. een advies op te stellen over het voornoemde voorstel. De Afdeling "Landbouw, plattelandsontwikkeling, milieu", die met de voorbereiding van de desbetreffende werkzaamheden was belast, heeft haar advies op 2 maart 1999 goedgekeurd. Rapporteur was de heer Colombo. Het Economisch en Sociaal Comité heeft tijdens zijn 362e zitting (vergadering van 24 maart 1999) het volgende advies uitgebracht, dat met 89 stemmen vóór en één stem tegen, bij vier onthoudingen, is goedgekeurd. 1. Doelstellingen van het Commissievoorstel 1.1. De controles op het gebied van diervoeding zijn, zowel voor producten uit de Gemeenschap als voor producten van daarbuiten, geregeld in Richtlijn 95/53/EG. 1.2. Met het oog op de verwezenlijking van de interne markt en de afschaffing van de grenscontroles binnen de Gemeenschap zijn er in EU-verband, mede vanwege de tijdens de BSE-crisis opgedane ervaring, nieuwe regelingen goedgekeurd. Deze regelingen verplichten de lidstaten ertoe een aantal gemeenschappelijke beginselen vast te leggen voor de organisatie van die controles en het goederenverkeer in de Gemeenschap. 1.3. De Commissie stelt voor om Richtlijn 95/53/EG op een aantal punten te wijzigen. De bedoeling daarvan is deze in overeenstemming te brengen met de evolutie van de communautaire wetgeving en aan te passen aan inmiddels opgedane ervaring die heeft uitgewezen dat er grenzen zijn aan de mogelijkheden om controles uit te oefenen in noodsituaties die een snel optreden van de Gemeenschap vereisen. 1.4. Deze voorstellen tot wijziging betreffen - harmonisatie van de controleprocedures voor uit niet-EU-landen ingevoerde producten; - de noodzaak van een vrijwaringssysteem en een rechtsgrondslag voor inspecties ter plekke in niet-EU-landen; - uitbreiding van de mogelijkheden om binnen de Gemeenschap controles uit te voeren, ongeacht de restrictieve bepaling van artikel 15 van Richtlijn 95/53/EG; - de mogelijkheid voor de Commissie om toezicht te houden op de juiste toepassing van de communautaire regelgeving en de tenuitvoerlegging van maatregelen om de lacunes op te vullen die verhinderen dat bij een onverwachte besmetting die een ernstig gevaar voor de gezondheid van mens en dier en voor het milieu met zich mee kan brengen, snel een gecoördineerd programma kan worden opgezet. 1.5. De Commissie wil met dit voorstel de mogelijkheid creëren om voor de EU, naast de in Richtlijn 95/53/EG bedoelde algemene programma's, bijzondere controleprogramma's uit te werken. 2. Algemene opmerkingen 2.1. Het Comité stemt in met de beweegredenen achter dit Commissievoorstel, dat bovendien met het oog op de officiële controles op het gebied van diervoeding, een verdienstelijke aanvulling vormt op Richtlijn 95/53/EG doordat nieuwe, en vooral voor uit niet-EU-landen ingevoerde producten efficiëntere controlemogelijkheden worden gecreëerd. 2.2. Uit recente ervaringen is gebleken hoe belangrijk het is om de controlemogelijkheden te verruimen, zodat kan worden gegarandeerd dat uit niet-EU-landen ingevoerde producten geen gezondheidsrisico vormen. 2.2.1. Zo is bij de invoer van met grote hoeveelheden dioxine besmet zuidvruchtenpulp duidelijk geworden hoe groot het gezondheidsrisico kan zijn als de EU-regelgeving geen geschikte instrumenten levert om controles uit te voeren in het land waar de producten vandaan komen. 2.3. Daarnaast moet met name worden gewezen op het feit dat, wanneer de noodzaak zich daartoe laat gevoelen, er zowel door de Commissie als door de lidstaten maatregelen kunnen worden genomen om mogelijke gezondheidsrisico's af te wenden. 2.3.1. In weerwil van de desbetreffende opmerking van de Commissie in haar Toelichting op dit voorstel, moeten van de hiermee beoogde vernieuwing wel degelijk aanzienlijke financiële gevolgen voor de Gemeenschapsbegroting worden verwacht. 3. Bijzondere opmerkingen 3.1. Het Comité benadrukt het belang van de vijftiende en de zeventiende "Overweging" van Richtlijn 95/53/EG (analysemethoden en erkende laboratoria) die nog steeds uiterst actueel zijn. 3.2. Het Comité vindt dat de eerste gedachtenstreep van artikel 9, lid 1, van het wijzigingsvoorstel als volgt moet worden gewijzigd: "schorsing van de invoer uit het betrokken derde land of een deel daarvan of uit een of meer specifieke productie-eenheden daarvan, en, in voorkomend geval, uit het derde land van doorvoer en/of". Brussel, 24 maart 1999. De voorzitter van het Economisch en Sociaal Comité B. RANGONI MACHIAVELLI