Verslag van de Commissie aan de Raad, aan het Europees Parlement, aan het Economisch en Sociaal Comité en aan het Comité van de regio's - EU-infrastructuren en het millenniumprobleem - Eerste kwartaal 1999 /* COM/99/0545 def. */
VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN DE RAAD, AAN HET EUROPEES PARLEMENT, AAN HET ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITE EN AAN HET COMITE VAN DE REGIO'S - EU-infrastructuren en het millenniumprobleem - Eerste kwartaal 1999 Inhoud 1 SAMENVATTING 2 INLEIDING 3 ENERGIE 3.1 Overzicht 3.1.1 Internationale activiteiten in de energiesector 3.2 Elektriciteit 3.3 Aardgas 3.4 Olie en kolen 4 VERVOER 4.1 Luchtvaart 4.1.1 Internationale activiteiten in de luchtvaartsector 4.1.2 Luchtvaart in de EU 4.2 Zeevervoer 4.2.1 Internationale activiteiten in de zeevervoersector 4.2.2 Zeevervoer in de EU 4.3 Spoorwegvervoer 4.3.1 Overzicht 4.3.2 Spoorwegvervoer in de EU 4.4 Wegvervoer 5 TELECOMMUNICATIE 5.1 Overzicht 5.2 Internationale activiteiten in de telecommunicatiesector 5.3 Telecommunicatie in de EU 6 KERNENERGIE 6.1 Overzicht 6.2 Internationale activiteiten op het gebied van kernenergie 6.3 Kernenergie in de EU 6.4 Kernenergie in de landen van Midden- en Oost-Europa (LMOE) en de nieuwe onafhankelijke staten (NOS) 7 FINANCIËLE SECTOR 7.1 Overzicht 7.2 Internationale activiteiten in de financiële sector 7.3 Financiële instellingen in de EU 8 WATER 9 INTERNE ACTIVITEITEN VAN DE COMMISSIE 10 CONCLUSIES 11 BIJLAGE 1 SAMENVATTING In de afgelopen jaren hebben de inzichten met betrekking tot de aard van het millenniumprobleem zich voortdurend ontwikkeld. Het gaat niet eenvoudigweg om een probleem van computersystemen, en is ook niet in de eerste plaats een managementprobleem of zelfs een algemeen bedrijfsprobleem: het is bovenal een zaak van onderlinge afhankelijkheden. Deze onderlinge afhankelijkheden zijn er op vele niveaus, en de belangrijkste zijn die op het niveau van de fundamentele infrastructuren die essentiële diensten verzorgen waarvan wij allen afhankelijk zijn. De aanpassingsmaatregelen en testactiviteiten van organisaties naderen inmiddels hun voltooiing, en zij verschuiven hun aandacht nu naar het opstellen van noodplannen. Dat betekent dat zij ook veel verder kijken dan hun eigen interne omgeving: ze moeten het effect van externe factoren in hun overwegingen betrekken. Daarbij ontstaat onvermijdelijk bezorgdheid over de mate waarin leveranciers van essentiële diensten, met name op gebieden als energie, vervoer, telecommunicatie, financiële diensten en water, gereed zijn. De informatie die in dit verslag wordt gepresenteerd, is bedoeld als een breed overzicht vanuit EU-perspectief van de activiteiten met het oog op de millenniumwisseling en de problemen die zich in elk van deze sectoren voordoen. Het is bestemd voor nationale overheden, het bedrijfsleven in het algemeen, exploitanten van infrastructuur en het publiek. Als bijlage wordt een uitgebreide lijst gegeven met websites waar aanvullende informatie te vinden is. De relevante overheden en regelgevende en toezichthoudende instanties in de lidstaten, evenals Europese en internationale organisaties, hebben bijdragen geleverd voor dit verslag. Hoewel de situatie uiteraard verschilt per bedrijfstak en per land, zien we een aantal belangrijke trends in alle sectoren en in alle delen van de EU. Positieve ontwikkelingen zijn: · grotere betrokkenheid van regelgevende en toezichthoudende autoriteiten bij het toezicht op en de controle van essentiële infrastructuursectoren; · coördinerende activiteiten van bedrijfstak-. nationale en internationale organisaties; · bilaterale, multilaterale, end-to-end en nationale tests; · voorbereiding of uitvoering van voorlichtingcampagnes om vertrouwen van het publiek te handhaven; · meer informatie beschikbaar over vorderingen, resultaten, risico's en noodplannen; · hulp van koplopers voor partijen die achterblijven. Uit elke sector kwamen echter onveranderd berichten dat kleinere organisaties nog altijd een aanzienlijke achterstand hebben op grote bedrijven bij de aanpak van het millenniumprobleem, en alle organisaties zijn nog altijd in hoge mate afhankelijk van de leveranciers van hun IT-systemen voor adequate informatie over de millenniumbestendigheid van hun producten en voor tijdige levering van upgrades om millenniumproblemen op te lossen. Bedrijven en organisaties in de hele EU pakken het millenniumprobleem doortastend aan en de resultaten daarvan worden nu zichtbaar. Het algemene oordeel is dat het risico van een aanzienlijke verstoring van het functioneren van infrastructuren in de EU tijdens de overgang naar het nieuwe millennium gering is. Eventuele problemen zullen waarschijnlijk lokaal zijn en zich voordoen in kleinere organisaties. Aangezien dergelijke risico's, hoe gering ook, nog altijd aanwezig zijn, worden er in alle sectoren verdere activiteiten ontplooid voor het opstellen van gedegen, complete noodplannen om de effecten van deze risico's te beperken. In dit verslag wordt per sector een algemeen overzicht gegeven over de stand van zaken ten aanzien van de millenniumproblematiek. Vervolgens wordt een samenvatting gegeven van de activiteiten van internationale instanties en, indien van toepassing, van de specifieke sectorgerichte activiteiten van de Commissie. Daarna wordt de huidige situatie in de EU geschetst. Ook wordt een korte samenvatting gegeven van de interne situatie binnen de Commissie en van de algemene activiteiten van de Commissie in verband met het millenniumprobleem. De Commissie heeft, in nauwe samenwerking met, en met de hulp van de autoriteiten van de lidstaten en internationale organisaties, een substantiële inspanning ondernomen om kwartaalrapportages voor te bereiden inzake de voortgang in de EU op het gebied van het oplossen van het millennium probleem. Verschillende administratieve problemen hebben de publicatie van deze eerste kwartaalrapportage vertraagd en daardoor ook het antwoord van de Commissie op het verzoek van de Raad en het Europees Parlement regelmatig op de hoogte te worden gebracht over de Y2K situatie in de EU. De aanvaarding van de tweede kwartaalrapportage 1999 zal echter binnenkort, in November, plaatsvinden. Een derde kwartaalrapportage is thans in voorbereiding en zal voor het eind van 1999 worden aanvaard. Ieder rapport staat op zichzelf en bevat nuttige achtergrond informatie welke te voorschijn is gekomen naarmate het probleem verder evolueerde. Het is belangrijk voor het bedrijfsleven in de EU en voor de burgers van de EU om deze informatie in alle EU-talen beschikbaar te hebben, mede gelet op de internationale aspecten van het probleem, 2 INLEIDING Er is informatie verzameld &. De in dit verslag gepresenteerde informatie over het millenniumprobleem is afkomstig van betrokken overheden, regelgevende en toezichthoudende instanties van de lidstaten, en Europese en internationale verenigingen en brancheorganisaties. Speciale bijdragen zijn geleverd door België, Denemarken, Duitsland, Griekenland, Spanje, Frankrijk, Italië, Luxemburg, Nederland, Portugal, Finland, Zweden en het Verenigd Koninkrijk. Ook Zwitserland en Noorwegen hebben verslag gedaan van de situatie in hun land. De verslagen zijn medio maart 1999 ingeleverd. ...over vitale infrastructuren van landen... Het is de bedoeling met dit verslag een overzicht te geven van de vorderingen die zijn gemaakt met het gereedmaken van vitale infrastructuren voor de eeuwwisseling, teneinde het bedrijfsleven en het publiek meer inzicht te geven in de situatie in de EU. De keuze van de specifieke infrastructuren die in dit rapport aan de orde komen, is gemaakt in overleg met de lidstaten. Sectoren als de gezondheidszorg en de voedselvoorziening zijn ook belangrijk, maar de eerstgenoemde is in de eerste plaats een nationale aangelegenheid, en wat betreft de voedselvoorzieningsketens het is niet mogelijk een overzicht te geven voor de hele EU. ...om zicht te krijgen op de belangrijkste vraagstukken en activiteiten in de EU in verband met het jaar 2000 In dit verslag wordt de informatie gepresenteerd die door de lidstaten en de andere eerdergenoemde bronnen is verstrekt. Het is niet bedoeld als vergelijking van de mate waarin landen gereed zijn voor de eeuwwisseling, maar eerder als analyse van de belangrijkste vraagstukken en activiteiten die spelen in de vitale infrastructurele sectoren, in het bijzonder in de context van de EU. De rol van de Commissie in dezen is de uitwisseling van informatie en ervaringen tussen EU-landen en -organisaties te vergemakkelijken, vooral op de gebieden waar zich mogelijk grensoverschrijdende effecten zullen voordoen. Individuele bedrijven en betrokken overheden van de lidstaten moeten de noodzakelijke acties ondernemen om ervoor te zorgen dat vitale diensten gedurende de eeuwwisseling en daarna doorgang vinden. In 1998 bracht de Commissie twee keer verslag uit... Gedurende heel 1998 stond het millenniumprobleem hoog op de politieke agenda van de EU. De Mededeling van de Commissie van februari 1998 hierover (COM(98)102) had tot doel de lidstaten op één lijn te brengen wat betreft de opvattingen over de reikwijdte van en de potentiële risico's in verband met het probleem, en de noodzaak passende actie te ondernemen. ...over verschillende aspecten van het probleem Als vervolg op deze actie werd in december 1998 aan de Raad in Wenen een verslag van de Commissie aangeboden over hoe de EU het millenniumprobleem aanpakt (How the EU is Tackling the Year 2000 Computer Problem (SEC(98)2100)). Dit verslag had tot doel een overzicht te geven van de voorbereidingen de lidstaten en de gebieden vast te stellen die mogelijk achterop raakten daarbij en waarop meer actie zou moeten worden ondernomen. Hoewel in 1998 flinke vooruitgang werd geboekt, en er met name in de financiële en de telecommunicatiesector voortvarend werd gehandeld, werd bezorgdheid geuit over de lokale overheden en de energie- en transportsector. Deze bezorgdheid kwam met name voort uit het gebrek aan beschikbare informatie over deze gebieden. In 1999 heeft de politiek nog meer aandacht gekregen voor deze kwestie. Het vraagstuk staat doorlopend op de agenda van ontmoetingen op hoog niveau binnen de EU, zoals bijvoorbeeld de Raad voor Telecommunicatie en voor Energie, en van internationale forums zoals de G8. In 1999 verschuift het accent naar noodplannen... In het eerste kwartaal van dit jaar waren landen en organisaties bijna gereed met de aanpassingen, en verschoof het zwaartepunt in de werkzaamheden geleidelijk naar het ontwikkelen van noodplannen, en wel op verschillende niveaus. Individuele organisaties ontwikkelen plannen om de continuïteit van hun eigen bedrijfsactiviteiten veilig te stellen, maar daarnaast wordt in bepaalde sectoren gewerkt aan het opzetten van uitgebreide noodplannen voor de hele bedrijfstak. Dit is met name duidelijk bij de nutsbedrijven en in de luchtvaart-, de telecommunicatie- en de financiële sector. In verschillende landen coördineren overheden de plannen van nooddiensten op lokaal en nationaal niveau. ...en naar externe factoren, zoals met name vitale diensten. Nu organisaties en sectoren zich concentreren op noodplannen, verschuift hun aandacht van de interne naar de externe omgeving, en met name naar de vitale diensten waarvan zij afhankelijk zijn voor de continuïteit van hun activiteiten. Het Consumentencomité, een raadgevend comité van de Europese Commissie, benadrukte in zijn advies van 24 september 1998 dat consumenten behoefte hebben aan meer informatie over de voorbereidingen op de millenniumovergang. Deze behoefte is van cruciaal belang wanneer het gaat om diensten als telecommunicatie, energievoorziening en transport, aangezien consumenten volledig afhankelijk zijn van het vermogen van de leveranciers van deze diensten om de problemen in verband met de millenniumovergang op te lossen. Betrouwbare en uitgebreide informatie is voor alle consumenten uiterst belangrijk Het verslag bevat ook nuttige verwijzingen naar het enorme aanbod aan aanvullende informatie dat op Internet beschikbaar is. Voor consumenten is het van wezenlijk belang helder en uitgebreid geïnformeerd te worden over mogelijke gevolgen en noodplannen, en in het bijzonder hebben zij behoefte aan verklaringen omtrent de millenniumbestendigheid van producten en diensten, en willen zij verzekerd zijn van kwaliteit en continuïteit. Leveranciers zouden in deze informatiebehoefte kunnen voorzien door consumenten checklists te geven waarmee individuele risico's kunnen worden vastgesteld, en waarin consumenten adviezen krijgen om de risico's tot het minimum terug te brengen en de gevolgen van eventuele problemen te beperken. Via Internet kan ook eenvoudig informatie worden gevonden over de vele technische softwareoplossingen die verkrijgbaar zijn om organisaties te helpen mogelijke problemen op te sporen en aanpassingen door te voeren. In dit verslag wordt per sector een algemeen overzicht gegeven over de stand van zaken ten aanzien van de millenniumproblematiek. Vervolgens wordt een samenvatting gegeven van de activiteiten van internationale instanties en, indien van toepassing, van de specifieke sectorgerichte activiteiten van de Commissie. Daarna wordt de huidige situatie in de EU geschetst. Ook wordt een korte samenvatting gegeven van de interne situatie binnen de Commissie en van de algemene activiteiten van de Commissie in verband met het millenniumprobleem. 3 ENERGIE 3.1 Overzicht De continuïteit van de energievoorziening moet gegarandeerd worden Energievoorziening is duidelijk een vitale dienst voor elk aspect van de economie en het welzijn van de bevolking. Bovendien valt de eeuwwisseling in de EU midden in de winter en zal daardoor de energiebehoefte en -vraag groot zijn, met name in de noordelijke landen. De algehele continuïteit van de energievoorziening is van essentieel belang. Verschillende energievormen zijn afhankelijk van elkaar en van andere infrastructuren Dit geldt met name voor elektriciteit. Deze energievorm kan niet worden opgeslagen en storingen in de stroomvoorziening kunnen makkelijk leiden tot storingen in andere sectoren, zoals telecommunicatie en sommige transportsystemen, in gebouwen (bijvoorbeeld liften), en in allerlei elektrische installaties centraleverwarmingsinstallaties en verlichtingssystemen. Onderbrekingen in de toevoer van andere energievormen, met name aardgas, waarvoor klanten meestal geen opslagmogelijkheid hebben, zouden ook ernstige gevolgen hebben. Ook de onderlinge afhankelijkheid van de verschillende energievormen verdient aandacht. Voor gascompressie ten behoeve van transport en distributie is elektriciteit nodig, terwijl steeds meer elektriciteit in de Gemeenschap tegenwoordig wordt opgewekt met behulp van gas. Het is dus van essentieel belang dat er nergens in de keten van elkaar ondersteunende energievormen haperingen optreden, en dat ook andere infrastructuren, met name telecommunicatie, betrouwbaar zijn. Gedegen millennium programma's bij energiebedrijven... Zoals in alle sectoren, ligt ook in de energievoorziening, afgezien van de apparaten achter de meter, de eerste verantwoordelijkheid voor het aanpakken van het millenniumprobleem bij producenten en distributeurs zelf. De bedrijven in deze sector hebben gedegen millenniumprogramma's in gang gezet voor hun energieleveringssystemen, evenals voor andere systemen, zoals interne telecommunicatie- en regelsystemen, kantoorapparatuur, beveiliging, veiligheid, en zelfs voor financiële systemen, aangezien deze ook de continuïteit van de energielevering in gevaar kunnen brengen. In de meeste gevallen worden de millenniumprogramma's in de energiesector onderworpen worden aan externe controles. ...met uitgebreide noodplannen om overblijvende risico's op te vangen Ook al wordt al het mogelijke gedaan om problemen op te sporen en op te lossen, er blijft altijd een risico bestaan dat er toch storingen optreden. Hiervoor moeten noodplannen worden opgesteld. Dat kan worden gedaan in samenwerking met de autoriteiten, en houdt vaak in dat bestaande noodplannen, die ontwikkeld zijn met het oog op andere mogelijke noodsituaties, worden aangepast. Dergelijke plannen moeten voor alle mogelijke gebeurtenissen scenario's bevatten, waaronder noodstroomvoorziening voor belangrijke afnemers, maatregelen in het geval van storingen in vitale toevoer of diensten, zoals brandstoftoevoer voor elektriciteitscentrales of communicatie voorzieningen, en maatregelen in geval van uitvallen van sleutelonderdelen in de toevoerketens voor verschillende energievormen. Bedrijven moeten hun verplichtingen kunnen nakomen& Een ander kenmerk van de energiesector is dat deze op commerciële basis werkt. Dit betekent niet alleen dat de energielevering aan de consument plaatsvindt in het kader van een handelsrelatie, maar ook dat de energiebedrijven op commerciële basis inkopen, bijvoorbeeld primaire brandstoffen, en dat de meestal grensoverschrijdende handel tussen energiebedrijven onderling een commerciële aangelegenheid is. De eerste verantwoordelijkheid voor continuïteit op deze gebieden ligt ook bij de betrokken bedrijven, die de nodige maatregelen moeten treffen om ervoor te zorgen dat zij hun verplichtingen kunnen nakomen. ... nationale overheden zijn er nauw bij betrokken& Gezien de vitale functie van de energievoorziening is het evident dat nationale overheden ook nauw betrokken moeten zijn bij de millenniumprogramma's in deze sector. Zij zorgen er, via onafhankelijke controles en andere toezichtactiviteiten, onder andere voor dat de energiebedrijven alle noodzakelijke maatregelen treffen. Verder bieden zij een - mogelijk sectoroverschrijdend - platform of forum voor de coördinatie van activiteiten en de uitwisseling van informatie over goede praktijken, ontwikkelen zij sectorgerichte noodplannen, en verzorgen zij de publieksvoorlichting over de voortgang van de millenniumvoorbereidingen. 3.1.1 Internationale activiteiten in de energiesector ...en betrokken samenwerkingsverbanden spelen ook een rol De betrokken bedrijfstakorganisaties spelen ook een belangrijke rol in de informatie-uitwisseling en de coördinatie, zowel op nationaal als op internationaal niveau, met name waar het gaat om de exploitanten van de elektriciteits- en gasnetten. De Europese Commissie levert op dit niveau ook een bijdrage door de lidstaten een forum te bieden voor informatie-uitwisseling en coördinatie van hun activiteiten, met de nadruk op gebieden waarin sterke grensoverschrijdende effecten te verwachten zijn, zoals de elektriciteits- en gasvoorziening. Het samenwerkingsverband UNIPEDE/EURELECTRIC, dat regelmatige informatie-uitwisseling tussen zijn Europese leden bevordert, heeft voor dit verslag aanvullingen gegeven op de door de lidstaten verstrekte informatie. Eurogas speelt een vergelijkbare rol in de gassector. Energiestromen tussen centrales en landen moet gecoördineerd worden... Een belangrijk aandachtspunt in deze sector is de uitwisseling van elektriciteit tussen centrales en landen. Deze uitwisseling kan de vorm hebben van normale handel in een bepaalde richting, of van meer fluctuerende stromen afhankelijk van kortetermijnontwikkelingen in de economie of de vraag. Deze energiehandel wordt in de EU gecoördineerd door de UCPTE (Union pour la Coordination des Producteurs et Transporteurs d'Electricité) en het samenwerkingsverband NORDEL tussen de Scandinavische landen. De UCPTE heeft voor de periode rond de jaarwisseling een "beleid van minimale belasting" voorgesteld, en een vergroting van de reservecapaciteit. Dit komt er in wezen op neer dat, met inachtneming van contractuele verplichtingen, de handel in energie tot een minimum zal worden beperkt, waarbij elk land maatregelen treft om aan de eigen vraag te voldoen. Onderlinge verbindingen blijven open zodat bedrijven in geval van nood elkaar kunnen bijstaan. ...met wederzijds begrip en overeenstemming over plannen voor de periode rond de eeuwwisseling Voor al dergelijke onderlinge verbindingen (zowel horizontaal als verticaal), met name die tussen leveranciers van primaire brandstoffen en energieproducenten, die tussen elektriciteitscentrales onderling, en die tussen leveranciers en zeer grote afnemers, zoals autofabrieken, is het van levensbelang dat er wederzijds begrip en overeenstemming bestaat over de plannen en procedures gedurende de periode rond de eeuwwisseling, evenals over mogelijke contacten met landen van buiten de EU. 3.2 Elektriciteit De meeste elektriciteitsbedrijven in de EU willen ruim voor het einde van 1999 millenniumgereed zijn In alle EU-landen lopen nu al enige tijd millenniumprogramma's voor de elektriciteitssector, en de bedrijven verwachten dat hun systemen voor het merendeel voor het vierde kwartaal 1999 millenniumgereed zullen zijn. Om aan de vraag te kunnen blijven voldoen.... Dit is een grote uitdaging. Voor zover mogelijk moet het functioneren van de hele keten van elektriciteitsvoorziening worden veiliggesteld, van de toevoer van brandstoffen voor de elektriciteitsopwekking tot aan de elektriciteitsmeter van de consument. Aangezien elektriciteit niet kan worden opgeslagen, moet zij bijna praktisch op hetzelfde moment worden opgewekt als er vraag is. Dit vereist dat een opwekkingscentrale van de juiste omvang op het kritieke moment moet draaien, met een direct te gebruiken reservecapaciteit voor het geval de centrale uitvalt. Waterkrachtcentrales en pompaccumulatiecentrales, die autonoom kunnen functioneren en waarmee op zeer korte termijn energie kan worden opgewekt, zijn in dit opzicht ook erg bruikbaar. ...extra brandstofopslag, alternatieve energiebronnen en extra communicatievoor zieningen Ter voorbereiding op een mogelijke verstoring van de brandstoftoevoer, worden de voorraden, waar die niet al groot genoeg zijn, vergroot. Dit geldt met name voor kolen- en oliegestookte centrales (brandstof voor kernreactoren wordt slechts periodiek vervangen). Voor opwekking door middel van gasturbines speelt de aardgasleverancier een doorslaggevende rol, hoewel sommige centrales op twee of zelfs drie verschillende brandstoffen werken (olie/gas/kolen). Dit is van belang wanneer continuïteit in de gastoevoer niet kan worden gehandhaafd. Een ander probleem kan ontstaan wanneer een storing optreedt bij een grote afnemer, waardoor de vraag plotseling scherp daalt. In een dergelijk geval is een onmiddellijke reactie van het regelsysteem van het elektriciteitsnet of het verdeelcentrum vereist. Overdracht- en distributiesystemen moeten daarom worden veiliggesteld en geschikt zijn om in te spelen op mogelijke onvoorziene veranderingen in de toevoer of de vraag. Goede communicatie tussen alle sleutelonderdelen is dan ook duidelijk van vitaal belang, en sommige bedrijven hebben extra voorzieningen getroffen om het net te beheren in het geval dat de telecommunicatielijnen weg zouden vallen. Geringe kans op kleine lokale storingen... Dat er kans bestaat dat er lokale storingen optreden in afzonderlijke kleinere productie- of distributievoorzieningen, wordt erkend, maar deze problemen kan men normaal gesproken goed aan, zodat de consument er waarschijnlijk weinig of niets van merkt. De algemene aanbeveling van deze sector is dat "elke consument de voorzorgsmaatregelen voor stroomstoringen moet treffen die hij of zij onder normale omstandigheden ook zou treffen". ...maar er worden geen grote storingen verwacht De uitdaging voor deze sector is groot, en de elektriciteitssector heeft erg hard gewerkt om in samenwerking met overheden en verschillende internationale samenwerkingsverbanden de problemen tijdig op te lossen. Over het algemeen is men van mening dat, gesteld dat alle geformuleerde maatregelen daadwerkelijk getroffen worden, er geen ernstige storingen in de elektriciteitsvoorziening zullen optreden. 3.3 Aardgas Heel andere situatie voor de gassector in de EU - afhankelijkheid van buitenlandse leveranciers De aardgasvoorziening vertoont enkele overeenkomsten met de elektriciteitsvoorziening, maar er zijn ook grote verschillen waardoor deze energievorm erg belangrijk is in het kader van het millenniumprobleem. De overeenkomst met de elektriciteitsvoorziening is gelegen in het feit dat ook de gasvoorziening zich kenmerkt door een ketenstructuur met één verbinding naar elke klant. Het belangrijkste verschil is dat de sector in belangrijke mate afhankelijk is van aardgasleveranciers buiten de EU. Momenteel wordt in bijna 40% van de totale vraag in de EU voorzien door leveringen van buiten de Gemeenschap, waarvan het grootste deel afkomstig is uit Noorwegen, Algerije en de Russische federatie. Het percentage, en ook de mate van afhankelijkheid van deze drie specifieke landen, verschilt aanzienlijk per lidstaat. Interne aardgasproductie komt vooral voor in Nederland, dat als grote producent 40% van zijn productie exporteert naar andere EU-landen. Ook het VK is een grote producent; het is nu aangesloten op het continentale aardgasnet via een verbinding naar Zeebrugge aan de Belgische kust. Er wordt hard gewerkt aan coördinatie... De betrokken bedrijven in de EU-landen die zelf gas produceren, spannen zich sterk in om de continuïteit van hun gasleveranties te waarborgen. Ook in de aardgassector als geheel wordt hier al sinds een aantal jaren hard aangewerkt. Distributiebedrijven werken onderling maar ook met toeleveranciers en afnemers samen, maar het blijkt moeilijk informatie over millenniumbestendigheid te krijgen van leveranciers buiten de EU. Bovendien lopen de pijpleidingen van twee van de grootste gasleveranciers buiten de EU door transitlanden die niet tot de EU behoren. ...ondersteund door extra opslagmogelijkheid en flexibele en gedifferentieerde toevoer& Een van de belangrijkste zorgen van de aardgassector is dus de vraag hoe een mogelijke onderbreking van de externe gastoevoer kan worden opgevangen. Over het algemeen heeft de sector al door de jaren heen gewerkt aan het garanderen van de aardgasvoorziening, door zeer grote opslagfaciliteitenmogelijkheden, flexibele toeleveringsmogelijkheden uit interne bronnen en meer onderlinge verbindingen en gedifferentieerde toevoer in het Europese aardgasnet. Door deze maatregelen kunnen aardgasbedrijven gedurende vele maanden of langer onderbrekingen in de gastoevoer opvangen, dus ook, wanneer daarvoor de juiste voorbereidingen worden getroffen, onderbrekingen als gevolg van het millenniumprobleem. Niettemin moet de Europese gasindustrie blijven samenwerken, en de bestaande noodplannen en voorzieningen gebruiken teneinde goed voorbereid te zijn in het geval van een ernstige storing in de gastoevoer als gevolg van het millenniumprobleem. ...en gemeenschappelijke afspraken en samenwerking Daarnaast zijn ook veel van de maatregelen die genoemd zijn in verband met de elektriciteitsvoorziening, noodzakelijk in de aardgassector. Dat geldt onder andere voor de noodzaak te komen tot een gemeenschappelijk inzicht in de problematiek en tot overeenstemming over het uitwisselen van aardgas tussen distributiebedrijven, en over de plannen van de grote afnemers van aardgas. Ook hier moet de continuïteit van andere vitale diensten als telecommunicatie gewaarborgd worden. Wanneer echter al deze maatregelen op juiste wijze worden getroffen, is er geen reden om vrezen dat de gaslevering aan eindgebruikers noemenswaardig zal worden verstoord. 3.4 Olie en kolen Olie levert in de EU minder problemen op... Hoewel de oliesector voor de economie en het welzijn van de burgers even belangrijk is als elektriciteit en gas, onder andere vanwege de vitale rol ervan voor vervoer en verwarming, verschilt deze bedrijfstak wat betreft toevoerstructuur en andere specifieke kenmerken aanzienlijk van de andere twee. ...dankzij grote voorraden& Ten eerste kan olie gemakkelijk worden opgeslagen, zodat degenen die ervan afhankelijk zijn voor verwarming zelf een voorraad kunnen aanleggen. Bovendien houdt de olie-industrie als geheel grote voorraden aan, omdat de EU-wetgeving eisen stelt aan het niveau daarvan (bedrijven of aangewezen instanties moeten voor elke lidstaat genoeg voorraad hebben voor 90 dagen consumptie). ...en diverse leveranciers en leveringsroutes Ten tweede is de olie-industrie erg divers, met zeer grote multinationale ondernemingen en daarnaast een groot aantal veel kleinere, onafhankelijke bedrijven. De grote ondernemingen hebben veel aandacht besteed aan het millenniumprobleem, teneinde de continuïteit van hun activiteiten te waarborgen, terwijl een kenmerk van kleinere bedrijven is dat zij heel snel kunnen inspringen op eventuele haperingen in de toevoer. Deze diversiteit wordt ook weerspiegeld in het aantal toevoerroutes en de vele dwarsverbindingen in de toevoerketen. Olie wordt immers tussen verschillende concurrerende producenten van ruwe olie, raffinaderijen en distributeurs vervoerd langs diverse wegen: per schip, via pijpleidingen, over de weg en per spoor. Toch is de afhankelijkheid van leveranciers van buiten de EU groot (bijna 80%), en net als voor aardgas is het niet mogelijk de gevolgen van de eeuwwisseling op externe olieproducerende landen volledig te overzien. De lidstaten moeten er daarom voor zorgen dat hun noodplannen geschikt zijn om storingen in de toevoer op te vangen, en bevestigen dat er maatregelen zijn getroffen voor de belangrijkste installaties op hun grondgebied, zoals importterminals, productie- en opslagvoorzieningen, raffinaderijen en grote pijpleidingen. Steenkool levert de minste problemen op Kolen zijn misschien de energievorm waarover men zich de minste zorgen maakt in verband met het millenniumprobleem. Dit komt deels doordat de interne kolenproductie in de EU aanzienlijk is afgenomen, vooral in Duitsland, het VK en Spanje. Toch is het duidelijk dat de betrokken bedrijven maatregelen moeten treffen om storingen in hun productie te voorkomen. Steenkool wordt vooral gebruikt voor elektriciteitsopwekking en in de staalindustrie en andere zware industrie, en deze gebruikers zullen ook maatregelen moeten treffen om de toevoer van kolen veilig te stellen en zullen ervoor moeten zorgen dat hun voorraden groot genoeg zijn. Daarnaast zullen de lidstaten, net als voor de oliesector, ervoor moeten zorgen dat de belangrijkste infrastructuren, zoals importterminals en bulktransport, gewaarborgd worden. 4 VERVOER Coördinatiemechanis-men tussen de verschillende transportwijzen zijn van essentieel belang. Net als in de energiesector hebben diverse EU-lidstaten, waaronder Nederland en het Verenigd Koninkrijk, nationale transportplatforms of ministeriële instanties opgericht om de werkzaamheden met het oog op het jaar 2000 in de hele sector te coördineren. Hoewel de uit de overgang naar het jaar 2000 voortvloeiende problemen per transportwijze verschillen, is een zekere mate van coördinatie van essentieel belang voor de continuïteit van het multimodale transport in de hele EU. Daarnaast zijn er gemeenschappelijke transportkwesties, bijvoorbeeld de systemen voor het openen en sluiten van bruggen, die zowel voor de scheepvaart als het weg- en het spoorwegverkeer van belang zijn. 4.1 Luchtvaart De luchtvaart vormt een complexe internationale leveringsketen,... De luchtvaartsector vormt een complexe internationale leveringsketen. Bij het aanpakken van het millenniumprobleem in deze sector moet rekening worden gehouden met aspecten als de veiligheid van de vluchten en de leveringsketen aan zowel de vervoerders- als de klantenzijde. Het is dan ook een gebied waarop samenwerking op internationaal vlak van essentieel belang is. Diverse nationale en internationale organisaties in de luchtvaartindustrie houden zich actief bezig met het millenniumprobleem. 4.1.1 Internationale activiteiten in de luchtvaartsector ...de regelgevers moeten dus samenwerken... De regelgevende instanties beoordelen en controleren voortdurend in hoeverre de onder hun bevoegdheid vallende luchtvervoerders en dienstverleners voorbereid zijn. Er wordt met name aandacht besteed aan het beoordelen en testen van systemen van luchtvaartmaatschappijen, luchtverkeersleidingen en luchthavens waarbij verschillende marktdeelnemers en landen betrokken zijn. ...met internationale instanties. Gezien het grensoverschrijdende karakter van het luchtvervoer, waarbij mogelijke storingen in een bepaald land gevolgen zouden kunnen hebben voor een groot aantal andere landen, moeten er met het oog op de internationale coördinatie gemeenschappelijke normen worden ingevoerd en specifieke roosters worden overeengekomen om te bereiken dat op computers gebaseerde systemen millenniumproof zijn. De ICAO beoordeelt de wereldwijde veiligheid van het luchtruim,... Tijdens een vergadering in september 1998 verzocht de internationale burgerluchtvaartorganisatie (ICAO) haar leden bekend te maken in hoeverre zij gereed zijn voor de eeuwwisseling. Dit wordt gedaan aan de hand van vragenlijsten, waarbij de door de ICAO met hulp van bepaalde landen en de IATA vastgestelde criteria worden gehanteerd. Deze antwoorden zijn van het allergrootste belang aangezien zij de grondslag zullen vormen van een mondiale beoordeling van de veiligheid van het luchtruim die zal leiden tot besluiten van de civiele luchtvaartautoriteiten betreffende de landen/luchthavens waarnaartoe kan worden gevlogen aan het einde van dit jaar. ...EUROCONTROL coördineert de inspanningen op het gebied van noodplannen met betrekking tot het luchtverkeer,... EUROCONTROL is bijzonder actief geweest op het gebied van het beheer van het luchtverkeer door het millenniumprobleem meer onder de aandacht te brengen van de aangesloten landen, met name van de nationale overheidsinstanties die luchtverkeersdiensten verlenen, alsmede door informatie te coördineren en uit te wisselen met de relevante internationale organisaties. Deze coördinatie is er nu vooral op gericht de ontwikkeling van noodplannen te vergemakkelijken, waarbij een speciale task force een reeks richtsnoeren heeft opgesteld. In het vanuit Maastricht opererende centrum, dat verantwoordelijk is voor het beheer van het luchtverkeer in België, Luxemburg, Nederland en Duitsland, worden praktische noodmaatregelen ontwikkeld. Deze maatregelen omvatten de gebruikmaking van militaire faciliteiten als noodoplossing binnen een veelomvattend plan voor diverse scenario's van technische storingen. In de Europese burgerluchtvaartconferentie (ECAC) bepaalt een speciale groep de reikwijdte van de in het kader van deze conferentie op te zetten activiteiten teneinde het millenniuminitiatief van de ICAO aan te vullen. Deze groep zal beleidsvoorstellen voorbereiden voor de directeuren-generaal burgerluchtvaart. ...de IATA voert beoordelingen ter plaatse uit... Een in het kader van de internationale luchtvervoersassociatie (IATA) opgezet millenniumproject voor de clearingsystemen die zij voor reisagenten beheren, vordert naar tevredenheid. In juni 1998 is een begin gemaakt met een project voor de hele sector met betrekking tot het jaar 2000. In het kader van dit project brengt de IATA bezoeken aan bepaalde luchthavens en luchtverkeersleidingsdiensten. Het merendeel van de voor West-Europa geplande bezoeken is medio februari 1999 voltooid. Hoewel het totaalbeeld positief is, is er toch een aantal problemen aan het licht gekomen, met name in de kleinere luchthavens. In een aantal gevallen is de noodzakelijke politieke wil niet duidelijk aanwezig en krijgt het probleem geen prioriteit. Diverse programma's hebben te kampen met een gebrek aan financiële en personele middelen. De afhankelijkheid van toeleveranciers valt niet altijd onder de programma's. ...en associaties voor luchthavens, certificering van vliegtuigen... De internationale luchthavenraad (ACI) blijft activiteiten ontplooien om het bewustzijn van haar leden te vergroten, deskundigheid over te dragen en te helpen bij het vinden van oplossingen. De ACI heeft een checklist ontwikkeld voor beoordelingen en bepleit het opstellen van noodplannen. De gezamenlijke luchtvaartautoriteiten (JAA) blijven in samenwerking met de verantwoordelijke autoriteiten en organisaties initiatieven ontplooien op het gebied van gecertificeerde vliegtuigen en onderhoud. ...en de vliegtuigproducenten zijn allemaal betrokken bij het gezamenlijk oplossen van het probleem. De AECMA-leden (een associatie van vliegtuigproducenten) geven aan al redelijk vergevorderd te zijn met het oplossen van de problemen en bevestigen dat er geen veiligheidsproblemen zijn met niet-gewijzigde originele vliegtuigen of met door de producent gewijzigde vliegtuigen. Op niet-kritieke gebieden moet er nog het een en ander gebeuren en deze werkzaamheden zullen naar verwachting in de komende paar maanden worden verricht. Uit de beschikbare informatie blijkt dat de luchtvaartsector al tamelijk veel voorbereidingen heeft getroffen om eventuele problemen op te lossen, door een gedegen aanpak die zowel bewustmakingscampagnes en beoordelingssystemen omvat als het oplossen van problemen en het ontwikkelen, testen en valideren van noodplannen. Een paar dingen moet echter nog worden gedaan. Waar noodzakelijk moeten er aanvullende activiteiten worden ontplooid op het gebied van bewustmaking. Om dubbel werk te vermijden, moeten de informatieuitwisseling en -verspreiding worden verbeterd. Een groot aantal organisaties, waaronder ATC-leveranciers, vliegtuigproducenten en luchthavens beschikt nog steeds niet over essentiële informatie van verkopers en leveranciers over de vraag of hun producten millenniumproof zijn. Verdere inspanningen om noodplannen te ontwikkelen en te valideren, moeten worden aangemoedigd. 4.1.2 Luchtvaart in de EU In de hele EU werken alle marktdeelnemers in de luchtvaartsector actief samen teneinde ervoor te zorgen dat het reizen per vliegtuig tijdens de overgang naar het nieuwe millennium net zo veilig blijft als nu het geval is. Het is een geruststellende gedachte dat de vliegtuigproducenten hun toestellen... De belangrijkste vliegtuigproducenten in de EU, waaronder Airbus, hebben bijzonder omvangrijke millenniumprojecten opgezet met tests in de ontwerpbureaus en systeemtests, alsmede tests tijdens een echte vlucht op zowel het A320- als het A330-type, waarbij in augustus 1998 tijdens de vlucht de datum is veranderd. De databron aan boord (klok) accepteert zowel handmatig ingevoerde gegevens als automatische gegevens van het wereldwijde systeem voor positiebepaling (GPS). De enige fout die werd ontdekt, was dat de wijziging van de datum van invloed was op de registratie van de samenhang tussen incidenten tijdens de vlucht die zich vóór en na middernacht voordeden. ...en hun navigatiesystemen grondig testen... Wat de vliegtuignavigatiesystemen betreft, blijkt uit de tot dusver bereikte resultaten dat dergelijke systemen weinig gebruik maken van datums in een notatie waarin het jaar uitdrukkelijk wordt vermeld. Bij real time-systemen bestaan tijdsaanduidingen bijna uitsluitend uit uren, minuten en seconden. Alleen bij systemen voor de regeling van het luchtverkeer en die voor het registreren en archiveren van gegevens wordt de volledige datum gebruikt. De vliegtuignavigatiesystemen worden ondersteund door een aantal noodsystemen, gebaseerd op het gebruik van een aantal verschillende technologieën en met uitgebreide noodplannen die de luchtverkeersveiligheid moeten garanderen. Er moet op worden gewezen dat er over het algemeen 's nachts en zeker tijdens de jaarwisseling minder vliegverkeer is. Ingeval van problemen houden de noodplannen rekening met de noodzaak om vliegtuigen tijdelijk aan de grond te houden of een andere route te geven. ...en wanneer een luchtvaartmaatschappij onveilig blijkt, zullen de regelgevers zijn vergunning intrekken. De afzonderlijke maatschappijen ontwikkelen en implementeren weliswaar veelomvattende noodplannen, maar als aanvulling op dergelijke plannen is informatie over internationale strategieën en ontwikkelingen vereist. De regelgevende instanties hebben de luchtvaartmaatschappijen meegedeeld dat zij zullen overgaan tot het intrekken van vergunningen mochten zij niet tevreden zijn over de programma's voor het oplossen van millenniumproblemen en mocht de veiligheid hun zorgen baren. 4.2 Zeevervoer Het zeevervoer zou te maken kunnen krijgen met het millenniumprobleem,... Het zeevervoer zal hoogstwaarschijnlijk net zoveel last hebben van het millenniumprobleem als de andere vervoersectoren. Er zijn twee belangrijke niveaus waarop zich problemen zouden kunnen voordoen, namelijk op het schip zelf als vervoermiddel en in de directe omgeving ervan, te weten de havens en terminals. ...zowel aan boord van de schepen als aan wal. De gevolgen aan boord van schepen kunnen variëren van een fout in een timer of een GPS-ontvanger tot storingen in het bewakings- en controlesysteem voor de belangrijkste machines of in de navigatie- en communicatiesystemen, hetgeen een afname van het vermogen tot gevolg zou kunnen hebben of het sturen zou kunnen bemoeilijken. Aan wal zouden er net zoveel probleemgebieden kunnen zijn als er door de havens en terminals verleende diensten zijn. Er zouden zich problemen kunnen voordoen in de communicatiesystemen, de vracht- en documentafhandelingssystemen of bij het verlenen van radionavigatiebijstand - vooral in computergestuurde systemen. 4.2.1 Internationale activiteiten in de zeevervoersector De IMO nam het initiatief... Teneinde de scheepvaartindustrie te helpen bij het aanpakken van het millenniumprobleem heeft de Internationale Maritieme Organisatie (IMO) twee circulaires over dit onderwerp uitgebracht [1]. In de eerste circulaire werd de regeringen van de lidstaten verzocht dit probleem onder de aandacht te brengen van reders, exploitanten van schepen, kapiteins en andere belanghebbenden in de scheepvaartindustrie. In de circulaire werd verwezen naar de door het Verenigd Koninkrijk opgestelde richtsnoeren terzake en werden alle betrokkenen tevens aangemoedigd zich te verdiepen in het millenniumprobleem, de mogelijke gevolgen voor hun activiteiten te beoordelen en de nodige maatregelen te nemen om de systemen in kwestie bij te werken, te vervangen of af te schaffen. In de tweede circulaire werd aanbevolen de aan verplichte rapportagesystemen deelnemende schepen te verzoeken samen te werken met de betrokken autoriteiten door hun informatie te verstrekken over de vorderingen van hun voorbereidingen op de millenniumwisseling. [1] MSC/Circ.868 van 27 mei 1998 en MSC/Circ.894 van 17 december 1998. ...om een code van goede praktijken aan te nemen,... Op initiatief van de kustwacht van de Verenigde Staten en het bureau voor de scheepvaart en de kustwacht van het Verenigd Koninkrijk (Maritime and Coastguard Agency) is in maart 1999 in het kader van de IMO een bijeenkomst gehouden om bepaalde millenniumvraagstukken te bestuderen. Ook vertegenwoordigers van niet-gouvernementele bedrijfstakorganisaties waren uitgenodigd. Tijdens deze bijeenkomst werd unaniem besloten een code van goede praktijken voor het jaar 2000 aan te nemen en werden essentiële elementen vastgesteld van een algemene noodstrategie voor schepen, havens en terminals. De regeringen van de lidstaten van de IMO werd verzocht deze resultaten onder de aandacht van de hele maritieme sector te brengen [2]. [2] Circulaire 2121 van 5 maart 1999. ...en aanbevelingen te doen voor noodplannen. In deze code van goede praktijken worden maatregelen en voorzorgsmaatregelen aanbevolen voor schepen, havens en terminals teneinde het risico te beperken van mogelijke storingen in apparatuur en installaties die afhankelijk zijn van elektronische datumherkenning. Met name wordt aanbevolen gebruik te maken van een reeks vragenlijsten die moeten worden ingevuld door reders en haven-/terminalautoriteiten en vervolgens moeten worden uitgewisseld om zo de communicatie over dit onderwerp te vergemakkelijken. Als de verstrekte informatie vragen oproept over de veiligheid van een geplande verrichting, kunnen de kapiteins, havenautoriteiten of terminalexploitanten besluiten de verrichting te staken of uit te stellen. De essentiële elementen van noodplannen voor de sector met betrekking tot het nieuwe millennium zijn vervat in een kleine gids die erop is gericht de zeevervoersector te helpen zich een beeld te vormen van de elementen die de bestaande noodplannen kunnen aanvullen/vervolledigen. De ondertekenaars van het Memorandum van Overeenstemming van Parijs (MOU) inzake toezicht op schepen door de havenstaat [3] hebben besloten alle kapiteins van in het kader van de havenstaatcontrole geïnspecteerde schepen in de havens die onder het Memorandum vallen, een brief te sturen om grotere bekendheid te geven aan het millenniumprobleem. De groep van het Memorandum van Overeenstemming van Parijs zal zich tevens buigen over de mogelijkheid om, wanneer de kritieke datum nadert, maatregelen te nemen ten aanzien van afzonderlijke schepen mochten de kapiteins geen bevredigend antwoord kunnen geven op vragen over de manier waarop rekening is gehouden met de potentiële risico's aan boord van hun schepen. [3] België, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, Nederland, Duitsland, Finland, Zweden, Denemarken, Italië, Griekenland, Spanje, Portugal, Ierland, Noorwegen, Kroatië, Polen, de Russische Federatie en Canada. De betrokkenheid van internationale organisaties en de internationale uitwisseling van informatie is derhalve van essentieel belang voor de algemene coördinatie van de zeevaartsector. Andere organisaties die hun activiteiten moeten coördineren met de IMO zijn de Internationale Associatie van vuurtoreninstanties en de organisaties die verantwoordelijk zijn voor de scheepvaart op de grote rivieren (zoals de Rijn). 4.2.2 Zeevervoer in de EU De havenautoriteiten van de EU en de scheepvaartbedrijven vorderen... In de hele EU boeken de havenautoriteiten en de afzonderlijke scheepvaartbedrijven in het algemeen vooruitgang, hoewel dit vooral duidelijk is bij de grotere bedrijven. De inspanningen om een gemeenschappelijke aanpak door de havenautoriteiten te bevorderen, moeten worden versterkt en er moet meer aandacht worden besteed aan het oplossen van het millenniumprobleem op het niveau van afzonderlijke schepen. De Franse marine merkte, in haar systeeminventarisatie met het oog op het jaar 2000, op dat het afstandsnavigatiesysteem SYNEDIS nog niet millenniumproof was en besloot in noodsituaties terug te vallen op traditionele navigatiemiddelen. ...en er zijn certificeringsstelsels voor het jaar 2000 gecreëerd... Noodplannen worden door alle havens ontwikkeld en geïmplementeerd. Er wordt een certificeringsstelsel voor schepen voorgesteld en ingevoerd. Dit houdt in dat er voor een schip eerst een certificaat moet worden verkregen voordat het wordt toegelaten tot de grotere havens. Wat de plaatselijke scheepvaart betreft zullen in sommige landen, waaronder Nederland, schepen een vergunning krijgen door middel van een gezamenlijk initiatief van verzekeringsmaatschappijen en brancheorganisaties. Een vergelijkbaar stelsel wordt voorgesteld voor in het buitenland geregistreerde schepen. ...maar er is meer informatie nodig. Diverse landen lieten weten dat de zeevaartsector tot op dat moment relatief weinig informatie had verstrekt en dat weinig bedrijven hadden aangegeven dat zij bezig waren met het opstellen van noodplannen voor het jaar 2000. 4.3 Spoorwegvervoer 4.3.1 Overzicht Het spoorwegvervoer en de spoorweginfrastructuur zijn nauw aan elkaar verbonden en een groot aantal spoorwegbedrijven blijft geïntegreerd, waardoor het niet juist is in de context van het millenniumprobleem onderscheid te maken tussen infrastructuuraanbieders en spoorwegvervoerders. In het spoorwegvervoer zijn er diverse zaken die mogelijkerwijs een probleem opleveren... Een aantal verschillende door de spoorwegen gebruikte IT-systemen zou problemen kunnen opleveren bij de overgang naar het nieuwe millennium. Daartoe behoren zowel de centrale als de plaatselijke IT-systemen, voor een belangrijk deel grote computersystemen (mainframes) die gebruikt worden voor algemene beheersdoeleinden of voor het verlenen van gespecialiseerde diensten zoals het afgeven van spoorkaartjes, het verwerken van reserveringen en het verstrekken van informatie aan de passagiers, alsmede de chips die zijn ingebouwd in locomotieven, seinsystemen, spoorwegovergangen, liften en roltrappen, airconditioning en ventilatiesystemen, enzovoorts, en de interconnecties tussen de spoorweg-IT-systemen die worden gebruikt voor het overdragen van gegevens over internationale treinen. Bovendien kunnen er problemen ontstaan met de IT-systemen van de leveranciers waarvan de spoorwegen afhankelijk zijn voor elektriciteit, brandstof en telecommunicatie. ...waarbij de interconnecties tussen systemen van groot belang zijn. In beginsel zouden er verscheidene problemen kunnen ontstaan als niet alle millenniumproblemen worden opgelost. Aangezien seinen op basis van informatietechnologie doorgaans slechts één laag van een systeem vormt, komt de veiligheid hierdoor waarschijnlijk niet in het gedrang, maar het spoorwegverkeer of de dienstverlening op het gebied van het goederen- en het personenvervoer kunnen er wel door worden verstoord. Het is een uiterst ingewikkelde opgave te waarborgen dat de interconnecties tussen de IT-systemen voldoen (deze systemen worden vooral gebruikt voor de overdracht van informatie over internationale treinen en niet zozeer voor seinen of het regelen van het treinverkeer). De gegevens worden uitgewisseld via koppelingen tussen afzonderlijke IT-systemen in een grotendeels virtueel netwerk. Bepaalde onderdelen van dit netwerk zijn reeds gecontroleerd, er zijn nog geen end-to-end tests uitgevoerd. De UIC onderneemt actie... Teneinde de bezorgdheid over deze potentiële moeilijkheden weg te nemen, is de internationale spoorwegvakbond UIC voornemens een seminar over embedded systemen te organiseren, end-to-end tests uit te voeren voor de interconnecties tussen diverse spoorwegsystemen en een ondersteuningsteam op te richten dat hulp kan verlenen aan spoorwegen die op problemen stuiten. De UIC bevordert tevens de uitwisseling van informatie over het millenniumprobleem in deze sector. 4.3.2 Spoorwegvervoer in de EU ...maar het werken aan millennium bestendig heid gebeurt in de EU op nationaal niveau. Alle spoorwegen werken op nationaal niveau aan de millenniumbestendigheid van hun systemen. In het algemeen hebben zij in 1996 en 1997 een aanvang gemaakt met hun werkzaamheden in dit verband en hebben zij om te beginnen hun IT-systemen geïnventariseerd en elk systeem geklasseerd als "kritiek" of "niet-kritiek". Zij zijn nu doende de systemen op millenniumbestendigheid te testen. Daarbij zijn ze met hun IT-systemen duidelijk verder gevorderd dan met de embedded systemen en de internationale verbindingen. Een aanzienlijk deel van hun IT-systemen voldoet niet en wordt derhalve gewijzigd of vervangen (voor sommige spoorwegen is het millenniumprobleem een goede aanleiding voor het moderniseren van hun IT-systemen). De belangrijkste systemen waarin zich problemen kunnen voordoen, zijn die voor het onderhoud van treinen, installaties en gebouwen. In de systemen voor de autorisatie van seinen, en bijvoorbeeld ook in die voor het regelen van de snelheid van de Franse TGV, worden geen datums gebruikt. De spoorwegen verlangen van hun belangrijkste leveranciers verklaringen omtrent de millenniumbestendigheid van hun producten, maar het zal moeilijk zijn informatie te krijgen van alle leveranciers. Alle spoorwegen werken op nationaal niveau aan de millenniumbestendigheid van hun systemen. De in deze sector geboekte vooruitgang kan in het algemeen als bevredigend worden beschouwd, en vooral de grotere bedrijven vorderen goed. Er worden over het algemeen geen noodplannen voor de hele bedrijfstak opgesteld; de afzonderlijke bedrijven zijn verantwoordelijk voor hun eigen noodplannen. Bevredigende vooruitgang, met een hoofdrol voor de regelgevende instanties. De regelgevers spelen doorgaans de hoofdrol bij de beoordeling van de bedrijfscontinuïteits- en de veiligheidsaspecten. Er worden audits verricht en de resultaten worden in het oog gehouden. De risico's in deze sector zijn beperkt en hebben hoofdzakelijk betrekking op de stroomvoorziening en de internationale context. Kleine en beperkte storingen van plaatselijke informatiesystemen voor passagiers kunnen niet worden uitgesloten. Nederland merkte op dat er bij een jaarwisseling nooit spoorwegvervoer plaatsvindt in de uren vlak vóór en na middernacht. 4.4 Wegvervoer Het wegvervoer gebruikt systemen waarin zich problemen zouden kunnen voordoen... Het uitgebreide EU-wegennet maakt gebruik van een aantal elektronische systemen die een goede doorstroming van het verkeer moeten bevorderen. Deze omvatten bewakingssytemen, weegstations, tolcabines, controle- en beheersystemen die verkeersinformatie verzamelen, analyseren en verspreiden, alsmede signalering, dynamische navigatiesystemen en veiligheidssystemen voor hulpdiensten langs de weg en de technische systemen die verantwoordelijk zijn voor het functioneren van onder andere verlichting en ventilatie. ...en op verschillende niveaus zijn er organisaties actief. De uit een storing voortvloeiende risico's kunnen direct zijn, ingeval van problemen met signalering of verkeerslichten, of indirect, als de systemen voor het beheer van het verkeer een kritieke situatie niet aankunnen. Er wordt over het algemeen voorrang gegeven aan de algemene verkeersinformatiesystemen op nationaal en regionaal niveau, verkeerssignalering, netwerken van hulpdiensten en centrale beheersystemen voor tunnels. De grote geïntegreerde beheersystemen die worden gebruikt voor de verkeersregeling in stadsgebieden zijn complex en het is derhalve moeilijker de gevolgen van de overgang naar het jaar 2000 te beoordelen. Er wordt op verschillende niveaus gewerkt aan de millenniumbestendigheid van wegverkeers- en wegvervoersystemen. Zowel particuliere bedrijven als overheidsinstanties zijn verantwoordelijk voor verschillende onderdelen van het wegennet. De gevolgen van de overgang naar het jaar 2000 voor grensoverschrijdende informatiediensten zal naar verwachting beperkt zijn, aangezien het Europese netwerk voor de elektronische uitwisseling van verkeersgegevens tussen de nationale/regionale centra van de meeste EU-lidstaten pas in 2000 en 2001 operationeel wordt. 5 TELECOMMUNICATIE 5.1 Overzicht De telecommunicatie-infrastructuur is van essentieel belang... De wereldwijde telecommunicatie-infrastructuur in haar geheel is van vitaal belang voor de informatiestromen die de werkzaamheden van een groot aantal industrieën en diensten ondersteunen, alsmede voor Internet, spraaktelefonie, datacommunicatie, fax en andere telecommunicatiediensten. ...en de inspanningen zijn afhankelijk van de betrouwbaarheid van de interconnecties... Dit betekent dat, zelfs als de afzonderlijke elementen van telecommunicatiediensten als millenniumbestendig worden beschouwd, de normale werking ervan nog steeds afhankelijk is van de betrouwbaarheid van de interconnecties binnen de totale infrastructuur, met name interconnecties tussen exploitanten en over de grenzen heen. Dit geldt uiteraard zowel op internationaal niveau als binnen de EU, aangezien een groot deel van het Europese communicatieverkeer mondiaal wordt gerouteerd. ...en het grote aantal exploitanten. Als gevolg van de liberalisering van de telecommunicatiediensten en -infrastructuur in talrijke delen van de wereld, waaronder de Europese Unie, voorziet een scala van concurrerende exploitanten in verschillende onderdelen van de communicatie-infrastructuur. Elke exploitant moet er derhalve voor zorgen dat zijn interconnecties met andere exploitanten millenniumbestendig zijn. Om te waarborgen dat hun bedrijf zonder onderbreking kan blijven functioneren, kunnen exploitanten gebruik maken van alternatieve en overtollige circuits en routeringsmogelijkheden. Het overgrote deel van de apparaten bij de consument zal blijven werken... Het risico van storingen in communicatiediensten doet zich vooral voor bij software die wordt gebruikt in systemen van netwerkexploitanten. De apparaten bij de consument, zoals telefoons en faxapparaten, zullen over het algemeen gewoon blijven functioneren. Wie eerder op problemen zullen stuiten, zijn mensen die via hun computer toegang willen krijgen tot netwerken (zoals Internet, wanneer deze computer niet millenniumbestendig is, of kleine ondernemingen met eigen telefooncentrales waarvan bepaalde functies afhankelijk zijn van de datum. 5.2 Internationale activiteiten in de telecommunicatiesector De sleutelrol van de ITU... De Internationale Telecommunicatie Unie (ITU) heeft in maart 1998 een "Year 2000 Task Force" opgericht aangezien zij zich realiseerde hoe groot het gevaar is van mogelijke computerstoringen door de overgang naar het jaar 2000 is en hoe cruciaal de rol van de wereldwijde telecommunicatienetwerken is. De taakomschrijving van deze task force luidt als volgt: · ervoor zorgen dat alle telecommunicatie-exploitanten en -providers zich bewust worden van het millenniumprobleem en hierover informatie verschaffen; · adviezen geven over normen voor millenniumbestendigheid; · het standpunt van alle exploitanten en providers trachten te bepalen, een beeld krijgen van hun tijdschema's voor de oplossing van de millenniumproblemen en hierop waar nodig invloed uitoefenen; · de uitwisseling van informatie binnen de telecommunicatiesector en met klanten doen accepteren en bevorderen; · uitwisseling van de beste praktijken in het kader van het jaar 2000 onder de leden wederzijds bevorderen. ...bestaat er onder andere in overzichten op te stellen van de mate waarin de exploitanten zijn voorbereid... Bij het uitvoeren van deze taak streeft de task force ernaar zijn leden terdege bewust te maken van wat er op het spel staat en een grote reeks richtsnoeren en instrumenten te creëren teneinde organisaties te helpen de vastgestelde niveaus van millenniumbestendigheid te halen. Als onderdeel van deze activiteit heeft de task force een onderzoek georganiseerd onder de belangrijkste exploitanten om een idee te krijgen van de stand van zaken, zowel op Europees als op internationaal vlak. De task force bericht dat er tot nu toe veel reacties zijn binnengekomen, waarbij het merendeel van de exploitanten meedeelt naar verwachting medio 1999 of eerder gereed te zullen zijn voor het jaar 2000. ...en tests uit te voeren van de onderlinge verbindingen van providers. Er is bovendien een subgroep voor het testen van de onderlinge verbindingen van providers opgericht, aangezien men inziet dat niet alleen de afzonderlijke exploitanten voorbereid moeten zijn, maar dat ook de wereldwijde interoperabiliteit moet worden gewaarborgd. De doelstelling van deze subgroep en de strategie van "Global International Gateway Testing" is om in het openbaar aan te tonen dat de internationale telecommunicatiesector klaar is voor het jaar 2000. Het einddoel van deze testactiviteit is ervoor te zorgen dat alle soorten internationale gateways in de hele wereld worden getest, waarna de resultaten in het derde kwartaal van 1999 zullen worden gepubliceerd. Eventuele lacunes of problemen worden aangepakt door middel van noodplannen en tests in het vierde kwartaal van 1999. 5.3 Telecommunicatie in de EU De algemene indruk is dat er goede vooruitgang wordt geboekt. Net als in andere sectoren is ook hier de algemene indruk dat de voorbereidingen van de grotere ondernemingen in de EU op de overgang naar het nieuwe millennium goed vorderen, terwijl kleinere ondernemingen wellicht minder goed zijn voorbereid. De regelgevende instanties houden toezicht op de vooruitgang in de sector. Er worden tests van de interconnectie tussen leveranciers uitgevoerd en de exploitanten in de EU nemen deel aan de werkzaamheden van de ITU. De sector is hoofdzakelijk afhankelijk van de stroomvoorziening. Deze sector is bovenal afhankelijk van de stroomvoorziening. De openbare telecommunicatieproviders beschikken over nood- en rampenplannen die hen in staat stellen eventuele storingen het hoofd te bieden, en hebben interne procedures voor het geven van voorrang aan telefoongesprekken in noodsituaties. Ook hebben ze personeel dat zich speciaal bezighoudt met het opstellen van noodscenario's. Diverse landen deelden mee dat er op nationaal vlak een afzonderlijke telecommunicatiedienst beschikbaar is voor instanties als defensie, politie en burgerbescherming. De exploitanten werken samen. De exploitanten in onder andere het Verenigd Koninkrijk hebben zich verenigd om een gemeenschappelijk front te vormen tegenover de leveranciers van apparatuur en ervoor te zorgen dat er op tijd millenniumbestendige hard- en software beschikbaar is. Ook werken netwerkexploitanten samen om erop toe te zien dat fabrikanten nieuwe netwerkapparatuur testen. Collegiale toetsingen blijken eveneens bijzonder doeltreffend te zijn voor het oplossen van allerlei technische detailproblemen met de soft- en hardware van bedrijven. In sommige landen is er sprake van een geïntegreerde benadering van communicatie. Een aantal landen, waaronder Nederland en Zweden, deelt mee voor communicatie een totaalaanpak te hanteren, waarin verwante diensten zoals post en omroep zijn geïntegreerd. Bepaalde leveranciers van telecommunicatiediensten stellen informatiepakketten ter beschikking aan particuliere en zakelijke gebruikers van telecommunicatieapparatuur. Zij proberen de klant bewuster te maken van de mogelijke gevolgen voor de apparatuur bij hem of haar thuis en ondernemen stappen om de leveranciers van eindapparatuur hierover aan te spreken. Er wordt erkend dat de zich buiten de EU bevindende bedrijven wellicht minder goed zijn voorbereid. De EU-organisaties voeren direct overleg met andere instanties, wisselen beste praktijken uit met andere partijen en sporen exploitanten buiten de EU ertoe aan alles in het werk te stellen om hun netwerken voor te bereiden. 6 KERNENERGIE 6.1 Overzicht De overgang naar het jaar 2000 kan gevolgen hebben voor de nucleaire veiligheid. In kerncentrales zou zich een aantal veiligheidsproblemen kunnen voordoen die in verband kunnen worden gebracht met het millenniumprobleem. In de eerste plaats zijn dat de rechtstreekse veiligheidskwesties. Daarbij gaat het om de soft- en hardware en de chips die zijn ingebouwd in veiligheidssystemen. De koppeling tussen kerncentrales en het elektriciteitsnet of andere elektriciteitsopwekkingsfaciliteiten kan eveneens problemen veroorzaken. Mochten er op dit gebied problemen ontstaan, dan is het belangrijk dat er backupmechanismen zijn, zoals accu's en dieselinstallaties, die zorgen voor de noodstroomvoorziening voor koelsystemen. Er bestaat tot slot enige bezorgdheid dat de kerncentrale-exploitanten overbelast zouden kunnen raken door veelvoudige storingen - ook al leveren deze op zich geen wezenlijk veiligheidsrisico op. 6.2 Internationale activiteiten op het gebied van kernenergie De WANO (World Association of Nuclear Operators), een wereldwijde organisatie van exploitanten van kerncentrales, neemt sinds 1998 initiatieven om haar leden bewuster te maken van het probleem en hen informatie te verstrekken. De Internationale Organisatie voor Atoomenergie heeft een speciaal project opgezet om het millenniumprobleem voor kerncentrales (met name in de LMOE, NOS en China) aan te pakken. Zij is voornemens tussen maart en juni een - op richtsnoeren gebaseerde - uitgebreide beoordeling uit te voeren, gevolgd door een fase waarin noodplannen worden uitgewerkt. Deze beoordelingsfase is in handen van kleine teams van deskundigen uit het westen, die daarbij samenwerken met de plaatselijke exploitanten. Deze westerse teams moeten op korte termijn worden opgericht, beheerd en gefinancierd. Zij zullen in mei of juni verslag uitbrengen, waarbij de toekomstige behoeften duidelijker in beeld worden gebracht. 6.3 Kernenergie in de EU In de hele EU zijn omvangrijke programma's opgezet... Alle lidstaten die kerncentrales in bedrijf hebben, hebben een programma op de problematiek aan te pakken. Ook al verschillen de programma's op detailpunten, ze bevatten alle de eis dat de vergunninghouder aangeeft voor welke systemen de overgang naar het nieuwe millennium eventueel gevolgen zou kunnen hebben, dat hij deze rangschikt naar het belang voor de nucleaire veiligheid, deze stuk voor stuk test en wijzigt of vervangt indien er storingen optreden. De regelgevende instanties bestuderen de inhoud van deze programma's en houden toezicht op de tenuitvoerlegging ervan. In een aantal lidstaten wordt de aandacht nu verlegd naar risicobeperkende maatregelen zoals het inschakelen van meer personeel en het vermijden van onderhoudsactiviteiten op de kritieke datums. De Commissie onderhoudt regelmatige contacten met de betrokken organisaties in de sector (FORATOM, WANO, EURELECTRIC, UNIPEDE) teneinde informatie te verkrijgen over hun werkzaamheden. De Commissie heeft de millenniumkwestie in de betrokken werkgroepen op de agenda gezet voor bespreking met de regelgevende instanties in de lidstaten, en bevordert de verspreiding van de beste regelgevende praktijken. Het lijkt niet noodzakelijk de werkzaamheden van de Commissie met betrekking tot de voorbereiding van de kerncentrales in de lidstaten op het jaar 2000 te intensiveren, aangezien zij de kwestie al adequaat aanpakken. ...die door de regelgevende instanties nauwlettend worden gecontroleerd. Alle landen met kerncentrales berichten dat de betrokken regelgevende instanties nauwlettend toezicht houden op deze installaties. Gewoonlijk gelden er strenge voorschriften voor kerncentrales en moeten deze over afdoende noodplannen beschikken, die regelmatig worden gecontroleerd en gevalideerd. De constructiespecificaties van deze installaties bevatten de eis dat deze in noodsituaties veilig moeten blijven. De veiligheidsmechanismen in deze installaties zijn over het algemeen niet afhankelijk van computergestuurde systemen, zodat het hoogst onwaarschijnlijk is dat er problemen zullen ontstaan als gevolg van de overgang naar het jaar 2000. 6.4 Kernenergie in de landen van Midden- en Oost-Europa (LMOE) en de nieuwe onafhankelijke staten (NOS) Mogelijke probleemgevallen in de LMOE en NOS. Ondanks het relatief beperkte gebruik van digitale technologie in veiligheidssystemen in de Oost-Europese kerncentrales is het bekend dat bepaalde systemen problemen zullen ondervinden als gevolg van de overgang naar het nieuwe millennium. Er moet speciale aandacht worden besteed aan installaties van recente datum, waarvan een aantal wellicht met steun van het PHARE- en het TACIS-programma is aangeschaft. Aangezien de elektriciteitssector in deze landen over het algemeen nog niet zover is met zijn voorbereidingen als de EU, is er een grotere kans dat er problemen met het elektriciteitsnet zullen ontstaan, hetgeen er weer toe zou kunnen leiden dat de exploitanten worden overbelast. Al deze landen nemen naar verluidt maatregelen, maar de indrukt is dat zij zich niet allemaal even bewust zijn van het probleem en dat de maatregelen niet overal even ver gaan. De WANO is van mening dat momenteel moeilijk kan worden beoordeeld in hoeverre er in de LMOE/NOS - met uitzondering van Tsjechië, Slowakije en Hongarije - doeltreffende actie is ondernomen. De WANO moedigt haar meest ervaren westerse leden aan deskundigen te detacheren in kerncentrales in Oost-Europa. De Commissie draagt bij door de uitwisseling van informatie tussen de regelgevende instanties op kernenergiegebied te bevorderen... De CONCERT-groep van de Commissie (bestaande uit de belangrijkste regelgevende instanties op nucleair gebied van 25 landen van de EU, de LMOE en de NOS) heeft de kwestie in juni 1998 besproken teneinde een grotere bewustwording tot stand te brengen. In januari 1999 bleek dat dit beleid succesvol was, aangezien alle regelgevende instanties op kernenergiegebied van de LMOE en NOS actieplannen voorlegden, waarvan een aantal was ontwikkeld na de bijeenkomst in 1998. De inhoud van deze plannen en de mate waarin zij vorderen, lopen uiteen. Een aantal landen zegt net zo goed voorbereid te zijn als de landen van de EU, terwijl andere duidelijk minder vergevorderd zijn. Tijdens de bijeenkomst in januari 1999 verzochten de regelgevende instanties de Commissie verdere actie te overwegen. Zij verwelkomden een aanbod van bijstand aan regelgevers (er zijn verzoeken ontvangen van Bulgarije en Slowakije) en drongen er bij de Commissie op aan het programma inzake kerncentrales van de Internationale Organisatie voor Atoomenergie te steunen. Het door de Commissie opgezette secretariaat van de "coördinatie"-cel G24 voor de nucleaire veiligheid (G-24 Nuclear Safety Assistance Co-ordination, Nusac), bracht de millenniumkwestie ter sprake tijdens zijn bijeenkomst in maart 1999. Deze bijeenkomst werd bijgewoond door de LMOE en NOS en de verleners van bijstand op het gebied van de nucleaire veiligheid. Deze bijeenkomst spitste zich toe op de rol van de donorlanden bij de beoordeling van de millenniumbestendigheid van de door hen geleverde installaties. Het Internationaal Centrum voor Wetenschap en Technologie in Moskou is doende een speciaal fonds op te richten (1,35 miljoen dollar is reeds toegezegd) teneinde de instellingen in Rusland en in de NOS te helpen millenniumvraagstukken op te lossen met behulp van individuen en teams uit de voormalige onderzoeksinstituten op wapengebied. Met fondsen van het Internationaal Centrum voor Wetenschap en Technologie zal de coördinatie van de vaststelling van passende methoden worden gesteund, zullen Minatom en andere instellingen worden bijgestaan bij het uitvoeren van projecten gericht praktische oplossingen voor het millenniumprobleem en zal de levering van specifieke internationale deskundigheid worden vergemakkelijkt. ...programma's te steunen... Gezien het krappe tijdschema en het feit dat de Europese Unie niet bevoegd is om initiatieven te nemen, zou de Commissie zich vooral moeten toeleggen op ondersteuning van de werkzaamheden van de Internationale Organisatie voor Atoomenergie, die volgens een exact omschreven methode werkt, en van het initiatief van het Internationaal Centrum voor Wetenschap en Technologie, dat door middel van concrete projecten praktische rechtstreekse bijstand verleent in de NOS, door de huidige bijdrage aan het voor het jaar 2000 voorziene budget van dit centrum te verhogen. De Commissie zal het TACIS-programma voor bijstand ter plaatse zo goed mogelijk benutten met hulp van de exploitanten van kerncentrales in de EU, die volledig zullen worden geïntegreerd in het stelsel van de Internationale Organisatie voor Atoomenergie. Er vinden gesprekken plaats met deze organisatie om de praktische aspecten van de Gemeenschapssteun nader te bespreken. De Commissie ondersteunt niet alleen de beoordelingsteams van deze organisatie, maar zal tevens nagaan of er ruimte is om de door deze teams gesignaleerde lacunes aan te vullen. ...en rechtstreekse bijstand ter plaatse te verlenen. De Commissie heeft bovendien verzocht de kwestie in het kader van de PHARE- en TACIS-projecten voor steun aan regelgevende instanties aan de orde te stellen. Bij deze projecten staan de EU-regelgevers op werkniveau voortdurend in contact met hun collega's in de LMOE en NOS, waardoor zij zich dus in een goede positie bevinden om laatstgenoemden bewuster te maken van het millenniumprobleem. In het kader van het TACIS-programma van de EU voor bijstand ter plaatse heeft één contractant de kwestie reeds aangesneden (bij de kerncentrale in Leningrad). Op verzoek van de Commissie is dit onderwerp tevens ter sprake gekomen tijdens de laatste, door de WANO in november 1998 georganiseerde bijeenkomst in het kader van de bijstand ter plaatse. In december 1998 heeft de Commissie de contractanten in het kader van het TACIS-programma voor bijstand ter plaatse verzocht toe te zien op de millenniumbestendigheid van in het raam van de EU-programma's geleverde installaties. Begin 1999 heeft de Commissie een nieuw onderzoek opgestart bij alle bij het programma voor bijstand ter plaatse betrokken EU-contractanten teneinde het millenniumprobleem meer onder de aandacht te brengen. De meest recente contracten voor bijstand ter plaatse omvatten een bepaling dat de kwestie op de specifieke locaties moet worden behandeld. De lidstaten van de EU voeren tevens bilaterale werkzaamheden uit. Het Britse Ministerie van handel en industrie heeft een studie gefinancierd [4] waarvan de resultaten zijn verspreid onder de contractanten in het kader van het TACIS-programma voor bijstand ter plaatse. Finland heeft bijstand verleend aan de kerncentrale van Leningrad, vlakbij Sint-Petersburg, en die op het schiereiland Kola. De lidstaten is verzocht nadere verslagen in te dienen over bilaterale werkzaamheden. [4] The Millennium Problem. Raising the awareness of nuclear power station operators and regulatory authorities in Central and Eastern Europe, september 1998. Alle activiteiten moeten in oktober 1999 zijn afgerond, aangezien veranderingen op het laatste moment in kerncentrales of procedures wel eens meer kwaad dan goed zouden kunnen doen. 7 FINANCIËLE SECTOR 7.1 Overzicht Financiële sector loopt voorop Net als elders wordt in de EU de financiële sector nog altijd algemeen gezien als de sector die het verst gevorderd is. Sommige EU-landen meldden dat hun financiële organisaties veelal hun aanpassingsprocessen voor het jaar 2000 hadden uitgesteld wegens de overstap naar de euro. De overstap naar de euro heeft echter over het algemeen een positieve uitwerking gehad. In instellingen in de vier categorieën van de financiële sector (banken, verzekeringen, effecten, betalingssystemen) zijn gelijktijdig parallelle projecten uitgevoerd voor de invoering van de euro en de aanpassing aan het jaar 2000. In sommige gevallen zijn in de context van de invoering van de euro speciaal nieuwe systemen voor grootschalig betalingsverkeer ontwikkeld waarbij rekening werd gehouden met de eis dat deze systemen millenniumproof moesten zijn. Financiële diensten in EU hebben profijt gehad van de invoering van de euro De overstap naar de euro had nog een voordeel: veel van de noodstrategieën voor de millenniumwisseling zijn gebaseerd op die welke waren ontwikkeld voor de overstap op de euro. Met name de voorbereidingen voor het weekend van de overstap op de euro (interne task forces en helpdesk, wederzijdse contactlijsten met externe partijen, backups van databases en toepassingen, extra verwerkingscapaciteit en schijfruimte, uitstel of beperking van bepaalde transacties) zijn van nut voor de noodplannen voor de millenniumwisseling in de financiële sector. Het succes waarmee de financiële instellingen in de EU de - vergelijkbare - uitdaging van de invoering van de euro zijn aangegaan, geeft vertrouwen in de capaciteit van de bedrijven om dergelijke omschakelingen tot een goed einde te brengen. De sector bevindt zich in de fase van testen en opstellen van noodplannen. Een positieve trend die we op brede schaal kunnen waarnemen in de vier financiële sectoren is dat bedrijven in het algemeen nu bezig zijn met het voltooien van de laatste fasen van hun millenniumprojecten, met name het testen en het opstellen van noodplannen. Minder positief is een andere trend die veel voorkomt in deze sectoren, namelijk om risico's die niet direct verband houden met storingen in informatiesystemen (kredietrisico's, potentiële liquiditeitskrapte en rechtszaken) te onderschatten. Hoewel deze onderwerpen zijn geïdentificeerd als potentiële oorzaken van problemen, kan het bedrijven ontbreken aan de middelen, de tijd of het vermogen om zich tegen dergelijke risico's te beschermen. De verzekeringssector buigt zich over de risico's van polishouders Verzekeringsbedrijven houden systematisch rekening met de risico's die hun klanten lopen in samenhang met het jaar 2000. Wat betreft de inschatting en de aanpak van deze risico's zijn er twee verschillende benaderingen waar te nemen in EU-landen. In sommige landen, waaronder het Verenigd Koninkrijk, is besloten millenniumrisico's van de dekking uit te sluiten. In andere landen, waaronder Frankrijk en België, is besloten deze risico's wel te dekken indien de verzekerden ernstige schade, waaronder materiële schade en lichamelijk letsel, lijden ondanks het feit dat zij alle mogelijke passende maatregelen hebben getroffen om millenniumproblemen te voorkomen. Voorlichting aan het publiek is voor verbetering vatbaar De voorlichting van de financiële sector aan het publiek kan nog worden verbeterd. Veel bedrijven moeten nog een proactieve strategie ontwikkelen om het publiek op de hoogte te stellen van hun situatie ten aanzien van het jaar 2000. Het feit dat de financiële sector onvoldoende aandacht schenkt aan dit aspect, kan nadelige gevolgen hebben voor de concurrentiepositie van het volledige financiële stelsel van de EU, ondanks de grote vooruitgang die is geboekt. 7.2 Internationale activiteiten in de financiële sector Activiteiten op het gebied van internationale coördinatie De belangrijkste internationale organisaties die een rol spelen in de financiële sector zijn de Global 2000 Group, een informeel overlegplatform van banken, effectenbedrijven en verzekerings maatschappijen dat de inspanningen bevordert van de mondiale financiële gemeenschap om de financiële markten goed voor te bereiden op de overgang naar het nieuwe millennium, en de Joint Y2K Council, een bundeling van internationale associaties van regelgevende en toezichthoudende instanties op financieel gebied. Internationale test Mondiale tests van betalingssystemen worden gepland. De nationale centrale banken van de EU-landen nemen op grote schaal deel aan deze internationale tests. De effecten van de overgang naar het jaar 2000 op de verzekeringssector en de maatregelen die hier nodig zijn worden op dit moment besproken [5]. Ook het comité verzekeringen van de OESO, en de IAIS houden zich bezig met de analyse van het millenniumprobleem. [5] 111de conferentie van verzekeringstoezichthouders in de EU, Amsterdam, oktober 1998. De International Association of Insurance Supervisors (IAIS), heeft in december 1998 al haar leden een vragenlijst toegezonden. 43 landen, waaronder 12 EU-lidstaten, hebben de vragenlijst ingevuld. Sinds maart 1999 is een samenvatting van de resultaten van de enquête beschikbaar. De risico's die het meest werden genoemd door verzekeringstoezichthouders, waren een mogelijke storing van interne IT-systemen met als gevolg onderbrekingen van de bedrijfsactiviteiten en beschadiging van records, afhankelijkheid van toeleveranciers en een toename van het aantal claims, vooral op het gebied van aansprakelijkheidsverzekeringen. Tweederde van de respondenten liet weten dat verzekeringsmaatschappijen in hun land een toename verwachten van schadeclaims; niet meer dan zeven respondenten verwachten ook een toename in de levensverzekeringssector. Zorgwekkender is het feit dat slechts elf respondenten zeggen dat zij de bedrijven die onder hun toezicht vallen advies hebben gegeven over de technische aspecten en de gevolgen van extra claims. De IAIS heeft een document opgesteld over het ontwikkelen van noodplannen in de verzekeringssector. Dit document zal op grote schaal worden verspreid onder verzekeringsmaatschappijen en nationale toezichthoudende instanties. 7.3 Financiële instellingen in de EU Intensief toezicht op banken Er zijn diverse instanties die belast zijn met toezicht op bankinstellingen. Dit zijn onder meer de Europese Centrale Bank (ECB), de nationale centrale banken (NCB's), toezichthoudende autoriteiten, nationale overheden en regelgevende instanties, en ook brancheorganisaties op nationaal en Europees niveau. Het Raadgevend comité bankwezen, waarin nationale toezichthoudende autoriteiten, NCB's en Ministeries van Financiën regelmatig bijeenkomen, is eveneens een forum voor de uitwisseling van informatie over toezicht op nationaal niveau in de banksector. Dit toezicht omvat zowel het inwinnen van informatie en ad hoc controles als de coördinatie van multilaterale tests. Toezichthoudende instanties en ander nationale autoriteiten maken hiertoe gebruik van een groot aantal verschillende informatiebronnen - de bedrijven zelf, mensen die zich beroepshalve met het probleem bezighouden (zoals auditors) en concurrenten. Bovendien zijn regelgevende instanties in deze sector veelal zeer goed op de hoogte van de systeemkennis, de controle en het personeel van de ondernemingen die onder hun toezicht vallen. Externe tests gepland in het tweede en derde kwartaal van 1999 Over het algemeen hebben de banken en financiële instellingen in de EU die onder toezicht staan, hun interne aanpassingen voltooid en zijn vele op dit moment bezig met interne tests. Bijna elk EU-land heeft laten weten dat in het tweede en derde kwartaal van 1999 op nationaal niveau externe tests zullen plaatsvinden. Ten aanzien van betalingssystemen verzoekt de ECB elke nationale centrale bank de voortgang van brutoverrekingssystemen in realtime (RTGS - Real Time Gross Settlement) in het kader van de TARGET-omschakeling voor het jaar 2000 nauwlettend te volgen en hierbij bindende termijnen te stellen voor de interne IT-testfase (moet eind april voltooid zijn), de multilaterale testfase (moet eind juli voltooid zijn), de definitieve certificeringssystemen (moeten eind september gereed zijn) en noodplannen (nog geen termijn vastgesteld). Het testen is over het algemeen een complexe aangelegenheid met een reeks van geïntegreerde tests van nationale clearing- en verrekeningsprocedures, waarbij alle deelnemers aan het betalingssysteem zijn betrokken. Ook systemen voor massabetalingsverkeer, waaronder geldautomaten, credit-overboekingen en pinbetalingen worden aan grondige tests onderworpen. Tegen achterblijvers wordt opgetreden Sommige landen lieten weten dat een aantal banken met hun millenniumprojecten achterliep op de schema's. Dit werd voornamelijk veroorzaakt door het feit dat leveranciers te laat waren met het leveren van millenniumbestendige producten. Instellingen die achterliepen worden op verschillende manieren aangesproken. In Italië worden officiële brieven verzonden en worden ter plekke onderzoeken verricht. Alle bedrijven die onder toezicht staan moeten een verklaring van eigen onderzoek indienen die is ondertekend door de directie en/of het bestuur en waarin zij verklaren dat zij gereed zijn voor de millenniumwisseling. De Nederlandsche Bank zal de banken die nog steeds problemen hebben en een achterstand hebben opgelopen, vragen maandelijks te rapporteren over de vorderingen. Regelgevende instanties hebben duidelijk te kennen gegeven dat zij zullen ingrijpen bij bedrijven die verzuimen passende maatregelen te treffen. Effectenbedrijven moeten bekendmaken hoever zij zijn gevorderd In de sector effectenbedrijven en aandelenmarkten houden regelgevende instanties van de EU toezicht op gereguleerde markten en bedrijven die belast zijn met marktbeheer. Zij houden onder andere toezicht op het gedrag van intermediairs en zien erop toe dat bedrijven die aandelen uitgeven, de juiste informatie bekendmaken. In veel landen, waaronder Finland en Italië, eisen de toezichthoudende en regelgevende instanties dat in financiële verslagen en/of in bepaalde rapporten informatie wordt verstrekt over de vorderingen ten aanzien van het millenniumprobleem. Er zijn op nationaal niveau voorzieningen getroffen om op verrekeningsdata relevante tests uit te voeren. Italiaanse bedrijven melden dat intermediairs voor orders en prematching al een reserveverbinding hebben gerealiseerd in het kader van hun noodplannen. Deze voorziening zou van nut kunnen zijn voor herstel bij calamiteiten. Verzekeraars wordt gevraagd portefeuilles te analyseren In alle EU-landen hebben verzekeringsmaatschappijen zowel hun zakelijke als hun particuliere cliënten geïnformeerd over de risico's van de millenniumwisseling en de dekking van die risico's door de verzekeringen die zij hebben gesloten, alsmede over de verantwoordelijkheid die op henzelf rust om problemen bij de millenniumovergang te voorkomen. In sommige landen hebben bedrijven uitsluitingsclausules ingevoegd in nieuwe en bestaande contracten. Sommige verzekeraars hebben zelfs vragenlijsten gestuurd naar hun grote klanten om na te gaan of zij voldoende zijn voorbereid en hen tegelijkertijd bewust te maken van de gevolgen wanneer zij in dit opzicht in gebreke blijven. In Italië werd aan verzekeringsmaatschappijen gevraagd in hun jaarverslagen over 1998 een analyse op te nemen van de verzekeringsportefeuille met betrekking tot het millenniumprobleem. Zij moesten ingaan op de gevolgen van storingen bij polishouders, en de kosten daarvan kwantificeren. Externe accountants die zijn aangewezen om de financiële verslaglegging van verzekeringsmaatschappijen te controleren, zullen speciale aandacht besteden aan de beoordeling van de plannen die elk bedrijf heeft om dergelijke millenniumrisico's te beheersen. Sommige landen hebben een platform gecreëerd voor de beoordeling van millenniumclaims De FFSA, de organisatie van verzekeringsmaatschappijen in Frankrijk, heeft besloten een 'technisch platform' in het leven te roepen dat vanaf eind 1999 ter beschikking staat van alle verzekeringsmaatschappijen. Er zal een netwerk van 150 tot 200 deskundigen op het gebied van millenniumproblemen worden gevormd met kennis op uiteenlopende deelterreinen (pc's, embedded systemen, elektronische apparatuur, computergebruik in het productieproces, computergebruik op kantoor, enz.). Wanneer verzekeringsmaatschappijen worden geconfronteerd met claims als gevolg van schades die verband houden met het millenniumprobleem, zal er per geval één expert worden aangewezen die de oorzaak moet vaststellen van ongevallen die direct of indirect het gevolg zijn van de millenniumwisseling en die de aanpassingsmaatregelen en noodplannen van de betrokken bedrijven moet beoordelen. Het platform zal gedurende het hele jaar 2000 beschikbaar zijn en is bedoeld om een snelle, onafhankelijke, consequente en onaanvechtbare expertise te bevorderen en daardoor langlopende claimprocedures te voorkomen. Ook in België heeft de sector besloten ter voorbereiding een gemeenschappelijk technisch platform in het leven te roepen. 8 WATER In de watersector worden de activiteiten vooral ontplooid op plaatselijk niveau ... Hoewel de activiteiten op dit gebied over het algemeen laat van start zijn gegaan, hebben de sectoren watervoorziening en afvalwaterverwerking in de EU inmiddels ingezien welke bedreiging het millenniumprobleem vormt en melden zij nu dat ze vooruitgang boeken. In de meeste gevallen wordt in deze sector op plaatselijk niveau toezicht uitgeoefend. In veel landen zijn er geen nationale regelgevende instanties, maar nationale organisaties van waterbedrijven. In Denemarken heeft het Ministerie van Onderzoek en Informatietechnologie proefprojecten op dit gebied uitgevoerd in samenwerking met de nationale vereniging van plaatselijke overheden, die de resultaten onder de gemeenten verspreidt. ...waar al strakke noodplannen bestaan De watervoorzieningssector kent gewoonlijk strenge, wettelijk verplichte noodprocedures. Er wordt gewerkt aan noodplannen voor de millenniumwisseling voor watervoorziening, -distributie en -hergebruik, en belangrijke rampenplannen en plannen voor de personeelsbezetting worden herzien. Zo geldt in Nederland de algemene eis dat bedrijven (met behulp van eigen noodstroomvoorzieningen) tien dagen lang operationeel kunnen blijven zonder nieuwe aanvoer van energie en chemicaliën, en dat ze met gebruikmaking van bestaande watervoorraden gedurende 20-25 dagen vers water kunnen blijven leveren zonder toevoer van nieuw water. De noodplannen van waterbedrijven voorzien normaliter in de vervanging van geautomatiseerde systemen door handmatige bediening. Dergelijke plannen worden gecontroleerd op specifieke millenniumaspecten. Afhankelijkheid van leveranciers van energie en IT-producten is een belangrijk punt van zorg ... Wat afvalwater betreft melden de meeste landen dat de verantwoordelijkheid bij afzonderlijke overheidsinstanties op nationaal en plaatselijk niveau berust. Elke instantie is dus verantwoordelijk voor de eigen millenniumprojecten, met inbegrip van noodplannen. Deze sector is afhankelijk van energie om te kunnen functioneren. Wanneer de normale energievoorziening niet beschikbaar is, is een beperkte dienstverlening mogelijk. De sector maakt vorderingen, maar de afhankelijkheid van leveranciers is een punt van zorg, omdat er onvoldoende informatie is over bepaalde technische installaties. ... en vervuiling is daarbij het belangrijkste risico Het belangrijkste risico in deze sector is dat er als gevolg van het millenniumprobleem vervuild water wordt ingenomen uit belangrijke rivieren. Daarbij kan het ook gaan om vervuild water uit kerncentrales. 9 INTERNE ACTIVITEITEN VAN DE COMMISSIE De Commissie zet haar activiteiten voort... De Commissie gaat actief verder met de activiteiten die zij heeft aangekondigd in haar mededeling COM(98)102. ...en geeft daarbij voorrang aan de eigen systemen... Het voorbereiden van de eigen systemen heeft de hoogste prioriteit. Via regelmatige bijeenkomsten van de coördinatiegroep voor organisatie en beheer, waaraan de secretaris-generaal en de directeuren-generaal deelnemen, wordt de vinger aan de pols gehouden. Daarmee is goede vooruitgang geboekt Sinds 1996 is alle DG's gevraagd in hun jaarlijkse informatieplan een specifiek plan op te nemen voor de aanpassing van hun informatiesystemen aan het jaar 2000, en is in de begroting prioriteit gegeven aan de uitvoering van deze plannen. End-to-end tests zijn gepland... Er wordt vooral op toegezien dat de lopende werkzaamheden aan kritieke systemen die nog niet millenniumbestendig zijn, op tijd worden voltooid. De verificatie van de onderliggende infrastructuur (apparatuur, systeemprogrammatuur, programmatuur van derden) is in een vergevorderd stadium; deze infrastructuur zal tijdig millenniumbestendig zijn. In 1999 zal een reeks individuele tests worden uitgevoerd in de DG's en er zal in de hele Commissie een end-to-end test plaatsvinden. Deze end-to-end test is bedoeld om te valideren dat informatiestromen op het gebied van administratieve, financiële, statistische, documentaire en kantoorinformatie millenniumproof zijn. Afhankelijk van de resultaten zullen corrigerende maatregelen worden geïntensiveerd en extra voorrang krijgen. ...en problemen buiten het gebied van de informatietechnologie worden aangepakt. Een overleggroep tussen de diensten onder leiding van het Secretariaat-generaal en met vertegenwoordigers uit alle DG's houdt toezicht op de lopende activiteiten binnen de Commissie met het oog op het jaar 2000. De taken van deze groep liggen voornamelijk op terreinen buiten de informatietechnologie, zoals de coördinatie van noodplannen om de continuïteit van essentiële diensten te waarborgen, de coördinatie van juridische kwesties inzake het jaar 2000, de algemene infrastructurele aspecten (waaronder gebouwen, beveiligingssystemen, liften en alle daarmee verbandhoudende benodigdheden) en voorlichtingscampagnes gericht op het personeel van de Commissie en het publiek. Ten aanzien van andere Europese instellingen coördineert het interinstitutioneel comité automatisering (CII - Comité interinstitutionnel de l'informatique, IIC-Interinstitutional Information Committee) de activiteiten met het oog op het jaar 2000 teneinde een gemeenschappelijke aanpak te waarborgen. De Commissie heeft bovendien een symposium met de lidstaten georganiseerd alsmede een gemeenschappelijke conferentie met de Portugese regering over de aanpassing van Europese informatiesystemen aan het jaar 2000. Soortgelijke acties staan op het programma met andere lidstaten en voor het MKB. Tot de activiteiten van de Commissie om gemeenschappelijk gebruik van informatie in de EU te vergemakkelijken... Ten aanzien van de acties van de Commissie om een uitwisseling van informatie over het millenniumprobleem tussen landen en bedrijfstakken in de EU te bevorderen en te vergemakkelijken, gaat de Commissie door met de organisatie van regelmatige bijeenkomsten tussen nationale coördinerende instanties voor het jaar 2000 en vertegenwoordigers van brancheorganisaties en heeft zij de frequentie hiervan in 1999 zelfs nog verhoogd. Alle DG's van de Commissie die zich bezighouden met infrastructuursectoren onderhouden contacten met relevante organisaties en verzamelen informatie. ...behoren uitwisselingen tussen autoriteiten op het gebied van civiele bescherming. In de lidstaten worden diverse acties ondernomen om ervoor te zorgen dat alarmsystemen, waaronder ook het gemeenschappelijke alarmnummer 112, blijven functioneren en om de autoriteiten op het gebied van civiele bescherming voor te bereiden op noodsituaties die zouden kunnen ontstaan in samenhang met de millenniumwisseling. Tijdens een bijeenkomst van de directeuren-generaal van civiele bescherming in Wenen op 21 oktober 1998 zijn ervaringen uitgewisseld over de gereedheid van noodhulpdiensten. Datzelfde gebeurt tijdens de regelmatige bijeenkomsten van het permanente netwerk van nationale correspondenten op het gebied van civiele bescherming (PNCC). Overeenkomstig het besluit van de bijeenkomst van directeuren-generaal zorgt de eenheid civiele bescherming van de Commissie voor de verspreiding van relevante informatie. 10 CONCLUSIES Sinds eind 1998 is aanzienlijke vooruitgang geboekt... Sinds het vorige verslag van de Commissie, dat in december 1998 werd gepubliceerd, is ontegenzeglijk belangrijke vooruitgang geboekt in de aanpak van het millenniumprobleem in kritische infrastructuren. Een van de resultaten daarvan is de veel grotere hoeveelheid informatie over het millenniumprobleem die nu beschikbaar is voor bedrijfsleven, consumenten en burgers. ...en er tekenen zich enkele belangrijke trends af In alle sectoren en in de EU als geheel tekent zich nu een aantal belangrijke trends af: · grotere betrokkenheid van regelgevende en toezichthoudende autoriteiten bij het toezicht op en de controle van essentiële infrastructuursectoren; · coördinerende activiteiten van bedrijfstak-. nationale en internationale organisaties, die het probleem met hun leden onderzoeken en algemene noodstrategieën en richtsnoeren opstellen; · toenemend accent op bilaterale, multilaterale, end-to-end en nationale tests; · toename van nationale en sectoriële voorlichtingscampagnes over het millenniumprobleem met vooral veel aandacht voor de gereedheid van essentiële dienstverleners om te bereiken dat het publiek vertrouwen heeft in de situatie; · meer informatie beschikbaar over vorderingen, resultaten, risico's en noodplannen; · de ontplooiing van "troubleshooting"-activiteiten door koplopers en organisaties, om achterblijvers te helpen bij hun inspanningen om op tijd gereed te zijn; · de erkenning dat, zowel in infrastructuursectoren als in het bedrijfsleven als geheel, kleinere organisaties met de aanpak van het millenniumprobleem nog altijd een aanzienlijke achterstand hebben op grote bedrijven; · afhankelijkheid van leveranciers van IT-systemen om goede informatie te krijgen over de mate waarin hun producten millenniumproof zijn, en waar nodig om tijdig upgrades te ontvangen. Betrokkenheid van sectoriële en internationale organisaties is onontbeerlijk voor het succesvol uitwerken van noodplannen Voor 1999 leken veel sectoriële, nationale en internationale organisaties moeite te hebben een passende rol te vinden voor zichzelf bij het bieden van praktische ondersteuning aan hun gemeenschappen bij de voorbereidingen voor het jaar 2000. Nu bedrijven echter ook aandacht beginnen te krijgen voor andere aspecten dan alleen hun eigen interne systemen, kunnen verenigingen en organisaties de uitwisseling van informatie vergemakkelijken, gemeenschappelijke richtsnoeren uitwerken en vooral ook helpen bij het opstellen van noodplannen. De uitvoering van sectoriële en international noodstrategieën zal ongetwijfeld een essentiële factor worden voor een succesvolle internationale aanpak van het millenniumprobleem. De betrouwbaarheid van openbare nutsbedrijven in de EU is zeer hoog... In de EU zijn openbare nutsbedrijven tegenwoordig zo betrouwbaar dat het voor de consument een vanzelfsprekendheid is dat hij altijd elektriciteit en water heeft en dat hij een kiestoon hoort als hij de telefoon pakt. Toch zou geen enkel nutsbedrijf bereid zijn een klant een absolute garantie te geven dat hij hem op een bepaalde dag zonder onderbreking zijn diensten kan leveren. Het is dus niet verbazingwekkend dat leveranciers ook weigeren dergelijke garanties te geven voor de millenniumwisseling, op een tijdstip dat de mogelijke gevolgen voor hun bedrijf van externe factoren waarop zij geen invloed hebben, heel moeilijk te kwantificeren zijn. ...en het risico van een ernstige verstoring van de dienstverlening is zeer gering Het is duidelijk dat bedrijven en organisaties in de gehele EU inzien dat zij de verantwoordelijkheid hebben het millenniumprobleem aan te pakken en ze doen dit inmiddels ook met succes. Men is algemeen van oordeel dat het risico van een aanzienlijke verstoring van de EU-infrastructuren tijdens de overgang naar het nieuwe millennium beperkt is. Als zich problemen voordoen, zullen die waarschijnlijk een meer lokaal karakter hebben en in kleinere organisaties ontstaan. Aangezien dergelijke risico's, hoe gering ook, nog altijd aanwezig zijn, worden er in alle sectoren verdere activiteiten ontplooid voor het opstellen van gedegen, complete noodplannen om de effecten van deze risico's te beperken. 11 BIJLAGE Hierna volgt een lijst websites met aanvullende informatie. Nationale en overheidsinformatie VK http://www.open.gov.uk/year2000 (Plannen/vorderingen VK) http://www.bug2000.co.uk (infrastructuren VK - de resultaten van alle beoordelingen zijn op deze website te vinden) Griekenland http://www.year2000.gr Luxemburg http://www.crpht.lu/an2000 Frankrijk http://www.premier.ministre.gouv.fr http://www.an2000.gouv.fr (regering) http://www.industrie.gouv.fr/site/industrie/home/navi/page/industrie (bedrijfsleven) http://www.justice.gouv.fr/publicat/an2000.htm (justitie) http://www.defense.gouv.fr/sdsic/a2000/index.html (defensie) http://www.equipement.gouv.fr/an2000/1000.htm (transport/logistiek) http://www.education.gouv.fr/actu/an2000/plan.htm (onderwjs) http://www.diplomatie.fr/actual/dossier/an2000.html (buitenlandse zaken) http://www.interieur.gouv.fr/an2000 (binnenlandse zaken) http://www.agriculture.gouv.fr/index.html (landbouw) http://www.jeunesse-sports.gouv.fr/francais/misan2000/index.htm (jeugd/sport) http://www.santé.gouv.fr/htm/pointsur/an2000/index.htm (gezondheidszorg) Spanje http://www.map.es/csi/2000.htm Zweden http://www.statskontoret.se/2000/sfs.htm http://www.2000-delegationen.gov.se/arbete/direktiv.htm Portugal http://www.missao-si.mct.pt/P2000/index1.html (nationale site) http://www.iapmei.pt/idex/informacao/ano2000.html (MKB) http://www.inst-informatica.pt/ANO2MIL/2mil001.htm http://www.min-plan.pt/menu/tforce/index.html Zwitserland http://www.millennium.ch (nationale site) http://www.efd.admin.ch/aktuell/2000/index.htm (overheden) Voor de energiesector: Nederland http://www.energie2000.nl http://www.emp.nl Italië http://www.enel.it Spanje http://www.endesa.es/2000/index.htm http://www.repsol.es/webrepsol/esp/inversor/efecto2000.htm http://www.miner.es Griekenland http://www.dei.gr/dei-en.htm http://www.depa.gr/eng.index.html http://www.dep.gr Zweden http://el2000.com/index.html http://www.stem.se/om_myndigheten/y2k.html Finland http://www.finergy.com http://www.fingrid.com http://www.neste.fi/konserni/2000/index.html http://www.gasum.fi/frindex_eng.htm Frankrijk http://www.edf.fr (elektriciteit) http://www.gdf.fr (gas) Luxemburg http://www.cegedel.lu Zwitserland http:// www.strom.ch (elektriciteit) http://www.erdgas.ch (gas) Noorwegen http://www.enfo.no/index.cfm http://www.statnett.no/y2k/index.html http://www.npd.no/y2k/ Voor de transportsector in het algemeen Spanje http://www.mfom.es Voor de luchtvaartsector: Finland http://www.ilmailulaitos.com/english/ (Civil Aviation Authority) Griekenland http://www.olympic-airways.gr Zweden http://www.lfv.se/sakerhet/y2k/y2krs03.pdf Zwitserland http://www.atraxis.com Voor het transport over zee: Internationaal http://www.ship2000.com (gemeenschappelijke website van de International Chamber of Shipping (ICS), de United Kingdom P&I Club en Lloyd's Register) Griekenland http://www.yen.gr België http://www.zeebruggeport.be Zweden http://www.sjofartsverket.se/frameset.htm Noorwegen http://www.rederi.no/no/bibliotek/y2k/ Voor de spoorwegen: Finland http://www.rhk.fi/defeng.htm (Finse Spoorwegautoriteit) http://www.vr.fi (Staatsspoorwegen Finland) Griekenland http://www.ose.gr Frankrijk http:// www.sncf.fr http://www.ratp.fr Zweden http://www.banverket.se/framtiden/ar2000.htm Zwitserland http://www.sbb.ch Voor het wegvervoer: Frankrijk http://www.equipement.gouv.fr/an2000/1000.htm Griekenland http://www.oasa.gr (Associatie voor stadsvervoer Athene) Voor de telecommunicatiesector: Internationaal http://www.itu/y2k (op deze site van de ITU zijn samenvattingen te vinden van de antwoorden van afzonderlijke bedrijven op vragenlijsten) VK http://www.oftel.gov.uk/bug2000.htm Spanje http://www.sgc.mfom.es/efecto/efecto.htm Griekenland http://www.ote.gr (Griekse telecommunicatie organisatie) http://www.cosmote.gr/e_mainpage1.htm http://www.panafon.gr/en Zweden http://www.pts.se/aktuellt/2000-rap.pdf Frankrijk http://www.france.telecom.fr Luxemburg http://www.y2k.lu Finland http://www.sonera.fi/english/year2000.html (Sonera Oy) http://www.hpy.fi/yritys/vuosi2000 (Finnet Group) Noorwegen http://www.telenor.no/bedrift/ar2000 Zwitserland http://www.swisscom.com/2000ok Voor de kernenergiesector: Finland http://www.stuk.fi Zweden http://www.ski.se/ Zwitserland http:// www.hsk.psi.ch/aktuel.html Voor de financiële sector: Nederland http://www.dnb.nl Italië http://www.bancaditalia.it http://www.cipa.it http://techinfo.sia.it http://www.consob.it http://www.borsaitalia.it http://www.cedborsa.it http://www.isvap.it VK http://www.bba.org.uk (informatie van de BBA over voorbereidingen van de Britse financiële sector) http://www.bankofengland.co.uk (bevat het "Blue Book" van de Bank of England) Spanje http://www.cnmv.es/A2000/efecto2000.htm http://www.ipyme.org/inipyme/prog4.htm Griekenland http;//www.hba.gr Duitsland http://www.bakred.de (Bundesaufsichtsamt für das Kreditwesen) http://www.bundesbank.de (Deutsche Bundesbank) http://www.bav-bund.de (Bundesaufsichtsamt für das Versicherungswesen) http://www.bawe.de (Bundesaufsichtsamt für den Wertpapierhandel) Finland http://www.bof.fi (Finse nationale bank) http://www.rata.bof.fi/english/Faq/Faq.html (Finse toezichthoudende instantie) http://www.hex.fi/y2k/index.html (Aandelenbeurs Helsinki) Frankrijk http://www.afb.fr/pascfonb.htm http:// www.paribas.com Portugal http://interbolsa.pt/index.htm Zweden http://www.fi.se/fffs/1998/fs9818.htm Zwitserland http://www.swissbanking.org/e/Pages/swissbanking.htm Noorwegen http://www.finans.dep.no Voor de watersector: Zweden http://www.slv.se/vatten/index.htm Frankrijk http://www.generale-des-eaux.com http://www.suez-lyonnaise-eaux.fr http:// www.bouygues.fr Finland http://www.vvy.fi Spanje http://www.mma.es/2000.htm Denemarken http://www.dkvand.dk/index1.htm http://www.kl.dk/siab.asp-o_id=1869 Noorwegen http://www.norvar.no